Categoriearchief: columns

Jonathan Franzen – Kruispunt; echt geweldig!!!!!

Nu religieuze Amerikanen op dit moment allemaal rechtse conservatieve Republikeinen lijken, kan je je haast niet voorstellen dat er ook progressieve christelijke groepen zijn. Of in ieder geval zijn geweest. Dat is de eerste verwarring die je ten deel valt als je de roman ‘Kruispunt’ leest van Jonathan Franzen. Deze roman speelt zich in de vroege jaren zeventig af rond de jongerengroep Crossroads van de Gereformeerde doopsgezinde gemeente in een voorstad van Chicago. Een christelijke gemeenschap die voortkwam uit de mennonieten in de tijd van zoek jezelf en vind jezelf en love and peace voor de mensheid. De Vietnamoorlog ging naar haar dramatische hoogtepunt, indianen lieten van zich horen als de gediscrimineerde waarlijke erfgenamen van het Amerikaanse grondgebied. Aldus het decor van deze fantastische roman. Elke letter in deze roman is boeiend, van pagina 1 tot pagina zeshonderd zoveel. In een vertaling gaat altijd wat verloren, maar de inhoud is zo geweldig dat het de nadelen veruit tenietdoet. Ik ben te lui om zo’n grote roman in het origineel te lezen; mijn Engels is niet goed genoeg om alle nuances te begrijpen en dan gaat er ook weer heel veel verloren. In vertaling gelezen, dus. Ondanks dat er iets door de vertaling verloren ging, kan ik niet anders zeggen dat je dat op den duur ook niet meer dwars zit.

In de roman die uit twee grote delen bestaat, volgen we het wel en wee van de familie Hildebrandt. Het gezin bestaat uit vader Russ, hulppredikant van de gemeenschap, moeder Marion, die een voor iedereen verzwegen verleden heeft, oudste zoon Clem die net uit huis is, dochter Becky, die de schoonheid van de school is, zoon Perry die grote drugsproblemen heeft en tenslotte Judson, de jongste zoon. Het verhaal wordt immer in de derde persoon geschreven wisselend vanuit het perspectief van Russ, Marion, Clem en Perry. Het eerste deel speelt zich af vlak voor kerstmis 1971. Het tweede deel vanaf Pasen 1972.

De personages zitten vast in de morele maatstaven die hun kerkgemeenschap hen oplegt. Ze worstelen er mee.  Vooral wat betreft seks en relaties blijken de leden van de familie eigenlijk niet met deze normen te kunnen leven. De oudste zoon, Clem, laat het geloof dan ook vallen. Helaas maakt dat voor hem niet zoveel uit omdat hij zichzelf vervolgens andere heel strenge normen oplegt. Hij is de enige van het gezin die niet meer thuis in de voorstad New Prospect van Chicago woont. Hij vindt dat als je je niet voor honderd procent geeft aan een studie, dat je er dan maar mee op moet houden. Op de universiteit leert hij Sharon kennen. Zonder dat hij echt van haar houdt, gaat hij een heftige seksuele relatie met haar aan. Hij raakt verslaafd aan d’r. Binnen de kerkgemeenschap waarin hij is opgegroeid, is pacifisme de norm. Sharon weet Clem ervan te overtuigen dat pacifisme ook asociale trekken heeft nu de Vietnamoorlog veel soldaten nodig heeft; iemand anders wordt er dan voor jou opgeroepen. Als Clem ontdekt dat zijn studie ernstig lijdt onder zijn seksverslaving aan Sharon, breekt hij met haar en kapt hij zijn studie af en verklaart hij zich bereid om naar Vietnam te gaan. Het verhaal van moeder Marion is een spiegeling van het verhaal van Clem. Voordat ze haar huidige gezin begon had ze een heftige relatie met de getrouwde Bradley. Als hij het uitmaakt en zij ongeveer op hetzelfde moment ontdekt dat ze zwanger is en een abortus laat plegen, draait ze volkomen door en wordt ze opgenomen in een psychiatrische inrichting. Als ze ongeveer genezen is, probeert ze haar abortus en haar psychose te verwerken in de katholieke kerk. Daar ontmoet ze Russ. Russ wist seks en liefde uit zijn leven te houden, maar dan ontmoet hij Marion. Marion leert hem de geneugten van het leven kennen. Maar na het baren van vier kinderen is ze wat zwaarder geworden en somber en lang niet meer zo aantrekkelijk. Op dat moment komt de beeldschone weduwe Frances Caldwell op zijn pad. Hij voelt zich enorm tot haar aangetrokken en doet er alles aan om samen met haar te zijn. Zij lijkt dat ook wel op prijs te stellen. Dochter Becky heeft haar oog laten vallen op Tanner; de gitarist en zanger van de band. Hij speelt veel in de kerk en dan vooral voor de jongerenclub Crossroads. Tanner is echter nog met Laura. Om meerdere redenen is Laura de schrik van de familie Hildebrandt. Becky is de absolute schoonheid van de school en na niet veel inspanning van Becky maakt Tanner het uit met Laura en vormen Becky en Tanner een koppel. Tenslotte zien we ook nog het verhaal door de ogen van Perry. Perry heeft veel eigenschappen van zijn moeder geërfd. Zo is hij, net als zijn moeder, bijzonder slim, maar tegelijkertijd ook bijzonder psychisch labiel. Hij worstelt met verslavingen. Alles wat hem in een roes kan brengen neemt hij in.

Het verhaal speelt zich af rond de jeugdgroep Crossroads. De groep werd in eerste instantie door Russ geleid. Hoogtepunt voor Crossroads is rond Pasen een werkkamp in het gebied van de Navajo’s. De jeugdgroep maakt zich een week lang nuttig voor een gediscrimineerde en achtergestelde groep. Maar alles verandert als Rick Ambrose bij Crossroads stage gaat lopen. Ambrose gaat meer de weg op van  zelfontplooiing en delen van gevoelens die in de jaren zeventig zo populair was. Voor Russ, die meer bij het geloof wil blijven, breken steeds moeilijkere tijden aan want de jongeren voelen meer voor de weg van Ambrose dan voor Russ. Uiteindelijk wordt Russ min of meer uit de jongerengroep gezet.

Ik kan me voorstellen dat de vertalers lang gediscussieerd hebben over het al of niet vertalen van de titel en van de naam van de jeugdgroep. De titel Kruispunt kan echt alleen maar slaan op de jeugdgroep Crossroads. Het wel en wee van de jeugdgroep, daar gaat het om in deze roman. De titel heeft men wel vertaald, maar de naam van de groep niet. Eigenlijk kan ik niets beters verzinnen; het moest wel zo.

Dit is echt een hele goede roman waar je even helemaal in wegzinkt. Een absolute aanrader. Ik was zo gegrepen dat ik via Google maps de plekken heb terug lopen vinden waar alles zich afspeelt. Ik kwam erachter dat de jeugdgroep half Amerika door moest om in het Navajo werkkamp te komen; het land van de grote afstanden!

Schaduwweduwe – Rascha Peper; Een literair juweeltje

Tussen kerst en nieuwjaar hebben we ons teruggetrokken op een eiland in het zuidwesten van Nederland. We hebben een appartementje gehuurd vlak aan de kust. Het strand is de straat uitlopen, enkele tientallen meters naar rechts lopen, dan de dijk over en voilà. We hadden eindeloze fietstochten in het vooruitzicht. Maar helaas, het weer zit niet erg mee. Harde wind en veel regen kluisteren ons een beetje aan ons appartementje. Dan is het sluiten van alles wat leuk is in verband met Corona wel erg zuur. Ik had nu best naar een museum gewild. Maakt niet uit wat ze er hadden neergezet of opgehangen. Maar het is niet anders. In het appartementje een stapeltje boeken. Omdat ik zelf nogal verwikkeld zit in echt zwaar literaire werk dat je af en toe naar een depressieve afgrond leidt (vooral als de 16-jarige uit het gezin Hildebrandt zich kapot snuift en iedereen om drugs leegsteelt) was ik wel toe aan een wat lichter lees verzetje. Ik vond een boekje in de reeks Literaire Juweeltjes geschreven door de veel te vroeg overleden Rascha Peper. In het verleden had ik al best wat van haar gelezen. Lekker leesbare boeken die niet echt beklijven. Ik zou zo uit mijn hoofd geen boeken van haar kunnen noemen die ik gelezen heb. Maar dat zegt verder niet zoveel; haar naam is zeker bij mij blijven hangen en ze heeft me aangename leesuurtjes verschaft.

Het boekje uit de Literaire Juweeltjes reeks heet Schaduwweduwe. Een verhaal dat eerder al twee keer in gedrukte vorm verschenen is, lees ik in de verantwoording. Een mooi en aangrijpend verhaal.

Op een kwade dag luistert hoofdpersoon Hilde een ingesproken bericht af. Marit, de dochter van Thomas, heeft het ingesproken. Ze vertelt dat haar vader Thomas overleden is. Thomas is de minnaar van Hilde. Ze zien elkaar eens in de twee weken op vrijdag. Zowel Thomas als Hilde hebben een vaste partner die niets van deze affaire mag weten. Niemand mag van de relatie weten en daardoor moet haar rouw ook geheim blijven. Dat gaat moeilijk. We zien een vrouw vol leegte en stil ongetoond verdriet. Dat geeft de wrijving die het verhaal voortstuwt.

Het verhaal speelt zich op plekken af die ik zo goed ken; de concertgebouwbuurt van Amsterdam. Ze koopt haar bloemen (appeltjes in haar geval) bij de bloemenwinkel in de Cornelis Schuytstraat. Nou die weet ik wel te vinden. Dat maakt het voor mij nog veel sprekender. Zeker een aanrader. Het verhaal verscheen eerder in de verhalenbundel Een Siciliaanse Lekkernij en ook nog in Zwartwaterkoorts. Lijkt een beetje overdreven om een verhaal drie keer uit te geven, maar toch…een lekker tussendoortje.

Vergeet mij niet – tentoonstelling in het Rijksmuseum

Bezocht op 17 december 2021

Sinds de tentoonstelling over Fré Cohen die op 1 november officieel geopend werd (maar afgelopen zondag zomaar weer gesloten werd), weet ik dat het inrichten van een tentoonstelling meer is dan wat kunstwerken aan de muur hangen. Een tentoonstelling wordt ontworpen. Over van alles en nog wat wordt nagedacht zodat jij als bezoeker zoveel mogelijk kunt genieten en het onderwerp van de tentoonstelling zoveel mogelijk tot haar recht komt. Is het zo dat in een begeleidend boek een soort van wetenschappelijke onderbouwing wordt gegeven over het onderwerp, de tentoonstelling zelf moet de bezoeker verbazen en moet de toeschouwer een nieuw perspectief bieden of van schoonheid laten genieten. Met alle nieuwverworven kennis stapte ik afgelopen vrijdag het Rijksmuseum in om de tentoonstelling ‘Vergeet mij niet’ te bekijken. Ik wist toen nog niet dat het zo’n beetje mijn laatste kans was voordat nieuwe coronadreigingen de lust-for-life afroomden en alle culturele instellingen en alle winkels en restaurants, en café’s hun deuren moesten sluiten…het is niet anders (al huilt mijn hart).

De tentoonstelling heb ik aan de hand van de tour gedaan. Met behulp van de app op mijn telefoon werd ik van zaal naar zaal geleid waar een selectie van de werken die er hingen werd besproken. Zeker niet alle werken die in de zalen hingen. Mijn idee was om later terug te komen en de schilderijen die ik nog niet gezien had op een later tijdstip te bekijken. Van dat laatste is het dus helaas niet meer gekomen… nou ja, laat ik er maar niet meer over uitweiden, het is al treurig genoeg.

De ontwerpers van de tentoonstelling hadden duidelijk voor ruimte gekozen. Niet voor zo veel mogelijk werken, maar voor een aantal zeer bijzondere en die dan in een optimale ruimte. Door het grote aantal zalen, was het aantal te bewonderen schilderijen toch nog enorm. Elke zaal had een thema dat de grondslag vormde voor de reden waarom men het portret had laten maken: Ambitie, vroomheid of liefde, dat soort thema’s. Alle portretten stamden uit de renaissance; de menselijke zelf werd na de donkere middeleeuwen weer als individu geboren. De meeste portretten stamden uit de late vijftiende en de vroege zestiende eeuw.

Portretten van Giuliano en Francesco Giamberti da Sangallo, Piero di Cosimo, 1482 – 1485

Een dubbelportret dat me al tijden fascineert en doorgaans tot de vaste collectie behoort zijn de portretten van Guiliano en Francesco Giamberti da Sangallo geschilderd door Piero di Cosimo. Een portret nog uit de vijftiende eeuw. Nu tentoongesteld op de zaal ‘Ambitie’. Binnen de tentoonstelling bijzonder omdat met behulp van attributen op het schilderij aangegeven wordt wat de heren voor een beroep uitoefenden. Bij de zoon instrumenten waarmee je ruimte kunt tekenen om aan te geven dat hij architect was en bij de vader een blad muziekpapier om aan te geven dat hij componist was. Maar dat fascineerde me allemaal niet. Wat mij verbaasde was de uiterlijke afstotelijkheid van pa Giamberti da Sangallo. Eindelijk werd uitgelegd waarom de man zo lelijk was; hij leefde niet meer toen hij geschilderd werd. Zijn portret was heel precies geschilderd naar het dodenmasker dat van hem gemaakt was. Dat de oren van de arme man dubbelgeklapt hadden gezeten door de doek waarmee zijn gezicht was afgedekt, deerde de schilder niet. Juist die oren…

Anton Fugger door Hans Maler (1480/88-1526/29) 1525

Een ander schilderij bracht mij weer terug naar de laatste vakantie toen alles nog goed was. Onze reis in 2019 naar Italië. Gedreven door de hitte waren we vanuit Ravenna naar Augsburg gereden. Daar bezochten we de Fuggerei; een vroeg 17e eeuws sociaal woningbouwproject gefinancierd door de zeer kapitaalkrachtige bankiersfamilie Fugger. Een vroege voorouder, maar desalniettemin al steenrijk had zich laten portretteren. Met trotse baard en dure kleding en een zeer arrogante oogopslag lijkt hij absoluut niet de sociaal bewogen ambities van zijn nazaten uit te stralen. Maar een portret is maar een momentopname, wie weet hoe hij dacht over een eerlijke verdeling van de welvaart in zijn dagen…

Al met al een verschrikkelijk leuke, interessante en mooie tentoonstelling. Een aanrader. En nu maar hopen dat Nederland weer zo snel uit de museale lockdown komt zodat ik de schilderijen die ik heb overgeslagen alsnog kan bekijken en degene die het nog niet bezocht hebben een kans te geven. Gezien de dalende besmettingscijfers hoop ik zo verschrikkelijk…maar ja, niet essentieel die kunst en cultuur en natuurlijk, je verhongert niet als je niet naar schilderijen kunt kijken, maar je verschraalt wel.

Pärt en Sibelius (en Bruch) van het NedPho in het Concertgebouw

Jaren geleden ging ik op een zondagochtend naar een concert gegeven door viooltalentjes die allemaal les kregen van een lerares die slechts uiterst begaafde leerlingen aannam. Ik kan me niet meer herinneren om welke vioolpedagoge het ging, wel dat het concert in Almere plaatsvond. De vioolleerlingen die destijds tijdens dat concert speelden, waren zeker heel talentvol. De gemiddelde leeftijd op het podium zal niet hoger geweest zijn dan zo’n jaar of dertien. Een wat ouder meisje speelde met pianobegeleiding ‘fratres’ van Arvo Pärt. Het was mijn kennismaking met de muziek van deze componist. Een aangename kennismaking. De muziek raakte me diep. Het is spirituele muziek die je in steeds zichzelf herhalende lussen in hoger sferen brengt. Een ontspanning van de geest treedt op die je in weinig andere muziek tegenkomt. Hoewel er wel wat overeenkomsten zijn met de minimal music van Phillip Glass, is Pärts muziek toch van een geheel andere orde. Waar Glass juist de spanning opzoekt, laat Pärt het van zich afglijden. Ik weet nog dat ik bijna rechtstreeks van het concert naar CD-winkel liep om eindeloos van deze muziek te kunnen genieten.

Afgelopen zaterdag was ik in het concertgebouw. Opgelucht dat de nieuwe coronamaatregelen die precies op dat moment ingingen niet ons concert van het Nederlands Philharmonisch raakte, zaten we op knievriendelijke plekken op het balkon. Voor de derde keer in mijn leven een vrouwelijke dirigent. De Letse Kristiina Poska. Gelukkig groeit het aantal vrouwelijke topdirigenten snel, want Kristiina Paska is een topdirigent. Dat de Baltische landen onafhankelijk van Rusland zijn geworden en toegetreden zijn tot Europa is een muzikaal voordeel voor ons. De muziekbeleving in deze landen is gigantisch en zingen in een koor was lange tijd een vorm van verzet tegen de Sovjetoverheersing. Elk dorp schijn wel drie koren te hebben. Vandaar Mariss Jansons, vandaar Kristiina Poska. Wie kan er nu het beste de muziek van de Letse componist Pärt dirigeren dan de Letse dirigent Poska? Vanaf de begintonen ontspant je geest en al snel word je ogenomen in een hemels mantra. Strijkers, een trom en een woodblock. De muziek begint teder en zacht en dun, wordt op den duur voller en luider om dan weer zachter en ijler te worden en uiteindelijk te doven. Prachtig!

Omdat ik mijn kaartjes kocht tijdens een andere fase in de coronacrises, waren er twee kortere gelijke concerten op een avond gepland. Maar toen werd er versoepeld, en dus mocht er meer publiek in de zaal, en werden de twee kortere concerten samengevoegd en uitgebreid. Het vioolconcert van Max Bruch was de uitbreiding. Violist Tsjechische Jozef Špaček was de solist. Doordat dit concert zo beroemd is kende ik het op mijn duimpje en dat luistert heerlijk omdat echt hoogkwalitatieve muziek nooit verveelt. Het concert werd na de pauze vervolgd met de tweede symfonie van Jean Sibelius. Dat concert had ik even een paar keer moeten beluisteren want hierin raakte ik compleet verdwaald. In het eerste deel was het zo dat als ik een melodie uit de muziek naar boven hoorde komen hij meteen abrupt afgebroken werd. Tenminste dat gevoel had ik. Hetzelfde overkwam mij in het tweede deel. Het derde deel was ineens best goed te volgen. Maar helaas, in het derde deel raakte ik de weg weer kwijt. Dan blijft over dat ik zag dat de paukenist het erg druk had en de slagen vaak op zijn allerhardst op de trommelvellen inbeukten. Ook op mijn trommelvliezen, trouwens.

Dat ik de weg kwijtraakte in die symfonie van Sibelius en dat slechts het paukegeroffel is blijven hangen, zegt meer over mij dan over de kwaliteit van het gebodene; over het geheel genomen heb ik een lekkere avond gehad. Ik ben blij dat de cultuursector nu buiten de coronamaatregelen is gehouden.

Links meisje wil seks met reaguurders

Ik heb in de loop van mijn leven in meer of mindere mate aan venustrafobie geleden. Deze fobie was op z’n hevigst toen hij eigenlijk het minst welkom was. In de tijd dat ik op een leeftijd was waarop de woorden tieten en kut me al opwonden voordat er een meisje of vrouw aan vast en omheen zat. Dat was ook juist de leeftijd waarop veel meisjes uitvonden wat voor impact ze konden hebben op mannen…op mij. Neem bijvoorbeeld Annabel Visser uit 5 VWO in 1977. Een meid met een vurige vulva, zullen we maar zeggen. Ze maakte jongens gek van onvervuld verlangen. Ze gaf de indruk dat ze een erotische veelvraat was. Die indruk was niet gewóón opwindend, maar heel erg opwindend. Als ik een beetje moeite deed, dan…etc. Er zal veel loos zaad gevloeid zijn om haar. Op Internet kwam ik de Annabel Visser tegen van 2021. Ik zag haar verschijning op youtube en herkende haar meteen. Jini van Rooijen heet ze en omdat ze haar brandende vagijn verpakt als kunstobject heeft ze zowaar een artiestennaam: Jini Jane. Ze schijnt tweede of derde jaars filosofiestudente te zijn en heeft zich aangesloten bij een clubje kunstenaars vol opgeblazen pretenties. Hoewel…in één van de filmpjes wordt haar mening gevraagd over kunst en dan zegt ze dat ze er eigenlijk geen verstand van heeft. (na enig zoeken vond ik dat ze nog maar een paar jaartjes geleden in de redactie zat van de schoolkrant van het Rotterdams Montessorilyceum. Ze interviewde een leraar: “Wat is je lievelingskleur?” Kortom, ook toen al was ze messcherp!)

Psychologen zullen vast menen dat ik hier mijn venustrafobie probeer te beteugelen en misschien hebben ze daar ook wel gelijk in.

Wat ik begreep is dat onze Jini d’r clitoris in klinkende munt wilde omzetten door een pornokanaal te beginnen. Hiervoor maakte ze een advertentieclip om mannen te lokken om te acteren als pik op poten. Maar ondanks dat ze haar billen hoerig omhooghoudt, klaar om elke penetratie warm te ontvangen, reageerden er weinigen. Jini is wel geil, maar niet bijzonder. Kleine tietjes, bolle ogen, een te lange rug, een vormeloos kontje, hoge haarinplant. Niet echt lelijk maar ook nou niet iemand van…nou ja…je weet wel, mannen gingen niet voor haar in de rij staan. Een beetje een ouwelijk gezicht waarin je haar verdere leven in een kleurloze Vinex wijk aan ziet komen.

Pornokanaal geen succes, dus dan maar wat anders bedacht: Links meisje wil geneukt worden door Geenstijl reaguurders om de kloof tussen links en rechts te overbruggen. Daar sloeg een deel van de media wel op aan. Maar desalniettemin kwamen er maar weinig rechtse rakkers op Jini’s geile annonce af ondanks aandacht in de media.  Met zulke vrouwen kan het best fout met je aflopen waarna hoon en vernedering op de loer liggen, moet menig rechtse rakker gedacht hebben. En terecht. Slechts één rechtse vermeende penisatleet wilde de uitdaging aannemen: Sid Lukkassen. Iemand die – spijtig genoeg voor hemzelf – in de spiegel iemand anders ziet dan wij. Hij ziet een niet te versmaden Adonis terwijl wij een wat vadsige autist zien. En ja, Jini kleedde hem uit en hoon en vernedering werd zijn loon. En Jini? Jini noemde het een kunstproject.

Jini van Rooijen en Sid Lukkassen
Jini van Rooijen en Sid Lukkassen

Moraal: Soms jammer dat ik aan venustrafobie lijdt, maar godzijdank behoedt het mij voor een afgang als die van Sid Lukkassen. Qua seks is het met mij helemaal goed gekomen, trouwens.

Esther Gerritse – De terugkeer; Zelfs God spreekt een woordje mee

Ook deze roman van Esther Gerritse is een heerlijk boek. Haar heldere taal, vloeiende beschrijvingen, complexe maar duidelijke relaties tussen de personages: Op en top Esther Gerritse. Het is niet zo dat je nog wekenlang blijft rondlopen met onopgeloste vragen of gevoelens, maar zeker heel lezenswaardig.

In het eerste hoofdstuk kruipt vader Gerrit met zijn laatste krachten naar de koelkast. Hij probeert te drinken van de sinaasappelsap die hij uit de koelkast heeft weten te halen. Maar als hij eindelijk kan drinken, valt het pak sap uit zijn hand en zakt zijn hoofd in de plas jus d’orange. Zoontje Max van een jaar of tien heeft alles zien gebeuren. Wat is hier gebeurd? We gaan het ons een hele roman lang afvragen en uiteindelijk…ja uiteindelijk krijgen we het zowel niet als wel te weten. We weten wie het gedaan heeft, maar waarom…

Heel veel jaren later… De minnaar van moeder Johanna heeft moeder van uit het warme zuiden van Europa teruggestuurd naar huis. Johanna dementeert en haar minnaar laat weten dat hij haar niet wil verzorgen. Aldus komt ze thuis in haar huis. Zoon Max heeft zo lang zijn moeder weg was, en dat waren een aantal jaren, voor het huis gezorgd. Max is rond de dertig, getrouwd met Nora en ze hebben samen een kind. Hij werkt als tuinman. Ook zus Jenni komt op de proppen. Ze leeft al jaren in onmin met de familie, maar nu wil ze graag voor haar moeder zorgen. Ze trekt tijdelijk in bij Johanna. Logerend in haar ouderlijk huis wil Jenni weten wat er precies met haar vader gebeurd is. Er wordt binnen de familie verteld dat vader erg depressief was en zelfmoord heeft gepleegd. Jennie ontdekt een map politiefoto’s in het huis van haar moeder. Daarop is te zien dat vader Gerrit verwondingen aan zijn hoofd heeft. Voor Jennie strookt dat niet met de lezing ‘zelfmoord’. Op dat moment dient oom Ed zich aan. Oom Ed is de broer van vader Gerrit en overmatig gedienstig voor moeder Johanna. Er wordt gezegd dat hij heimelijk verliefd was op Johanna. Heeft Gerrit misschien geen zelfmoord gepleegd, maar is hij uit jaloezie vermoord; een crime passionelle? Moeder d’r geheugen gaat in rap tempo achteruit. Max wil alles laten rusten, maar Jenni niet; ze wil de onderste steen boven hebben. Uiteindelijk geeft oom Ed toe dat hij haar vader van de trap heeft geduwd en dat hij verkeerd terecht gekomen is. Daarop doet Jenni aangifte. De politie vindt een nader onderzoek noodzakelijk. Het lichaam van vader moet opgegraven worden zodat er alsnog sectie op het lijk kan plaatsvinden. En ja…daar vinden ze iets. Deuken in de schedel. Een splintertje groen glas van de zware glazen asbak die altijd op tafel gestaan heeft. Vader Gerrit is niet van de trap geduwd, maar met de asbak doodgeslagen. Waarom zegt oom Ed dat hij het gedaan heeft? Omdat Ed wilde helpen. Oom Ed wil altijd helpen en het was veel beter dat hij de schuld op zich nam…

In de roman geeft de vermoorde Gerrit regelmatig commentaar op dat wat zich tussen de personages op aarde afspeelt. Hij zit in het hiernamaals. Hoewel hij tijdens zijn leven leed aan zware depressies, vind ik hem als commentator uit de hemel, best opgeruimd. Wat en hoe hij precies vermoord is lijkt hij niet te weten. Hij lijkt even nieuwsgierig te zijn als de aardse personages over het verloop van Jenni’s zoektocht. Soms wordt God aangeroepen en ook God is niet te beroerd om zijn zegje te doen. De acties van Gerrit en God blijven beperkt tot de geestelijke wereld; ze kunnen datgene wat op aarde gebeurd niet beïnvloeden. Met heel veel moeite lijkt Gerrit wel in de droom van zijn dochter door te kunnen dringen…

De roman heet niet voor niets ‘De terugkeer’. Johanna keert terug van Ibiza, Jenni keert terug naar haar ouderlijk huis, Max keert terug naar de moord die hij heeft zien gebeuren. Gerrit keert terug in woord en gedachten…

Ik heb de roman met heel veel plezier gelezen. Ik had het boek al een week geleden uit en omdat het leven doorgaat en ik bovendien  een heel drukke en emotionele week had en was het niet gelukt deze recensie snel nadat ik het boek dichtsloeg te schrijven daardoor was het verhaal wat weggezakt. Zelfs getwijfeld of ik niet eens een boek – dit boek – zou overslaan. Maar nee, natuurlijk niet; juist als ik enthousiast ben over een boek wil ik het graag met de wereld delen! Het zou toch jammer zijn als ik alleen blijk te schrijven over boeken die ik halverwege dicht sloeg?

Alles bij elkaar vond ik het een heerlijk boek om te lezen en een echte aanrader. Als je al geen fan van Esther Gerritse was, dan ga je het na dit boek wel worden…denk ik.

Daniël in Münster

Geliefde J. en ik genieten volop van de vrijheid die we met onze coronapas hebben teruggekregen. Niet alleen is alle cultuur weer toegankelijk voor ons in Nederland (en daardoor ook weer mogelijk!), maar ook in de rest van Europa. We hebben ons bezoek aan de stad Münster al twee keer afgezegd de afgelopen twee jaar, maar nu zijn we er dan echt. En ja, de regels zijn hier in Duitsland tien keer zo streng als in Nederland. Een mondkapje is hier niet genoeg; het moet een medisch mondkapje zijn en als je je in een openbare publieke binnenruimte begeeft dien je dat op te zetten. Bij elke poging om ergens in de horeca naar binnen te gaan wordt gevraagd of je ‘geimpft’ bent. Meestal mag je doorlopen als je met veel trots ja-knikt en zeker als je alvast naar je telefoon grijpt om het te bewijzen. Soms wil men dan ook wel even echt een blik op die mooie QR-code werpen. Ik ben zo blij met dat fel oplichtende stipjespatroon met langsfietsende poppetjes! Die code heeft mij m’n vrijheid teruggegeven en duizenden anderen hun werk. Apartheid? Mijn reet!

We gingen naar de kathedraal en daar overkwam ons wat ons overal bij eeuwenoude cultuurmonumenten in Duitse steden overkomt, namelijk beseffen wat voor enorme puinhoop de nazi’s ervan gemaakt hebben. Duitse cultuurmonumenten die vaak uit de twaalfde eeuw of eerder stammen zien eruit alsof ze er nog maar net staan. In zekere zin klopt dat ook want na de oorlog stonden er nog maar weinig stenen op elkaar. Met eindeloos geduld is alles wat mooi was weer in ere hersteld of, als herstellen niet meer mogelijk was, door nieuwe schoonheid vervangen. Hoewel er nog een aantal oude gebrandschilderde ramen overgebleven zijn in deze kathedraal, is het merendeel zo onherstelbaar beschadigd geraakt dat men nieuwe heeft laten maken. Ik moet zeggen dat ik aangenaam getroffen werd door de nieuwe ramen. Ze doen wat kubistisch aan en qua kleurstelling vind ik ze fantastisch. Ze stellen de wederwaardigheden van de profeet Daniël voor. Niet zomaar Daniël maar heel bewust Daniël. De kerk wilde daarmee een parallel trekken naar de nazitijd en de Jodenvervolging. Daniël en drie metgezellen waren na de Babylonische verovering van Israël meegesleept naar het hof van Nebukadnezar. Aanvankelijk mochten ze hun eigen religie en religieuze praktijken houden. Maar later kreeg het hof het daar wel moeilijk mee. Waarom moesten die joden weer iets aparts? Er werd een groot beeld opgericht van de koning en iedereen moest dat beeld aanbidden. Ook de joden. Dat deden ze natuurlijk niet, want zo’n beeld aanbidden is afgoderij. Aldus volgde vervolging en marteling, net als de joden in Europa overkwam in de nazitijd. Verschil is wel dat God Daniël en zijn kornuiten zelfs uit de leeuwenkuil wist te redden, maar – zie het Holocaust namenmonument – de Europese joden nauwelijks. Georg Meistermann ontwierp deze prachtige gebrandschilderde ramen in de oude kathedraal van Münster!

Ging deze gesjeesde historicus als allereerste naar de kathedraal in Münster? Nee, het allereerste ging hij naar het voormalige stadhuis om de Friedensaal te bewonderen; de kamer waar ons geliefde kikkerlandje geboren werd in 1648. Juist ja, bij de vrede van… Münster.

Mannenmaal – Rinske Hillen; slordig

Ik vind het moeilijk om een literair boek serieus te nemen als er slordig omgegaan wordt met de taal. Ook auteurs kunnen foutjes maken, maar dit boek staat er vol mee. Ik weet niet precies hoe het in het literaire wereldje werkt, maar mijn tekst voor het Fre Cohen boek werd onder handen genomen door een redacteur. Anders dan een literair boek moesten in ons boek de tekst van twee verschillende auteurs tot slechts een tekst gemaakt worden. Spel-, stijl- en slordigheidsfoutjes werden er tegelijkertijd uitgehaald. Volgens mij heeft elke auteur bij de uitgeverij ook een redacteur die goed meeleest met wat er geschreven wordt. Die redacteur heeft bij deze roman echt zitten slapen. Het ergert me mateloos al die slordigheden. Dat, terwijl ik het boek inhoudelijk helemaal niet slecht vond. De inhoud heeft me best beziggehouden want er komt nogal wat voorbij: Euthanasie op baby’s, euthanasie op mensen die genoeg van het leven hebben zonder dat er echt ondraaglijk lichamelijke lijden en een uitzichtloze situatie is. Het verlangen naar een groots leven met liefde tot het uiterste tegenover de huis-, tuin- en keukenliefde. De onvoorwaardelijke liefde tussen kind en ouders tegenover de voorwaardelijke liefde tussen man en vrouw. Het is allemaal niet niks. Maar taal is het gereedschap van de schrijver. Met of zonder hulp van een redacteur; de taalbeheersing moet in orde zijn. In deze roman is de taal zeker niet perfect. Verre van dat.

Journaliste Eva vormt samen met echtgenoot kinderarts Wout en zoon Abel een gezin. Eva werkt voor een kunsttijdschrift. De internationaal vermaarde beeldend kunstenaar Ben Roovers biedt het tijdschrift waar Eva voor werkt een interview met hem aan, maar alleen als Eva het afneemt. Toen Eva zeventien was, heeft ze een korte, maar heftige liefdesaffaire met hem gehad. Met veel verwarrende gevoelens gaat Eva het interview afnemen. Daarentegen heeft haar man Wout als kinderarts te maken met ernstig zieke kinderen. Hij worstelt met de behandeling van baby Josefien. Het kindje is geboren met een ziekte waardoor ze nauwelijks huid heeft. Ze lijdt enorme pijn bij alles. Onder narcose wordt ze gebadderd. De ouders van Josefien kunnen het lijden van hun kind niet aanzien en vragen kinderarts Wout om de baby een zachte dood te laten sterven. Dit is bij wet verboden en hij doet het dan ook niet. Hij geeft wel de ouders de suggestie dat dit de beste oplossing zou zijn. Ook in de openbaarheid heeft hij hierover iets gezegd. Sindsdien is er een hetze op gang gekomen tegen hem.

Tussen Ben Roovers en Eva komt de hartstocht weer tot leven. Daarbij bewondert Eva de onverschilligheid van de schilder ten opzichte van het leven en zijn totale focus op het maken van kunst. Eva komt erachter dat Ben aan een erfelijke ziekte lijdt die hem op den duur blind maakt. Het punt waarop hij helemaal niets meer kan zien komt met rasse stappen dichterbij. Hij vertelt dat hij een einde aan zijn leven zal maken als het moment daar is. Ondertussen is het huwelijk van Eva en Wout in een diepe crisis geraakt. Op het moment dat zijn huwelijkscrisis op haar hoogtepunt is en ook de hetze tegen hem als kinderarts het kookpunt bereikt, krijgt Wout een tijdelijke afkoelbaan aangeboden in de luwte verweg, in Berlijn. Voordat hij naar Berlijn reist, gaat hij verhaal halen bij Ben. Maar in plaats van een hanengevecht met fatale afloop ontstaat er iets van een vriendschap tussen de twee in diepe crisis verkerende mannen. Wout zal zorgen dat Ben een zachte dood zal sterven. Aldus geschiedt. Wout keert als vader, minnaar en partner terug naar Eva.

Niet niks, dat verhaal! Ik moet zeggen dat het verhaal absoluut boeit. De roamn vraagt de lezer ook om een moreel standpunt in te nemen. Dat zal ik dan ook hier doen: Een kind dat zo verschrikkelijk lijdt als patiëntje Josefien, waarbij geen kans is op verbetering in haar toestand, verdient een zachte dood. Voor het plegen van euthanasie op de minnaar van zijn vrouw mag arts Wout een flinke tijd achter de tralies. Eigenlijk ligt dit wel erg voor de hand, hoewel Wout er met het verstrekken van een zachte dood aan Ben erg genadig afkomt in deze roman.

Wout is nogal gek op Schopenhauer. In de tijd dat ik alles stuk las over Richard Wagner, kwam ik ook al eens terecht bij deze filosoof. Ook toen kreeg ik het gevoel dat Schopenhauers abstractie nergens overeenkwam met de mijne en legde ik mismoedig artikelen over zijn leer naast mij neer. Vanwege deze roman even een nieuwe poging gewaagd, maar nee, ik begin er niet aan. Ik laat dat graag over aan mensen als Rinske Hillen die filosofie hebben gestudeerd. Ik denk dat het hen verder helpt.

Slordigheid. Ik moet het er toch over hebben. Dat is namelijk datgene dat me erg gestoord heeft in deze roman. Stilistische slordigheden: Op bladzijde 43 van de elektronische versie van het boek. Vanuit het perspectief van Eva wordt verteld over ‘Wout na de seks’: “Daarna had hij zijn rug van haar afgewend, als een vesting, ze was eraan gewend dat hij van haar wegdraaide als hij sliep.” Ik denk dat Wout haar zijn rug had toegekeerd in plaats van afgewend. Zo’n zin leidt af. Andere zin. Eva is bang dat haar taperecorder niet naar wens werkt: “Hoe vaak kwam het niet voor dat ze thuiskwam en flarden uit haar geheugen moest schrapen doordat de tape leeg bleek?” Geen echte, heel erge fouten in deze zin, maar om nou te zeggen dat hij lekker loopt of mooi beeldend is…nou nee. Thuiskomen heeft geen verband met de lege tape; het uitwerken van het interview wel. Ik neem ook aan dat ze geen flarden van het gesprek wilde opdiepen, maar het hele gesprek en dat haar dat nou juist niet lukte en er slechts flarden boven kwamen. Ook dit leidt af van het verhaal. Ook wat rare vergelijkingen die dan ook nog vreemd opgeschreven staan: “Ze stelde zich voor hoe de morgen de rivier in kon zakken, als een vat vervuilde stoffen.” Bedoelt ze hier stoffen die schoon waren maar nu “vervuild” zijn, of “het milieuvervuilende stoffen” of “een vat giftige stoffen”? Het leidt af. Ook veel vergeten kleine woordjes waar ik geen notitie van heb gemaakt. Gewoon slordig.

Vond ik het dan geen goed boek? Nou zover wil ik zeker niet gaan. Als de schrijfster (redacteur?) wat meer aandacht aan de taal had besteed, dan was het een heerlijk boek geweest dat me heel erg geboeid had. De afloop – waarbij alles weer goed komt – had me wat teleurgesteld, maar dat had het leesplezier zeker niet bedorven.

Godinnen van de Art Nouveau – Allard Pierson Museum.

Dacht ik vroeger nog dat een tentoonstelling inrichten niets anders was dan de kunstvoorwerpen zo mooi mogelijk neerzetten en verder niets, nu ik betrokken ben bij de Fré Cohen tentoonstelling, weet ik wel beter. Bij zo’n tentoonstelling komt heel wat kijken. Het gaat natuurlijk wel om de kunstvoorwerpen, maar een ontwerper bepaalt waar ze komen te staan en tegen welke achtergrond. Over elk facet van de tentoonstelling wordt van te voren goed nagedacht om de kunstvoorwerpen en hun betekenis zo goed mogelijk te laten uitkomen. Voor mensen die al langer in het museumwereldje ronddarren, ongetwijfeld een open deur, maar voor mij, als tentoonstelling consument, volkomen nieuw. Ik consumeer tentoonstellingen en ik weet heus wel dat de ene tentoonstelling beter te pruimen is dan de andere. Dat dat vaak ligt aan hoe zo’n tentoonstelling is vorm gegeven…nooit aan gedacht.

Op goed geluk was ik het Allard Piersonmuseum ingelopen. Er is daar een tentoonstelling die ik erg graag wil zien maar plannen, dat is wat betreft musea helemaal niets voor mij; ik loop er graag in als ik er min of meer toevallig langskom. Ik was een beetje de coronaregels tel kwijt; moest je je van te voren aanmelden en een tijdslot bespreken of kon je er nu gewoon op de normale ouderwetse manier in. Tot mijn grote vreugde was alles weer normaal en kon ik zomaar naar binnen. Naar de Godinnen van de art nouveaux. Ik hou erg van Godinnen – hoewel ze van mij best wat dichter bij de grond mogen zijn – en ik hou van de art nouveau. Of Jugendstil, of Art deco. Laat ik er maar eerlijk over zijn; ik kan ze nauwelijks van elkaar onderscheiden. De kunst van rond 1900. Erg romantisch van aard vind ik. Net als de muziek. Neem Gustav Mahler of Richard (niet de walsenkoning) Strauss. Prachtige romantische muziek die je niet romantisch kunt noemen want de romantiek was allang voorbij. Hetzelfde gold voor de beeldende kunst.

Een romantisch beeld van de vrouw. Dat betekent veel ronde vormen. Dat betekent de zichzelf wegcijferende moeder en het onschuldige meisje. Dat beeld wordt ons in deze tentoonstelling veelvuldig getoond. Het schilderij ‘De bruid’ is een typisch voorbeeld van dit romantische beeld. Geschilderd door Wiesje van Blommestein in 1907. Een van het doek oplichtende gedaante. Naakt maar gevangen in een sluier die, weliswaar doorzichtig, haar hele lichaam bedekt. Witte bloemen omkransen de vrouw. Ze heeft borsten, dat wel, maar die lijken meer vooruit te wijzen naar haar toekomstige rol als moeder. Dat haar borsten een rol bij lust spelen, dat zie je hier niet. De vrouw ontdaan van veel van wat ons mens maakt. Wat ons dieren in het dierenrijk maakt. Als je naar het schilderij kijkt, komt er een onweerstaanbaar verlangen naar…een tijd waarin alles nog onschuldig was. Een tijd zonder haast, een tijd zonder lusten, een tijd zonder risico’s, een tijd zonder stress. Maar dat roept bij mij ook wrevel op. Hoezo onschuldig? Maar mijn gevoelens doen niet veel terzake; het is een zeer verdienstelijk schilderij.

Ook dit beeldje van de Belgische beeldhouwer Charles Samuel laat een haast onschuldige jonge vrouw zien. Dat het beeldje gemaakt is van erg schuldig materiaal (ivoor uit de uitgebuite Belgische kolonie Congo), kon de kunstenaar toen nog niet vermoeden. Met haar kapje op haar hoofd zien we hier een nationalistische variatie op het herderinnetjes thema van wat generaties eerder. Het onschuldige boerenmeisje waarvan het zonneklaar is dat ze op het Belgische platteland woont.

De periode in de geschiedenis waarin de Art Nouveaux gemaakt werd, blijkt ook de tijd te zijn dat men de kracht van een beeld van vrouwen in reclame gaat zien. Een bepaald beeld van de vrouw helpt producten verkopen. Weliswaar zijn veel kunstenaars man, maar je kunt moeilijk zeggen dat ze reclamekunst schiepen om mannen te verleiden of om vrouwen te onderdrukken; ze moesten producten verkopen. Producten als cacao, zeg maar huishoudelijke producten, werden in die periode doorgaans door vrouwen gekocht en dus moest de verkoop aan vrouwen gestimuleerd worden. Vrouwen zagen zichzelf kennelijk ook graag als de zich wegcijferende moeder zonder lusten en onschuldig in alles. Leuk om je dat te beseffen.

Als je aan mij vraagt waar ik me echt onplezierig over voel als ik naar het verleden kijk, dan denk ik al snel aan het feit dat vrouwen tot voor kort handelingsonbekwaam werden geacht. Meer nog dan veel andere ellende vanuit het verleden, trekken mijn tenen daarvan krom en stijgt het schaamrood me naar de kaken. Terwijl ik er part nog deel aan had. Maar de helft van de wereldbevolking wegzetten als onverantwoordelijk, niet-rationeel, dom, achterlijk dat hakt er bij mij best in. Dat ophemelen van vrouwen als onschuldige godinnen zoals op deze tentoonstelling getoond wordt, draagt de handelingsonbekwaamheid in zich. Als je verantwoordelijkheid neemt voor je leven, dan betekent dat dat je soms moet kiezen tussen goed en goed en heel soms het kwaad. Het betekent dat je een mening moet hebben over van alles en nog wat. Dat betekent dat je een rol hebt in de voortgang van de geschiedenis. Deze gedachte zie je, gelukkig, ook terug op de tentoonstelling: Die hele eerste feministische golf, waarvan de strijd voor vrouwenkiesrecht onderdeel uitmaakte, kwam ongetwijfeld voort uit het tijdsbeeld en maatschappelijke ordening waarvan de Art Nouveaux een weerslag was. De feministische beweging bijna als reactie op de Art Nouveaux. De propaganda poster hier getoond is zeker Art Nouveaux…maar misschien is het onderwerp wel de Art Nouveaux voorbij…

Echt een erge leuke tentoonstelling!

De dood in Taormina – Arnon Grunberg; Een verrassende afloop

Arnon Grunberg is, wat mij betreft, op dit moment de meest originele schrijver. Vervreemding, absurdisme en onverwachte wendingen zitten in al zijn boeken. Een gevaar dat hierdoor op de loer ligt, is dat de schrijver het absurdisme teveel doorvoert. In deze roman is dat zeker niet het geval; Grunberg rekt de randjes precies voldoende op zonder volledig uit de bocht te schieten. Net voldoende om je blik op de wereld weer eens even lekker te verzetten en alles net weer anders te gaan zien.

Als hoofdpersoon Zelda acht jaar is, gaat haar moeder een wereldreis maken en blijft Zelda alleen met haar vader achter. Moeder komt niet meer terug van haar reis. Het blijkt dat haar moeder haar grote liefde Romy gevonden heeft in Toronto in Canada en niet meer van plan is om terug te keren naar Nederland. Jaarlijks wordt Zelda op het vliegtuig gezet om haar moeder te bezoeken. Haar vader, die in energie handelt, vertrekt samen met zijn dochter naar China om daar te wonen en het verlies van zijn partner en haar moeder te verwerken. Na enkele jaren keren ze weer terug naar Nederland en gaat Zelda bij een jeugdbende. Ze wordt lokeend. Zij lokt mannen naar een bepaalde plek en vervolgens bestelen haar metgezellen de man in kwestie. Haar vader heeft er geen weet van, maar vermoedt wel veel. Zelda moet hem beloven dat ze later dood zal gaan dan hij en die plechtige belofte doet ze. Daarmee komt een eind aan haar leven als lokeend en stapt ze uit de jeugdbende. Zelda gaat al haar wetenswaardigheden bijhouden in een notitieboekje. Op een dag verliest ze het boekje en wordt het gevonden door de operaregisseur Rasmus. Als hij haar d’r boekje teruggeeft, vraagt hij of ze zijn assistent wil worden. Hij wil een opera maken over Aleppo. Een componist en een librettist heeft hij al; haar taak wordt het om de librettist met informatie over Aleppo te voeden. Ondertussen is Rasmus bezig in Zürich aan de opera ‘The death of Klinghoffer’ van John Adams. In die opera speelt de oudere maar beroemde acteur Jona een bescheiden rolletje als spreker.

Jona vraagt Zelda om mee naar zijn moeder te gaan. Zijn moeder praat al jaren niet meer met hem  en hoe hij ook bidt en smeekt, ze doet de deur niet voor hem open. Wellicht dat Zelda, als zijn zogenaamde nieuwe vriendin, zijn moeder kan vermurwen. Maar nee, de moeder van Jona laat zich niet vermurwen als Zelda samen met Jona voor de deur staat. Wat wel ontstaat is ‘iets’ tussen Jona en Zelda.

Jona heeft wel een gezin en een huis, maar daar wil hij niet meer wonen. Hij heeft, volgens eigen zeggen, geen vaste woon- of verblijfplaats. Hij wil zich aan niets en niemand binden en daarom gaat hij van de één naar de ander. Ook woont hij soms een tijd in een hotel, maar hij is nergens thuis en dat wil hij ook niet. Zo woont hij ook een tijdje bij Zelda. Zelda houdt van Jona. Ze trekken veel met elkaar op. Hij koopt een boot waar ze een tijd gaan wonen. Als de opera over Aleppo geschreven en gecomponeerd is, gaat hij onder regie van Rasmus opgevoerd worden. Tijdens de repetities ontmoet Zelda de Zweedse jongen Per die een scenario aan het schrijven is. Ook met hem gaat ze een verhouding aan. Als Zelda met Jona op vakantie naar Taormina op Sicilië gaat, vraagt ze ook Per daarheen te komen. In Taormina hebben ze een ménage à trois.

Aldus het verhaal. Hoewel je gedurende het lezen van de roman steeds vage tekenen tegenkomt van de absurde wending die het verhaal gaat nemen, ben je je er niet van bewust welke kant het uiteindelijk uitgaat. Maar dat moet je ook niet weten want dan gaat de verassing verloren. Die verassing ga ik hier dus ook niet opschrijven.

Nou wil ik natuurlijk niet psychologiseren en wat er niet staat kan je niet lezen, maar herkennen we in Jona niet de schrijver zelf? Vertelt Grunberg niet regelmatig dat hij eigenlijk acteur had willen worden? Is het niet zo dat Grunberg vaak vertelde over de hechte haat-liefde relatie die hij met zijn moeder had. Zijn laatste romans gingen zo ongeveer over de relatie tussen vader/moeder en zoon. Is het niet zo dat nu Grunbergs moeder overleden is, ze haar deur nooit meer voor hem zal (kunnen) openen, zelfs niet als hij zijn nieuwe vriendin (en kleinkind) komt voorstellen. Nee, het staat er niet, maar je kunt het wel denken en verzinnen. Omdat ik op mijn eigen website schrijf, mag ik eigenlijk helemaal alles schrijven. Gewoon omdat het leuk is!

Houdt Zelda zich aan de belofte aan haar vader? Je weet het als je de roman uit hebt!

Een lekkere roman, kortom, waar ik van heb genoten, zoals ik, trouwens, van de meeste romans van Arnon Grunberg genoten heb!