Renee van Marissing – Onze kinderen; Niet meer dan een tussendoortje

Ik weet niet eens meer wie mij in de zomer van 1994 opbelde. Mijn pa lag in het St.Lucasziekenhuis in Amsterdam te overlijden. Wat had ik voor contact met hem. Niets dus. Iets dus, want twee weken voor dat moment werd ik door mijn tante gebeld of ik niet eens langs wilde gaan bij mijn pa omdat ze zich erge zorgen maakte en zij het niet durfde. En zo fietsten mijn zus, broer en ik naar het huis van mijn pa waar wij in geen jaren waren geweest. Zijn vriendin, immer bezopen Riet, deed open. Binnen kwam mijn pa uit zijn bed voor ons onverwachte bezoek en nam er snel twee borrels op. Nee hoor, verzekerde hij ons, het ging prima. Maar twee weken later hadden zijn nieren en lever het opgegeven. Broer noch zus waren bereikbaar en zo zat ik naast het opgezwollen lichaam dat toen nog kunstmatig in leven werd gehouden. Naast mijn pa, die nooit een vader was geweest.

Iedereen heeft uiteindelijk een pa die overlijdt. Sommigen schrijven er een roman over. Renee van Marissing bijvoorbeeld. Een heel dunne roman die ik uit had voor ik eraan begonnen was. Een roman die best lekker wegleest en die me dus in korte tijd dichter bij het moment brengt dat ik een oordeel kan vellen over alle boeken die op de shortlist staan van de Libris literatuurprijs. En daar komt mijn eerste probleem: Waarom is dit boekje terecht gekomen op die shortlist? Dat een roman lekker wegleest en mooi dun is, maakt het nog niet tot het literaire kleinood dat je op die lijst verwacht. Wellicht dat Renee van Marissing in de toekomst nog mooie dingen zal schrijven, maar deze novelle op de lijst is helemaal onterecht.

Hoofdpersoon in het verhaal is Mia. Ze heeft een relatie met Sally die hoogzwanger is. Mia gaat dus moeder worden. Op dat moment stikt haar vader Nico in een pinda en overlijdt. Samen met zus Iris gaan ze het huis van pa leegruimen. Tijdens het werk komen de herinneringen los aan het leven met hun vader. Toen Mia nog jong was, scheidde haar ouders. Vader Nico werd een weekendvader. Niet direct een heel verstandige vader, maar hij was er wel. Vader Nico had bepaald een drankprobleem en zijn dochters, hoe jong ook, van de drank afhouden, was geen prioriteit voor hem. Mia zat vaak in cafe Eik en Linde. (de Eik en Linde naast de Hollandse schouwburg in Amsterdam?) Vader hertrouwde met vrouwen die het goed voor hadden met Mia en d’r zus, maar de meegebrachte kinderen bleken steeds een ramp. Ik denk dat dit wel zo’n beetje de samenvatting is…

Af en toe een grappig slordigheidje. Zo heb ik menigmaal in een keer ‘LUL’ op een beslagen raam geschreven. Ik weet hoeveel vingers je daarvoor nodig hebt. Met de drie vingers waarmee Van Marissing het doet, lukt het mij niet… De twee zussen stellen vast dat ze nauwelijks leuke herinneringen aan hun pa hebben, maar vervolgens volgt de ene na de andere best leuke herinnering. Het was een beetje aparte man met zijn eigen nukken en hij dronk ietsje te veel, maar aan de andere kant deed hij van alles met zijn dochters. Laat ik het zo zeggen, ik ben best een beetje jaloers.

Geen hoogvlieger deze roman maar ook niet heel erg slecht. Ik begrijp niet hoe hij op de shortlist van een prestigieuze literaire prijs terecht is gekomen daarvoor is de novelle te licht. Wie weet is het voor de schrijver een stimulans. Ik weet nu al dat dit boekje niet erg hoog zal eindigen op mijn lijst.

Auke Hulst – De Mitsukoshi Troostbaby Company; Echt heel erg goed!

Wat een verschrikkelijk mooie roman! Een aanrader voor iedereen! Voor mijn Libris literatuurprijs 2022 een van de absolute favorieten! Dat deze roman van de vakjury niet boven de uiteindelijke winnaar werd gekozen, vind ik eigenlijk wel onbegrijpelijk. De roman kent vele lagen, is zeer fantasierijk, laat je met andere ogen naar de wereld kijken, is vol van menselijke emoties, exploreert en brengt een genre in de literatuur naar een absoluut hoogtepunt. Bovendien levert de roman impliciet een bijdrage diverse maatschappelijke discussies. De roman is fijn om te lezen, ook voor een pretlezer zoals ik, hoewel ik er wel heel lang over gedaan heb. Dat het voor een pretlezer fijn is om te lezen wil niet zeggen dat de roman niet uitdagend is. Eigenlijk kan ik weinig dingen vinden die me tegenstaan in dit boek!

De roman bestaat uit twee delen die dwars door elkaar lopen en elkaar afwisselen en aanvullen en becommentariëren. Het verhaal wordt verteld door Auke van der Hulst (de tussenvoegsels verschillen dus van de naam van de auteur?). De ‘ik’ is schrijver van beroep en heeft in het verleden een heftige relatie gehad met fotograaf Mila. Ze hebben een tijd samengewoond, maar dat eindigde. Vanaf dat moment werd het een vrij heftige knipperlichtrelatie. Mila gaat een tijd als fotograaf in Myanmar wonen en werken. De schrijver bezoekt haar daar. Als hij weer terug in Nederland is, hoort hij dat ze van hem zwanger is. Hij twijfelt of hij een gezin met haar wil vormen maar besluit er toch voor te gaan. Maar Mila, die zijn twijfel bespeurt, kiest voor abortus. Hoewel ze de afgedreven vrucht netjes begraven, leidt dit naar de definitieve breuk. Mila krijgt kort daarop een nieuwe vriend, raakt zwanger en krijgt een kind; de schrijver blijft in diepe rouw achter. Hij verlangt zo verschrikkelijk naar een kind dat hij zich wendt tot de Japanse Mitsukoshi Troostbaby Company. Dat bedrijf maakt, met behulp van het DNA van de opgegraven geaborteerde vrucht, een androide. Zo komt het zevenjarige androïde dochtertje Scottie in zijn leven. Scottie is zich er in eerste instantie niet van bewust dat ze een androïde is maar later komt toch het besef. Dit verhaal wordt verteld in een logboek. In het logboek beschrijft hij ook zijn contact met zijn redacteur, Liz, van de uitgeverij. Hij stuurt haar steeds stukken van zijn nieuwe roman ‘Lasso van de tijd’. Vervolgens bespreekt hij het deel met haar en geven ze commentaar.

In de roman ‘De lasso van de tijd’ gaat het om de hoofdpersonen Kaj en Sam. In deze roman is sprake van een beginverhaal. Dat beginverhaal komt in grote lijnen overeen met het verhaal van schrijver Auke van der Hulst en Mila. Ook een verterende liefde tussen die twee en een zwangerschap die begint in Myanmar maar na haar terugkomst wordt afgebroken. Er is de mogelijkheid om je terug te laten sturen in de tijd. Omdat hij zo graag een kind samen met Sam wil, laat hij zich terugsturen naar vlak voor zijn reis naar Sam in Myanmar. Om het verhaal anders te laten lopen moet hij eerst zichzelf vermoorden in de eerdere tijdlijn. Vervolgens gaat hij, met alle herinneringen die hij aan de eerste tijdlijn heeft, naar Myanmar. Maar daar raakt ze niet zwanger omdat ze het met hem uitmaakt. Hij beseft dat hij zich naar een verkeerde plek in het verleden heeft terug laten sturen. Daarom kiest hij nu voor als ze zwanger naar Nederland terugkomt. Nu moet hij weer zijn vorige ‘ik’ op gruwelijke wijze vermoorden. Nu komt het kind wel ter wereld en vormen zij een gezin…maar uiteraard gaat het ook nu niet ideaal.

Het probleem van science fiction is dat het geloofwaardig moet zijn. In deze roman is het buitengewoon geloofwaardig allemaal. Je weet heus wel dat het niet kan, maar de lijnen van nu naar een denkbeeldige toekomst zijn zo geloofwaardig doorgetrokken dat het niet stoort, sterker, het verhaal versterkt. ‘Een literaire testopstelling test in de eerste plaats het wezen van de mens. Wat drijft hem, hoe reageert hij? Dat kan ook door iemand in een situatie te plaatsen die alleen volgens de regels van de verhaalwereld mogelijk is. Zolang de personages maar natuurlijke reacties vertonen binnen de onnatuurlijke context.’ schrijft Hulst en dat is precies wat hij in deze roman doet. Het verhaal is een liefdesverhaal waarin het later ook duidelijk wordt dat het schrijverschap de relatie danig in de weg zit. Als de liefde totaal vergaat in zowel de roman als in het logboek schrijft de schrijver meer dan een bladzijde lang: ‘Ik schaam me en voel me schuldig’. Als een soort bezwering.

Het verhaal speelt zich voor een groot deel af rond mijn eigenste Westerpark-buurtje. Dat geeft voor mij erg veel herkenning en is erg leuk. Een ander deel van het verhaal speelt zich of in ‘Stad’ en duidelijk wordt dat daarmee Groningen wordt bedoeld. Groningen is voor een groot deel onbewoonbaar, trouwens; een soort Tsjernobyl. Nadat ‘Partij’ het voor het zeggen kreeg, werd alle aardgas uit Groningen naar boven gebracht waarna het gebied onbewoonbaar werd door alle aardbevingen.

De stiltecoupé

Hoe vaak ga ik nou met de trein? Nou, niet vaak. Theoretisch werk ik in Rotterdam maar woon ik in Amsterdam  en dus heb ik van de baas een ov jaarkaart gekregen. Een gewoon mens zou met zo’n kaart immer in het openbaar vervoer zitten. Kennelijk ben ik niet helemaal gewoon, want ik reis niet veel. Soms ben ik het heus wel van plan, maar ach… naar mijn werk? Sinds corona zijn we thuiswerkers. We hebben het moeten leren, dat thuiswerken; dat ging niet helemaal vanzelf, maar nu we het kunnen (ik het kan), is het ook wel weer heel makkelijk. Om kwart voor negen stap je onder de douche en om negen uur kan je aan het werk.

Maar vandaag is het anders. Mijn geliefde J. is afgereisd naar haar geliefde Noorwegen en komt met de boot weer terug. Die boot gaat maar tot het noordelijkste puntje van ons land. Dat is dus de Eemshaven.  Ik kan mijn liefje toch niet moederziel alleen in de Eemshaven laten staan? En…alleen met de trein dat enorme eind, en dan ook nog zonder korting…hartstikke duur. Daarom ben ik in de trein gestapt naar Groningen. Dan kan zij met samenreiskorting terugreizen. En naar Groningen is het een heel eind, mocht ik vandaag ervaren. Gelukkig gaat er een intercity die slechts op een paar stations stopt. Bovendien lees ik nog steeds mee met de Libris literatuurprijs 2022 en hoewel die prijs al lang uitgereikt is, heb ik de boeken nog niet uit en zo’n lange treinreis is een uitgelezen kans om eindelijk die fantastische roman van Auke Hulst uit te lezen…dacht ik. Aldus wist ik een plekje in de stiltecoupé te vinden waar ik mezelf lekker in de kussens van de treinbank vleide. Ik pakte mijn boek…Ik had zolang niet in een trein gezeten en kijken naar het voorbijflitsende landschap is zeker niet saai. En zo stelde ik het lezen uit.

Stilte en de Oostvaarder plassen. Nu veel leger dan pak ‘m beet vijf jaar geleden, toen de edelherten overal samen dromden. Ik dacht aan alle controversen van toen. Tussen ecologen die de dieren, ten behoeve van diversiteit van de honger wilden laten doodgaan en de mensen die dat niet konden aanzien. En ik dacht aan wat ik ervan vond. En al mijmerend zoefden wij voort.

En toen kwam er een meisje binnen. Een buitengewoon knap kind moet ik zeggen. Grote bos zwarte krullen. Trendy scheuren in d’r broek. Gelakte nagels en met veel zorg opgemaakt gezicht. Dat ze knap was, interesseerde me geen biet. Ze zat nog niet of d’r telefoon ging. En ze pakte, godbetert d’r telefoon op. En ze ging zitten kletsen. In de stiltecoupé… Deze jongen kan daar helemaal niet tegen. Deze jongen wordt daar heel erg boos van. Met woeste blik probeerde ik in haar gezichtsveld te komen. Maar tevergeefs. Ze had haar linkergymp uitgedaan en pulkte aan haar fraai gelakte teennagel. Ze zag mijn boze blik niet. Ze was met andere dingen bezig…met haar teennagels,  met haar klepvriendinnetje. Inmiddels kringelde rook uit mijn oren van boosheid. Dat dreigde goed mis te lopen dus stapte ik uit mezelf en keek vanaf een afstandje naar de zeur opa die ik  ben. Wat had ik er eigenlijk voor last van dat zij met haar vriendinnetje zat te bellen. Ik staarde doelloos naar het landschap, hoefde me niet te concentreren. Lezen deed ik niet. Waar stoorde ik me aan. En even leek het te lukken, maar daar kwam die ongelofelijke oude zeikerd alweer aan. Maar het is de stiltecoupé! Daar mag je juist niet kletsen en al helemaal niet met iemand in je telefoon. En toen waren we in Groningen.  Stap uit en laat het zitten De Klerk. Ga naar buiten en zeur niet. Maar nee, lukte ook niet. Ik ging voor haar staan en wees op STILTE….SILENCE. Wat liet ik me kennen. Met diepe schaamte schrijf ik dit op. Morgen ga ik geliefde J. van de boot halen. Ik ga zeker niet in de stiltecoupé zitten. Dan kan het vervelende kind niet in deze opa naar boven komen, want…daar mag je kletsen…zoveel als je maar wilt, en bellen met je hele godvergeten vriendinnenclub.

De veroordeling

Dat journaalitem van jaren geleden over de Deventer moordzaak zal ik niet snel vergeten. Ernest Louwes krijgt te horen dat hij in hoger beroep toch tot celstraf veroordeeld wordt. Hij lijkt verbijsterd over het vonnis en wil zich al worstelend een weg naar de vrijheid banen. Een keurige man om te zien; saai zelfs. Hij ziet er een beetje uit zoals je je ambtenaar 1e klas Dorknoper van Marten Toonder voorstelt. Dan ligt hij schreeuwend op de grond met twee parketagenten die hem in bedwang houden. Voor je gevoel kan Louwes gewoon geen moordenaar zijn. Zijn verbijstering en paniek zijn zo overtuigend! Dat Maurice de Hond voor hem in de bres sprong, kon ik me toen heel goed voorstellen. Op dat moment ging er veel mis bij justitie. Dwaling na dwaling werd ontdekt; van Lucia de B. tot aan de Schiedammer Parkmoord, van de vier van Putten tot aan weet ik veel. Ontlastend bewijs werd genegeerd; ondeugdelijk bewijs werd voor waar aangenomen en dan vervolgens die arme saaie Ernst Louwes die je eerder als brave ouderling in een gereformeerde gemeente plaatste dan tussen het geboefte in het gevang. Ik heb grote delen van de website van Maurice de Hond over de Deventer moordzaak gelezen en was daarna erg overtuigd van de onschuld van Ernst Louwes. Over de beschuldiging aan het adres van de ‘klusjesman’ had ik verder geen oordeel. Ik kan me niet herinneren dat ik hem, na het lezen van De Hond z’n website, meteen als moordenaar zag. Wel als mogelijke verdachte, herinner ik me.

Maar daarna vergat ik het allemaal. Ik ging door met mijn leven, zullen we maar zeggen. Nog even kwam het terug; Maurice de Hond mocht nooit meer in het openbaar beweren dat de ‘klusjesman’ de dader van de Deventer moordzaak was. Ik stond daar wat ambivalent tegenover. Aan de ene kant de vrijheid van meningsuiting en aan de andere kant vond ik niet dat De Hond zich zomaar als politie kon opstellen, laat staan rechter. Maar erg veel dacht ik er verder niet over na. Het gevoel dat er iemand onschuldig in de gevangenis zat, bleef bij mij wel aanwezig.

Gisteren werd de film ‘De Veroordeling’ uitgezonden. Een verfilming van het boek dat geschreven werd door de onderzoeksjournalist Bas Haan over de moordzaak. Bas Haan had aanvankelijk dezelfde gevoelens als ik over deze zaak. Aan de ene kant die dorre boekhouder die haast de dader niet kon zijn en aan de andere kant de verdachte ‘klusjesman’ die alleen door het woord ‘klusjesman’ al veel verdachter klonk dan Louwes. Maar na heel erg diepgaand onderzoek kon Bas Haan absoluut bewijs leveren dat de ‘klusjesman’ de dader niet kon zijn. Op de kleding van de vermoorde weduwe was het DNA aangetroffen van Louwes op plekken van haar lichaam waar ze dodelijk getroffen was. Zo vond men sporen bij de steekplekken op haar borst maar ook op haar kraag bij haar gewurgde keel. Bovendien vond men een – weliswaar veel minder specifiek – spoor onder de nagels van de vermoorde weduwe. Vooral dat spoor onder haar nagels was belangrijk. Na onderzoek kon vastgesteld worden dat het spoor niet van de ‘klusjesman’ kon zijn en dat sloot hem definitief uit als de dader.

Aldus geheel overtuigd ging ik op bezoek op de website van Maurice de Hond in de veronderstelling dat hij toe moest geven dat hij het fout had gehad. Maar niets van dat alles. Volgens onze opiniepeiler – die ik best wel hoog heb zitten – was de ‘klusjesman’ nog steeds de dader. De Hond heeft er zelfs een filmpje over gemaakt en op youtube gezet. Wat mij zo verschrikkelijk verbaasd is het onwetenschappelijke karakter van het filmpje. Dat had ik niet verwacht van een man van de wetenschap die hij zelf zegt te zijn. Het onomstotelijke technische bewijs dat de ‘klusjesman’ definitief onschuldig maakt en al het technische bewijs dat juist in de richting van Louwes wijst, blijft in het filmpje ongenoemd. Voor een niet erg oplettende kijker lijkt De Hond aan te tonen dat de ‘klusjesman’ een leugenachtig figuur is. Maar de bewijzen voor de leugenachtigheid zijn boterzacht zo niet volkomen onjuist en bovendien is een liegbeest nog geen moordenaar.

Zo beweren twee getuigen dat de k* patiënt was van de echgenoot van de vermoorde weduwe die psychiater was terwijl k* het ontkent. Eén van de twee getuige is de ex van de k*. Niet direct een betrouwbare getuige zou je denken en bovendien wat maakt het uit. Uit het onderzoek van Haan bleek overigens, dat de k* nooit patiënt was geweest. Uit het niets wordt er verteld dat de k* een drugsprobleem had. Dat zou moeten blijken uit een handgeschreven notitie van…iemand. Maar uit het onderzoek van Haan bleek dat hij geen drugsprobleem kon hebben omdat hij aan een bepaalde ziekte lijdt. De moord zou gebeurd zijn vanuit een driftbui omdat de weduwe een legaat dat ze in haar testament aan de k* had beloofd zou hebben verlaagd. Maar achteraf bleek niet dat ze het legaat verlaagd heeft en bovendien bleek ook nog dat de k* geen idee had over hoe groot dat legaat was. De k* zou een obsessieve messenverzamelaar en -fetisjist zijn. Als ik in de spiegel kijk, dan zie ik een persoon die dezelfde ‘obsessie’ met keukenmessen heeft. Maar ook dat maakt hem en mij nog geen moordenaar wel een grage hobbykok. Zowel de vriendin van de k* als de k* zelf veranderde tijdstippen en gebeurtenissen in hun verklaringen op de dag van de moord. Als je mij vraagt wat ik precies deed vorige week donderdag en hoe laat precies…dan weet ik heel zeker dat ik veel zal gokken en verbeteren. Als je daarentegen een moord hebt gepleegd, dan weet je echt alles nog; elk detail. Maar de k* had geen moord gepleegd want technisch bewijs heeft hem uitgesloten.

Ik begrijp Maurice de Hond niet, denk ik. Dat hij financiële belangen heeft en afhankelijk is van de luimen van een machtig iemand, laat ik buiten beschouwing. In de film – en waarschijnlijk ook het boek – is dat te weinig concreet gemaakt. Ik begrijp De Hond zijn vasthoudend niet aan iets dat zo aantoonbaar fout is!

k* = klusjesman

Der Freischütz – Carl Maria von Weber (en niet van Serebrennikov).

Gezien op 2 juni 2022 in de Stopera van Amsterdam

Eén van de zangers vertelt dat hij zich zo lekker kan aftrekken bij het geluid van het vrouwenkoor. Een andere zanger laat het publiek weten dat zijn vrouw wil dat hij al seksend geile woorden tegen haar zegt met een lage stem terwijl hij een tenor is en dus helemaal geen lage stem heeft… Waarom moet het publiek van de Nationale Opera deze (verzonnen?) ontboezemingen aanhoren? Is dat omdat het nou eenmaal in het libretto van Der Freischütz staat? Welnee, dat libretto van de opera vond Kirill Serebrennikov helemaal niets. Tijdens de ouverture loopt de regisseur door het libretto heen om te laten zien dat hij er niet veel waardering voor heeft. De regisseur moet gedacht hebben: Die muziek houden we, maar dat verhaal kan me gestolen worden. Aldus vertelt Serebrennikov zijn eigen verhaal terwijl van de opera slechts de muziek rest. Dat de arias’s en het vertelde verhaal daardoor weinig verband meer met elkaar hebben, zal Serebrennikov worst zijn geweest. Wat dan overblijft is een opera die bol staat van de pretenties, maar uiteindelijk weinig klaar maakt. Hoewel de regisseur ook nog een poging doet de opera muzikaal te vermoorden, lukt hem dat niet. De muziek werd zonder meer fantastisch uitgevoerd met een groots operakoor, sublieme solisten en een heerlijk Concertgebouworkest!

Het valt me soms wel eens op dat er een verband bestaat tussen de pretenties van een operagezelschap en de egotrippende regisseurs die ze in de hand nemen. Zo heb ik bij de Hamburgse opera – ook niet de eerste de beste, dus – een Parsifal gezien waarbij de zangers karateachtige bewegingen in witte jurken moesten maken; heel trendy misschien maar ook verschrikkelijk saai. Bij de Nationale opera heb ik een Salomé gezien waar de honden geen brood van lusten. Pretenties maken meer kapot dan je lief is…

Gisteren, 3 juni, publiceerde De Volkskrant een interview met Serebrennikov en zijn regie van Der Freischutz. En inderdaad – wat ik al dacht – hij kon niets met die lange lappen tekst die tussen de muzikale nummers van de opera het verhaal aan elkaar moeten rijgen en dus heeft hij die teksten maar door zijn eigen teksten vervangen. En…zeker geen Duitse teksten en al helemaal geen Nederlandse teksten. Hij ging voor Engels/Amerikaanse teksten. Ik weet wel dat velen het niet met mij eens zijn, maar hij koos zelfs voor een nieuwe hoofdpersoon; een in het rood geklede Amerikaanse hippie. Hij verwoordt de zielenroerselen van de regisseur…nou ja zieleroerselen…’iets’ van de regisseur. Ik blijf erbij dat een regisseur ten dienste staat van het stuk dat hij op de planken brengt. Een regisseur moet interpreteren en daarin kan hij prima zijn mening kwijt. Als je daarentegen je reet afveegt met het werk dat je regisseert en je er helemaal je eigen ding van maakt, dan schiet je je doel en je mandaat voorbij. Als het je als regisseur niet lukt om zo’n verhaal uit het verleden, vol duiveltjes en jachtpartijen, voor een eenentwintigste-eeuws publiek aannemelijk te maken, dan moet je gewoon je handen ervan afhouden. Men huurt mij ook niet in; ik kan er niets van, want het is mijn vak niet. Laat de Nationale Opera een regisseur kiezen die wel zijn vak verstaat. Kortom, over de enscenering was ik niet te spreken.

Als het je lukt om de muziek van al het gedoe los te weken, dan viel er ook nog heel veel te genieten. Maar zelfs in de muziek vond Serebrennikov dat hij kon ingrijpen en aldus liet hij ook een jazzcombo wat muziek opvoeren. Zo speelde ze wat muziek van Tom Waits die in zijn ‘The black rider’ zo’n beetje hetzelfde verhaal op muziek zette als Der Freischütz. Alsof dat thema zo uniek is! Meneer Serebrennikov: Dat thema hebben natuurlijk honderden schrijvers en componisten verder uitgewerkt. Een hint: Goethe’s Faust…helemaal hetzelfde thema. Moderner? Wat dacht je van Darth Vader in Star Wars?

Laat ik maar stoppen; de fantastische muziek gespeeld door het Concertgebouworkest en gezongen door fantastische solisten en een operakoor dat er absoluut mag wezen werd grotendeels teniet gedaan door een rare egotripperige enscenering. Alle respect voor gevluchte Russen…maar dit leek nergens naar. De scheppend kunstenaar van Der Freischütz is Carl Maria von Weber en niet Serebrennikov.

Alexandra – Lisa Weeda; Verwarrend maar ook actueel

Ik ben niet uitsluitend met de oorlog in Oekraïne bezig, maar wel heel veel. Eigenlijk veel meer dan mij lief is. Ook nu het nieuws over die oorlog langzaam in de media wat naar de achtergrond schuift, ben ik nog altijd naarstig op zoek naar nieuws. Vooral positief nieuws. Ik wil zo graag dat de Oekraïners de oorlog winnen en de Russen uit hun land verjagen dat het op grond van de kracht van mijn wens al zou moeten kunnen lukken…hoop ik. Veel Nederlandse ex-generaals ken ik inmiddels net zo goed als de virologen een half jaar geleden. Zo heb ik ongeveer dezelfde gemankeerde verhouding met ex-generaal Mart de Kruif als met professor Marc Bonten; ik hang aan hun beider lippen maar ben toch altijd ietwat teleurgesteld aan het eind van hun betoog. Net eventjes te pessimistisch naar mijn wens. Ik troost me maar met de gedachte dat hoe deskundig ze ook moge zijn, het wat sombere beeld dat ze schetsen toch – soms – wat gunstiger uitpakt. Zo voorspelde Mart de Kruif dat de omsingeling van Kyiv onontkoombaar was, maar dat viel gelukkig wel weer mee.

Nu we Kiev als Kyiv zijn gaan spellen en we plaatsen als Zaporiza, Cherson, Charkiv en Tsjernihiv zonder moeite op de kaart van dat grote land kunnen aanwijzen en we weten dat de oorlog in theorie om de Donbas is begonnen, wordt een roman die in zich rond en om en in de Donbas afspeelt makkelijk erg populair. Als je wat boze gedachten koestert zou je ook haast kunnen gaan denken dat deze roman vanwege die strijd in de Donbas geselecteerd werd voor de shortlist voor de Libris Literatuurprijs. Omdat we de uitslag van het volgens de jury winnende boek al hebben gekregen, weten we zeker dat politiek geen rol speelde en dat de roman Alexandra van Lisa Weeda op eigen kracht op de shortlist is gekomen; de roman won de prijs uiteindelijk niet. Bij mij eindigt deze roman ook niet bovenaan. Wel aardig, maar ook niet meer dan dat. Dat heeft erg te maken met de manier van vertellen. De roman is geschreven in de ik-vorm, maar de ‘ik’ is niet altijd dezelfde ‘ik’. Daardoor wist ik vaak niet meer waar ik met wie op welke plek was. Met daarnaast nog een overdosis aan personages met namen die voor mij moeilijk uit elkaar te houden zijn, een vrij ingewikkeld boek om te lezen.

Achteraf denk ik dat ik het mezelf wel heel erg moeilijk heb gemaakt door het als e-book te lezen want daardoor is het moeilijk terug te springen naar de eerste pagina’s van het boek waar een en ander wordt uitgelegd over de namen. Vooruit springen naar de achterste pagina waar een landkaart en een stamboom is afgedrukt lukt ook niet goed met een e-book. Dat is waarschijnlijk de reden dat ik nogal verdwaalde in de Nikolajs die vaak Kolja worden genoemd en de Nastja’s die ook wel eens Anastasiia heet of Sasja dat de afkorting is van Alexandra. Daarnaast zijn er diverse ik-figuren die je ook niet makkelijk uit elkaar houdt. Nee, dit boek is voor de slordige pretlezer die ik ben geen makkie. Toch lukt het best goed om het verhaal te volgen uiteindelijk, ondanks de verwarring. En weet je eenmaal waar je met wie in welke tijd jezit, dan is het boeiend geschreven.

Er zijn twee grote verhaallijnen. Het verhaal van Lisa die om een overleden familielid te eren een geborduurde doek met de familiegeschiedenis erop geborduurd naar het graf in de Donbas brengt. Het andere verhaal is de biografie van een vrouw die in de Donbas opgroeit en die de oma is van Lisa, de hoofdpersoon in die andere verhaallijn.

Oma Alexandra wordt geboren op het vruchtbare land van de Donbas als boerendochter. Maar dan komt de tijd van Stalin. Van gewone boer met een paar mensen in dienst worden ze ineens vijanden van het volk. Koelakken. Ze worden van hun grond afgejaagd en mogen niets meenemen. Hun boerderij gaat op in een kolchoz onder leiding van een incompetente apparatsjik. Grote hongersnoden zijn het gevolg. Daarna komt de Duitse bezetting door de nazi’s.  De meisjes van rond de achttien, waaronder oma Alexandra, worden weggevoerd naar Duitsland om aldaar tewerk te worden gesteld. Daar ontmoet ze haar Nederlandse man en komt ze in Dordrecht te wonen en wordt ze aldus de oma van Lisa.

Zoals gezegd, uit politieke motieven had het mij niets verbaasd als dit boek de Libris literatuurprijs had gewonnen, maar dat heeft het niet. Diverse andere prijzen wel, maar de Libris literatuur prijs niet. Ik denk terecht, want het is zeker niet mijn favoriete boek van de shortlist.

Bruid te koop – Bedřich Smetana door de Nederlandse Reisopera

Gezien op 7 mei 2022 in Carré, Amsterdam

Met zijn ‘Prodaná nevěsta’ wilde Smetana ongetwijfeld het publiek een vrolijke avond bezorgen. Zoals zo vaak, een opera met een betrekkelijk dun humoristisch verhaaltje maar met de mooiste muziek. Humor is nooit helemaal vrijblijvend, daarom zou het best zo kunnen zijn dat het libretto ons een situatie voorspiegelt die nog wel voorkwam in het Bohemen van Smetana, maar waarvan men vond dat het eigenlijk niet meer moest. Voor ons in het huidige tijdsgewricht, spiegelt het libretto een situatie voor die volkomen vreemd voor ons is. Een zakelijk transactie, waarbij een vader zijn kleine dochtertje als onderpand gebruikt, zal niet vaak voorgekomen zijn in ons kikkerlandje. Het gedwongen huwelijk is tegenwoordig, maar ook al verschrikkelijk lang in het verleden, taboe. (Tenzij het meisje natuurlijk onbedoeld zwanger geraakt was na een gezellig avondje). Kortom, het verhaal van de opera ‘Bruid te koop’ staat mijlen ver van ons af. Blijft dat de muziek tijdloos is. Wat kunnen we daarmee, moet de artistieke leiding van de Nederlandse Reisopera hebben gedacht. Dan maar nooit meer die opera opvoeren? Dat zou verschrikkelijk zonde zijn, want de muziek is echt de moeite waard. De oplossing vond men in een vertaling. Geen letterlijke vertaling van de tekst, maar zo ongeveer de handeling wel behouden, maar het in een nieuw moderner jasje stoppen. Anne Lichthart is het libretto te lijf gegaan. Uiteindelijk leverde dat een voor ons geloofwaardige opera op met een verhaal dat eigenlijk heel ver van ons af staat. Een prestatie van formaat dus! En wat natuurlijk ook verschrikkelijk leuk is: Een opera gezongen in de Nederlandse taal. Hoe vaak hoor je een opera, gespeeld door een serieus gezelschap, in het Nederlands? Voor mij de eerste keer, en het was genieten! Eigenlijk kregen we waar voor ons geld zoals meestal van de Nederlandse Reisopera, trouwens. Nadat ze Wagners Ring des Nibelungen hadden opgevoerd en – raar genoeg – de subsidie werd stopgezet, zijn wij ‘vrienden’ geworden van dit gezelschap om ze financieel te ondersteunen. Daar hebben we nooit spijt van gehad want wat zorgen ze altijd voor een fantastische uitvoeringen!

Het verhaal speelt zich af in de lente: Rokjesdag! (Hoe Nederlands wil je het hebben?) Het meisje Marshenka verdenkt haar vriendje Jenik ervan op deze dag vol vernieuwde oerdrift, achter andere meisjes aan te gaan. Ze eist trouw. Hij vertelt haar dat zij de enige voor hem is en hij zweert haar eeuwige trouw. Hij zoekt in haar de liefde die hij vroeger bij zijn stiefmoeder zo gemist heeft en hem het ouderlijk huis heeft uitgejaagd. Dan komt bij de ouders van Marshenka de huwelijksmakelaar Kezal op bezoek. Hij komt het huwelijk arrangeren tussen Marshenka en Vasek, de zoon van de steenrijke Micha. Hoewel de ouders een huwelijk uit liefde willen, blijkt pa zijn Marshenka, lang geleden, als ruilobject te hebben gebruikt bij een lening van Micha; Micha’s zoon zal trouwen met Marshenka. Hoe zorgen de ouders van Marshenka ervoor dat ze toch zal kiezen voor de zoon van Micha? Hoe gaat Marshenka voorkomen dat ze met de zoon van Micha, die ze nog niet kent, moet trouwen? Marshenka zoekt de stotterende zoon van Micha, Vasek, op en vertelt hem dat hij met Marshenka een overspelige en liefdeloze vrouw zal krijgen. Ze vertelt hem dat als hij voor de liefde, en dus voor een andere vrouw gaat, hij een gelukkige man zal worden. Ondertussen zoekt huwelijksmakelaar Kezal het vriendje van Marshenka, Jenik, op. Voor drie ton wil hij wel beloven dat hij er vrede mee heeft als Marshenka trouwt met de zoon van Micha. Is Marshenka door haar vriendje Jenik verkocht? Nee, natuurlijk niet! Jenik blijk de eerste zoon uit het eerste huwelijk van vader Micha te zijn. Door met Marshenka te trouwen komt hij juist zijn belofte na en heeft hij ook nog eens drie ton verdiend. En Vasek…die heeft inderdaad een ander gevonden. Eind goed, al goed!

Over de muziek kan ik eigenlijk veel minder zeggen behalve dat die echt de moeite waard is. Ik had de opera nog nooit gehoord maar de muziek boeide van de ouverture tot aan de finale. Ik moet ook zeggen dat het muziekplezier van dirigent Ed Spanjaard aanstekelijk werkte. Als mij iets opviel, dan was het wel dat er het aantal solo aria’s beperkt was, maar dat er voornamelijk duo’s, trio’s of grotere ensembles samen zongen in perfecte harmonie, qua muziek, maar doorgaans in disharmonie qua tekst. Dat maakt de opera bijzonder levendig met een sneller voortschrijdend verhaal. Ook waren er grote stukken muziek zonder zang. Dat werd ingevuld door het ballet. De balletdansers en de koorleden waren prachtig door elkaar gehusseld op het toneel maar deden uiteraard ieder hun ding.

Ik heb zonder meer een heerlijke avond gehad! Alle solisten vertolkten hun rol fantastisch. Wat betreft het acteerwerk vielen Laetitia Gerards als Marshenka maar vooral Huub Claessens als Keza de drankzuchtige huwelijksmakelaar op. Maar ook Francis van Broekhuizen als de bazige dominante moeder van Vasek en boze stiefmoeder van Jenik, viel positief op. Leuk was dat ze hun rollen hielden tijdens het applaus.

Nog één ding. Hier spreekt even de taalpurist in mij met de vertaler cq bewerkster van de opera Anne Lichthart. Het gaat over ‘beslissingen’. Een ‘beslissing MAKEN’ is een verdomd lelijk anglicisme. Voor mij blijft het zo dat je een beslissing NEEMT. Om me heen hoor ik heus wel dat ik een fossiel begin te worden want zelfs mijn zoons MAKEN een beslissing. Maar ik verzet me ertegen; en ik blijf me verzetten; die beslissing heb ik GENOMEN!

Je vergapen aan het planetarium van Eise Eisinga

Als je in Franeker bent – Frjensjer voor de lokale bevolking – dan moet je dat wereldberoemde planetarium wel bezoeken. Daar kan je gewoon niet omheen. En…wij waren in Franeker. Op de fiets vanuit ons vakantieadres in Harlingen. En toch, we waren niet voor dat planetarium speciaal naar Franeker gefietst; eigenlijk meer voor de tentoonstelling ‘Kibboets op de klei’ in het Martena museum. Daar kan ik echter niet zo heel veel over vertellen want die tentoonstelling was wel heel klein. Er ontstond meer een sfeertekening dan dat het informatie verschafte. Vond ik wel jammer, want er valt veel over te vertellen. Jongeren die het boerenvak willen leren om hun kennis in het beloofde land te gaan toepassen maar die grotendeels voortijdig verschrikkelijk akelig worden vermoord. Er werden wat foto’s getoond (die had ik al gezien) en er werd een film vertoond (en die kan je op youtube bekijken). Ik was een beetje teleurgesteld; ik had er meer van verwacht, denk ik. Dus bezochten we het planetarium.

Alleen de koffiekamer van het planetarium is al de moeite waard. Een koffie- en thee winkel en branderij waarvan men het interieur zoveel mogelijk in oude staat gelaten heeft. Maar dan het planetarium. Ik heb mijn ogen uitgekeken. Eise Eisinga, de man die het planetarium in zijn eigen woonkamer maakte, was wolkammer van beroep. Nou niet direct een beroep waar je een universitaire opleiding voor nodig hebt. Maar alleen voor het maken van het mechaniek moet je al bijzonder goed weten wat je doet. De omtrek van elk tandrad en de plaatsing van de tandjes vergt een enorme precisie. En kunde, natuurlijk, want dat soort dingen bereken je niet zomaar. Alles aangestuurd door slechts een klok met een slinger en gewichten. In het plafond van zijn huiskamer zaagde Eise Eisinga sleuven waardoor de planeten draaiden. Maar de baan die ze draaien zijn geen perfecte cirkels, maar ovalen. De planeten komen dan weer dichter bij elkaar te staan en dan weer verder van elkaar af. Precies zoals het in het ‘echt’ ook gaat.

Terwijl ik zo op de vliering van het planetarium het werkende mechaniek zat te bewonderen, bedacht ik me dat we het nu maar makkelijk hebben. Je kunt het nu eenvoudig programmeren, mijmerde ik. Er is een basisgegeven, de tijd, en vanaf dat punt kan je alle andere gegevens makkelijk berekenen. De eerste afleidingen waren best eenvoudig, leek me. Om de relatieve omloopsnelheid te berekenen ten opzichte van de aarde, moet je voor elke planeet een startwaarde berekenen en vervolgens per aardse seconde berekenen wat de seconde betekent voor de andere planeten. Neem bijvoorbeeld Mars. Een marsjaar duurt 687 dagen terwijl een aardejaar 365,25636 dagen duurt. Elk mars stapje in de tijd duurt dus 678/365,25636 maal langer dan een aarde stapje, bedacht ik… Maar toen had ik alleen nog maar de stapjes bedacht…Hoe zet je die stapjes op een cirkel…hoe zet je ze op een ovaal, hoe bereken je een startpositie van elke planeet ten opzichte van elkaar… Nee, echt niet eenvoudig. Eise Eisinga moet een kei in wiskunde zijn geweest. Ondertussen is het wel even het mooiste planetarium dat ik ooit gezien heb.

Op de vingers getikt

Het lijkt alsof de geschiedenis de tijd rijp achtte om me eens flink op de vingers te tikken. Alsof ik alle ellende van de tweede wereldoorlog zou kunnen vergeten. Men had mij enkele maanden geleden gevraagd wat ontwerpjes aan een security check te onderwerpen; of er niet per ongeluk antisemitische- of anderszins aanstootgevende symbolen in zaten. Die zaten er echt niet in; ik heb elk streepje en elk krulletje bestudeert, en dus werden de gecheckte foto’s opgehangen op de tentoonstelling ‘Kibboets op de klei’ in het Franeker Martena museum. Een goede gelegenheid voor geliefde J. en mij om die tentoonstelling te bezoeken en dus boekten wij een appartement in Harlingen zodat we op fietsafstand van Franeker verbleven. Geboekt via die beroemde site die ik hier uiteraard niet ga noemen want reclame maken voor nietsontziende kapitalisten, dat doet deze jongen niet (wel zijn beurs spekken, kennelijk). Een appartement in het Speijerhuis midden in het centrum van Harlingen.

Eergisteren kwamen we aan bij dit heerlijke appartement. Groot op de gevel een oude muurschildering: ‘De Gunst E.A Speijer Herenkleeding.’ In wat kennelijk vroeger de kledingzaak was, zag ik nu een verzekeringsondernemer. Op de derde verdieping bevond zich ons verblijf voor de komende dagen en op de overloop zag ik drie menora’s. Ongewoon. Maar de eigenaresse houdt van leuke spullen; dat viel meteen op; de menora’s pasten daar wel bij. Geliefde J. had iets gezien toen ze het pand betrad: Voor de deur een paar Storpelsteinen. Het bleek dat de familie Speijer – die een goedlopende kledingzaak in het centrum van Harlingen hadden – van joodse huize waren en om die reden tijdens de oorlog weggevoerd werden om in Sobibor te worden vermoord. De gemeente Harlingen houdt, samen met de bewoners, de herinnering aan de kleine joodse gemeenschap die hier ooit geweest is, levend. Dat ontroert mij. Ik vind dat fijn.

Stolpersteine voor de familie Steiner voor de deur naar ons appartement in Harlingen

Gisteren fietsten we naar Franeker. Fikse wind tegen. Zowel op de heen- als de terugtocht. Het Friese landschap is behoorlijk plat. We komen niet zo vaak in Friesland, en dat bleek betreurenswaardig want de schoonheid van het stadje Harlingen – waar we al behoorlijk lyrisch over waren – wordt overtroffen door de schoonheid van Franeker. Met open mond vol bewondering liepen we over de bruggetjes langs de gevels en de rijkversierde torens. Omdat wij geen kerk zomaar overslaan en de deur van de grote kerk openstond, liepen we daar naar binnen. Terwijl de kerk als gebouw het veertiende eeuwse behield, had men binnen een verfrissende modernisering toegepast; de kerk als gemeenschapshuis voor kunst, cultuur en spiritualiteit. Zo fungeerde de kerk, naast godshuis, als plek waar kunst te koop hing, hing er een voorproefje voor de wetenschapsweek ‘Next’ die komende week zou plaatsvinden en was er een tentoonstelling ingericht over componisten en de oorlog. Een zeer interessante tentoonstelling. De meeste componisten hadden een joodse achtergrond en overleefden de oorlog niet. Twee componisten bleven hangen, bij mij: Leo Smit en zijn leerling Dick Kattenburg. Van de laatste componist had ik onlangs een indrukwekkende compositie gehoord bij de herdenking op 11 november van de razzia Hollandia-Kattenburg. De componist was een telg van de familie die eigenaar was van de kledingfabriek in Amsterdam Noord waar mijn grootvader – die nooit mijn opa werd – werkte en werd opgepakt. Leo Smit werd vermoord in Sobibor. Dick Kattenburg werd elders, ergens in midden-Europa, vermoord. En dan was er nog de tentoonstelling in het Martena museum. Daarover wellicht later meer. Maar dat de geschiedenis mij hier in Friesland op de vingers tikt, dat moge duidelijk zijn!

Judas – ITA geschreven door Robert Icke; mooi spel in een rammelend toneelstuk

Gezien op 22 april in de Stadsschouwburg van Amsterdam

Moet je een toneelstuk goed vinden als sommige acteurs en actrices de sterren van de hemel spelen? Nee, ik denk het niet. Hans Kesting speelde de sterren van de hemel in een stuk dat aan alle kanten rammelde. Ik denk dat dat de beste samenvatting is. We zagen heel goed het conflict waar de hoofdpersoon mee worstelde. Op zich maakte de toneeltekst – en dus wat er zich op het toneel afspeelde – dat wel geloofwaardig. Ik ken het verhaal rond de laatste dagen van Jezus best goed en ben wel redelijk thuis in de theorieën die de ronde doen en erg geïnteresseerd in de wetenschappelijke inzichten over dit verhaal. Als je op het passieverhaal een variant bedenkt, moet je heel goed weten waar je mee bezig bent als je het gaat opvoeren voor iemand die zojuist zowel de Johannes- als de Mattheuspassion gezien en gehoord heeft. Het toneelstuk ‘Judas’ vertelt het verhaal vanuit het perspectief van Judas. Voor mij de derde passie dit jaar; de Judas passion, maar dan niet van Bach, maar van Robert Icke. Niet op muziek, maar op een toneeltekst.

Het toneel biedt een troosteloze aanblik. We twijfelden tussen een verlaten abattoir of de wasruimte van een verlaten fabriek. Het blijkt een plek te zijn waar Jezus zich met zijn discipelen heeft verborgen nadat Johannes de Doper werd opgepakt en vermoord. Het zijn wrede tijden. We zien Judas en zijn vrouw in diepe rouw. Hun zoon is opgepakt en gekruisigd en overleden en het is Judas niet gelukt om het lichaam van hun zoon menswaardig te begraven. Het verdriet heeft ervoor gezorgd dat Judas steeds meer troost zoekt bij de prostituee Maria Magdalena. Dit doet het huwelijk van Judas met zijn vrouw Sarah geen goed. Judas had het lichaam van zijn zoon wel kunnen kopen van de Romeinen, maar op het moment dat die koop mogelijk was, gaf hij liever zijn geld aan Maria Magdalena voor wat seksuele verpozing.

In het huis waar de discipelen samen met Jezus zich verstoppen, wordt het steeds duidelijker dat na Johannes de Doper ook Jezus gezocht wordt. In plaats van de Jezus die bijna sereen zijn onvermijdelijke lot afwacht, zien we hier dat Jezus verscheurd wordt door angst en paniek. Ondertussen schrijven zijn discipelen alles op wat Jezus doet en zegt. Er ontstaat onder de discipelen, die allemaal een schuilnaam hebben, nogal wat weerstand als Maria Magdalena de voeten van Jezus zalft met dure olie en zijn voeten droogt met haar haar; het geld dat betaald werd voor die dure olie had beter besteed kunnen worden. Ondertussen is Judas op zoek naar meer geld. Dat vindt hij bij de hogepriester Kaiafas. Eigenlijk twijfelt Judas nogal over Jezus. Is hij de Messias? Als Jezus  een wonder kon laten gebeuren, dan zou hij er wel in kunnen geloven. Hoewel we op het toneel getuigen zijn van water die in wijn verandert, lijkt Judas dit wonder wel te zien, maar dringt het niet tot hem door. In een heuse laatste avondmaaltijd scene waarin brood en wijn wordt gedeeld, vertelt Jezus dat Judas hem zal verraden. Aldus geschiedt.

Volgt de toneeltekst het evangelie van Judas dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd gevonden? Nee, dat is in mijn ogen niet zo. We zien zeker niet de meest trouwe discipel die weet en begrijpt waarom Jezus aan het kruis moet sterven. Judas twijfelt aan zijn geloof en aan Jezus. Dat Jezus de Messias is, spreekt helemaal niet vanzelf en Judas is zeker niet de meest trouwe discipel van Jezus. In het begin van het stuk zien we dat hij weer bij zijn vrouw woont en sterk twijfelt over of hij zich weer wil aansluiten bij de groep discipelen. Hij verraadt Jezus niet omdat dat de verlossing mogelijk maakt, maar omdat hij geld wil verdienen. Hoe anders is het in bijvoorbeeld ‘The last temptation of Christ’ van Martin Scorsese waarin Judas in weerwil van eeuwige verdoemenis toch die verradersrol op zich neemt!  Juist omdat hij gelooft in de missie van Jezus. Over de rol van Maria Magdalena zitten we al snel in onze maag met de rol die ze speelt in de roman ‘De Da Vinci code’ van Dan Brown. Brown gaat in zijn roman waarschijnlijk veel te ver, maar feit is wel dat ergens in de diepe middeleeuwen een ongunstig beeld geschapen is van Maria Magdalena. Drie afwijkende vrouwen (een vrouw die Jezus bevrijdt van zeven demonen, een overspelige vrouw en een vrouw die Jezus’ voeten zalft) en die Jezus op zijn pad tegenkomt, en waarvan verder geen naam genoemd wordt in de bijbel, werden samengevoegd en voorzien van de naam Maria Magdalena. Als ze wel met naam en toenaam genoemd wordt in de bijbel, is ze eigenlijk een trouwe bondgenoot en volger van Jezus. Juist dat middeleeuwse beeld van Maria Magdalena gebruikt Icke voor dit toneelstuk. Nog sterker (en onwaarschijnlijker) ze blijkt al het geld dat ze in de prostitutie verdient heeft, apart te hebben gelegd. Aan het eind van het verhaal geeft ze iedereen het geld weer terug, waardoor ze dus geen hoer meer is…mmmm, tsja….

Er blijven heel veel vragen open: Traditioneel heeft Jezus twaalf discipelen. In dit stuk zien we er maar een paar. Is dat een bewuste keus geweest of is dit ingegeven door het feit dat je niet zoveel acteurs op het toneel wil? De mensen rond Jezus hebben allemaal een schuilnaam en bestaan uit zowel mannen als vrouwen. Waarom is er wel een Luca, in plaats van Lucas, maar geen Petra of Johanna in plaats van Johannes en Petrus (terwijl zij ook door vrouwen gespeeld worden)? Is het logisch dat een man die zo verschrikkelijk rouwt om de dood van zijn zoon zoals Judas, liever zijn geld uitgeeft aan wat seksueel vertier dan aan een volwaardige begrafenis van zijn zoon? Ik vind van niet. Is het logisch dat een man wiens zoon aan het kruis de marteldood is gestorven, zijn meester uitlevert om datzelfde lot te ondergaan? Zeer twijfelachtig. Eén voor één vraag hij de discipelen ‘maar naar boven’ te gaan. Wat gaat hij daar doen? Het heeft een wat perverse associatie. Is dat de bedoeling?

Heb ik een slechte en vervelende avond gehad? Welnee. Het stuk rammelde behoorlijk, maar dat neemt niet weg dat ik me goed vermaakt heb. Natuurlijk met het fantastische spel van Hans Kesting als Judas en het spel van Chris Nietveld als zijn vrouw Sarah. Fijn om Hugo Koolschijn weer te zien spelen die sinds ik op de middelbare school zat, deel uitmaakt van elk gezelschap dat zijn thuishaven had in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Jesse Mensah speelde de rol van Jezus. De man met de mooiste handen ooit, denk ik.

Blog van Frits de Klerk