Alle berichten van Frits de Klerk

Jaloerse Kaïn

Op de laatste dag in Frankrijk, wilden we naar het Musee des Beaux Arts hier in Valenciennes. Alleen al met de website van het museum had Ik al behoorlijk wat voorpret want…Een fantastisch doek van Joachim Beuckelaer van een 16e eeuwse groentekoopvrouw bij haar stal met een enorme verscheidenheid aan groente en fruit. Kijken of we alle gewassen thuis konden brengen. Verder het schilderij ‘Saint Jacques et le magicien Hermogène’ van Jérôme Bosch geboren te Bois-le-Duc en nog veel meer. Dus wij op onze fietsen richting het museum. Maar helaas, sinds het Rijksmuseum een renovatie van meer dan tien jaar onderging, lijkt er een renovatie epidemie door Europese musea te waren. Het museum had haar poorten voor onbepaalde tijd gesloten. Een imposant museum, trouwens, voor zo’n klein stadje.

Dus fietsten we verder naar een bijzonder parkje; nummer twee op het lijstje bezienswaardigheden van Tripadvisor. Een oud park met heel veel zeer oude bomen. Erg smaakvol ingericht. Veel bloemen in veel kleuren. Echt een lust voor de zintuigen. Dat vonden de inwoners van Valenciennes ook; bijna alle bankjes waren bezet. Vaak met ontluikende liefde op de zittingen. We zaten er prima. Het verving het museum niet, maar toch fijn.

Kaïn die ‘iets’ mist.

In het parkje ook wat beelden. We kwamen het beeld ‘Cain jaloux’ tegen van Paul Theunissen. Je zou met zo’n naam denken aan een Nederlandse beeldhouwer of toch minstens een Vlaming. Maar nee, de man is geboren in een dorpje Anzin in de buurt van Valenciennes en heeft naar verluidt zijn hele leven in Frankrijk gewoond. De jaloezie van Kaïn. Het beeld is in 1904 gemaakt en is zelfs voor die tijd al wel wat belegen qua vorm. Het lijkt een beetje te passen bij de prerafaelieten. Beetje romantisch, beetje een knappe vrouw met grote borsten. Misschien ook niet. Maar doet er eigenlijk niet toe. We zien een pronte knappe vrouw, grotendeels naakt met een baby op schoot. Daarnaast een klein jongetje die de baby afwijst. Het zou de jaloerse Kaïn moeten zijn. Maar, bij nader inzien…is dat jochie dat daar staat wel een jongetje? Waar is zijn pielemosie? Juist ja, iemand is langsgekomen met een hamer en heeft het jongetje met een klap gecastreerd. Kennelijk was er ook weer iemand jaloers op Kaïn, omdat hij zo’n mooi pikkie had.

Klopt dit beeld met het bijbelverhaal? Nee. Kaïn wordt pas jaloers op Abel als God een duit in het zakje doet. Wie? God dus. God maakt het leven van Kaïn tot een hel. Kaïn en Abel offeren aan God. Het offer van Abel wordt door God aanvaard, het offer van Kaïn – om volstrekt duistere redenen – niet. God is niet alleen de bron van alles, maar ook de schuld van alles. Had hij die hele boom met appelen gewoon weggelaten uit de hof van Eden, dan hadden Kaïn en Abel niet met barenspijn ter wereld hoeven komen en als God ook het offer van Kaïn had aanvaard, dan was er geen broedermoord gepleegd. Treurig hoe een zo machtig iemand omgaat met ons, onmachtige mensen!

Vijfentwintig seconden

Ik kijk graag naar sport en afgelopen weekend zijn de Olympische Spelen van start gegaan. Op dit moment zit ik op een hotelkamer in Valenciennes. Het is de laatste etappe voordat we weer naar huis gaan. Ik heb vooralsnog maar een deeltje van de olympische spelen meegekregen, de rest helemaal niet. Tijdens de olympische spelen kijk ik graag naar sporten die je normaal niet veel op de televisie ziet. Handbal, gewichtheffen of judo bijvoorbeeld. Vooral judo zien we te weinig, vind ik, want judo is eigenlijk een grote sport in Nederland. Veel beoefenaars en vooral veel kampioenen. Sinds Anton Geesink spreekt judo kennelijk tot de verbeelding. Een blauwe maandag heb ik zelf ook op judo gezeten. Ik vond het heerlijk. Ik mocht bij de groep van mijn – vechtersbaasje – kleine broertje. Daardoor was ik een van de grootsten en een van de sterksten. Ik voelde me daar in de judogroep onoverwinnelijk. Een heerlijk gevoel. Ik hield van de overdreven discipline en de rituelen. Ook deden we een keer mee met een toernooi. Heel apart. Mijn moeder zat langs de kant als publiek. Mijn gevoel van onoverwinnelijkheid was nog geheel in takt. Onze judoleraar had gezegd dat we gelijkwaardige tegenstanders kregen en gezien mijn ervaringen…De eerste ronde zou een makkie worden, dacht ik.

Toen ik opgeroepen werd om de mat te betreden blaakte ik van zelfvertrouwen. Toen ik mijn tegenstander zag, voelde ik me David die met Goliath de strijd aanging. De jongen was een kop groter dan ik. Als ik het me goed herinner keek hij me vuil, maar ook geringschattend aan. Zijn band had ongeveer dezelfde kleur als zijn haar…oranje. Ik had slechts de halve gele; ik was, zeg maar, net absolute beginneling af. Maar dat alles deed nog steeds helemaal niets met mijn zelfvertrouwen. Ik was de sterkste, en de beste! We namen onze positie in op de mat, en bogen naar elkaar. Voor ik het wist kwam hij op me afgestormd, gooide me op de grond en nam me in een houdgreep waar ik nooit meer uitkwam. Als de leraar na dertig seconden niet had ingegrepen dan lag ik daar nog steeds. Muurvast… Met een geknakt zelfbeeld en tranen die zich achter mijn ogen verdrongen, maakte ik mijn kleren in orde toen ik weer opgekrabbeld was. Ik boog naar mijn tegenstander, en schaamde me zo verschrikkelijk.

Vannacht betrad onze nationale judotrots de mat. In Tokio in de grote judohal zou hij over doen wat Anton Geesink een mensenleven geleden op dezelfde plek gedaan had; de gouden medaille winnen in het superzwaargewicht. De allersterkste klasse. Duurde mijn optreden op de mat destijds dertig seconden. Henk Grol verloor in slechts vijfentwintig seconden. Arme Henk Grol. Heeft hij zich jaren alles voor ontzegd, pijn geleden en zich suf getraind. Een moment van onderschatting en te weinig concentratie en hup in de heupzwaai en keihard en plat op zijn rug. Ippon! Game over! Ik heb echt met Henk Grol te doen. Gelukkig weet hij als geen ander hoe judo werkt; het kan zomaar afgelopen zijn.

De heiligen van Reims

Hier in Reims hebben twee verschrikkelijk belangrijke heiligen rondgelopen, vindt ‘de kerk’. De belangrijkste is Saint Remi. Niet omdat hij nou zulke spectaculaire dingen heeft gedaan. Hij heeft, voor zover ik kan nagaan weinig wonderen verricht, maar voor de geschiedenis van Reims en meteen ook heel Frankrijk, is zijn belang enorm. De man heeft Clovis, koning van de Franken en daarmee de eerste koning van Frankrijk gedoopt. Op de kathedraal staat Clovis afgebeeld in iets dat best een beetje lijkt op een wastobbe, maar wat in werkelijkheid natuurlijk een doopfont is. Voor Saint Remi is een aparte basiliek gebouwd met klooster, waar zijn lichaam bewaard wordt in een gouden kist. Gisteren heb ik de gouden kist bewonderd. Door Saint Remi werd het Franse koningschap door God gegeven en kon het absolutisme welig tieren tot dat men er genoeg van kreeg en toen rolde de koppen.

Die andere verschrikkelijk belangrijke heilige van Reims is Saint Nicasius. De man wordt doorgaans afgebeeld met zijn afgehakte hoofd in zijn handen. Wat is er aandoenlijker dan een man die zijn eigen hoofd in zijn handen heeft en haast doet of er niets aan de hand is? De heilige is de stichter van het christelijke Reims. Op de kathedraal komt zijn verhaal op diverse manieren terug. Op z’n compleetst staat hij als groot beeld aan de noordelijke poort van de kathedraal. De heilige houdt zijn hoofd in zijn handen terwijl twee engeltjes boven de vrijgekomen plek van zijn lichaam iets onduidelijks vasthouden (een kroon?). Ook de engeltjes missen wel wat onderdelen maar dat heeft te maken met de tand des tijds.

Het leven van Saint Nacasius speelde zich af in de periode toen het romeinse rijk wankelde. Hordes uit alle windstreken vielen het rijk binnen. Reims was een romeinse stad. Het zou niet lang meer duren voor het West-Romeinse rijk definitief ineenstortte, maar dat wist men toen nog niet. De Vandalen, afkomstig uit Oost-Europa uit de streek waar we nu Polen situeren, was een van de volken die vanuit het oosten het romeinse rijk binnenviel. De Vandalen hielden er rare gewoonten en ideeën over gastvrijheid op na: Waar ze als gasten kwamen vermoordde ze de mannen meteen, de vrouwen verkrachtte ze eerst en vermoordde ze daarna. Vervolgens pakten ze wat ze konden gebruiken en staken de rest in de fik. Ze deden hun naam eer aan. Een spoor van verwoesting achterlatend, trokken ze door Europa. Nadat ze Rome even ‘aangedaan’ hadden, klopten ze ook aan de poort van Reims. (nou ja, kloppen…). Het plaatselijke hoofd van de net gestichte kerk, de op dat moment nog niet heilige pater Niceaise redde de kerkgemeenschap door zichzelf op te offeren. Hij ging naar de bruten toe. Meteen hieven de Vandalen hun bijlen want des paters kop wilden ze zien rollen. Niet onder de indruk van de bloeddorstig dreigende barbaren, reclameerde de pater psalm 118. Juist halverwege vers 26 viel zijn hoofd. De eerste helft van het vers werd gezegd door het hoofd nog aan de romp, en het tweede deel door het hoofd zonder romp. Door deze opoffering werd de kerkgemeenschap gered…en werd pater Niceaise de Sint Nicasius wiens beeld nu aan de noordelijke poort van de kathedraal in Reims staat. Ik geloof dat een enkele vandaal zich na de onthoofding meteen bekeerde tot het christendom… Omdat er volgens Christenen altijd vergeving is, kom je nu waarschijnlijk, ook een barbaarse vandaal tegen in de hemel.

Geen nieuws bij OP1

We zijn op vakantie en zitten in Reims in een appartementje. Een appartement met erg goede WiFi. Daardoor zijn we ook weer gedeeltelijk thuis. Op de camping was het behelpen met de verbindingen en kwamen we niet verder dan de NOS-website voor het nieuws, maar hier in ons appartement kunnen we het hele achtuurjournaal kijken op ons tablet. Na het achtuurjournaal werd aangekondigd dat Quinsy Gario bij OP1 zijn woordje kwam doen; dat hij zijn kant van het verhaal zou vertellen. Omdat intrigant Quinsy Gario mij bovenmatig interesseert en ik graag wilde weten wat zijn kant van het verhaal is nu hij met veel maar toch heel weinig bombarie uit BIJ1 is gezet. En dus zaten we gekluisterd aan de Nederlandse kijkbuis terwijl we in het fraaie Reims bivakkeren.

Eigenlijk had Quinsy Gario niets te vertellen behalve dat hij SLACHTOFFER was en de DADERS in het hoofdbestuur zaten. Dat hij dus onterecht uit de partij gezet was, vond hij. Elk gesprek om de partijen weer BIJ1 te krijgen waren met hem afgezegd, loog hij, en daardoor kon hij niet weten wat er aan de hand was. Waar Quinsy Gario is, ontstaat vroeg of laat ruzie. Het is dat de intrigant in ‘Asterix en de intrigant’ een klein onooglijk wit mannetje is (en dit album jaren voor Gario’s geboorte verscheen), want anders zou ik denken dat Quinsy Gario model heeft gestaan voor dat nare mannetje. Maar goed, veel te vertellen had Gario niet…

Dat in tegenstelling met Ab Osterhaus. Ab Osterhaus heeft altijd een beetje te veel te vertellen. De man was na een advies over een griepepidemie die niet kwam waarbij de overheid voor miljoenen euro’s onnodige vaccins kocht bij een bedrijf waar Osterhaus grote belangen had zo goed als dood. De Covid-19 crisis bracht hem weer helemaal waar hij graag wil zijn: Het middelpunt van de belangstelling. Als Covid een hikje naar boven of beneden maakt, als er een nieuwe variant opdoemt, als anti-vaccinatie mensen protesteren, dan zit Ab Osterhaus bij OP1. Eigenlijk is dat vrijwel dagelijks. Hij verkondigt doorgaans met heel veel omhaal een antwoord dat we inmiddels zo’n beetje kunnen dromen. Osterhaus hoopt dat de epidemie nog heel lang voortwoekert zodat hij zijn credo kan blijven verkondigen; iedereen in volslagen isolatie, tien meter afstand tot elkaar, de hele economie op slot, en het verbieden van alles wat leuk is. In Duitsland hebben ze zo ongeveer de ideale Ab Osterhaus-situatie geschapen. Er zijn in ons buurland dan ook nauwelijks besmettingen. (Het aantal zelfmoorden onder jongeren en andere neveneffecten van dit rigide beleid werden trouwens niet genoemd.) Met veel plezier vulde hij de Duitse Nederlandse correspondent aan die het gebrek aan maatregelen in Nederland haast onvoorstelbaar vindt. Bij nader inzien had Ab Osterhaus net als Quinsy Gario, weinig nieuws te melden.

We genieten lekker nog even van de vakantie, denk ik, en we laten ons kikkerlandje nog even links liggen. Nou ja, links…in ieder geval noordelijk van ons.

Susan Smit – De heks van Limbricht; Subliem met nabrander

Ik was in de veronderstelling dat er in Europa zo rond de godsdienstoorlogen in de zestiende en zeventiende eeuw in een aantal landen een enorme heksenjacht was. Vooral in Engeland en de gebieden die we nu Duitsland noemen, maar dat het in Nederland eigenlijk nogal meeviel. Susan Smit laat in haar roman ‘De heks van Limbricht’ zien dat er wel degelijk in Nederland heksenprocessen zijn gevoerd. Als basis heeft ze het proces genomen dat tegen Entgen Luijten werd gevoerd in 1674. Om het leven van Entgen te reconstrueren heeft de auteur, voor zover ik begreep, allerhande bronnen gebruikt; Entgen Luijten heeft rondgelopen op aarde, is getrouwd geweest met Jacob en ze hebben samen een dochter Grietchen gekregen. Ze woonden in de heerlijkheid Limbricht dat onrechtvaardig bestuurd werd door de Heren Winand van Breyll. De feiten staan er, maar daar omheen weeft Susan Smit een mooie roman die, zoals de meeste romans, ontsproten is aan haar fantasie. Het waarheidsgehalte dat er zeker in zit, doet wel wat met je; ik denk dat ik daardoor intenser heb meegeleefd met het leven van Entgen. Susan Smit laat op haar roman een mini-essay volgen over hekserij en neemt daarbij een feministisch standpunt in, waar ik wel kritiek op heb. Maar alles bij elkaar is het een fantastisch geschreven roman over een beladen onderwerp die ik in een ruk heb uitgelezen. In ieder geval een van de beste romans die ik de afgelopen tijd in handen heb gehad.

Op 10 juli 1674 wordt de ongeveer 75-jarige Entgen Luijten gearresteerd omdat er bij de heerser klachten zijn ingediend dat ze zich bezig zou houden met hekserij en zwartekunsten. Zo zou ze ervoor hebben gezorgd dat een koe overleed en dat mensen ziek werden toen ze uit haar glas bier hadden gedronken. In totaal worden er eenendertig klachten tegen haar ingediend. Ze wordt vastgehouden in de kerker onder het kasteel. In de kerker overdenkt en herinnert ze haar leven. Ze is voor het huwelijk verwekt, maar omdat haar vader wel haar moeder trouwde werd het geen schandaal. Haar uiterst vrome moeder blijft haar altijd verwijtend behandelen en laat de verzorging van haar jongere broertjes en zusjes aan Entgen over. Ze heeft een bijzondere band met haar vader die een soort opzichtersrol vervuld. Hij leert Entgen veel over de natuur; hij legt bij haar de basis voor haar kruidenkennis. Als oudste dochter wordt er van haar verwacht dat ze ongetrouwd blijft en voor haar ouders zorgt. Maar het lot beschikt anders. Ze ontmoet de zachtaardige Jacob en met hem gaat ze haar leven delen. Ze krijgen een dochter Grietchen. Entgen is een sterke onafhankelijke vrouw met een grote kennis van geneeskrachtige kruiden. Dorpelingen komen vaak naar haar voor advies, een drankje of een zalfje. Beschuldiging van hekserij ligt voortdurend op de loer; je merkt dat Entgen zich daar steeds tegen indekt. Mannentaken zoals onderhandelen neemt ze over van de zachtaardige Jacob want zij is daar veel beter in.

Door het wanbestuur en uitbuiting komen de dorpelingen twee keer in opstand. Entgen speelt daar een rol in. Bij de laatste opstand komt haar man Jacob om en moet Entgen het alleen zien te rooien samen met haar dochter. Daar blijkt ze weinig moeite mee te hebben. Door haar kennis van de natuur, zijn haar oogsten steeds goed en vaak beter dan de oogst van de buren. Het geroezemoes en de jaloezie en de verdenkingen nemen toe… Haar dochter trouwt en gaat uit huis en zo blijft er een ouder wordende vrouw achter, die veel geneeskrachtige kruiden kent en gebruikt, eigenzinnig is en behept is met een scherpe tong. Bovendien heeft ze vijanden gemaakt, ook onder de machtigen…

Als de roman afgelopen is, volgt er nog een soort essay over heksen. Daarin vertelt Susan Smit dat ze zelf een moderne heks is. De oude Europese religies waarbij moeder aarde een hoofdrol speelde zouden op gewelddadige wijze zijn verdrongen door het Christendom. In die oude religies speelde, volgens Smit, vrouwen een centrale rol. Vrouwen moesten van de nieuwe – Christelijke – religie hun rol afstaan. Met dat doel werden vrouwen met kennis van kruiden en natuurgeneeswijzen gekoppeld aan vrouwen die omgang hadden met de duivel. De processen tegen heksen waren een geslaagde poging om de oude heidense religies met wortel en tak uit te roeien. Mannen kregen het voor het zeggen en onderdrukte de vrouw met zeer veel geweld. Niet alles van die oude religies kon zomaar uitgewist worden; veel werd verchristelijkt. Op heilige plaatsen werden kerken en kathedralen gebouwd en van de ‘heidense’ feesten werden christelijke feesten gemaakt.

Het probleem dat ik ermee heb is dat de rol van de vrouw in die pre-christelijke periode vast wel groter kan zijn geweest dan binnen het christendom, maar hoe weet je dat zo zeker? Over die periode is bar weinig overgebleven. Kijk je naar andere religies dan zie je dat mannen eigenlijk altijd de boventoon voeren; waarom zou dat in Europese oude religies anders zijn? Ik wil wel proberen te geloven dat heksenprocessen bedoeld waren om vrouwen te onderdrukken, ware het niet dat het percentage ‘heksen’ onder vrouwen bijzonder laag was. (niet bijvoorbeeld 50% van alle vrouwen werd vervolgd als heks maar heel erg veel minder) Je zou denken dat heksenprocessen zich richtten op vrouwen die aan een aantal voorwaarden voldeden: Veel oudere vrouwen met kennis van geneeskrachtige kruiden, die wat zonderling waren en een scherpe tong hadden en niet makkelijk gehoorzaamden aan het gezag. Daarnaast veel ‘gewone’ vrouwen die ‘erbij gelapt’ werden doordat de oorspronkelijk vermeende heks hen na marteling had aangewezen als lid van de heksenkring. Omdat heksenjagers zulke specifieke kenmerken zochten in vrouwen, denk ik niet dat heksenprocessen tegen vrouwen in het algemeen werden gevoerd. Bovendien geloofden de meeste vrouwen net ze goed in het bestaan van heksen. Ik ben er zelfs van overtuigd dat menige vrouw die wegens hekserij op de brandstapel belandde, eerder zelf ook geloofde in duivelse zwartekunsten…van een ander.

Hoe dan ook, dit boek is een aanrader! Het maakt veel los en leest vlot weg. Echt heel goed geschreven!

Het stedelijk museum…van Laon.

We zijn een paar dagen in Laon. In de middeleeuwen was Laon een stad van aanzien. Een stad met een universiteit waar geleerden van naam lesgaven. Pierre Abelardus, een van de grootste geesten uit de hoge middeleeuwen, heeft in deze stad zijn opleiding gehad, kan je nagaan. Een stad waar ze de op dat moment mooiste en grootste kathedraal bouwden. Een kathedraal die het voorbeeld werd voor Chartres en Parijs. In die stad zijn we dus. Maar sinds de middeleeuwen is Laon niet meer gegroeid. Omdat de andere steden wel groeiden, krijgen we nu de indruk dat Laon een enorme kathedraal is, met een onooglijk stadje er omheen. Naast de kathedraal is er eigenlijk weinig te beleven in Laon. Op het kaartje van de VVV zagen we dat er ook een tempelierskapel was. Daar aangekomen bleek de kapel in volledige restauratie en dus gesloten te zijn. In het naastgelegen gebouwtje is het gemeentemuseum gevestigd.

De collectie bleek een ratjetoe. Van alles en nog wat; uit alle eeuwen en uit alle windstreken. Op zich wel vreemd want als de stad in de middeleeuwen zo’n voorname stad was, dan moeten daarvan toch objecten zijn die je in dit museum kunt laten zien? Juist de ‘afdeling’ middeleeuwen was uitermate pover.

Toch wel een paar aardige dingen. In de collectie een schilderijtje van Isaak van Ostade, het broertje van Adriaen, dat zeker de moeite waard is. Met het blote oog is er nauwelijks iets op te herkennen. Het schilderij is vies en verdient een schoonmaakbeurt. De titel: ‘De onderbroken lunch’ (Le dejeuner interrompu). Het schilderij is grotendeels zwart waarop met wat moeite wat figuurtjes te herkennen zijn. Toen ik de camera van mijn telefoon op het schilderijtje richtte; leek de camera dwars door de vuiligheid heen te kunnen kijken en daardoor ontwaarde we een grappig bedoeld huiselijk tafereeltje. Twee kinderen houden hun neus dicht terwijl een vrouw de baby verschoond. Op een tafeltje een bord pap. Een man kijkt lachend naar de kinderen. Ik geef toe dat ik geen mooie foto maakte, maar je ziet in ieder geval iets.

Het tweede schilderij dat de moeite waard was, is een zeventiende eeuws portret van een onbekende oudere vrouw gemaakt door een onbekende schilder. Die anonimiteit is gek, want het is absoluut een mooi schilderij; de vrouw staat er levensecht op. Ze lijkt begijn of non en zou je zo bestraffend kunnen toespreken. Volgens het bijschrift zou de kunstenaar een Franse schilder zijn. Maar ja, wie dan?

Beeldenstorm

De rijkdom van de kerk was helemaal uit de hand gelopen. In de kerk kon je je weg naar het paradijs kopen met aflaten. Met het geld dat verdiend werd met aflaten, werden grotere kerken gebouwd en paleizen voor de corrupte kerkvorsten. Om het volk dom te houden, werd de mis in het latijn, en niet in de volkstaal opgevoerd en bestonden bijbels alleen in het latijn. Daardoor was het voor het volk onmogelijk om zelf te lezen wat God’s wil was. Het volk werd dom gehouden. Maarten Luther was de leider van de opstand tegen de kerk. Die opstand breidde zich als een olievlek uit. Ook tot in de Nederlanden. Men vertaalde de bijbel in het Nederlands en daardoor kon het volk lezen dat God verbood om gesneden beelden (afgoden) te aanbidden. Niettemin stonden de kerken vol met die beelden. Revolutie! Vermorzel het oude en maak plaats voor het nieuwe! Trek de beelden om! Mij werd op de lagere school verteld hoe rechtvaardig de beeldenstorm wel niet was. Op een seculiere lagere school in het vooruitstrevende Amsterdam! En we smulden ervan als kinderen; weg met die volgevreten paapsen! En dat terwijl het geloof geen enkele rol in ons leven speelde. Wij zagen de beeldenstorm als een heldendaad van verzet tegen de macht.

Laten we eerlijk zijn, dat heroïsche protestante geloof van ons, dat werd voor het overgrote deel ingegeven door uitbuitende adel. Die adel was uit op de bezittingen en dus de macht van de kerk. Door de kerk te slopen viel al dat land toe aan de ‘bekeerde’ adel en de onderdanen van die adel diende zich eveneens te bekeren. Wrede straffen voor ongehoorzaamheid aan de adel waren aan de orde van de dag. De kerken en de beelden en de schilderijen waren het mooiste dat de mensen konden maken en getuigden van de liefde van het volk voor datgene wat hen van boven bestierde. Met heel veel talent, geduld en passie werden de kerken de mooiste plaatsen op aarde; een afspiegeling van de hemel. In de hemel heersen liefde en rechtvaardigheid en rechtvaardigheid was voor hen op aarde niet te vinden. Maar de jongeren werden opgezweept om samen met betaalde bendes alle beelden neer te halen. Wat zullen veel heel gewone mensen geleden hebben onder deze vernielzucht!

Hier in Laon kwamen we dezelfde vernielzucht tegen. In Frankrijk heet de revolutie niet reformatie en beeldenstorm, maar de Franse revolutie. Gelukkig heeft de vernielzucht van die revolutie van ‘Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap’ niet elke kerk evenveel getroffen, maar de vernieling is aanzienlijk. Het noorden van Frankrijk staat vol met middeleeuwse volkse passie, want zo kan je die gigantische gotische kathedralen wel noemen. Ook hier in Frankrijk werden beelden naar beneden gehaald, eeuwenoude kerken ineens gebruikt als paardenstal of torens neergehaald die door massa’s arme drommels met veel liefde waren gebouwd. Gelukkig werd in Laon de kathedraal niet neergehaald. Gelukkig niet. Maar het interieur…wat is daar veel vernield! Nauwelijks zijn er nog gebrandschilderde ramen terwijl dat er vast heel veel zullen zijn geweest. Ook nauwelijks beelden in de kerk. Als getuige van al die vernielzucht lieten ze een beeldengroepje hangen. Het maakt me zo treurig…

Dag Sinterklaasje…

Het is een vreemde paradox, maar de partij die zich de meest antiracistische partij in Nederland voelt, is in werkelijkheid de meest racistische partij. Terwijl Forum voor Democratie alleen maar terug wil naar de tijd van Bartje en bruin gekookte spruitjes en de tijd waarin iemand met een gekleurde huid in Nederland nog een bezienswaardigheid was, wil BIJ1 dat de vermeende hegemonie van mensen met een blanke huid doorbroken wordt. Bovendien is het in hun gedachtewereld zo dat iedereen die een blanke huid heeft en in Nederland woont, de schuld en ellende meetorst van vierhonderd jaar koloniaal bewind en slavernij. Een partij kortom bij wie je alleen maar schuldeloos bent, en dus meetelt, als je een gekleurde huid hebt. Een partij die zich BIJ1 noemt maar uiteindelijk de wereld juist verdeeld in goede en slechte mensen. Daarbij definiëren ze slechte mensen en goede mensen uitsluitend op huidskleur; racistischer kan het bijna niet. Het theoretische kader komt van Gloria Wekker die jarenlang, zonder tegenprestatie, de onderwijspot heeft leeg gevreten. Een wetenschapper die vindt dat niet elke stelling wetenschappelijk bewezen hoeft te worden als die toevallig in je straatje te pas komt. Een ellendige partij, dus, die heel wat leden herbergt die zonder meer denken dat ze lid zijn van een partij die erop uit is om de wereld te verbeteren; leden die grenzeloos naïef zijn.

Voor zover ik weet was het nog maar kortgeleden dat Quinsy Gario lid van BIJ1 werd. Hij moest meteen een vooraanstaande plaats krijgen in de partij, want hij was door zijn vele televisieoptredens een beroemdheid. De zwarte piet held! Naar verluid had hij in het verleden helemaal niets tegen zwarte piet; het boeide hem niet. Maar als kunstenaar wilde hij eens kijken of hij iets in Nederland teweeg kon brengen. Aldus viel zijn oog op een kinderfeest. Kerstmis verknallen; ach, dat zal menigeen worst wezen, maar Sinterklaas… Dat feest van met natte haartjes ’s avonds bij de schoorsteen liedjes zingen en je schoentje zetten en er een wortel instoppen voor het paard. Niet kunnen wachten om de volgende ochtend op te staan om te kijken wat Zwarte Piet in je schoen gestopt heeft. Dat feest verknallen, dat heeft zelfs effect op de heel erg goedwillende Nederlanders. En zo stonden er ineens tijdens de intocht van Sinterklaas tussen de kleuters met grote verwachtingsvolle ogen en zwarte-pietenmutsen op, een stel klootzakken samen met extremistische naïevelingen, die het hele feest in diskrediet brachten en voor onveiligheid zorgden voor kleine kinderen. Quinsy Gario, die het allemaal op gang gebracht had, moet de tijd van zijn leven hebben gehad.

Maar nu krijgt BIJ1 het lid op de neus. Met Quinsy Gario haalden ze, zonder het te weten, het paard van Troje binnen. Een intrigant tot en met. Uit de partij gezet wegens toxisch gedrag. De communiqués waren tot nog toe nogal vaag (het had niets te maken met #METOO achtige dingen… Ze wilden daar bij BIJ1 niemand schade doen…) Maar nu is het hoge woord eruit; toxisch gedrag. BIJ1 heeft er kennelijk pas nu last van; Nederland als geheel inmiddels al jaren. Dag Sinterklaasje, daaaag, daaaaag, daaaaag, daaaaag, Zw…. Piet.

Saint Ache en Sint Acheul

Vakantie in Frankrijk. Nog nooit is dat zo ingewikkeld geweest. Nou ja, heeft het zo ingewikkeld geleken. Een verplichte QR-code als bewijs van volledige vaccinatie plus een verklaring op erewoord dat je geen covid symptomen vertoond. Niet dat ik iets daarvan ooit aan iemand heb moeten laten zien, maar het feit dat je ‘iets’ bij je moet hebben om naar Frankrijk te rijden maakt alles al anders dan anders. Nog steeds weten we niet wanneer het allemaal gaat eindigen. Tijdens de pestepidemie in het verleden wist men niets beters te doen dan bidden. Iedereen die niet sterk genoeg was ging dood en de sterken bleven over en konden hun leven weer oppakken. Veel mensen van nu willen, geloof ik, opnieuw zoiets als men in het verleden deed: Met z’n allen gaan bidden en hopen dat een hogere macht – zeg de natuur – ervoor zorgt dat op den duur het sterven aan covid op houdt; dat we ons leven nu niet moeten beperken. De zwakkeren zullen het niet allemaal overleven; een verlies dat we moeten nemen… Gelukkig zijn er niet veel mensen die er zo over denken!

Hoe dan ook, we zitten in Frankrijk op de camping vlakbij het provinciestadje Amiens. Het stadje heeft alle kenmerken van een provinciestad met een glorieus verleden. Ik weet dat niet zeker want ik heb de geschiedenis van Amiens niet bestudeerd, maar gezien de omvang en de schoonheid van de kathedraal, moet het wel een belangrijk stadje zijn geweest. Geliefde J. en ik duiken steevast in elke Franse stad van enige omvang op de eerste dag dat we er zijn, de kerk in. Al helemaal als de kerk een kathedraal is. Enige voorwaarde die wij stellen; hij moet oud zijn. Heel erg oud. In Amiens kom je aan je trekken wat dat betreft. Gebouwd in de dertiende eeuw in een rijtje gotische kathedralen van ongekende schoonheid aan de meer noordelijke kant van Frankrijk.

Wat trekt mij nou zo verschrikkelijk aan in die eeuwenoude kathedralen? De naïviteit, denk ik. Mensen stonden in onze ogen nog zo puur en onbedorven in het leven. In hun gedachtenleven, moet ik zeggen. Het wereldse leven werd niet anders dan nu, bepaald door de zucht naar macht en rijkdom en ging gepaard met geweld en uitbuiting. Maar dat gedachteleven, zo kinderlijk naïef. Als je doodgaat wordt je ziel gewogen. Als het goede zwaarder weegt dan het kwaad dat je verricht hebt tijdens je leven, dan mag je in mooie gewaden het hemelrijk binnenstappen anders wacht je de eeuwige kwelling. Een erg grappige uiting van naïviteit vormen twee beelden bij de linker ingang van de kathedraal. De heiligen zijn onthoofd voor het geloof en als beeld weer opgestaan. Dat heeft er kennelijk niet voor gezorgd dat hun hoofd weer op de juiste plaats kwam. Zou dat niet een enorme kwelling zijn als je met je hoofd onder je arm het eeuwige hemelse leven instapt? De ongelukkigen zijn de heilige Ache en Acheul. Over hun levens heb ik slechts een Franse site gevonden en het gaat wel even duren voor ik de tekst volledig ontcijferd heb…

Esther Verhoef – Nachtdienst; Spannend, maar…

Ik lees te weinig thrillers om er iets verstandigs over te kunnen zeggen, maar misschien moet dat ook niet; moet ik gewoon opschrijven wat ik ervan vind. Spannend! Zonder meer. Er gebeurt veel in relatief weinig bladzijden. Zeker als je net met een zucht van verlichting de roman ‘Stemvorken’ van A.F.Th. van der Heijden hebt dichtgeslagen. Nou is dat wel extreem; in die roman gebeurt werkelijk helemaal niets: Een avondje doorzuipen en een beetje kletsen en een wandelingetje in het Amsterdamse bos gevolgd door een sekspartijtje, allemaal uitgesmeerd over 350 pagina’s. Neem dan de roman van Esther Verhoef; een zwik moorden, zwaargewonden, vechtpartijen, een onwillige puberdochter, een paar sekspartijen, inbraken (een stuk of wat) en eigenlijk is dat nog lang niet alles en dat in slechts 200 pagina’s. Zoveel opeenvolgende actie doet je duizelen, maar het zorgt er ook voor dat je doorgaat met lezen en niet meer kunt stoppen. Het is verdomd spannend allemaal maar ook best onwerkelijk. Het zijn wel heel veel toevalligheden achter elkaar en de beslissingen die de personages nemen zijn vaak wel heel dom en tegennatuurlijk.

Hoewel de roman verteld wordt vanuit verschillende perspectieven, is er wel degelijk een hoofdperspectief. De belangrijkste verhaallijn zien we door de ogen van dierenarts Emmeke van Eerd. Ze woont samen met haar dochter Vegas in de woning bij de dierenartsenpraktijk waarvan ze werknemer is. De praktijk ligt afgelegen in een bosrijke omgeving maar desalniettemin een zeer drukke praktijk waar drie dierenartsen werken die honden, katten en konijnen behandelen. Op een nacht heeft Emmeke nachtdienst en dan wordt er aangebeld bij de praktijk…

Door de ogen van Emmeke d’r dochter Vegas zijn we getuige van de wederwaardigheden van een ontluikende en experimenterende veertienjarige. Ze is geboren uit een ‘vergissing’ van haar moeder en kent haar vader niet. Ze experimenteert met de liefde voor grote stoere jongens die niet per se het juiste pad willen bewandelen en ze verlangt vreselijk naar haar vader, die dus een ‘misstap’ van haar moeder was. Met die vader komt het wel…oke, vertellen we hier niet. Dat moet je zelf lezen. Moeilijk hoor om zonder de inhoud te verklappen iets te vertellen over een thriller!

Wat me opvalt is dat een vrouw die doorgestudeerd heeft zoveel slechte beslissingen neemt. Eigenlijk is daar de roman op gebaseerd. Had ze een juiste beslissing genomen dan was het snel over met de spanning en de roman. Dat begrijp ik wel, maar dat is meteen ook de zwakte. Op een zeer logische handeling, namelijk het helpen van een mens in nood (ook al voelde ze zich daar eigenlijk niet toe in staat omdat ze dierenarts is en geen mensenarts) volgen slechte beslissingen die ervoor zorgen dat het verhaal verder kan, maar die in mijn ogen echt niet passen bij een personage die vele jaren universiteit achter d’r kiezen heeft. Je hoeft natuurlijk niet alle vertrouwen in politie en justitie te hebben, maar zo weinig als de personages uit deze roman het hebben, zie je weinig. Daardoor wordt er veel detectivewerk verricht en voor eigen rechter gespeeld. Dat wijkt in mijn ogen erg af van het normale leven en dat maakt de roman wat oppervlakkig; literatuur wil ons vaak in zekere zin een spiegel voorhouden en de spiegel die deze roman je voor houdt reflecteert een verknipt beeld van de werkelijkheid.

Voor mij hoeft niet elke geschreven letter serieus te zijn en diepgravend; ik heb deze roman met verschrikkelijk veel plezier gelezen en ben er een dagje aan verslaafd geweest. Mijn kapsones weerhoudt mij ervan om meer thrillers te lezen. Ik moet zo nodig hoogdravende literatuur lezen… Aan de andere kant heb ik wel pogingen gedaan, maar veel thrillers zijn belabberd geschreven en dan lukt het me niet om van zo’n roman te genieten. Dat geldt absoluut niet voor deze roman. Integendeel, hij is erg goed geschreven en heel erg spannend…maar wel met wat aantekeningen (zie hierboven…)