Tagarchief: racisme

Dag Sinterklaasje…

Het is een vreemde paradox, maar de partij die zich de meest antiracistische partij in Nederland voelt, is in werkelijkheid de meest racistische partij. Terwijl Forum voor Democratie alleen maar terug wil naar de tijd van Bartje en bruin gekookte spruitjes en de tijd waarin iemand met een gekleurde huid in Nederland nog een bezienswaardigheid was, wil BIJ1 dat de vermeende hegemonie van mensen met een blanke huid doorbroken wordt. Bovendien is het in hun gedachtewereld zo dat iedereen die een blanke huid heeft en in Nederland woont, de schuld en ellende meetorst van vierhonderd jaar koloniaal bewind en slavernij. Een partij kortom bij wie je alleen maar schuldeloos bent, en dus meetelt, als je een gekleurde huid hebt. Een partij die zich BIJ1 noemt maar uiteindelijk de wereld juist verdeeld in goede en slechte mensen. Daarbij definiëren ze slechte mensen en goede mensen uitsluitend op huidskleur; racistischer kan het bijna niet. Het theoretische kader komt van Gloria Wekker die jarenlang, zonder tegenprestatie, de onderwijspot heeft leeg gevreten. Een wetenschapper die vindt dat niet elke stelling wetenschappelijk bewezen hoeft te worden als die toevallig in je straatje te pas komt. Een ellendige partij, dus, die heel wat leden herbergt die zonder meer denken dat ze lid zijn van een partij die erop uit is om de wereld te verbeteren; leden die grenzeloos naïef zijn.

Voor zover ik weet was het nog maar kortgeleden dat Quinsy Gario lid van BIJ1 werd. Hij moest meteen een vooraanstaande plaats krijgen in de partij, want hij was door zijn vele televisieoptredens een beroemdheid. De zwarte piet held! Naar verluid had hij in het verleden helemaal niets tegen zwarte piet; het boeide hem niet. Maar als kunstenaar wilde hij eens kijken of hij iets in Nederland teweeg kon brengen. Aldus viel zijn oog op een kinderfeest. Kerstmis verknallen; ach, dat zal menigeen worst wezen, maar Sinterklaas… Dat feest van met natte haartjes ’s avonds bij de schoorsteen liedjes zingen en je schoentje zetten en er een wortel instoppen voor het paard. Niet kunnen wachten om de volgende ochtend op te staan om te kijken wat Zwarte Piet in je schoen gestopt heeft. Dat feest verknallen, dat heeft zelfs effect op de heel erg goedwillende Nederlanders. En zo stonden er ineens tijdens de intocht van Sinterklaas tussen de kleuters met grote verwachtingsvolle ogen en zwarte-pietenmutsen op, een stel klootzakken samen met extremistische naïevelingen, die het hele feest in diskrediet brachten en voor onveiligheid zorgden voor kleine kinderen. Quinsy Gario, die het allemaal op gang gebracht had, moet de tijd van zijn leven hebben gehad.

Maar nu krijgt BIJ1 het lid op de neus. Met Quinsy Gario haalden ze, zonder het te weten, het paard van Troje binnen. Een intrigant tot en met. Uit de partij gezet wegens toxisch gedrag. De communiqués waren tot nog toe nogal vaag (het had niets te maken met #METOO achtige dingen… Ze wilden daar bij BIJ1 niemand schade doen…) Maar nu is het hoge woord eruit; toxisch gedrag. BIJ1 heeft er kennelijk pas nu last van; Nederland als geheel inmiddels al jaren. Dag Sinterklaasje, daaaag, daaaaag, daaaaag, daaaaag, Zw…. Piet.

De slavernijtentoonstelling in het Rijksmuseum een ietsje te woke

De tijdslotjes zijn schaars geworden waarop ik naar de slavernijtentoonstelling in het Rijksmuseum kon. Het werd laat in de middag, op het moment dat het museum doorgaans haar deuren sluit. Daardoor liep ik erg onrustig door de eerste zalen want steeds werd omgeroepen dat het museum ging sluiten en dat iedereen zo snel mogelijk moest maken dat hij met jas en tas richting uitgang ging. Ik had niet meteen helemaal door dat de tentoonstelling laat open zou blijven. Ik wilde zo graag de tentoonstelling zien. Maar waarom eigenlijk? Wat trekt mij zo naar die tentoonstelling? Ik wil me niet schuldig hoeven voelen. Ik wil met eigen ogen zien in het Rijksmuseum dat ik, als wit – en een beetje joods -, persoon niet schuldig ben. Ik wil niet aangewezen worden als iemand die schuldig is aan het uitbuiten, knevelen, mishandelen of verkrachten van andere mensen. Ik wil niet dat ik op grond van de kleur van mijn huid en de plek waar ik ter wereld kwam gezien wordt als een slavendrijver of handelaar. Zelfs niet als profiteur van slavernij. Ik wil het niet. Ik zal er alles aan doen om aan te tonen dat ik niets met slavernij te maken heb. Nooit! Daarom wilde ik de tentoonstelling zo graag bezoeken. Ik wil dat het Rijksmuseum dat bevestigt. In wezen ben ik een goed mens. Ik vind dat je andere mensen niet mag en niet kan bezitten. Niet in Nederland. Het is immoreel om andere mensen te bezitten. Uit de tentoonstelling bleek in ieder geval dat er altijd in Nederland mensen zijn geweest die slavernij immoreel vonden. Ik moet zeggen dat dat één van de dingen is die ik van de tentoonstelling meekreeg. Dus had je mensen die moreel aan de juiste kant stonden en als die mensen bestonden dan betekent dat dat anderen er in principe net zo over dachten maar winst maken belangrijker vonden…denk ik.

Als winst maken belangrijker is dan slavernij dan is slavernij vooral een probleem van het kapitalisme en zijn kapitalisten schuldig (als je al schuldigen kan aanwijzen zo ver terug in de geschiedenis). De trans-Atlantische slavernij kon bestaan doordat een elite geloofde in een kapitalistisch systeem zonder moraal. In de tijd dat burgemeesters van Amsterdam er trots op waren dat ze kapitalen verdienden aan handel met voorkennis ten koste van minder gefortuneerde stadsgenoten, zal het ze een meter aan hun reet hebben geroest over hoe de suiker verbouwd werd in de koloniën. Kapitalisten waren de kleine rijke bovenlaag. Of de rest van de bevolking meer moraal in hun donder hadden, wie zal het zeggen, maar zij kregen niet de kans om iets te ondernemen, en dat pleit ze vrij. Slavernij dus niet als een racistisch probleem, maar als een kapitalistisch probleem.

De tentoonstelling roept kortom heel veel emotie op. Persoonlijk vind ik de tentoonstelling net even iets te ‘woke’ om er iets voor mij van te maken. Het idee om tien mensen die op verschillende manieren met de slavernij te maken hadden, in beeld te brengen, vind ik sympathiek, maar de grote lijn moet je niet vergeten. Ik vind het bijvoorbeeld absoluut niet dat je ‘je straatje schoonveegt’ als je een stevig historisch en ruimtelijk kader schept. Wat is slavernij? Sinds wanneer is er slavernij? Waar vond de slavernij plaats? Wie handelde in slaven (en je dan niet beperken tot de jongens van De Wit)? Wie werden tot slaven gemaakt en waarom? In hoeverre speelde huidskleur een rol in de slavernij? Allemaal vragen die door te focussen op die tien personages veel te weinig aan bod komen maar die wel inzicht hadden verschaft in hoe men toen dacht. Eén van de belangrijkste aspecten van geschiedenis is dat je je leert te verplaatsen in een ander. Een ander die in een andere tijd en ruimte leeft en waar het hele leven anders was. Ik vind dat de tentoonstelling daar erg tekort schiet.

Ook de lijn naar het heden vind ik zwak. In plaats van te focussen op de slavernij die nu nog welig tiert, wordt de focus gelegd op het racisme en achterstelling van de mens met een gekleurde huid nu.

Simone Antangana Bekono – Confrontaties; geen frontale aanval

De roman Confrontaties van Simone Atangana Bekono werd aangekondigd als een boek over racisme. Daar heb je tegenwoordig bij mij al de poppen mee aan het dansen. Ik word meteen opstandig. Dat komt ongetwijfeld doordat ik een blanke, lekker verdienende, redelijk hoogopgeleide, heteroseksuele man ben en als zodanig – ondanks de ‘white privilege’ – de pispaal van de natie. Degene aan wie ze constant uitleggen dat al het kwaad in de wereld zonder meer op mijn conto geschoven kan worden. Dan kan ik zwak roepen dat ik, als halve jood, toch ook best zielig en gediscrimineerd ben…maar nee, dat helpt geen zier. Ik ben de grote, kwaadaardige, witte, bewust of onbewust racistische man en al het onrecht dat de medemens met een kleurig huidje overkomt, dat is mijn en onze schuld. En als mij hetzelfde onrecht overkomt dan heb ik gewoon pech…of zoiets.

Gelukkig ontstijgt de roman ‘Confrontaties’ de denkbeelden van Gloria Wekker en aanstelster Anousha Nzume, de roman is prima te lezen en stelt niet bij voorbaat de schuldigen vast; zoals in de meeste goede romans wordt het interpreteren van gedrag aan de lezer overgelaten. Daarom geef ik mijn zo kort mogelijke interpretatie van de plot meteen hier prijs: Het gaat over een meisje dat in een jeugdgevangenis vastzit omdat ze een jongen zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht. Dat is per ongeluk gebeurd toen twee pestkoppen haar gewelddadig pestte en zij zich verdedigde. Dat de pestkoppen haar huidskleur gebruikten om haar te kwetsen; het had in een ander geval net zo goed rood haar, schele ogen, grote of juist kleine tieten, klein hoofdje of grote voeten kunnen zijn. Aldus werd de boze witte man in mij weer rustig…

Natuurlijk komen er wel wat thema’s langs die vraagtekens zetten achter onze verhouding met de rest van de wereld, maar dat lijkt me alleen maar goed; we moeten onszelf steeds vragen blijven stellen. Hoofdpersoon Salomé Atabong zit opgesloten in een jeugdinrichting die ze zelf de naam de ‘Donut’ heeft gegeven. Het is een gebouw waar je alleen maar rechtsaf kunt, volgens de verteller. Een rond gebouw rond een binnenplaats. Het gebouw is verdeeld in compartimenten. Eentje voor meisjes, de rest voor ontspoorde jongens. Therapie krijgt ze van …Frits (heeft echt niets met mij te maken!). Frits herkent ze van een programma op de televisie waarin een gezin veertien dagen gaat wonen bij een ‘primitieve’ stam in Afrika. De hoofdpersoon wiens vader uit Kameroen komt, heeft moeite met dit gegeven omdat het programma de betreffende Afrikanen te kakken zet. Therapeut Frits blijkt het ook niet eens te zijn geweest met hoe ze geportretteerd werden door het programma. Hij heeft veel door Afrika gereisd en is juist heel geïnteresseerd in Afrika. Gaandeweg de roman bouwen Salomé en Frits een goede therapeutische band op en krijgt ze inzicht in haar positie en gevoelens tussen twee culturen in: Aan de ene kant de Afrikaanse, van haar vader en aan de andere kant de Nederlandse (Zeeuwse) kant van haar moeder.

Veel aandacht wordt besteed aan het haar van Salomé. Haar vader knipt haar haar in een ronde afro. Dat is volgens de verteller het enige dat hij kan. Als je de verschillende haardrachten beschouwd, zou je denken dat haar vader haar rond en gewillig knipt. Aan de andere kant koopt haar vader ook een boksbal voor d’r waarmee ze kan trainen om de pestkoppen de baas te zijn. Als ze tijdens een vakantie hun familie bezoeken in Kameroen, ‘doet’ de zus van haar vader – tante Céleste – haar haar. Ze maakt vlechten die min of meer als de slangen van Medusa uit haar hoofd komen. De wraakgodin. En je zou kunnen denken dat de hoofdpersoon in de jeugdgevangenis is gekomen vanwege een wraakactie. Maar dat is dus niet zo; ze verdedigde zichzelf; dat is wezenlijk iets anders. In de jeugdgevangenis gaat vriendin Marissa haar haar doen; kleine staartjes…begreep ik. De vergelijking met Medusa komt vaak terug en dat vind ik moeilijk omdat ik toch niet helemaal begrijp waarom. Überhaupt wordt er veel verwezen naar de Griekse verhalen. De hoofdpersoon presenteert zichzelf ook als een absolute boekenwurm. Ze wordt op de lagere school absoluut niet te laag ingeschat, want ze krijgt een gymnasium advies. Op deze school gaat het uiteindelijk faliekant mis. Dat ligt onder anderen aan pesten. Ze kan zichzelf ook erg moeilijk beheersen, leren we.

De roman bevat erg veel verwijzingen naar de verhalen uit de klassieke oudheid. Parallellen met het verhaal zijn er doorgaans wel. Het valt mij op dat de auteur met haast losse streken taal de gemoedstoestand van de hoofdpersoon schildert. Soms werkt dat heel sterk. Doordat het vaak losse associaties of herinneringen of gespreksflarden is het aan de andere kant soms moeilijk te volgen; waar zitten we precies? Wat doet de hoofdpersoon? In welke herinnering? En waar? Het maakt het soms wat ondoorgrondelijk.

De roman is zeker goed geschreven. De sfeer is goed getekend en ook de emoties komen vaak goed uit de verf. Toch is het niet mijn meest favoriete roman uit de shortlist van de libris literatuurprijs. Maar om mijn favoriete roman uit dit lijstje voorbij te streven heb je echt wel wat nodig! De roman is in ieder geval geen frontale aanval op deze witte oudere man, en dat voelt als een opluchting!

Forum voor Democratie; the end!

Je had er op kunnen wachten maar nog voordat Forum voor Democratie geheel instortte, kwam Thierry Baudet al met de aantijging dat de verkiezingen van maart in Nederland vast oneerlijk zouden verlopen. Die ontwrichtende beschuldigingen had hij zijn narcistische evenknie in Amerika zien doen dus waarom hij niet ook, moet onze Thierry gedacht hebben. Gelukkig voor iedereen zakte de partij voordien al door haar hoeven; de integriteit van de Nederlandse verkiezingen hoefde niet eens ter discussie gesteld te worden. Baudet vond dat hij de mensen waarmee hij na de verkiezingen een fractie zou gaan vormen in de tweede kamer, moest uitleggen hoe de wereld in elkaar zat. Volgens de leider van Forum voor Democratie wordt de wereld geregeerd door geslepen joden die profijt trekken van alle leed die er op deze aardkloot heerst. Ja, ja; dus vooral van het corona virus. Die akelige joden ook. De antisemitische versie van racisme na tachtig jaar ineens weer terug in de Nederlandse politiek. Kennelijk kwamen velen op dat kieslijstje van Forum ineens tot hun positieven. Kennelijk waren er in hun brein nog voldoende resten moraal en fatsoen over om geheel en al op tilt te slaan. Aldus geschiedde.

Sommigen sloegen helemaal niet op tilt. Wybren van Haga, bijvoorbeeld. De paria. De man die uit de VVD Kamerfractie was gezet vanwege een gebrek aan integriteit. Een Amsterdamse huisjesmelker van de buitencategorie. Hij moet gedacht hebben dat hij langer uit de overheidsruif kon eten als hij zich onvoorwaardelijk loyaal toonde aan de leider. Bovendien wilde hij ook wel de klus klaren om de succesvolle ontwrichting van het wat simpelere volk met behulp van vreemde complottheorieën naar het volgende niveau te tillen. En dus zat Van Haga aan bij onze opper completdenker Lange Frans en filosofeerde over een pedofielennetwerk in de hogere sociaaldemocratische kringen. Machtigen die uit het bloed van kinderen een onsterfelijkheidselixer destilleren. Nee, Lange Frans is niet persé een antisemiet anders had hij wel geweten dat in het oosten de pogroms tegen de joden doorgaans met een beschuldiging begon over bloed van christenkinderen dat gebruikt werd bij de bereiding van hun matzes…

Ach Van Haga, wie maalt er om; een rat die graag rat wil blijven. Maar er is er één die ook geen problemen heeft met het onverhuld racisme van Baudet: Paul Cliteur. Toch een heel ander verhaal dan Van Haga de rat. Paul Cliteur is hoogleraar. Leerde ik van mijn moeder nog dat professor worden toch wel het hoogste was wat je kon bereiken, sinds Gloria Wekker en Roos Vonk weet ik wel beter. En ja, in het rijtje van wetenschappelijke charlatans vind ik ook Paul Cliteur. Zonder blikken of blozen zegt hij dat er veel teveel linkse mensen aan de universiteit werken. Hij vindt dat iedereen die bij de universiteit werkt moet vertellen wat zijn of haar politieke oriëntatie is – waar diegene kortom op stemt – om dat vervolgens te laten meewegen bij de aanstelling. Een onmogelijke inbreuk op het stemgeheim! Bovendien een ongewenste verwarring van wetenschap en politiek. Hij ontpopte zich tot één van de trouwste volgelingen van Baudet. Strijden Vonk en Wekker nog tot het uiterste, Paul Cliteur is daar ook nog eens een slappe lul bij; als het even tegenzit ‘heeft hij er geen zin meer in’.

Zwartkijkers – Herman Vuijsje: Mijn mening maar dan van Vuijsje

Gezien de felheid waarmee racisme en discriminatie besproken wordt, een blik op waar de wind in dit stukje vandaan waait. Hier de kenmerken van schrijver dezes, mij dus: Ik heb een rozige huidskleur (maar ben niet iemand ‘van kleur’). Ik ben hetero, wat ouder, heb een ongezond buikje, verdien meer dan lekker, ben best hoog opgeleid en heb een goj als pa maar een jiddische ma. Ik ben overtuigd sociaal-democraat, vind dat we zuinig moeten zijn op de aarde en hou vooral van pais en vree. Een lekkere discussie ga ik niet uit de weg en ik laat niet over me lopen maar bij het woord racist krimp ik in elkaar. Ik wil geen racist zijn. Ik pas ondanks en dankzij dit alles in de ‘witte’ karikatuur die men op dit moment graag tekent. Een groot deel van de bovengenoemde kenmerken zijn zonder meer ook van toepassing op Herman Vuijsje en, zo zal menig deelnemer aan alle oververhitte racisme discussies ogenblikkelijk denken, daarom vond ik zijn boekje ‘Zwartkijkers’ zo goed. Het is een boekje dat precies in mijn straatje past omdat onze ‘constructen’ en onze ‘narratieven’ naadloos op elkaar passen of op elkaar aansluiten. Een hikje? Vuijsje heeft een jiddische pa en een sjikse ma en dus ben ik volgens de preciezen in de leer veel joodser dan hij. Maar dat is onzin…vind ik.

Het boekje ‘Zwartkijkers’ beschrijft verschillende facetten van de huidige, opnieuw opgelaaide en al snel oververhitte discussie over de verhouding tussen mensen met een roze-achtig huidje (WIT, dus) en iedereen die daarvan ietsjes afwijkt (ZWART, dus). Vaak zijn de mensen uit die laatste groep zelf, of hun ouder(s) of hun grootouder(s) van elders naar hier verhuist. Het boekje bevat grotendeels mijn mening, ik kan dat moeilijk ontkennen, en daarom vind ik het boek een aanrader.

Het boekje beschrijft mijn afkeer van vrouwen als: de over het paard getilde Gloria Wekker, de pedante aanstelster Anousha Nzume en de zelfkastijdende en witte mensen beschuldigende Sunny Bergman. (eigenlijk wel een boel bijvoegelijke naamwoorden…hou ik daar wel van?) Ik moet zeggen dat ik het niet alleen leuk vind om mijn mening te lezen, maar ben vooral content omdat ik het nauwelijks leesbare boek van Gloria Wekker goed begrepen blijk te hebben. Ik was erg bang dat ik haar quasi-geleerde woordendiarree verkeerd las of dat ik de zaken anders voorstelde dan ze schreef. Maar nee, als socioloog – Gloria Wekker beweegt zich op zijn vakgebied dus – leest Vuijsje dezelfde dingen in haar boek als ik. Gloria Wekker promoveert haar eigen ervaringen tot algemeen geldende misstanden. Ze bekijkt de wereld met oogkleppen en ontkomt daardoor niet aan een zeer benepen tunnelvisie. Ze verdeelt de wereld in witte en zwarte mensen zonder dat ze ook maar ergens vertelt wat of wie dat zijn. Ze plant Amerikaanse theorieën kritiekloos en klakkeloos over op Nederland. En eigenlijk kan ik nog wel een tijdje zo doorgaan. Aanstelster Nzume maakt het nog iets bonter; zij zou wel eens even vertellen hoe of wat en het racisme waarvan zij SLACHTOFFER is. De pedanterie en de arrogantie spat ervan af vinden Vuijsje en ik. En Sunny Bergman wil zo graag lief doen dat ze ondeugdelijk wetenschappelijk onderzoek nog veel onwetenschappelijker overdoet en dan ook nog verkeerde conclusies trekt. Vuijsje noemt de drie vrouwen de ‘Schrikgodinnen’. Ik ga daar graag in mee.

Vuijsje geeft in het boek ook zijn mening over de zwarte pietendiscussie. Hij is van mening dat er eigenlijk niets mis is met de figuur van zwarte piet. Zwarte piet zou in de loop der jaren allang niet meer de persoon zijn als waartegen al het protest zich richt. Hij neem het Sinterklaasjournaal als uitgangspunt en, zo vertelt hij, Sinterklaas figureert daar als de domme man die eigenlijk nauwelijks nog zelfstandig functioneert. Zwarte pieten houden de business draaiende. Ze zijn de CEO en de logistieke managers. Sinterklaas speelt nog maar een marginale rol. Ik kan een heel eind meegaan met het verhaal van Herman Vuijsje, maar de zwarte piet-discussie speelt al heel lang. Gerda Havertong vertelde al in de vorige eeuw dat ze last had van de figuur zwarte piet en dat ze daar niet alleen in stond. Wel heeft hij gelijk dat de roetvegen aan de figuur zwarte piet veel verandert. Door de vegen op de roetveegpiet heen herken je de persoon die hem speelt, dat is bij een zwarte piet niet zo. Een deel van de mythe van het Sinterklaasfeest wordt daardoor van haar charme ontdaan. Vuijsje vindt dat jammer. Ik ook, maar ik zie ook de bezwaren. Hoewel…wie heeft er nou precies echt last van gehad van die zwarte pietenfiguur? Mij is dat nog steeds niet duidelijk. Zie hier recente Sinterklaasintochten in Paramaribo en op de Antillen. Onder een overwegend donkere bevolking is zwarte piet no problemo, waarom hier dan wel? Een kind ziet heel duidelijk het verschil tussen een kind met een donkere huid en een zwarte piet. Ik ben daarvan overtuigd. Maar goed, als iemand als Gerda Havertong het zegt, en die staat echt boven elke verdenking, dat zal het zo zijn. Vandaar dat ik wat dat betreft niet helemaal op dezelfde lijn zit met Herman Vuijsje.

Hoe dan ook: Voor wie mijn mening wil lezen, een aanrader; ligt voor een luttel bedrag bij Scheltema in de ramsj!

Akwasi jokkebrokt om het vuurtje op te stoken

Ik doe het zelf ook wel eens. Om het verhaal net even iets lekkerder te maken. Het is dan misschien wel niet helemaal waar, wat ik schrijf, maar toch maakt het de boel leesbaarder. Boeiender. Meestal een klein dingetje, Niemand die er last van heeft, niemand die er erg in heeft. Ik, hoogstens. Ik weet het. De grote lijn van het verhaal is doorgaans echt wel het verhaal. De grote lijn is zeker nooit gelogen. Ik vind dat als je voor een voetlicht treedt – en dat doe ik dus want ik zet mijn stukjes op internet en daar zijn ze voor iedereen leesbaar – dan moet wat ik schrijf waarachtig zijn. Het moet eerlijk zijn.

Akwasi is iemand die de media opzoekt en zich helemaal senang voelt in de schijnwerpers. Hij neemt graag aan discussies deel als het over rassendiscriminatie gaat. Tot grote schrik van alle aanwezigen verklaarde Akwasi onlangs op de televisie dat een vroegere leraar tegen hem heeft gezegd dat hij ‘kankerzwart’ was. Dat hij een erg donkere huidskleur heeft, dat ziet een ieder, maar dat voorvoegsel ‘kanker’ maakt die huidskleur negatief. Door een leraar nota bene. ‘kankerzwart’ en ‘leraar’, die combinatie voelt een beetje gek. Maar toch; Akwasi is iemand met een hoge aaibaarheidsfactor en met ogen die niet kunnen liegen. Dacht ik….

Vandaag las ik het boekje ‘Zwartkijkers’ van Herman Vuijsje. In dat boekje kwam ik opnieuw Akwasi tegen. Een verhaaltje over de rapper. De context van het verhaal is racisme onder mensen met een donkere huidskleur. Akwasi zat op een school in de Amsterdamse Bijlmer en had daar een Surinaamse creoolse juf. Lang niet zo donker als Akwasi. Zij noemde hem ‘bokoe’ en dat is een belediging voor mensen met een donkere huidskleur. Omdat deze jongen van uitzoeken houdt, vond hij al snel het interview met Akwasi waar Vuijsje het over heeft. In dat interview zelfs naam en toenaam van de boosdoenster. Een interview uit 2017 in de Volkskrant. Hij was zo boos op juf B. dat hij van plan was om haar (als hij groot was) op te zoeken en een steen door haar ruit te gooien.

Een jaartje later vind ik dat andere Akwasi-verhaal in een interview met Trouw. Over meester John. Het verhaal waar hij recent ook op terugkomt op de televisie. Het verhaal luidt als volgt: Volgens meester John hoefde Akwasi zich niet te schminken als zwarte piet want hij was toch al kankerzwart. Beledigend en racistisch! En…ook bij meester John was hij van plan om (als hij groot was) een steen door zijn ruit te gooien.

Maar dan ga je je toch dingen afvragen: Had Akwasi in de Bijlmer twee keer een racistische leerkracht? Op regelrechte ‘zwarte’ scholen? Of…is het verhaal verandert in een jaartje; was het eerst een racistische Surinaamse creoolse en is zij zomaar ineens de hagelwitte nazi-meester John geworden? Ik ben gaan geloven in de metamorfose van juf B. in meester John omdat het heel onwaarschijnlijk is dat op scholen in de Amsterdamse Bijlmer meerdere racistische mensen werken. Op zo’n beetje de zwartste scholen in Nederland kan dat gewoon niet kloppen.  Die metamorfose heeft plaatsgevonden in het brein van Akwasi! In werkelijkheid was er alleen maar de creoolse juf B.; zijn oorspronkelijke verhaal.

Het meester John-verhaal gooit olie op het toch al zo oververhitte racisme vuur. Juf B. zou er de angel  hebben uit getrokken, want het zou betogen dat racisme niet alleen maar zwart-wit is.

Ik denk dat Akwasi liegt om de boel willens en wetens op scherp te zetten. Van ‘discriminatie-komt-overal-voor’ maakt hij er een ‘wit-zwart’ verhaal van. Ik neem dat Akwasi erg kwalijk. Akwasi, met de eerlijke hertenogen, is een vervelende jokkebrok!

Slachtoffer van racisme?

Ik liep met een groepje collega’s tussen de middag langs de Amstel uit te waaien. Het was lekker weer. Eén van de collega’s was aan het woord. Hij vertelde dat hij tijdens het weekend met een groep vrienden weg was geweest. Met de mannen op stap. Hij vertelde heel erg enthousiast want het was een leuk weekend geweest. De beurs was leuk maar het oude jongens krentenbrood was nog veel leuker. En hij vertelde dat ze alles samen betaalden en dat dat leuk was en fijn. Maar één van zijn vrienden maakte een foutje en rekende één keer helemaal alleen voor zichzelf af. Die vriend schaamde zich omdat hij even niet één met zijn vrienden was en verontschuldigde zich: ‘Soms ben ik gewoon een jood’ zei hij. Mijn  collega begon hard te lachen: ‘Ja, zeiden we toen tegen hem, je bent echt een vuile Jood.’ Met die herinnering voor ogen schaterde hij het daar langs de Amstel uit. Mijn  andere collega’s lachten met hem mee. ‘Vuile jodenstreek’, zei hij nagenietend… (Ik noem naam noch toenaam)

Wat was mijn reactie? Lachte ik met mijn collega’s mee? Nee, het lachen was mij vergaan. Bij mij liepen tintelingen en rillingen over mijn rug. Een strijd woedde er in mij. Wat te doen? Je weet het gewoon niet. Echt niet. Zelfs mijn bek houden voelde geeneens laf. Kan je nagaan. Perplex? Is dat het goede woord? Eenzaam, zelfs… Je weet niet meer hoe je reageren moet. Het was voor de eerste keer dat ik me zo openlijk geconfronteerd wist met vooroordelen tegen een groep mensen waar ik me mee verbonden voel. Waar ik mee verbonden ben, of ik het wil of niet. Maar aan mij zie je niets. Mijn achternaam noch mijn voornaam doet iets vermoeden; ik ben niet donker, heb geen haakneus ben niet zonder meer voor Israël (meer vooroordelen weet ik even niet te verzinnen), nee niets van dat alles. Zelfs als je mijn broek uittrekt zie je dat mijn pielemoos nog helemaal compleet is en een varken? Die vind ik om op te vreten. En toch, en toch… Volgens de definitie van het naziregime van destijds behoorde mijn ma met haar vier joodse grootouders volledig tot het Joodse ras. RAS, ja. Als mijn moeder vier joodse grootouders heeft, heb ik er op z’n minst twee en dan voel je je verbonden met het RAS van je ma.

De eigenschap gierigheid toekennen aan een groep mensen waarvan men vindt dat ze tot een bepaald ras horen, is racisme. Racisme is fout (zeg ik er maar even bij). Racisme leidt tot haat, dood en verderf en daarvan hebben we met z’n allen afgesproken dat we dat in Nederland niet doen. Het mag zelfs niet eens. Gek genoeg deed mijn collega geen racistische uitspraken, maar antisemitische. Zeg je dat Marokkanen stelen, dan is dat racistisch maar beweer je dat joden gierig of doortrapt zijn, dan is dat antisemitisch. Zelfs wat dat betreft nemen joden een aparte positie in en sorry, dat wil ik niet.

Wat mijn collega deed – de eigenschap ‘gierig’ toekennen aan joden – is puur racistisch. Antisemitisch vind ik een raar woord. Antisemitisch impliceert dat je ook pro-semitisch hebt. Hoe kan je tegen (anti) of voor (pro) Semieten (bedoelen we joden mee) zijn? Laten we het alsjeblieft ‘racisme’ noemen als iemand die met een keppeltje op, door Amsterdam loopt en uitgescholden wordt voor ‘vuile jood’. Van een aparte status voor joden is alleen maar ellende gekomen…

Of…zit er een heel klein wit kleinzielig mannetje in mij dat graag wil zeggen dat hij ook en net zo goed slachtoffer is van racisme?

Ik heb buikpijn, verschrikkelijke buikpijn!

Door al dat racisme gedoe word ik zomaar een rechtse hoek in gedrukt. De hoek waar ik, linkse jongen, niet graag in zit. Ik krijg buikpijn. Ik heb buikpijn. Ik voel me in de hoek gezet waar de klappen vallen terwijl ik aan mijn ‘witte ’ zijn niets kan veranderen. De schuld van de geschiedenis wordt zomaar pardoes op mijn schouders gelegd en mijn politieke vrienden slikken dat voor zoete koek. Ik voel geen bescherming van de kant die mij dierbaar is maar wel van mijn tegenstanders. Dat is toch zuur? Heel erg zuur. Dus begon ik me af te vragen of ik verkeerde dingen denk; of ik misschien zomaar verrechtst ben. Je ziet het, er woedt een strijd in mij. Ik wil niet bij gekkies als Baudet en Wilders horen. Echt niet. Maar juist bij dat racismegedoe hebben ze echt een punt. In Nederland valt juist de hang naar gelijkheid op en dat wordt bewezen door de maatschappelijke onrust die ontstaat als er wordt vastgesteld dat mensen met een verschillende achtergrond verschillend worden behandeld. Voor de overheid moet iedereen gelijk zijn. Daar zijn we in Nederland bijna unaniem over eens en gaat er een dienst over de schreef, dan wordt het al snel een item dat het journaal voor weken beheerst. Neem de kindertoeslagaffaire bij de belastingdienst; het land is te klein. Mensen werden er op grond van hun etnische achtergrond of niet-Nederlandse achternaam uitgepikt. Er wordt zelfs gevraagd om ambtenaren persoonlijk te straffen.

Dat het met racisme wel meevalt, mag ik dus niet zeggen. Ook mag ik niet zeggen dat als je slavernij in historisch perspectief zet, Nederland het, als land, nog niet zo heel erg slecht gedaan heeft. Ook mag ik niet zeggen dat de gemiddelde zeventiende-, achttiende- en negentiende eeuwer in Nederland part nog deel had aan de slavernij en dat zij het druk genoeg hadden om zelf te overleven. Ook lijkt het me uit den boze om te stellen dat een erfschuld niet bestaat; dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor zijn of haar handelen. Ook mag ik geen vraagtekens zetten bij wat nou precies ‘zwarte’ en ‘witte’ mensen zijn. Ben ik wit? Maar ik heb een joodse moeder; moet je eens kijken hoe joden de afgelopen honderd jaar door niet-joden zijn behandeld? Ja, maar de joden waren goed vertegenwoordigd als plantage-eigenaren in Suriname. De kinderen van mijn zusje zijn een slag donkerder dan mijn kinderen; zijn mijn kinderen daders en de kinderen van mijn zus slachtoffers? Het houdt mij verschrikkelijk bezig en het gedoe brengt ons allen geen stap dichterbij elkaar. En ik voel me in een hoek gedrukt waar ik helemaal niet wil zijn. Waarom is zeggen dat witte mensen per definitie uitbuiters zijn, niet racistisch en beweren dat zwarte mensen lui zijn, wel racistisch? Zie jij het verschil?

Iemand drong bij mij voor in de rij voor de kassa. Vond ik niet leuk. Ik zei gepikeerd: ‘Als jij zo’n haast hebt, ga dan maar voor’. Tuurlijk had ik beter mijn bek gehouden, maar soms lukt dat gewoon niet. De man schold me uit en vond dat ik een ‘vuile racist’ was. Ik weet het, ik weet het; één voorbeeld van agressief en uitgebuit slachtofferschap bewijst helemaal niets…

Maar ik heb er echt buikpijn van, geloof mij maar! Ik voel me een oude mopperaar. Je hoort mensen mij me mijn vermeende slavernijverleden verwijten die, mind you, recent uit Afrika gevlucht zijn en hier liefdevol in de gemeenschap zijn opgenomen. Niet alleen hebben ze hier gratis geld gekregen en een dak boven hun hoofd. Ook hebben ze een gratis opleiding gekregen terwijl niemand in hun stamboom tot in de verste verste geschiedenis ooit een bijdrage heeft geleverd aan onze vermeende rijkdom. En slavernij? Kunnen zij last hebben gehad van slavernij. Zeker! Interne Afrikaanse slavernij van Afrikanen onder elkaar. Nergens in de wereld is dat probleem groter. Nu. Op dit moment.

Racisme in Nederland

Met lede ogen zie ik hoe populisten het in Nederland steeds meer voor het zeggen krijgen. Ze hebben de wind mee. Ze presenteren makkelijke oplossingen voor ingewikkelde problemen die na bestudering eigenlijk ook helemaal geen oplossing zijn. Populisten houden van zondebokken zodat ze de schuld van alles wat er mis gaat af kunnen schuiven op groepen die het doorgaans toch al moeilijk hebben. Daarbij lijken lessen uit het verleden helemaal niet te werken. Nu hebben Marokkanen het vooral gedaan. Elke beschuldiging aan het adres van een groep is sowieso fout. Elk individu is alleen verantwoordelijk voor de dingen die hij of zij zelf doet. Erfzonde bestaat niet. Als iemand vraagt aan een tegen Marokkanen opgehitst publiek: Willen jullie meer of minder Marokkanen?  Dan hoef je het woord ‘Marokkanen’ maar te vervangen door het woord ‘Joden’ om een les uit het verleden te kunnen trekken. Maar gek genoeg is het evident dat dat niet werkt. Op de één of andere manier ziet het publiek dat zich tegen Marokkanen laat ophitsen niet de overeenkomst met het nazisme in de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw. Belangrijk is dat het niet om Marokkanen of Joden of Turken of Afrikanen of Chinezen of witten gaat. Dat zijn groepen mensen die kwaad noch goed doen. De individuen waaruit de groep is samengesteld moet je verantwoordelijk houden.

Dat is denk ik de reden waarom ik zo verschrikkelijk boos wordt op mensen die mij voor van alles uitmaken en me van alles in de schoenen schuiven alleen maar omdat ik een bepaalde huidskleur heb. Je kan me daar helemaal mee over de zeik krijgen. Om mezelf tegen dergelijke woedeaanvallen te beschermen heb ik me voorgenomen om mensen die mij om mijn huidskleur veroordelen, compleet niet serieus te nemen. Gloria Wekker, bijvoorbeeld. Ze heeft een racisme-kathedraal gebouwd op een verrot racistisch fundament maar weet het te brengen alsof haar analyse bloot legt wat er mis is. Daarbij heeft ze zich op geen enkele manier gebogen over de basisvragen; de definitie van datgene wat ze zegt te onderzoeken. Ook heeft ze alles genegeerd wat haar hypothese onderuit zou kunnen halen. Een doodzonde in de wetenschap. Maar ze is wel hoogleraar geworden…Dat geeft te denken.

Toch breng ik het op om steeds weer geduldig te lezen wat er nu weer op me afkomt. De Volkskrant van vandaag laat mensen aan het woord die om één of andere manier het idee hebben dat ze in Nederland door witte mensen (mij dus) worden gediscrimineerd. Een jongen bijvoorbeeld die als student iedere keer in zijn rode sportauto werd aangehouden als hij naar zijn studentenflat reed. Het lijkt me logisch dat niet zijn huidskleur of de kleur van zijn sportauto verdacht waren, maar de combinatie student, studentenflat enerzijds en rode sportauto anderszijds; dat matched niet.

De moed zakt me helemaal in de schoenen bij het lezen van het verhaal van de uit Eritrea gevluchte Domenica Ghidei Biidu Widya. Ik voel me racistisch door haar bejegend. Ze legt de slavernijgeschiedenis op mijn schouders en, sorry, ik heb daar niets mee te maken. In de laatste groep mensen die uit Nederland in slavernij werden weggevoerd zat in 1943 mijn oma. Hoeveel mensen heeft Domenica Ghidei Biidu Widya gekend die uit Nederland weggevoerd zijn als slaaf? In Eritrea is slavernij daarentegen een groot probleem alleen zijn witte mensen daar niet schuldig aan…maar Eritreeërs zelf! Misschien moet Domenica Ghidei Biidu Widya zich wat meer op de problemen in Eritrea gaan richten…

Racisme in cijfers?

Ik hou echt van cijfers. Helemaal van cijfers die iets aan moeten tonen. In de Volkskrant van vandaag het aantal mensen dat omgekomen is door politiegeweld in de Verenigde Staten. Dat zijn er 858. Dat is heel erg veel. Helemaal als je weet dat in datzelfde jaar in Nederland 4 mensen zijn omgekomen door politiegeweld. Zelfs als je de Nederlandse en de Amerikaanse doden omrekent naar doden per miljoen inwoners. Zonder meer kan je stellen dat de Amerikaanse politie veel gewelddadiger is dan de Nederlandse. In het staatje dat de Volkskrant overgenomen heeft van de Washington Post is het totaal aantal doden natuurlijk ondergeschikt aan de verdeling van het aantal doden over de verschillende huidskleuren zwart, wit, Latin en overig. Zwart ‘scoort’ 249 doden, wit 405, Latin 163 en  overig 41. Omgerekend naar aantal doden per miljoen inwoners kom je dan voor zwart op 6,2 voor wit op 2,10 voor Latin op 2,7 en voor overig op 0,9.

Doden door politiegeweld in de VS in 2019 verdeeld over huidskleur. Volkskrant 13-06-2020

Met deze cijfers kan je vele kanten uit. Wat nu vooral het verhaal is, is dat het aantal doden met een zwarte huidskleur relatief drie keer hoger ligt dan het aantal witte slachtoffers. Dat politiegeweld dus vooral racistisch geweld is tegen mensen met een zwarte huidskleur. Kan je die conclusie trekken? De eerste vraag: Wat betekent precies ‘overig’ in dit staatje? Aziaten, lijkt me, want die zijn niet wit, zwart of Latin. Overig, lees Aziaten (?), komen het minst om door politiegeweld. Volgens dezelfde redenering die verklaart dat er meer zwarte mensen omkomen dan witte, zou je dus kunnen lezen dat overig (Aziaten?) profiteren van het ‘racistische’ politiegeweld. Hoeveel zeggen deze cijfers over mogelijk racisme onder de Amerikaanse politie? Eigenlijk helemaal niet zoveel.

Een ander aspect zijn de poppetjes in het staatje met een uitroepteken. Dat zijn de mensen die ongewapend bleken. Laten we zeggen, mensen die onschuldig stierven want ze waren ongewapend. Dan kom je tot weer heel andere conclusies. 6,02% van de mensen met een zwarte huidskleur bleek onschuldig, 8,64% van de witte, 8,59% van de Latin en maar liefst 17,07% van de overige (Aziaten?) bleek onschuldig te zijn doodgeschoten. ( Laat dit duidelijk zijn: Ook in Nederland heb je een kans om door politiekogels om het leven te komen als je een bedreiging bent voor de politieagenten doordat je een wapen draagt of ermee dreigt.) Op grond van het percentage onschuldig omgekomen mensen van een bepaalde huidskleur, komt nu juist de groep overig (Aziaat?) er het slechtst vanaf en de groep met de zwarte huidskleur het best. Voor hetzelfde geld zou je aan de hand van bovenstaande gegevens kunnen beweren dat er 30% meer onschuldige witte doden zijn gevallen dan zwarte…

Dan zou je het natuurlijk op etnisch profileren kunnen  gooien; mensen met een zwarte huidskleur worden vaker aangehouden dan mensen met een andere huidskleur. Maar goed, wat zeggen deze cijfers dan nog? Deze cijfers zeggen kortom niet zo heel veel behalve dat er erg veel wapengeweld is in de Verenigde Staten en dat de zwarte bevolking veel door dat geweld om het leven komt. Of dat racistisch geweld is, dat blijkt niet uit deze cijfers.

Op dit moment is er een beeldenstorm aan de gang tegen racisten uit het verleden: Ik ben tegen een beeldenstorm. Niet de domste en de gewelddadigste mensen onder ons moeten bepalen welke beelden er waar staan.