Categoriearchief: Film

De veroordeling

Dat journaalitem van jaren geleden over de Deventer moordzaak zal ik niet snel vergeten. Ernest Louwes krijgt te horen dat hij in hoger beroep toch tot celstraf veroordeeld wordt. Hij lijkt verbijsterd over het vonnis en wil zich al worstelend een weg naar de vrijheid banen. Een keurige man om te zien; saai zelfs. Hij ziet er een beetje uit zoals je je ambtenaar 1e klas Dorknoper van Marten Toonder voorstelt. Dan ligt hij schreeuwend op de grond met twee parketagenten die hem in bedwang houden. Voor je gevoel kan Louwes gewoon geen moordenaar zijn. Zijn verbijstering en paniek zijn zo overtuigend! Dat Maurice de Hond voor hem in de bres sprong, kon ik me toen heel goed voorstellen. Op dat moment ging er veel mis bij justitie. Dwaling na dwaling werd ontdekt; van Lucia de B. tot aan de Schiedammer Parkmoord, van de vier van Putten tot aan weet ik veel. Ontlastend bewijs werd genegeerd; ondeugdelijk bewijs werd voor waar aangenomen en dan vervolgens die arme saaie Ernst Louwes die je eerder als brave ouderling in een gereformeerde gemeente plaatste dan tussen het geboefte in het gevang. Ik heb grote delen van de website van Maurice de Hond over de Deventer moordzaak gelezen en was daarna erg overtuigd van de onschuld van Ernst Louwes. Over de beschuldiging aan het adres van de ‘klusjesman’ had ik verder geen oordeel. Ik kan me niet herinneren dat ik hem, na het lezen van De Hond z’n website, meteen als moordenaar zag. Wel als mogelijke verdachte, herinner ik me.

Maar daarna vergat ik het allemaal. Ik ging door met mijn leven, zullen we maar zeggen. Nog even kwam het terug; Maurice de Hond mocht nooit meer in het openbaar beweren dat de ‘klusjesman’ de dader van de Deventer moordzaak was. Ik stond daar wat ambivalent tegenover. Aan de ene kant de vrijheid van meningsuiting en aan de andere kant vond ik niet dat De Hond zich zomaar als politie kon opstellen, laat staan rechter. Maar erg veel dacht ik er verder niet over na. Het gevoel dat er iemand onschuldig in de gevangenis zat, bleef bij mij wel aanwezig.

Gisteren werd de film ‘De Veroordeling’ uitgezonden. Een verfilming van het boek dat geschreven werd door de onderzoeksjournalist Bas Haan over de moordzaak. Bas Haan had aanvankelijk dezelfde gevoelens als ik over deze zaak. Aan de ene kant die dorre boekhouder die haast de dader niet kon zijn en aan de andere kant de verdachte ‘klusjesman’ die alleen door het woord ‘klusjesman’ al veel verdachter klonk dan Louwes. Maar na heel erg diepgaand onderzoek kon Bas Haan absoluut bewijs leveren dat de ‘klusjesman’ de dader niet kon zijn. Op de kleding van de vermoorde weduwe was het DNA aangetroffen van Louwes op plekken van haar lichaam waar ze dodelijk getroffen was. Zo vond men sporen bij de steekplekken op haar borst maar ook op haar kraag bij haar gewurgde keel. Bovendien vond men een – weliswaar veel minder specifiek – spoor onder de nagels van de vermoorde weduwe. Vooral dat spoor onder haar nagels was belangrijk. Na onderzoek kon vastgesteld worden dat het spoor niet van de ‘klusjesman’ kon zijn en dat sloot hem definitief uit als de dader.

Aldus geheel overtuigd ging ik op bezoek op de website van Maurice de Hond in de veronderstelling dat hij toe moest geven dat hij het fout had gehad. Maar niets van dat alles. Volgens onze opiniepeiler – die ik best wel hoog heb zitten – was de ‘klusjesman’ nog steeds de dader. De Hond heeft er zelfs een filmpje over gemaakt en op youtube gezet. Wat mij zo verschrikkelijk verbaasd is het onwetenschappelijke karakter van het filmpje. Dat had ik niet verwacht van een man van de wetenschap die hij zelf zegt te zijn. Het onomstotelijke technische bewijs dat de ‘klusjesman’ definitief onschuldig maakt en al het technische bewijs dat juist in de richting van Louwes wijst, blijft in het filmpje ongenoemd. Voor een niet erg oplettende kijker lijkt De Hond aan te tonen dat de ‘klusjesman’ een leugenachtig figuur is. Maar de bewijzen voor de leugenachtigheid zijn boterzacht zo niet volkomen onjuist en bovendien is een liegbeest nog geen moordenaar.

Zo beweren twee getuigen dat de k* patiënt was van de echgenoot van de vermoorde weduwe die psychiater was terwijl k* het ontkent. Eén van de twee getuige is de ex van de k*. Niet direct een betrouwbare getuige zou je denken en bovendien wat maakt het uit. Uit het onderzoek van Haan bleek overigens, dat de k* nooit patiënt was geweest. Uit het niets wordt er verteld dat de k* een drugsprobleem had. Dat zou moeten blijken uit een handgeschreven notitie van…iemand. Maar uit het onderzoek van Haan bleek dat hij geen drugsprobleem kon hebben omdat hij aan een bepaalde ziekte lijdt. De moord zou gebeurd zijn vanuit een driftbui omdat de weduwe een legaat dat ze in haar testament aan de k* had beloofd zou hebben verlaagd. Maar achteraf bleek niet dat ze het legaat verlaagd heeft en bovendien bleek ook nog dat de k* geen idee had over hoe groot dat legaat was. De k* zou een obsessieve messenverzamelaar en -fetisjist zijn. Als ik in de spiegel kijk, dan zie ik een persoon die dezelfde ‘obsessie’ met keukenmessen heeft. Maar ook dat maakt hem en mij nog geen moordenaar wel een grage hobbykok. Zowel de vriendin van de k* als de k* zelf veranderde tijdstippen en gebeurtenissen in hun verklaringen op de dag van de moord. Als je mij vraagt wat ik precies deed vorige week donderdag en hoe laat precies…dan weet ik heel zeker dat ik veel zal gokken en verbeteren. Als je daarentegen een moord hebt gepleegd, dan weet je echt alles nog; elk detail. Maar de k* had geen moord gepleegd want technisch bewijs heeft hem uitgesloten.

Ik begrijp Maurice de Hond niet, denk ik. Dat hij financiële belangen heeft en afhankelijk is van de luimen van een machtig iemand, laat ik buiten beschouwing. In de film – en waarschijnlijk ook het boek – is dat te weinig concreet gemaakt. Ik begrijp De Hond zijn vasthoudend niet aan iets dat zo aantoonbaar fout is!

k* = klusjesman

Céline Schiamma – Portrait de la jeune fille en feu.

Een aantal jaar geleden heb ik de film Vie d’Adele gekocht. Vaag had ik ervan gehoord en ik wist dat de film diverse grote prijzen had gewonnen. Het zou over een meisje gaan dat haar seksuele voorkeur voor vrouwen ontdekt. Maar terwijl ik de film bekeek begon ik me behoorlijk ongemakkelijk te voelen. Was het wel de bedoeling dat ik hiernaar keek? In tegenstelling tot mijn kinderen behoor ik tot de generatie van vrijheid, blijheid en alles moet kunnen, maar dit was wel heel erg expliciet. De scènes waarin de meiden intiem aan het vrijen zijn en waarin vingers en monden elkaars lichaam exploreren worden lang uitgesponnen. Geen porno, dat niet, dat gevoel had ik niet. Het was geen poging om me op te winden, vond ik, maar geheel onschuldig, dat zeker ook niet. Voor porno zijn de scènes te echt, te waarachtig. Ik had het gevoel dat ik er gewoon niet naar moest kijken. Ik heb gewoon niets te maken met al het lichamelijke intiems van een liefde van twee piepjonge meiden; dat is van hun en ik moet daar geen deelgenoot van worden. Zoiets. De film bracht mij erg in verwarring.

Onwillekeurig vergelijk ik Vie d’Adele met Portrait de la jeune fille en feu. Beiden Frans en beiden over twee vrouwen die de vrouwenliefde ontdekken. Ondanks dat je bijna gedwongen de vergelijking zoekt, moet je wel tot de conclusie komen dat de films helemaal niets met elkaar te maken hebben. Is de eerste film, in mijn ogen, een ‘coming-out’ film, vertelt de andere film een universeel verhaal over een allesverterende- en overstijgende liefde. Dat het om twee vrouwen gaat die het met elkaar beleven ervaar je als toeschouwer als puur toevallig; het hadden net zo goed een man en een vrouw of twee mannen kunnen zijn. Speelde Vie d’Adele nadrukkelijk in het heden, Portrait speelt juist in het verleden met ruisende rokken en veel kaarslicht.

Het filmverhaal wordt verteld vanuit het perspectief van kunstschilder Marianne (Noémie Merlant) die de opdracht krijgt om het portret te schilderen van de dochter des huizes. Een portret voor een Milanese huwelijkskandidaat; de opmaat naar een huwelijk om de dynastie te waarborgen. We krijgen te horen dat er een oudere zus was, maar die heeft zich, voordat er een huwelijk gesloten kon worden, van de kliffen geworpen. Maar ook jongere dochter Heloïse (Adèle Haenel) zit niet echt te wachten op een huwelijk. Marianne is inmiddels de tweede schilder die een poging gaat wagen om het portret te schilderen. De eerste schilder is het niet gelukt want Heloïse weigerde te poseren; als ze poseert gaat ze trouwen en is dat het einde van haar vrije leven, zo lijkt ze te redeneren. Moeder stelt voor dat schilder Marianne zich voordoet als gezelschapsdame en haar dan tijdens hun samenzijn bestudeerd en in het geheim portretteert. Aldus geschiedt. Maar als het portret af is, staat Marianne erop om Heloïse te vertellen over haar bedrog en haar als eerste het portret te laten zien. Naast de woede over het bedrog is Heloïse helemaal niet tevreden over het portret. Heloïse beseft dat het huwelijk onontkoombaar is en wil dat er een goed portret wordt geschilderd waar een ziel in zit. Marianne krijgt vijf dagen de tijd om het portret te maken. Gedurende die tijd gaat moeder weg en blijven ze in het gezelschap van het dienstmeisje (Luàna Bajrami) achter. Dit is de achtergrond waartegen zich een heftige liefde ontwikkelt tussen Marianne en Heloïse en die onherroepelijk begrensd wordt door het aanstaande huwelijk en, al eerder, door de terugkeer van moeder.

De film begint behoorlijk traag en omdat er, zeker in het begin, nog maar weinig inhoud is, was dat voor mij qua aandacht een soort van overleven. Ik dwaalde regelmatig ernstig af. Maar toen het verhaal op gang kwam, verhoogde het tempo zich weliswaar niet, maar ging de film toch erg boeien. Het einde van de film vond ik bijzonder ontroerend. Er waren wel wat kleine uitglijders. Zo springt Marianne met rokken en al overboord om haar onbeschilderde doeken te redden. Iedereen die als kind zijn A-diploma heeft gehaald weet dat zwemmen in je t-shirtje en korte broek al best een klus is. Met al die rokken aan de zee inspringen…dan verdrink je onherroepelijk. Marianne dus niet. Koud en nat komt ze aan in het huis. Daar trekt ze al haar kleren uit en gaat ze naakt voor het hoog opflikkerende haardvuur zitten om warm te worden terwijl ze onderwijl een pijpje rookt. Als ervaren kampvuurzitter kan ik je vertellen dat je met een vuur als warmtebron aan de ene kant verbrand terwijl je aan de andere kant ijskoud blijft. Ieder verstandig mens zou zich daar voor dat vuur, minstens in een deken hebben gehuld.

Het verhaal van Marianne en Heloïse wordt begeleid door het verhaal van het dienstmeisje dat zwanger blijkt. Ze ondergaat een abortus. Kennelijk ziet zij net zo op tegen het huwelijk als de twee hoofdpersonen. Het dienstmeisje leidt de twee hoofdpersonen langs volkse haast esoterische vrouwengroepen en -rituelen. Mannen spelen geen rol in de film en het huwelijk wordt gezien als dreiging. De dreiging van het eind van de vrijheid en de zelfontplooiing. In de dagen waarin het verhaal zich afspeelt, het einde van de achttiende eeuw, was dat natuurlijk ook zo hoewel weinig vrouwen daar veel over nagedacht zullen hebben; je leeft in de tijd waarin je leeft en je past je zo goed mogelijk aan. Kijk je terug in de tijd met de ogen van nu, dan ontstaat er een geheel ander beeld; dat kan niet anders. In een tijd waarin we vinden dat iedereen, mannen en vrouwen, dezelfde rechten hebben om zich te ontplooien, dan zijn de onmogelijkheden om je als vrouw te kunnen ontplooien dé focus van een film over het eind van de achttiende eeuw. Op dit moment vinden we zelfs dat je faalt als mens als je niet álles uit het leven haalt. Ook daar kun je vraagtekens bijzetten…zoals bij alles, trouwens.

Al met al een erg mooie film maar wel met wat haken en ogen… Ik voelde mezelf in ieder geval geen voyeur die dingen zag die eigenlijk niet voor mijn ogen bestemd zijn. Een universeel verhaal over de liefde.

Le jeune Ahmed – Ga snel naar de bioscoop!

De kracht van de films van de broers Dardenne ‘Le jeune Ahmed’ is, dat je het gevoel hebt dat je naar een documentaire zit te kijken en dat de personages die je ziet rondlopen en die je hoort spreken ‘echt’ zijn; dat ze de persoon zijn die je ziet. Maar dat is natuurlijk niet zo; het zijn acteurs en actrices; ze hebben hun eigen leven en daarin hebben ze hele andere ideeën dan ze hier laten zien. Het is en lijkt allemaal zo vanzelfsprekend, maar in de films van de broers Dardenne is dat helemaal niet zo duidelijk. Wat je ziet is allemaal zo levensecht gefilmd en zo naturel gespeeld dat de emoties die de personages oproepen heel natuurlijk zijn en daardoor heel heftig.

Le jeune Ahmed gaat over een puberjongen op zoek naar zijn identiteit en naar de richting van het leven die hij wil inslaan. Hoe moet je je als moslim gedragen in een land waar de islam zeker niet de grootste godsdienst is en waar tolerantie ten opzichte van andersdenkenden hoog in het vaandel staat? De islam staat niet tolerant tegenover andersdenkenden. Geen enkele godsdienst, trouwens. Hoe moet je je gedragen als een extremistische opvatting van jouw godsdienst zich aan je opdringt en je min of meer opdraagt om andere opvattingen binnen diezelfde godsdienst met hand en tand te bestrijden? Ahmed is in het filmverhaal onder invloed gekomen van de extreem religieuze ideeën van de plaatselijke kruidenier annex imam. In die vrome, ietwat wereldvreemde leer, past dat Ahmed religieuze rituelen zo stipt mogelijk uitvoert. Haast mechanisch volgen de religieuze handelingen zich op. In het – gebroken – gezin – hoewel dat niet echt helemaal duidelijk wordt -, is hij de enige die zich met religie bezighoudt. Moeder is ongelukkig en drinkt teveel; zijn zussen nemen hun vrijheid en feesten erop los. Ahmed krijgt bijles van Ines. Een vrouw met een heel groot hart. Naast dat ze een huiswerkklas heeft, geeft ze ook les in Arabisch aan islamitische kinderen. Ze heeft daar een speciale pedagogiek voor ontwikkeld; Arabisch leren aan de kinderen met behulp van liedjes.

Niet iedereen in de moslimgemeenschap is volledig gecharmeerd van deze lesmethode. Arabisch is toch de taal van de heilige koran? Is het niet beter om ‘gewoon’ de koranverzen uit je hoofd te leren dan zomaar liedjes leren? De ouders voeren hier een discussie over en twijfelen. Ahmed bespreekt deze kwestie met zijn imam. Die twijfelt geen moment: Ines is een afvallige en een ketter. Ahmed interpreteert deze notie zo dat hij vindt dat Ines dood moet. Hij neemt een mes en probeert haar te vermoorden. Gelukkig loopt het uit op een mislukking; Ines overleeft de aanslag en Ahmed komt in de jeugdgevangenis. Ziet Ahmed het hopeloze van zijn missie? Kan hij nog terug? Zal het hem lukken om de schoonheid van ons tolerante systeem met godsdienstvrijheid en verschillende opvattingen te zien en te omarmen? De broers Dardenne spenderen er een prachtige film aan.

Als toeschouwer onderga je alles en kan je op geen enkele manier invloed uitoefenen op de uitkomst. Dat hoort zo bij toneel of film. Omdat het hier zo verschrikkelijk realistisch is en zo dicht op de huid van Ahmed wordt gefilmd, krijg je last van die machteloosheid. Waarom niet dit…en waarom niet dat… Je wordt er dus helemaal gek van. Daarom is Le jeune Ahmed zo’n verschrikkelijk goede film. Je gevoelens lijken al snel weer de gevoelens van ouders met puberende kinderen.

Ik zou zeggen: Niet twijfelen en snel naar de bioscoop! Wat een film!

Mijn Favoriet ‘The Favourite’

Als gesjeesd historicus ben ik natuurlijk meteen op zoek gegaan naar de waarheid. Wat is er precies echt gebeurd en wat is erbij verzonnen? Misschien is het oplossen van die vraag wel de reden waarom ik zo verschrikkelijk van historische films hou. In The Favourite van Yorgos Lanthimos gaat het om de vroeg-achttiende eeuwse Engelse koningin Anne. Het geraamte van het verhaal – zeg maar de feiten – zijn echt gebeurd. De rest is een fantastisch verzinsel. Wat kunnen we precies weten van mensen die al meer dan driehonderd jaar geleden overleden zijn? Niets dus. Alleen wat opgeschreven is.

De Engelse koningin Anne was van jongs af aan bevriend met Sarah Churchill, de hertogin van Marlborough. Toen Anne koningin werd en tijdens de eerste jaren van haar koningschap werd ze gedomineerd door deze vriendin. Niet alleen de koningin werd gedomineerd, maar ook de politiek. In die tijd regeerde de vorst en werd ze daarin bijgestaan door het parlement. Dat parlement werd bevolkt door twee partijen: De Tories en de Whigs. Sarah Churchill was een overtuigde Tory en steunde de oorlog die Engeland tegen Frankrijk voerde onder leiding van haar man de hertog van Marlborough. Op een dag meldde zich het nichtje van Sarah Churchill Ebigail Hill aan bij het paleis en vroeg om een baan. Ze kwam uit een verarmde, en diep gevallen, tak van de familie. Van eenvoudige dienstbode werkte ze zich op tot de persoonlijke dienstbode van Sarah. In die positie wist ze de aandacht van de koningin te trekken en vriendschap met haar te sluiten. Omdat Sarah veel van het hof afwezig was, kon Abigail Hill langzaam de positie van Sarah Churchill overnemen. Na verloop van tijd werd Sarah Churchill verbannen van het hof en nam Abigail Hill het volledig van haar over. Abigail Hill wist koningin Anne richting de Whigs te sturen. Daardoor werd de oorlog tussen Frankrijk en Engeland beëindigd. Dit lijken de feiten. Hoewel…ik zie dat ik er zelfs nu al een te sappig verhaal van heb gemaakt. Het is ook niet eenvoudig als het verhaal op zichzelf al zo opwindend is. Sarah Churchill en Abigail Hill bestierde successievelijk de koninklijke begroting. Ze waren beiden na elkaar Keeper of the Privy Purse. Daarmee hadden ze een grote invloed op het beleid. Deze functie bestaat zo ongeveer even lang als het Engelse koningshuis en wordt altijd door mannen bekleed behalve onder Koningin Anne; toen dus uitsluitend door de rivaliserende vrouwen. Zeg nou zelf; de (min of meer) feiten zijn al bijna een roman, laat staan als je er zo hier en daar wat fraais bij verzint!

De drie vrouwen zoals ze eruit moeten hebben gezien destijds: Sarah Churchill, Queen Anne en Abigail Hill

De film de Favourite is werkelijk een plaatje om naar te kijken en boeit van begin tot einde. En…aan het eind van de film weet je dat geen van de vrouwen je voorkeur verdient. Beiden gaan door roeien en ruiten om macht te verwerven en om de macht te behouden. Dat levert veel spektakel op. Dat koningin Anne een diepongelukkige vrouw was die hunkerde naar liefde, is natuurlijk verzonnen, want hoe kan je dat nou weten? Maar aan de andere kan wel heel erg geloofwaardig. De vrouw was ontelbare keren zwanger en alles wat (vroegtijdig) geboren werd, heeft ze ten grave mogen dragen. Ook haar echtgenoot overleed al vrij snel. Je weet het natuurlijk niet zeker, maar als je je in iemand verplaatst die dat moet meemaken, dan word je daar niet vrolijk van. Een ander aspect is dat er gesuggereerd wordt dat beide vrouwen een min of meer lesbische relatie onderhielden met de koningin. In het filmverhaal gaat het ietsje verder dan alleen suggestie. In de werkelijkheid beschuldigde Sarah Churchill haar nicht ervan dat ze zo’n relatie had met de koningin op het hoogst van hun machtsstrijd. Als dat soort beschuldigingen worden geuit op deze manier, dan is het waarheidsgehalte discutabel. Zeker als je beseft dat zo’n relatie in de tijd waarin het verhaal zich afspeelt volkomen taboe was en het iemand ten val zou kunnen brengen.

Ik vond The Favourite een heerlijke film; echt een aanrader. Ook door het spel. Het is een echte actrice-film met Olivia Colman als de ongelukkige koningin Anne, Rachel Weisz als de op macht beluste Sarah Churchill en Emma Stone in de rol van Abigail Hill. Echt een aanrader!

Shadow, een nieuw meesterwerk van Zhang Yimou.

Uit Azië kwam niet veel, qua film. Destijds was het de Japanse cinema die Azië vertegenwoordigde. Ik had het idee dat Bollywood alles bepaalde in Azië en dat Japan het enige land was waar de filmkunst enigszins westers was en voor ons te pruimen. Ik was gek op de films van Akira Kurosawa. Natuurlijk was er een cultuurschok, maar een schok die te overwinnen was. Mijn eerste film die ik zag was Dodeskaden. Alleen de titel was al fascinerend. Daarna natuurlijk gesmuld van The Seven Samourai. Dat was dus voor mij de Aziatische filmkunst. En toen was daar ineens Het Rode Korenveld van Zhang Yimou. Naast een fantastisch verhaal en een actrice om nooit te vergeten, het summum van esthetiek in de beeldvoering. Elk shot bijna overdreven mooi. Zelden zoiets gezien. Dan die actrice. Gong Li was haar naam. Altijd een onafhankelijke vrouw of in ieder geval een vrouw die voor onafhankelijk strijdt. Zhang Yimou opende een tot dan toe gesloten wereld voor mij. Misschien was Raise the Red Lantaren wel de meest tot de verbeelding sprekende film met Gong Li. Een verhaal dat zo ver van mij afstond maar zo dichtbij kwam. Ik smulde ervan samen met heel veel anderen.

Gong Li in Raise the Red Lantarn

Voor mij was de film Hero een dubbele cultuurschok. Van films waarin menselijke relaties centraal staan naar een onvervalste martial arts film. Een genre waar ik überhaupt niet naar keek en waar ik nu wel toe gedwongen was want…wie wil er nou een film missen van de Chinese grootmeester? Het leek alsof Zhang Yimou niet alleen zichzelf opnieuw uitvond, maar ook het genre. Hij goot de oude Chinese knokfilm in een vernieuwende esthetische en artistieke jas. Als muze nu niet de zoetgevooisde maar opstandig en onafhankelijke Gong Li, maar de niet minder knappe Zhang Ziyi. Knap, maar ook nog van elastiek; en dat heb je nodig in een martial arts film. Wie kan haar trommeldans vergeten in The House of the Flying daggers?

Zhang Ziyi in House of the flying Daggers

Op het Internationaal Filmfestival Rotterdam heb ik de nieuwste film van Zhang Yimou gezien. De man heeft zichzelf opnieuw uitgevonden. Weer een nieuwe draai. Maar weergaloos. Shadow heet zijn nieuwste film. Alleen al qua kleurvoering een breuk met elke film die hij in het verleden maakte. De vrijwel afwezigheid van kleur, kenmerkt deze film. Een film in constante regen. Met elementen die aan martial arts doen denken, maar toch anders. Het verschil met een film als House of the Flying Daggers is levensgroot. Met Zhang Yimou weet je eigenlijk nooit waar je aan toe bent; dat is een van zijn krachten. Maar wat voor film hij ook maakt, doorgaans is hij fantastisch.

Afwezigheid van kleur in Shadow

De koning van het land heeft recht op een grensstad in het naburige koninkrijk. Maar hij kent zijn beperkingen; hij zal de stad niet kunnen veroveren omdat hij het andere koninkrijk te sterk vindt. Maar dan komt ineens de generaal op de proppen en die vertelt zomaar dat hij bij de andere koning is geweest en op eigen houtje heeft onderhandeld. Hij heeft de zus van de koning als bruid voor de kroonprins beloofd als hij zich terugtrekt uit de stad. Hooghartig heeft de vijandige koning het aanbod van de hand gewezen en de aangeboden koningsdochter niet als bruid geaccepteerd maar als concubine. Een grove belediging. Met deze mislukte onderhandeling heeft de generaal een oorlog uitgelokt.

De generaal die de onderhandelingen voerde, blijkt niet de generaal zelf, maar een dubbelganger. De echte generaal zit gewond verstopt en heeft zijn dubbelganger (zijn shadow) aan een touwtje. Aldus wordt de oorlog tegen het vijandige land gestart. In tegenstelling tot eerdere films, met veel bloed en dood. In tegenstelling tot eerdere films met veel dood en drama en verlies.

Ik heb zitten smullen van deze film en ik hoop van harte dat hij binnenkort ook buiten het Rotterdamse filmfestival gedraaid wordt. Hij behoort bij mij tot de favoriete films van het festival…laat ik eerlijk zijn, het is de enige film die ik gezien heb.

Nederlands Kamerorkest: Requiem van Fauré en Ralph Vaughan Williams

Gezien en gehoord op 3 maart 2018 in het Concertgebouw

De meeste films gaan langs me heen als een zacht briesje in maart. Je voelt ze wel, maar je bent het ook zo weer vergeten. Soms is er een film die inslaat als een bom. Master and Commander: The far side of the World, was er zo één. Het is moeilijk te zeggen wat me nou zo verschrikkelijk aansprak, maar dat hij mij aansprak, dat is overduidelijk. Inmiddels heb ik de film een keer of vijf gezien en dat is uitzonderlijk voor een film. De meeste films op DVD staan stof te vangen en worden zelden uit hun hoesje gehaald. Maar deze film dus wel. Een opmerkelijke film. Op een enkele figurante na, speelt er geen enkele vrouw in de film. Verder een prachtige confrontatie tussen twee vrienden; kapitein (lucky) Jack Aubrey en de scheeparts Maturin. De één uit plichtsbesef jagend op de vijand en de ander vol onderzoeksdrift. De jonge adelborsten aan boord – jochies aan het begin van de pubertijd soms nog – en de opvoeding die de kapitein hen geeft; vol zorgzaamheid maar hard waar het moet. Ook heel erg ontroerende scènes. Als na de zeeslag de lijken worden klaargemaakt voor het zeemansgraf. Eén van de adelborsten naait zijn vriend in zijn slaapmat. Vooral ontroerend omdat de jongen het met één hand moet doen omdat zijn andere arm in een eerder stadium werd afgezet. Haast ongemerkt wordt je emotie nog eens extra geprikkeld door de muziek. Je hoort de muziek wel, maar je merkt het niet en je voelt zeker niet wat het met je doet. Dat is zo’n beetje de kracht van muziek in een film.

Begeleid door de muziek van Vaughan Williams

We zaten in het Concertgebouw voor een concert van het Nederlands Kamerorkest. Vanwege het Requiem van Fauré had ik dit concert gekozen. Maar wat gebeurt er. Er wordt muziek gespeeld waarvan de titel mij niets zei. Té lui om het even van tevoren te beluisteren. Dan begint het orkest te spelen en deze jongen werd door een mokerslag getroffen. Het stuk heeft ook zo’n idiote naam. ‘Fantasia on a Theme by Thomas Tallis’. Maar de componist Ralph Vaughan Williams had me moeten waarschuwen; een zeer ondergewaardeerde componist. Hij krijgt veel minder aandacht dan hij verdiend. Prachtige symfonien heeft hij geschreven en dus ook ‘Fantasia on a Theme by Thomas Tallis’. De muziek was koud begonnen of ik zat met kippenvel mijn tranen in te houden en zag voor me hoe een oude zeebonk het eenarmige adelijke jochie hielp bij het dichtnaaien van de slaapzak met daarin zijn dode gesneuvelde vriend. Zo verschrikkelijk mooi! Zo mooi gespeeld ook. Terwijl je tijdens de film de muziek als toegift krijgt, zag ik nu de filmbeelden als bijzaak. Alles draaide nu om deze bijzondere muziek waarbij een speciale opstelling van het orkest vereist bleek. Een strijkkwintet zat afgescheiden van de rest van het orkest. Dat gaf een heel apart ruimtelijk effect aan het stuk. En natuurlijk was het zo dat in de film alleen datgene werd gebruikt van de muziek dat ze konden gebruiken en nu kregen we het hele stuk te horen. Heel apart omdat de componist eerst het thema laat horen en vervolgens elk deelthema uitwerkt en niet meer terugkeert naar het hoofdthema. Wat verschrikkelijk mooi! Thuisgekomen had ik de muziek al snel op Spotify gevonden en sindsdien schrijft hier een Vaughan Williams addict en zou ik haast vergeten dat er nog meer gespeeld werd.

Het programma begon met de wereldpremiere van ‘Liturgies de Lumière’ van de componist Guillaume Connessons. De compositie bestaat uit drie delen voor koor en orkest. Een compositie op twee gedichten van Charles van Leberghe en een gedicht van Hildegard von Bingen. De muziek van deze componist deed me erg aan het werk van impressionisten als Debussy denken. Datzelfde ingekeerde ervaarde ik. Vooral het tweede deel, het deel op tekst van Von Bingen sprak mij aan. De woorden: ‘Maria Mater Materia’ dat alleen al door de mooie alliteratie ietwat in je hoofd blijft hangen, gebruikte Connessons als een soort mantra. Na Connessons dus Vaughan Williams…en daarna gelukkig pauze zodat ik even van de emoties kon betijen en niet meteen door hoefde naar dat fantastisch requiem.

Onder leiding van Risto Joosten werd het beroemde requiem van Fauré uitgevoerd. Het griepvirus(..?) had toegeslagen want sopraan Judith van Wanroij bleek niet in staat om te zingen. Zij werd vervangen door Anna Dennis. Fantastisch vervangen. Ze stond er! En hoe. Het publiek ging over tot gejuich toen zij na afloop het applaus in ontvangst nam. Terecht. Ook Martijn Cornet zong een mooie rol, maar had gewoon niet de power van Dennis. Gordan Nikolić speelde een vervreemdende rol. Zowel het werk van Connessons als het requiem van Fauré werden gedirigeerd door dirigent Risto Joost. Maar die dirigent had niet de leiding. Het Nederlands Kamerorkest is zo verschrikkelijk het orkest van Gordan Nikolić dat de eventueel extern aangetrokken dirigent altijd de tweede viool speelt. Dat vind ik heel erg opmerkelijk. Of hij het nou wil of niet, HET is Nikolić. In het requiem nam Nikolić helemaal een vreemde rol in. Hij zat in een hoekje van het podium ver van het orkest weg. In sommige delen speelde hij een vrijwel onhoorbare vioolsolo. Heel merkwaardig.

Desalniettemin een fantastische avond gehad. Ralph Vaughan Williams, waarom spelen ze niet vaker wat van die man!

 

Hannah Hoekstra als overtuigende Helleveeg!

Gisterenavond de film ‘Helleveeg gezien. Netflix heeft de film sinds heel kort in haar assortiment. Van het boek was ik diep onder de indruk. Het was één van de lekkerste boeken van A.F.Th. van der Heijden die ik gelezen heb. Lekker snel geschreven. Beeldend en een fantastische schets van het Brabantse arbeidersmilieu. Het gaat over de complexe relatie van een opgroeiende jongen met zijn maar twaalf jaar oudere tante. Voor mij natuurlijk in zekere zin best herkenbaar want mijn tante is dertien jaar ouder dan ik. Mijn verhaal met mijn tante, die overigens een even lief gezicht had als de tante van Albert Egberts die in de roman beschreven wordt, zou heel anders zijn. In ieder geval heel erg veel minder erotisch geladen. Mijn tante en haar man waren voor mij het ideale paar. Een heel ander verhaal dan het tragische verhaal van de jonge tante Tiny van Albert Egberts die zo zwaar gebukt gaat onder haar moeilijke karakter en haar traumatische verleden. Albert Egberts ontpopt zich nogal als een jaloerse echtgenoot als zijn erotiserende tante met andere mannen verkeert; geen enkele man lijkt goed genoeg voor haar. Maar misschien was dat ook wel zo…in de roman en de film. Ga zo’n tante en vrouw maar eens neerzetten als actrice. Ga zo’n karakter, die zo superieur beschreven is, met zoveel vreemde uithoeken in haar wezen, maar eens spelen. Dat lijkt me een hele moeilijke klus.

Op het moment dat actrice Hannah Hoekstra als de jonge tante Tiny in beeld verschijnt, verschrompelt de roman en komt de film tot leven. Een geheel eigen leven. In mijn hoofd bestond er tijdens het kijken naar de film geen verband meer tussen roman en film. Achteraf wel, omdat je dan het verhaal probeert te duiden. Er blijven in deze film vragen open die ik met behulp van het boek probeerde te beantwoorden. Dat lukte niet altijd.

Mijn bewondering voor Hannah Hoekstra is fiks gegroeid. Wat een enorme rol zet ze neer. Echt fantastisch! Ook al ben je nog zo knap als deze actrice, dan helpt dat je nog niet om de getroebleerde tante Tiny geloofwaardig te verbeelden. Maar dat doet Hannah Hoekstra dus wel. Neem bijvoorbeeld het verhaal van de Papoea’s en het chocoladen paasei. Voor mij was het volkomen geloofwaardig, dat acht jarige jongetje met zijn twintigjarige tante. Zo invoelbaar. Voor mij was de Papoea-scene de sleutelscene in de film. Het absolute hoogtepunt. Ook het sublieme decor en de rest van de entourage maakte deze scene tot het hoogtepunt. De scene moest op het randje van erotisch zijn, en dat was het ook. Je kunt niet zeggen dat tante Tiny haar neefje verleidde; ze was gewoon een heel erg lekker sappig verhaal aan het vertellen. Maar, zo op het rand van het bed, in het licht van het nachtlampje en dan vertellen over de stijve plasser van de Papoea’s en hun peniskoker is ook weer niet vrij van erotische geladenheid…. in de logeerkamer  met zijn mooie jonge tante die in ruil voor stukjes chocola sterke verhalen vertelt over de Papoea’s. Een scene die je je hele leven niet meer vergeet!

De begin jaren zeventig zoals ik ze kende. Zoals het voelde naast de kolenhaard van opa en oma in een huis waar het zeer ongewoon was als je als man geen sigaret opstak. Eigenlijk hing in de huiskamer van opa en oma altijd een grote rookwolk. Dat maakt de wereld binnenshuis al zo verschrikkelijk anders als dat hij nu is. Zeker in arbeiderskringen. Die rokerige sfeer vond ik erg knap getroffen. Ik werd zomaar teruggevoerd naar de jaren zestig en zeventig. Benauwd en rokerig, maar voor mij zo verschrikkelijk warm.

Er waren toch ook wel wat dingen die ik minder vond. Natuurlijk hing er best een erotiserende sluier over de filmrelatie tussen tante Tiny en Albert Egberts, maar dat verklaarde voor mij niet dat tante met haar groot geworden studentenneef naar bed ging. Dat was voor mij geen logische stap in het verhaal en stoorde me ook. Die stap vond ik in de roman heel logisch maar in de film dus helemaal niet. Ik vond het er met de haren bijgesleept en totaal overbodig. Zonder die bedscène was de film nog heel veel sterker geweest, denk ik.

Het veertigjarig huwelijksfeest van de opa en oma van Albert wordt vakkundig door tante Tiny naar de gallemiezen geholpen omdat ze tijdens het feest iedereen even de waarheid gaat zeggen. Een scene die verdacht veel overeenkomsten vertoont met de Deense film ‘Festen’. Op zich is de manier waarop dat veertigjarige huwelijksfeest aan haar einde komt, volkomen geloofwaardig, maar de manier waarop de sequentie begint is, helaas, tenenkrommend. Tante Tiny komt aan met schortje en stofdoek en begint alle gasten af te stoffen. Niet geloofwaardig vind ik. Maar…heel erg geloofwaardig in het boek.

Tante Tiny heeft een trauma aan een reeks gebeurtenissen die in de pre-Albert Egberts periode zijn gebeurd. Tante Tiny vertelt daarover als ze ouder is. Het bevat nogal wat horror-elementen. Ik vond dat wel iets over de top. Net eventjes té, om goed in de film te passen. Frank Lammers speelde de rol van geliefde kwade genius. Een duistere rol waar ik niet goed mee uit de voeten kon. Ik kreeg de indruk dat hij Tiny, samen met de heren van de biljartclub, als veertienjarige seksueel misbruikte. Aan de andere kant vertelt ze dat ze gek op hem was en ze laat hem, op haar eigen huwelijksfeest, stevig door hem bij haar billen pakken. Voor mij erg onduidelijk; Groepsverkracht worden, zwanger raken, pijnlijke abortus die bijna fataal afloopt, geen erkenning van de zwangerschap en geen hulp bij dit alles als veertienjarig meisje en dan vervolgens, jaren later, haar stevig bij een bil grijpen zonder dat de mondige tante Tiny hem een verschrikkelijk hengst voor zijn kop verkoopt…dan ben ik los. Dan snap ik de mildheid niet die ze heeft ten opzichte van de veroorzaker van het leed uit haar jeugd. Ik kon dat echt niet volgen. Ik kan me dat ook niet uit het boek herinneren.

Al met al een hele erge mooie en goede film met een fantastische hoofdrol. Voor iedereen die de film nog niet gezien heeft en wel een abonnement op Netflix heeft: Kijken die film!!!

 

 

Nicole Kidman als Virginia Woolf

Vanochtend vroeg mijn computer voor de zoveelste maal of hij updates mocht installeren. Gisteren had ik het uitgesteld en gevraagd of hij het ’s nachts wilde doen. Maar ‘s nachts had ik mijn computer uitgezet en kon de softwaregigant er niet bij. Dus vanochtend de zoveelste smeekbede. Omdat ik weet dat updates ellende voorkomen, gaf ik toe en liet ik mijn pc haar ding doen. En toen vroeg de computer of ik een paar minuutjes kon wachten en dat ik absoluut mijn computer niet uit mocht zetten en zat ik te kijken naar het getal vier prominent in het midden van het beeldscherm. Dat was het percentage van wat hij al verwerkt had aan updatecode. En die vier bleef er maar staan. Zo lang, dat ik begon te vrezen dat hij vastgelopen was. Net op het moment dat ik mijn pc een reset wilde geven, sprong het cijfer naar vijf en wist ik dat het heel erg lang ging duren, die update. Een paar minuutjes? Aan mijn neus. Niet voor niets had de grote leverancier voorgesteld om het ’s nachts in alle stilte te doen. En zo zat ik dus te staren naar cijfers op mijn beeldscherm die tergend langzaam opliepen. Ik voelde me volkomen hulpeloos, want wat kon ik doen? Maar gelukkig, na heel lang wachten zag ik op het beeldscherm dat we op 100 zaten. Dacht ik. Want nadat de computer opnieuw was opgestart, begon de teller gewoon weer opnieuw. En nu nog veel langzamer. Terwijl ik zo graag wilde schrijven!

Over gisteren. Gisteren had ik een dag waarop ik heel weinig gepresteerd heb. We waren van plan geweest om stiekem ons bijna affe huis in te sneaken en gewapend met onze nieuw gekochte meetlinten en notitieboekjes alvast aan het werk te gaan. Ramen opmeten zodat we gordijnen konden bestellen. Daarom gingen wij naar het museum en probeerden we via de binnenplaats onze tuin in te komen en zo via de openstaande deuren naar binnen te gaan. Onze tuin insluipen bleek nog altijd geen probleem. Maar helaas, men had alle deuren afgesloten dus ons huis binnenkomen zat er niet in. Een beetje teleurgesteld keerde we met onze ongebruikte meetlinten huiswaarts. En toen begon het te sneeuwen. En ik hou helemaal niet van sneeuwballen. Sneeuwballen zijn koud en nat en heeft zo’n snotneus zijn bal iets te lang in zijn hand dan zijn ze nog hard ook. Die wil ik in ieder geval niet tegen mijn hoofd.

Dus bleef ik thuis en deed de hele dag helemaal niets. Filmpje kijken. Op Netflix is de film Hours beschikbaar. Terwijl het toch echt in deze film niet om de muziek gaat, hebben ze bijzondere muziek op de achtergrond gekozen. Prachtige muziek van Philip Glass. Zo mooi, dat ik het verhaal dreigde kwijt te raken. Ook één van de orkestliederen van Richard Strauss kwam langs. De meest verstilde maar tegelijkertijd zo dynamische liederen die er ooit geschreven zijn. De film ging onder anderen over Virginia Woolf in de periode dat ze Mrs Dalloway schrijft. Een fascinerend persoon.

Virginia Woolf had een fascinerende lelijke kop, als je haar foto’s bekijkt. In de film leek haar gezicht best goed gelukt; leek redelijk veel op de foto’s van de schrijfster. Alleen niet lelijk. Een oneindig mooi en levendig en intelligent gezicht waar je graag naar kijkt. Men had de actrice Nicole Kidman gemetamorfiseerd naar Virgina Woolf. Vrijwel onherkenbaar. Wat een fascinerende metamorfose! En dat terwijl het stuk Metamorfose van Philip Glass ten gehore werd gebracht. Heel speciaal. Ik heb de film nog niet helemaal uitgekeken. Wie weet vandaag. Het is mijn parttime dag. En…vandaag gaat het weer sneeuwen!

Loving Vincent; een fantastische film!

Sinds de verbouwing was ik niet meer in het Van Goghmuseum geweest. Lange rijen hielden me tegen. Belangrijke tentoonstellingen gingen aan mij voorbij omdat ik zo verschrikkelijk opzag tegen die rijen tussen het Stedelijk en het Van Goghmuseum in. Van Gog’s schilderijen zag ik alleen nog maar als we in het Kröller-Muller waren. Karig. Ik ben gek op Van Goghs schilderijen. Maar op een goede dag vond ik dat het zo niet verder kon; ik wilde zo graag weer eens door dat museum lopen dat ik al mijn rij-angst overwon en achteraan aansloot. Na een kwartier tussen de toeristen in de rij ontdekte ik dat ik met mijn museumjaarkaart een eigen ingang had. De oude ingang. Helemaal nooit geen rij. Kan je bijna zo naar binnen lopen. Daar profiteer ik dan natuurlijk wel weer van en sindsdien bezoek ik het museum weer regelmatig. Het museum van de bezeten schilder. Aan de andere kant, vraag ik me af of men, ook voor de toeristen, niets beters kon verzinnen dan die hopeloze rij tussen de twee musea in. Ik gun de mensen zonder museumjaarkaart ook een vlotte toegang tot het museum. Ik ken geen enkel museum waar je zo lang in de rij moet en waar de doorstroming in die rij zo laag is; daar moet iets beters op te verzinnen zijn.

Gisterenavond zag ik zijn schilderijen tot leven komen. Ik heb met open mond zitten kijken. Ik wist niet dat zoiets mogelijk was. Wat verschrikkelijk mooi! Je gleed met filmische camerabewegingen van het ene schilderij in het andere. Langzaam rij je door de landschappen van Vincent van Gogh; geschilderde stoomtreinen en koetsen door het geschilderde landschap. Omdat Van Goghs schilderijen zo bekend zijn, is het een feest van herkenning.  ‘Achter’ de schilderijen ‘zitten’ acteurs; verbluffend hoe veel die acteurs lijken op de personages van de geschilderde portretten. Gecombineerd met de achtergronden met die zo verschrikkelijk beroemde streepjestechniek, was er bij mij geen twijfel over de ‘echtheid’. Behalve bij één personage. Degene die Van Gogh het meest geschilderd heeft, leek juist niet op hem, vond ik. Zichzelf. De acteur die Van Gogh verbeeldde was te veel een acteur. Té groot en té sterk. Te zelfverzekerd ook. Daar had de regisseur voor een wat breekbaarder acteur kunnen kiezen, wat fragieler. Maar dat mocht de pret niet drukken want wat een heerlijke film.

Het zelfportret van Van Gogh

De acteur en het beeld in Loving Vincent

Het is niet alleen een film met fantastische beelden, maar ook een film met een plot. Het verhaal haakt in op de vraag hoe Vincent van Gogh aan zijn einde gekomen is. Hoewel men in het algemeen uitgaat van zelfmoord, blijven er hardnekkige geruchten rondgaan dat hij door een tragisch ongeval min of meer vermoord is. De film probeert daar, vanuit haar perspectief uitsluitsel over te geven en na afloop neig je naar de gedachte dat Van Gogh niet door zelfmoord aan zijn einde is gekomen.

De film is niet in zijn geheel in Van Gogh stijl. Gelukkig niet; dat zou te veel van het goede zijn. Van Gogh-achtig geschilderd zijn de scenes in het ‘heden’ waar de zoon (met het dunne snorretje en de hoed) van postbode Roulin (met die fantastische baard) de opdracht krijgt om de laatste brief van de inmiddels overleden Vincent bij Theo te bezorgen. Daarvoor trekt hij door de Van Gogh-landschappen van het ene ‘portret’ naar het andere. De portretten vertellen wat zij weten over het leven en de dood van Vincent. De verhalen over het leven en de dood van Vincent worden weergegeven in een niet-Van Gogh stijl. Meer als min of meer ‘gewone’ animatiebeelden. In stemmig zwart wit. Dat brengt ook weer even rust op je netvlies want die Van Goghschilderijen, vooral uit zijn laatste periode, knallen qua kleurgebruik natuurlijk van het doek. Ook het witte doen. In die zwart-wit beelden viel me op dat de acteur niet voldoende leek op de bezeten schilder. Wat mij betreft kon hij niet voldoende aannemelijk maken dat mensen in zijn omgeving hem ‘gek’ vonden. Dat ze hem pesten en uitscholden. Dat ze hem uit hun dorp wilden verwijderen. Bij zo’n grote, mooie en sterk ogende kerel vond ik dat niet erg waarschijnlijk.

Al met al heb ik van de film genoten en ik raad iedereen aan om hem te gaan zien. Dan hoop ik vervolgens dat hij – in dit streaming- en DVD-loze tijdperk – bij één van de streamers terechtkomt. Ik ga de film steeds weer terugspoelen en het juiste schilderij bij de scenes zoeken. Lijkt me heel erg fascinerend. Waarschijnlijk neem ik daar de tijd niet voor, maar het idee is leuk!

Ik en vieze films

De VPRO heeft drie jonge regisseurs gevraagd om een pornofilm te maken. Het proces dat de filmmaker doormaakt levert een documentaire op die de VPRO op de televisie uitzendt. De pornofilm zelf kan je op de website bekijken. Enkele dagen geleden werd de eerste documentaire vertoont en de eerste pornofilm op internet gezet. Ik heb beiden bekeken. Mateloos interessant. Angelo Raaijmakers waagde zich er als eerste filmmaker aan. Hij had het moeilijk, viel mij op. Dat kan ik me ook goed voorstellen omdat porno altijd met intimiteit en jezelf te maken heeft en je voor de vraag stelt: Wat laat je zien en wat niet? Porno richt zich op een deel van jezelf dat je niet graag in de openbaarheid hebt. Zelfs niet in de veilige omgeving van je naasten. Porno richt zich op het dier in je en dat je een beetje een dier bent, wil je liever niet aan de wereld laten zien. Daarom is de worsteling van de regisseur ook zo boeiend. Als filmmaker wil Angelo Raaijmakers een verhaal vertellen en buiten zijn eigen dierlijkheid blijven, als pornomaker zou hij juist voor het dierlijke moeten kiezen waarbij het verhaal er niet toe doet. Raaijmakers maakt een film over twee mensen die veel om elkaar geven en erg lekkere seks met elkaar hebben. Weliswaar op een vreemde plek – een kaal stukje midden in een maisveld – maar lekkere seks.

De documentaire zet mij aan het denken over wat ik zou doen als ik zo’n opdracht kreeg. Waar Raaijmakers film belangrijker vindt dan porno, zou ik het precies andersom opvatten. Ik zou porno als uitgangspunt nemen. Toeschouwers geil maken, daar gaat het om in de porno-industrie. Raaijmakers is een talentvolle filmer. Ik keek met plezier naar zijn film. Lieflijk. Een vrouw met een lief gezicht en een teder lichaam en een man die er alles voor over heeft om haar te laten genieten. Zulke liefdevolle seks zie je zelden zo expliciet in een film. Daar dreven film en porno ook precies uit elkaar; over zoveel liefde raak je wel opgewonden, maar niet geil opgewonden. Daar zijn gewoon andere dingen voor nodig.

In de schoenen van Angelo Raaijmakers wil ik een film maken waar de hele wereld geil van wordt. Dat is moeilijk, besef ik me. Niets is zo divers maar tegelijkertijd zo eenduidig als mensen en seks. Hoewel het allemaal wel ongeveer op hetzelfde neerkomt, dat seksen, is wat geil is voor de één, strontvervelend voor de ander. Met één pornofilm is het onmogelijk om de hele wereld te bedienen. Ik denk dat ik dan toch maar voor mezelf zou kiezen. Wat windt mij op? Waar word ik geil van? Eerlijk gezegd boeit de liefde tussen twee mensen me nauwelijks als het om porno gaat. Ik ben ook niet geïnteresseerd in pijn. Pijn doen of pijn lijden of vernederen werkt bij mij als een ijskoud washandje op mijn warme rug. Net als mannen die met elkaar seksen. Dieren moeten niet betrokken worden bij menselijke seks en kinderen en seks passen al helemaal niet bij elkaar. Oudere vrouwen dan? Je woont als oudere kerel samen met een oudere vrouw. Maar nee, in porno kijk ik niet graag naar oudere vrouwen.

Zo Frits…hier grijpen we even in: Met opsommen wat je allemaal niet geil vindt kan je nog wel bladzijden doorgaan. Van cupcakes wordt je niet geil, bananen bijtende  bonono’s doen je niets…dat boeit helemaal niet: Waar wordt je wél geil van? Kom op, niet zo laf!

Ja, ik ben laf. Ik ga het niet vertellen. Hoewel het dier in mij heus niet veel afwijkt van het dier dat in de zes miljard andere mensen op de aardkloot huist, hou ik het lekker voor mezelf.