Categoriearchief: Literatuur

Alexandra – Lisa Weeda; Verwarrend maar ook actueel

Ik ben niet uitsluitend met de oorlog in Oekraïne bezig, maar wel heel veel. Eigenlijk veel meer dan mij lief is. Ook nu het nieuws over die oorlog langzaam in de media wat naar de achtergrond schuift, ben ik nog altijd naarstig op zoek naar nieuws. Vooral positief nieuws. Ik wil zo graag dat de Oekraïners de oorlog winnen en de Russen uit hun land verjagen dat het op grond van de kracht van mijn wens al zou moeten kunnen lukken…hoop ik. Veel Nederlandse ex-generaals ken ik inmiddels net zo goed als de virologen een half jaar geleden. Zo heb ik ongeveer dezelfde gemankeerde verhouding met ex-generaal Mart de Kruif als met professor Marc Bonten; ik hang aan hun beider lippen maar ben toch altijd ietwat teleurgesteld aan het eind van hun betoog. Net eventjes te pessimistisch naar mijn wens. Ik troost me maar met de gedachte dat hoe deskundig ze ook moge zijn, het wat sombere beeld dat ze schetsen toch – soms – wat gunstiger uitpakt. Zo voorspelde Mart de Kruif dat de omsingeling van Kyiv onontkoombaar was, maar dat viel gelukkig wel weer mee.

Nu we Kiev als Kyiv zijn gaan spellen en we plaatsen als Zaporiza, Cherson, Charkiv en Tsjernihiv zonder moeite op de kaart van dat grote land kunnen aanwijzen en we weten dat de oorlog in theorie om de Donbas is begonnen, wordt een roman die in zich rond en om en in de Donbas afspeelt makkelijk erg populair. Als je wat boze gedachten koestert zou je ook haast kunnen gaan denken dat deze roman vanwege die strijd in de Donbas geselecteerd werd voor de shortlist voor de Libris Literatuurprijs. Omdat we de uitslag van het volgens de jury winnende boek al hebben gekregen, weten we zeker dat politiek geen rol speelde en dat de roman Alexandra van Lisa Weeda op eigen kracht op de shortlist is gekomen; de roman won de prijs uiteindelijk niet. Bij mij eindigt deze roman ook niet bovenaan. Wel aardig, maar ook niet meer dan dat. Dat heeft erg te maken met de manier van vertellen. De roman is geschreven in de ik-vorm, maar de ‘ik’ is niet altijd dezelfde ‘ik’. Daardoor wist ik vaak niet meer waar ik met wie op welke plek was. Met daarnaast nog een overdosis aan personages met namen die voor mij moeilijk uit elkaar te houden zijn, een vrij ingewikkeld boek om te lezen.

Achteraf denk ik dat ik het mezelf wel heel erg moeilijk heb gemaakt door het als e-book te lezen want daardoor is het moeilijk terug te springen naar de eerste pagina’s van het boek waar een en ander wordt uitgelegd over de namen. Vooruit springen naar de achterste pagina waar een landkaart en een stamboom is afgedrukt lukt ook niet goed met een e-book. Dat is waarschijnlijk de reden dat ik nogal verdwaalde in de Nikolajs die vaak Kolja worden genoemd en de Nastja’s die ook wel eens Anastasiia heet of Sasja dat de afkorting is van Alexandra. Daarnaast zijn er diverse ik-figuren die je ook niet makkelijk uit elkaar houdt. Nee, dit boek is voor de slordige pretlezer die ik ben geen makkie. Toch lukt het best goed om het verhaal te volgen uiteindelijk, ondanks de verwarring. En weet je eenmaal waar je met wie in welke tijd jezit, dan is het boeiend geschreven.

Er zijn twee grote verhaallijnen. Het verhaal van Lisa die om een overleden familielid te eren een geborduurde doek met de familiegeschiedenis erop geborduurd naar het graf in de Donbas brengt. Het andere verhaal is de biografie van een vrouw die in de Donbas opgroeit en die de oma is van Lisa, de hoofdpersoon in die andere verhaallijn.

Oma Alexandra wordt geboren op het vruchtbare land van de Donbas als boerendochter. Maar dan komt de tijd van Stalin. Van gewone boer met een paar mensen in dienst worden ze ineens vijanden van het volk. Koelakken. Ze worden van hun grond afgejaagd en mogen niets meenemen. Hun boerderij gaat op in een kolchoz onder leiding van een incompetente apparatsjik. Grote hongersnoden zijn het gevolg. Daarna komt de Duitse bezetting door de nazi’s.  De meisjes van rond de achttien, waaronder oma Alexandra, worden weggevoerd naar Duitsland om aldaar tewerk te worden gesteld. Daar ontmoet ze haar Nederlandse man en komt ze in Dordrecht te wonen en wordt ze aldus de oma van Lisa.

Zoals gezegd, uit politieke motieven had het mij niets verbaasd als dit boek de Libris literatuurprijs had gewonnen, maar dat heeft het niet. Diverse andere prijzen wel, maar de Libris literatuur prijs niet. Ik denk terecht, want het is zeker niet mijn favoriete boek van de shortlist.

Mariken Heitman – Wormmaan; wel aardig

Eigenlijk ben ik wel weer eens toe aan een roman over gewone hetero’s. Vooral onder vrouwelijke auteurs lijkt genderverwarring het thema tegenwoordig. Ik wil wel weer eens een roman over een vrouw die zich vrouw voelt en op mannen valt, of over een man die zich thuis voelt in zijn lichaam en op zoek is naar een vrouw. Eventjes geen transgenders (of mensen die vermoeden dat ze dat zijn) en even geen homo’s of lesbo’s. Heus, de regenboogvlag staat op mijn voorhoofd getatoeëerd, maar ik heb er gewoon even genoeg van al dat getob. Ik moest het boek van Mariken Heitman wel lezen, want het staat op de shortlist van de Libris literatuurprijs en zoals alle afgelopen jaren lees ik de hele shortlist. Om maar meteen met de deur in huis te vallen; het is een best aardige roman. Het leest niet makkelijk weg. Vaak moet je naar houvast zoeken: waar zitten we precies en met wie en wat zijn we aan het doen? Die zoektochtjes naar houvast zorgt ervoor dat het je als lezer maar mondjesmaat lukt om je te identificeren of op zijn minst meegenomen te worden in het verhaal.

Hoofdpersoon Elke is zaadveredelaar. Op het moment dat de roman begint heeft ze een grote domper te verwerken: De pompoen die ze gekweekt heeft en waar voor de verkoop van de zaden al een hele reclamecampagne werd opgetuigd, blijkt precies hetzelfde te zijn als de pompoen van de concurrent. De door de concurrent opgekweekte pompoensoort is echter al gepatenteerd en in de handel genomen. Het veredelingsproject van de hoofdpersoon is daardoor mislukt. Wat opvallend is, is dat de pompoensoorten van zowel Elke als de concurrent hybride zijn. Het zaad uit de pompoen kan nooit een nieuwe pompoenenplant opleveren. Doordat de vrucht deze voortplantingseigenschap verloren heeft, komen andere eigenschappen die we veel liever willen hebben beter uit de verf. De plant verliest eigenschappen waarmee het zichzelf in stand kan houden, maar krijgt eigenschappen die wij mensen graag willen ervoor terug.

Om het echec van haar pompoenveredelingsproject te verwerken besluit ze om in het huisje van haar overleden oom Filip op één van de Waddeneilanden in retraite te gaan. Ze wil daar een speciaal project uitvoeren namelijk een erwt on-veredelen. Ze wil de erwt terugkweken naar haar oervorm. Met eigenschappen waarmee de plant zich kan verdedigen tegen haar natuurlijke vijanden zoals bijvoorbeeld een taaie haast ondoordringbare zaadhuid of bitterstoffen waardoor geen dier (en dus ook mens) de erwt wil eten. Onderwijl verzint ze een verhaal over een stam mensen in de oertijd die juist die eerste erwten hebben gevonden. Zij staan aan het begin van het traject om de erwt op te kweken naar de vorm die we nu kennen; een gewas waarmee we ons kunnen voeden. In die verzonnen oerwereld spelen vergeten riten een rol. Heilig is een gecastreerde jongen. Een man kortom die geschikt gemaakt is om rituelen uit te voeren, maar daarvoor wel een eigenschap heeft moeten verliezen waarmee hij zich in stand kan houden.

Voor hoofdpersoon Elke geldt dat ze ook moeite heeft om zich voort te planten. Ze wordt in winkels vaak aangezien voor een man en als niet-man valt ze op vrouwen. Ze gaat uit met een vrouw en stopt een paar sokken als ware het een kunstlul in haar broek. Ze lijkt te zoeken wat de eigenschappen van het niet (kunnen) voortplanten bij haar voor veredelingen heeft gezorgd. Ondertussen overweegt ze allerhande diersoorten die zich voortplanten en die zich op die wijze aanpassen aan de omstandigheden. Zo overdenkt ze op het Waddeneiland het ontstaan van dwergsoorten op het eiland Flores waar een vriend van haar onderzoek naar doet. Er schijnt daar een dwergolifant te hebben geleefd en een dwergmens die niet groter werd dan een meter.

De roman is zoals gezegd op de shortlist terecht gekomen van de Libris literatuurlijst 2022. Als pretlezer, want dat ben ik, vond ik het een moeilijk boek. Helemaal geen lekker boek. Het leest zonder meer stroef. Denk je dat je eindelijk een lijn te pakken hebt, dan ben je hem ook zo weer kwijt en besef je je dat je al enkele bladzijden een stam in de oertijd volgde. Als amateur-lezer had ik het boek toch wel vrij snel weer dicht geslagen, maar omdat ik voor deze literatuurprijs eventjes helemaal geen amateur ben, heb ik stug doorgezet. Uiteindelijk vind ik het allemaal wel aardig maar besef ik me dat ik weinig gemist zou hebben als ik de roman niet gelezen had. Je vraagt je dan ook af voor wie deze roman geschreven is. Een moeilijke vraag wellicht en misschien wel een onmogelijke vraag omdat het in ons tijdsgewricht zo is dat een kunstenaar niet aan het publiek zou moeten denken; de kunstenaar schrijft vanuit zichzelf en voor zichzelf en is blij als een ander dat waardeert…

Mariken Heitman is biologe en dat laat ze je weten ook. Daar krijg je soms leuke woorden van. Het woord ‘aarspil’ bijvoorbeeld. Het moet wel aar-spil zijn, maar ik heb toch nog even getwijfeld over aars-pil. Kan net zo goed.

Deze roman over (on)vruchtbaarheid en (de onmoglijkheid van) voortplanting is wel aardig maar behoort zeker niet tot mijn favorieten voor de hoofdprijs

Libris literatuurprijs 2022.

De shortlist van de Librisliteratuurprijs is bekend gemaakt. Je zou het haast vergeten door alle ellende die over Europa is gekomen doordat Rusland Oekraïne binnenviel. En dan te bedenken dat we net de coronapandemie te boven waren (denk ik). Dus dat wordt lezen! Een dagje na het bekend maken van het lijstje heb ik de boeken aangeschaft. Deze keer bij mijn eigen boekwinkel De Dolfijn in de Haarlemmerstraat. Niet dat de boekwinkel er iets van meekrijgt, want alles gaat via het internet. Om het lijstje compleet te maken moest ik vijf boeken kopen. De zesde was al in mijn bezit en heb ik ook al gelezen; De fantastische roman van Nico Dros: Willem die Madoc maakte.  Vooruitlopend op mijn jaarlijkse leesexercitie had ik ook al een roman uit de longlist voor de Librisliteratuurprijs 2022 gekozen (wie weet geeft me dat een leesvoorsprong): De hemel is altijd paars van Sholeh Rezazadeh. Helaas, die roman kwam niet op de shortlist. Eigenlijk wel terecht denk ik. Een mooi debuut maar meer ook niet. Wel aardig, vond ik het.

Welke boeken zijn het geworden? Van geen enkele auteur heb ik ook maar iets gelezen met uitzondering van Nico Dros. Wel had ik van een auteur inmiddels gehoord. Lisa Weeda is een paar keer op de televisie geweest. Niet om over haar boek te praten maar wel over haar Oekraïense familie. Haar roman Aleksandra is een van de boeken waar ik erg nieuwsgierig naar ben. Voor zover ik weet zou de roman zich in dat geplaagde land in oost Europa afspelen.

Alle zes op een rijtje:

  • Willem die Madoc maakte van Nico Dros.
  • Wormmaan van Mariken Heitman.
  • De Mitsukoshi Troostbaby Company van Auke Hulst.
  • De atlas van overal van Deniz Kuypers.
  • Onze kinderen van Renée van Marissing.
  • Aleksandra van Lisa Weeda.

Mijn leesstrategie is als volgt: Ik lees eerst de minst aantrekkelijke, daarna de aantrekkelijkste, daarna de op een na minst aantrekkelijke etc. Maar omdat ik van geen van de auteurs iets gelezen heb, weet ik er natuurlijk helemaal niets van af. Hoe dan ook, ik ben met Wormmaan van Mariken Heitman begonnen. Hoewel ik nog niet heel ver ben wil ik wel mijn eerste indruk geven; deze gaat het niet worden. Vermoeiende roman, maar wellicht gaat hij ineens toch nog boeien!

Deze jongen leest stug door!

Anna Enquist – Sloop; Somber en mooi.

Onwillekeurig moest ik tijdens het lezen van de roman ‘Sloop’ van Anna Enquist denken aan een aflevering van het Brits komische duo French en Saunders waarin ze een scene uit een film van Ingmar Bergman op de hak namen. Alles zwaar en alles somber; de ene ellende volgt op de andere. ‘Sloop’ is een loodzwaar boek en die kwalificatie zegt – net als de films van Ingmar Bergman, overigens – helemaal niets over de kwaliteit van de roman. Ik vind het een fantastische roman. Een roman over liefde, gemis, rouw en verdriet, een roman waarin de hoofdpersoon naar de zin van het leven zoekt. Een roman waarin de waarde van kunst in het leven wordt gewogen ten opzichte van de liefde voor minnaar en kind. Een complexe mooie roman, kortom, met weinig licht. Of toch een beetje? De hoofdpersoon verknoopt zichzelf nogal met haar rococo vakgenoot Joseph Haydn. Hoewel Anna Enquist vooral de tragiek in het leven van de componist Haydn belicht, blijft hij toch de man die wel degelijk humor in zijn werk bracht. Tenminste ik ken hem vooral van de afscheidssymfonie en de symfonie met de paukenslag. Het oratorium ‘Der Schöpfung’ speelt een belangrijke rol in de roman. Der Schöpfung…de schepping tegenover Sloop. De titel van de roman, maar ook de titel in de roman van het oratorium dat de hoofdpersoon schrijft en dat uiteindelijk ook het sluitstuk is in de roman…hoewel….

Het eerste hoofdstukje van de roman staat bol van de betekenis. Als ouverture raakt het bijna alle thema’s en verhaallijnen die komen gaan. De hoofdpersoon kijkt naar een filmpje zonder geluid van de sloop van een muur waarop een enorme muurschildering staat van een meisje van een jaar of tien op de rug gezien. Ze is aan het touwtje springen. De hoofdpersoon kijkt naar de sloop van het kunstwerk op de muur terwijl ze bedenkt hoe ze het filmpje van de juiste muziek kan voorzien; slopen en scheppen in één adem door. Alice Augustus is een succesvol componiste. Een klarinetconcert dat ze geschreven heeft wordt regelmatig uitgevoerd en ook haar requiem ‘De weduwen’. Ze verdient veel geld met het componeren van jingles onder reclameboodschappen. Ze schaam zich daar erg voor, vandaar dat ze dit ‘triviale’ werk onder pseudoniem schrijft. Door haar werk voor reclamebureaus heeft ze haar man Marcel leren kennen. Hij weet niets van muziek maar alles van beleggen. Ze hebben elkaar ontmoet toen ze onder reclames voor de verschillende beleggingsproducten van zijn bedrijf de muziek componeerde. Alice heeft een grote kinderwens. Ze heeft moeite om zwanger te raken en daarom is ze onder behandeling. Joseph Haydn is de componist die haar het meest lijkt te inspireren. Ze heeft diverse biografieën bij de hand. Officieel, zo leest Alice, bleef Haydn kinderloos. Maar er is in zijn leven een mysterieuze vrouw waar hij geregeld mee correspondeert zonder dat echt duidelijk wordt wat hun relatie precies was. Zijn brieven zijn wel opvallend veel intiemer van toon dan zijn andere brieven en…de vrouw heeft kinderen. Van Haydn? Alice weet het niet.

Als enige vrouwelijke student compositie voelt Alice Augustus zich verloren. Ze is erg talentvol. Ze krijgt tijdens haar studie een heftige relatie met haar leraar, de op dat moment beroemde componist Duck van Dijk; zij rond de twintig terwijl hij tegen zijn pensioen aan zit. De stelling van Duck van Dijk is dat het moederschap en componeren niet samen gaan. Als ze zwanger van hem raakt is de euforie in het begin desalniettemin enorm. Al snel beseft Duck van Dijk hoe groot het leeftijdsverschil is. Hij kan zijn verhouding voor zichzelf niet verantwoorden en beëindigd de relatie. Alice voelt zich met haar zwangere lijf gedumpt. Eigenlijk ziet ze geen andere mogelijkheid dan abortus. Maar voor de abortus kan plaatsvinden krijgt ze een miskraam. Ze trekt zich helemaal in zichzelf terug op een woonboot. Daar komt ze een jongen tegen die zit te vissen. Naar blijkt alleen met aas maar zonder haak. Hij voert twee koi-karpers die door de eigenaar in de rivier zijn gedumpt toen ze ziek waren. Ze zijn niet doodgegaan maar zijn uitgegroeid tot enorme en goed gezonde vissen…ondanks dat ze gedumpt waren. Dat gegeven lijkt Alice ter harte te nemen. Ze krabbelt langzaam weer op en weet het verdriet dat ze voelt van de verbroken relatie en het verlies van de ongeboren vrucht te verwerken in het oratorium ‘De Weduwen’.

In de roman veel spiegelingen en contrasten. Zeer precies en consciëntieus geschreven. Ook met veel gevoel, maar zonder humor. Het is een echte Anna Enquist, somber en mooi!

Sholeh Rezazadeh – De hemel is altijd paars; hypersensitief.

Op sociale media had ik N. uit Teheran ontmoet. Lang geleden. Ik zit niet meer op sociale media, maar destijds wel. Het was een site waarop je correspondentievrienden kon maken over de hele wereld. Omdat ik geïnteresseerd was in de ayatollahs en in eten en N., net als ik, een liefhebber is van lekker eten, nodigde ze ons uit om bij haar te komen eten. Ze was blij verrast toen ik op haar uitnodiging inging en voor geliefde J. en mij zelf een retourtje Teheran kocht. Aldus ontmoette wij haar in het echt. Vreemd genoeg troffen we niet alleen haar dochter en haar aan, maar troffen we bij haar ook nog een man waar ze het nog nooit over gehad had. In een land waar de seksen zo gesegregeerd zijn als in Iran, vond ik dat een beetje raar. Op zich maakte ik er verder weinig gedachten over vuil; ze heeft een vriend, so what. Reza, zo heette hij, reed vriendin N., geliefde J. en mij heel Teheran rond en hij was zeer voorkomend. Ik had gehoord dat er in Iran veel opiumverslaafden leefden. Ik probeerde het daarover te hebben; drugsverslaving als grote stadsprobleem in Amsterdam maar ook in Teheran. Maar ze wilden het er in het geheel niet over hebben. Het leek of vriendin N. iets te vrezen had van die hele aardige Reza. Later bleek Reza geen lover te zijn en dat hij al snel geen contact meer met vriendin N. had. Reza kwam en ging zonder verdere aankondiging. Daardoor zijn we gaan denken dat Reza overheidsbeleid en censuur in persoon was. Maarja, zeker weten doen we het niet.

In de roman ‘De hemel is altijd paars’ van Sholeh Rezazadeh speelt opiumverslaving in het moderne Iran een belangrijke rol. Wat ik gehoord had over die opium in Iran klopte dus zeker wel. ‘De hemel is altijd paars’ is een wel aardige roman over een uit Iran afkomstige jonge vrouw die in Amsterdam een nieuw leven probeert op te bouwen.

In het begin van de roman ligt er op de deurmat van de winkel in tweedehands kleren en spullen van de 32-jarige Arghavan  een brief van de gemeente. Er wordt haar meegedeeld dat de judasbomen waar ze vanuit de winkel op uitkijkt, binnenkort gekapt gaan worden. Judasbomen bloeien met een zee aan paarse bloemen en de bladeren kleuren ook paars. De bomen hebben een speciale betekenis voor d’r. De roman speelt zich af tussen aankondiging van de kap en de rauw om de gekapte bomen. In haar winkel komt vaak Anna. Ze is danseres en ze koopt kleren voor haar groep om dansvoorstellingen te maken. Arghavan en Anna worden vriendinnen. Een andere klant die in haar winkel komt is Johan, een wat oudere excentrieke man. Hij zegt zijn cassetterecorder te willen verkopen omdat hij stuk is. In plaats van geld hoopt hij dat ze een cassetterecorder kan vinden die het wel doet en te ruilen. Met de cassetterecorder neemt hij het geluid van de bomen op, maar dat lukt dus niet meer. Tenslotte maakt ze kennis met Mees. Hij lijkt zo ongeveer van haar leeftijd en hij speelt fluit. Als hij naar fluitles gaat komt hij langs haar winkel en op een dag spreekt hij haar aan. Hij Googelt Arghavan en Google geeft hem een oud Perzisch liedje. Dat studeert hij voor haar in. Dat maakt haar erg verliefd op Mees. Mees doet moeite om haar kennis te laten maken met zijn wereld, maar Arghavan heeft het gevoel dat ze daar niet in past. Mees kapt daarop de beginnende affaire af…en dat valt zo ongeveer samen met de kap van de Judasbomen waar ze op uit kijkt. Waar Anna de dansende levensvreugde vertegenwoordigd en Johan de natuurkrachten is Mees de verpersoonlijking van de liefde.

Ondertussen heeft Arghavan veel herinneringen aan een moeilijke jeugd in het Iraanse Tabriz. Als klein meisje was ze gek op haar vader en haar vader was gek op haar. Moeder was koud en kil tegen haar en laat haar keer op keer weten dat ze ongewenst is. Vader en moeder hebben een tegengestelde houding ten opzicht van de jonge Arghavan. Haar ouders hebben ook veel ruzie. Haar vader is steeds vaker in zijn studeerkamer. Dat is een kamer waar ze niet mag komen. Het ruikt er vreemd. Samen met haar vader leest ze gedichten. De Iraanse cultuur is een cultuur vol gedichten. Op een dag is ze op zoek naar een dichtbundel, maar kan hem niet vinden. Daarom overtreedt ze het verbod om haar vaders kamer in te gaan en ontdekt ze dat haar vader op dat kamertje opium rookt. De opium wordt een steeds groter probleem in het gezin. Moeder kan het niet meer aan en vertrekt en laat de jonge Arghavan achter bij haar vader. Vanaf dat moment gaat de verslaving van kwaad tot erger en moet het meisje maar zien hoe ze ermee omgaat.

De roman is zeker niet onaardig om te lezen. Wat opvalt is de hypersensitiviteit van de hoofdpersoon. Op het sentimentele af. Ik moet zeggen dat ik daar af en toe wel een beetje kriebelig van werd. In die zin kan ik me goed voorstellen dat Mees het al uitmaakt voordat hun relatie iets voorstelt. Verder ligt de symboliek overal een beetje dik bovenop. Dit alles wordt aan de andere kant weer goedgemaakt door een redelijk vlotte maar ook heel poëtische schrijfstijl.

We kunnen het – Nelleke Noordervliet; Een mooie Rotterdamse roman in coronatijd.

Een Rotterdamse roman. Als je een roman leest vorm je beelden in je hoofd. Mijn Amsterdamse referentiekader vertaalt een Rotterdams decor makkelijk naar een Amsterdams equivalent. Een belangrijke plek in de roman ‘We kunnen dit’ van Nelleke Noordervliet is de zieltogende boekhandel van Helen Brand. Wat voor beeld vormde deze lezende Amsterdammer daarvan in zijn brein? De inmiddels verdwenen boekhandel aan het Valeriusplein in Amsterdam. Op de een of andere manier past Noordervliets beschrijving wonderwel op het beeld dat ik opgeslagen heb van deze boekwinkel. Ik heb niet zoveel met Rotterdam, maar omdat ik het boek erg fijn vond en de beschrijvingen zo duidelijk, heb ik op Google maps wat routes nagelopen. Zo kwam ik bijvoorbeeld in het parkje terecht in de schaduw van de Laurenskerk en zag ik de door de auteur beschreven bankjes. De mannelijke hoofdpersoon zit in de roman op een bankje aan de kant van het beeld van Erasmus en kijkt naar de overkant waar hij zijn liefde fantaseert. Dan is Google maps weer hartstikke leuk!

Parkje in de schaduw van de Laurenskerk met bankjes naast Erasmus; Google Maps

Ik heb niet zo heel veel van Nelleke Noordervliet gelezen. Dat is jammer, want ze verdient een hogere plek op mijn ranglijst. Slechts twee andere romans: ‘Het oog van de engel’ en ‘In de naam van de vader’. Ook die romans, die ik verschrikkelijk lang geleden gelezen heb, staan me goed bij, en ik heb er goede herinneringen aan. Zoals gezegd, is ‘We kunnen dit’ kortgeleden verschenen. Natuurlijk heb ik meteen een verband gezien met het ‘Wir schaffen das’ van Angela Merkel, maar dat verband heb ik in de roman niet echt gevonden.

Helen Brand heeft de slechtlopende boekhandel van haar vader Jan overgenomen. Ze kan net haar hoofd boven water houden. Ze is rond de veertig, heeft een licht spastisch been en woont alleen. Haar vader helpt haar regelmatig in de zaak. Haar moeder Ank is, lang geleden, toen Helen nog een meisje was, gescheiden van haar vader en kapte ook het contact met Helen grotendeels af. Als Ank later weer contact wil, houdt Helen het uit woede over het verleden, erg af. Op een dag komt er een man in haar winkel die belangstelling heeft voor het werk van oude Griekse filosoof Anaximander. De man stelt zich voor als Leo Wassermann. Helen heeft net als Leo belangstelling voor de klassieke oudheid. Ze is erg gek op de poëzie van Sappho. Vermomd als Sappho en Anaximander beginnen ze een mailwisseling. Al snel ontwikkeld dit naar een liefdesaffaire. Als de liefde pril maar heftig is, bekent Leo dat Wassermann niet zijn achternaam is, maar de achternaam van zijn moeder. Zelf heet hij Brands. Op het moment dat Helen en Leo elkaar leerde kennen had Leo tijdelijk de naam van zijn moeder aangenomen omdat hij zich dichter bij haar wilde voelen. Zijn ouders zijn bij een vliegtuigongeluk omgekomen toen hij elf jaar was. Leo heeft zijn bloeiende bedrijf verkocht en heeft daarmee tijd uitgetrokken om meer te weten te komen over zijn ouders. Vooral zijn moeder.

Het verhaal wordt beurtelings verteld vanuit het perspectief van Helen en van Leo. Ook voor veertigers is de beginnende liefde een precaire zaak waarbij je elkaar moet leren kennen en waarbij je je leven op elkaar moet zien af te stemmen. Misverstanden liggen steeds op de loer. Helen voelt zich door haar handicap kwetsbaar en lijkt moeite te hebben dat iemand zomaar van haar kan houden. Het duurt vrij lang voor ze de liefde in haar leven laat. Dit proces vind ik erg mooi beschreven. Wat lever ik in, wat heb ik ervoor over, wat wil ik veranderen of wat wil ik accepteren van de ander. Ik kan me zo voorstellen dat dat veel moeilijker is voor veertigers dan voor mensen (zoals wij) die als jonkies bij elkaar zijn gekomen. De roman speelt zoals gezegd in Rotterdam en in de huidige coronatijd. Best actueel dus. Dan weer een intelligente lockdown, dan weer open, dan weer een volledige lockdown. Leuk om het allemaal in een roman te lezen, minder leuk om het mee te maken (maar het is niet anders). Hoewel ik erg van de roman genoten heb en alles wat de hoofdpersonen goed invoelbaar is, vond ik de mailwisselingen tussen de verzonnen Anaximander en Sappho maar zozo. Voor mij stoorde dat in het verhaal, maar voor een ander kan dat heel anders zijn. Radio Kootwijk wordt beschreven als een monster… terwijl ik het zo’n mooie sfinx vindt. Nou ja, niet over alles kunnen we het eens zijn. Hoe dan ook, een fijn boek om te lezen!  

Tobi Lakmaker – De Geschiedenis van mijn seksualiteit

De titel van het boek van Tobi Lakmaker trok me helemaal niet aan. Ik zag wel dat het een populair boek was, maar die titel; wat moest ik ermee? Waarom zou ik geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van de seksualiteit van Tobi Lakmaker? Van die boeken waarin iemand uit de kast komt, word ik niet makkelijk erg blij. Maakt niet uit om welke kast het gaat. Ik heb er gewoon een hekel aan. Ik had al op foto’s gezien dat Tobi Lakmaker veel mannelijke trekken heeft terwijl ze vrouw is. Genderverwarring? Geboren in het verkeerde lichaam? Dat uit de kast komen gaat doorgaans gepaard met weinig nuance en nog minder verbeelding. Waarom ik ‘De geschiedenis van mijn seksualiteit’ uiteindelijk toch kocht en toch ging lezen, kan ik niet meer terughalen. Geen idee. Gelukkig maar, want het is een boek dat ik niet graag had willen missen! Een knap geschreven roman die kop noch staart heeft en daardoor zeer origineel is. Hoewel de auteur en de ik-hoofdpersoon beiden dezelfde naam hebben, krijg je geen autobiografische kriebels. Het boek is vooral hilarisch. Vaak wat over-the-top met erg knap getimede kwinkslagen.

Hoofdpersoon is Tobi Lakmaker, in de roman heet ze ook vaak Sofie Lakmaker, is van ‘gemengd’ joodse afkomst en heeft de ambitie om te schrijven en te dichten. Ze groeit op in de Jacob Obrechtstraat; in een buurt, dus, die ik bijzonder goed ken omdat wij er zo lang gewoond hebben. Schijnbaar omdat ze zo graag auteur wil worden gaat ze samenwonen met een gevierd schrijver die ze Sufferd D. noemt. Ze geeft wel om hem, maar houdt niet van hem. De seks vindt ze niet echt fijn. Desalniettemin schrijft hij een roman – Liefde  – waarin zij de hoofdpersoon is. Ze herkent zichzelf niet in de roman. Zeker niet in de foto van een knappe vrouw die op de omslag staat. Als het uitgaat met Sufferd D., gaat ze apart wonen en beseft ze dat ze lesbisch is. Vanaf dat moment volgt een reeks vriendinnen. Als decor gebruikt de auteur het culturele leven van Amsterdam en voetbal en in het bijzonder Ajax.

Ze krijgt vriendinnen die bekend zijn in het culturele leven of via wie de hoofdpersoon vrouwen leert kennen die een bepaalde rol spelen in het circuit. Het gaat over van alles, maar weinig over seksualiteit. De verwachtingen die door de titel worden gewekt komen gelukkig niet uit. De hoofdpersoon valt op vrouwen en is eigenlijk alleen maar op zoek naar liefde en geborgenheid en naar iemand die haar aanvaard zoals ze is. Bovendien wil ze schrijver worden en vecht ze tegen negatieve gevoelens en gedachten. Maar als ik deze karakterisering heb opgeschreven lijkt het een zware humorloze roman te zijn, maar dat is nou precies het verfrissende; het is een hilarische lichte roman met een zware ondertoon die nooit overheerst. Dat maakt het boekje zo verschrikkelijk goed.

Eerst gaat de hoofdpersoon filosofie studeren en later Russisch. De studie filosofie geeft haar de kans om ons langs een reeks filosofen te leiden die vooral in andere tijden erg populair waren. Zo schrijft ze: ”Weet je van wie ik onder de indruk was? Theodor Adorno. Theodor Adorno zei dat wij allemaal luie fascisten waren die eens een boek moesten lezen, in plaats van voortdurend naar de film te gaan. En daar had hij een punt wat mij betreft. Eigenlijk zit het zo: Wittgenstein gaf de taal gelijk, Simone de Beauvoir de vrouwen, en Adorno het leed. De waarheid zit verscholen in het lijden, en wie zijn ogen daarvoor opent heeft het eindelijk: gelijk.” Dat de waarheid zit in het lijden lijkt wel het motto van het boek.

Ik heb er echt van genoten!

Jonathan Franzen – Kruispunt; echt geweldig!!!!!

Nu religieuze Amerikanen op dit moment allemaal rechtse conservatieve Republikeinen lijken, kan je je haast niet voorstellen dat er ook progressieve christelijke groepen zijn. Of in ieder geval zijn geweest. Dat is de eerste verwarring die je ten deel valt als je de roman ‘Kruispunt’ leest van Jonathan Franzen. Deze roman speelt zich in de vroege jaren zeventig af rond de jongerengroep Crossroads van de Gereformeerde doopsgezinde gemeente in een voorstad van Chicago. Een christelijke gemeenschap die voortkwam uit de mennonieten in de tijd van zoek jezelf en vind jezelf en love and peace voor de mensheid. De Vietnamoorlog ging naar haar dramatische hoogtepunt, indianen lieten van zich horen als de gediscrimineerde waarlijke erfgenamen van het Amerikaanse grondgebied. Aldus het decor van deze fantastische roman. Elke letter in deze roman is boeiend, van pagina 1 tot pagina zeshonderd zoveel. In een vertaling gaat altijd wat verloren, maar de inhoud is zo geweldig dat het de nadelen veruit tenietdoet. Ik ben te lui om zo’n grote roman in het origineel te lezen; mijn Engels is niet goed genoeg om alle nuances te begrijpen en dan gaat er ook weer heel veel verloren. In vertaling gelezen, dus. Ondanks dat er iets door de vertaling verloren ging, kan ik niet anders zeggen dat je dat op den duur ook niet meer dwars zit.

In de roman die uit twee grote delen bestaat, volgen we het wel en wee van de familie Hildebrandt. Het gezin bestaat uit vader Russ, hulppredikant van de gemeenschap, moeder Marion, die een voor iedereen verzwegen verleden heeft, oudste zoon Clem die net uit huis is, dochter Becky, die de schoonheid van de school is, zoon Perry die grote drugsproblemen heeft en tenslotte Judson, de jongste zoon. Het verhaal wordt immer in de derde persoon geschreven wisselend vanuit het perspectief van Russ, Marion, Clem en Perry. Het eerste deel speelt zich af vlak voor kerstmis 1971. Het tweede deel vanaf Pasen 1972.

De personages zitten vast in de morele maatstaven die hun kerkgemeenschap hen oplegt. Ze worstelen er mee.  Vooral wat betreft seks en relaties blijken de leden van de familie eigenlijk niet met deze normen te kunnen leven. De oudste zoon, Clem, laat het geloof dan ook vallen. Helaas maakt dat voor hem niet zoveel uit omdat hij zichzelf vervolgens andere heel strenge normen oplegt. Hij is de enige van het gezin die niet meer thuis in de voorstad New Prospect van Chicago woont. Hij vindt dat als je je niet voor honderd procent geeft aan een studie, dat je er dan maar mee op moet houden. Op de universiteit leert hij Sharon kennen. Zonder dat hij echt van haar houdt, gaat hij een heftige seksuele relatie met haar aan. Hij raakt verslaafd aan d’r. Binnen de kerkgemeenschap waarin hij is opgegroeid, is pacifisme de norm. Sharon weet Clem ervan te overtuigen dat pacifisme ook asociale trekken heeft nu de Vietnamoorlog veel soldaten nodig heeft; iemand anders wordt er dan voor jou opgeroepen. Als Clem ontdekt dat zijn studie ernstig lijdt onder zijn seksverslaving aan Sharon, breekt hij met haar en kapt hij zijn studie af en verklaart hij zich bereid om naar Vietnam te gaan. Het verhaal van moeder Marion is een spiegeling van het verhaal van Clem. Voordat ze haar huidige gezin begon had ze een heftige relatie met de getrouwde Bradley. Als hij het uitmaakt en zij ongeveer op hetzelfde moment ontdekt dat ze zwanger is en een abortus laat plegen, draait ze volkomen door en wordt ze opgenomen in een psychiatrische inrichting. Als ze ongeveer genezen is, probeert ze haar abortus en haar psychose te verwerken in de katholieke kerk. Daar ontmoet ze Russ. Russ wist seks en liefde uit zijn leven te houden, maar dan ontmoet hij Marion. Marion leert hem de geneugten van het leven kennen. Maar na het baren van vier kinderen is ze wat zwaarder geworden en somber en lang niet meer zo aantrekkelijk. Op dat moment komt de beeldschone weduwe Frances Caldwell op zijn pad. Hij voelt zich enorm tot haar aangetrokken en doet er alles aan om samen met haar te zijn. Zij lijkt dat ook wel op prijs te stellen. Dochter Becky heeft haar oog laten vallen op Tanner; de gitarist en zanger van de band. Hij speelt veel in de kerk en dan vooral voor de jongerenclub Crossroads. Tanner is echter nog met Laura. Om meerdere redenen is Laura de schrik van de familie Hildebrandt. Becky is de absolute schoonheid van de school en na niet veel inspanning van Becky maakt Tanner het uit met Laura en vormen Becky en Tanner een koppel. Tenslotte zien we ook nog het verhaal door de ogen van Perry. Perry heeft veel eigenschappen van zijn moeder geërfd. Zo is hij, net als zijn moeder, bijzonder slim, maar tegelijkertijd ook bijzonder psychisch labiel. Hij worstelt met verslavingen. Alles wat hem in een roes kan brengen neemt hij in.

Het verhaal speelt zich af rond de jeugdgroep Crossroads. De groep werd in eerste instantie door Russ geleid. Hoogtepunt voor Crossroads is rond Pasen een werkkamp in het gebied van de Navajo’s. De jeugdgroep maakt zich een week lang nuttig voor een gediscrimineerde en achtergestelde groep. Maar alles verandert als Rick Ambrose bij Crossroads stage gaat lopen. Ambrose gaat meer de weg op van  zelfontplooiing en delen van gevoelens die in de jaren zeventig zo populair was. Voor Russ, die meer bij het geloof wil blijven, breken steeds moeilijkere tijden aan want de jongeren voelen meer voor de weg van Ambrose dan voor Russ. Uiteindelijk wordt Russ min of meer uit de jongerengroep gezet.

Ik kan me voorstellen dat de vertalers lang gediscussieerd hebben over het al of niet vertalen van de titel en van de naam van de jeugdgroep. De titel Kruispunt kan echt alleen maar slaan op de jeugdgroep Crossroads. Het wel en wee van de jeugdgroep, daar gaat het om in deze roman. De titel heeft men wel vertaald, maar de naam van de groep niet. Eigenlijk kan ik niets beters verzinnen; het moest wel zo.

Dit is echt een hele goede roman waar je even helemaal in wegzinkt. Een absolute aanrader. Ik was zo gegrepen dat ik via Google maps de plekken heb terug lopen vinden waar alles zich afspeelt. Ik kwam erachter dat de jeugdgroep half Amerika door moest om in het Navajo werkkamp te komen; het land van de grote afstanden!

Schaduwweduwe – Rascha Peper; Een literair juweeltje

Tussen kerst en nieuwjaar hebben we ons teruggetrokken op een eiland in het zuidwesten van Nederland. We hebben een appartementje gehuurd vlak aan de kust. Het strand is de straat uitlopen, enkele tientallen meters naar rechts lopen, dan de dijk over en voilà. We hadden eindeloze fietstochten in het vooruitzicht. Maar helaas, het weer zit niet erg mee. Harde wind en veel regen kluisteren ons een beetje aan ons appartementje. Dan is het sluiten van alles wat leuk is in verband met Corona wel erg zuur. Ik had nu best naar een museum gewild. Maakt niet uit wat ze er hadden neergezet of opgehangen. Maar het is niet anders. In het appartementje een stapeltje boeken. Omdat ik zelf nogal verwikkeld zit in echt zwaar literaire werk dat je af en toe naar een depressieve afgrond leidt (vooral als de 16-jarige uit het gezin Hildebrandt zich kapot snuift en iedereen om drugs leegsteelt) was ik wel toe aan een wat lichter lees verzetje. Ik vond een boekje in de reeks Literaire Juweeltjes geschreven door de veel te vroeg overleden Rascha Peper. In het verleden had ik al best wat van haar gelezen. Lekker leesbare boeken die niet echt beklijven. Ik zou zo uit mijn hoofd geen boeken van haar kunnen noemen die ik gelezen heb. Maar dat zegt verder niet zoveel; haar naam is zeker bij mij blijven hangen en ze heeft me aangename leesuurtjes verschaft.

Het boekje uit de Literaire Juweeltjes reeks heet Schaduwweduwe. Een verhaal dat eerder al twee keer in gedrukte vorm verschenen is, lees ik in de verantwoording. Een mooi en aangrijpend verhaal.

Op een kwade dag luistert hoofdpersoon Hilde een ingesproken bericht af. Marit, de dochter van Thomas, heeft het ingesproken. Ze vertelt dat haar vader Thomas overleden is. Thomas is de minnaar van Hilde. Ze zien elkaar eens in de twee weken op vrijdag. Zowel Thomas als Hilde hebben een vaste partner die niets van deze affaire mag weten. Niemand mag van de relatie weten en daardoor moet haar rouw ook geheim blijven. Dat gaat moeilijk. We zien een vrouw vol leegte en stil ongetoond verdriet. Dat geeft de wrijving die het verhaal voortstuwt.

Het verhaal speelt zich op plekken af die ik zo goed ken; de concertgebouwbuurt van Amsterdam. Ze koopt haar bloemen (appeltjes in haar geval) bij de bloemenwinkel in de Cornelis Schuytstraat. Nou die weet ik wel te vinden. Dat maakt het voor mij nog veel sprekender. Zeker een aanrader. Het verhaal verscheen eerder in de verhalenbundel Een Siciliaanse Lekkernij en ook nog in Zwartwaterkoorts. Lijkt een beetje overdreven om een verhaal drie keer uit te geven, maar toch…een lekker tussendoortje.

Esther Gerritse – De terugkeer; Zelfs God spreekt een woordje mee

Ook deze roman van Esther Gerritse is een heerlijk boek. Haar heldere taal, vloeiende beschrijvingen, complexe maar duidelijke relaties tussen de personages: Op en top Esther Gerritse. Het is niet zo dat je nog wekenlang blijft rondlopen met onopgeloste vragen of gevoelens, maar zeker heel lezenswaardig.

In het eerste hoofdstuk kruipt vader Gerrit met zijn laatste krachten naar de koelkast. Hij probeert te drinken van de sinaasappelsap die hij uit de koelkast heeft weten te halen. Maar als hij eindelijk kan drinken, valt het pak sap uit zijn hand en zakt zijn hoofd in de plas jus d’orange. Zoontje Max van een jaar of tien heeft alles zien gebeuren. Wat is hier gebeurd? We gaan het ons een hele roman lang afvragen en uiteindelijk…ja uiteindelijk krijgen we het zowel niet als wel te weten. We weten wie het gedaan heeft, maar waarom…

Heel veel jaren later… De minnaar van moeder Johanna heeft moeder van uit het warme zuiden van Europa teruggestuurd naar huis. Johanna dementeert en haar minnaar laat weten dat hij haar niet wil verzorgen. Aldus komt ze thuis in haar huis. Zoon Max heeft zo lang zijn moeder weg was, en dat waren een aantal jaren, voor het huis gezorgd. Max is rond de dertig, getrouwd met Nora en ze hebben samen een kind. Hij werkt als tuinman. Ook zus Jenni komt op de proppen. Ze leeft al jaren in onmin met de familie, maar nu wil ze graag voor haar moeder zorgen. Ze trekt tijdelijk in bij Johanna. Logerend in haar ouderlijk huis wil Jenni weten wat er precies met haar vader gebeurd is. Er wordt binnen de familie verteld dat vader erg depressief was en zelfmoord heeft gepleegd. Jennie ontdekt een map politiefoto’s in het huis van haar moeder. Daarop is te zien dat vader Gerrit verwondingen aan zijn hoofd heeft. Voor Jennie strookt dat niet met de lezing ‘zelfmoord’. Op dat moment dient oom Ed zich aan. Oom Ed is de broer van vader Gerrit en overmatig gedienstig voor moeder Johanna. Er wordt gezegd dat hij heimelijk verliefd was op Johanna. Heeft Gerrit misschien geen zelfmoord gepleegd, maar is hij uit jaloezie vermoord; een crime passionelle? Moeder d’r geheugen gaat in rap tempo achteruit. Max wil alles laten rusten, maar Jenni niet; ze wil de onderste steen boven hebben. Uiteindelijk geeft oom Ed toe dat hij haar vader van de trap heeft geduwd en dat hij verkeerd terecht gekomen is. Daarop doet Jenni aangifte. De politie vindt een nader onderzoek noodzakelijk. Het lichaam van vader moet opgegraven worden zodat er alsnog sectie op het lijk kan plaatsvinden. En ja…daar vinden ze iets. Deuken in de schedel. Een splintertje groen glas van de zware glazen asbak die altijd op tafel gestaan heeft. Vader Gerrit is niet van de trap geduwd, maar met de asbak doodgeslagen. Waarom zegt oom Ed dat hij het gedaan heeft? Omdat Ed wilde helpen. Oom Ed wil altijd helpen en het was veel beter dat hij de schuld op zich nam…

In de roman geeft de vermoorde Gerrit regelmatig commentaar op dat wat zich tussen de personages op aarde afspeelt. Hij zit in het hiernamaals. Hoewel hij tijdens zijn leven leed aan zware depressies, vind ik hem als commentator uit de hemel, best opgeruimd. Wat en hoe hij precies vermoord is lijkt hij niet te weten. Hij lijkt even nieuwsgierig te zijn als de aardse personages over het verloop van Jenni’s zoektocht. Soms wordt God aangeroepen en ook God is niet te beroerd om zijn zegje te doen. De acties van Gerrit en God blijven beperkt tot de geestelijke wereld; ze kunnen datgene wat op aarde gebeurd niet beïnvloeden. Met heel veel moeite lijkt Gerrit wel in de droom van zijn dochter door te kunnen dringen…

De roman heet niet voor niets ‘De terugkeer’. Johanna keert terug van Ibiza, Jenni keert terug naar haar ouderlijk huis, Max keert terug naar de moord die hij heeft zien gebeuren. Gerrit keert terug in woord en gedachten…

Ik heb de roman met heel veel plezier gelezen. Ik had het boek al een week geleden uit en omdat het leven doorgaat en ik bovendien  een heel drukke en emotionele week had en was het niet gelukt deze recensie snel nadat ik het boek dichtsloeg te schrijven daardoor was het verhaal wat weggezakt. Zelfs getwijfeld of ik niet eens een boek – dit boek – zou overslaan. Maar nee, natuurlijk niet; juist als ik enthousiast ben over een boek wil ik het graag met de wereld delen! Het zou toch jammer zijn als ik alleen blijk te schrijven over boeken die ik halverwege dicht sloeg?

Alles bij elkaar vond ik het een heerlijk boek om te lezen en een echte aanrader. Als je al geen fan van Esther Gerritse was, dan ga je het na dit boek wel worden…denk ik.