Heel binnenkort gaan we een stolperstein leggen voor het huis waar mijn moeder als peutertje met haar ouders woonde voordat haar ouders vanwege racistisch motieven werden weggevoerd naar onzalige oorden. Dat haar moeder, mijn oma, uiteindelijk terugkwam was een wonder. Voor mijn moeders vader, mijn grootvader die de hel niet overleefde, leggen we een stolperstein op de plek waar hij in zijn huis als laatste in vrijheid heeft mogen liefhebben, werken, dromen, slapen en idealen mocht hebben. Dat mijn grootouders terechtkwamen in de hel waar het vuur van verdoemenis dag en nacht hoog oplaaide en waar met extreme consistentie en administratief precisie, één van de grootste misdaden werd gepleegd die de mensheid ooit heeft mogen zien, leggen we even terzijde. Ik wil me liever nu even verdiepen in de mensen die ervoor zorgden dat mijn grootouders hun vrijheid verloren en de mensen die hun naar de poorten van de hel voerden; dat waren namelijk WIJ, ‘hardwerkende burgers’, die vonden dat ze ‘de problemen moesten benoemen’, en daarom geen poot uitstaken om hun medemensen te beschermen of te helpen. Toen het vuur van de hel was gedoofd en we zagen wat ons was overkomen en hen was aangedaan, zeiden we in koor: Dat nooit weer! We zullen nooit meer de ‘hardwerkende burger’ tegenover een luie, van ons profiterende groep mensen zetten. We zullen nooit meer ‘de problemen gaan benoemen’ die we hebben met een specifieke groep mensen die we als anders en een beetje eng ervaren. NOOIT MEER. We wisten dat de ‘hardwerkende burger’ en de ‘problemen die we benoemden’ gewoon racistische leugens waren. Wel heel fijne leugens, want als je die leugens heel vaak tegen jezelf zegt, dan ga je ze geloven en dan voel je je veel beter dan de rest en dat is…heerlijk. Maar een tijdje hielden we vol dat het weliswaar heerlijk was om in die leugens te geloven, maar dat het toch leugens waren en dat leugens niet waar zijn…maar zo verleidelijk om er toch in te geloven…etc.
En toen kwam er een ijdeltuit de politiek in wandelen die zomaar ineens de geur van macht en eindeloze aanbidding rook en die heel goed wist hoe hij alles ten gunste van hem, en hem alleen, kon keren. Hij ging ‘de problemen benoemen’ van de ‘hardwerkende burger’. Goh…dat mag je dus heus weer geloven… Wij weten heus wel dat het leugens zijn, maar we mogen ze weer gaan geloven! Wat heerlijk! En toen werd die ijdeltuit door een ontspoorde idioot door zijn hoofd geschoten. Het hek van de dam… Racisten en fascisten kwamen in het parlement. Het begin van het einde was begonnen en inmiddels schuimt racistisch geteisem door de straten om andersdenkende mensen wel eens even een lesje te leren…
Hoe dan ook, binnenkort leggen we een stolperstein omdat mijn grootouders slachtoffer werden van nazistisch geteisem dat zich in zekere zin door ‘ons’ gesteund voelde, want die ‘hardwerkende burger’ stond tegenover de profiterende woekerjood of tegenover de communistische jood die ‘de hardwerkende burger’ alles wilde afnemen waar hij zo hard voor hard gewerkt. Natuurlijk waren niet alle joden zo…maar ‘je moest de problemen wel kunnen benoemen’, toch?