Categoriearchief: Toneel

Slachthuis vijf – Rotterdams Toneel; ‘Zo gaat dat’; Geweldig!

Gezien op 3 september 2022 in de Amsterdamse Stadsschouwburg.

Eén van de gasten van het programma Zomergasten van een aantal jaren geleden, vond ‘Slachthuis vijf’ van Kurt Vonnegut het beste anti-oorlogsboek dat ooit was geschreven. Welke gast in welk jaar het precies was, weet ik niet meer, maar die opmerking maakte zo’n indruk op me dat ik het boek meteen kocht. Ik weet nog dat ik het boek in één keer uitgelezen heb en diep onder de indruk was. Als je me nu vraagt waar het boek over gaat, kan ik me er nauwelijks iets van herinneren. Ik herinner me vaak dat ik het boek gelezen heb en dat het over het bombardement in februari 1945 op Dresden gaat, maar verder niets. Met dat bombardement was ik dit jaar natuurlijk al bezig geweest toen ik de stad bezocht. Voor februari 1945 moet de stad nog mooier zijn geweest dan dat hij nu is. De barokke gebouwen staan er alsof ze er altijd gestaan hebben. Maar dat is dus niet zo; steen voor steen is de stad gereconstrueerd. Dat bombardement heeft absoluut plaatsgevonden en mag gerust gerekend worden tot één van de oorlogsmisdaden in die onafzienbare reeks die tijden de tweede wereldoorlog zijn gepleegd. Voor deze oorlogsmisdaad mag wat mij betreft het Neurenbergproces heropend worden. Van dat boek van Vonnegut herinnerde ik me dus niets. Dat heeft ook een voordeel, want ik kon het toneelstuk dat naar aanleiding van de roman gemaakt is als een onbeschreven blad bekijken met als enige kennis: Krijgsgevangen genomen soldaat, zit gevangen in het abattoir, bombardement op Dresden.

Als onze culturele seizoen opener ‘Slachthuis vijf’ van het Rotterdams Toneel maatgevend is voor het komende seizoen, dan staat ons nog heel veel moois te wachten! Toen wij gisteren de Amsterdamse Stadsschouwburg (heet tegenwoordig helaas ITA) verlieten, waren we diep onder de indruk. Ook waren we wel wat van de kaart door alle hallucinerende beelden die we voorgeschoteld hadden gekregen. En overdonderd door het fantastische spel van Bram Suijker. Ik had nog nooit van de man gehoord…hoe kan dat, heb ik onder een steen geleefd, dan? De man speelde de sterren van de hemel. Hannah Hoekstra – toch even winnaar van grote toneelprijzen – en Jip van den Dool waren niet meer dan aangevers voor Bram Suijker.

Tijdens de eerste scene zien we de hoofdpersoon uit de hemel neerdalen. Hij vertelt dat er geen tijdsverloop is; dat alles tegelijkertijd plaatsvindt maar dat wij de gebeurtenissen in een volgorde zetten. Er zitten, volgens de hoofdpersoon, aan gebeurtenissen geen begin, geen midden, geen eind, geen moraal, geen spanning, geen moraal, geen oorzaak en geen gevolg. Het enige dat je over een gebeurtenis kunt zeggen is: ‘Zo gaat dat’. Terwijl de gebeurtenissen in het leven van de hoofdpersoon in schijnbaar willekeurige volgorde voorbijschieten, horen we hem het zinnetje ‘Zo gaat dat’ eindeloos zeggen. Dan is hij weer net verliefd op zijn vrouw, het volgende moment is hij samen met zoon en dochter terwijl zijn vrouw overleden is, dan is hij weer ontvoerd door Aliens en wordt hij samen met een filmster tentoongesteld, dan vertelt hij weer hoe hij krijgsgevangene wordt gemaakt in de oorlog en hoe de reis was van het front naar Dresden. Hij popt op naast zijn zoon in Vietnam die toch weer niet zijn zoon blijkt te zijn. Eigenlijk zien we op het toneel één grote hallucinatie die uiteindelijk culmineert in de doffe dreunen van het bombardement van Dresden. Geheel toevallig zit de hoofdpersoon in de schuilkelder onder slachthuis vijf waar hij gevangen wordt gehouden en waar hij gedwongen moet werken. Die schuilkelder blijkt veilig.

Hoe krijg je zoveel hallucinerend geweld geloofwaardig op het toneel en hoe laat je een onmogelijke lange monoloog met af en toe een kleine toevoeging door een ander, niet heel erg saai worden? Door de toeschouwer visueel bezig te houden en door geweldig spel van acteurs! Met schijnbaar eenvoudige middelen wordt een hallucinerend toneelbeeld geschapen dat je vanaf het begin in haar greep houdt. Zelden heb ik de rookmachine zo functioneel perfect gebruikt zien worden. Dat lijkt misschien het noemen niet waard, maar toch. Wat echt heel erg indrukwekkend was, was een gigantische opblaasbaby die langzaam van een prop verandert in een baby en daarna weer langzaam leegloopt.

Wij hebben een fantastische avond gehad! Een absolute aanrader! Ik hoop Bram Suijker nog vaak te zien!

Judas – ITA geschreven door Robert Icke; mooi spel in een rammelend toneelstuk

Gezien op 22 april in de Stadsschouwburg van Amsterdam

Moet je een toneelstuk goed vinden als sommige acteurs en actrices de sterren van de hemel spelen? Nee, ik denk het niet. Hans Kesting speelde de sterren van de hemel in een stuk dat aan alle kanten rammelde. Ik denk dat dat de beste samenvatting is. We zagen heel goed het conflict waar de hoofdpersoon mee worstelde. Op zich maakte de toneeltekst – en dus wat er zich op het toneel afspeelde – dat wel geloofwaardig. Ik ken het verhaal rond de laatste dagen van Jezus best goed en ben wel redelijk thuis in de theorieën die de ronde doen en erg geïnteresseerd in de wetenschappelijke inzichten over dit verhaal. Als je op het passieverhaal een variant bedenkt, moet je heel goed weten waar je mee bezig bent als je het gaat opvoeren voor iemand die zojuist zowel de Johannes- als de Mattheuspassion gezien en gehoord heeft. Het toneelstuk ‘Judas’ vertelt het verhaal vanuit het perspectief van Judas. Voor mij de derde passie dit jaar; de Judas passion, maar dan niet van Bach, maar van Robert Icke. Niet op muziek, maar op een toneeltekst.

Het toneel biedt een troosteloze aanblik. We twijfelden tussen een verlaten abattoir of de wasruimte van een verlaten fabriek. Het blijkt een plek te zijn waar Jezus zich met zijn discipelen heeft verborgen nadat Johannes de Doper werd opgepakt en vermoord. Het zijn wrede tijden. We zien Judas en zijn vrouw in diepe rouw. Hun zoon is opgepakt en gekruisigd en overleden en het is Judas niet gelukt om het lichaam van hun zoon menswaardig te begraven. Het verdriet heeft ervoor gezorgd dat Judas steeds meer troost zoekt bij de prostituee Maria Magdalena. Dit doet het huwelijk van Judas met zijn vrouw Sarah geen goed. Judas had het lichaam van zijn zoon wel kunnen kopen van de Romeinen, maar op het moment dat die koop mogelijk was, gaf hij liever zijn geld aan Maria Magdalena voor wat seksuele verpozing.

In het huis waar de discipelen samen met Jezus zich verstoppen, wordt het steeds duidelijker dat na Johannes de Doper ook Jezus gezocht wordt. In plaats van de Jezus die bijna sereen zijn onvermijdelijke lot afwacht, zien we hier dat Jezus verscheurd wordt door angst en paniek. Ondertussen schrijven zijn discipelen alles op wat Jezus doet en zegt. Er ontstaat onder de discipelen, die allemaal een schuilnaam hebben, nogal wat weerstand als Maria Magdalena de voeten van Jezus zalft met dure olie en zijn voeten droogt met haar haar; het geld dat betaald werd voor die dure olie had beter besteed kunnen worden. Ondertussen is Judas op zoek naar meer geld. Dat vindt hij bij de hogepriester Kaiafas. Eigenlijk twijfelt Judas nogal over Jezus. Is hij de Messias? Als Jezus  een wonder kon laten gebeuren, dan zou hij er wel in kunnen geloven. Hoewel we op het toneel getuigen zijn van water die in wijn verandert, lijkt Judas dit wonder wel te zien, maar dringt het niet tot hem door. In een heuse laatste avondmaaltijd scene waarin brood en wijn wordt gedeeld, vertelt Jezus dat Judas hem zal verraden. Aldus geschiedt.

Volgt de toneeltekst het evangelie van Judas dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd gevonden? Nee, dat is in mijn ogen niet zo. We zien zeker niet de meest trouwe discipel die weet en begrijpt waarom Jezus aan het kruis moet sterven. Judas twijfelt aan zijn geloof en aan Jezus. Dat Jezus de Messias is, spreekt helemaal niet vanzelf en Judas is zeker niet de meest trouwe discipel van Jezus. In het begin van het stuk zien we dat hij weer bij zijn vrouw woont en sterk twijfelt over of hij zich weer wil aansluiten bij de groep discipelen. Hij verraadt Jezus niet omdat dat de verlossing mogelijk maakt, maar omdat hij geld wil verdienen. Hoe anders is het in bijvoorbeeld ‘The last temptation of Christ’ van Martin Scorsese waarin Judas in weerwil van eeuwige verdoemenis toch die verradersrol op zich neemt!  Juist omdat hij gelooft in de missie van Jezus. Over de rol van Maria Magdalena zitten we al snel in onze maag met de rol die ze speelt in de roman ‘De Da Vinci code’ van Dan Brown. Brown gaat in zijn roman waarschijnlijk veel te ver, maar feit is wel dat ergens in de diepe middeleeuwen een ongunstig beeld geschapen is van Maria Magdalena. Drie afwijkende vrouwen (een vrouw die Jezus bevrijdt van zeven demonen, een overspelige vrouw en een vrouw die Jezus’ voeten zalft) en die Jezus op zijn pad tegenkomt, en waarvan verder geen naam genoemd wordt in de bijbel, werden samengevoegd en voorzien van de naam Maria Magdalena. Als ze wel met naam en toenaam genoemd wordt in de bijbel, is ze eigenlijk een trouwe bondgenoot en volger van Jezus. Juist dat middeleeuwse beeld van Maria Magdalena gebruikt Icke voor dit toneelstuk. Nog sterker (en onwaarschijnlijker) ze blijkt al het geld dat ze in de prostitutie verdient heeft, apart te hebben gelegd. Aan het eind van het verhaal geeft ze iedereen het geld weer terug, waardoor ze dus geen hoer meer is…mmmm, tsja….

Er blijven heel veel vragen open: Traditioneel heeft Jezus twaalf discipelen. In dit stuk zien we er maar een paar. Is dat een bewuste keus geweest of is dit ingegeven door het feit dat je niet zoveel acteurs op het toneel wil? De mensen rond Jezus hebben allemaal een schuilnaam en bestaan uit zowel mannen als vrouwen. Waarom is er wel een Luca, in plaats van Lucas, maar geen Petra of Johanna in plaats van Johannes en Petrus (terwijl zij ook door vrouwen gespeeld worden)? Is het logisch dat een man die zo verschrikkelijk rouwt om de dood van zijn zoon zoals Judas, liever zijn geld uitgeeft aan wat seksueel vertier dan aan een volwaardige begrafenis van zijn zoon? Ik vind van niet. Is het logisch dat een man wiens zoon aan het kruis de marteldood is gestorven, zijn meester uitlevert om datzelfde lot te ondergaan? Zeer twijfelachtig. Eén voor één vraag hij de discipelen ‘maar naar boven’ te gaan. Wat gaat hij daar doen? Het heeft een wat perverse associatie. Is dat de bedoeling?

Heb ik een slechte en vervelende avond gehad? Welnee. Het stuk rammelde behoorlijk, maar dat neemt niet weg dat ik me goed vermaakt heb. Natuurlijk met het fantastische spel van Hans Kesting als Judas en het spel van Chris Nietveld als zijn vrouw Sarah. Fijn om Hugo Koolschijn weer te zien spelen die sinds ik op de middelbare school zat, deel uitmaakt van elk gezelschap dat zijn thuishaven had in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Jesse Mensah speelde de rol van Jezus. De man met de mooiste handen ooit, denk ik.

De Dokter; een heerlijk toneelstuk in een volle Stadsschouwburg!

De dokter, geregisseerd en bewerkt door Robert Icke, door ITA. Gezien op 18-09-2021 in de Amsterdamse Stadsschouwburg

Ik sta ambivalent tegenover de coronapas. Ik weet niet. Zoonlief is er zo fel tegen dat hij er de straat voor opgaat. Ik zit meer in een spagaat van enerzijds anderzijds. Het is een moeilijk probleem en gisterenavond profiteerde ik er stilletjes van dat ik de pas heb. Hoewel onmogelijk onwennig zat ik op de gewone ouderwetse manier in de volle Amsterdamse Stadsschouwburg. Links van me, in de stoel naast me ‘een ander’. Een mens dat ik nooit eerder gezien had en wellicht nooit meer zal zien. Naast geliefde J. aan mijn rechterkant ook een totaal onbekende. Verder mensen in mijn nek en mensen vlak voor me (lange mensen waar ik omheen moest kijken). In het begin was deze situatie totaal onwennig voor me maar toen we eenmaal een tijdje zo met z’n allen hadden zitten genieten van datgene wat er zich op het toneel afspeelde, voelde het weer helemaal als vanouds. Zoals het hoorde. Maar om daar in de schouwburg te mogen zitten, heb ik me natuurlijk wel laten vaccineren en heb ik mensen die dat niet willen, uitgesloten. Geldt hier dat het leven nou eenmaal onrechtvaardig is? Of is het helemaal niet onrechtvaardig en zijn de antivaxxers onrechtvaardig door ons voor hun dure onnodige ziekenhuisopname te laten betalen en daarmee tegen te houden dat alle maatregelen opgeheven kunnen worden. Ik weet het niet. Twijfel.

Hoe dan ook, gisteren zaten we in de Stadsschouwburg en zagen de voorstelling ‘De dokter’. Een zeer actueel toneelstuk. Niet in de laatste plaats omdat de vraag gesteld werd of medici en de volksgezondheid het bij veel levensvragen het voor het zeggen moeten hebben. Hoe actueel kan je het hebben? Maar het toneelstuk was veel breder dan dat; het ging bijna over alles wat op dit moment in onze maatschappij speelt. ‘De Dokter’ is de door Robert Icke naar onze tijd toe herschreven toneelstuk ‘Professor Bernhardi’ van Arthur Schnitzler uit 1912. In het Wenen van 1912, waar de oorspronkelijke auteur het toneelstuk situeerde, speelde andere dingen dan die vandaag spelen, uiteraard, maar relicten van wat toen speelde zitten nog steeds in het toneelstuk en dat schuurt heel soms een beetje…ik kom daar later nog op terug.

De mannelijke professor Benardi is in ‘De Dokter’ de vrouwelijke arts dr. Ruth Wolff. Ruth Wolff is oprichter en directeur van het ziekenhuis dat zich vooral bezighoudt met dementie. Maar nu is er een veertienjarig meisje binnengebracht met bloedvergiftiging. Ze heeft het opgelopen door een bij haarzelf uitgevoerde abortus. Dr. Wolff heeft de hele nacht gevochten voor haar leven maar beseft dat ze de strijd gaat verliezen; het meisje gaat overlijden. De ouders zijn onderweg maar hebben alvast de priester gestuurd om het meisje de laatste sacramenten toe te dienen. Dr. Wolff weigert de priester toe te laten tot haar patiënt, want ze heeft niet van het meisje gehoord dat ze daar prijs op zou stellen. Bovendien zou de schok die de priester mogelijk teweegbrengt met zijn binnenkomst, het meisje d’r dood kunnen bespoedigen. Daarmee is een conflict a la Antigone geboren: Volg je de wetten of de goden? Dr. Wolff kiest voor de wet, maar de goden gaan haar opbreken. De verschillende rollen worden duidelijk: Vrouwelijk, atheïstisch en gelovend in de wetenschap, joods met een witte huidskleur, tegenover de religieuze zwarte man die gelooft in de vergevingsgezindheid van de goden. Ook de dokters van het ziekenhuis komen tegenover elkaar te staan omdat ze het naderende onheil boven het van zoveel partijen afhankelijke ziekenhuis zien hangen of omdat ze het oprecht niet eens zijn met de lijn die dr. Wolff volgt. In de sociale media ontspoort het conflict.

Ondertussen worden we meegenomen in het persoonlijke leven van dr. Wolff. D’r partner zorgt voor troost onder de spanningen. Het wordt niet helemaal duidelijk of de partner in droombeelden verschijnt en al overleden is, of dat ze nog leeft en pas later overleden is. Feit is wel dat haar partner dement wordt en zelfmoord pleegt. Verder is er nog het meisje dat in een jongenslichaam geboren werd en een soort toevlucht gezocht heeft bij de hoofdpersoon.

Het hoogtepunt komt tijdens de rechtstreekse uitzending van het programma ‘Dispuut’. Een aantal deskundigen mogen dr. Ruth Wolff direct bevragen over wat er in het ziekenhuis is voorgevallen en haar beslissingen op dat moment. Hoewel het in het begin nog wel lukt om een weerwoord te hebben en haar gelijk te bewijzen aan de hand van het zuiver medisch handelen, wordt ze later in de mangel genomen en wordt de hetze onhoudbaar. Ze zit tegenover de woke mens die haar beschuldigt van racisme omdat de priester zwart was. De pro-life beweging beschuldigt haar onterecht van het uitvoeren van de mislukte abortus. Vervolgens wordt ze geconfronteerd met een abortus die ze als jong meisje zelf heeft ondergaan. Er wordt gehakt van haar gemaakt. Eén en ander eindigt met een tuchtzaak die ze verliest. Ze wordt uit haar eigen ziekenhuis gezet en voor tien jaar uit haar beroep gezet. Voor haar lijkt er geen andere uitweg dan het pad van haar partner te volgen…

Het conflict in het toneelstuk verschuift naar de strijd tussen ‘het onbepaalde midden’ en de ‘identiteitsbewuste vleugels’. Kleuren- en genderblind tegenover woke. Dit conflict wordt door de regisseur versterkt door acteurs een andere rol te geven dan op het oog meteen duidelijk is. Zo kruipt een vrouw in de rol van man, kruipt een witte man in de huid van een zwarte man, is een zwarte vrouw een witte vrouw, is een transgender duidelijk geen transgender, en een vrouw een transgender etc. Alleen dr. Ruth Wolff en haar partner lijken precies te spelen wat ze zijn. Daar heb ik kritiek op, want voor een toneelbezoeker valt het niet mee om in dat vluchtige moment dat je in het theater zit te ontdekken wie wie is en al helemaal niet als alles ook nog niet is wat het lijkt. Het wordt de toeschouwer niet makkelijk gemaakt in een toch al vrij complex toneelstuk.

Relicten uit het verleden, ik sprak er al over, zaten er ook in. De hoofdpersoon is een joodse directeur/dokter in een ziekenhuis waar ze joden zou voortrekken omdat die tot haar identiteitsgroep zouden behoren. Daar knelt het een beetje na de holocaust; van die joodse identiteitsgroep is niet zoveel over. In 1912 toen het oorspronkelijke toneelstuk geschreven werd, was er een omvangrijke joodse gemeenschap in de Europese hoofdsteden…maar waar heb je dat nu nog? Ik merkte dat ik het niet fijn vond als het jodendom erbij betrokken werd.

Maar al met al heb ik genoten. Niet alleen van het feit dat ‘we weer mogen’, maar vooral van het toneelstuk. Het is heerlijk om het spel van hoofdrolspeelster Janni Goslinga te zien; ze speelt dat de vonken ervan afspringen; in één woord: Geweldig! De meeste spelers deden het fantastisch. Eén puntje van kritiek: In één van de laatste scenes komt de priester terug en tijdens die scene was het wel heel moeilijk om te volgen wat er gezegd werd. Té zacht. Heel erg zalvend…maar dat had best wat harder gemogen. Ook fijn om weer eens in deze vorm intellectueel uitgedaagd te worden.

Kortom, ‘De Dokter’ is een aanrader. Ja, het blijft wel toneel waar men aan emoties graag een schepje toevoegt: ‘Boos, woedend, razend, toneel.’ Ik heb vaak moeite om mijn lachen te houden als men op het toneel zo verschrikkelijk uit hun plaat gaat. Maar zo is het nou eenmaal…denk ik. En er zijn, aan de andere kant ook heel veel momenten waar de emoties verstild naar je toekomen en waar je echt door geraakt wordt…niet alleen verstild, je wordt door veel geraakt, zeker als je wel eens een hetze van dichtbij hebt meegemaakt.

Het Nationaal Toneel – Amadeus; Heel erg leuk!

Ik kan me niet meer herinneren of ik de film Amadeus voor het eerst in de bioscoop heb gezien of op video of DVD. Wat ik wel weet is dat de film een verpletterende indruk op me maakte. Het verhaal op zichzelf vond ik niet echt geloofwaardig; ik had niet het idee dat Salieri een rol gespeeld zou kunnen hebben in de dood van Mozart. Maar de prachtige beelden en het fantastische acteerwerk van de hoofdpersonen in combinatie met de muziek, deed het hem voor mij. In de openingsscène begint het al meteen met het geniale adagio uit de Grand Partita. Muziek die alles goed maakt. Troostende muziek. Muziek die op je emoties werkt maar juist helemaal niet sentimenteel is. De oud geworden Salieri legt uit wat hij zo bijzonder vindt aan de muziek. ‘Het begint haast als een roestig orgel en dan, plotseling, uit het niets, een hobo. Slechts één aangehouden toon. Vervolgens wordt het overgenomen door de klarinet.’ Hij vertelt dat hij Mozart heeft vermoord en dat hij als straf zijn muziek moet zien doodbloeden terwijl de muziek van Mozart alleen nog maar grootser en mooier en bekender wordt. Salieri vertelt dat hij er alles voor over had om muziek voor de eeuwigheid te schrijven. Dat hij daarvoor op zijn zestiende een pact met God gesloten heeft. In ruil daarvoor moest hij afzien van de liefde en een deugdzaam mens zijn. Maar God heeft hem verraden. Gods verheven klanken komen op aarde middels de vulgaire Mozart. Een scheten latende erop los levende infantiele man. Zonder er schijnbaar moeite voor te doen, componeert hij de mooiste muziek en vernedert hem.

Muziek en film horen doorgaans bij elkaar, maar film en hemelse muziek is voor mij echt een gouden combinatie. De muziek van Mozart is niet zomaar gewone mooie muziek, maar geniaal mooie muziek. Diezelfde mix vond ik in de films Ludwig en Dood in Venetië van Visconti waar achtereenvolgens de muziek van Wagner en Mahler een hoofdrol spelen. Het verhaal…ach het verhaal. Wat kan ik daarover zeggen. Speelt een prettige bijrol.

Amadeus is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Shaffer. Martin van Amerongen ging nogal te keer tegen dit toneelstuk en de verfilming ervan. Het zou Antonio Salieri onterecht in een verkeerd daglicht hebben gezet. Ach, valt wel mee. Ik kan me de verhaallijn wel voorstellen. Ik denk niet dat Salieri een erg grote rol heeft gespeeld in het overlijden van het genie noch dat hij veel invloed heeft gehad op diens muziek. Maar het verhaal zoals Shaffer het opzette had heel erg goed gekund. Ze leefden tegelijkertijd op dezelfde plaats. De één verwierf absolute roem tijdens zijn leven en werd al tijdens zijn leven volkomen vergeten. De ander verwierf oneindig veel roem tijdens zijn leven en na zijn leven werd die roem alleen maar groter.

Amadeus was dus van oorsprong een toneelstuk en Toneelgroep Nationaal Toneel moet gedacht hebben dat je de film ook op het toneel kunt uitvoeren. En inderdaad, dat kan. En boeiend ook. En ook fantastisch geacteerd. De overgangen van de jonge naar de oude Salieri, bijvoorbeeld. Zag er echt fantastisch uit. Voor de muziek was een toneelorkest geformeerd dat Mozarts muziek goed over de planken bracht. Ook de mee-acterende sopraan – in dit geval Lucie Chartin – deed het acterend en muzikaal gezien erg goed. Een prachtige stem in een toneelzaal met een matige akoestiek.  Ik heb gewoon een heerlijke avond gehad. Laat ik dat maar meteen toegeven.

In de film een beetje maar op het toneel een boel, wordt de rol van Constanze neergezet als een wat naief meisje dat maar nauwelijks kan bevatten met welk genie ze getrouwd was. Ik denk echt dat het anders zat. Constanze Weber kwam uit een zeer muzikale familie. Voor zover ik weet was haar oudere zus een gevierde sopraan. Ze is de grote nicht van de componist Carl Maria von Weber. Ook niet de eerste de beste. Ik denk dat ook Constanze heel wat in d’r mars had en dat ze in het toneelstuk van Shaffner niet helemaal goed uit de verf komt. Misschien als wel vele vrouwen in dat deel van de geschiedenis. In het toneelstuk speelt ze vooral een rol in het laten zien van de vulgariteit van Mozart. Verhaaltechnisch staat dat dan mooi tegenover de deugdzame Salieri.

Leuk om te zien dat Amadeus raakvlakken met het heden krijgt. De #metoo beweging bijvoorbeeld. Als Salieri uit wraak op God zijn deugdzaam laat varen, misbruikt hij zijn macht als gevierd en belangrijk en machtig persoon, door van vrouwen seks in ruil voor een carriere te bieden. Salieri wordt fantastisch neergezet door Mark Rietman. Verder vielen de kleren van Esther Scheldwacht op die de rol van de Italiaanse intendant van de opera speelde. Leken die kleren niet verdomd veel op de wat extravagante kleren van ex-stedelijk museumdirecteur Betrix Ruf? En…wat heeft dat dan voor betekenis?  De pompeuze opkomst telkens van Vincent Linthorst als de Oostenrijkse keizer Jozef was behoorlijk hilarisch. Sander Plukaard kon, als Mozart, Tom Hulce helaas op geen enkele manier doen vergeten.

Al met al heb ik een erg leuke avond gehad.

Toneelgroep Amsterdam – Vergeef ons

Gezien op 7 april in de Stadsschouwburg Amsterdam. Regie: Guy Cassiers

Ik vraag me af waarom toneelgezelschappen er steeds vaker voor lijken te kiezen om een roman op de planken te brengen terwijl er kilometers aan toneelstukken zijn geschreven. Toneelstukken die speciaal bedoeld zijn om op de planken te brengen. Ik begrijp dat niet helemaal. Van de laatste toneelopvoeringen die ik heb gezien kan ik me eigenlijk nauwelijks een oorspronkelijk toneelstuk herinneren. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat de verhoudingen in romans niet helemaal overeenkomen voor wat op toneel gewenst is. Afgelopen zaterdag bijvoorbeeld waren we naar ‘Vergeef ons’ van het Amsterdams toneel. Een vertoneelstukte roman. Een lengte van heb ik jou daar. Zonder pauze. Wat kan een mens verdragen en hoe lang kan je zo geconcentreerd blijven. Tweeëneenhalf uur geconcentreerd blijven bij mensen die van alles beleven op het toneel. Mijn concentratie ebt echt wel weg na anderhalf uur. Na twee uur doen al mijn leden pijn van het stille zitten. Dat laatste half uurtje was ik alleen maar aan het hopen dat het snel afgelopen was. Echt heel vervelend. Hoewel het een best aardig toneelstuk was, denk ik dat ‘echte’ toneelschrijvers meer balans aanbrengen in hun stukken waardoor het menselijk lichaam er beter mee overweg kan. Dat denk ik. Met een tintelend en pijnlijk zitvlak en stekende knieën en een temperatuur van rond de dertig graden vind ik dit avondje toneel geen lichamelijke ervaring om vrolijk op terug te zien.

Dan het toneelstuk zelf. Aardig. Je ziet, de vlammen van enthousiasme slaan er niet vanaf. Ik vraag me af: waarom deze roman? Wat is er dan zo bijzonder aan deze roman. Heus, geen slechte. Je hoort mij niet zeggen dat het een baggerboek is, heus niet? Maar om nou te zeggen dat het een verhaal is waar ik nog jarenlang over nadenk… Een verhaal dat mij in mijn diepste wezen geraakt heeft… nee, dat niet. Een roman over gezins- en familierelaties. Een beetje uitvergroot. In welke roman (of toneelstuk) gebeurt dat nou niet. Eigenlijk een doorsnee roman.

Nou zag ik een tijd geleden door dezelfde Toneelgroep Amsterdam de vertoneelstukte voorstelling ‘De Welwillenden’. Ook geen wereldroman, maar wel een wereldtoneelstuk. Een toneelstuk waar ik nog tijden mee rondgelopen heb. Een toneelstuk dat ‘iets’ in me in beweging zette. Een afwijkende en nieuwe kijk op de mens en de geschiedenis. Dat was ‘Vergeef ons’ niet. Ik moet zelfs heel veel moeite doen om alles wat er in het toneelstuk gebeurde te onthouden. Gisteren zat ik er tijdens het ontbijt met Josien toch nog over na te praten. Ik bleek zelfs heuse zwarte gaten te hebben. Josien trouwens ook. Zij kon me dingen vertellen waarvan ik echt niet meer wist dat dat op het toneel gebeurd was. Ik moet toen heel even ingedommeld zijn geweest of iets meer bezig geweest zijn met mijn stekende knieën, voeten of achterwerk dan met datgene dat op het toneel gebeurde. Jammer!

Waar gaat het dan allemaal over? Twee broers die elkaar niet kunnen uitstaan. De één is televisiepersoon, de ander hoogleraar geschiedenis met als specialiteit Nixon. Op thanksgiving verleidt de vrouw van de televisiejongen zijn broer. Tijdens het overspel worden ze betrapt en de televisiejongen slaat de hersens in van zijn vrouw. De televisiejongen verdwijnt in het gevang en de psychiatrie en de Nixonspecialist wordt de stiefvader van de kinderen van zijn broer. Ondertussen heeft hij allerhande betrekkelijk oppervlakkige sekscontacten. De Nixonspecialist wordt ontslagen door de universiteit omdat ze met het vak geschiedenis wat meer naar de toekomst willen kijken (Op zich wel aardig gevonden). En zo kabbelt het verhaal zich voort. Geen idee ondertussen waar het verhaal zal eindigen of beter nog, wanneer. Uiteindelijk bleek dat thanksgiving te zijn. We hadden een jaar meegemaakt van de familie Doorsnee. Nee, dan doe ik ze te kort; er gebeurde heus wel wat…

De vorm waarin Guy Cassiers het had gegoten was wel origineel. Ze stonden er als een groep popzangers bij, de acteurs en actrices. Op het toneel microfoonstandaards. Elke acteur of actrice een eigen microfoon. Dat kan erg statisch worden, maar dat viel mee. De twee stiefkinderen van de Nixonspecialist die elf en veertien waren, werden gespeeld door de oudere Kathelijne Damen en Lucas Vandervorst. Dat gaf op zich een mooi contrast en werkte enigszins vervreemdend, maar werd uiteindelijk wel geloofwaardig.

Al met al…tsja, ik weet niet. Mijn lichaam vond het geen fijn stuk. Mijn geest, in dat gepijnigde lichaam, zegt: “Ach ja…”.

Het huis van Alba blijft gesloten

Gisteren een stukje over de piepjonge nieuwe artistiek directeur van het Noord Nederlands Toneel in de Volkrant. Wat voor stress leeft er onder acteurs en regisseurs? Dat moet enorm zijn. Vandaag lees ik over een theaterproductie waar ik graag kaartjes voor gekocht zou hebben. De voorstelling wordt afgeblazen. Het zou de binnenkomer moeten zijn van de nieuwe artistiek directeur Julie van den Berghe. De voorstellingen werd afgezegd omdat men niet zeker is van de geboden kwaliteit. Bovendien lees ik dat er met de nieuwe artistieke leider gesprekken gevoerd worden over haar toekomst. Ik krijg het er Spaans benauwd van. Vreesde ik in het verleden dat men achter mijn rug om, in stilte, aan mijn kwaliteiten twijfelde, bij deze nieuwe, piepjonge, artistiek leider staat haar mogelijke falen breed uitgemeten in de krant. Dat gaat ver. Wellicht dat het NNT zichzelf eens flink achter de oren moet krabben en moet nadenken over de vraag: Hoe breng ik jong talent tot bloei. Ik denk dat ze daar de verkeerde weg gekozen hebben. Wat moet zo’n jonge vrouw een enorme stress ervaren. Het siddert door mijn botten.

Wat betreft werkstress ben ik zonder meer ervaringsdeskundige. Ik werkte bij een detacheerder en werd bij een grote bank voor een enorm tarief per uur weggezet. Vergelijkenderwijs met andere collega’s zat ik er voor een koopje, maar voor mijn eigen gevoel was dat bedrag enorm. Ik moest van mezelf een prestatie neerzetten die in verhouding stond tot dat astronomische tarief.  Ik had het gevoel dat ik aan alle kanten faalde. Een lange tijd leefde ik in hoogspanning en tegen overspannen aan.  In werkelijkheid functioneerde ik helemaal niet slecht.  Maar dat stresserige gevoel van immer falen heeft mij lange tijd in mijn carrière begeleid.

Bij Julie van den Berghe komen mijn door stress gedreven fantasieën uit. Haar, in hun ogen, falen wordt haar niet binnenskamers medegedeeld, maar van de daken geschreeuwd. Ik vind dat men zo niet met iemand moet omgaan. Wellicht is ze zelf ook niet zo’n makkelijk persoon, maar iemands vermeende falen zo breed en luid uitmeten, vind ik eerlijk gezegd niet kunnen.

Jammer trouwens, ik had echt gehoopt dat dat toneelstuk wel op de planken kwam. Een stuk van Federico Garcia Lorca. Zo’n schrijver waar je veel over gehoord hebt, maar nog nooit iets van hebt gelezen. Tenminste ik niet. Wel Spaanse films gezien waarin de suggestie werd gewekt dat hij erin voorkwam. Vaak enorm poetische films. Ik had ‘Het huis van Bernarda Alba’ graag gezien… Dat huis blijft nu voor mij gesloten.

De Verleiders – Slikken en stikken

Gezien op 21 januari in theater Carré in Amsterdam

De Verleiders brengen een serieuze boodschap in een cabareteske sfeer. Een soort van onderzoeksjournalistiek waarvan met sketches en persoonlijke verhalen verslag gedaan wordt. Ik heb al eerder een voorstelling van de Verleiders gezien. Ook in Carré: Door de bank genomen. Dat was een aanklacht tegen het bankwezen. Slikken en stikken gaat over de gezondheidszorg. Daar valt veel over te zeggen en je kan er veel meningen over hebben. Maar welke mening verkondigde de Verleiders? Ik heb me gisterenavond in Carré prima vermaakt, daar niet van. Maar toch vraag ik me na die hele voorstelling af: Wat wilden De Verleiders nou precies. Hun analyse van de problemen is wel duidelijk, maar wat is de oplossing…

Dat er een voortdurende strijd woedt tussen burgers, overheid, verzekeraars, farmaceutische industrie en artsen is duidelijk. De kosten nemen explosief toe en het systeem lijkt vast te lopen. Kosten worden tegen de mogelijkheid van overleven aangehouden en dan wint het leven voortdurend. Ondanks dat we met grote snelheid op faillissement afkoersen, kunnen en willen we geen maathouden in het rekken van het leven. Dat is een dilemma waar we voor staan. We kunnen er niet mee omgaan en de voorstelling van de Verleiders kan er net zo goed niet mee overweg. Alle aspecten van de gezondheidszorg passeren de revue en uiteindelijk ontkomen we er niet aan om te concluderen dat het moeilijk is allemaal en dat er eigenlijk geen oplossing is. Behalve de farmaceutische industrie. Daar valt wel wat aan te doen. Daar worden kapitalen verdiend over de rug van de burger. Dat wordt stevig onder vuur genomen tijdens de voorstelling. Een prachtige rol van Victor Löw als Amerikaanse grootkapitalist die er voortdurend op uit is om zijn winst te maximaliseren en daarmee medicijnen voor een groot deel van de wereldbevolking onbereikbaar te maken. Voor ons in het rijke westen worden die medicijnen duur, heel duur en op termijn onbetaalbaar.

Onze zorgkosten stijgen inderdaad en tijdens de voorstelling worden we met de grafieken geconfronteerd. Vooral na de invoering van de marktwerking in de zorg toonden de grafieken een explosieve groei op het toneel. De grafiek ging zo stijl omhoog dat ik moeite had om het te geloven. Als de kosten naar aanleiding van nieuw beleid zo toenemen, dan verwacht ik daar heel erg veel discussie over in de politiek. Die discussie was er niet en dan ga ik twijfelen. En inderdaad, haal ik de cijfers erbij van het CBS, dan kloppen de grafieken van De Verleiders voor geen meter. Hun bewering dat de zorgkosten na de invoering van de Marktwerking in de zorg stijl omhoog zijn gegaan, klopt niet. Dat is een constante stijgende lijn die de laatste jaren juist wat vlakker is geworden. Bekijk je echter de zorgkosten in verhouding tot het BNP, dan zie je wel die stijgende lijn. Maar dat heeft vooral met het stagnerende BNP en dus de economische crisis in die jaren te maken. Extreme grafieken doen het goed tijdens de voorstelling, maar als die niet correct zijn, dan verzwakken ze de boodschap.

Neemt niet weg dat de farmaceutische industrie kapitalen verdiend door het kunstmatig hoog houden van de prijzen. Die industrie zorgt ervoor dat we steeds moeten kiezen tussen geld en het rekken van het leven. Dat we ons steeds moeten afvragen hoeveel een jaartje extra leven ons waard is en waaruit dan steevast het antwoord komt: Alles. Leven is een schaars goed en heeft een hoge prijs. Al dat kapitaal verdwijnt in de zakken van enkele grote industrieën. Hoewel daar veel waarheid in schuilt, heb ik toch ook twijfels. We moeten de farmaceutische industrie uiterst kritisch volgen en ze zullen zich heel snel moeten aanpassen aan de veranderende maatschappij; die pikt dergelijke kosten niet meer. Aan de andere kant voorziet deze industrie in een grote behoefte. De boodschap die we van De Verleiders kregen was dat de farmaceutische industrie onethische zakkenvullers zijn en dat de invoering van de marktwerking in de zorg verkeerd is geweest. (Hoewel dat laatste toch ook weer tijdens de voorstelling door Leopold Witte wordt bestreden).

Verder komt er veel aan bod. We worden met de dilemma’s geconfronteerd maar een oplossing geven, kunnen ze niet. Zorgkosten en vergrijzing. Zorgkosten en de betere preciezere diagnoses en bijbehorende medicatie. Zorgkosten en kinderkwalen. Zorgkosten en de markt. De Verleiders claimen dat de diagnostische gids voor de GGZ DSM5 vele malen dikker is dan de DSM4 om de farmaceutische industrie te spekken. Meer ziektes zouden meer medicijnen nodig maken. Ook hier vind ik ze uit de bocht schieten. Een dikkere diagnostische gids kan er net zo goed op wijzen dat ziektes beter te onderscheiden zijn door betere diagnoses. Bovendien worden er niet voor alle aandoeningen medicijnen voorgeschreven. Ik geloof wél in de integriteit van de samenstellers van de DSM5 gids en ik vind het veel te ver gaan om hen te beschuldigen van het leveren van hand- en spandiensten aan de pillenindustrie.

Viktor Löw zal ik me na deze voorstelling herinneren als de schreeuwende en op winst beluste bovenbaas van de farmaceutische industrie. Leopold Witte als de arts die van het ziekenhuis management niet de ruimte krijgt om op de door hem gewenste manier om te gaan met zijn patiënten. Tom de Ket en George van Houts als de drijvende krachten achter de voorstelling. Martijn Fischer zal ik voor me blijven zien als de wanhopige vader van een ADHD-dochter waarvan iedereen, behalve hijzelf, vindt dat het kind aan de Ritalin moet. Jammer dat het eind van het vertederende en mooie verhaal ongeloofwaardig was. Daardoor kon geen enkele conclusie worden getrokken.

Al met al een leuke avond. Er wordt wat met de feiten geknoeid en daardoor wordt de voorstelling niet overal even geloofwaardig. Ik vind dat als je gaat voor de feiten, die feiten ook waar moeten zijn. Dat is dus niet zo. Jammer!

De dingen die voorbijgaan – Toneelgroep Amsterdam/Toneelhuis

Gezien op 17 december in de Stadsschouwburg Amsterdam

Ik was een grote fan van Couperus. Toen ik zo rond de twintig was, verslond ik veel van zijn romans. Ik vond ze toen behoorlijk verslavend. De eerste zestig pagina’s is doorbijten, maar daarna…dan ontspint zich een heerlijk verhaal tegen een decor van ruisende rokken, sigaar rokende mannen; vaak verdwaald in hun onmacht om mee te doen. Soirees in Den Haag. Dienstmeisjes en gaslantaarns. Maar ook verveling en onvervuld verlangen naar iets… Samen met mijn verschrikkelijk veel te jong overleden vriend Chi konden we geen genoeg krijgen van Louis Couperus. Een paar mooie verfilmingen in de jaren zeventig hadden het hunne bijgedragen aan Couperus populariteit bij ons. ‘De stille kracht’ bijvoorbeeld. Een mijlpaal in het Nederlands televisiedrama.

Toneelgroep Amsterdam/Toneelhuis, brengt in drie opvolgende jaren, romans van Louis Couperus voor het voetlicht geregisseerd door Ivo van Hove. Vorig jaar was het de ‘Stille kracht’, dit jaar ‘De dingen die voorbijgaan’. Met, gek genoeg, muziek die die stukken verbindt. De muziek van Harry de Wit. De musicus is op het podium aanwezig en zorgt voor een constante stroom aan klanken en klankjes. Soms ondersteunt hij de teksten op het toneel, soms ook helemaal niet. Maar sfeerbepalend is het zeker. Eén van de kernen van de bijgeluiden op het toneel is de tikkende klok. Dat is goed getroffen want als iets me bijblijft in het werk van Couperus dan is het wel het gevoel van de trage tijd. Verveling is een belangrijk gevoel in het werk van Couperus; vrouwen die niet veel anders te doen hebben dan soirees (laten) organiseren, mooi zijn en manlief behagen.

Van Hove laat het verhaal zich afspelen op de vloer. Geen verhoogd toneel. De achterwand is een grote spiegel die het publiek reflecteert. Het begint ermee dat je jezelf als onderdeel van het decor ziet zitten. Een vreemde gewaarwording. Voor de spiegel stoelen in ‘wachtkamer’ opstelling in twee rijen tegenover elkaar. In die setting zal alles zich gaan afspelen. Eén stoel staat achter de rijen; voor de dienstbode Anna. Anna zit al vroeg op het podium, nog voordat iedereen in de zaal z’n stoel gevonden heeft.

Wat ik geconstateerd heb is dat Ivo van Hove op twee belangrijke verhaallijnen de nadruk legt: De misdaad die in het verleden gepleegd is en die een doem over de familie heeft gebracht en het ‘uit de kast’ komen van Lot. Weliswaar op de verhullende manier die Couperus zo eigen is, maar wat mij betreft wel erg duidelijk. Vond ik de hele avond geslaagd? Nee, dat niet. Sommige stukken waren te lang; dat had wel wat minder gemogen. Vooral de slotmonoloog had wat mij betreft korter gekund. Het verhaal was gedaan, de acteurs en actrices hadden het toneel verloten, op Lot na. En toen nog een monoloog van een minuutje of wat. Ik zou het achterwege hebben gelaten.

Aan de andere kant heb ik ook prachtige dingen gezien. De opkomst van de ‘oude mensen’ bijvoorbeeld. Gespeeld door Frieda Pittoors en Gijs Scholten van Aschat. Ze namen goed de tijd voor hun wandeling van achterin het toneel naar de voorgrond. En in die wandeling transformeerden zij zich in twee stokoude mensen met een zwaar belast gezamenlijk verleden. Heel erg fraai.

Ik stoor me makkelijk aan bloot op het toneel. Het geeft me een gluurderig gevoel en daar houd ik niet van. Mag je nou wel of niet kijken naar die blote mensen op het toneel. Het stelt als het ware je eigen perversiteit op proef. Bloot op het toneel daagt je eigen normen en waarden en je eigen seksualiteit uit. Vaak zit ik daar helemaal niet op te wachten. Maar in ‘De dingen die voorbijgaan’ had ik daar helemaal geen last van. Lot en Elly lijken een bacchanaal aan te richten van geile lust, maar dat is het juist niet; Lot wijst de lust tussen man en vrouw af. Het wordt duidelijk dat hij helemaal niet veel om lust met vrouwen geeft. Als mamma Otilie in kleurige bloemetjesjurk met haar gespierde lover op het toneel verschijnt heeft Lot vooral aandacht voor de torso van moeders lover. Niet meer voor het fragiele blote lichaam van Elly; Haar lichaam wekte geen lust. Wel lust wekken de etenswaren op haar lichaam; aardbeien, slagroom. Dat is niet wat Elly wil. Een erg mooie scene.

Al met al heb ik een lekkere avond gehad. Soms net iets te langdradig, maar over het algemeen prima.

 

De Verleiders; Door de bank genomen. George Van Houts.

Gezien op 22 juli 2016 in Carré in Amsterdam

De voorstelling begon met een leuke binnenkomer: Pierre Bokma deed niet mee. Hij werd vervangen door de regisseur van de voorstelling Aat Ceelen. Mensen die een kaartje hadden gekocht speciaal om Pierre Bokma op het toneel te zien, konden daardoor aan den lijve ondervinden waar de voorstelling over zou gaan, werd ons vanaf de bühne verteld: Oplichting. Een voorstelling waarin wijze lessen werden afgewisseld door sketches. De ene wat leuker dan de andere en de ene les wat interessanter dan de andere. Al met al een aardige voorstelling zonder dat ik meteen overloop van enthousiasme.

Tijdens de voorstelling werd het disfunctioneren van de Nederlandse particuliere banken aan de orde gesteld. Aan de hand van de strandtenthouder De Wit, probeerden de makers te laten zien wat voor rol banken spelen in het leven van mensen en hoe ze iemand kunnen maken en breken. In de eerste sketch wordt meneer De Wit verleid tot het aangaan van een veel te hoge hypotheek. Alles wordt vanuit die hypotheek gefinancierd. Niet alleen het huis, maar ook een auto, de verbouwing en een vakantie en een levensverzekering. Aflossingsvrij. Gezien de keiharde regel dat de huizenprijzen elk jaar met 4% stijgen, hoef je niets af te lossen, want het aflossen komt pas bij het verkopen van het huis. Dan is de prijs zo ver gestegen, dat er zelfs kapitaal overblijft. Bovendien een beleggingshypotheek. Alle ingelegde aflossingen worden belegd in aandelen. Ook de aandelen stijgen jaarlijks met 4 % dus…succes verzekerd. Maar alles wat zo zeker leek, blijkt natuurlijk boterzacht. De familie De Wit wordt gemanipuleerd in een positie waarin zij niet zouden moeten zitten. Je weet van tevoren dat het mis gaat.

Dat gemanipuleer legt meteen ook de zwakke kant van de voorstelling bloot. Er is naar mijn smaak veel te weinig plaats voor zelfreflectie. Er wordt gewezen naar de tussenpersoon en de bank. Zij zijn uitsluitend uit op winst maken, zij denken alleen aan geld verdienen. De familie De Wit daarentegen, is slachtoffer. Wij allen zijn Meneer De Wit; Wij allen zijn slachtoffer. Van hun! Van tussenpersonen en banken. Is dat zo?

Nee dus. Net zo goed als dat we de familie De Wit zijn, zijn wij ook de tussenpersoon en zijn wij ook de bank. Hebberigheid zit in ons allen. Als de kans zich voordoet draaien we allemaal graag de poot van onze buurman uit. Feitelijk gaat het niet om de financiële sector; wij zijn het allemaal! Natuurlijk hebben banken, als specialisten op financieel gebied, maar zeker ook als grote instelling, een extra verantwoordelijkheid. Die verantwoordelijkheid is in het verleden onvoldoende genomen. Dat zal ook nu nog niet op orde zijn. Maar zolang die fundamentele menselijke houding, hebberigheid, niet wijzigt, wijzigt er niets. Eigenlijk geven we Gordon Gekko in Wall Street gelijk: ‘The point is, ladies and gentleman, that ‘greed’ — for lack of a better word — is good. Greed is right. Greed works. Greed clarifies, cuts through, and captures the essence of the evolutionary spirit. Greed, in all of its forms — greed for life, for money, for love, knowledge — has marked the upward surge of mankind.’

We weten wel dat Gekko ongelijk heeft, maar handelen we er ook naar? Voelen we ook Gekko’s ongelijk…

Een bijzonder geslaagde sketch was het afscheid van SNS baas Sjoerd van Keulen van de bank in aanwezigheid van zijn opvolger Ronald Latenstijn. Erg goed en leuk geacteerd; de SNS baas die de ene risicovolle investering heeft gedaan na de andere. Die de bank naar de beurs heeft gebracht en die zonder meer verantwoordelijk is voor de uiteindelijke ondergang van de bank naast de weinig sprekende of charismatische opvolger die het uiteindelijk allemaal heeft laten gebeuren.

Ook daar past zelfreflectie. Houden we niet allemaal van ondernemende, charismatische, expressieve mensen? Houden we niet allemaal van mensen als Sylvia Toth, Jan Timmer, Cor Boonstra of Rijkman Groenink? Slagvaardigheid, ondernemerschap, charisma, rechtdoorzee en nietsontziend…het zijn eigenschappen die in onze maatschappij hoog worden gewaardeerd. En…de maatschappij zijn wij. Zolang wij dit soort eigenschappen waarderen, krijgen we mensen aan de top die dergelijke eigenschappen hebben.

Ik weet dat er onderzoek wordt gedaan naar het creëren van geld door particuliere banken. Toch begrijp ik het niet. Als je een lening bij een bank aangaat, is het niet zo dat er vanuit het niets een bedrag bij je naam getypt wordt. Het gaat wel degelijk van een bankrekening af. Op die bankrekening staat een bedrag dat evenveel minder wordt als het bedrag dat aan jou uitbetaald wordt. Die rekening begon bij 0 en is nu zo hoog als hij is door af- en bijschrijvingen. Ik heb dat gezien bij ABN-AMRO. Toch heb ik ook weer gehoord dat het grootste deel van het uitgeleende geld, in eerste instantie niet bestond… ik weet het niet. Ik hoop daar meer over te weten te komen.

Ik was ook bij het nagesprek. George van Houts interviewde een journalist. Was helaas niet zo interessant omdat de journalist (waarschijnlijk) beter schrijft dan praat. Hoewel…terecht hield hij wat vragen van zich af omdat het heel verleidelijk is om met de algehele anti-banken stemming mee te gaan terwijl niemand de wijsheid in pacht heeft.

Maar al met al, een geslaagde avond in Carré.

Bloot op het toneel

Ik heb het al verschillende malen voorbij zien komen. En heus, ik ben nieuwsgierig, maar ik ga toch niet. De recensies spel ik tot de laatste letter uit. Plaatjes bekijk ik. Voorvertoningen in talkshows…Alles wat ermee te maken heeft, bekijk ik, maar daadwerkelijk het theater instappen…een kaartje kopen, nee, dat gaat te ver. Op de één of andere manier wil ik daar wel en niet mee geconfronteerd worden; het naakte lichaam. Ik heb helemaal niets tegen blote borsten of een piemel, maar in het theater…ik weet gewoon niet waar ik moet kijken. Mag ik ernaar kijken? Maar dat is toch van hem of haar? Het heeft een uitwerking op mij. Als ik naast mijn geliefde in het theater zit geeft het een gevoel van vreemd gaan. Dat voelt heel gek.

De voorstelling ‘Privacy’ gespeeld door Wine en Ward (laat hun achternamen maar zitten want dan allitereert het niet meer), in het Compagnietheater. Een heel klein theatertje op de Wallen in Amsterdam. Vanzelf zit je al heel erg dicht op de acteurs. Nee, ik ga niet, hoewel ik zo verschrikkelijk nieuwsgierig ben! Maar naar wat?

Jaren geleden zag ik ‘Vrijdag’ van Hugo Claus. Eén van de mooiste toneelstukken die er in het Nederlands geschreven zijn. Rauw. Confronterend. Maar ook zo verschrikkelijk teder. Het speelt zich af in de sociale gelederen waarin Claus zijn beste werken laat afspelen; de onderklasse. Daar gaat zelden iets goed. Verkrachting, incest, geweld. ‘Vrijdag’ gaat, in grote lijnen, over een man die uit de gevangenis komt. Hij heeft daar gezeten omdat hij incest pleegde met zijn dochter. Op schitterende wijze ontrafelt Claus het liefdesleven en de relaties van man, vrouw en dochter. In de voorstelling die ik zag, had men een deel van die liefdescarrousel uitgebeeld door uitkleden en aankleden van de personages. In een rap tempo waren de acteurs en actrices bloot en weer aangekleed. De dochter werd door een bloedmooie jonge actrice gespeeld. (Echt, ik weet niet meer wie ze was, maar geloof me, ze zag er hemels uit). Ik had een plekje vrij vooraan in de zaal, iets van het midden af. In de Meervaart in Amsterdam. Die fantastisch knappe actrice die de dochter speelde, zat op handen en voeten met haar billen naar de zaal op het puntje van het toneel. En zo trok ze haar broekje uit. Ze toonde haar blote alles recht in het gezicht van de zaal. En ik kon het net niet zien. Oke, haar borsten…prima. Die had ik gezien en mooi gevonden, maar haar billen, en haar benen ietsje wijd en op handen en voeten recht naar de zaal… Ik moest verschrikkelijk slikken en was blij en vond het oh zo jammer dat ik geen plek in het midden had, want nu kon ik het, gelukkig en jammer genoeg, allemaal net niet goed zien.

‘Vrijdag’ van Hugo Claus. Dat mooie toneelstuk. Het ging vanaf het billenmoment compleet aan mij voorbij. En ik schaamde me ten opzichte van Josien die naast mij zat. Net of mijn hunkering om goed naar dat fraaie kontje te kijken iets afdeed aan wat ik voor Josien voelde. Helemaal niets dus. Eigenlijk hoefde ik me helemaal niet te schamen. Maar dat deed ik toch.

Volgens mij vinden die blote acteurs en actrices op het toneel het ook wel erg leuk om mij zo in verwarring te brengen!

Als ik van tevoren weet dat er veel bloot zit aan te komen in een toneelvoorstelling, dan weet ik niet zeker of ik kaartjes ga kopen. Of…voor mij alleen; zonder Josien? Mmm, dat voelt helemaal niet fijn.