Alle berichten van Frits de Klerk

Der Freischütz – Carl Maria von Weber (en niet van Serebrennikov).

Gezien op 2 juni 2022 in de Stopera van Amsterdam

Eén van de zangers vertelt dat hij zich zo lekker kan aftrekken bij het geluid van het vrouwenkoor. Een andere zanger laat het publiek weten dat zijn vrouw wil dat hij al seksend geile woorden tegen haar zegt met een lage stem terwijl hij een tenor is en dus helemaal geen lage stem heeft… Waarom moet het publiek van de Nationale Opera deze (verzonnen?) ontboezemingen aanhoren? Is dat omdat het nou eenmaal in het libretto van Der Freischütz staat? Welnee, dat libretto van de opera vond Kirill Serebrennikov helemaal niets. Tijdens de ouverture loopt de regisseur door het libretto heen om te laten zien dat hij er niet veel waardering voor heeft. De regisseur moet gedacht hebben: Die muziek houden we, maar dat verhaal kan me gestolen worden. Aldus vertelt Serebrennikov zijn eigen verhaal terwijl van de opera slechts de muziek rest. Dat de arias’s en het vertelde verhaal daardoor weinig verband meer met elkaar hebben, zal Serebrennikov worst zijn geweest. Wat dan overblijft is een opera die bol staat van de pretenties, maar uiteindelijk weinig klaar maakt. Hoewel de regisseur ook nog een poging doet de opera muzikaal te vermoorden, lukt hem dat niet. De muziek werd zonder meer fantastisch uitgevoerd met een groots operakoor, sublieme solisten en een heerlijk Concertgebouworkest!

Het valt me soms wel eens op dat er een verband bestaat tussen de pretenties van een operagezelschap en de egotrippende regisseurs die ze in de hand nemen. Zo heb ik bij de Hamburgse opera – ook niet de eerste de beste, dus – een Parsifal gezien waarbij de zangers karateachtige bewegingen in witte jurken moesten maken; heel trendy misschien maar ook verschrikkelijk saai. Bij de Nationale opera heb ik een Salomé gezien waar de honden geen brood van lusten. Pretenties maken meer kapot dan je lief is…

Gisteren, 3 juni, publiceerde De Volkskrant een interview met Serebrennikov en zijn regie van Der Freischutz. En inderdaad – wat ik al dacht – hij kon niets met die lange lappen tekst die tussen de muzikale nummers van de opera het verhaal aan elkaar moeten rijgen en dus heeft hij die teksten maar door zijn eigen teksten vervangen. En…zeker geen Duitse teksten en al helemaal geen Nederlandse teksten. Hij ging voor Engels/Amerikaanse teksten. Ik weet wel dat velen het niet met mij eens zijn, maar hij koos zelfs voor een nieuwe hoofdpersoon; een in het rood geklede Amerikaanse hippie. Hij verwoordt de zielenroerselen van de regisseur…nou ja zieleroerselen…’iets’ van de regisseur. Ik blijf erbij dat een regisseur ten dienste staat van het stuk dat hij op de planken brengt. Een regisseur moet interpreteren en daarin kan hij prima zijn mening kwijt. Als je daarentegen je reet afveegt met het werk dat je regisseert en je er helemaal je eigen ding van maakt, dan schiet je je doel en je mandaat voorbij. Als het je als regisseur niet lukt om zo’n verhaal uit het verleden, vol duiveltjes en jachtpartijen, voor een eenentwintigste-eeuws publiek aannemelijk te maken, dan moet je gewoon je handen ervan afhouden. Men huurt mij ook niet in; ik kan er niets van, want het is mijn vak niet. Laat de Nationale Opera een regisseur kiezen die wel zijn vak verstaat. Kortom, over de enscenering was ik niet te spreken.

Als het je lukt om de muziek van al het gedoe los te weken, dan viel er ook nog heel veel te genieten. Maar zelfs in de muziek vond Serebrennikov dat hij kon ingrijpen en aldus liet hij ook een jazzcombo wat muziek opvoeren. Zo speelde ze wat muziek van Tom Waits die in zijn ‘The black rider’ zo’n beetje hetzelfde verhaal op muziek zette als Der Freischütz. Alsof dat thema zo uniek is! Meneer Serebrennikov: Dat thema hebben natuurlijk honderden schrijvers en componisten verder uitgewerkt. Een hint: Goethe’s Faust…helemaal hetzelfde thema. Moderner? Wat dacht je van Darth Vader in Star Wars?

Laat ik maar stoppen; de fantastische muziek gespeeld door het Concertgebouworkest en gezongen door fantastische solisten en een operakoor dat er absoluut mag wezen werd grotendeels teniet gedaan door een rare egotripperige enscenering. Alle respect voor gevluchte Russen…maar dit leek nergens naar. De scheppend kunstenaar van Der Freischütz is Carl Maria von Weber en niet Serebrennikov.

Alexandra – Lisa Weeda; Verwarrend maar ook actueel

Ik ben niet uitsluitend met de oorlog in Oekraïne bezig, maar wel heel veel. Eigenlijk veel meer dan mij lief is. Ook nu het nieuws over die oorlog langzaam in de media wat naar de achtergrond schuift, ben ik nog altijd naarstig op zoek naar nieuws. Vooral positief nieuws. Ik wil zo graag dat de Oekraïners de oorlog winnen en de Russen uit hun land verjagen dat het op grond van de kracht van mijn wens al zou moeten kunnen lukken…hoop ik. Veel Nederlandse ex-generaals ken ik inmiddels net zo goed als de virologen een half jaar geleden. Zo heb ik ongeveer dezelfde gemankeerde verhouding met ex-generaal Mart de Kruif als met professor Marc Bonten; ik hang aan hun beider lippen maar ben toch altijd ietwat teleurgesteld aan het eind van hun betoog. Net eventjes te pessimistisch naar mijn wens. Ik troost me maar met de gedachte dat hoe deskundig ze ook moge zijn, het wat sombere beeld dat ze schetsen toch – soms – wat gunstiger uitpakt. Zo voorspelde Mart de Kruif dat de omsingeling van Kyiv onontkoombaar was, maar dat viel gelukkig wel weer mee.

Nu we Kiev als Kyiv zijn gaan spellen en we plaatsen als Zaporiza, Cherson, Charkiv en Tsjernihiv zonder moeite op de kaart van dat grote land kunnen aanwijzen en we weten dat de oorlog in theorie om de Donbas is begonnen, wordt een roman die in zich rond en om en in de Donbas afspeelt makkelijk erg populair. Als je wat boze gedachten koestert zou je ook haast kunnen gaan denken dat deze roman vanwege die strijd in de Donbas geselecteerd werd voor de shortlist voor de Libris Literatuurprijs. Omdat we de uitslag van het volgens de jury winnende boek al hebben gekregen, weten we zeker dat politiek geen rol speelde en dat de roman Alexandra van Lisa Weeda op eigen kracht op de shortlist is gekomen; de roman won de prijs uiteindelijk niet. Bij mij eindigt deze roman ook niet bovenaan. Wel aardig, maar ook niet meer dan dat. Dat heeft erg te maken met de manier van vertellen. De roman is geschreven in de ik-vorm, maar de ‘ik’ is niet altijd dezelfde ‘ik’. Daardoor wist ik vaak niet meer waar ik met wie op welke plek was. Met daarnaast nog een overdosis aan personages met namen die voor mij moeilijk uit elkaar te houden zijn, een vrij ingewikkeld boek om te lezen.

Achteraf denk ik dat ik het mezelf wel heel erg moeilijk heb gemaakt door het als e-book te lezen want daardoor is het moeilijk terug te springen naar de eerste pagina’s van het boek waar een en ander wordt uitgelegd over de namen. Vooruit springen naar de achterste pagina waar een landkaart en een stamboom is afgedrukt lukt ook niet goed met een e-book. Dat is waarschijnlijk de reden dat ik nogal verdwaalde in de Nikolajs die vaak Kolja worden genoemd en de Nastja’s die ook wel eens Anastasiia heet of Sasja dat de afkorting is van Alexandra. Daarnaast zijn er diverse ik-figuren die je ook niet makkelijk uit elkaar houdt. Nee, dit boek is voor de slordige pretlezer die ik ben geen makkie. Toch lukt het best goed om het verhaal te volgen uiteindelijk, ondanks de verwarring. En weet je eenmaal waar je met wie in welke tijd jezit, dan is het boeiend geschreven.

Er zijn twee grote verhaallijnen. Het verhaal van Lisa die om een overleden familielid te eren een geborduurde doek met de familiegeschiedenis erop geborduurd naar het graf in de Donbas brengt. Het andere verhaal is de biografie van een vrouw die in de Donbas opgroeit en die de oma is van Lisa, de hoofdpersoon in die andere verhaallijn.

Oma Alexandra wordt geboren op het vruchtbare land van de Donbas als boerendochter. Maar dan komt de tijd van Stalin. Van gewone boer met een paar mensen in dienst worden ze ineens vijanden van het volk. Koelakken. Ze worden van hun grond afgejaagd en mogen niets meenemen. Hun boerderij gaat op in een kolchoz onder leiding van een incompetente apparatsjik. Grote hongersnoden zijn het gevolg. Daarna komt de Duitse bezetting door de nazi’s.  De meisjes van rond de achttien, waaronder oma Alexandra, worden weggevoerd naar Duitsland om aldaar tewerk te worden gesteld. Daar ontmoet ze haar Nederlandse man en komt ze in Dordrecht te wonen en wordt ze aldus de oma van Lisa.

Zoals gezegd, uit politieke motieven had het mij niets verbaasd als dit boek de Libris literatuurprijs had gewonnen, maar dat heeft het niet. Diverse andere prijzen wel, maar de Libris literatuur prijs niet. Ik denk terecht, want het is zeker niet mijn favoriete boek van de shortlist.

Bruid te koop – Bedřich Smetana door de Nederlandse Reisopera

Gezien op 7 mei 2022 in Carré, Amsterdam

Met zijn ‘Prodaná nevěsta’ wilde Smetana ongetwijfeld het publiek een vrolijke avond bezorgen. Zoals zo vaak, een opera met een betrekkelijk dun humoristisch verhaaltje maar met de mooiste muziek. Humor is nooit helemaal vrijblijvend, daarom zou het best zo kunnen zijn dat het libretto ons een situatie voorspiegelt die nog wel voorkwam in het Bohemen van Smetana, maar waarvan men vond dat het eigenlijk niet meer moest. Voor ons in het huidige tijdsgewricht, spiegelt het libretto een situatie voor die volkomen vreemd voor ons is. Een zakelijk transactie, waarbij een vader zijn kleine dochtertje als onderpand gebruikt, zal niet vaak voorgekomen zijn in ons kikkerlandje. Het gedwongen huwelijk is tegenwoordig, maar ook al verschrikkelijk lang in het verleden, taboe. (Tenzij het meisje natuurlijk onbedoeld zwanger geraakt was na een gezellig avondje). Kortom, het verhaal van de opera ‘Bruid te koop’ staat mijlen ver van ons af. Blijft dat de muziek tijdloos is. Wat kunnen we daarmee, moet de artistieke leiding van de Nederlandse Reisopera hebben gedacht. Dan maar nooit meer die opera opvoeren? Dat zou verschrikkelijk zonde zijn, want de muziek is echt de moeite waard. De oplossing vond men in een vertaling. Geen letterlijke vertaling van de tekst, maar zo ongeveer de handeling wel behouden, maar het in een nieuw moderner jasje stoppen. Anne Lichthart is het libretto te lijf gegaan. Uiteindelijk leverde dat een voor ons geloofwaardige opera op met een verhaal dat eigenlijk heel ver van ons af staat. Een prestatie van formaat dus! En wat natuurlijk ook verschrikkelijk leuk is: Een opera gezongen in de Nederlandse taal. Hoe vaak hoor je een opera, gespeeld door een serieus gezelschap, in het Nederlands? Voor mij de eerste keer, en het was genieten! Eigenlijk kregen we waar voor ons geld zoals meestal van de Nederlandse Reisopera, trouwens. Nadat ze Wagners Ring des Nibelungen hadden opgevoerd en – raar genoeg – de subsidie werd stopgezet, zijn wij ‘vrienden’ geworden van dit gezelschap om ze financieel te ondersteunen. Daar hebben we nooit spijt van gehad want wat zorgen ze altijd voor een fantastische uitvoeringen!

Het verhaal speelt zich af in de lente: Rokjesdag! (Hoe Nederlands wil je het hebben?) Het meisje Marshenka verdenkt haar vriendje Jenik ervan op deze dag vol vernieuwde oerdrift, achter andere meisjes aan te gaan. Ze eist trouw. Hij vertelt haar dat zij de enige voor hem is en hij zweert haar eeuwige trouw. Hij zoekt in haar de liefde die hij vroeger bij zijn stiefmoeder zo gemist heeft en hem het ouderlijk huis heeft uitgejaagd. Dan komt bij de ouders van Marshenka de huwelijksmakelaar Kezal op bezoek. Hij komt het huwelijk arrangeren tussen Marshenka en Vasek, de zoon van de steenrijke Micha. Hoewel de ouders een huwelijk uit liefde willen, blijkt pa zijn Marshenka, lang geleden, als ruilobject te hebben gebruikt bij een lening van Micha; Micha’s zoon zal trouwen met Marshenka. Hoe zorgen de ouders van Marshenka ervoor dat ze toch zal kiezen voor de zoon van Micha? Hoe gaat Marshenka voorkomen dat ze met de zoon van Micha, die ze nog niet kent, moet trouwen? Marshenka zoekt de stotterende zoon van Micha, Vasek, op en vertelt hem dat hij met Marshenka een overspelige en liefdeloze vrouw zal krijgen. Ze vertelt hem dat als hij voor de liefde, en dus voor een andere vrouw gaat, hij een gelukkige man zal worden. Ondertussen zoekt huwelijksmakelaar Kezal het vriendje van Marshenka, Jenik, op. Voor drie ton wil hij wel beloven dat hij er vrede mee heeft als Marshenka trouwt met de zoon van Micha. Is Marshenka door haar vriendje Jenik verkocht? Nee, natuurlijk niet! Jenik blijk de eerste zoon uit het eerste huwelijk van vader Micha te zijn. Door met Marshenka te trouwen komt hij juist zijn belofte na en heeft hij ook nog eens drie ton verdiend. En Vasek…die heeft inderdaad een ander gevonden. Eind goed, al goed!

Over de muziek kan ik eigenlijk veel minder zeggen behalve dat die echt de moeite waard is. Ik had de opera nog nooit gehoord maar de muziek boeide van de ouverture tot aan de finale. Ik moet ook zeggen dat het muziekplezier van dirigent Ed Spanjaard aanstekelijk werkte. Als mij iets opviel, dan was het wel dat er het aantal solo aria’s beperkt was, maar dat er voornamelijk duo’s, trio’s of grotere ensembles samen zongen in perfecte harmonie, qua muziek, maar doorgaans in disharmonie qua tekst. Dat maakt de opera bijzonder levendig met een sneller voortschrijdend verhaal. Ook waren er grote stukken muziek zonder zang. Dat werd ingevuld door het ballet. De balletdansers en de koorleden waren prachtig door elkaar gehusseld op het toneel maar deden uiteraard ieder hun ding.

Ik heb zonder meer een heerlijke avond gehad! Alle solisten vertolkten hun rol fantastisch. Wat betreft het acteerwerk vielen Laetitia Gerards als Marshenka maar vooral Huub Claessens als Keza de drankzuchtige huwelijksmakelaar op. Maar ook Francis van Broekhuizen als de bazige dominante moeder van Vasek en boze stiefmoeder van Jenik, viel positief op. Leuk was dat ze hun rollen hielden tijdens het applaus.

Nog één ding. Hier spreekt even de taalpurist in mij met de vertaler cq bewerkster van de opera Anne Lichthart. Het gaat over ‘beslissingen’. Een ‘beslissing MAKEN’ is een verdomd lelijk anglicisme. Voor mij blijft het zo dat je een beslissing NEEMT. Om me heen hoor ik heus wel dat ik een fossiel begin te worden want zelfs mijn zoons MAKEN een beslissing. Maar ik verzet me ertegen; en ik blijf me verzetten; die beslissing heb ik GENOMEN!

Je vergapen aan het planetarium van Eise Eisinga

Als je in Franeker bent – Frjensjer voor de lokale bevolking – dan moet je dat wereldberoemde planetarium wel bezoeken. Daar kan je gewoon niet omheen. En…wij waren in Franeker. Op de fiets vanuit ons vakantieadres in Harlingen. En toch, we waren niet voor dat planetarium speciaal naar Franeker gefietst; eigenlijk meer voor de tentoonstelling ‘Kibboets op de klei’ in het Martena museum. Daar kan ik echter niet zo heel veel over vertellen want die tentoonstelling was wel heel klein. Er ontstond meer een sfeertekening dan dat het informatie verschafte. Vond ik wel jammer, want er valt veel over te vertellen. Jongeren die het boerenvak willen leren om hun kennis in het beloofde land te gaan toepassen maar die grotendeels voortijdig verschrikkelijk akelig worden vermoord. Er werden wat foto’s getoond (die had ik al gezien) en er werd een film vertoond (en die kan je op youtube bekijken). Ik was een beetje teleurgesteld; ik had er meer van verwacht, denk ik. Dus bezochten we het planetarium.

Alleen de koffiekamer van het planetarium is al de moeite waard. Een koffie- en thee winkel en branderij waarvan men het interieur zoveel mogelijk in oude staat gelaten heeft. Maar dan het planetarium. Ik heb mijn ogen uitgekeken. Eise Eisinga, de man die het planetarium in zijn eigen woonkamer maakte, was wolkammer van beroep. Nou niet direct een beroep waar je een universitaire opleiding voor nodig hebt. Maar alleen voor het maken van het mechaniek moet je al bijzonder goed weten wat je doet. De omtrek van elk tandrad en de plaatsing van de tandjes vergt een enorme precisie. En kunde, natuurlijk, want dat soort dingen bereken je niet zomaar. Alles aangestuurd door slechts een klok met een slinger en gewichten. In het plafond van zijn huiskamer zaagde Eise Eisinga sleuven waardoor de planeten draaiden. Maar de baan die ze draaien zijn geen perfecte cirkels, maar ovalen. De planeten komen dan weer dichter bij elkaar te staan en dan weer verder van elkaar af. Precies zoals het in het ‘echt’ ook gaat.

Terwijl ik zo op de vliering van het planetarium het werkende mechaniek zat te bewonderen, bedacht ik me dat we het nu maar makkelijk hebben. Je kunt het nu eenvoudig programmeren, mijmerde ik. Er is een basisgegeven, de tijd, en vanaf dat punt kan je alle andere gegevens makkelijk berekenen. De eerste afleidingen waren best eenvoudig, leek me. Om de relatieve omloopsnelheid te berekenen ten opzichte van de aarde, moet je voor elke planeet een startwaarde berekenen en vervolgens per aardse seconde berekenen wat de seconde betekent voor de andere planeten. Neem bijvoorbeeld Mars. Een marsjaar duurt 687 dagen terwijl een aardejaar 365,25636 dagen duurt. Elk mars stapje in de tijd duurt dus 678/365,25636 maal langer dan een aarde stapje, bedacht ik… Maar toen had ik alleen nog maar de stapjes bedacht…Hoe zet je die stapjes op een cirkel…hoe zet je ze op een ovaal, hoe bereken je een startpositie van elke planeet ten opzichte van elkaar… Nee, echt niet eenvoudig. Eise Eisinga moet een kei in wiskunde zijn geweest. Ondertussen is het wel even het mooiste planetarium dat ik ooit gezien heb.

Op de vingers getikt

Het lijkt alsof de geschiedenis de tijd rijp achtte om me eens flink op de vingers te tikken. Alsof ik alle ellende van de tweede wereldoorlog zou kunnen vergeten. Men had mij enkele maanden geleden gevraagd wat ontwerpjes aan een security check te onderwerpen; of er niet per ongeluk antisemitische- of anderszins aanstootgevende symbolen in zaten. Die zaten er echt niet in; ik heb elk streepje en elk krulletje bestudeert, en dus werden de gecheckte foto’s opgehangen op de tentoonstelling ‘Kibboets op de klei’ in het Franeker Martena museum. Een goede gelegenheid voor geliefde J. en mij om die tentoonstelling te bezoeken en dus boekten wij een appartement in Harlingen zodat we op fietsafstand van Franeker verbleven. Geboekt via die beroemde site die ik hier uiteraard niet ga noemen want reclame maken voor nietsontziende kapitalisten, dat doet deze jongen niet (wel zijn beurs spekken, kennelijk). Een appartement in het Speijerhuis midden in het centrum van Harlingen.

Eergisteren kwamen we aan bij dit heerlijke appartement. Groot op de gevel een oude muurschildering: ‘De Gunst E.A Speijer Herenkleeding.’ In wat kennelijk vroeger de kledingzaak was, zag ik nu een verzekeringsondernemer. Op de derde verdieping bevond zich ons verblijf voor de komende dagen en op de overloop zag ik drie menora’s. Ongewoon. Maar de eigenaresse houdt van leuke spullen; dat viel meteen op; de menora’s pasten daar wel bij. Geliefde J. had iets gezien toen ze het pand betrad: Voor de deur een paar Storpelsteinen. Het bleek dat de familie Speijer – die een goedlopende kledingzaak in het centrum van Harlingen hadden – van joodse huize waren en om die reden tijdens de oorlog weggevoerd werden om in Sobibor te worden vermoord. De gemeente Harlingen houdt, samen met de bewoners, de herinnering aan de kleine joodse gemeenschap die hier ooit geweest is, levend. Dat ontroert mij. Ik vind dat fijn.

Stolpersteine voor de familie Steiner voor de deur naar ons appartement in Harlingen

Gisteren fietsten we naar Franeker. Fikse wind tegen. Zowel op de heen- als de terugtocht. Het Friese landschap is behoorlijk plat. We komen niet zo vaak in Friesland, en dat bleek betreurenswaardig want de schoonheid van het stadje Harlingen – waar we al behoorlijk lyrisch over waren – wordt overtroffen door de schoonheid van Franeker. Met open mond vol bewondering liepen we over de bruggetjes langs de gevels en de rijkversierde torens. Omdat wij geen kerk zomaar overslaan en de deur van de grote kerk openstond, liepen we daar naar binnen. Terwijl de kerk als gebouw het veertiende eeuwse behield, had men binnen een verfrissende modernisering toegepast; de kerk als gemeenschapshuis voor kunst, cultuur en spiritualiteit. Zo fungeerde de kerk, naast godshuis, als plek waar kunst te koop hing, hing er een voorproefje voor de wetenschapsweek ‘Next’ die komende week zou plaatsvinden en was er een tentoonstelling ingericht over componisten en de oorlog. Een zeer interessante tentoonstelling. De meeste componisten hadden een joodse achtergrond en overleefden de oorlog niet. Twee componisten bleven hangen, bij mij: Leo Smit en zijn leerling Dick Kattenburg. Van de laatste componist had ik onlangs een indrukwekkende compositie gehoord bij de herdenking op 11 november van de razzia Hollandia-Kattenburg. De componist was een telg van de familie die eigenaar was van de kledingfabriek in Amsterdam Noord waar mijn grootvader – die nooit mijn opa werd – werkte en werd opgepakt. Leo Smit werd vermoord in Sobibor. Dick Kattenburg werd elders, ergens in midden-Europa, vermoord. En dan was er nog de tentoonstelling in het Martena museum. Daarover wellicht later meer. Maar dat de geschiedenis mij hier in Friesland op de vingers tikt, dat moge duidelijk zijn!

Judas – ITA geschreven door Robert Icke; mooi spel in een rammelend toneelstuk

Gezien op 22 april in de Stadsschouwburg van Amsterdam

Moet je een toneelstuk goed vinden als sommige acteurs en actrices de sterren van de hemel spelen? Nee, ik denk het niet. Hans Kesting speelde de sterren van de hemel in een stuk dat aan alle kanten rammelde. Ik denk dat dat de beste samenvatting is. We zagen heel goed het conflict waar de hoofdpersoon mee worstelde. Op zich maakte de toneeltekst – en dus wat er zich op het toneel afspeelde – dat wel geloofwaardig. Ik ken het verhaal rond de laatste dagen van Jezus best goed en ben wel redelijk thuis in de theorieën die de ronde doen en erg geïnteresseerd in de wetenschappelijke inzichten over dit verhaal. Als je op het passieverhaal een variant bedenkt, moet je heel goed weten waar je mee bezig bent als je het gaat opvoeren voor iemand die zojuist zowel de Johannes- als de Mattheuspassion gezien en gehoord heeft. Het toneelstuk ‘Judas’ vertelt het verhaal vanuit het perspectief van Judas. Voor mij de derde passie dit jaar; de Judas passion, maar dan niet van Bach, maar van Robert Icke. Niet op muziek, maar op een toneeltekst.

Het toneel biedt een troosteloze aanblik. We twijfelden tussen een verlaten abattoir of de wasruimte van een verlaten fabriek. Het blijkt een plek te zijn waar Jezus zich met zijn discipelen heeft verborgen nadat Johannes de Doper werd opgepakt en vermoord. Het zijn wrede tijden. We zien Judas en zijn vrouw in diepe rouw. Hun zoon is opgepakt en gekruisigd en overleden en het is Judas niet gelukt om het lichaam van hun zoon menswaardig te begraven. Het verdriet heeft ervoor gezorgd dat Judas steeds meer troost zoekt bij de prostituee Maria Magdalena. Dit doet het huwelijk van Judas met zijn vrouw Sarah geen goed. Judas had het lichaam van zijn zoon wel kunnen kopen van de Romeinen, maar op het moment dat die koop mogelijk was, gaf hij liever zijn geld aan Maria Magdalena voor wat seksuele verpozing.

In het huis waar de discipelen samen met Jezus zich verstoppen, wordt het steeds duidelijker dat na Johannes de Doper ook Jezus gezocht wordt. In plaats van de Jezus die bijna sereen zijn onvermijdelijke lot afwacht, zien we hier dat Jezus verscheurd wordt door angst en paniek. Ondertussen schrijven zijn discipelen alles op wat Jezus doet en zegt. Er ontstaat onder de discipelen, die allemaal een schuilnaam hebben, nogal wat weerstand als Maria Magdalena de voeten van Jezus zalft met dure olie en zijn voeten droogt met haar haar; het geld dat betaald werd voor die dure olie had beter besteed kunnen worden. Ondertussen is Judas op zoek naar meer geld. Dat vindt hij bij de hogepriester Kaiafas. Eigenlijk twijfelt Judas nogal over Jezus. Is hij de Messias? Als Jezus  een wonder kon laten gebeuren, dan zou hij er wel in kunnen geloven. Hoewel we op het toneel getuigen zijn van water die in wijn verandert, lijkt Judas dit wonder wel te zien, maar dringt het niet tot hem door. In een heuse laatste avondmaaltijd scene waarin brood en wijn wordt gedeeld, vertelt Jezus dat Judas hem zal verraden. Aldus geschiedt.

Volgt de toneeltekst het evangelie van Judas dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd gevonden? Nee, dat is in mijn ogen niet zo. We zien zeker niet de meest trouwe discipel die weet en begrijpt waarom Jezus aan het kruis moet sterven. Judas twijfelt aan zijn geloof en aan Jezus. Dat Jezus de Messias is, spreekt helemaal niet vanzelf en Judas is zeker niet de meest trouwe discipel van Jezus. In het begin van het stuk zien we dat hij weer bij zijn vrouw woont en sterk twijfelt over of hij zich weer wil aansluiten bij de groep discipelen. Hij verraadt Jezus niet omdat dat de verlossing mogelijk maakt, maar omdat hij geld wil verdienen. Hoe anders is het in bijvoorbeeld ‘The last temptation of Christ’ van Martin Scorsese waarin Judas in weerwil van eeuwige verdoemenis toch die verradersrol op zich neemt!  Juist omdat hij gelooft in de missie van Jezus. Over de rol van Maria Magdalena zitten we al snel in onze maag met de rol die ze speelt in de roman ‘De Da Vinci code’ van Dan Brown. Brown gaat in zijn roman waarschijnlijk veel te ver, maar feit is wel dat ergens in de diepe middeleeuwen een ongunstig beeld geschapen is van Maria Magdalena. Drie afwijkende vrouwen (een vrouw die Jezus bevrijdt van zeven demonen, een overspelige vrouw en een vrouw die Jezus’ voeten zalft) en die Jezus op zijn pad tegenkomt, en waarvan verder geen naam genoemd wordt in de bijbel, werden samengevoegd en voorzien van de naam Maria Magdalena. Als ze wel met naam en toenaam genoemd wordt in de bijbel, is ze eigenlijk een trouwe bondgenoot en volger van Jezus. Juist dat middeleeuwse beeld van Maria Magdalena gebruikt Icke voor dit toneelstuk. Nog sterker (en onwaarschijnlijker) ze blijkt al het geld dat ze in de prostitutie verdient heeft, apart te hebben gelegd. Aan het eind van het verhaal geeft ze iedereen het geld weer terug, waardoor ze dus geen hoer meer is…mmmm, tsja….

Er blijven heel veel vragen open: Traditioneel heeft Jezus twaalf discipelen. In dit stuk zien we er maar een paar. Is dat een bewuste keus geweest of is dit ingegeven door het feit dat je niet zoveel acteurs op het toneel wil? De mensen rond Jezus hebben allemaal een schuilnaam en bestaan uit zowel mannen als vrouwen. Waarom is er wel een Luca, in plaats van Lucas, maar geen Petra of Johanna in plaats van Johannes en Petrus (terwijl zij ook door vrouwen gespeeld worden)? Is het logisch dat een man die zo verschrikkelijk rouwt om de dood van zijn zoon zoals Judas, liever zijn geld uitgeeft aan wat seksueel vertier dan aan een volwaardige begrafenis van zijn zoon? Ik vind van niet. Is het logisch dat een man wiens zoon aan het kruis de marteldood is gestorven, zijn meester uitlevert om datzelfde lot te ondergaan? Zeer twijfelachtig. Eén voor één vraag hij de discipelen ‘maar naar boven’ te gaan. Wat gaat hij daar doen? Het heeft een wat perverse associatie. Is dat de bedoeling?

Heb ik een slechte en vervelende avond gehad? Welnee. Het stuk rammelde behoorlijk, maar dat neemt niet weg dat ik me goed vermaakt heb. Natuurlijk met het fantastische spel van Hans Kesting als Judas en het spel van Chris Nietveld als zijn vrouw Sarah. Fijn om Hugo Koolschijn weer te zien spelen die sinds ik op de middelbare school zat, deel uitmaakt van elk gezelschap dat zijn thuishaven had in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Jesse Mensah speelde de rol van Jezus. De man met de mooiste handen ooit, denk ik.

Mattheus Passion – uitgevoerd door het Concertgebouw Kamerorkest en het Toonkunstkoor

Gezien en gehoord op 15 april in het Amsterdamse Concertgebouw

Oké, nu heb ik het wel genoeg keer opgeschreven…laat dus maar. Ja, alles is weer normaal, de lente kan weer gewoon beginnen en ja, de Mattheus wordt overal in het land gespeeld en we zitten weer gezellig hutje mutje naast elkaar. Gisteren bleek dat dat hutje mutje tegen elkaar aanzitten ook zo z’n nadelen heeft. De Mattheus-passion van Bach, met het Toonkunstkoor en het Concertgebouw Kamerorkest onder leiding van Boudewijn Jansen. We hadden plaatsen op de achterste rij. Ja, goedkopere plaatsten, maar wel met heel veel beenruimte en daar was ik op uit want de Mattheus is best lang en dan wil je af en toe wel eens je benen kunnen strekken. Dus zaten we prinsheerlijk op de achterste rij. Maar helaas, naast mij kwam een serpent te zitten. Mijn gereïncarneerde juffrouw Visser was het, derde klas lagere school. Ze haatte me. Alle kinderen van mijn klas haatte ze, maar alle andere kinderen ook. Met die vrouw naast me, werd ik weer dat jochie van toen. Halverwege ‘Blute nur mein liebes Herz’ drong ze me met haar elleboog verder in mijn stoel dan ik kon. Ze vond kennelijk dat ik teveel ruimte in beslag nam en over haar grens heen ging. Dat was zeker niet zo; ik ben wel lekker stevig, maar zo dik ben ik nou ook weer niet en echt breeduit zat ik niet. Een vervelende situatie. Een deel van de Mattheus ging daardoor aardig verloren aan boze gedachten en het tegenhouden van een duiveltje in mij dat een fikse elleboogstoot terug wou geven; zeg maar, de macho in mij. Vervelende situatie waar ik helemaal niet om gevraagd had. Na de pauze wisselde mijn geliefde, en best wel erg slanke, zoon S. graag met mij van plaats. Zeker na de pauze heb ik met volle teugen kunnen genieten!

Voor zover ik het begreep, liggen de instrumenten bij Bach niet zo vast als bij bijvoorbeeld Mozart of Beethoven.  Toch zou het wel heel erg gek zijn als bijvoorbeeld ‘Erbarme dich’ spelen op een hobo, om maar iets te noemen. Wat ik wel vaak zie is dat de gamba door een ander instrument vervangen wordt. Ik heb de twee aria’s met gamba ook gespeeld horen worden door een cello of door een luit. Dat is voor mij een teleurstelling. Ik ben gek op gamba. Een wat zachtere klank dan de cello. Bij deze uitvoering een prima gambist. Alleen de dirigent had wat wonderlijks gedaan in de tenor aria ‘Geduld’; hij dubbelde de gambasolo voor een deel met een fagot. Ik ben misschien een onverbeterlijke purist, maar het hoort niet. Het klonk ook niet goed, vond ik. Later heb ik de aria nog een keer teruggeluisterd bij de Ton Koopman uitvoering, maar nee, geen fagot. Ik heb nog nooit een fagot daar gehoord. Ik kan me dan ook niet voorstellen dat Bach een fagot in de partituur heeft staan. Jammer dat de dirigent deze ‘vondst’ doorvoerde want voor mij werd de aria hierdoor verpest.

Verder heb ik tot ‘Mache dich, mein Herze, rein’ zitten genieten, maar toen was het, zoals in elk jaar en dus elke Mattheus, op. Helemaal op. Maar dan komt er nog een heel lang kwartier muziek. Draaiend van de ene bil op de andere probeer je het dan uit te zingen…valt niet mee. Toch heeft die aria nog een hele tijd in mijn hoofd gezongen want mooi ist’ie wel.

Heerlijk weer een gewone lente…(hou nou maar op!)

Mariken Heitman – Wormmaan; wel aardig

Eigenlijk ben ik wel weer eens toe aan een roman over gewone hetero’s. Vooral onder vrouwelijke auteurs lijkt genderverwarring het thema tegenwoordig. Ik wil wel weer eens een roman over een vrouw die zich vrouw voelt en op mannen valt, of over een man die zich thuis voelt in zijn lichaam en op zoek is naar een vrouw. Eventjes geen transgenders (of mensen die vermoeden dat ze dat zijn) en even geen homo’s of lesbo’s. Heus, de regenboogvlag staat op mijn voorhoofd getatoeëerd, maar ik heb er gewoon even genoeg van al dat getob. Ik moest het boek van Mariken Heitman wel lezen, want het staat op de shortlist van de Libris literatuurprijs en zoals alle afgelopen jaren lees ik de hele shortlist. Om maar meteen met de deur in huis te vallen; het is een best aardige roman. Het leest niet makkelijk weg. Vaak moet je naar houvast zoeken: waar zitten we precies en met wie en wat zijn we aan het doen? Die zoektochtjes naar houvast zorgt ervoor dat het je als lezer maar mondjesmaat lukt om je te identificeren of op zijn minst meegenomen te worden in het verhaal.

Hoofdpersoon Elke is zaadveredelaar. Op het moment dat de roman begint heeft ze een grote domper te verwerken: De pompoen die ze gekweekt heeft en waar voor de verkoop van de zaden al een hele reclamecampagne werd opgetuigd, blijkt precies hetzelfde te zijn als de pompoen van de concurrent. De door de concurrent opgekweekte pompoensoort is echter al gepatenteerd en in de handel genomen. Het veredelingsproject van de hoofdpersoon is daardoor mislukt. Wat opvallend is, is dat de pompoensoorten van zowel Elke als de concurrent hybride zijn. Het zaad uit de pompoen kan nooit een nieuwe pompoenenplant opleveren. Doordat de vrucht deze voortplantingseigenschap verloren heeft, komen andere eigenschappen die we veel liever willen hebben beter uit de verf. De plant verliest eigenschappen waarmee het zichzelf in stand kan houden, maar krijgt eigenschappen die wij mensen graag willen ervoor terug.

Om het echec van haar pompoenveredelingsproject te verwerken besluit ze om in het huisje van haar overleden oom Filip op één van de Waddeneilanden in retraite te gaan. Ze wil daar een speciaal project uitvoeren namelijk een erwt on-veredelen. Ze wil de erwt terugkweken naar haar oervorm. Met eigenschappen waarmee de plant zich kan verdedigen tegen haar natuurlijke vijanden zoals bijvoorbeeld een taaie haast ondoordringbare zaadhuid of bitterstoffen waardoor geen dier (en dus ook mens) de erwt wil eten. Onderwijl verzint ze een verhaal over een stam mensen in de oertijd die juist die eerste erwten hebben gevonden. Zij staan aan het begin van het traject om de erwt op te kweken naar de vorm die we nu kennen; een gewas waarmee we ons kunnen voeden. In die verzonnen oerwereld spelen vergeten riten een rol. Heilig is een gecastreerde jongen. Een man kortom die geschikt gemaakt is om rituelen uit te voeren, maar daarvoor wel een eigenschap heeft moeten verliezen waarmee hij zich in stand kan houden.

Voor hoofdpersoon Elke geldt dat ze ook moeite heeft om zich voort te planten. Ze wordt in winkels vaak aangezien voor een man en als niet-man valt ze op vrouwen. Ze gaat uit met een vrouw en stopt een paar sokken als ware het een kunstlul in haar broek. Ze lijkt te zoeken wat de eigenschappen van het niet (kunnen) voortplanten bij haar voor veredelingen heeft gezorgd. Ondertussen overweegt ze allerhande diersoorten die zich voortplanten en die zich op die wijze aanpassen aan de omstandigheden. Zo overdenkt ze op het Waddeneiland het ontstaan van dwergsoorten op het eiland Flores waar een vriend van haar onderzoek naar doet. Er schijnt daar een dwergolifant te hebben geleefd en een dwergmens die niet groter werd dan een meter.

De roman is zoals gezegd op de shortlist terecht gekomen van de Libris literatuurlijst 2022. Als pretlezer, want dat ben ik, vond ik het een moeilijk boek. Helemaal geen lekker boek. Het leest zonder meer stroef. Denk je dat je eindelijk een lijn te pakken hebt, dan ben je hem ook zo weer kwijt en besef je je dat je al enkele bladzijden een stam in de oertijd volgde. Als amateur-lezer had ik het boek toch wel vrij snel weer dicht geslagen, maar omdat ik voor deze literatuurprijs eventjes helemaal geen amateur ben, heb ik stug doorgezet. Uiteindelijk vind ik het allemaal wel aardig maar besef ik me dat ik weinig gemist zou hebben als ik de roman niet gelezen had. Je vraagt je dan ook af voor wie deze roman geschreven is. Een moeilijke vraag wellicht en misschien wel een onmogelijke vraag omdat het in ons tijdsgewricht zo is dat een kunstenaar niet aan het publiek zou moeten denken; de kunstenaar schrijft vanuit zichzelf en voor zichzelf en is blij als een ander dat waardeert…

Mariken Heitman is biologe en dat laat ze je weten ook. Daar krijg je soms leuke woorden van. Het woord ‘aarspil’ bijvoorbeeld. Het moet wel aar-spil zijn, maar ik heb toch nog even getwijfeld over aars-pil. Kan net zo goed.

Deze roman over (on)vruchtbaarheid en (de onmoglijkheid van) voortplanting is wel aardig maar behoort zeker niet tot mijn favorieten voor de hoofdprijs

Johannes Passion van Bach door Mark Padmore; toch wel een beetje een teleurstelling.

Gezien en gehoord op donderdag 7 april 2022 in het Concertgebouw van Amsterdam.

Geen idee hoeveel jaar geleden het is, maar we hadden dat jaar dure kaartjes gekocht voor de Mattheus Passion in het Concertgebouw. Ton Koopman zou zijn Amsterdam Barock Orchestra dirigeren. Juist in dat jaar werd er door de Raad voor de Kunst een voor ons ongelukkige beslissing genomen en bovendien een vreemd onderzoek gepubliceerd over de Mattheus. Veel toonaangevende uitvoeringen zouden zich naar de resultaten van dat onderzoek voegen. Om bij dat onderzoek te beginnen; men had nog eens goed naar de Thomaskerk in Leipzig gekeken en toen geconcludeerd dat het zonneklaar was dat de originele uitvoering destijds met maar een zeer klein orkest en een minimaal koor plaatsgevonden kon hebben. Omdat velen dat onderzoek serieus namen, werd een zeer kleine uitvoering – voor een tijdje – normaal. Toen wij later in Leipzig kwamen en de grootte van de Thomaskerk in het echt zagen en bovendien een indruk kregen van de omvang van de muziekopleiding waar Bach leiding aan gaf, was het voor ons duidelijk dat die kleine uitvoering grote onzin was. Misschien moest de uitvoering niet zoals Willem Mengelberg het deed in de vroege twintigste eeuw, maar Bach moet wel degelijk een lekker koor tot zijn beschikking hebben gehad en een fijn orkest. Tenminste dat vonden wij. Kijken we naar de uitvoeringen van de laatste tijd, dan is de bezetting zeker niet meer zo minimaal als in dat jaar.

Naast dat onderzoek dus ook een voor ons ongunstige besluit van de Raad voor de Kunst; voor het orkest van Ton Koopman werd geen subsidie meer verstrekt. Wij beschikten destijds over veel inside informatie en wisten dus ook hoe het eraan toeging in de dirigentenkamer van het Amsterdam Barock Orchestra: Koopman ontstak in grote woede en weigerde voorlopig in het zo ondankbare Nederland op te treden. Dat raakte ons met onze dure kaartjes best stevig want wij verheugen ons altijd heel erg op het begin van de lente (en dus De Mattheus) en de uitvoering van Koopman is onbetwist de beste. Koopman trad niet op maar daarvoor in de plaats zou Mark Padmore optreden met zijn Orchestra of the Age of Enlightment. Padmore met minimale bezetting viel ons toen verschrikkelijk tegen. Wat je ook van het handelen van Koopman op dat moment vindt, de beste Bachuitvoeringen zijn wel van zijn hand.

Sinds dit echec koop ik nooit meer kaartjes voor een concert van Ton Koopman, maar zijn uitvoeringen op Spotify luister ik uiteraard wel want, wat ik al zei, zijn uitvoeringen zijn subliem. Misschien had ik beter niet naar de Johannes Passion van Koopman geluisterd toen ik afgelopen donderdag naar de Johannes van Padmore ging. Ik gunde zijn uitvoering nog een tweede kans, maar helaas. Nog steeds die ultra kleine bezetting: twaalf koorleden die bovendien ook alle solopartijen zongen. De orkestpartijen zo smal mogelijk bezet. Dat alleen al maakte de uitvoering bijzonder dun.   Als koor miste het regelmatig samenhang; er stonden 12 individuen te zingen. Later op de avond werd het wel ietsje beter, maar zo’n klein koor past echt niet voor kerkmuziek. In een kerk wordt veel gezongen, zeker in de achttiende eeuw. Hoewel Padmore een mooie heldere stem heeft, lijkt hij niet meer het hele register van de Evangelist te halen. In de hoogte hoorde ik hem knijpen. Christus was goed. Alleen…Christus is Christus. Deze Christus zong dat alles ‘Volbracht’ was en de Evangelist liet ons weten dat hij overleden was. Terwijl wij zoon dood aan het verwerken waren, stond deze Christus weer op om de eerstvolgende basaria te zingen. Voelde een beetje oneerbiedig en…raar. Verder werden de gezongen rollen prima ingevuld.

Waar ik wel goed over te spreken ben is de celliste die de continuo partijen speelde en de tweede cellist die ook de gambapartij voor zijn rekening nam. Bach hield van de gamba; dat is in alles te horen. Deze gambist deed Bach alle eer aan. Wat ik miste was een ander instrument waar Bach bijzonder gek op was namelijk de luit. In sommige aria’s stuwt haar fijnzinnige geluid de muziek op tot de mooiste die ooit geschreven werd.  

Maar… laat ik niet teveel mopperen; ik heb, after all,  best genoten van Padmores Johannes. We kunnen weer ongehinderd genieten van muziek in een concertzaal. hoe heerlijk is dat! We hoeven ons niet meer te laten leiden door wat voor maatregelen dan ook. Het muziekarme lijden is voorbij! Een jaar waarin de lente weer ‘gewoon’ begint; met de mooiste muziek die er is! Geen maatregelen vanuit de overheid; niets waar we rekening mee hoefden te houden…behalve met de griep die onszelf overkwam. Nou ja, niet mij maar wel geliefde J. En toen zat ik in mijn uppie in het concertgebouw te luisteren naar de Johannes van Padmore.

NedPho – De vijfde symfonie van Gustav Mahler; een muzikaal avontuur

Gezien en gehoord op 19 maart 2022 in het Concertgebouw in Amsterdam

Als ik terugkijk naar de afgelopen twee jaar, dan was ik voornamelijk bezig met aantallen besmettingen (daalden ze, of stegen ze juist) en de ziekenhuisbezetting (code zwart?). Niet echt om vrolijk van te worden, eerlijk gezegd. We – ik, dus – hadden koud afscheid genomen van het virus of Poetin stuurde zijn soldatenjongens dood en verderf zaaiend de…dood in. Sindsdien volg ik de frontlijnen in Oekraïne en zit ik aan het nieuws gekluisterd in de hoop dat er snel een wapenstilstand komt. En ik word zo moe over dat gepraat over militaire doelen of burgerdoelen. Hier schrijft een vader van drie zonen. Net of het minder erg is als je zoons omkomen in een burgerdoel of in een militair doel. Als er geen snelle wapenstilstand komt…laten we dan maar hopen op een Oekraïense overwinning. Van de problemen waar we steeds maar tegenaan lopen word je zo verschrikkelijk eenzijdig. Door al die ellende en geweld zou je haast vergeten dat de lente begonnen is en dat er ook  nog zoiets bestaat als schoonheid en bovendien dat we – post-corona – ongestoord van die schoonheid mogen genieten. Ik kan het leed van de wereld niet op mijn schouders nemen…

Voordat de concerten van het Nederlands Philharmonisch Orkest tegenwoordig beginnen, vertelt de dirigent wat de toehoorder zoal te wachten staat. Een korte inleiding op de muziek. Ik weet niet of ik van deze nieuwe trend houd. Het zaallicht is gedoofd, de instrumenten gestemd, de dirigent is onder applaus op de bok geklommen en in plaats van dat de stilte terugkeert in de zaal en de spanning stijgt en de dirigent zich concentreert op het tempo en de inzet van het orkest, pakt hij nu de microfoon om iets over de muziek te vertellen. Van mij hoeft het niet; doorgaans heb ik het programmaboekje al gelezen en eigenlijk vertelt de dirigent niets wat niet ook in dat boekje staat. Bovendien stond gisteren de microfoon niet aan toen de nieuwe chef-dirigent Lorenzo Viotti zijn verhaal ging houden en omdat ik plaatsen op de achterste rij had genomen en bovendien ietwat doof begin te worden, kreeg ik maar heel weinig mee van wat de man vertelde. Gelukkig sprak de muziek helemaal voor zichzelf:

De 5e van Mahler en alleen maar de 5e van Mahler.

Een symfonie die de componist opdroeg aan zijn vrouw Alma. De vrouw die alle grote kunstenaars van haar tijd het hoofd op hol bracht en zelf ook mooie liederen schreef. De symfonie droeg Gustav Mahler op aan zijn vrouw maar het beroemde Adagietto uit de vijfde zou de ultieme liefdesverklaring zijn geweest. Het staat in het programmaboekje, iedereen vertelt het en dus ook Lorenzo Viotti…dacht ik, voor zover ik het kon horen. En laat ik eerlijk wezen; het is ook ontroerend mooi. Met een hoofdrol voor de harp. Het zijn maar een paar tonen van de harpist maar juist deze klanken verdiepen de muziek en geven het een enorm dramatisch karakter. Daarmee opent Mahler een zee vol schoonheid. De schoonheid die Mahler in zijn muziek stopte benutte Viotti gisteren helemaal. De mensen in de zaal leken hun adem in te houden; zelfs slikken zou de betovering kunnen verbreken die door de muziek werd opgeroepen. Terwijl ik mijn ogen dicht deed zag ik Dirk Bogarde voor me in de smorende hitte van Venetië strak in het pak in die prachtige film van Luchino Visconti ‘Dood in Venetië’. En ondertussen vergat ik dat de zaal sinds twee jaar niet zo afgeladen vol had gezeten en dat we van de pandemie af zijn en vergat ik dat duizenden jongens hun onschuld en vaak ook hun gezondheid en hun leven verliezen in een grote zinloze oorlog begonnen door een op macht beluste krankzinnige. Schoonheid; dat houdt ons overeind in deze vreemde tijd.

De vijfde van Mahler bestaat gelukkig niet alleen uit het Adagietto. De symfonie is als een avontuur waar je in stapt. Dit geldt eigenlijk voor alle symfonieën van Mahler. Onverwachte wendingen, muziek vanuit het niets, van stilte naar een orkaan van geluid. In deze symfonie vooral een grote rol voor de trompet en natuurlijk het slagwerk. Heerlijk om naar te luisteren en heerlijk om je even weg te laten voeren van de ellende van de wereld. Aan het eind ook nog een toegift. Welke componist schrijft er een groter orkest voor dan Gustav Mahler? Ik zou het niet weten. Wat zou je met zo’n groot orkest dan voor toegift kunnen geven anders dan weer een stuk van Mahler. Dat zou de avond geen goed hebben gedaan. De vijfde is de vijfde en daar moet niets meer tussenkomen. Viotta vond de oplossing in het Ave Verum van Mozart. Geschreven voor een kamerorkest met koor. Een deel van het orkest werd kamerorkest, de rest legde de instrumenten weg en fungeerde als koor. Ontroerend mooi! Een zeer geslaagde avond. Helaas, daarna weer terug naar de realiteit van alledag…bommen, granaten en raketten op een woonwijk in Oekraïne.