Alle berichten van Frits de Klerk

NAZA in GAZA

Ik kreeg vanochtend een mail van Artsen zonder Grenzen, aan wie ik zo nu en dan doneer. De kop: ‘Frits, stop het geweld in Gaza’. Nou is er helemaal niets dat ik liever doe dan stoppen met geweld gebruiken in Gaza. Sterker nog, ik heb nog nooit geweld gebruikt in Gaza. De oproep was zonder twijfel niet aan mij gericht, maar aan het Israëlische leger en aan de Israëlische regering. Ik zou ook graag die oproep willen doen. Het is een hopeloze oorlog. Zelfs als alleen het geweld stopt, blijft de situatie hopeloos. Gaza is omgeploegd; geen steen staat meer op de andere. Nauwelijks nog wegen, geen huizen, geen scholen, geen ziekenhuizen meer. Een wanhopige situatie.

Daarnaast heeft Israël de oppervlakte waar de Palestijnse bevolking mag verblijven enorm verkleind. Honderdduizenden mensen dicht op elkaar, zonder veel medische voorzieningen, zonder een functionerend overheidsapparaat, zonder voldoende hygiëne, zonder alles, zeg maar: met een zeer vijandige overheerser die om het minste of geringste een bom laat vallen en zich daarbij weinig gelegen laat liggen aan het feit dat er onschuldigen omkomen. Een toestand die mij qua omstandigheden best doet denken aan heel akelige dingen tijdens de Tweede Wereldoorlog; je komt er niet per se om door geweld, maar ook door de ellendige leefomstandigheden.

Als ik het zo op een rijtje zet, zou je met zo’n land weinig te maken willen hebben, maar dat heb ik wel. Op de een of andere manier ben ik diep verbonden met het land. Via een onzichtbaar draadje, maar desalniettemin wezenlijk. Ik spreek de taal niet, de religie zegt me helemaal niets en ik heb er geen familie wonen, noch vrienden, en toch voel ik de verbinding.

De film NAZA was nog maar nauwelijks in de bioscoop te zien, maar ik ben meteen gegaan. Dat was een week geleden en sindsdien worstel ik met mijn gedachten en gevoelens. De documentaire is gemaakt door de Israëlische journalisten Yuval Abraham en Rachel Szor en heeft mij volkomen in verwarring gebracht. Raar genoeg werd de verwarring niet veroorzaakt door de film zelf, maar juist door alles eromheen.

Laat ik beginnen met de film zelf, waar zoveel over te doen is. Het woord NAZA laat zich het best in het Engels vertalen, vind ik: collateral damage, bijkomende schade. Je wil een vijand ombrengen en om dat doel te bereiken schiet je er een raket op af. Het huis dat instort bovenop de mensen rondom die vijand is NAZA: bijkomende schade die je voor lief neemt. De vraag hoeveel collateral damage je kunt verantwoorden is het hoofdthema van de film, maar een van de zijthema’s is ook: hoe definieer je de vijand? Zijn Hamas-strijders de vijand, of ook iedereen die sympathie voelt voor Hamas, of… iedereen die dezelfde etnische achtergrond heeft als Hamas? Kortom: is een klein groepje binnen de Gazaanse gemeenschap de vijand, of iedereen die daar woont? Als iedereen de vijand is, dan is er ook geen collateral damage in mensenlevens.

De film laat een groot aantal militairen aan het woord die in het Israëlische leger meegevochten hebben in de Gaza-oorlog. Op een dak in donker Tel Aviv zien we Yuval Abraham, die aan onherkenbaar gemaakte militairen doorvraagt over de militaire acties die ze hebben gevoerd en wat daarbij hun morele overwegingen waren. Terwijl we het vervormde stemgeluid van de militair horen praten, zien we door de ramen dat het leven in de omringende flats gewoon zijn gangetje gaat. We zien in de hel verlichte ramen mensen koffie zetten of tv kijken of andere dagelijkse handelingen uitvoeren. Daarmee worden de verhalen over de instortende flats in Gaza nog veel intenser, want op het moment dat hun flat geraakt werd door bom of raket, waren de mensen in die flat ook gewoon hun ding aan het doen.

De militairen die aan het woord komen, voerden voor het grootste deel gewoon een opdracht uit en lieten nauwelijks morele maatstaven een rol spelen, hoewel ze wel beseften dat er heel veel mensen geraakt werden terwijl ze een Hamas-strijder op de korrel namen. Zo vertelden ze dat ze de telefoon van het dochtertje van een Hamas-strijder gehackt hadden en daarmee precies konden volgen wat er in een woning gebeurde. Mama staat te koken, de kinderen maken huiswerk of ruzie, een kind geeft de kat te eten, en dan komt papa thuis en op dat moment slaat de Israëlische raket toe en is alles en iedereen in de woning dood. En regelmatig niet alleen in de woning, maar in de hele flat, want de flat wordt zo geraakt dat hij instort en daarmee iedereen verplettert die in de flat was. Gruwelijk, maar een oorlog is gruwelijk; mijn advies: voer geen oorlog!

Naast deze dienstkloppers die gewoon hun taak uitvoerden, komen ook militairen aan het woord die het allemaal eigenlijk wel leuk vonden. Die er plezier in hadden om Palestijnen te doden. Er was een scherpschutter die het een aangenaam tijdverdrijf vond om mensen dood te schieten die, door honger gedreven en uit angst om achter het net te vissen, iets van de toegestane weg afweken. Kortom: de film NAZA stelt vragen over het militair handelen aan militairen van Israël, en daarmee aan de Israëlische regering en uiteindelijk ook aan het volk.

Ik ga ervan uit dat men in Israël weet hoe groot de verwoesting in Gaza is. Ik denk dat men in Israël meer bezig is met wat de aanval op 7 oktober voor hen betekent. Ik kan me voorstellen dat een groot deel van de Israëliërs zich nu niet meer kan voorstellen dat het ooit vrede kan worden tussen Palestijnen en Israëliërs. Sterker nog, ik ga ervan uit dat een deel ervan overtuigd is dat zolang er Palestijnen in Gaza en op de Westbank wonen, ze hun leven niet zeker zijn. Ik denk dat een aanzienlijk deel van de Israëliërs compleet onverschillig is over het lot van de Palestijnen. Ik denk dat men in Israël bekend is met de verwoesting in Gaza.

Om al deze redenen begrijp ik niet waarom op de journalisten Yuval Abraham en Rachel Szor zo heftig wordt gereageerd. Ze zouden landverraders zijn, en er zijn leden van de regering die overwegen om hen stateloos te maken. Hoogstens zou je kunnen zeggen – tenminste als dat geheim was – dat Israëlische militairen uit de school geklapt hebben. Als wat zij vertelden eigenlijk geheim gehouden moest worden, dan zijn het (misschien) verraders… of klokkenluiders. De militairen deden wat binnen Israël, en daarbuiten, allang bekend is. In Israël wordt op de militaire acties op zijn minst lauw gereageerd. Wat hebben de journalisten Yuval Abraham en Rachel Szor fout gedaan?