Tagarchief: Liefde

Mannenmaal – Rinske Hillen; slordig

Ik vind het moeilijk om een literair boek serieus te nemen als er slordig omgegaan wordt met de taal. Ook auteurs kunnen foutjes maken, maar dit boek staat er vol mee. Ik weet niet precies hoe het in het literaire wereldje werkt, maar mijn tekst voor het Fre Cohen boek werd onder handen genomen door een redacteur. Anders dan een literair boek moesten in ons boek de tekst van twee verschillende auteurs tot slechts een tekst gemaakt worden. Spel-, stijl- en slordigheidsfoutjes werden er tegelijkertijd uitgehaald. Volgens mij heeft elke auteur bij de uitgeverij ook een redacteur die goed meeleest met wat er geschreven wordt. Die redacteur heeft bij deze roman echt zitten slapen. Het ergert me mateloos al die slordigheden. Dat, terwijl ik het boek inhoudelijk helemaal niet slecht vond. De inhoud heeft me best beziggehouden want er komt nogal wat voorbij: Euthanasie op baby’s, euthanasie op mensen die genoeg van het leven hebben zonder dat er echt ondraaglijk lichamelijke lijden en een uitzichtloze situatie is. Het verlangen naar een groots leven met liefde tot het uiterste tegenover de huis-, tuin- en keukenliefde. De onvoorwaardelijke liefde tussen kind en ouders tegenover de voorwaardelijke liefde tussen man en vrouw. Het is allemaal niet niks. Maar taal is het gereedschap van de schrijver. Met of zonder hulp van een redacteur; de taalbeheersing moet in orde zijn. In deze roman is de taal zeker niet perfect. Verre van dat.

Journaliste Eva vormt samen met echtgenoot kinderarts Wout en zoon Abel een gezin. Eva werkt voor een kunsttijdschrift. De internationaal vermaarde beeldend kunstenaar Ben Roovers biedt het tijdschrift waar Eva voor werkt een interview met hem aan, maar alleen als Eva het afneemt. Toen Eva zeventien was, heeft ze een korte, maar heftige liefdesaffaire met hem gehad. Met veel verwarrende gevoelens gaat Eva het interview afnemen. Daarentegen heeft haar man Wout als kinderarts te maken met ernstig zieke kinderen. Hij worstelt met de behandeling van baby Josefien. Het kindje is geboren met een ziekte waardoor ze nauwelijks huid heeft. Ze lijdt enorme pijn bij alles. Onder narcose wordt ze gebadderd. De ouders van Josefien kunnen het lijden van hun kind niet aanzien en vragen kinderarts Wout om de baby een zachte dood te laten sterven. Dit is bij wet verboden en hij doet het dan ook niet. Hij geeft wel de ouders de suggestie dat dit de beste oplossing zou zijn. Ook in de openbaarheid heeft hij hierover iets gezegd. Sindsdien is er een hetze op gang gekomen tegen hem.

Tussen Ben Roovers en Eva komt de hartstocht weer tot leven. Daarbij bewondert Eva de onverschilligheid van de schilder ten opzichte van het leven en zijn totale focus op het maken van kunst. Eva komt erachter dat Ben aan een erfelijke ziekte lijdt die hem op den duur blind maakt. Het punt waarop hij helemaal niets meer kan zien komt met rasse stappen dichterbij. Hij vertelt dat hij een einde aan zijn leven zal maken als het moment daar is. Ondertussen is het huwelijk van Eva en Wout in een diepe crisis geraakt. Op het moment dat zijn huwelijkscrisis op haar hoogtepunt is en ook de hetze tegen hem als kinderarts het kookpunt bereikt, krijgt Wout een tijdelijke afkoelbaan aangeboden in de luwte verweg, in Berlijn. Voordat hij naar Berlijn reist, gaat hij verhaal halen bij Ben. Maar in plaats van een hanengevecht met fatale afloop ontstaat er iets van een vriendschap tussen de twee in diepe crisis verkerende mannen. Wout zal zorgen dat Ben een zachte dood zal sterven. Aldus geschiedt. Wout keert als vader, minnaar en partner terug naar Eva.

Niet niks, dat verhaal! Ik moet zeggen dat het verhaal absoluut boeit. De roamn vraagt de lezer ook om een moreel standpunt in te nemen. Dat zal ik dan ook hier doen: Een kind dat zo verschrikkelijk lijdt als patiëntje Josefien, waarbij geen kans is op verbetering in haar toestand, verdient een zachte dood. Voor het plegen van euthanasie op de minnaar van zijn vrouw mag arts Wout een flinke tijd achter de tralies. Eigenlijk ligt dit wel erg voor de hand, hoewel Wout er met het verstrekken van een zachte dood aan Ben erg genadig afkomt in deze roman.

Wout is nogal gek op Schopenhauer. In de tijd dat ik alles stuk las over Richard Wagner, kwam ik ook al eens terecht bij deze filosoof. Ook toen kreeg ik het gevoel dat Schopenhauers abstractie nergens overeenkwam met de mijne en legde ik mismoedig artikelen over zijn leer naast mij neer. Vanwege deze roman even een nieuwe poging gewaagd, maar nee, ik begin er niet aan. Ik laat dat graag over aan mensen als Rinske Hillen die filosofie hebben gestudeerd. Ik denk dat het hen verder helpt.

Slordigheid. Ik moet het er toch over hebben. Dat is namelijk datgene dat me erg gestoord heeft in deze roman. Stilistische slordigheden: Op bladzijde 43 van de elektronische versie van het boek. Vanuit het perspectief van Eva wordt verteld over ‘Wout na de seks’: “Daarna had hij zijn rug van haar afgewend, als een vesting, ze was eraan gewend dat hij van haar wegdraaide als hij sliep.” Ik denk dat Wout haar zijn rug had toegekeerd in plaats van afgewend. Zo’n zin leidt af. Andere zin. Eva is bang dat haar taperecorder niet naar wens werkt: “Hoe vaak kwam het niet voor dat ze thuiskwam en flarden uit haar geheugen moest schrapen doordat de tape leeg bleek?” Geen echte, heel erge fouten in deze zin, maar om nou te zeggen dat hij lekker loopt of mooi beeldend is…nou nee. Thuiskomen heeft geen verband met de lege tape; het uitwerken van het interview wel. Ik neem ook aan dat ze geen flarden van het gesprek wilde opdiepen, maar het hele gesprek en dat haar dat nou juist niet lukte en er slechts flarden boven kwamen. Ook dit leidt af van het verhaal. Ook wat rare vergelijkingen die dan ook nog vreemd opgeschreven staan: “Ze stelde zich voor hoe de morgen de rivier in kon zakken, als een vat vervuilde stoffen.” Bedoelt ze hier stoffen die schoon waren maar nu “vervuild” zijn, of “het milieuvervuilende stoffen” of “een vat giftige stoffen”? Het leidt af. Ook veel vergeten kleine woordjes waar ik geen notitie van heb gemaakt. Gewoon slordig.

Vond ik het dan geen goed boek? Nou zover wil ik zeker niet gaan. Als de schrijfster (redacteur?) wat meer aandacht aan de taal had besteed, dan was het een heerlijk boek geweest dat me heel erg geboeid had. De afloop – waarbij alles weer goed komt – had me wat teleurgesteld, maar dat had het leesplezier zeker niet bedorven.

Marijke Schermer – Liefde, als het dat is; een scherpe analyse en een mooie roman.

Toen ik destijds Turks Fruit las, was ik helemaal de hoofdpersoon. De liefdesgod, daar wilde ik me graag mee identificeren. Nog nooit had ik de liefde gesmaakt of was ik echt verliefd geweest, maar die hoofdpersoon uit die roman, dat was helemaal ik. Je identificeert je makkelijk in een roman met de persoon die je het meest aan het hart ligt. Die romanheld van toen, dat is nu niet meer zo mijn held. Zoveel liefde zie ik er nu niet in, in die roman van Wolkers. Een bruut die zijn slachtoffer af en toe ‘toestemming’ geeft om iets te doen; om taartjes te maken van een witte boterham waarop ze een laag boter metselt en aftopt met chocoladehagelslag. Niet meer van deze tijd. Interessante vragen: Wat doet een boek precies met je en waarom identificeer je je met bepaalde romanpersonages?

In de roman ‘Liefde, als dat het is’ van Marijke Schermer wordt de liefde geanalyseerd, ontleed en op een mooie manier opgediend. Ik heb de roman in een ruk uitgelezen. Fantastisch!

Het verhaal van Schermer draait om het gezin van Terri en David en de dochters Krista en Ally. Op een dag is het voor moeder Terri over. Ze voelt zich zo bekneld en zo gevangen binnen het huwelijk en het gezin dat ze voor zichzelf besloten heeft om zo niet verder te kunnen gaan. Ze begint een verhouding, affaire of in ieder geval ‘iets’ met Lucas. David zoekt troost bij schrijfster Sev maar houdt een relatie verre van zich. Uiteindelijk beëindigd Terri de relatie met Lucas en stoppen Sev en Lucas de troosterij en is het gezin voor altijd gebroken. De plot van de roman kan ik makkelijk weggeven zonder dat het je leesplezier gaat bederven.

Ik identificeer me met David in de roman. Als lezer – geïdentificeerd met David – voel me ik zo verschrikkelijk verraden door Terri. David wordt beschreven als een zorgzame, lieve, tedere man die het met iedereen het beste voor heeft. Een man die zijn deel van het huishouden op zich neemt en zich haast in dienst stelt van het gezin dat hij vormgegeven heeft. Een tedere minnaar die zijn seksuele wensen ondergeschikt maakt aan de hare. That’s me… Maar Terri kwalificeert dat als ‘aardig’, en ‘aardig’ is de dood in de liefdespot…

Terri kiest voor Lucas. Lucas en de hoofdpersoon uit die beroemde roman van Jan Wolkers vallen goeddeels samen. Hij gebruikt haar voor zijn lusten en zij lijkt ervan te genieten. Al haar lichaamsopeningen worden gebruikt om zijn kwakkie kwijt te raken en als ze vraagt om iets meer begrip voor wat voor situatie dan ook, dan vernedert hij haar. Ik merkte dat ik zo verschrikkelijk kwaad wordt over de situatie die ik zie ontstaan in de roman. David voelt zich zo verraden en ik met hem. Tijdens een van de ruzies die daar het gevolg van is, loopt zij weg uit de ruzie en gaat linearecta naar Lucas waar ze zich stevig laat misbruiken door haar minnaar. Terwijl ik het opschrijf voel ik de verontwaardiging naar boven borrelen. Op het moment dat vijftienjarige dochter Krista haar eerste kleine stapjes zet op het liefdespad, krijgt ze helemaal per ongeluk de telefoon in handen van haar moeder en leest ze de chats tussen Lucas en haar moeder. ‘Ik wil je hier op je knieën met mijn pik in je mond’ leest het arme kind. Lekkage van seksualiteit van ouders naar kinderen en andersom is killing, zo blijkt maar weer. Krista wil helemaal niets meer met haar moeder te maken hebben.

De sympathie van lezer – zeker van deze lezer – gaat naar David. Maar toch laat dat wel een leegte achter. Vragen heb ik ook. Waarom kiest een vrouw die zich bekneld voelt in gezin en huwelijk voor zo’n man als Lucas? (Wat heeft die man wat ik niet heb? Wat heeft die man wat David niet heeft?) Toch is het een realistische keuze. Hij maakt me kwaad, maar ik zie het toch ook wel voor me. En dan de verhouding tussen Sev en David. Sev is een vrouw die moeite heeft om zich te binden en bij wie het nooit gelukt is om langdurig een relatie aan te gaan. Ze wil ook geen relatie met David; hij moet haar minnaar zijn. David wil haar alleen maar in het verborgene beminnen; hij vreest dat zijn dochters bang worden dat hij, net als hun moeder, zal weglopen met een nieuwe geliefde en wil ze dat niet aandoen. Ik ben David, denk ik… ‘Liefde, als het dat is’ heeft veel minder aandacht gekregen dan het verdient. Het is een prachtige roman en een messcherpe analyse van de liefde in al haar facetten; van de eerste prille verliefdheid tot een min of meer sado- masochistische verhouding. Ik vind de roman een aanrader en jammer dat hij niet op diverse lijstjes voorkomt!

Céline Schiamma – Portrait de la jeune fille en feu.

Een aantal jaar geleden heb ik de film Vie d’Adele gekocht. Vaag had ik ervan gehoord en ik wist dat de film diverse grote prijzen had gewonnen. Het zou over een meisje gaan dat haar seksuele voorkeur voor vrouwen ontdekt. Maar terwijl ik de film bekeek begon ik me behoorlijk ongemakkelijk te voelen. Was het wel de bedoeling dat ik hiernaar keek? In tegenstelling tot mijn kinderen behoor ik tot de generatie van vrijheid, blijheid en alles moet kunnen, maar dit was wel heel erg expliciet. De scènes waarin de meiden intiem aan het vrijen zijn en waarin vingers en monden elkaars lichaam exploreren worden lang uitgesponnen. Geen porno, dat niet, dat gevoel had ik niet. Het was geen poging om me op te winden, vond ik, maar geheel onschuldig, dat zeker ook niet. Voor porno zijn de scènes te echt, te waarachtig. Ik had het gevoel dat ik er gewoon niet naar moest kijken. Ik heb gewoon niets te maken met al het lichamelijke intiems van een liefde van twee piepjonge meiden; dat is van hun en ik moet daar geen deelgenoot van worden. Zoiets. De film bracht mij erg in verwarring.

Onwillekeurig vergelijk ik Vie d’Adele met Portrait de la jeune fille en feu. Beiden Frans en beiden over twee vrouwen die de vrouwenliefde ontdekken. Ondanks dat je bijna gedwongen de vergelijking zoekt, moet je wel tot de conclusie komen dat de films helemaal niets met elkaar te maken hebben. Is de eerste film, in mijn ogen, een ‘coming-out’ film, vertelt de andere film een universeel verhaal over een allesverterende- en overstijgende liefde. Dat het om twee vrouwen gaat die het met elkaar beleven ervaar je als toeschouwer als puur toevallig; het hadden net zo goed een man en een vrouw of twee mannen kunnen zijn. Speelde Vie d’Adele nadrukkelijk in het heden, Portrait speelt juist in het verleden met ruisende rokken en veel kaarslicht.

Het filmverhaal wordt verteld vanuit het perspectief van kunstschilder Marianne (Noémie Merlant) die de opdracht krijgt om het portret te schilderen van de dochter des huizes. Een portret voor een Milanese huwelijkskandidaat; de opmaat naar een huwelijk om de dynastie te waarborgen. We krijgen te horen dat er een oudere zus was, maar die heeft zich, voordat er een huwelijk gesloten kon worden, van de kliffen geworpen. Maar ook jongere dochter Heloïse (Adèle Haenel) zit niet echt te wachten op een huwelijk. Marianne is inmiddels de tweede schilder die een poging gaat wagen om het portret te schilderen. De eerste schilder is het niet gelukt want Heloïse weigerde te poseren; als ze poseert gaat ze trouwen en is dat het einde van haar vrije leven, zo lijkt ze te redeneren. Moeder stelt voor dat schilder Marianne zich voordoet als gezelschapsdame en haar dan tijdens hun samenzijn bestudeerd en in het geheim portretteert. Aldus geschiedt. Maar als het portret af is, staat Marianne erop om Heloïse te vertellen over haar bedrog en haar als eerste het portret te laten zien. Naast de woede over het bedrog is Heloïse helemaal niet tevreden over het portret. Heloïse beseft dat het huwelijk onontkoombaar is en wil dat er een goed portret wordt geschilderd waar een ziel in zit. Marianne krijgt vijf dagen de tijd om het portret te maken. Gedurende die tijd gaat moeder weg en blijven ze in het gezelschap van het dienstmeisje (Luàna Bajrami) achter. Dit is de achtergrond waartegen zich een heftige liefde ontwikkelt tussen Marianne en Heloïse en die onherroepelijk begrensd wordt door het aanstaande huwelijk en, al eerder, door de terugkeer van moeder.

De film begint behoorlijk traag en omdat er, zeker in het begin, nog maar weinig inhoud is, was dat voor mij qua aandacht een soort van overleven. Ik dwaalde regelmatig ernstig af. Maar toen het verhaal op gang kwam, verhoogde het tempo zich weliswaar niet, maar ging de film toch erg boeien. Het einde van de film vond ik bijzonder ontroerend. Er waren wel wat kleine uitglijders. Zo springt Marianne met rokken en al overboord om haar onbeschilderde doeken te redden. Iedereen die als kind zijn A-diploma heeft gehaald weet dat zwemmen in je t-shirtje en korte broek al best een klus is. Met al die rokken aan de zee inspringen…dan verdrink je onherroepelijk. Marianne dus niet. Koud en nat komt ze aan in het huis. Daar trekt ze al haar kleren uit en gaat ze naakt voor het hoog opflikkerende haardvuur zitten om warm te worden terwijl ze onderwijl een pijpje rookt. Als ervaren kampvuurzitter kan ik je vertellen dat je met een vuur als warmtebron aan de ene kant verbrand terwijl je aan de andere kant ijskoud blijft. Ieder verstandig mens zou zich daar voor dat vuur, minstens in een deken hebben gehuld.

Het verhaal van Marianne en Heloïse wordt begeleid door het verhaal van het dienstmeisje dat zwanger blijkt. Ze ondergaat een abortus. Kennelijk ziet zij net zo op tegen het huwelijk als de twee hoofdpersonen. Het dienstmeisje leidt de twee hoofdpersonen langs volkse haast esoterische vrouwengroepen en -rituelen. Mannen spelen geen rol in de film en het huwelijk wordt gezien als dreiging. De dreiging van het eind van de vrijheid en de zelfontplooiing. In de dagen waarin het verhaal zich afspeelt, het einde van de achttiende eeuw, was dat natuurlijk ook zo hoewel weinig vrouwen daar veel over nagedacht zullen hebben; je leeft in de tijd waarin je leeft en je past je zo goed mogelijk aan. Kijk je terug in de tijd met de ogen van nu, dan ontstaat er een geheel ander beeld; dat kan niet anders. In een tijd waarin we vinden dat iedereen, mannen en vrouwen, dezelfde rechten hebben om zich te ontplooien, dan zijn de onmogelijkheden om je als vrouw te kunnen ontplooien dé focus van een film over het eind van de achttiende eeuw. Op dit moment vinden we zelfs dat je faalt als mens als je niet álles uit het leven haalt. Ook daar kun je vraagtekens bijzetten…zoals bij alles, trouwens.

Al met al een erg mooie film maar wel met wat haken en ogen… Ik voelde mezelf in ieder geval geen voyeur die dingen zag die eigenlijk niet voor mijn ogen bestemd zijn. Een universeel verhaal over de liefde.

34 jaar samen

Vierendertig jaar geleden zaten Josien en ik samen met Hetty en Sonja (en haar vriend met fototoestel) om kwart voor negen in het West-Indisch huis; de trouwlocatie van dat moment. Ondanks dat het huwelijk mij niets zei, was ik op van de zenuwen. Samenwonen bevestigde onze liefde; trouwen deden we om een behoorlijke woning te kunnen krijgen. Josien en ik hadden afgesproken dat we onze trouwdatum niet zouden vieren en niet zouden onthouden; onze dag om te herinneren zou de de dag worden dat we gingen samenwonen.

Ach, voornemens… Ze komen en ze gaan. Aan het ene kan je je wel houden, het andere vervaagt. Gingen we in 1984 op 13 april of 13 mei samenwonen? Ik weet het niet meer. Dat we op 11 september 1984 getrouwd zijn, dat staat vast; dat staat opgetekend. Officieel.

Dagelijks fiets ik langs het West-Indisch huis. Dagelijks zie ik ons daar weer zitten. Wat een fantastische herinnering! De herinnering aan het startpunt van een heerlijke tijd waar, naar het zich laat aanzien, voorlopig geen eind aan komt.

Ik ga er verder niets over zeggen, over die liefde van ons. Dat is iets tussen Josien en mij. Bovendien…je vervalt zo snel in clichés.

 

 

33 jaar!

De regen komt vandaag met bakken uit de hemel. Als je het nieuws mag geloven is de aarde op dit moment één grote sompige kluit modder. Overal lijkt wateroverlast het grootste probleem. Dat is natuurlijk niet zo, maar je krijgt haast wel die indruk. Dat was heel anders 33 jaar geleden. Dat was een mooie nazomerdag. Ik wilde toen nog niet leraar worden. Moeilijke constructie. Ik zat op een lerarenopleiding maar wilde geen leraar worden. Nederlands wilde ik studeren en geschiedenis, meer niet. Ik wilde die vakken eigenlijk aan de universiteit studeren, maar daar had je een vwo-diploma voor nodig en ik had een havodiploma en geen enkele zin om dat vwo-diploma alsnog te halen. Daarom dus de lerarenopleiding en dus moest ik stagelopen. Ik had me aangemeld op een school die inmiddels al vier of vijf keer van naam veranderd is. Ik denk ook niet dat er ook nog maar iemand werkt die ik er in die tijd heb leren kennen.

Het schooljaar was nog maar net begonnen. De eerste lessen had ik achter in de klas bijgewoond. Mijn stagebegeleider had de pest aan me sinds ze hoorde hoe mijn leven in elkaar zat op dat moment. Ik geloof dat ik op dat moment één van de gelukkigste jongens op aarde was. Ik beleefde de liefde van mijn leven en dat had geresulteerd in een dik buikje. Dat aangekondigde kind kwam op dat moment helemaal niet uit, maar toch was het meer dan welkom. Mijn stagebegeleidster was een vrouw alleen en mochten de voortekenen niet bedriegen, dan is ze dat, 33 jaar later, nog steeds. Terwijl ze dat niet wilde. Ze had graag een geliefde geweest en ze had graag een zwellende buik gehad. Daarom mocht ze me niet; omdat mijn geliefde dat geluk wel had.

Naarmate de geboorte dichterbij kwam, beseften we dat onze huisvesting niet optimaal was. We woonden sinds een paar maanden samen in mijn woning aan de Oostenburgergracht. Laten we eerlijk zijn, het was een krotwoning. Prima in te wonen als jongen alleen en ook met z’n tweeën lukte het nog wel. Maar een piepjong gezinnetje, dat kon niet in die woning want die woning kende weinig luxe. Een douche, bijvoorbeeld, zat er niet in. Veel te laat waren we ons dat gaan beseffen. De enige mogelijkheid om ietsje meer voorrang te krijgen op de woningmarkt was trouwen. Vastleggen dat je met je geliefde en het nog ongeboren jochie in haar buik een gezin wilde vormen. We keken elkaar aan en we wisten dat het ons helemaal niets uitmaakte of we onze liefde officieel vastlegde of niet en dus wilden we best voldoen aan de eisen die het bureau herhuisvesting stelde aan een urgentiebewijs. Dus gingen wij trouwen.

Om het trouwboekje niet belangrijker te maken dan het voor ons was, hielden we onze trouwerij geheim. Slechts twee mensen wisten ervan: Hetty en Sonja. Dat waren onze getuigen. Ik had vrij genomen van mijn stage. Zo togen we met z’n vieren naar het West-Indisch huis. Ik was echt zenuwachtig. Veel zenuwachtiger dan ik had gedacht dat ik zou zijn.

De geschiedenis gaf 11 september in 2001  een ander aanzicht, maar ik denk vooral aan mijn geliefde met haar ronde buikje die zo verschrikkelijk onomwonden ‘ja’ zei tegen mij…op 11 september 1984.

Nachtrust, bezweringen en de liefde

Wat ik er zo vreselijk aan vind? Ik heb het gevoel dat ik niet meer zo sterk bemind wordt als ze apart gaat slapen. Apart slapen, ik vind dat echt niet leuk. Heerlijk om nog even te liefkozen voordat het licht uitgaat en fantastisch om naast elkaar wakker te worden. Maar helaas, het mag niet altijd zo zijn. Ik maak herrie tijdens mijn slaap. Ik zaag soms het bed bijna in tweeën. En dat niet alleen, ik hou ook regelmatig op met ademen om na een poosje, met een harde snurk weer te beginnen. Helemaal niet fijn om naast zo’n snurker wakker te liggen. Daarom scheiden onze wegen zich regelmatig en kiest zij voor het logeerbed. Voor mijn gevoel deel je als geliefden het bed, en daarmee basta. Eigenlijk vindt zij dat ook. Maar ze heeft nachtrust nodig en daarom kiest ze zo nu en dan voor het logeerbed.

Omdat we het liefst samen slapen, wilde ik wat aan ons (maar vooral…mijn) probleem doen. Daarom nam ik contact op met een bedrijf dat beugels maakt en daarmee snurken voorkomt. Ik liet mij zo’n beugel aanmeten. Een beugeltje heb ik vroeger gehad dus ik had wat ervaring. Het verschil met mijn vroegere beugeltje is echter, een pootje dat mijn tong omlaagdrukt. Het plaatje van het beugeltje is wat langer zodat het zachte gehemelte achter in mijn mond wat omhoog gehouden wordt. Het pootje drukt mijn tong omlaag. Zo zorgt het beugeltje ervoor dat tong en zacht verhemelte elkaar moeilijker kunnen ontmoeten. Is de doorgang tussen die twee te smal dan heet dat snurken, zit die doorgang voor een tijdje dicht dan heb je een apneu. Theoretisch moet zo’n beugel dus helpen. Vooralsnog doet die beugel dat ook.

Met die beugel in mijn mond snurk ik niet en heb ik geen last van apneu’s. Ik slaap ook niet. Dat lukt gewoon nog niet. Een lange tijd lukt het me om die beugel in te houden, maar dan ben ik zo gespannen dat slapen niet gaat. Omdat ik toch moet slapen, haal ik het beugeltje na verloop van tijd uit mijn mond om gezellig snurkend mijn nacht voort te zetten. Zo gaat het dus met die beugel. Het is gewoon wennen. Het is me één keer gelukt om met die beugel in slaap te vallen. Die keer koester ik… Maar vooralsnog is het heel erg wennen.

Gisteren deelde Josien me mee dat ze toch weer in de logeerkamer ging slapen. Ik kon daar wel inkomen. Jammer maar helaas. Dus even geen geworstel met die snurkbeugel en…slapen met die hap. Midden in de nacht had ik een akelige droom. Een droom waarin ongure types voorkwamen. Een akelig gefluister hoorde ik. Bezweringen…spreuken…ik wist het niet. Ik probeerde uit mijn slaap op te krabbelen en ergens in dat gebied tussen slaap en waken ging dat gefluister zachtjes door. Ik werd koud om mijn hart. Heel erg eng. Toen ontdekte ik dat Josien de bron was van het gefluister. Ze was toch naast me gekropen. Heeft mijn geliefde bezweringen over mij uitgesproken? Neuh…kan me niet voorstellen. Ze heeft vast gefluisterd dat ze van me hield en dat ze niet tegen de eenzaamheid van de logeerkamer kon en dat ze dicht tegen me aan wilde liggen. Dat zal het zijn geweest…vermoed ik… Toch ga ik het haar zo even vragen…

Valentijn

Het is bijna Valentijn. Dat merk je goed in de krant van gisteren. Alles over daten, seks en liefde. Een liefje vinden is aan snelle verandering onderhevig, lees ik. Wist ik ook eigenlijk wel. De internetontwikkelingen gaan op dit moment erg hard en dat sijpelt door naar alle hoeken en gaatjes van ons bestaan. Interessante vraag zou zijn waarom zoveel mensen via Internet hun partner willen zoeken want je kunt moeilijk over een verbetering ten opzichte van vroeger spreken. Nu vinden mensen elkaar; toen vonden mensen elkaar. Alleen de manier waarop is anders. Zou ik mijn Josien nu via internet willen vinden? Nou nee. Ik denk dat ik er dan met veel minder plezier op terugkijk dan dat ik nu doe.

Josien en ik hebben elkaar leren kennen tijdens de vakantie. Een jongerenkamp waarin milieu- en natuurbescherming centraal stonden. Gedurende het kamp was ze me wel opgevallen. We hadden elkaar in de ogen gekeken en we hadden naar elkaar geglimlacht, maar verder was het niet gekomen. Op de laatste avond een kampvuur. Eén van de vaste nummers, destijds, in zo’n kamp. En daar rond het kampvuur had ik me ‘toevallig’ naast haar gemanipuleerd. Het was een mooie avond aan het eind van een mooie warme dag. Het vuur brandde mooi en vonken stegen hoger en hoger tot ze uitdoofden. Zacht knapperde het. En er was wijn. Hele slechte wijn. We dronken het uit de plastic bekers die we van huis hadden meegenomen. De wijn sloeg je mond droog. De anderen jongeren die in het kamp zaten kletsten dat het een lieve lust was. Doordoor ontstond er een geluidswal rondom Josien en mij. Een soort cocon. Daar ontdekten we elkaar echt. We beseften dat we een onderdeel van elkaar gingen worden. Ik trouwens iets minder dan Josien. Maar later werd dat echt wel duidelijk.

Heb ik dan nooit iets met internet en vrouwen gedaan? Jazeker wel. Maar uiteindelijk liep dat niet helemaal goed af. Tenminste, zo voel ik dat achteraf. Het was geen datingsite waarop ik me had aangemeld, maar een correspondentiesite. Ik wilde graag van gedachten wisselen met mensen overal ter wereld. Daar leerde ik bijvoorbeeld Iraanse Najme kennen. En omdat ik van eten hou en zij ook, ging het al snel over… eten. En toen nodigde ze ons uit om bij haar te komen eten. En dat deden we dus. Fantastisch! Josien en ik naar de Islamitische Republiek Iran om een vorkje met Najme en haar dochtertje Mobina te prikken. Eén van de avonturen van ons leven. Een heerlijk avontuur!

Maar er was ook een vrouw uit de Filipijnen. Ze wilde graag naar West-Europa en ondanks dat ik vertelde dat ik heel gelukkig was met mijn Josien en niet met haar wilde trouwen, drong ze erg aan. Ze kleedde zich uit voor de webcam en ik vond dat best geil; ik ben ook maar een gewone man. Maar na die ene verkleedpartij besefte ik dat ik niet op die weg wilde rijden en dat vertelde ik haar. Daar nam ze geen genoegen mee en sindsdien stalkt ze me. Soms intensief; dagelijks mailtjes. Maar dan hoor ik ineens niets meer van haar en haal ik opgelucht adem. Maar echt vergeten doet ze me niet, want na verloop van tijd krijg ik weer een mailtje: ‘Hi Dy, my handsome Dy. I allways love you.’

De Volkskrant heeft vooral oog voor sites als Tinder en Happn. Bij nader inzien zijn mensen op die sites niet op zoek naar de liefde van hun leven, maar naar een snelle date die je even snel weer kunt dumpen. Normaal zou ik dat het uitgaansleven noemen. Oppervlakkig en snel. Op de één of andere manier is dat voor lezers en publiek veel interessanter dan het zoeken van bestendige liefdes. Ik vind het allemaal best.

 

Sam en Femke op reis…

Natuurlijk wil ik weten van Sam en Femke. Natuurlijk. Ik ben ook maar een mens. Een nieuwsgierig mens. Andermans pubers gingen ervandoor. Dan wil je weten hoe de vork in de steel zit. Want wat waren ze nou helemaal. Twee bakvissen van vijftien, zestien jaar die zomaar hun mobieltjes in bewaring gaven aan een vriendinnetje. En terwijl dit derde meisje vol onschuld oppas speelde voor die twee verweesde mobieltjes maakten de twee eigenaressen de pleiterik.  Wie laat d’r mobieltje nou zomaar achter bij een vreemde? Wie doet zoiets. En, zeker ook, welke puberale- kletsgrage, -sociale media volgende meiden laten hun contact met de wereld zomaar gewoon achter? Dat wil ik weleens weten! Die twee reisden vanuit weetikveelwaar naar luchthaven Eindhoven, stapten op het vliegtuig naar Spanje en weg waren ze. Twee dagen voorpaginanieuws. Met onbedoeld neveneffect. Pubers worden graag gezien als volwassen mens; de journalisten hebben het steevast over ‘de meisjes’ (zijn het laatst gezien…) en ‘de meiden’ (stapten op het vliegtuig…) Tsja. En wij maar fantaseren… Tenminste ik wel.

Zo’n stap doe je als puber eigenlijk alleen maar in naam van de liefde. Op geen enkele leeftijd kan je zo hopeloos en diepgaand de liefde voelen dan als zestienjarige puber. Tenminste dat denk ik. Weet ik veel, het is al zo lang geleden. En mijn eigen pubers puberden niet zo in de liefde, zullen we maar zeggen. Geen idee dus, maar ik denk het wel. Liefde is een sterke emotie. Wel een emotie om heel Nederland desnoods voor op z’n kop te zetten. Maar de liefde is doorgaans iets van ‘jou’ met een ‘ander’. Maar van die ‘jou’ waren er in dit geval twee. Twee meiden verliefd op dezelfde ‘ander’? Kan natuurlijk. Niet zo heel waarschijnlijk…denk ik, maar het kan.

De meisjes zijn gevonden. In Portugal. In gezelschap van een man die ouder is als de leeftijd van twee meisjes opgeteld. Aiaiai met een Nederlandse EN EEN MAROKKAANSE nationaliteit. Dat terwijl we net hebben nagedacht over Wilders en zijn ‘minder, minder’. Aiaiai. Hoe nu verder… Wat is er gebeurd. Hoe heeft hij die twee naïeve meisjes verleid. Wat is er gebeurd? Heeft hij ze ontmaagd? Wie is die kerel?

Maar mijn verstand wil helemaal niets over die meisjes weten. Met mijn verstand vind ik dat ze weer snel de anonimiteit in moeten met hun ouders. Dat er heel veel, in stilte, uitgezocht moet worden en dat de waarheid ergens, eventueel in een rechtbank wordt achterhaald. Wie weet worden er straffen uitgedeeld, maar dat gaat ons niet aan. Ook niet of die meiden de komende maanden een uitgaansverbod krijgen opgelegd van hun ouders of dat hun zakgeld wordt ingehouden. Dat gaat ons allemaal niet aan. Dat vind ik allemaal met mijn verstand…mijn verstand is zo… verstandig…

Maar wat is er precies met die meiden gebeurd? Wie heeft het gedaan? Was het de liefde? Ik wil het allemaal weten!!!

Liefde laat zich niet dwingen

Ik heb verzaakt om aan mijn oma te vragen waarom ze, als joodse vrouw, voor een joodse man koos. Ik kan het haar nu niet meer vragen. Maar het is een interessant vraag. Mijn oma was voor de oorlog actief in de AJC. De AJC was haar leven. Ze geloofde in een betere wereld. Een wereld waarin het kapitalisme had plaatsgemaakt voor een klasseloze maatschappij. Oma ging om met grote socialistische voortrekkers. Koos Vorrink was een goede kennis van haar. Godsdienst was volgens hun opium voor het volk. Toen ik haar uitnodigde voor de doop van onze oudste, haalde ze hautain haar mopsneusje op; zij in een kerk, aan-haar-nooit-niet. Maar toch koos ze voor een joodse man. Niet één keer, maar twee keer. De vader van mijn moeder was joods maar ook mijn ‘echte’ opa waarmee ze na de oorlog trouwde, was joods. Merkwaardig. Waarom? Ik had het haar moeten vragen.

Als mijn oma gekozen had voor een niet-joodse man, dan waren haar problemen in de oorlog lang niet zo groot geweest. Hoewel ik van mening ben dat je de liefde niet kan dwingen, is het wel opvallend dat ze in een jongerenorganisatie waar men niets van godsdienst moest hebben, juist koos voor een joodse man. Stilletjes denk ik…of vraag ik me voorzichtig af…is dat ook niet een racistische stap? Ik durf het haast niet hardop te zeggen. Maar heeft zij haar partnerkeuze wellicht laten leiden door het idee dat joden beter zijn dan anderen? Hoe zit dat precies? Haar zus, mijn tante Marie, was absoluut niet bezig met het verheffen van de arbeidersklasse. Politiek zei haar niet veel. Het jodendom trouwens ook niet. Ze trouwde met een niet-joodse man. Haar problemen tijdens de oorlog met het extreem racistische regime waren groot, maar stonden in geen verhouding met de problemen die mijn oma met het regime had. Mijn oma, mijn moeder en mijn biologische opa wilden ze dood. Tante Marie had wat dat betreft niet veel prio…voor dat regime.

In de jaren dertig van de vorige eeuw deed mijn oma moeite om de ‘arbeiders aller lande’ te verenigen in de strijd tegen het kapitaal, maar in haar partnerkeus beperkte ze haar blik, zo lijkt het. Ik had het haar moeten vragen vijftien jaar geleden.

Ik heb er al eerder over geschreven, maar racisme voorkom je door eerst zelf een stap te zetten. Racisme bestaat bij de gratie van onderscheid. Joden, Marokkanen, Surinamers, Russen, Oekraïners. Zolang die groepen bij elkaar leven, kunnen ze elkaar op grond van hun ‘wil’, tolereren en rekening met elkaar houden. Integreren, dus. Maar wil je echt van racisme af, dan moet je mengen. Dan moeten joden met Marokkanen kindjes krijgen en Nederlanders met Surinamers en Oekraïners met Indonesiërs en Molukkers met Russen. En hun kinderen moeten ook weer trouwen zonder aanziens des rasses…wat dan ook al veel makkelijker gaat, want over wat hebben we het dan nog precies?

Maar, zoals ik al zei, liefde laat zich niet dwingen. En…vrijheid betekent ook dat je als joodse vrouw mag kiezen voor een joodse man. En…dan mag een Molukse man natuurlijk ook kiezen voor een Molukse vrouw. Of…dat een Marokkaanse man mag kiezen voor een Marokkaanse man (en geen kindjes krijgt). No problem at all… maar het lost het racisme niet op.

Just like me

Ik had drie jonge kindertjes thuis. Dat was hard werken. Een veeleisende, drukke baan en veel studeren en die drie jochies te verzorgen. Op dat moment had ik het misschien wel ietsje te druk. Ik had best last van stress. Veel dingen moesten af. Op mijn werk maar ook thuis. Ik wilde, en kon, de opvoeding van de jongetjes niet aan Josien alleen overlaten. Ik was (en ben) gek op mijn jongetjes. Ik wilde er zoveel  mogelijk bij zijn. Hard werken. Heel hard werken. Daarom was het goed dat ik op dinsdagavond ging sporten. Volleyballen. Ik keek vaak uit naar de dinsdagavond. We gingen dan eerst lekker trainen en daarna nog even naar de kroeg. In de Rustenburgerstraat. Even een afzakkertje nemen.

In de kroeg raakte ik aan de praat met Sylvia. Heel gewoon. Geen bedoelingen. AL helemaal geen bijbedoelingen. Gewoon lekker kletsen. Lekker kletsen met Sylvia was heel lekker kletsen. Eigenlijk…verschrikkelijk lekker kletsen, Mijn hart ging sneller kloppen van haar bewegende mond. Ik kon mijn ogen niet van haar ogen afhouden. Zelden zulke ogen gezien. Zelden zo’n mooie kleur blauw gezien. En wat ze ook vertelde; het had met mij te maken. Het had te maken met haar en mij op dat moment daar in de kroeg in de Rustenburgerstraat. Ik had een klik met Sylvia, zoveel was wel duidelijk. Ik wilde haar springerige blonde haar aan mijn neus voelen kriebelen. Ik wilde haar lippen proeven. Ik wilde met haar mee naar huis en de liefde smaken. Ik wilde mijn onrustige hart kalmeren; mijn ongetemde verlangen bevredigen, ik wilde Sylvia.

Maar wat deed ik? Ik zei dat ik het ontzettend leuk vond om met haar te praten maar dat ik de volgende dag weer naar mijn werk moest. Ik betaalde mijn drankjes, stapte op de fiets en reed naar huis. Zo gaat dat met mij. Monogaam, heet dat. Enne…ik heb er geen spijt van, want met mijn Josien heb ik onze drie jongetjes volwassen kerels zien worden. Mijn soulmate en co-ouder is mijn minnares, mijn beste vriend, mijn grote liefde, mijn intellectuele klankbord. Ze matigt mijn meningen en voorkomt dat ik brokken maak. En dat doe ik ook voor haar. Eens moet ik haar loslaten omdat niets voor eeuwig is, behalve de dood. Ik ga en zij gaat; onvermijdelijk. Zo voelt dat bij mij…

Toch knaagt er soms iets aan me. Niet aan het gevoel of ik met Josien de juiste keuze heb gemaakt. Daar heb ik nog nooit echt aan getwijfeld. Ik ben zonder meer de vader van mijn jongens. Ook daar twijfel ik geen moment aan. Wel heb ik me afgevraagd of ik hip genoeg was. Monogaam leven is niet zo hip. Niet zo opwindend. Er werd beweerd dat niet alleen bijna iedereen het voortdurend met een ander doet, maar dat ook een aanzienlijk deel van de kindertjes niet door pappa verwekt is. Mijn vraag aan mezelf: Ben ik niet een beetje saai met dat monogame gedoe van me? De hele wereld bedonderd elkaar, en jij ben de braafheid zelve… Brave Hendrik! Jekkes!

Jeske Hendriks schrijft vandaag in haar ‘Gezond’ column in de Volkskrant over wetenschappelijk onderzoek naar polygamie. Er werd gesteld, en met cijfers onderbouwt, dat mannen vaak hun eigen kinderen niet opvoeden Deze cijfers blijken voort te komen uit onderzoek op mannen die een vaderschapsonderzoek wilden; die mannen twijfelden dus al aan de trouw van hun partner. Nu blijkt er ook onderzoek te zijn gedaan onder een meer representatieve groep mannen en kinderen. De conclusie uit dat onderzoek is, dat het overgrote deel van de mannen juist wel hun eigen kinderen opvoedt en dat mensen grotendeels monogaam leven. Just like me!