P. F. Thomése – De onderwaterzwemmer.

P. F. Thomése – De onderwaterzwemmer.

Uitgeverij Atlas Contact. Amsterdam/Antwerpen. 2015

Uitgelezen op 1 november 2015

Een heel bijzonder boek. Laat ik daar mee beginnen. Ik heb het, voor mijn doen, in één ruk uitgelezen. Het is een boek over nachtmerries. Wat voelt een kind als hij zijn grote sterke vader kwijtraakt. Of…hoe voelt het als je in paniek wegvlucht en je partner aan haar lot overlaat. En als je haar dan doodziek en stervende terugvindt. En als ze dan overlijdt. Wat gebeurt er met je gevoelens als je dat beleeft. Je bedenkt ze wel eens en soms droom je ze, dit soort nachtmerries. Thomése zet ze voor de lezer op een rijtje. Hij onderzoekt gevoelens die gepaard gaan met zulke nachtmerries.

Een heel bijzondere roman die wat mij betreft de ECI prijs al gewonnen heeft.

Het boek bestaat uit een proloog, het verhaal en een epiloog. De proloog vindt haar dramatische ontknoping onder het wateroppervlak van een rivier. Het verhaal ontwikkelt zich op de vlakke nietsontziende steppe van Afrika. De epiloog speelt zich af, zwevend, enkele decimeters boven een bed. Een heel aparte opbouw: Onder het oppervlak, op het oppervlak en boven het oppervlak. Een mooie lijn en een structuur die er wel in is aangebracht maar die het verhaal sierlijk ondersteund. Ook leuk om dit soort dingen te vinden.

De proloog, ‘De Nachtrivier’, speelt zich af in 1944 als de hoofdpersoon, de veertienjarige Tin, samen met zijn vader ’s nachts de rivier over willen zwemmen naar het bevrijde gebied. Als Tin op de andere oever is aangekomen, is zijn vader in geen velden of wegen te bekennen. Thomése werkt dit trauma uit in een haast psychotische belevenis. De paniek is voelbaar. Ook de angst om thuis te komen en zijn moeder te moeten vertellen dat zijn vader weg is. Heel beklemmend.

Het verhaal of middenstuk draagt de titel ‘Iets rechtzetten’ en speelt zich af in 1974 rond Charleville. Het wordt niet helemaal duidelijk waar het ligt, maar dat is ook niet zo belangrijk. Het ligt in Afrika bij de Afrikaanse steppen. Tin is er samen met zijn vrouw Vic om haar Foster Parents pleegzoon Salif te bezoeken. Het is haar idee om dat te gaan doen. Alles zit tegen bij aankomst in het land. Ze raken hun bagage kwijt en moeten een deel van hun geld afstaan. Uit alles blijkt dat de hoofdpersoon geen enkele zin heeft in de reis en het louter voor zijn vrouw doet. Onderweg naar het dorp waar Salif zou moeten wonen beschrijft Thomése het onbarmhartige, vijandige landschap en de enorme hitte. Daarmee kijkt hij alvast vooruit naar wat komen gaat. In het dorp aangekomen gaat alles mis. De dorpsbewoners worden aangezien voor krijgers op het oorlogspad. Dat zorgt ervoor dat Vic en Tin gescheiden raken. Na een hallucinerende zoektocht vinden ze haar terug op de steppe, bevangen door de hitte en met een zonnesteek. Onderweg naar hulp overlijdt Vic. Maar in tegenstelling tot wat er in de proloog gebeurde, heeft hij Vic wel gevonden en netjes begraven.

De epiloog speelt in 2004 op Cuba en heeft als titel ‘Boven water’. Tin is op dat eiland omdat hij de inmiddels arts geworden Salif en zijn gezin wil bezoeken. Maar op Cuba breekt Tin zijn rug. Om te herstellen in het ziekenhuis kan hij niet in bed liggen, maar hangt hij in leren riemen enkele decimeters boven zijn bed. Het blijkt dat zijn moeder hem na zijn terugkomst zonder vader altijd verweten heeft, dat hij niet goed op zijn vader heeft gelet. Zijn dochter Nikki heeft met hem gebroken omdat hij zonder haar moeder, zijn vrouw, thuis kwam. Salif (Sal) heeft zich helemaal over zijn pleegvader ontfermd… Het boek eindigt in de goede verwachting dat hij van Cuba naar huis wordt vervoerd.

Deze romans hoort bij het lijstje beste boeken die ik ooit gelezen heb. Het is goed geschreven met mooie beelden. Vergelijkingen die origineel zijn en een schrijfstijl die zich moeiteloos aanpast aan de fase in het verhaal; Mooi en beschrijvend als er nog niet zo veel aan de hand is, maar hallucinerend en psychotisch als de rampspoed tot een hoogtepunt komt. Mooi, heel mooi!

Verwarring

Verwarring. Daar hou ik van; vind ik interessant. Juist om dat bij mezelf te constateren en dan te onderzoeken wat die verwarring teweeg heeft gebracht en waarom dat nou zo verwarrend is. Bij mezelf heeft dat vaak te maken met erotiek. Ik zie iets waarvan ik dacht dat het niet speciaal erotisch of prikkelend is, maar ineens word ik met iets geconfronteerd dat dat zeker wel is. Hoe moet ik er dan mee omgaan. Ik merk dat ik het snel binnen probeer te halen en zodat ik de deur in het slot kan trekken; ik wil er graag naar kijken, maar voel me betrapt als anderen zien dat ik er naar kijk.

In het museum Gare d’Orsay had ik zo’n ervaring. Een museum om van te watertanden. Ik loop daar echt te genieten. Het ene mooie schilderij na het andere. Schilderijen van Gustave Courbet bijvoorbeeld. Grote schilderijen met veel gewone mensen die iets dramatisch is overkomen. Daar sta je zo naar te kijken. Dan draai je je om en kijk je recht in de vagina van een vrouw. Prachtig geschilderd, dat wel. Lekker vlezig lichaam. Fijnzinnig gevormde schaamlippen…en dan besef je weer dat je in het museum staat. Verwarring. Heeft iemand gezien dat je hier zo staat te kijken? Vindt iemand je een viespeuk? Dat is verwarring die ik graag onderzoek bij mezelf.

Ik ben lid van een internet filmzender. Veel films zijn gewoon doorsnee. Er zijn goede films, slechte films, artistieke films…van alles wat. Porno zit er echt niet bij. Zonder veel voorkennis zette ik de film ‘Shortbus’ aan van John Cameron Mitchell. De samenvatting gaf weinig prijs over de inhoud. Het zou gaan om een aantal mensen (hipsters) die bij elkaar komen in de parenclub ‘shortbus’ maar die ieder hun eigen verhaal hebben. Nietsvermoedend kwam ik in de eerste scene terecht. Een blote jongen probeert, lenig als hij is, zichzelf te pijpen. Aan de overkant van de straat een gluurder die het zaakje (en zijn zakie) bekijkt. Complete verwarring bij mij. Is het de bedoeling dat ik hier naar kijk? Ik heb weinig erotische gevoelens bij mannen, maar dat neemt niet weg dat ik niet weet wat er nog gaat komen. Tweede scene…Een man en een vrouw zijn heftig aan het neuken. Je meent een stijve piemel te zien die beweegt tussen de benen van de vrouw. Poeh…complete verwarring in het hoofd van schrijver dezes. Partner annex geliefde zet koffie in de keuken. Op het televisiebeeld gaat de scene luidruchtig verder. Ik zet het geluid wat zachter… Ik wil kijken! Ik wil het zien! Maar ik schaam me zo dat ik het wil zien. En…ik wil niet dat mijn geliefde ziet dat ik zit te kijken en merkt dat ik het leuk vind om te kijken…dat ik het in zekere zin ook opwindend vind. Hoe leg ik het haar uit?

Gisteren. Een onverdachte Franse film. Heeft allerhande prijzen gewonnen. Ongevaarlijk dus, zou je denken. ‘La vie d’Adèle’. Gaat over een jonge meid die ontdekt dat ze op vrouwen valt. Niets mis mee. De film begint. Nog nooit een meid gezien met zoveel leven in haar lijf. Zachte wangen blakend van gezondheid. Een bos verwilderd haar in een toet boven op haar hoofd. Slierten haar vallen over haar blozende wangen. Een stevig lichaam. Grote borsten, mooie ronde billen. Een meid om in te bijten. Dan realiseer je je ineens hoe jong ze is. Ze stelt een tiener voor en zo te zien is ze dat ook. Bovendien, en daaruit blijkt hoe bijzonder de film is en hoe terecht het is dat deze film bedolven is onder de prijzen, lijkt het alsof je naar de werkelijkheid zit te kijken; of de camera alles per ongeluk gefilmd heeft. Ze zit met haar ouders spaghetti met tomatensaus te eten voor de televisie. De spettertjes tomatensaus belanden op haar kin. Verlekkerd vult ze haar bord nog een keer. Hoor je hier als toeschouwer wel bij te zijn? Heb ik het nog niet eens gehad over haar vrijpartijen…met een ander, maar ook met zichzelf. Echt verwarrend!