Categoriearchief: muziek

Bruid te koop – Bedřich Smetana door de Nederlandse Reisopera

Gezien op 7 mei 2022 in Carré, Amsterdam

Met zijn ‘Prodaná nevěsta’ wilde Smetana ongetwijfeld het publiek een vrolijke avond bezorgen. Zoals zo vaak, een opera met een betrekkelijk dun humoristisch verhaaltje maar met de mooiste muziek. Humor is nooit helemaal vrijblijvend, daarom zou het best zo kunnen zijn dat het libretto ons een situatie voorspiegelt die nog wel voorkwam in het Bohemen van Smetana, maar waarvan men vond dat het eigenlijk niet meer moest. Voor ons in het huidige tijdsgewricht, spiegelt het libretto een situatie voor die volkomen vreemd voor ons is. Een zakelijk transactie, waarbij een vader zijn kleine dochtertje als onderpand gebruikt, zal niet vaak voorgekomen zijn in ons kikkerlandje. Het gedwongen huwelijk is tegenwoordig, maar ook al verschrikkelijk lang in het verleden, taboe. (Tenzij het meisje natuurlijk onbedoeld zwanger geraakt was na een gezellig avondje). Kortom, het verhaal van de opera ‘Bruid te koop’ staat mijlen ver van ons af. Blijft dat de muziek tijdloos is. Wat kunnen we daarmee, moet de artistieke leiding van de Nederlandse Reisopera hebben gedacht. Dan maar nooit meer die opera opvoeren? Dat zou verschrikkelijk zonde zijn, want de muziek is echt de moeite waard. De oplossing vond men in een vertaling. Geen letterlijke vertaling van de tekst, maar zo ongeveer de handeling wel behouden, maar het in een nieuw moderner jasje stoppen. Anne Lichthart is het libretto te lijf gegaan. Uiteindelijk leverde dat een voor ons geloofwaardige opera op met een verhaal dat eigenlijk heel ver van ons af staat. Een prestatie van formaat dus! En wat natuurlijk ook verschrikkelijk leuk is: Een opera gezongen in de Nederlandse taal. Hoe vaak hoor je een opera, gespeeld door een serieus gezelschap, in het Nederlands? Voor mij de eerste keer, en het was genieten! Eigenlijk kregen we waar voor ons geld zoals meestal van de Nederlandse Reisopera, trouwens. Nadat ze Wagners Ring des Nibelungen hadden opgevoerd en – raar genoeg – de subsidie werd stopgezet, zijn wij ‘vrienden’ geworden van dit gezelschap om ze financieel te ondersteunen. Daar hebben we nooit spijt van gehad want wat zorgen ze altijd voor een fantastische uitvoeringen!

Het verhaal speelt zich af in de lente: Rokjesdag! (Hoe Nederlands wil je het hebben?) Het meisje Marshenka verdenkt haar vriendje Jenik ervan op deze dag vol vernieuwde oerdrift, achter andere meisjes aan te gaan. Ze eist trouw. Hij vertelt haar dat zij de enige voor hem is en hij zweert haar eeuwige trouw. Hij zoekt in haar de liefde die hij vroeger bij zijn stiefmoeder zo gemist heeft en hem het ouderlijk huis heeft uitgejaagd. Dan komt bij de ouders van Marshenka de huwelijksmakelaar Kezal op bezoek. Hij komt het huwelijk arrangeren tussen Marshenka en Vasek, de zoon van de steenrijke Micha. Hoewel de ouders een huwelijk uit liefde willen, blijkt pa zijn Marshenka, lang geleden, als ruilobject te hebben gebruikt bij een lening van Micha; Micha’s zoon zal trouwen met Marshenka. Hoe zorgen de ouders van Marshenka ervoor dat ze toch zal kiezen voor de zoon van Micha? Hoe gaat Marshenka voorkomen dat ze met de zoon van Micha, die ze nog niet kent, moet trouwen? Marshenka zoekt de stotterende zoon van Micha, Vasek, op en vertelt hem dat hij met Marshenka een overspelige en liefdeloze vrouw zal krijgen. Ze vertelt hem dat als hij voor de liefde, en dus voor een andere vrouw gaat, hij een gelukkige man zal worden. Ondertussen zoekt huwelijksmakelaar Kezal het vriendje van Marshenka, Jenik, op. Voor drie ton wil hij wel beloven dat hij er vrede mee heeft als Marshenka trouwt met de zoon van Micha. Is Marshenka door haar vriendje Jenik verkocht? Nee, natuurlijk niet! Jenik blijk de eerste zoon uit het eerste huwelijk van vader Micha te zijn. Door met Marshenka te trouwen komt hij juist zijn belofte na en heeft hij ook nog eens drie ton verdiend. En Vasek…die heeft inderdaad een ander gevonden. Eind goed, al goed!

Over de muziek kan ik eigenlijk veel minder zeggen behalve dat die echt de moeite waard is. Ik had de opera nog nooit gehoord maar de muziek boeide van de ouverture tot aan de finale. Ik moet ook zeggen dat het muziekplezier van dirigent Ed Spanjaard aanstekelijk werkte. Als mij iets opviel, dan was het wel dat er het aantal solo aria’s beperkt was, maar dat er voornamelijk duo’s, trio’s of grotere ensembles samen zongen in perfecte harmonie, qua muziek, maar doorgaans in disharmonie qua tekst. Dat maakt de opera bijzonder levendig met een sneller voortschrijdend verhaal. Ook waren er grote stukken muziek zonder zang. Dat werd ingevuld door het ballet. De balletdansers en de koorleden waren prachtig door elkaar gehusseld op het toneel maar deden uiteraard ieder hun ding.

Ik heb zonder meer een heerlijke avond gehad! Alle solisten vertolkten hun rol fantastisch. Wat betreft het acteerwerk vielen Laetitia Gerards als Marshenka maar vooral Huub Claessens als Keza de drankzuchtige huwelijksmakelaar op. Maar ook Francis van Broekhuizen als de bazige dominante moeder van Vasek en boze stiefmoeder van Jenik, viel positief op. Leuk was dat ze hun rollen hielden tijdens het applaus.

Nog één ding. Hier spreekt even de taalpurist in mij met de vertaler cq bewerkster van de opera Anne Lichthart. Het gaat over ‘beslissingen’. Een ‘beslissing MAKEN’ is een verdomd lelijk anglicisme. Voor mij blijft het zo dat je een beslissing NEEMT. Om me heen hoor ik heus wel dat ik een fossiel begin te worden want zelfs mijn zoons MAKEN een beslissing. Maar ik verzet me ertegen; en ik blijf me verzetten; die beslissing heb ik GENOMEN!

Op de vingers getikt

Het lijkt alsof de geschiedenis de tijd rijp achtte om me eens flink op de vingers te tikken. Alsof ik alle ellende van de tweede wereldoorlog zou kunnen vergeten. Men had mij enkele maanden geleden gevraagd wat ontwerpjes aan een security check te onderwerpen; of er niet per ongeluk antisemitische- of anderszins aanstootgevende symbolen in zaten. Die zaten er echt niet in; ik heb elk streepje en elk krulletje bestudeert, en dus werden de gecheckte foto’s opgehangen op de tentoonstelling ‘Kibboets op de klei’ in het Franeker Martena museum. Een goede gelegenheid voor geliefde J. en mij om die tentoonstelling te bezoeken en dus boekten wij een appartement in Harlingen zodat we op fietsafstand van Franeker verbleven. Geboekt via die beroemde site die ik hier uiteraard niet ga noemen want reclame maken voor nietsontziende kapitalisten, dat doet deze jongen niet (wel zijn beurs spekken, kennelijk). Een appartement in het Speijerhuis midden in het centrum van Harlingen.

Eergisteren kwamen we aan bij dit heerlijke appartement. Groot op de gevel een oude muurschildering: ‘De Gunst E.A Speijer Herenkleeding.’ In wat kennelijk vroeger de kledingzaak was, zag ik nu een verzekeringsondernemer. Op de derde verdieping bevond zich ons verblijf voor de komende dagen en op de overloop zag ik drie menora’s. Ongewoon. Maar de eigenaresse houdt van leuke spullen; dat viel meteen op; de menora’s pasten daar wel bij. Geliefde J. had iets gezien toen ze het pand betrad: Voor de deur een paar Storpelsteinen. Het bleek dat de familie Speijer – die een goedlopende kledingzaak in het centrum van Harlingen hadden – van joodse huize waren en om die reden tijdens de oorlog weggevoerd werden om in Sobibor te worden vermoord. De gemeente Harlingen houdt, samen met de bewoners, de herinnering aan de kleine joodse gemeenschap die hier ooit geweest is, levend. Dat ontroert mij. Ik vind dat fijn.

Stolpersteine voor de familie Steiner voor de deur naar ons appartement in Harlingen

Gisteren fietsten we naar Franeker. Fikse wind tegen. Zowel op de heen- als de terugtocht. Het Friese landschap is behoorlijk plat. We komen niet zo vaak in Friesland, en dat bleek betreurenswaardig want de schoonheid van het stadje Harlingen – waar we al behoorlijk lyrisch over waren – wordt overtroffen door de schoonheid van Franeker. Met open mond vol bewondering liepen we over de bruggetjes langs de gevels en de rijkversierde torens. Omdat wij geen kerk zomaar overslaan en de deur van de grote kerk openstond, liepen we daar naar binnen. Terwijl de kerk als gebouw het veertiende eeuwse behield, had men binnen een verfrissende modernisering toegepast; de kerk als gemeenschapshuis voor kunst, cultuur en spiritualiteit. Zo fungeerde de kerk, naast godshuis, als plek waar kunst te koop hing, hing er een voorproefje voor de wetenschapsweek ‘Next’ die komende week zou plaatsvinden en was er een tentoonstelling ingericht over componisten en de oorlog. Een zeer interessante tentoonstelling. De meeste componisten hadden een joodse achtergrond en overleefden de oorlog niet. Twee componisten bleven hangen, bij mij: Leo Smit en zijn leerling Dick Kattenburg. Van de laatste componist had ik onlangs een indrukwekkende compositie gehoord bij de herdenking op 11 november van de razzia Hollandia-Kattenburg. De componist was een telg van de familie die eigenaar was van de kledingfabriek in Amsterdam Noord waar mijn grootvader – die nooit mijn opa werd – werkte en werd opgepakt. Leo Smit werd vermoord in Sobibor. Dick Kattenburg werd elders, ergens in midden-Europa, vermoord. En dan was er nog de tentoonstelling in het Martena museum. Daarover wellicht later meer. Maar dat de geschiedenis mij hier in Friesland op de vingers tikt, dat moge duidelijk zijn!

Mattheus Passion – uitgevoerd door het Concertgebouw Kamerorkest en het Toonkunstkoor

Gezien en gehoord op 15 april in het Amsterdamse Concertgebouw

Oké, nu heb ik het wel genoeg keer opgeschreven…laat dus maar. Ja, alles is weer normaal, de lente kan weer gewoon beginnen en ja, de Mattheus wordt overal in het land gespeeld en we zitten weer gezellig hutje mutje naast elkaar. Gisteren bleek dat dat hutje mutje tegen elkaar aanzitten ook zo z’n nadelen heeft. De Mattheus-passion van Bach, met het Toonkunstkoor en het Concertgebouw Kamerorkest onder leiding van Boudewijn Jansen. We hadden plaatsen op de achterste rij. Ja, goedkopere plaatsten, maar wel met heel veel beenruimte en daar was ik op uit want de Mattheus is best lang en dan wil je af en toe wel eens je benen kunnen strekken. Dus zaten we prinsheerlijk op de achterste rij. Maar helaas, naast mij kwam een serpent te zitten. Mijn gereïncarneerde juffrouw Visser was het, derde klas lagere school. Ze haatte me. Alle kinderen van mijn klas haatte ze, maar alle andere kinderen ook. Met die vrouw naast me, werd ik weer dat jochie van toen. Halverwege ‘Blute nur mein liebes Herz’ drong ze me met haar elleboog verder in mijn stoel dan ik kon. Ze vond kennelijk dat ik teveel ruimte in beslag nam en over haar grens heen ging. Dat was zeker niet zo; ik ben wel lekker stevig, maar zo dik ben ik nou ook weer niet en echt breeduit zat ik niet. Een vervelende situatie. Een deel van de Mattheus ging daardoor aardig verloren aan boze gedachten en het tegenhouden van een duiveltje in mij dat een fikse elleboogstoot terug wou geven; zeg maar, de macho in mij. Vervelende situatie waar ik helemaal niet om gevraagd had. Na de pauze wisselde mijn geliefde, en best wel erg slanke, zoon S. graag met mij van plaats. Zeker na de pauze heb ik met volle teugen kunnen genieten!

Voor zover ik het begreep, liggen de instrumenten bij Bach niet zo vast als bij bijvoorbeeld Mozart of Beethoven.  Toch zou het wel heel erg gek zijn als bijvoorbeeld ‘Erbarme dich’ spelen op een hobo, om maar iets te noemen. Wat ik wel vaak zie is dat de gamba door een ander instrument vervangen wordt. Ik heb de twee aria’s met gamba ook gespeeld horen worden door een cello of door een luit. Dat is voor mij een teleurstelling. Ik ben gek op gamba. Een wat zachtere klank dan de cello. Bij deze uitvoering een prima gambist. Alleen de dirigent had wat wonderlijks gedaan in de tenor aria ‘Geduld’; hij dubbelde de gambasolo voor een deel met een fagot. Ik ben misschien een onverbeterlijke purist, maar het hoort niet. Het klonk ook niet goed, vond ik. Later heb ik de aria nog een keer teruggeluisterd bij de Ton Koopman uitvoering, maar nee, geen fagot. Ik heb nog nooit een fagot daar gehoord. Ik kan me dan ook niet voorstellen dat Bach een fagot in de partituur heeft staan. Jammer dat de dirigent deze ‘vondst’ doorvoerde want voor mij werd de aria hierdoor verpest.

Verder heb ik tot ‘Mache dich, mein Herze, rein’ zitten genieten, maar toen was het, zoals in elk jaar en dus elke Mattheus, op. Helemaal op. Maar dan komt er nog een heel lang kwartier muziek. Draaiend van de ene bil op de andere probeer je het dan uit te zingen…valt niet mee. Toch heeft die aria nog een hele tijd in mijn hoofd gezongen want mooi ist’ie wel.

Heerlijk weer een gewone lente…(hou nou maar op!)

Johannes Passion van Bach door Mark Padmore; toch wel een beetje een teleurstelling.

Gezien en gehoord op donderdag 7 april 2022 in het Concertgebouw van Amsterdam.

Geen idee hoeveel jaar geleden het is, maar we hadden dat jaar dure kaartjes gekocht voor de Mattheus Passion in het Concertgebouw. Ton Koopman zou zijn Amsterdam Barock Orchestra dirigeren. Juist in dat jaar werd er door de Raad voor de Kunst een voor ons ongelukkige beslissing genomen en bovendien een vreemd onderzoek gepubliceerd over de Mattheus. Veel toonaangevende uitvoeringen zouden zich naar de resultaten van dat onderzoek voegen. Om bij dat onderzoek te beginnen; men had nog eens goed naar de Thomaskerk in Leipzig gekeken en toen geconcludeerd dat het zonneklaar was dat de originele uitvoering destijds met maar een zeer klein orkest en een minimaal koor plaatsgevonden kon hebben. Omdat velen dat onderzoek serieus namen, werd een zeer kleine uitvoering – voor een tijdje – normaal. Toen wij later in Leipzig kwamen en de grootte van de Thomaskerk in het echt zagen en bovendien een indruk kregen van de omvang van de muziekopleiding waar Bach leiding aan gaf, was het voor ons duidelijk dat die kleine uitvoering grote onzin was. Misschien moest de uitvoering niet zoals Willem Mengelberg het deed in de vroege twintigste eeuw, maar Bach moet wel degelijk een lekker koor tot zijn beschikking hebben gehad en een fijn orkest. Tenminste dat vonden wij. Kijken we naar de uitvoeringen van de laatste tijd, dan is de bezetting zeker niet meer zo minimaal als in dat jaar.

Naast dat onderzoek dus ook een voor ons ongunstige besluit van de Raad voor de Kunst; voor het orkest van Ton Koopman werd geen subsidie meer verstrekt. Wij beschikten destijds over veel inside informatie en wisten dus ook hoe het eraan toeging in de dirigentenkamer van het Amsterdam Barock Orchestra: Koopman ontstak in grote woede en weigerde voorlopig in het zo ondankbare Nederland op te treden. Dat raakte ons met onze dure kaartjes best stevig want wij verheugen ons altijd heel erg op het begin van de lente (en dus De Mattheus) en de uitvoering van Koopman is onbetwist de beste. Koopman trad niet op maar daarvoor in de plaats zou Mark Padmore optreden met zijn Orchestra of the Age of Enlightment. Padmore met minimale bezetting viel ons toen verschrikkelijk tegen. Wat je ook van het handelen van Koopman op dat moment vindt, de beste Bachuitvoeringen zijn wel van zijn hand.

Sinds dit echec koop ik nooit meer kaartjes voor een concert van Ton Koopman, maar zijn uitvoeringen op Spotify luister ik uiteraard wel want, wat ik al zei, zijn uitvoeringen zijn subliem. Misschien had ik beter niet naar de Johannes Passion van Koopman geluisterd toen ik afgelopen donderdag naar de Johannes van Padmore ging. Ik gunde zijn uitvoering nog een tweede kans, maar helaas. Nog steeds die ultra kleine bezetting: twaalf koorleden die bovendien ook alle solopartijen zongen. De orkestpartijen zo smal mogelijk bezet. Dat alleen al maakte de uitvoering bijzonder dun.   Als koor miste het regelmatig samenhang; er stonden 12 individuen te zingen. Later op de avond werd het wel ietsje beter, maar zo’n klein koor past echt niet voor kerkmuziek. In een kerk wordt veel gezongen, zeker in de achttiende eeuw. Hoewel Padmore een mooie heldere stem heeft, lijkt hij niet meer het hele register van de Evangelist te halen. In de hoogte hoorde ik hem knijpen. Christus was goed. Alleen…Christus is Christus. Deze Christus zong dat alles ‘Volbracht’ was en de Evangelist liet ons weten dat hij overleden was. Terwijl wij zoon dood aan het verwerken waren, stond deze Christus weer op om de eerstvolgende basaria te zingen. Voelde een beetje oneerbiedig en…raar. Verder werden de gezongen rollen prima ingevuld.

Waar ik wel goed over te spreken ben is de celliste die de continuo partijen speelde en de tweede cellist die ook de gambapartij voor zijn rekening nam. Bach hield van de gamba; dat is in alles te horen. Deze gambist deed Bach alle eer aan. Wat ik miste was een ander instrument waar Bach bijzonder gek op was namelijk de luit. In sommige aria’s stuwt haar fijnzinnige geluid de muziek op tot de mooiste die ooit geschreven werd.  

Maar… laat ik niet teveel mopperen; ik heb, after all,  best genoten van Padmores Johannes. We kunnen weer ongehinderd genieten van muziek in een concertzaal. hoe heerlijk is dat! We hoeven ons niet meer te laten leiden door wat voor maatregelen dan ook. Het muziekarme lijden is voorbij! Een jaar waarin de lente weer ‘gewoon’ begint; met de mooiste muziek die er is! Geen maatregelen vanuit de overheid; niets waar we rekening mee hoefden te houden…behalve met de griep die onszelf overkwam. Nou ja, niet mij maar wel geliefde J. En toen zat ik in mijn uppie in het concertgebouw te luisteren naar de Johannes van Padmore.

NedPho – De vijfde symfonie van Gustav Mahler; een muzikaal avontuur

Gezien en gehoord op 19 maart 2022 in het Concertgebouw in Amsterdam

Als ik terugkijk naar de afgelopen twee jaar, dan was ik voornamelijk bezig met aantallen besmettingen (daalden ze, of stegen ze juist) en de ziekenhuisbezetting (code zwart?). Niet echt om vrolijk van te worden, eerlijk gezegd. We – ik, dus – hadden koud afscheid genomen van het virus of Poetin stuurde zijn soldatenjongens dood en verderf zaaiend de…dood in. Sindsdien volg ik de frontlijnen in Oekraïne en zit ik aan het nieuws gekluisterd in de hoop dat er snel een wapenstilstand komt. En ik word zo moe over dat gepraat over militaire doelen of burgerdoelen. Hier schrijft een vader van drie zonen. Net of het minder erg is als je zoons omkomen in een burgerdoel of in een militair doel. Als er geen snelle wapenstilstand komt…laten we dan maar hopen op een Oekraïense overwinning. Van de problemen waar we steeds maar tegenaan lopen word je zo verschrikkelijk eenzijdig. Door al die ellende en geweld zou je haast vergeten dat de lente begonnen is en dat er ook  nog zoiets bestaat als schoonheid en bovendien dat we – post-corona – ongestoord van die schoonheid mogen genieten. Ik kan het leed van de wereld niet op mijn schouders nemen…

Voordat de concerten van het Nederlands Philharmonisch Orkest tegenwoordig beginnen, vertelt de dirigent wat de toehoorder zoal te wachten staat. Een korte inleiding op de muziek. Ik weet niet of ik van deze nieuwe trend houd. Het zaallicht is gedoofd, de instrumenten gestemd, de dirigent is onder applaus op de bok geklommen en in plaats van dat de stilte terugkeert in de zaal en de spanning stijgt en de dirigent zich concentreert op het tempo en de inzet van het orkest, pakt hij nu de microfoon om iets over de muziek te vertellen. Van mij hoeft het niet; doorgaans heb ik het programmaboekje al gelezen en eigenlijk vertelt de dirigent niets wat niet ook in dat boekje staat. Bovendien stond gisteren de microfoon niet aan toen de nieuwe chef-dirigent Lorenzo Viotti zijn verhaal ging houden en omdat ik plaatsen op de achterste rij had genomen en bovendien ietwat doof begin te worden, kreeg ik maar heel weinig mee van wat de man vertelde. Gelukkig sprak de muziek helemaal voor zichzelf:

De 5e van Mahler en alleen maar de 5e van Mahler.

Een symfonie die de componist opdroeg aan zijn vrouw Alma. De vrouw die alle grote kunstenaars van haar tijd het hoofd op hol bracht en zelf ook mooie liederen schreef. De symfonie droeg Gustav Mahler op aan zijn vrouw maar het beroemde Adagietto uit de vijfde zou de ultieme liefdesverklaring zijn geweest. Het staat in het programmaboekje, iedereen vertelt het en dus ook Lorenzo Viotti…dacht ik, voor zover ik het kon horen. En laat ik eerlijk wezen; het is ook ontroerend mooi. Met een hoofdrol voor de harp. Het zijn maar een paar tonen van de harpist maar juist deze klanken verdiepen de muziek en geven het een enorm dramatisch karakter. Daarmee opent Mahler een zee vol schoonheid. De schoonheid die Mahler in zijn muziek stopte benutte Viotti gisteren helemaal. De mensen in de zaal leken hun adem in te houden; zelfs slikken zou de betovering kunnen verbreken die door de muziek werd opgeroepen. Terwijl ik mijn ogen dicht deed zag ik Dirk Bogarde voor me in de smorende hitte van Venetië strak in het pak in die prachtige film van Luchino Visconti ‘Dood in Venetië’. En ondertussen vergat ik dat de zaal sinds twee jaar niet zo afgeladen vol had gezeten en dat we van de pandemie af zijn en vergat ik dat duizenden jongens hun onschuld en vaak ook hun gezondheid en hun leven verliezen in een grote zinloze oorlog begonnen door een op macht beluste krankzinnige. Schoonheid; dat houdt ons overeind in deze vreemde tijd.

De vijfde van Mahler bestaat gelukkig niet alleen uit het Adagietto. De symfonie is als een avontuur waar je in stapt. Dit geldt eigenlijk voor alle symfonieën van Mahler. Onverwachte wendingen, muziek vanuit het niets, van stilte naar een orkaan van geluid. In deze symfonie vooral een grote rol voor de trompet en natuurlijk het slagwerk. Heerlijk om naar te luisteren en heerlijk om je even weg te laten voeren van de ellende van de wereld. Aan het eind ook nog een toegift. Welke componist schrijft er een groter orkest voor dan Gustav Mahler? Ik zou het niet weten. Wat zou je met zo’n groot orkest dan voor toegift kunnen geven anders dan weer een stuk van Mahler. Dat zou de avond geen goed hebben gedaan. De vijfde is de vijfde en daar moet niets meer tussenkomen. Viotta vond de oplossing in het Ave Verum van Mozart. Geschreven voor een kamerorkest met koor. Een deel van het orkest werd kamerorkest, de rest legde de instrumenten weg en fungeerde als koor. Ontroerend mooi! Een zeer geslaagde avond. Helaas, daarna weer terug naar de realiteit van alledag…bommen, granaten en raketten op een woonwijk in Oekraïne.

Pärt en Sibelius (en Bruch) van het NedPho in het Concertgebouw

Jaren geleden ging ik op een zondagochtend naar een concert gegeven door viooltalentjes die allemaal les kregen van een lerares die slechts uiterst begaafde leerlingen aannam. Ik kan me niet meer herinneren om welke vioolpedagoge het ging, wel dat het concert in Almere plaatsvond. De vioolleerlingen die destijds tijdens dat concert speelden, waren zeker heel talentvol. De gemiddelde leeftijd op het podium zal niet hoger geweest zijn dan zo’n jaar of dertien. Een wat ouder meisje speelde met pianobegeleiding ‘fratres’ van Arvo Pärt. Het was mijn kennismaking met de muziek van deze componist. Een aangename kennismaking. De muziek raakte me diep. Het is spirituele muziek die je in steeds zichzelf herhalende lussen in hoger sferen brengt. Een ontspanning van de geest treedt op die je in weinig andere muziek tegenkomt. Hoewel er wel wat overeenkomsten zijn met de minimal music van Phillip Glass, is Pärts muziek toch van een geheel andere orde. Waar Glass juist de spanning opzoekt, laat Pärt het van zich afglijden. Ik weet nog dat ik bijna rechtstreeks van het concert naar CD-winkel liep om eindeloos van deze muziek te kunnen genieten.

Afgelopen zaterdag was ik in het concertgebouw. Opgelucht dat de nieuwe coronamaatregelen die precies op dat moment ingingen niet ons concert van het Nederlands Philharmonisch raakte, zaten we op knievriendelijke plekken op het balkon. Voor de derde keer in mijn leven een vrouwelijke dirigent. De Letse Kristiina Poska. Gelukkig groeit het aantal vrouwelijke topdirigenten snel, want Kristiina Paska is een topdirigent. Dat de Baltische landen onafhankelijk van Rusland zijn geworden en toegetreden zijn tot Europa is een muzikaal voordeel voor ons. De muziekbeleving in deze landen is gigantisch en zingen in een koor was lange tijd een vorm van verzet tegen de Sovjetoverheersing. Elk dorp schijn wel drie koren te hebben. Vandaar Mariss Jansons, vandaar Kristiina Poska. Wie kan er nu het beste de muziek van de Letse componist Pärt dirigeren dan de Letse dirigent Poska? Vanaf de begintonen ontspant je geest en al snel word je ogenomen in een hemels mantra. Strijkers, een trom en een woodblock. De muziek begint teder en zacht en dun, wordt op den duur voller en luider om dan weer zachter en ijler te worden en uiteindelijk te doven. Prachtig!

Omdat ik mijn kaartjes kocht tijdens een andere fase in de coronacrises, waren er twee kortere gelijke concerten op een avond gepland. Maar toen werd er versoepeld, en dus mocht er meer publiek in de zaal, en werden de twee kortere concerten samengevoegd en uitgebreid. Het vioolconcert van Max Bruch was de uitbreiding. Violist Tsjechische Jozef Špaček was de solist. Doordat dit concert zo beroemd is kende ik het op mijn duimpje en dat luistert heerlijk omdat echt hoogkwalitatieve muziek nooit verveelt. Het concert werd na de pauze vervolgd met de tweede symfonie van Jean Sibelius. Dat concert had ik even een paar keer moeten beluisteren want hierin raakte ik compleet verdwaald. In het eerste deel was het zo dat als ik een melodie uit de muziek naar boven hoorde komen hij meteen abrupt afgebroken werd. Tenminste dat gevoel had ik. Hetzelfde overkwam mij in het tweede deel. Het derde deel was ineens best goed te volgen. Maar helaas, in het derde deel raakte ik de weg weer kwijt. Dan blijft over dat ik zag dat de paukenist het erg druk had en de slagen vaak op zijn allerhardst op de trommelvellen inbeukten. Ook op mijn trommelvliezen, trouwens.

Dat ik de weg kwijtraakte in die symfonie van Sibelius en dat slechts het paukegeroffel is blijven hangen, zegt meer over mij dan over de kwaliteit van het gebodene; over het geheel genomen heb ik een lekkere avond gehad. Ik ben blij dat de cultuursector nu buiten de coronamaatregelen is gehouden.

Het culturele seizoen is begonnen!

Langzaam neem ik afscheid van de vakantie en komt het gewone leven ervoor in de plaats. Terug naar kantoor? Nou nee, helemaal gewoon is het niet en wordt het niet. Wij gaan door met thuiswerken en al die vaccinaties lijken daar niets aan te veranderen. Thuiswerken heeft me aan de rand van de wanhoop gebracht. Maar hoe groot is mijn Covid-lijden eigenlijk als je dat vergelijkt met hoe anderen eronder lijden? Studenten bijvoorbeeld. Alleen nog maar college op afstand. Geen feesten en niet lekker nog even met z’n allen naar de kroeg. Geen nieuwe leeftijdsgenoten leren kennen, de liefde in de ijskast. Maar hoe groot is het lijden van ‘gewone’ studenten als je dat weer legt naast het lijden van studenten die voor het podium worden opgeleid? Muziekstudenten, toneel- of balletstudenten?

Gisteren werd er een tipje van de sluier opgelicht. We hadden een vakantieafscheidsweekend met concert geboekt. Een concert in de achtertuin van ACW-Staring-burcht de Wildenborch. Het concert was mede georganiseerd door het Nederlands Jeugd Orkest. Twee ensembles traden voor ons op: Het Pelargos strijkkwartet en het Sweelinck Koperkwintet. Leden van de beide ensembles waren net afgestudeerde- of nog net niet afgestudeerde musici. Terwijl de mannen van het koperkwintet met veel plezier en humor een concert gaven op de traditionele manier, koos het strijkkwartet voor een vernieuwde vorm. Tussen de muziek door lazen ze intieme brieffragmenten voor van componisten Ludwig van Beethoven, Leos Janaçek en de jonge en dus nog springlevende en aanwezige Baltische componist Alisson Kruusmaa. Plus app-berichten die de leden onderling aan elkaar stuurden over de corona-tijd en de isolatie waarin ze zaten. Als heel lang geleden afgestudeerde kantoorman die allang zijn lief gevonden heeft en wiens kinderen al heel lang volwassen zijn, werd ik aardig met mijn neus op de feiten gedrukt; mijn coronaleed valt echt in het niet als je het met deze generatie muziekstudenten vergelijkt. Ik heb echt met ze te doen en vond het heerlijk om ze te horen en te zien doen waar ze voor opgeleid worden en zijn; Het maken van muziek om ons, publiek, te laten genieten.

De muziektent met op de achtergrond kasteel De Wildenborch

Musici laten doorgaans hun instrument spreken en daarom moest ik wel even wennen aan de vorm die het Pelargos Kwartet gekozen had. Van een concert werd het een – muzikale – voorstelling. Dat wennen viel niet mee omdat met mobiele telefoon geluidjes duidelijk gemaakt werd dat het om App-messages ging. Het drong daardoor niet bij me door dat het een wezenlijk onderdeel van de voorstelling zou zijn. Toen de brieffragmenten van de ‘gevestigde’ componisten werden voorgelezen kwam dat bij mij aan. Ik dacht eerst dat het kwartet ons alleen wilde laten weten wat de Covid-lockdown voor hen had betekend. Maar het was dus meer dan dat. Zo moest ik in de voorstelling groeien. De voorgelezen app-berichten van de leden van het kwartet zelf, werden vaak omlijst en begeleid door composities van Kruusmaa. Wat me vooral in haar werk opviel was het gebruik van flageolettonen. Haar muziek kreeg daardoor iets hemels en ijls. Ik kreeg de indruk dat ze niet graag op het podium staat, want het voorgelezen bericht van haar zelf was van tevoren op band opgenomen. Ook nam ze het applaus op het toneel vluchtig tot zich om daarna weer snel in het publiek te verdwijnen.

Het 2e strijkkwartet van Leos Janaçek – met titel ‘Intieme brieven’ – voerden ze uit, omlijst met fragmenten uit de liefdesbrieven die de 60+ componist aan zijn 30- platonische geliefde stuurde. Daarnaast het Molto Adagio uit het 15e strijkkwartet van Ludwig van Beethoven waar de componist de ondertitel: ‘Heiliger Dankgesang eines Genesenen an die Gottheit, in der Lydischen Tonart’ mee gaf.

Omdat de voorstelling van het Pelargos kwartet nogal uitliep en de lunch op tijd genuttigd moest worden, was het programma van het Sweelinck Koperkwintet behoorlijk ingekort. Koperblazers die je al snel associeert met feesten en partijen en fanfare, maakten hun vrolijke faam waar. Het speelplezier spatte van het concert af. Veel opnieuw gearrangeerde barokmuziek. Kortom, het culturele seizoen is op een mooie plek met fijne muziek begonnen.

Anne Reburn op Youtube

Ik vertelde al dat ik een YouTube addict ben. Het blijkt dat ik daarmee perfect pas in de trend naar minder tv-kijken en meer zelf bepalen waar je naar kijkt. Kinderen en jongeren van nu kijken nauwelijks meer televisie want waarom zou je op opoe televisie wachten terwijl alles zo’n beetje online en op welk moment het jou ook uitkomt, beschikbaar is? Zo zie je maar…ik ben heel erg bij de tijd met mijn liefde voor YouTube. Nou ja, laat ik eerlijk zijn…vaak heb ik naast YouTube ook nog de tv-app aanstaan. Mocht het op mijn rechter tv-monitor interessant zijn, dan schakel ik even qua geluid over van YouTube naar de tv. Nog een klein beetje van de oude stempel dus met mijn twee monitoren op mijn bureau.

In het arsenaal van YouTube vind ik dagelijks nieuwe dingen. Soms, als iets me erg bevalt dan blijf ik een dagje langer hangen en soms wel eens een week en soms nog langer. Een van zo’n YouTube sterretje waar ik wat langer bij ben blijven hangen is de Amerikaanse Anne Reburn. Ze heeft een heerlijke stem en is beremuzikaal. Daarnaast ook nog origineel in de uitvoering. Ze zingt vooral liedjes en hits van anderen en begeleidt zichzelf daarbij op piano, gitaar, basgitaar en handslaginstrumentjes (tamboerijn bijvoorbeeld.). Bijna alles brengt ze tegelijkertijd gefragmenteerd beeld.

Anna Reburn is ook nog eens een meid waar je als man graag naar kijkt. Geen wonder dus dat deze jongen al geruime tijd aan haar muzikale lippen hangt. En…je kan je lol op want, zo vertelt ze, ze streeft ernaar om elke veertien dagen een nieuw liedje op YouTube te zetten. Het vroegste liedje dat ik kon vinden werd in 2016 geüpload. Wil je al haar nummers zien en horen, dan ben je best wel even bezig.

Hoogtepunten van Anne Reburn:

I put a spell on you’. Ik kende het alleen van Creedense Clearwater Revival die versie moet het hebben van het rauwe stemgeluid van John Fogerty en zijn snerpende gitaarsolo. Bij Anne Reburn geen gitaarsolo maar een zoetgevooisde stem en in mimiek en wijze van zingen een duidelijke interpretatie van de tekst. Ik moet zeggen dat dat het lied wel een heel bijzondere dimensie geeft. En dan dat knappe smoeltje erbij…

California dreaming’. Bij haar uitvoering van het nummer, zie ik meer een interpretatie van de tijd waarin het nummer ontstond. Weliswaar heeft Reburn geen bloemen in d’r haar, maar toch verwijst ze subtiel naar de bloemenkinderen en vrijheid blijheid.

How deep is your love’ van de Bee Gees. Heel erg sterk vind ik haar vertolking. Dat is dan ook een van de latere nummers die ze opgenomen heeft.

I Love You van Woodkid ; Een lied waar ik lang naar geluisterd heb is. Echt heel fijntjes gezongen. De begeleiding met piano gaat helaas een beetje stuk. Met een elektrische piano mis je de subtiliteit van een echte piano. Geen verschil tussen dunnetjes aanslaan of vet aanslaan, geen hard en zacht. Jammer. Met een betere pianobegeleiding was het nummer heel erg ver uitgestegen boven het niveau van de originele uitvoering.

Op haar patreon pagina vraagt ze zich af waar ze het geschonken geld aan zal besteden. Een echte piano staat er niet op… Ben ik mecenas geworden van Anne Reburn? Ik heb het overwogen, maar nee. Ik ben nu weer andere talenten op het spoor. Russische meisjes die in Russische close harmony samen zingen.

I love YouTube!

Het Nationaal Toneel – Amadeus; Heel erg leuk!

Ik kan me niet meer herinneren of ik de film Amadeus voor het eerst in de bioscoop heb gezien of op video of DVD. Wat ik wel weet is dat de film een verpletterende indruk op me maakte. Het verhaal op zichzelf vond ik niet echt geloofwaardig; ik had niet het idee dat Salieri een rol gespeeld zou kunnen hebben in de dood van Mozart. Maar de prachtige beelden en het fantastische acteerwerk van de hoofdpersonen in combinatie met de muziek, deed het hem voor mij. In de openingsscène begint het al meteen met het geniale adagio uit de Grand Partita. Muziek die alles goed maakt. Troostende muziek. Muziek die op je emoties werkt maar juist helemaal niet sentimenteel is. De oud geworden Salieri legt uit wat hij zo bijzonder vindt aan de muziek. ‘Het begint haast als een roestig orgel en dan, plotseling, uit het niets, een hobo. Slechts één aangehouden toon. Vervolgens wordt het overgenomen door de klarinet.’ Hij vertelt dat hij Mozart heeft vermoord en dat hij als straf zijn muziek moet zien doodbloeden terwijl de muziek van Mozart alleen nog maar grootser en mooier en bekender wordt. Salieri vertelt dat hij er alles voor over had om muziek voor de eeuwigheid te schrijven. Dat hij daarvoor op zijn zestiende een pact met God gesloten heeft. In ruil daarvoor moest hij afzien van de liefde en een deugdzaam mens zijn. Maar God heeft hem verraden. Gods verheven klanken komen op aarde middels de vulgaire Mozart. Een scheten latende erop los levende infantiele man. Zonder er schijnbaar moeite voor te doen, componeert hij de mooiste muziek en vernedert hem.

Muziek en film horen doorgaans bij elkaar, maar film en hemelse muziek is voor mij echt een gouden combinatie. De muziek van Mozart is niet zomaar gewone mooie muziek, maar geniaal mooie muziek. Diezelfde mix vond ik in de films Ludwig en Dood in Venetië van Visconti waar achtereenvolgens de muziek van Wagner en Mahler een hoofdrol spelen. Het verhaal…ach het verhaal. Wat kan ik daarover zeggen. Speelt een prettige bijrol.

Amadeus is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Shaffer. Martin van Amerongen ging nogal te keer tegen dit toneelstuk en de verfilming ervan. Het zou Antonio Salieri onterecht in een verkeerd daglicht hebben gezet. Ach, valt wel mee. Ik kan me de verhaallijn wel voorstellen. Ik denk niet dat Salieri een erg grote rol heeft gespeeld in het overlijden van het genie noch dat hij veel invloed heeft gehad op diens muziek. Maar het verhaal zoals Shaffer het opzette had heel erg goed gekund. Ze leefden tegelijkertijd op dezelfde plaats. De één verwierf absolute roem tijdens zijn leven en werd al tijdens zijn leven volkomen vergeten. De ander verwierf oneindig veel roem tijdens zijn leven en na zijn leven werd die roem alleen maar groter.

Amadeus was dus van oorsprong een toneelstuk en Toneelgroep Nationaal Toneel moet gedacht hebben dat je de film ook op het toneel kunt uitvoeren. En inderdaad, dat kan. En boeiend ook. En ook fantastisch geacteerd. De overgangen van de jonge naar de oude Salieri, bijvoorbeeld. Zag er echt fantastisch uit. Voor de muziek was een toneelorkest geformeerd dat Mozarts muziek goed over de planken bracht. Ook de mee-acterende sopraan – in dit geval Lucie Chartin – deed het acterend en muzikaal gezien erg goed. Een prachtige stem in een toneelzaal met een matige akoestiek.  Ik heb gewoon een heerlijke avond gehad. Laat ik dat maar meteen toegeven.

In de film een beetje maar op het toneel een boel, wordt de rol van Constanze neergezet als een wat naief meisje dat maar nauwelijks kan bevatten met welk genie ze getrouwd was. Ik denk echt dat het anders zat. Constanze Weber kwam uit een zeer muzikale familie. Voor zover ik weet was haar oudere zus een gevierde sopraan. Ze is de grote nicht van de componist Carl Maria von Weber. Ook niet de eerste de beste. Ik denk dat ook Constanze heel wat in d’r mars had en dat ze in het toneelstuk van Shaffner niet helemaal goed uit de verf komt. Misschien als wel vele vrouwen in dat deel van de geschiedenis. In het toneelstuk speelt ze vooral een rol in het laten zien van de vulgariteit van Mozart. Verhaaltechnisch staat dat dan mooi tegenover de deugdzame Salieri.

Leuk om te zien dat Amadeus raakvlakken met het heden krijgt. De #metoo beweging bijvoorbeeld. Als Salieri uit wraak op God zijn deugdzaam laat varen, misbruikt hij zijn macht als gevierd en belangrijk en machtig persoon, door van vrouwen seks in ruil voor een carriere te bieden. Salieri wordt fantastisch neergezet door Mark Rietman. Verder vielen de kleren van Esther Scheldwacht op die de rol van de Italiaanse intendant van de opera speelde. Leken die kleren niet verdomd veel op de wat extravagante kleren van ex-stedelijk museumdirecteur Betrix Ruf? En…wat heeft dat dan voor betekenis?  De pompeuze opkomst telkens van Vincent Linthorst als de Oostenrijkse keizer Jozef was behoorlijk hilarisch. Sander Plukaard kon, als Mozart, Tom Hulce helaas op geen enkele manier doen vergeten.

Al met al heb ik een erg leuke avond gehad.

YouTube junk

Gezien mijn pa – noem iets en hij was eraan verslaafd – ben ik genetisch belast. Gelukkig is mijn verslaving niet zo slopend als die van mijn vroeg gestorven pa; mijn verslaving pleegt geen roofbouw op mijn, of andermans, lichaam en leven. Gelukkig maar. Mij kost mijn verslaving alleen maar tijd. En eigenlijk vind ik de tijd die ik aan mijn verslaving besteed, nuttig. Ontspannend. Ik ben gewoon heel gelukkig met mijn verslaving. Ik ben namelijk verslaafd aan YouTube. Grote delen van mijn avond zit ik te kijken naar filmpjes die andere mensen, waar ook ter wereld, gepost hebben en ik geniet ervan. De onderwerpen komen in golven. Het ligt er een beetje aan wat je de laatste keer gezocht hebt en wat je als laatste gezien hebt.

In de loop der tijden heb ik slagers in alle soorten en maten aan het werk gezien. Zag ik hoe vlijmscherpe messen zich een weg zochten langs de ribben van een dood dier. Ik heb alle mogelijke gebak en taarten zien bakken en decoreren. Ik heb kunstig snoep zien maken; zuurtjes met het koppetje van een pandabeertje in het midden, bijvoorbeeld. Ik heb gezien hoe een gitaar en een viool gebouwd werd. Een revolver die mogelijk nog van Clint Eastwood in ‘The Good, the Bad and the Ugly geweest moet zijn, maar dan in het echt, die heb ik gerestaureerd zien worden tot hij weer leek op het ding dat ‘Blondy’ zo snel uit zijn holster kon trekken. Ik heb prachtige opera-aria’s gezien en diverse uitvoeringen met elkaar vergeleken. Ik durf zonder meer te zeggen dat ik een absolute kenner ben van Richard Strauss’ laatste Letzte Lied Abendrot, want ik heb alle mogelijke uitvoeringen naast elkaar gelegd. Alle tempi met elkaar bestudeerd.  Ik heb de mooiste objecten zien ontstaan in de Youtube handen van verschrikkelijk handige en artistieke mannen aan de draaibank. Kortom…mijn verslaving is helemaal zo gek nog niet.

Zweedse tieners met gouden keeltjes...

De laatste tijd kwam ik op het idee om popmuziek waar ik vroeger veel om gaf, opnieuw te gaan herontdekken. Aanvankelijk viel deze zoektocht een beetje tegen; datgene wat ik er destijds in hoorde, dat bleek helemaal weg of lang niet zo lekker als het toen klonk. Op een goed moment kwam ik op het idee om van liedjes die wel zo ongeveer een beetje overeind waren gebleven het woord ‘cover’ in te typen. Dat bracht mij bij ongekend talent. Bij Johanna en Klara Söderberg uit Stockholm. Die twee meiden bleken in staat om de originele song in de schaduw van hun cover te zetten. Heel bijzonder. En omdat ze nu nog maar best jong zijn en Youtube dus al bestond in de tijd dat ze tienertjes waren en omdat ze toen al hadden ontdekt hoe lekker ze konden zingen, vindt je filmpjes van het duo toen ze nog vrolijke middelbare scholieren waren. Tegen de achtergrond van de bossen rondom Stockholm zingen ze de sterren van de hemel.

Volwassen geworden…maar nog steeds met een gouden keel!

Ze blijken er een handje naar te hebben om, nu ze volwassen zijn en zichzelf First Aid Kit noemen, om de moeilijkere, niet zo lekker klinkende nummers van grote sterren uit het verleden nieuw leven in te blazen. Wat mij opvalt is dat ze in de tekst en de muziek zoeken naar de bedoeling van de oorspronkelijke ster en de song vervolgens vervolmaken tot een absoluut hoogtepunt. Bij de uitreiking in Zweden van een prestigieuze prijs voor popmuziek aan Patti Smith, vertolkte ze het liet ‘Dancing Barefoot’. Wat Patti Smith probeerde met dat lied, voeren die meiden uit; ze laten het lied ontploffen. Op een fantastische manier. Een ander lied waar ik echt wel van onder de indruk ben is ‘Running up that hill’ van Kate Bush. Ze weten het te vormen tot een heerlijk lied terwijl het toch vrij moeilijke kost is wat Kate Bush laat horen.

Ik ben wel blij met mijn verslaving. Voorlopig blijf ik helemaal verknocht aan Youtube!