Categoriearchief: Slavernij

Dag Sinterklaasje…

Het is een vreemde paradox, maar de partij die zich de meest antiracistische partij in Nederland voelt, is in werkelijkheid de meest racistische partij. Terwijl Forum voor Democratie alleen maar terug wil naar de tijd van Bartje en bruin gekookte spruitjes en de tijd waarin iemand met een gekleurde huid in Nederland nog een bezienswaardigheid was, wil BIJ1 dat de vermeende hegemonie van mensen met een blanke huid doorbroken wordt. Bovendien is het in hun gedachtewereld zo dat iedereen die een blanke huid heeft en in Nederland woont, de schuld en ellende meetorst van vierhonderd jaar koloniaal bewind en slavernij. Een partij kortom bij wie je alleen maar schuldeloos bent, en dus meetelt, als je een gekleurde huid hebt. Een partij die zich BIJ1 noemt maar uiteindelijk de wereld juist verdeeld in goede en slechte mensen. Daarbij definiëren ze slechte mensen en goede mensen uitsluitend op huidskleur; racistischer kan het bijna niet. Het theoretische kader komt van Gloria Wekker die jarenlang, zonder tegenprestatie, de onderwijspot heeft leeg gevreten. Een wetenschapper die vindt dat niet elke stelling wetenschappelijk bewezen hoeft te worden als die toevallig in je straatje te pas komt. Een ellendige partij, dus, die heel wat leden herbergt die zonder meer denken dat ze lid zijn van een partij die erop uit is om de wereld te verbeteren; leden die grenzeloos naïef zijn.

Voor zover ik weet was het nog maar kortgeleden dat Quinsy Gario lid van BIJ1 werd. Hij moest meteen een vooraanstaande plaats krijgen in de partij, want hij was door zijn vele televisieoptredens een beroemdheid. De zwarte piet held! Naar verluid had hij in het verleden helemaal niets tegen zwarte piet; het boeide hem niet. Maar als kunstenaar wilde hij eens kijken of hij iets in Nederland teweeg kon brengen. Aldus viel zijn oog op een kinderfeest. Kerstmis verknallen; ach, dat zal menigeen worst wezen, maar Sinterklaas… Dat feest van met natte haartjes ’s avonds bij de schoorsteen liedjes zingen en je schoentje zetten en er een wortel instoppen voor het paard. Niet kunnen wachten om de volgende ochtend op te staan om te kijken wat Zwarte Piet in je schoen gestopt heeft. Dat feest verknallen, dat heeft zelfs effect op de heel erg goedwillende Nederlanders. En zo stonden er ineens tijdens de intocht van Sinterklaas tussen de kleuters met grote verwachtingsvolle ogen en zwarte-pietenmutsen op, een stel klootzakken samen met extremistische naïevelingen, die het hele feest in diskrediet brachten en voor onveiligheid zorgden voor kleine kinderen. Quinsy Gario, die het allemaal op gang gebracht had, moet de tijd van zijn leven hebben gehad.

Maar nu krijgt BIJ1 het lid op de neus. Met Quinsy Gario haalden ze, zonder het te weten, het paard van Troje binnen. Een intrigant tot en met. Uit de partij gezet wegens toxisch gedrag. De communiqués waren tot nog toe nogal vaag (het had niets te maken met #METOO achtige dingen… Ze wilden daar bij BIJ1 niemand schade doen…) Maar nu is het hoge woord eruit; toxisch gedrag. BIJ1 heeft er kennelijk pas nu last van; Nederland als geheel inmiddels al jaren. Dag Sinterklaasje, daaaag, daaaaag, daaaaag, daaaaag, Zw…. Piet.

De slavernijtentoonstelling in het Rijksmuseum een ietsje te woke

De tijdslotjes zijn schaars geworden waarop ik naar de slavernijtentoonstelling in het Rijksmuseum kon. Het werd laat in de middag, op het moment dat het museum doorgaans haar deuren sluit. Daardoor liep ik erg onrustig door de eerste zalen want steeds werd omgeroepen dat het museum ging sluiten en dat iedereen zo snel mogelijk moest maken dat hij met jas en tas richting uitgang ging. Ik had niet meteen helemaal door dat de tentoonstelling laat open zou blijven. Ik wilde zo graag de tentoonstelling zien. Maar waarom eigenlijk? Wat trekt mij zo naar die tentoonstelling? Ik wil me niet schuldig hoeven voelen. Ik wil met eigen ogen zien in het Rijksmuseum dat ik, als wit – en een beetje joods -, persoon niet schuldig ben. Ik wil niet aangewezen worden als iemand die schuldig is aan het uitbuiten, knevelen, mishandelen of verkrachten van andere mensen. Ik wil niet dat ik op grond van de kleur van mijn huid en de plek waar ik ter wereld kwam gezien wordt als een slavendrijver of handelaar. Zelfs niet als profiteur van slavernij. Ik wil het niet. Ik zal er alles aan doen om aan te tonen dat ik niets met slavernij te maken heb. Nooit! Daarom wilde ik de tentoonstelling zo graag bezoeken. Ik wil dat het Rijksmuseum dat bevestigt. In wezen ben ik een goed mens. Ik vind dat je andere mensen niet mag en niet kan bezitten. Niet in Nederland. Het is immoreel om andere mensen te bezitten. Uit de tentoonstelling bleek in ieder geval dat er altijd in Nederland mensen zijn geweest die slavernij immoreel vonden. Ik moet zeggen dat dat één van de dingen is die ik van de tentoonstelling meekreeg. Dus had je mensen die moreel aan de juiste kant stonden en als die mensen bestonden dan betekent dat dat anderen er in principe net zo over dachten maar winst maken belangrijker vonden…denk ik.

Als winst maken belangrijker is dan slavernij dan is slavernij vooral een probleem van het kapitalisme en zijn kapitalisten schuldig (als je al schuldigen kan aanwijzen zo ver terug in de geschiedenis). De trans-Atlantische slavernij kon bestaan doordat een elite geloofde in een kapitalistisch systeem zonder moraal. In de tijd dat burgemeesters van Amsterdam er trots op waren dat ze kapitalen verdienden aan handel met voorkennis ten koste van minder gefortuneerde stadsgenoten, zal het ze een meter aan hun reet hebben geroest over hoe de suiker verbouwd werd in de koloniën. Kapitalisten waren de kleine rijke bovenlaag. Of de rest van de bevolking meer moraal in hun donder hadden, wie zal het zeggen, maar zij kregen niet de kans om iets te ondernemen, en dat pleit ze vrij. Slavernij dus niet als een racistisch probleem, maar als een kapitalistisch probleem.

De tentoonstelling roept kortom heel veel emotie op. Persoonlijk vind ik de tentoonstelling net even iets te ‘woke’ om er iets voor mij van te maken. Het idee om tien mensen die op verschillende manieren met de slavernij te maken hadden, in beeld te brengen, vind ik sympathiek, maar de grote lijn moet je niet vergeten. Ik vind het bijvoorbeeld absoluut niet dat je ‘je straatje schoonveegt’ als je een stevig historisch en ruimtelijk kader schept. Wat is slavernij? Sinds wanneer is er slavernij? Waar vond de slavernij plaats? Wie handelde in slaven (en je dan niet beperken tot de jongens van De Wit)? Wie werden tot slaven gemaakt en waarom? In hoeverre speelde huidskleur een rol in de slavernij? Allemaal vragen die door te focussen op die tien personages veel te weinig aan bod komen maar die wel inzicht hadden verschaft in hoe men toen dacht. Eén van de belangrijkste aspecten van geschiedenis is dat je je leert te verplaatsen in een ander. Een ander die in een andere tijd en ruimte leeft en waar het hele leven anders was. Ik vind dat de tentoonstelling daar erg tekort schiet.

Ook de lijn naar het heden vind ik zwak. In plaats van te focussen op de slavernij die nu nog welig tiert, wordt de focus gelegd op het racisme en achterstelling van de mens met een gekleurde huid nu.

De referentiekaders van Piet Emmer en Sosha Duysker

Bestudeer je de geschiedenis, dan loop je voortdurend tegen jezelf aan. Tegen de ideeën die je hebt en je vooroordelen en je verwachtingen . Je krijgt gegevens over het verleden en je probeert ze in te passen in het referentiekader dat je al hebt over het onderwerp. Daar is moeilijk van af te stappen, merk ik. Op dit moment ben ik Dagboek uit Bergen-Belsen aan het lezen van Renata Laqueur. Bij Bergen-Belsen heb ik bepaalde ideeën over hoe het er daar aan toe ging. Ook hoe het er aan toe ging in alle andere concentratiekampen in de tweede wereldoorlog. Hoe joden behandeld werden als ze eenmaal gevangen genomen waren en in de kampen terecht kwamen. Ik merkte dat de eerste bladzijden niet strookten met mijn referentiekader; het was niet afschrikwekkend en verschrikkelijk genoeg. Ik merkte meteen bij mezelf de neiging om me af te vragen of het dagboek wel echt was. Wordt er in het dagboek niet een gunstiger beeld geschapen en zitten er niet vreemde krachten achter het dagboek? Dat moet de schrijfster ook gedacht hebben, want ze schrijft in de tekst verwijzingen naar hoe het er later aan toe ging, toen ook in Bergen-Belsen dood en verderf, honger en ziekten gingen overheersen. Gelukkig maar!

Ik denk dat de manier waarop ik om ga met historische gegevens een algemeen verschijnsel is; ik ben daar niet enig in. Velen zullen op de één of andere manier datgene vinden in de bronnen om referentiekader en de gegevens op één lijn te krijgen. We interpreteren de gegevens recht naar ons eigen referentiekader. In zijn boek De ‘Nederlandse Slavenhandel’ vertelt Piet Emmer dat slavenschepen er verschrikkelijk veel moeite voor moesten doen om hun slavenschepen vol te krijgen. Dat ze voor de Afrikaanse kust heen en weer voerden en slavenmarkt na slavenmarkt aandeden om maar slachtoffers te kunnen kopen. Dat maakte de onderneming verschrikkelijk duur en de winst die werd gemaakt op die handel kan gewoon niet groot geweest zijn. Emmer onderzoekt hoe lucratief de slavenhandel moet zijn geweest en komt op grond van de feiten tot zijn conclusie dat de handel niet winstgevend was en dus onbelangrijk voor de Nederlandse economie.

Sosha Duysker komt in haar documentaire ‘Opstand op de Neptunus’ op grond van bijna dezelfde gegevens tot een heel andere conclusie. Die conclusie is uiteindelijk net zo waar als de conclusie die Piet Emmer trok. In haar documentaire schetst Sosha Duysker het beeld van het slavenschip De Neptunus dat verschrikkelijk veel moeite heeft om voldoende slaven te kopen. De slaven die wel kunnen worden gekocht worden vervolgens in het verstikkende ruim opgesloten en zijn overgeleverd aan de wrede luimen van de bemanning. Zo zitten de slaven maanden op het schip onder erbarmelijke omstandigheden. Om een einde te maken aan de mensonterende toestand op het voor de kust van Afrika heen en weer varende schip, komen de slaven in opstand en verkiezen uiteindelijk de dood boven het leven door het schip met man en muis te laten vergaan. De slavenhandel was zo verschrikkelijk dat de slachtoffers de dood verkozen boven slavernij. De menselijke emotie en het leed is wat bij Sosha Duysker de boventoon voert. Dat Piet Emmer ook zegt dat slavernij volkomen verwerpelijk was, valt in het niet ten opzichte van zijn economische overwegingen. Misschien dat Piet Emmer zich daarom zoveel woede op z’n hals haalt.