Categoriearchief: Literatuur

Susan Smit – De heks van Limbricht; Subliem met nabrander

Ik was in de veronderstelling dat er in Europa zo rond de godsdienstoorlogen in de zestiende en zeventiende eeuw in een aantal landen een enorme heksenjacht was. Vooral in Engeland en de gebieden die we nu Duitsland noemen, maar dat het in Nederland eigenlijk nogal meeviel. Susan Smit laat in haar roman ‘De heks van Limbricht’ zien dat er wel degelijk in Nederland heksenprocessen zijn gevoerd. Als basis heeft ze het proces genomen dat tegen Entgen Luijten werd gevoerd in 1674. Om het leven van Entgen te reconstrueren heeft de auteur, voor zover ik begreep, allerhande bronnen gebruikt; Entgen Luijten heeft rondgelopen op aarde, is getrouwd geweest met Jacob en ze hebben samen een dochter Grietchen gekregen. Ze woonden in de heerlijkheid Limbricht dat onrechtvaardig bestuurd werd door de Heren Winand van Breyll. De feiten staan er, maar daar omheen weeft Susan Smit een mooie roman die, zoals de meeste romans, ontsproten is aan haar fantasie. Het waarheidsgehalte dat er zeker in zit, doet wel wat met je; ik denk dat ik daardoor intenser heb meegeleefd met het leven van Entgen. Susan Smit laat op haar roman een mini-essay volgen over hekserij en neemt daarbij een feministisch standpunt in, waar ik wel kritiek op heb. Maar alles bij elkaar is het een fantastisch geschreven roman over een beladen onderwerp die ik in een ruk heb uitgelezen. In ieder geval een van de beste romans die ik de afgelopen tijd in handen heb gehad.

Op 10 juli 1674 wordt de ongeveer 75-jarige Entgen Luijten gearresteerd omdat er bij de heerser klachten zijn ingediend dat ze zich bezig zou houden met hekserij en zwartekunsten. Zo zou ze ervoor hebben gezorgd dat een koe overleed en dat mensen ziek werden toen ze uit haar glas bier hadden gedronken. In totaal worden er eenendertig klachten tegen haar ingediend. Ze wordt vastgehouden in de kerker onder het kasteel. In de kerker overdenkt en herinnert ze haar leven. Ze is voor het huwelijk verwekt, maar omdat haar vader wel haar moeder trouwde werd het geen schandaal. Haar uiterst vrome moeder blijft haar altijd verwijtend behandelen en laat de verzorging van haar jongere broertjes en zusjes aan Entgen over. Ze heeft een bijzondere band met haar vader die een soort opzichtersrol vervuld. Hij leert Entgen veel over de natuur; hij legt bij haar de basis voor haar kruidenkennis. Als oudste dochter wordt er van haar verwacht dat ze ongetrouwd blijft en voor haar ouders zorgt. Maar het lot beschikt anders. Ze ontmoet de zachtaardige Jacob en met hem gaat ze haar leven delen. Ze krijgen een dochter Grietchen. Entgen is een sterke onafhankelijke vrouw met een grote kennis van geneeskrachtige kruiden. Dorpelingen komen vaak naar haar voor advies, een drankje of een zalfje. Beschuldiging van hekserij ligt voortdurend op de loer; je merkt dat Entgen zich daar steeds tegen indekt. Mannentaken zoals onderhandelen neemt ze over van de zachtaardige Jacob want zij is daar veel beter in.

Door het wanbestuur en uitbuiting komen de dorpelingen twee keer in opstand. Entgen speelt daar een rol in. Bij de laatste opstand komt haar man Jacob om en moet Entgen het alleen zien te rooien samen met haar dochter. Daar blijkt ze weinig moeite mee te hebben. Door haar kennis van de natuur, zijn haar oogsten steeds goed en vaak beter dan de oogst van de buren. Het geroezemoes en de jaloezie en de verdenkingen nemen toe… Haar dochter trouwt en gaat uit huis en zo blijft er een ouder wordende vrouw achter, die veel geneeskrachtige kruiden kent en gebruikt, eigenzinnig is en behept is met een scherpe tong. Bovendien heeft ze vijanden gemaakt, ook onder de machtigen…

Als de roman afgelopen is, volgt er nog een soort essay over heksen. Daarin vertelt Susan Smit dat ze zelf een moderne heks is. De oude Europese religies waarbij moeder aarde een hoofdrol speelde zouden op gewelddadige wijze zijn verdrongen door het Christendom. In die oude religies speelde, volgens Smit, vrouwen een centrale rol. Vrouwen moesten van de nieuwe – Christelijke – religie hun rol afstaan. Met dat doel werden vrouwen met kennis van kruiden en natuurgeneeswijzen gekoppeld aan vrouwen die omgang hadden met de duivel. De processen tegen heksen waren een geslaagde poging om de oude heidense religies met wortel en tak uit te roeien. Mannen kregen het voor het zeggen en onderdrukte de vrouw met zeer veel geweld. Niet alles van die oude religies kon zomaar uitgewist worden; veel werd verchristelijkt. Op heilige plaatsen werden kerken en kathedralen gebouwd en van de ‘heidense’ feesten werden christelijke feesten gemaakt.

Het probleem dat ik ermee heb is dat de rol van de vrouw in die pre-christelijke periode vast wel groter kan zijn geweest dan binnen het christendom, maar hoe weet je dat zo zeker? Over die periode is bar weinig overgebleven. Kijk je naar andere religies dan zie je dat mannen eigenlijk altijd de boventoon voeren; waarom zou dat in Europese oude religies anders zijn? Ik wil wel proberen te geloven dat heksenprocessen bedoeld waren om vrouwen te onderdrukken, ware het niet dat het percentage ‘heksen’ onder vrouwen bijzonder laag was. (niet bijvoorbeeld 50% van alle vrouwen werd vervolgd als heks maar heel erg veel minder) Je zou denken dat heksenprocessen zich richtten op vrouwen die aan een aantal voorwaarden voldeden: Veel oudere vrouwen met kennis van geneeskrachtige kruiden, die wat zonderling waren en een scherpe tong hadden en niet makkelijk gehoorzaamden aan het gezag. Daarnaast veel ‘gewone’ vrouwen die ‘erbij gelapt’ werden doordat de oorspronkelijk vermeende heks hen na marteling had aangewezen als lid van de heksenkring. Omdat heksenjagers zulke specifieke kenmerken zochten in vrouwen, denk ik niet dat heksenprocessen tegen vrouwen in het algemeen werden gevoerd. Bovendien geloofden de meeste vrouwen net ze goed in het bestaan van heksen. Ik ben er zelfs van overtuigd dat menige vrouw die wegens hekserij op de brandstapel belandde, eerder zelf ook geloofde in duivelse zwartekunsten…van een ander.

Hoe dan ook, dit boek is een aanrader! Het maakt veel los en leest vlot weg. Echt heel goed geschreven!

Esther Verhoef – Nachtdienst; Spannend, maar…

Ik lees te weinig thrillers om er iets verstandigs over te kunnen zeggen, maar misschien moet dat ook niet; moet ik gewoon opschrijven wat ik ervan vind. Spannend! Zonder meer. Er gebeurt veel in relatief weinig bladzijden. Zeker als je net met een zucht van verlichting de roman ‘Stemvorken’ van A.F.Th. van der Heijden hebt dichtgeslagen. Nou is dat wel extreem; in die roman gebeurt werkelijk helemaal niets: Een avondje doorzuipen en een beetje kletsen en een wandelingetje in het Amsterdamse bos gevolgd door een sekspartijtje, allemaal uitgesmeerd over 350 pagina’s. Neem dan de roman van Esther Verhoef; een zwik moorden, zwaargewonden, vechtpartijen, een onwillige puberdochter, een paar sekspartijen, inbraken (een stuk of wat) en eigenlijk is dat nog lang niet alles en dat in slechts 200 pagina’s. Zoveel opeenvolgende actie doet je duizelen, maar het zorgt er ook voor dat je doorgaat met lezen en niet meer kunt stoppen. Het is verdomd spannend allemaal maar ook best onwerkelijk. Het zijn wel heel veel toevalligheden achter elkaar en de beslissingen die de personages nemen zijn vaak wel heel dom en tegennatuurlijk.

Hoewel de roman verteld wordt vanuit verschillende perspectieven, is er wel degelijk een hoofdperspectief. De belangrijkste verhaallijn zien we door de ogen van dierenarts Emmeke van Eerd. Ze woont samen met haar dochter Vegas in de woning bij de dierenartsenpraktijk waarvan ze werknemer is. De praktijk ligt afgelegen in een bosrijke omgeving maar desalniettemin een zeer drukke praktijk waar drie dierenartsen werken die honden, katten en konijnen behandelen. Op een nacht heeft Emmeke nachtdienst en dan wordt er aangebeld bij de praktijk…

Door de ogen van Emmeke d’r dochter Vegas zijn we getuige van de wederwaardigheden van een ontluikende en experimenterende veertienjarige. Ze is geboren uit een ‘vergissing’ van haar moeder en kent haar vader niet. Ze experimenteert met de liefde voor grote stoere jongens die niet per se het juiste pad willen bewandelen en ze verlangt vreselijk naar haar vader, die dus een ‘misstap’ van haar moeder was. Met die vader komt het wel…oke, vertellen we hier niet. Dat moet je zelf lezen. Moeilijk hoor om zonder de inhoud te verklappen iets te vertellen over een thriller!

Wat me opvalt is dat een vrouw die doorgestudeerd heeft zoveel slechte beslissingen neemt. Eigenlijk is daar de roman op gebaseerd. Had ze een juiste beslissing genomen dan was het snel over met de spanning en de roman. Dat begrijp ik wel, maar dat is meteen ook de zwakte. Op een zeer logische handeling, namelijk het helpen van een mens in nood (ook al voelde ze zich daar eigenlijk niet toe in staat omdat ze dierenarts is en geen mensenarts) volgen slechte beslissingen die ervoor zorgen dat het verhaal verder kan, maar die in mijn ogen echt niet passen bij een personage die vele jaren universiteit achter d’r kiezen heeft. Je hoeft natuurlijk niet alle vertrouwen in politie en justitie te hebben, maar zo weinig als de personages uit deze roman het hebben, zie je weinig. Daardoor wordt er veel detectivewerk verricht en voor eigen rechter gespeeld. Dat wijkt in mijn ogen erg af van het normale leven en dat maakt de roman wat oppervlakkig; literatuur wil ons vaak in zekere zin een spiegel voorhouden en de spiegel die deze roman je voor houdt reflecteert een verknipt beeld van de werkelijkheid.

Voor mij hoeft niet elke geschreven letter serieus te zijn en diepgravend; ik heb deze roman met verschrikkelijk veel plezier gelezen en ben er een dagje aan verslaafd geweest. Mijn kapsones weerhoudt mij ervan om meer thrillers te lezen. Ik moet zo nodig hoogdravende literatuur lezen… Aan de andere kant heb ik wel pogingen gedaan, maar veel thrillers zijn belabberd geschreven en dan lukt het me niet om van zo’n roman te genieten. Dat geldt absoluut niet voor deze roman. Integendeel, hij is erg goed geschreven en heel erg spannend…maar wel met wat aantekeningen (zie hierboven…)

Stemvorken – A.F.Th. van der Heijden; Tsja, dichtslaan was een bevrijding

A.F.Th. van der Heijden heeft zijn eindeloos doorgaande reeks romans niet voor niets de naam ‘De tandeloze tijd’ gegeven. Een tandeloze tijd is een tijd die moeite heeft om tijd te vermalen. De tijd komt haast tot stilstand. Is het in het gewone leven zo dat de tijd veel sneller verloopt dan we willen en we voordat we weten het mooiste deel achter ons hebben en we steeds gebrekkiger toe strompelen naar het einde, in de romanwereld van Van der Heijden staat de tijd stil. Er zal vast veel gebeurd zijn voordat de roman begint, maar de roman zelf staat bijna stil in de tijd. Leven in de breedte. Niet de lengte van een leven is belangrijk maar de breedte van het leven. Van der Heijden is niet de eerste die zijn verhalen op deze manier schrijft. Richard Wagner kan er ook wat van. Zijn opera’s smeren de gebeurtenissen ook tot in het oneindige uit. Omdat de muziek van de ene spanningsboog naar de andere loopt, blijft het spannend en geweldig en kom je een avontuur rijker uit de schouwburg. Vaak sla je een roman van Van der Heijden uiteindelijk op dezelfde manier dicht als een Wagner opera eindigt. Neem bijvoorbeeld de roman ‘Kwaadschiks’. Ook een roman in de romancyclus ‘De tandeloze tijd’. Die roman beschrijft 24 uur uit het leven van een man die op die dag zijn baan, vrouw en stiefkind verliest en bovendien een moord pleegt. Een roman die in een moordend tempo te keer gaat terwijl het slechts 24 uur beschrijft. Ook daar waren de verwijzingen naar de opera’s van Wagner legio.

Nu dus een nieuwe roman. De erotische roman ‘Stemvorken’. Een roman over de erotische verhouding tussen twee vrouwen en een voyeuristische man. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief van Zwanet Vrauwdeunt. Haar kwamen we al tegen in diverse eerdere romans en ook haar echtgenoot toneelschrijver Albert Egberts. Vanuit het perspectief van Zwanet stelt Van der Heijden zich in staat om zichzelf als zijn alter-ego Albert Egberts te observeren als de best stevig doorzuipende intellectueel wiens omvang in de loop van de tijd behoorlijk is toegenomen. Een nieuw personage is Corinne Suwijn. Ze is sinds hun middelbareschooltijd in Mierlo en Geldrop, bevriend met Albert Egberts. Ze heeft een carrière als fotomodel achter de rug en is nog steeds een erg knappe vrouw. De leeftijd van de drie personages is ergens tussen de veertig en de vijftig en hun leven lijkt gemarineerd in drank.

Albert nodigt Corinne uit om een avondje langs te komen. Omdat Zwanet vermoedt dat Albert er sinds zijn middelbare schooltijd in het geniep een verhouding onderhoudt met Corinne, ziet ze haar aanvankelijk als rivale en iemand die haar huwelijk mogelijk kapot maakt. Ook vermoedt ze dat Albert en Corinne onder één hoedje spelen om met z’n drieën het bed te gaan delen. Maar gaandeweg de avond draait de stemming om en komt Zwanet onder de indruk van Corinne. Na het afscheid die avond merkt Zwanet dat ze verliefd is geworden. Dat de verliefdheid wederzijds is merken ze als ze de zondag daarop met z’n drieën gaan wandelen in het Amsterdamse bos. Albert wordt de buitenstaander. Thuisgekomen na de wandeling geven Zwanet en Corinne zich over aan de dames-onderling-seks terwijl Albert Egberts zich via het sleutelgat verlekkert. Dat was ongeveer bladzijde 300 van de roman en het punt waar ik er de brui aan gaf. Niet uit morele verontwaardiging maar wat is het allemaal saai en wat melkt Van der Heijden het hier eindeloos uit. Leven in de breedte is hier wel heel erg breed geworden en wat hoop je er dan op dat er ook iets van leven in de lengte komt. 30 pagina’s over de slipjesverzameling van Zwanet, 30 pagina’s over een heftige zoen met gesloten tandenfront, 30 pagina’s over een zelfde soort zoen maar dan met tongen en vingers in een vagina. Vervolgens 30 pagina’s over erotiserende viezige voeten. Zeker 30 pagina’s over kutje vrijen in ‘stemvorkhouding’. Uit en te na beschreven. Sorry, ik heb het helemaal gehad met deze roman en dat terwijl ik in sommige opzichten vrouwenliefde best opwindend vind. In deze roman verging mij de opwinding helemaal en een zucht van verlichting voelde ik toen ik mijn besluit genomen had om het boek voorgoed dicht te slaan. Dichtslaan was een bevrijding. Jammer, want ik had me erg verheugd op deze nieuwe roman van Van der Heijden; ik ben een grote fan van zijn werk. Klein deukje, dus.

Hanna Bervoets – Wat wij zagen; meer dan een tussendoortje!

Het boekenweekgeschenk lees ik doorgaans even tussendoor. Ik denk dat dat ook min of meer de bedoeling is. Meestal is het best wel een aardig boekje. Deze keer is het geschreven door Hanna Bervoets. Sinds ze geen column meer heeft bij de Volkskrant eigenlijk niets meer van haar gelezen terwijl ik die column altijd met veel plezier las. Doorgaans iets over de top. Dat was haar kracht. Vaak grappig, toch serieus. Lichtvoetig met een ondertoon. In ‘Wat wij zagen’ gaat Bervoets precies in die stijl verder. Het blijkt gewoon haar stijl. Het boekenweekgeschenk is dit jaar meer dan een aardig tussendoortje; het is een aangename verassing en ik heb het met veel plezier gelezen!

De vertelster komt in dienst van een bedrijf dat ongewenste content van een internetplatform verwijdert. Het algoritme van het platform creëert tickets bij verdachte posts. De werknemers – moderators – moeten internetposts die zo’n verdacht ticket hebben gekregen bekijken en ze langs reeksen criteria leggen en bepalen of ze inderdaad weggehaald moeten worden of juist moeten blijven staan. Daarmee is het baan waar je recht in de rioolput van het internet kijkt; de grootste bagger komt langs. Desalniettemin is het bedrijf opgezet als een callcenter waar de werknemers targets van aantallen gemodereerde tickets moeten halen. Hoewel de werknemers het gevoel hebben dat ze als het ware binnen een hechte familie functioneren op de werkvloer, gaat de ellende die ze zien niet in hun koude kleren zitten. Ze drinken en blowen dat het een lieve lust is.

Tegen de achtergrond van dit werk speelt zich een liefdesaffaire af tussen de vertelster en een andere werkneemster – Sigrid – van het bedrijf. Hanna Bervoets beschrijft deze relatie op het pornografische af. Ware het verhaal internetcontent geweest gepost op een forum, dan was het ogenblikkelijk van het platform verwijdert. De seks wordt bijna gebruikt als een verdoving tegen alle leed dat door het modereren veroorzaakt wordt. In die zin vergelijkbaar met de drank en de joints. Veel seks vindt plaats in het kantoor. Ze trekken zich dan met z’n tweeën terug in een rommelhok waar een half gedemonteerd kopieerapparaat staat. De vertelster vingert of beft haar vriendin om vervolgens opgemonterd weer naar de werkvloer terug te keren…

Content op internet bestaat niet alleen uit mensen die bagger spuien of laten zien, ook is het een voedingsbodem voor allerhande rare complottheorieën. Deze theorieën vallen in vruchtbare bodem bij sommige moderatoren. Zo raken sommigen er al snel van overtuigd dat de aarde plat is. Als de complotgedachten via Soros en de joden en holocaustontkenning helemaal afglijdt, komen de vertelster en haar vriendin tegenover elkaar te staan en implodeert de liefde.

Desalniettemin begrijp ik het laatste stukje van het boekje niet helemaal. Vriendin Sigrid blijkt constant nachtmerries te hebben over content die ze heeft moeten zien waarin een meisje zich zelf verminkt en via slinkse weg is ze achter het adres gekomen. In het laatste stukje van het boek staat de vertelster in het huis van het zich verminkende meisje dat zelfmoord zou hebben gepleegd. Is Sigrid verzonnen als masturbatiefantasie en heeft de vertelster zelf nachtmerries over het zich verminkende meisje? Ik weet het niet…dat is een beetje de charme van het boek. Na … en … (want die staan nog op de rol) ga ik zeker de nieuwste verhalenbundel van Hanna Bervoets lezen!

Stephan Enter – Pastorale; Niet mijn roman

Een roman die zich afspeelt in het landelijke Brevendal…Vredenbal…Bravendel…Barneveld! Vestdijk liet een aantal van zijn romans afspelen in Lahringen terwijl iedereen meteen wist dat het Harlingen moest zijn. Persoonlijk vind ik zo’n anagram niet echt geslaagd. Je krijgt dan een soort verzonnen fictie maar dan niet net echt. Straten moeten verzonnen worden, beelden worden verzonnen. Die beelden staan dan wel voor dezelfde kerk als in de ‘echte’ wereld hoewel die kerk toch net weer even een andere naam heeft gekregen terwijl het beeld dat op het kerkplein staat, net als in de werkelijkheid een held voorstelt, maar in de roman is zijn heldendaad verzonnen maar toch best wel herkenbaar voor de mensen die in het oorspronkelijke dorp wonen….. Oké, dat wordt dus allemaal erg ingewikkeld. Ik denk dat ik er van hou om de dingen wat simpel te houden zodat je je kunt toeleggen op datgene waar het echt om gaat. Zo’n dorp is het decor. Natuurlijk is het decor belangrijk, het draagt bij aan de ervaring van de romanwerkelijkheid van de lezer. Als je zo overduidelijk het decor baseert op de werkelijkheid maar die dan doorzichtig verdraaid, komt dat de geloofwaardigheid niet ten goede. In ieder geval niet in deze roman die toch al zo veel problemen heeft wat betreft de geloofwaardigheid. In een roman kan je trollen, helden, monsters op laten draven zo vaak je maar wilt, maar ze moeten wel geloofwaardig zijn. Deze roman die een paar dagen of weken beschrijft van het leven van een puberende broer en zus is voor mij niet geloofwaardig; het is allemaal net eventjes te veel.

Zus Louise studeert in de grote stad, maar reist op het moment dat de roman begint, terug naar Brevendal. Ze is gestopt met haar studie en heeft haar geloof verloren. Jongere broer Oscar zit voor zijn eindexamen. Zijn Molukse klasgenoot Jonkie is bij een brommerongeluk gewond geraakt en de leraar vraagt Oscar om huiswerk naar Jonkie te brengen. De Molukse gemeenschap leeft afgezonderd van de rest van de Brevendalse bevolking. In het huis van Jonkie ontmoet hij diens zus Dona. Hij voelt zich tot haar aangetrokken. Om haar sluit Oscar een soort van berekende vriendschap met Jonkie. Oscar wordt uitgenodigd om bij Jonkie en zijn familie te eten. De vader van het gezin vertelt wat de Molukkers, en dus ook hem, is overkomen. Hoe slecht ze zijn behandeld door de Nederlandse overheid. Maar helaas, Jonkie blijkt niet direct een lieverdje. Tenminste, zo zie ik het. Jonkie vormt met een groepje Molukse leeftijdsgenoten een bende die er niet voor terugdeinst om te martelen. Zo wordt een onwelgevallige Brevendalse jongen tussen twee mierenhopen in, bloot vastgebonden en met stroop ingesmeerd. Ondertussen wordt het Oscar duidelijk gemaakt dat hij geen hoop hoeft te vestigen dat het ooit wat wordt tussen Dona en hem. Puur racisme ligt hier op de loer, vind ik.

Ondertussen worstelt Louise met haar opgegeven studie Engels en haar geloof. De familie is gereformeerd. Dat beeld wordt in de roman uiteraard geïllustreerd met een op bezoek komende ouderling. Ouderling Westereng lijkt zo gestapt uit het boekje ouderling clichés: Vettig, gulzig en drankzuchtig. In het dorp is zojuist een nieuwe dominee gekomen. Met een zoon, Maarten, en Louise lijkt op hem te vallen.  Ze neemt de kinderdienst in de kerk van hem over. Een soort babysitten met de kinderen van de gelovigen die zodoende de ‘echte’ dienst kunnen volgen. Dit groepje jonge kinderen van religieuze ouders vertelt ze wel even hoe het zit wat betreft godsdienst. Allemaal onzin, betoogt ze, godsdienst is bedrog. Ondertussen vertelt ze lagere schoolkinderen dat het helemaal niet nodig is om te trouwen als je lekker wilt seksen. In geuren en kleuren vertelt ze de kindertjes hoe ze zich laat neuken door haar minnaar… Het wordt haar uiteindelijk door Maarten niet in dank afgenomen haar nummertje anti-catechisatie, maar Louise blijkt erg tevreden over zichzelf.

Oscar daarentegen, ligt tijdens het martelen der Molukkers in een greppel zich te verstoppen. Precies op die plek vindt hij de vet gevulde portemonnee van een boer die zegt overvallen te zijn. Zes briefjes van duizend. Oscar weet niet wat hij ermee moet doen. Hij kan ze niet uitgeven, want wie vertrouwd een scholier die iets met een briefje van duizend betaalt? Het geld kan hij ook niet weggeven, want wie accepteert dat nou? Zelfs niet aan zijn ouders die financieel zo in de knoop zitten dat ze waarschijnlijk het landgoed dat ze bezitten moeten verkopen…

Ik ben niet erg kapot van deze roman. Een mens met zo weinig empathie en zo overtuigd van eigen gelijk en dat ten koste van alles wil verkondigen die tegelijkertijd zoveel moeite heeft om te vertellen dat ze gestopt is met haar studie als Louise, ben ik zelden tegengekomen. Ook Oscar die zich wel heel makkelijk schikt naar de wandaden van anderen lijkt meer een karikatuur dan een ‘echt’ personage in een roman. Beiden komen bij mij niet geloofwaardig over. Vervolgens het vervormde decor…Barneveld/Brevendal. De clichématige tekening van de ouderling. Nee, het is het allemaal niet. Niet mijn roman, zullen we maar zeggen.

Nico Dros – Willem die Madoc maakte; waar de geschiedschrijving op houdt!

Het lezen van een roman heeft vaak iets weg van ontsnappen uit de grauwheid van het leven. Aan de andere kant laat het je juist vaak een werkelijkheid zien die anders is dan de jouwe. Het kan je daarmee een handvat geven om je situatie te veranderen, beter te maken, zonder dat de auteur dat per se bedoeld heeft; het is het werk van je eigen brein terwijl de roman slechts de rol van katalysator speelt. Het ontsnappen uit je eigen werkelijkheid en je verplaatsen in de wereld van een ander geeft ons een ruimere blik op de wereld terwijl de bedoeling van de auteur daar weinig mee te maken heeft; het gaat er om wat het ons doet; wat onze gedachten zijn tijdens en na het lezen. We zouden veel meer stil moeten staan bij de lezer dan bij wat de auteur mogelijk bedoeld heeft. Pas bij het lezen krijgt literatuur betekenis en waarde. Wat voor literatuur geldt, geldt eigenlijk voor alle kunst. Ook als je muziek hoort of naar een schilderij kijkt gaat je brein aan het werk. Niet voor niets speelt kunst in iedere cultuur een rol van betekenis; mensen hebben die spiegel nodig om te kunnen functioneren; we hebben een katalysator nodig die ons brein helpt om de wereld met andere ogen te zien en verfrissende ideeën te krijgen. Daarom is het stilleggen van bijna alle cultuur tijdens deze vermaledijde pandemie ook zo’n drama; over het leven is een doem komen te liggen…

De roman ‘Willem die Madoc maakte’ biedt heel veel van het bovenstaande. We moeten ons niet alleen verplaatsen naar het brein en het leven van een ander, maar ook nog eens naar een heel andere tijd. De roman speelt zich namelijk af in de hoge middeleeuwen. Naar de tijd dat het verhaal over Reinaart de vos in het Middelnederlands werd geschreven. Iedereen die de Van den vos Reynaerde heeft gelezen, weet hoe raadselachtig het verhaal begint. De schrijver stelt zich voor als: ‘Willem die Madoc maecte…’. Daarmee moeten we het doen. Wat is Madoc? Wie was Willem? We weten het niet. Veel van wat zich in de lage landen afspeelde rond die tijd, is in duister gehuld. Ook de middeleeuwen willen we kennen en de schrijver gaat ons daarbij helpen. De auteur wijst de lezer op de leer van Aristoteles; Die Griekse wijsgeer stelde de dichtkunst boven de geschiedschrijving. ‘De geschiedschrijver namelijk tracht aan de hand van geschreven bronnen en getuigenverklaringen een waargebeurd verhaal te vertellen over een reeks door mensen en goden veroorzaakte voorvallen. Maar het verhaal van de dichter begint juist daar waar de geschiedschrijver zwijgt omdat zijn bronnen zijn uitgeput of verzegeld blijven. De dichter put uit de bron der verbeelding.’ Schrijft Nico Dros. Over Madoc weten we niets, we kennen het niet; het wordt slechts genoemd aan het begin van het dierenepos. Omdat de geschiedschrijver het niet weet, gaat de dichter verder en aldus schrijft Dros over de eventuele roman Madoc: ‘Ook werd gelispeld dat de inhoud van het venijnige epos buitengewoon ketters was, en daarnaast toonde het zich vrijgevochten in liefde en moraal.’ Daarmee hebben we de kern van de roman te pakken; een verzonnen verhaal dat aansluit op datgene wat we wel weten en wat er verzonnen is en uiteindelijk tegen het denken van de toenmalige historische tijd ingaat en ons daarmee iets wil vertellen over de tijd waarin we nu leven.

Hoewel…Hier staat volgens mij: ‘Willam die madocke makete’

De roman begint met het verhaal van een ‘ik’. Deze persoon blijkt een op een zijspoor geraakte hoogleraar middeleeuwse letterkunde te zijn. Hij krijgt drie zeldzame middeleeuwse handschriften in handen om die op te nemen in de universiteits bibliotheek. Een van de handschriften is een verzamelhandschrift waarin onder anderen Van den vos Reynaerde is opgenomen. Twee handschriften brengt de ‘ik’ direct naar de bibliotheek, de laatste houdt hij voor zichzelf omdat hij zich daarmee als wetenschapper wil revancheren. Met een aantal mooie wetenschappelijke artikelen gebaseerd op dit verzamelhandschrift wil hij weer terugkeren in het middelpunt van de wetenschap. Per ongelukt vindt hij in de kaft van het boek een manuscript verstopt. Geheim omdat het gecodeerd lijkt. Hij kan het niet ontcijferen…maar gelukkig neemt de dichter oftewel de verhalenverteller het over… en begint het verhaal van een schipbreukelingenkind dat opgroeit in een klooster, vandaar de wereld in trekt en terecht komt bij een vrouw die zich aan de zelfkant van de maatschappij handhaaft. Maar dan moet hij vluchten waardoor hij terecht komt bij een feodale heer, alwaar hij een soort rentmeester wordt die grote vernieuwingen aanbrengt in het aloude feodale systeem. Bovendien krijgt hij een geheime verhouding met de vrouw van zijn broodheer die ook nog van hem zwanger raakt. Daarna komt hij terecht bij Wijchje. Met haar krijgt hij een dochter die al snel overlijdt waarna Wijchje zich als begijn terugtrekt en mystieke ervaringen krijgt hem verlaat en verder gaat als de devote dichteres Hadewijch. Vandaar trekt hij naar de stad waar hij de opperopzichter wordt van een koopman en diens moerasland te gelde weet te maken, maar waar hij ook de schrijver wordt die ons uiteindelijk Van den vos Reynaerde in het Middelnederlands – Diets –  schenkt. Op datzelfde moment ontwikkelt hij ook ideeën die meer bij onze tijd dan bij de middeleeuwen horen. Zo ontwikkelt hij de gedachte dat het denken van de mens een oorsprong vindt in chemische processen in het lichaam. Dat betekent dat er geen onsterfelijke ziel is maar slechts een lichaam dat dood is als het gestorven is. Doorredenerend bestaat dan God net zo goed niet. Dit alles schrijft hij op…en dat wordt uiteindelijk gevonden…en gelezen…

Oke, een klein beetje kritiek: Ik heb een tijdje het idee gehad dat ik een roman van Jan van Aken aan het lezen was. In het begin van de roman stoorde mij dat flink. Een klein beetje hetzelfde stramien; een middeleeuwer gaat op reis en vervolgens zien we zoveel mogelijk facetten van die maatschappij. Uiteindelijk klopte dat gevoel niet echt en is de roman van Nico Dros wel heel anders dan de romans van Van Aken. Wat ik vaak zag is dat een hoofdstuk vaak begint met de toestand die aan het eind van het hoofdstuk bereikt. Een flink aantal hoofdstukken waren zo opgebouwd. Een leuke vondst, moet ik zeggen.

Meer dan het bovenstaande ga ik niet verklappen; dat zou zonde zijn; je moet het zelf maar lezen en dat is zeker de moeite waard. Op een relatief klein stukje na een buitengewoon boeiend boek; ik heb de paar honderd bladzijden die het dik is, verslonden!

Niet eens met de jury

‘The day after’, dus. Gisteren werd de Libris literatuurprijs 2021 bekend gemaakt. Ik zat er naast. Niet Marieke Lucas Rijneveld bleek de winnaar maar Jeroen Brouwers. Bij mij eindigde zijn roman op de voorlaatste plaats. Zo zie je maar; professionals en ik, amateur, zijn het kennelijk niet vaak met elkaar eens. Gisteren werd er een interview met Jeroen Brouwers uitgezonden dat enkele dagen voor de bekendmaking van de prijs werd gemaakt; Brouwers is wars van publiek optreden en hecht hoegenaamd geen waarde aan prijzen. In zekere zin zien we hier een overeenkomst tussen schrijver en zijn hoofdpersonage client Busken. Ik heb het interview maar gedeeltelijk kunnen horen omdat ik het geluid uitzette. Niet omdat het interview oninteressant was, maar omdat ik het er erg benauwd van kreeg; Jeroen Brouwers heeft een ventiel in zijn keel gekregen en dat samen met een uitermate zware, rochelende ademhaling maakte het volgen van het interview uitermate zwaar. Vandaar, dus.

De roman van Jeroen Brouwers vond ik een goede roman. Op de shortlist stonden dit jaar eigenlijk geen zwakke of slechte werken. In tegenstelling tot voorgaande jaren, was de kwaliteit van het geheel bijzonder hoog. Maar waarom eindigde Brouwers bij mij op de één na onderste plaats? Ik denk dat ik aspecten laat meewegen die de jury juist links laat liggen.  Ik laat bijvoorbeeld ‘leesplezier’ meewegen. De roman ‘Client E. Busken’ gaf mij bijzonder weinig leesplezier. Ik vond het geen ‘lekker’ boek om te lezen. ‘Leesplezier’ is buitengewoon subjectief want wat ik wel pruim, zal een ander niet pruimen. Dat is gewoon zo. Je zou heel precies in kaart moeten brengen wat nou een boek ‘lekker’ maakt en wat niet. Tenminste als je ‘lekker’ professioneel zou willen laten gelden als criterium. Ik mag ALLES WAT IK WIL meenemen bij de beoordeling van een roman. Tijdens het lezen van de roman van Jeroen Brouwers voelde ik me opgesloten in een hoofd van een oude dementerende negatieveling. Als ik het al niet was, dan werd ik er haast somber van; niets en niemand deugt; de wereld is een tranendal en we wachten op het verlossende einde… om te verdwijnen in het…NIETS. Ik werd daar niet vrolijk van.  

Stel, ik laat mijn subjectieve oordeel buiten beschouwing. Zou de roman van Jeroen Brouwers dan bij mij gewonnen hebben? Nee, want er staan nóg sterkere boeken op de shortlist, vind ik. Ook dan blijf ik de roman van Marieke Lucas Rijneveld bovenaan zetten. Alleen al het vernieuwende van de vorm; nog nooit zoiets onder ogen gehad. Het poëtische taalgebruik, het platteland, het geloof, het schurende, de nachtmerries… eigenlijk elk facet draagt vernieuwing en originaliteit in zich. Daarnaast dus ook nog een ‘lekker’ boek dat je met plezier leest. De roman van Jeroen Brouwers is veel traditioneler van opzet; we hebben wel eens meer in het hoofd van een dementerende gezeten. ‘Hersenschimmen’ van Bernlef bijvoorbeeld. Een veel positievere roman dan ‘Client E. Busken’. Ook het boek van Gerda Blees vond ik nieuwe wegen zoeken in het vertellen van een verhaal en ook haar roman was ook nog eens fijn om te lezen.

Al met al ben ik het minder met de jury eens dan vorig jaar.

En de winnaar is:…

Ik heb de boeken op de shortlist van de Libris literatuurprijs 2021 allemaal gelezen en dat betekent dat ik kleur moet bekennen; wie heeft er verloren en wie heeft de Frits’ Libris Literatuurprijs 2021 gewonnen. Dit jaar kan ik geen boeken laten afvallen omdat ik ze slecht vind, het zijn allemaal goed geschreven romans. Dat was vorig jaar en het jaar daarvoor…en het jaar dáárvoor, wel anders. Ik vond zelfs een keer het winnende boek van de ‘echte’ prijs, een buitengewoon slecht boek. Verder herinner ik me De Muidhond waarvan ik echt niet kon bedenken waarom hij op de shortlist stond. Vorig jaar, ook al zo’n misser. Dat verhaal van die twee moeders en de verwekking van hun kind; een regelrecht mislukte roman. Maar goed, laten we ons beperken tot de boeken die dit jaar op het lijstje stonden. Geen slechte boeken, dus, wel boeken die me niet aanspraken; dat is net zo goed een criterium, vind ik.

6.

Op de laagste plaats eindigt bij mij De Onbevlekte van Erwin Mortier. Ik had erg veel moeite om de perspectieven uit elkaar te houden en daardoor wilde het verhaal gewoon niet vlotten. Ook een weinig boeiende plot. Het taalgebruik van de schrijver is zeer bloemrijk…misschien soms een ietsje teveel.

5.

Op de vijfde plaats staat Client E. Busken van Jeroen Brouwers. Hartstikke knap om de ontwikkeling van de wereld op een dag te beschrijven vanuit een geketend, oud en ziek persoon. Maar wat verschrikkelijk negatief allemaal. Ook hier is de plot vrij dun, maar op zich zegt dat natuurlijk niet zo veel.

4.

De vierde plaats is voor Simone Atangana Bekono en haar roman Confrontaties. De hoofdpersoon maakt een mooie ontwikkeling door. Een goed geschreven roman maar hier en daar vind ik de karaktertekening niet helemaal je dat. Een gymnasiaste, ook al heeft ze een donker gekleurd huidje, verwacht je niet zo snel in jeugddetentie. Ik was al blij dat het niet weer zo’n frontale aanval op de witte hetero man was en dat het racisme er bovenop lag.

3.

Op de derde plaats Wij zijn Licht van Gerda Blees. Echt een heel boeiend boek om te lezen en erg origineel qua vorm met een hele reeks perspectieven van waaruit het verhaal verteld wordt. Ik heb de roman met heel veel plezier gelezen en hoop nog veel van deze auteur te lezen.

2.

Op de tweede plaats zet ik De Saamhorigheidsgroep van Merijn de Boer. Echt een fantastische roman die ik in één ruk heb uitgelezen. Ook in deze roman vind ik de karaktertekening niet helemaal geloofwaardig maar dat mag het leesplezier niet drukken.

1.

En…de winnaar is, de roman van het lijstje dat overblijft…Mijn Lieve Gunsteling van Marieke Lucas Rijneveld. In alle opzichten een fantastische roman. Origineel op bijna alle vlakken, vernieuwend, schrijnend maar toch net zo goed weer troostend. Hoewel er op de shortlist echt veel goede boeken staan, overklast deze roman ze allemaal.

Zo, dat was het weer voor dit jaar! Ik ben dus meteen in een leegte gestort, want wat zal ik nu eens gaan lezen. Lale Gül heb ik gekocht…en de eerste paar bladzijden gelezen, maar jongens, wat zakte mijn broek af. Wat een gezwets. Uitdrukkingen als: het zal haar aan d’r anus oxideren en oma heeft een kurk in d’r reet. Dan heb je het dus meteen bij mij verbruid. Wie weet doe ik nog een poginkje om het boek te lezen…

Erwin Mortier – De onbevlekte; Ik verdwaalde…

Ik geef het toe, voor ik een recensie schrijf over een bepaald boek, lees ik een stuk of wat andere recensies; ik wil niet dom overkomen…Stel dat ik een boek helemaal verkeerd begrepen heb… Ook over ‘De onbevlekte’ Van Erwin Mortier heb ik er een aantal gelezen. Wat vind ik van het boek en vind ik dat de recensies kloppen met mijn ervaring met het boek? Tsja, en dan kom ik nu best in de problemen want zo enthousiast als de meeste recensies zijn over het boek, dat ben ik niet. Ik zie heus wel de kracht, maar om nou te zeggen dat dit de roman is waar ik al jaren op wacht…nou nee. Ik kan er niet echt warm voor lopen. Dit verschil tussen de stroom uiterst positieve recensies van professionele lezers en mijn minder enthousiasme terwijl ik een pret-lezer ben, brengt mij op de vraag wat goede literatuur is, wat een lekker boek voor mij is en waarom ik graag lees; Waarom ‘Turks Fruit’ een hoogtepunt in de Nederlandse literatuur is maar bijvoorbeeld ‘Bonuskind’ Van Saskia Noort niet terwijl beiden heerlijk zijn om te lezen. Op deze vraag weet ik gewoon het antwoord niet. Ik durf het niet te zeggen. Intuïtie, misschien. Ik weet wat een hoogtepunt in de literatuur is en wat niet. Ik weet ook wat literatuur is en wat niet. Vaak heb ik er gelijk in, omdat mensen die ervoor doorgeleerd hebben, hetzelfde zeggen. Maar, wat vind ik dan een lekker boek en wat zorgt ervoor dat ik een fijne leeservaring heb? Ontsnapping aan mijn werkelijkheid en de uitdaging om andermans werkelijkheid en gedachtewereld te doorgronden. Taal en verhaalstructuur zijn daarbij de vervoermiddelen. Laat ik het zo maar samenvatten.

Hoe zit dit alles bij de roman ‘De onbevlekte’ van Erwin Mortier? Om te ontsnappen aan mijn eigen werkelijkheid heb ik het nodig dat ik gedurende het verhaal weet in wiens hoofd ik zit. Dat is bij Erwin Mortiers roman vaak een raadsel. Bekijk ik de wereld door de ogen van Andrea, de zuster van Marcel de SS’er, of de Marcel die vernoemd is naar Marcel de SS’er en gelijk lijkt te vallen met de schrijver? Dan zijn er nog een stuk of wat brieven geschreven door de foute Marcel. Als je na bladzijden verwarring tot de conclusie moet komen dat je nog in het verkeerde vertellershoofd zit, dan frustreert dat mijn leeslust. Dat is me diverse keren overkomen. Eigenlijk heb ik hele stukken van de roman zitten lezen zonder dat ik begreep door wiens ogen ik keek. Echt heel vervelend. Misschien had ik het moeten kunnen weten als ik heel veel preciezer had gelezen, maar dat deed ik dus niet. Het kan dus zijn dat ik deze roman lager waardeer doordat ik het verdomde om hem goed te lezen…het zij zo!

Marcel werd tijdens de oorlog lid van de Vlaamse SS. Hij trok ten strijde tegen de Bolsjewieken en kwam om aan het oostfront. Marcel heeft een zus Andrea die haar moeder eigenlijk Maria had willen noemen; de onbevlekte. Andrea kreeg een hele sleep kinderen en een van de jongens – de schrijver(..?) – werd vernoemd naar de foute broer. Het verhaal wordt verteld met het Vlaamse platteland als achtergrond. In het laatste deel van de roman zijn de brieven afgedrukt die foute Marcel aan zijn familie schreef vanuit zijn nazistische legerkorps. Met uiteindelijk dus ook zijn overlijdensbericht. Het houterige taalgebruik in de brieven, die daardoor authentiek overkomen, staat in contrast met het poëtische taalgebruik in de andere delen van de roman. Dat taalgebruik is wel heel bijzonder en heel erg bloemrijk. Misschien wel te bloemrijk waardoor de koers van de roman wat uit het zicht raakt.

Al met al, niet mijn favoriete roman. Ik heb niet veel leesplezier gehad en voor mij is dat een ding dat zwaar meetelt. Heus, mooi taalgebruik, maar omdat taal en vertelstructuur de vehikels zijn van de roman, maar de roman me laat verdwalen, kan ik niet enthousiast worden. Omdat deze roman op de shortlist van de Libris literatuurprijs staat en ik alle boeken heb gelezen en beoordeeld, ga ik het tegen de andere boeken van de shortlist aanleggen…en dan scoort hij niet hoog. Ik verdwaal niet graag.

Jeroen Brouwers – Client E. Busken; een moeilijk boek.

Ik heb het uit! Dat was een zware bevalling. Viel niet mee, dat boek van Jeroen Brouwers. Is het dan een slecht geschreven, oninteressante roman? Nee, zeker niet. Het is geen boek dat lekker weg leest. Voor mij was het lezen van deze roman een worsteling. Je zit in het hoofd van een hoogbejaarde, dementerende, ontevreden en invalide man gevangen wiens enige pleziertje het roken van sigaretten is. Maar ook het zelfstandig roken van een sigaret is hem niet meer gegeven. Als lezer zit je in dat hoofd en de wereld van dat hoofd is erg klein; je wordt er een beetje claustrofobisch van. Natuurlijk is het verschrikkelijk knap om vanuit het enge perspectief van deze persoon een roman te schrijven, maar jongens, dat leest echt niet lekker. Helemaal omdat we weinig te weten komen over de persoon, tenminste weinig betrouwbaars. Want wie is hij, wie was hij en wie zijn de personen om hem heen?

Wat we van de hoofdpersoon te weten komen, is best verwarrend. Hij zit vast gegord in een rolstoel. Zijn behoefte doet hij in een luier (hoewel hij een fluitje bij zich heeft waar hij op moet blazen als hij moet poepen…wat hij dus niet doet). Of hij kan praten, dat krijgen we niet te horen. Wel dat hij niet wil praten. Voor sommigen in de buitenwereld lijkt het alsof er niets tot hem doordringt. Anderen weten zijn oogopslag of bewegingen wel te interpreteren als communicatie. Hoofdpersoon Busken kan zijn lichaam niet stilhouden. Het schudt en beweegt alle kanten uit. Hij ziet zichzelf als uitzonderlijk en bijzonder om iets dat hij in het verleden bereikt of gepresteerd zou hebben. Het is eigenlijk voor de lezer niet mogelijk om te bepalen wat hierin waar is of verzonnen…een roman is trouwens natuurlijk altijd verzonnen. Schrijven, wat dan ook, lijkt wel bij het verleden van Busken te horen; daar komt hij het meest op terug. Hij koestert zijn papier en potloden en geeft de indruk dat hij nog dagelijks schrijft. Dat wordt wel weer tegengesproken door het feit dat hij onwillekeurige bewegingen maakt met zijn handen; probeer daar maar eens mee te schrijven. Maar naast schrijver, ziet hij zichzelf ook als groot en wereldberoemd dirigent, hoogleraar in de filosofie, kernfysicus… en ga zo maar door. Zijn eigen grootheid plaatst hij tegenover de miezerigheid, onbenulligheid en bovenal dommigheid van de personen die zich rondom hem bewegen. Een roman vanuit het perspectief van deze verzuurde, oude dementerende man is niet echt leuk om te lezen. Misschien niet eens zo onrealistisch; het ‘leven’ heb ik wel eens vergeleken zien worden met het koken van bouillon; naarmate hij langer opstaat, wordt de bouillon steeds geconcentreerder; worden de eigenschappen steeds duidelijker en dan vooral de slechte. In het geval van de heer E. Busken in deze roman, zijn die eigenschappen helemaal niet fraai.

Het verhaal speelt zich af op een zomerse dag in een inrichting. Of het alleen een inrichting is voor dementerende bejaarden, wordt niet helemaal duidelijk. Sommigen lijken toch goed te functioneren. Mieneke Kalckbrander bijvoorbeeld. Wie ze is? Ja, wie zal het zeggen. Ze heeft ‘iets’ met hem. Tot grote ergernis van Busken is ze voortdurend in zijn buurt. Ze geeft hem koosnaampjes. Op zeker moment vroeg ik me af of ze zijn echtgenoot is. Daar is echter te weinig bewijs voor, lijkt me. Verder zijn er nog Richard. Door sommigen uitgesproken als Risjaar en door anderen als Ritsjert. Hij lijkt de baas te zijn in de instelling. Daarnaast is er nog een vrouwelijke psychiater die net zo goed psycholoog kan zijn. Ook dat wordt niet helemaal duidelijk. Ze draagt haar bril boven op haar hoofd. De behandelaars weten dat Busken zo zuur is dat hij niet meer praat terwijl hij dat wel zou kunnen. Verder is er een zekere Herman, die hem van sigaretten voorziet, maar die volgens de verteller, al heel lang niet meer langskomt. Ook zou Busken een dochter hebben hoewel hij haar naam zich niet kan herinneren. Hij vermoedt dat ze geëmigreerd is, maar zeker weet hij het niet…of heeft hij helemaal geen dochter?

Er blijken wel standvastige herinneringen te zijn. Zo citeert Busken de eerste strofen uit het gedicht Im Abentrot van Von Eichendorff. Dat gedicht is niet zozeer bekend vanuit de poëzie maar wel door de muziek die Richard Strauss (hier Richard dus niet als Risjaar of Ritsjert uitgesproken, maar op zijn Duits) erbij heeft gecomponeerd en het daardoor terecht kwam in Vier Letzte Lieder.

Toen Richard Strauss deze muziek componeerde was hij op ongeveer dezelfde leeftijd gekomen als Jeroen Brouwers toen hij deze roman schreef. De Vier Letzte Lieder worden algemeen gezien als de zwanenzang van Strauss. Is ‘Client E. Busken’ de zwanenzang van Jeroen Brouwers?

Al met al…een moeilijk boek. Zeker geen slecht boek, maar zeker geen boek waar je ‘lekker’ doorheen leest. Voor mij was het een worsteling. Ook omdat het zo verschrikkelijk negatief qua toon is. Op dit moment kan ik dat moeilijk gebruiken. Gaat zeker niet voor de eerste of tweede prijs van mijn Librisliteratuurprijs 2021 lijstje.