Frits’ jaaroverzicht

De laatste dag van het jaar. De dag van clichés en ik ga er lekker aan meedoen! Vandaag ga ik terugkijken op het afgelopen jaar. Josien en ik hebben zelden zo’n moeilijk jaar gehad. Er is veel gebeurd en veel had ik graag anders gezien andere dingen had ik voor geen goud willen missen.

Ik ben het nieuwe jaar begonnen met een nieuwe huisarts en bovendien definitief als diabetespatiënt. Precies een jaar geleden maakte ik kennis met mijn nieuwe huisarts. Meteen daarna hebben we een kleine kerstvakantie gehouden in de Oude Venen in Friesland.

Aan het eind van januari was ik uitgenodigd door het Nederlands Philharmonisch Orkest om mijn mening te geven over alles rondom de concerten van het Orkest. Was een erg leuke bijeenkomst waar ik veel in kwijt kon. Hoewel…toen ik terug naar huis fietste bedacht ik allerlei zaken die ik nog graag had willen zeggen. Maar zo gaat dat nou eenmaal. Drie dagen later zaten we in het concertgebouw te genieten van een multimedia voorstelling en uitvoering van de Vuurvogel van Strawinsky. Was erg sensationeel.

Op mijn werk was ik halverwege de maand aangesteld als scrummaster.

Een adembenemende tentoonstelling in het Rijksmuseum: De late Rembrandt. De marketing was fantastisch; heel aanstekelijk. De tentoonstelling zelf was om je vingers bij af te likken. Ik heb zoveel schilderijen in het echt gezien! Schilderijen die ik alleen van plaatjes kende. En ook tekeningen. Ik had net daarvoor De Schilder en het Meisje gelezen van Margriet de Moor. Op de tentoonstelling de originele tekeningen!

12 maart naar Parijs met de hele familie! Wat heb ik dat een heerlijk weekend gevonden! Ik kijk er met zoveel plezier op terug. Nauwelijks groepsdwang. Een leuk hotelletje en de onzen deden vooral waar zij zin in hadden. Het bezoek aan het Louvre mislukte, wellicht een stimulans om nog een keer te gaan. Na Parijs…Inpakken want aan het eind van die maand zijn we verhuisd.

Halverwege april kreeg Josien d’r moeder een hartinfarct. De prognose was niet erg gunstig en Josien en ik vroegen ons af of we onze vakantie begin mei moesten afzeggen. Op 25 april overleed Josien d’r moeder en op 30 april hebben we haar begraven. Alles zeer waardig en warm. Haar moederlag mooi opgebaard in haar huisje. Josien d’r verjaardag hebben we nauwelijks gevierd.

De meivakantie brachten we door in Losser en dat heeft ons veel goed gedaan. Het was erg fijn om samen door de grensstreek te fietsen. Dat verzachtte het afscheid van Ank. In juni leek alles weer helemaal in orde te komen met ons. Een fantastische uitvoering van de eerste van Mahler en een matige uitvoering van Lulu van Alban Berg leidde ons stilaan naar de grote vakantie. Op mijn werk rommelde het flink binnen het managementteam van mijn afdeling. Alle teamleiders werden vervangen. Ik had een laatste functioneringsgesprek met mijn oude teamleider. Het ging allemaal prima. Men was erg tevreden over hoe ik mijn rol als scrummaster invulde.

Het grootste deel van de maand juli zaten wij in Frankrijk en Duitsland. Op vakantie. Heerlijk was het. Heel ontspannen. We waren goed in staat om alles op elkaar af te stemmen. We hebben veel gelezen en veel gezien en veel leuke dingen gedaan.

Na mijn verjaardag werd ik geheel onverwacht van mijn functie gehaald en stortte ik in. De wereld werd zwart voor anderhalve maand. De Rosenkavelier was een lichtpuntje halverwege september en de onzen en Josien waren constante lichtpuntjes. Voor de rest was de wereld zonder perspectief. Onze korte vakantie in Parijs was een oase in de dorre woestijn van mijn inzinking. Ik heb me zelden zo slecht gevoeld; zo somber en zo vernederd.

Ik begon met schrijven. Dat heeft me veel voldoening gegeven.

In november ben ik weer opgekrabbeld. Opgekrabbeld in de zin van dat ik weer naar mijn werk ging. Van harte ging het niet en gaat het nog steeds niet, maar het moet maar. Toen besloot Josien dat we wel stuivertje konden wisselen: ik opgekrabbeld en zij plat op haar rug. Op veertien november maakte ze een valpartij die van alles in haar kapot maakte en waarvan ze nog steeds aan het herstellen is.

Zo sukkelden we december binnen. Josien was weliswaar uit het ziekenhuis, maar vlot ging het niet. Eerste kerstdag was erg leuk met de jongens plus aanhang. Heerlijk gegourmet en tot laat in de avond gekletst. Laat ik me daaraan stevig vasthouden en dat als een mooi begin van het volgend jaar zien; om uit te bouwen!

 

Orgelman Mark Schaevers en bezoek aan het Felix Nussbaumhaus in Osnabrück.

Mark Schaevers, Orgelman; Felix Nussbaum Een schildersleven. De Bezige Bij 2014. Uitgelezen op 24 december 2015.

Bezoek aan het Felix-Nussbaum-Haus in Osnabrück op 29 december 2015

Voor het jaar definitief voorbij is, maak ik een eind aan een project. Het heeft lang genoeg geduurd! Ik heb er al een paar keer over geschreven en genoeg is genoeg. De afgelopen twee maanden (!) heb ik het uitstekend geschreven boek Orgelman van Mark Schaevers gelezen. Hij heeft me de ontwikkeling in het werk en de levensloop van Felix Nussbaum leren kennen. Gisteren ben ik naar Osnabrück gegaan om met eigen ogen het werk van Nussbaum te zien. Dit stukje wordt zowel een lees- als een kijkverslag.

Voor november dit jaar had ik eigenlijk nauwelijks gehoord van de schilder Nussbaum. Hij was vluchtig voorbijgekomen, maar me echt in zijn werk verdiept, had ik niet. Dat veranderde toen de shortlist van de ECI-literatuurprijs bekend werd gemaakt. Juist op het moment dat ik me afvroeg wat mijn volgende boek zou worden, maakte men dit lijstje boeken bekend. Daarop stonden twee boeken die ik nog niet gelezen had en die me intrigeerde: De Onderwaterzwemmer van Thomèse en Orgelman Van Mark Schaevers. Het eerste boek heb ik gelezen en is een absolute aanrader. Het tweede boek gaat over het leven van Felix Nussbaum. In mijn ogen is dit boek helemaal niet geschikt voor die shortlist. Het is wel een boek, maar ik vind er weinig literairs aan. Mijn opvatting is dat een goed geschreven journalistiek- historisch werk, niet op de shortlist moet voor een literatuurprijs. Het is goed geschreven, daar wil ik niets aan af doen, maar ik vind het geen literatuur. Wel heeft het boek bij mij voor een interne Nussbaum hype gezorgd. Voor wie dat ook wil, is het boek een aanrader!

Voor een matig snelle lezer zoals ik, is het wel een vrij taai boek. Ik ga meteen ook maar een bekentenis doen; de laatste dertig pagina’s heb ik niet gelezen. Het ging toen nog vooral over de erfenis van Nussbaum. Het opbouwen van een Nussbaum collectie voor het museum. Ik vond dat minder interessant en was toe aan een literaire roman. Het leven van Felix Nussbaum is geen feest geweest en zijn schilderijen stralen geen onvertogen optimisme en geloof in de mensheid uit. Maar met het dichtslaan van het boek, was ik er nog niet. Ik wilde zijn schilderijen in het echt zien. Daarom ben ik gisteren in de auto gestapt en naar Osnabrück gereden om in het Felix Nussbaum Haus zijn schilderijen te bewonderen.

Het is de reis van drie uur waard, kan ik hierbij zeggen. De schilderijen hangen in een speciaal voor dit doel ontworpen museum. De architectuur is zeer bijzonder en de schilderijen hangen er zeer bijzonder. Hoewel je af en toe moet zoeken hoe de tentoonstelling verder gaat, is het zeker een aanrader. Ik heb me (nog) niet verdiept in de architectuur van Liberman, maar veel van de vormen schijnen betekenis te hebben en te verwijzen naar de schilder wiens werk hier tentoongesteld wordt. Ik heb mijn ogen uitgekeken.

In mijn ogen heeft de oorlog en het nationaalsocialisme een genie gemaakt van Felix Nussbaum. Zijn beste werk, het werk waarmee hij uitstijgt boven het niveau van een verdienstelijk schilder, heeft hij gemaakt nadat hij om aan vervolging te ontkomen moet vluchten en het leven als opgejaagde vluchteling gaat leiden. Vanaf dat moment gaat de geniale vonk gloeien. Die vonk gloeide tot aan zijn laatste schilderij. Dat schilderij maakte hij bewust als laatste schilderij. Toen het doek geschilderd was, werd hij opgepakt, weggevoerd en vermoord.

Zowel het boek als de tentoonstelling beginnen niet in die geniale periode, maar daarvoor. Nussbaum zoekt. Hij krijgt een beurs om naar Rome te gaan en daar studies te doen. Maar hij vindt het allemaal niets. Hij wil nieuwe wegen inslaan. Abstracte kunst wijst hij af. Hij zoekt nadrukkelijk aansluiting bij schilders als Vincent van Gogh. Ik vind dat hij er behoorlijk ver mee gaat. Een boeket zonnebloemen bijvoorbeeld; hoeveel dichter kan je bij Van Gogh komen? Maar ook dit portret van een zigeuner vind ik qua sfeer, techniek en kleuren horen bij deze periode.

van gogh-achtig

Wellicht zijn belangrijkste schilderij uit die beginperiode is een schilderij waarin hij het interieur van de synagoge van Osnabrück schildert. Hij heeft zichzelf geschilderd met gebedsmantel over zich heen. Hij kijkt de toeschouwer aan. Volgens de audiotour van het museum schildert Nussbaum hier zijn verbondenheid met het jodendom. Hij voelt zich jood, maar wil verder kijken (het schilderij uit) dan het jodendom. Volgens de audiotour kwamen hij en zijn ouders alleen bij hoge uitzondering naar de sjoel.

Overzie ik de schilderijen uit deze periode, dan zijn ze verdienstelijk terwijl je af en toe een sprankje ziet van het genie dat hij later zou worden. Maar in ieder geval geen volledig abstracte kunst; Geen kunst uitsluitend om de kunst voor hem.

Ook als hij Duitsland ontvlucht en in Oostende neerstrijkt is hij nog zoekende. Hij verkeert daar in het gezelschap van onder anderen James Ensor. Dat brengt (in mijn ogen) de gemaskerde wereld in het werk van Nussbaum. Hier zie ik wel Nussbaum ’s eigen stijl terug, maar de invloed van Ensor is, wat mij betreft duidelijk.

Als Duitsland in 1940 Belgie binnenvalt wordt Nussbaum als Duitser opgepakt en in een kamp opgesloten. Daarna, vanaf het moment dat Nussbaum weer in staat is om zijn penselen op te pakken, lijkt hij overgeleverd aan zichzelf en breekt wat mij betreft het genie door. Hij maakt kennis met de ultieme wanhoop, de opsluiting en de diepste vernedering. Vanaf dat moment lijkt hij zich te realiseren wat hem te wachten staat en schildert hij zijn angst. Onderstaand het schilderij als beeldverslag van zijn opsluiting door de Belgen: De ultieme wanhoop links van zijn hoofd zittend aan tafel. Rechts van hem de vernedering: Om beurten open en bloot schijten. Dood en verderf liggen als kale botten botten op de grond. Prikkeldraad zorgt ervoor dat hij opgesloten zit. Donkere wolken pakken zich dreigend samen. Zelf ziet hij er verwaarloost uit; zijn kleren zijn kapot en hij heeft zich niet geschoren.

WV 249B ABB S 338

Op de jacht op joden en zijn leven als prooi komt Nussbaum later terug met wellicht het beroemdste schilderij; Zelfportret met jodenpas. Een zelfportret met als achtergrond een muur. De geschilderde persoon lijkt ommuurd. Boven de muur een inktzwarte lucht. Een dreigende wolk. Achter de muur een geknotte boom. Alle takken lijken afgezaagd op één na. Die staat nog in volle bloei. Nussbaum kan daar niet meer bij. Ook een mooi huis achter de muur. Dat maakt ook geen deel meer van zijn leven.

Het zelfportret wordt gekenmerkt door een paar dingen die niet kloppen en die dus waarschijnlijk willens en wetens, met een bepaalde bedoeling, geschilderd zijn, werd verteld in de audiotour. De jodenster zit op de verkeerde plaats. Hij was verplicht op de linkerkant en hij zit hier aan de rechterkant. Bovendien zit hij veel te hoog. Nussbaum houdt zijn kraag omhoog, dat maakt de ster zichtbaar. Normaal is de ster bedekt door de kraag. Nussbaum lijkt daarmee te willen zeggen dat hij niets van de ster wil weten. Naar het schijnt heeft hij de ster ook nooit gedragen. Een tweede ongerijmdheid volgens de audiotour, is de pasfoto. Hierop staat hij met een hoed. Dat mag nu niet, maar dat mocht toen ook niet. De hoed zou staan voor zijn menselijke waardigheid. Nussbaum mag dan ommuurd zijn en getekend zijn met een jodenster, maar hij houdt zijn menselijke waardigheid. Ook al pakken de dreigende wolken zich samen voor zijn gevangen lichaam, buiten de muur bloeit hoop.

Self_Portrait_with_Jewish_Identity_Card_-Felix_Nussbaum_-_1943

Hoe mooi en beroemd dit schilderij ook is, het is niet zijn magnus opus. Dat hangt een zaal verder in het museum. Het is het laatste schilderij dat hij maakte en wat mij betreft onbetwist het mooiste; De Triomf van de dood. Erg fraai. Qua afbeelding is het buitengewoon interessant maar ook qua kleurgebruik. Was het in veel van zijn beste schilderijen zo dat grauwe kleuren de boventoon voerden, dit schilderij neigt naar goud. Alles wat mooi was is vernield. De dood speelt op verschillende instrumenten en vertoont verschillende emoties. De trommelslager lacht terwijl de draaiorgelspeler aan wanhoop ten prooi lijkt. In de lucht vliegers. Vliegers vormen eenheden die in formatie vliegen. Vliegers zijn vrij. Ondertussen is de aarde verwoest.

nussbaum overwinneing van de dood

Ik kan niet anders zeggen dan: Lees Orgelman van Marc Schaevers en reis af naar Osnabrück om die prachtige schilderijen te gaan zien!

De helpende hand van Erdogan

Stel, je leven is mislukt. Tenminste op een bepaald moment in je leven, denk je dat. Laat ik een voorbeeld bedenken…Je zit op je werk en wordt bij je baas geroepen. ‘Sorry’, zegt je baas: ‘we vinden je best een geschikte gozer, maar we hebben een betere gevonden dus, ajuu.’ Zo’n dag dus. Je loopt naar huis om aldaar de gemoederen met een stevig glas te verzachten, maar… je huissleutel past niet meer. ‘Sorry’, zegt je geliefde: ‘Je was best een geschikte lover, maar nu heb ik de lover van mijn leven gevonden. Maar…’ voegt je ex-geliefde er nog aan toe: ‘we kunnen best vrienden blijven…’. Zo’n dag, dus.

Dan zoek je de plek waar jouw zelfmoord nauwelijks mislukken kan. De brug over de Bosporus, bijvoorbeeld. Voor ons een eind weg, maar wie zei dat ik het over ‘ons’ had? Goed, je stapt over de reling en terwijl je op het punt staat om je in het peilloze te laten vallen, ga je denken: ‘Is ze het wel waard? Er zijn nog vier miljard andere vrouwen op de wereld…’. Of: ‘Het is maar werk. Het zit een beetje tegen, maar ik heb zo weer nieuw werk gevonden.’ Het zijn clichés, maar wie zegt dat clichés niet helpen? Het resultaat is in ieder geval dat je nog steeds aan de verkeerde kant van de reling van de brug boven de Bosporus hangt en dat je de grote sprong in het ongewisse, nog niet hebt gemaakt…

Wat gebeurt er…van het ene moment op het andere stormen er mannen op je af. Breedgeschouderde mannen. ‘Een belangrijk iemand wil met je spreken’, zegt één van die mannen. Omdat je beleefd bent opgevoed en je daarom luistert in plaats van dat je de reling loslaat, gaat het momentum voorbij waarop je het leven middels een ellenlange duikeling had kunnen verlaten. Gespierde handen grijpen je beet en trekken je het volle leven weer in. Dan zie je dat je ineens ook nog het middelpunt bent geworden van de verzamelde pers die daar kennelijk ook aanwezig was. Wilde je in alle eenzaamheid stilletjes het leven verlaten, ben je zomaar het middelpunt van het nieuws geworden. Zit het tegen, dan zit ook alles tegen.

Sterke armen voeren je naar een grote auto. ‘Als je het doet moet je het goed doen,’ hoor je een stem in de auto zeggen: ‘En heb je het goed gedaan, dan?’ vraagt de stem retorisch: ‘Niet al die kut-Koerden in dat kut-Koerdendorp zijn dood, luillebol. Ik wil Koerden-kadavers, en niets anders dan Koerden-kadavers!’. Je komt niet uit de greep van die mannen en je nadert de auto: ‘Oké, schakel me maar door’, gaat de stem verder: ‘Staat het geld al op mijn rekening? Weet je het zeker? Roep de pers erbij en hou zo’n vluchtelingen bootje tegen!’ Je bent nu heel dicht bij de auto met de stem: ‘Welke pers moet je erbij halen? Die journalisten die ik nog niet opgesloten heb, natuurlijk…’ Erdogan. Het is Erdogan in die auto! Je herkent hem van de tv. Als Erdogan jou in de gaten krijgt, legt hij zijn hand over de hoorn: ‘Momentje’, fluistert hij je toe. Maar dan ziet hij de pers en geeft hij je een hand terwijl hij rustig in de telefoon door praat. Zijn helpende hand…?

Boven de foto in de Volkskrant ‘President reikt onderdaan de helpende hand’. Helpend?

Maar liever hier geen islamieten.

Ik ben uitgenodigd voor de nieuwjaarsborrel van de PvdA. Niet zo gek want ik ben al jaren lid. De vorm van de uitnodiging was opmerkelijk, namelijk een rap fight. Met een tegengedicht werd gereageerd op een gedicht van Theodoor Holman. Holman publiceerde zijn gedicht in zijn dagelijkse column. Hij publiceert zijn column in het Parool en deze is van 18 december. Ik las die bewuste column zojuist…en meteen een paar anderen van dezelfde schrijver. Ik schrijf ook (bijna) dagelijks een column. Vergelijkenderwijs met Holmans column, doe ik het nog niet zo slecht, zag ik. Kan zijn dat ik net wat missers heb gelezen. Kan zijn dat hij juist die columns geschreven heeft in de tijd dat hij in onmin leefde met zijn geliefde, maar wat ik las was niet best.

Ook van Holmans schrijfsel op 18 december kan ik niet blij worden. Hij zet zich neer als mijn politieke tegenstander, maar dat maakt niet uit. Ik verwacht van hem scherpe formulering, heldere logica en humor. Ik hoef niet overtuigd te worden van zijn politieke mening, maar ik wil wel een interessante column lezen. Holmans column is dat niet.

In zijn ‘gedicht’ somt hij steeds vier soorten mensen(?) op om vervolgens te zeggen dat hij hier liever geen islamieten wil. Holman schrijft: ‘Geef mij maar 60.000 joden. Of 60,000 christenen. Geef me 60.000 kinderen. Of 60.0000 atheisten. Maar liever hier geen islamieten.’ Over het lijstje wat hij wél schijnt te willen, heb ik lopen nadenken. Is dat een raadseltje: Wat hoort er in het rijtje niet thuis? Wat doen die ‘kinderen’ daartussen? Wil hij islamitische kinderen dan wel hier? Onduidelijk en niet logisch. Zit geen rijm in, geen ritme en geen vuur. Net zo opwindend als een miezerige zondagmiddag…

De volgende opsomming maakt het alleen maar erger: Hij heeft liever homo’s, hoeren, zwarten en gelen (hier? Of ergens anders?), dan dat hij hier islamieten heeft. Sjonge, zo slap heb ik het zelden gegeten. Dat kunnen we wel beter…Wat dacht je van: Geef me hoeren, geef me boeren, geef me tieten geef me bieten maar rot op met islamieten! Die zit! Ook geen logica, maar wel ritme, rijm en vuur! Geen logica is wel een probleem, want Holman beweert: ‘Mijn wapens zijn de logica en de rationaliteit’. Dat zie ik in zijn gedichtje nou ook niet direct terug.

Theodoor Holman zegt: Geef me 60.000 Fred Teevens. Maar liever geen islamieten. Laten we daar even op herkauwen. Het standpunt over islamieten lijkt me duidelijk; weg ermee! Wie of wat ze zijn, maakt niet uit: weg ermee! Het standpunt over Fred Teeven… Onze crimefighter heeft een grote crimineel vier miljoen gegeven, blijkt uit onderzoek. Teeven heeft vier miljoen wit gewassen. Wat is nu precies Holmans standpunt? Wil hij dat georganiseerde criminaliteit gelegaliseerd wordt? Geen subsidie naar de muziekschool maar wel naar de bv Holleeder?

Holman zegt te gaan strijden met zijn wapens: Logica en rationaliteit… Van die strijd tegen de islamiet verwacht ik weinig. Als logica en rationaliteit zijn wapens zijn (gelukkig noemt hij geen humor!), dan zie ik de strijd somber voor hem in. In eerste instantie dacht ik aan een strijd als Don Quichot… maar de strijd van de ezel van Sancho Panza komt wellicht dichter in de buurt.

PvdA…zo’n tegengedicht in een uitnodiging; ik hou daar eigenlijk niet van. Hoe goed bedoeld ook.

Boudewijn de Groot

Muziekhelden die ik had toen ik zestien was, staan, inmiddels bejaard, nog steeds op het podium. Velen proberen nog steeds de viriliteit en jeugdige onbevangenheid uit te stralen die ze destijds hadden en waarmee ze een rolmodel voor mij waren. Opvallend is dat deze bejaarde muzikanten ook een jonger publiek trekken dan de fans van de eerste dagen, maar het blijven opa’s en oma’s op de bühne. Terwijl ze hun leven achter zich hebben zingen ze over hun eerste verliefdheid. Zingen ze over de onrechtvaardigheid van de wereld of zingen ze over de oude generatie waartegen ze zich afzetten. Vooral dat laatste is opmerkelijk want de generatie waartegen ze zich afzetten, is dood of hoogbejaard. Ik wil maar zeggen…

Dit jaar overleed Armand, Een ietsje over de zeventig, was hij. Dagelijks klom hij het podium op om zijn ongenoegen te bezingen. Om zijn burgerlijke ouwelui de waarheid te zeggen. Eén hit heeft hij gehad. ‘Ben ik te min’ (ben ik te min omdat je ouders meer poen hebben dan de mijne). Dat zong hij, schijnt het, dagelijks. Inmiddels hebben de ouders van zijn toenmalige vriendinnetje niet zoveel mening meer…

Hoe zag Armand eruit…Immer gekleed in hippiekleding. Een gigantische roodgeverfde pruik omkranste een oude mannengezicht. Boven die pruik een dikke rookwolk van een stevige joint waarmee hij de gevestigde orde liep te choqueren (sjokkeren?). Hij is dus niet meer, dit wandelend stuk anachronisme.

Ik weet niet of ik het leuk vind of genant die opa’s en oma’s (maar vooral opa’s) op het toneel die hun lang vervlogen jeugd proberen te rekken tot in het onmogelijke. Gisteren een documentaire op de televisie over het afscheidsconcert van Boudewijn de Groot. Op zijn zeventigste verjaardag nog één keer een concert waarop hij zijn oude hits ten gehore zal brengen. Daarna is het over en uit en zal hij ze nooit meer zingen. Ik denk dat dat verstandig is.

Ik had een dubbelelpee van Boudewijn de Groot. Compleet grijsgedraaid heb ik ze. Ik heb de inhoud van deze dubbelelpee proberen op te zoeken, maar alle nummers in de volgorde zoals ik ze het herinner, kan ik niet vinden. Op mijn veertiende hoorde ik ‘Een meisje van zestien’ en begreep het probleem niet helemaal. Verder vond ik Verdronken Vlinder, Prikkebeen en de Reiziger fantastische nummers. Het Land van Maas en Waal, daar had mijn opa een singeltje van. Mijn literaire-cultureel-geschoolde-Neerlandicus-opa. Doordat hij dat singeltje had, was Boudewijn kosher voor mij!

‘Testament’, had een speciale betekenis voor me. Daar heb ik nogal op lopen zwijmelen toen ik zo rond de achttien was. Gisterenavond. De inmiddels zeventigjarige Boudewijn de Groot:

Na tweeëntwintig jaren van mijn leven

Maak ik een testament op van mijn jeugd

Niet dat ik geld of goed heb weg te geven

Voor slimme jongen heb ik nooit gedeugd

 

Inmiddels zijn zijn kleinkinderen de tweeëntwintig al gepasseerd; ik kan me voorstellen dat hij deze liedjes niet meer wil zingen. Ik heb ervan genoten maar zijn platen draai ik niet meer. Als ik toevallig een liedje hoor, dan spits ik mijn oren en luister ik…dat wel. Verder heb ik zijn liedjes opgeborgen bij alle andere leuke herinneringen die ik heb.

Boudewijn de Groot is net geen anachronisme geworden, vind ik.

Kerst 2015

Madonna met kind. Waar ik ook kwam, ik heb haar gefotografeerd. In Teheran en in Noorwegen; In Amsterdam en in Santiago de Compostella. Eigenlijk een flauw en makkelijk beeld; moeder met kind. Het roept bij iedereen warme gevoelens op omdat iedereen een moeder heeft en iedereen ooit dat kind geweest is. Speciale verering van het beeld in religie. Een absoluut vruchtbaarheidssymbool en een symbool van hoop.

Met zo’n sterk beeld houdt de beeldende kunst zich bezig, uiteraard. Ik zou wel eens willen weten wat het meest afgebeelde icoon is, wereldwijd… Ik denk dat de moeder met kind dan hoge ogen gooit. Omdat ik er wel een beetje naar op zoek was, heb ik vele geschilderde, gefotografeerde, uitgesneden of uitgehakte moeders met kind bekeken. Je zou zeggen dat men altijd op zoek gaat naar de absolute schoonheid. Dat men zoekt naar de mooiste jonge vrouw van het dorp en de liefste baby. Dat men die twee tezamen vereeuwigd. Dat zou je toch denken. Dat is niet zo. Dat heeft mijn persoonlijke, absoluut niet wetenschappelijk verantwoordde, onderzoek aangetoond. Als de moeder mooi is, dan is het kind lelijk; als het kind mooi is dan is de moeder afstotelijk.

Uit mijn flutonderzoek blijkt dat kunstenaars veel vaker een mooie vrouw konden vinden dan een mooie baby. Mijn verklaring is als volgt: Met de moeder wordt doorgaans Maria, de moeder van Jezus, verbeeld. Wat is over haar bekend…Ze was jong en zwanger geraakt zonder dat ze de liefde had gesmaakt. Bovendien lijkt ze van eenvoudige komaf. Jonge vrouwen van eenvoudige komaf die nog nauwelijks van de liefde hebben geproefd waren vroeger minder zeldzaam dan nu. Wellicht moet je die nu meer in Islamitische kringen zoeken… Kortom, door de eeuwen heen, knappe meisjes genoeg!

Maar nu het kind. Daar zit natuurlijk een veel groter probleem. Uit die baby zou Jezus groeien. Dat wil je er als kunstenaar alvast inleggen, vermoed ik zo. Dat betekent dat er in het babygezichtje een wereldwijsheid van ongehoorde grootte moet worden gelegd. Datgene dat een pasgeborene uitstraalt, namelijk de volkomen onschuld, dat vloekt nogal met Gods allesomvattende wijsheid. Hoe verbind je die twee nou precies? Daarom dat je vaak een ouwelijk koppie ziet op een wollig babylijfje. Geen gezicht dus!

Deze volmaakte dame kwamen we tegen in het musee d’Unterlinden in Colmar. Niet afgelopen jaar, want toen werd het museum verbouwd, maar tijdens onze vakantie van 2012. De moeder heeft een prachtig sereen koppetje. Echt een mooie meid om te zien. De kunstenaar wist vermoedelijk meteen wie hij wilde laten poseren voor zijn beeld; het mooiste meisje van het dorp. Toen moest hij er nog een kind bij snijden. Het lijf van een baby met het gezicht van…de burgemeester? De Priester? Wie zal het zeggen.IMG_1204

Fijne Kerst!

Goede herinneringen aan ‘De Prooi’

Gisterenavond heb ik het eerste deel van ‘De Prooi’ gekeken. Dat eerste deel gaat over de top van de ABN-AMRO-bank in de periode dat ik er werkte. Grappig genoeg komen er zaken voorbij in de serie, die in werkelijkheid ook vlak langs mij scheerden. Ik ben nooit bezig met de echte handel en wandel van een onderneming; ik sta altijd ten dienste van de handelaars en wandelaars; ik maak of onderhoud software om hun werk te ondersteunen. Ook toen ik bij ABN-AMRO werkte.

Voor automatiseerders was die tijd trouwens absoluut goud. Iedereen die een ietsje helder uit zijn ogen keek en minstens een hbo-diploma had, werd de automatisering in gelokt. Zo kreeg ik twee net afgestudeerde theologen als collega’s; in opleiding voor programmeur… Bij ABN-AMRO heb ik software herbouwd. Op nieuwjaarsdag 1999 was ik aan het werk om alle Lires, Marken, Franken en guldens om te zetten naar euro’s in onze software. De euro kwam twee jaar eerder voor de effectenbeurzen. Het jaar daarop werkte ik trouwens ook op Nieuwjaarsdag. Toen was het de bedoeling dat we alle software weer aan de praat kregen nadat de millenniumbug had toegeslagen. Die sloeg niet toe; maar het was wel een gezellige dag. Ik heb veel leuke dagen gehad bij de ABN-AMRO.

Enkele weken na de millenniumbug die niet toesloeg, kregen we World Online; dat was een drama dat wel toesloeg. Ik werkte destijds op een afdeling die een administratieve eenheid moest ondersteunen. Deze administrateurs handelden alles af wat de heren (en enkele dame) in de dealingroom voor elkaar kregen. De dealingroom was een heilige plek binnen het hoofdkantoor van ABN-AMRO aan de Foppingadreef in Amsterdam. Ze groot als een voerbalveld met een enorme wereldkaart op de muur. En lichtkranten van diverse nieuwszenders. Een wereld apart. In die dealingroom werd handelgedreven in aandelen en alles wat afgeleid was van aandelen. Vervolgens kwamen die deals terecht bij de afdeling waar ik voor automatiseerde. Daar werd gekeken of de klant al betaald had, of dat er betaald moest worden. Daar werden rapportages gemaakt over de winst en het verlies. In die periode voelde ik me heel erg rijk; met heerlijke zonen en vrouw en een leaseauto. Weliswaar op driehoog in de Lomanstraat, maar je voelde dat dat ook binnenkort zou veranderen…

Op een dag ging mijn manager naar een andere afdeling. Vond ik jammer, want ik kon erg goed met hem overweg. Gelijktijdig met de wisseling van managers op mijn afdeling, werd Rijkman Groenink de hoogste baas van ABN-AMRO. Mijn nieuwe manager vertelde enthousiast over de toespraak van Rijkman Groenink…Alles zou anders worden; het gezapige leven was voorbij. We moesten weer winst maken. Toen ik dat hoorde wist ik dat ik weg wilde bij de bank. Geen zakelijke overwegingen, maar de sfeer beviel me niet meer. Op de één of andere manier had ik het eerste deel van ‘De Prooi’ al voorzien toen het werkelijke drama zich aan de top nog aan het ontrollen was.

Het eerste deel van ‘De Prooi’ laat een ontluisterend beeld zien van de top van de bank in de periode dat ik er werkte. Ik heb daar zelf niets van gemerkt. Ik heb alleen maar goede herinneringen aan ‘De Prooi’. Dat is zo gek om te constateren…

Boeken lezen

Ik doe zo mijn best, maar het lukt niet. Het lukt me voor geen meter om de Nederlandse literatuur bij te houden. Elke dag verschijnt er wel een boek dat ik zou willen lezen, maar ik moet keuzes maken. Het lukt me maar matig om het allerbeste te lezen. Boeken waarover consensus bestaat dat het een goed boek is. Die roman van Jeroen Brouwers bijvoorbeeld; nog niet gelezen terwijl hij de ECI-prijs gekregen heeft. Ondertussen is er een nieuwe Van der Heijden uit. Die zal ik eerder lezen dan Jeroen Brouwers. Dan is er nog de verfilming van een nog ongelezen roman van Thomas Rosenboom in de bioscopen gaan draaien en voor ik de film ga zien wil ik de roman gelezen hebben. Sjonge, ik heb een zwaar leven!

Ik kom te weinig aan lezen toe. Misschien moet ik daar wat aan doen. Maar dat betekent dat ik iets anders moet laten. Op dit moment ben ik nog steeds bezig in De Orgelman van Mark Schavers. Zal ik het dichtslaan of niet? Inmiddels is de schilder Feix Nussbaum overleden in Auschwitz. Zijn vrouw Felja Platek ook trouwens; die ging een ietsje sneller dood, las ik. Ik heb gelezen hoe langzamerhand de economische waarde van Nussbaum’s schilderijen toenam en de collectie terecht kwam in Nussbaum’s geboorteplaats Osnabrück. Nu gaat het over zijn schilderijen. De intriges. De slaatjes die geslagen worden. Kortom…over geld.

Waarin ik Felix Nussbaum vind afwijken van andere joodse kunstenaars van die periode is de enorme angst die uit zijn werk spreekt. Niks geen triomf en overgeven aan de dood. Ik moet erg denken aan Charlotte Salomons. Zij werd meer dan twintig jaar geleden ineens een hype. Gelukkig niet helemaal weggeëbd. Dat was ook in de periode dat Etty Hillesum hoog op de bestsellerlijst stond. Beide vrouwen beleefden een soort hoogtepunt op het moment dat ze weggevoerd werden. Ook zij kwamen nooit terug. Ik kan me nog erg goed de tentoonstelling van de schilderijen van Charlotte Salomons herinneren. Die werd destijds in de Waag van Amsterdam gehouden. Ze schilderde haar memoires. De zelfgekozen dood van haar familieleden, haar ongelukkige liefdesleven in het besef dat aan haar leven een snel einde zou komen. Daarna gaf ze zich in triomf over. Frans Weisz verfimde haar geschilderde leven; een film die mij heel sterk is bijgebleven. Echt een mooie film. (Birgit Doll speelde Charlotte. Ik lees net dat deze actrice twee maanden geleden is overleden…)

Diezelfde triomf voelde ik bij Etty Hillesum. Een hyperintelligente vrouw die alle mogelijkheden had om onder te duiken. Dat weigerde ze categorisch. Ze wilde haar droevige lot drinken tot de laatste druppel.

Bij Felix Nussbaum geen triomf. Hij schilderde de cocon waar hij in zat. De cocon die Angst heet. Hij wilde overleven maar wist dat dat niet ging lukken. Die vertwijfeling maakt zijn werk zo verschrikkelijk boeiend.

Ik ga het laatste stukje van de Orgelman overslaan en het boek dichtklappen. Publieke Werken; daar ga ik aan beginnen. Ik moet het boek gelezen hebben voordat de film uit de bioscoop gaat!

Knokploegen van de PVV

Gisteren reageerde De Volkskrant op mijn column van eergisteren (ik heb een positieve kijk op mijn lezersaantal en invloed! Dat is duidelijk). Schreef ik eergisteren dat het een schande was dat een wereldschokkend bericht ingeklemd tussen twee advertenties in een minirubriekje op pagina vijftien was gezet, gisteren stond het met foto en al op de voorpagina. Duidelijk werd dat een deel van de inwoners van dorpje Pannerden net zo geschokt waren als ik over wat zich daar had afgespeeld. De foto toonde ook wat de bom had aangericht. Ik had het dorp een ‘kutdorp’ genoemd. Dat was niet erg genuanceerd van mij.

Ik vraag me af of het hier om een politieke actie gaat. Een extreemrechtse provocatie. Is er zich rond de PVV een militante tak aan het ontwikkelen. Een militante tak die vanuit de politiek wordt gestuurd. Ik kijk zo naar de foto’s in de krant van gisteren… De foto van het briefje dat de bommengooiers achterlieten. Over dat briefje is nagedacht. Zwakbegaafde pubers in een klein dorp spuiten een hakenkruis op de muur of kalken een kreet: ‘Negers eruit’. Dat achtergelaten briefje, daar is over nagedacht. Iemand is achter de computer gaan zitten en heeft een foto van Geert Wilders geselecteerd. Geert Wilders die ‘de Nederlandse neppolitici eens goed de waarheid zegt’, zo te zien. Vervolgens heeft hij (waaruit maak ik op dat het een hij is?) leuzen bedacht. Leuzen die het gooien van de bom een doel geven: Blank is beter, eigen volk eerst!!! In de tweede leus zowaar een moeilijk woord. Zonder spelfouten. En de derde zin, de derde zin is een duidelijke bedreiging.

De bom is gegooid door mensen die in Wilders hun Heiland zien. Ze geven aan dat ze handelen in de geest van Wilders. Wilders zegt, volgens de bommengooiers, dat blank beter is (dan niet blank) en dat het eigen volk eerst (aan de beurt is?). Ze leggen Wilders in de mond dat hij vindt dat allochtonen weg moeten van hier (Nederland of Pannerden?). Tot slot laten ze Wilders zeggen dat (het gooien van een bom naar een slapend en nietsvermoedend gezin in een saai dorp als Pannerden) pas het begin is. Als ik dit allemaal als politicus in mijn mond gelegd krijg terwijl het verbonden is aan zo’n aanslag, dan zou ik de pers bij elkaar roepen en verklaren dat ik er helemaal niets mee te maken heb en dat ik de actie afkeur, en dat de bom door een stel criminelen gegooid is. Afstand nemen van de terreuractie dus.

Vandaag werd Wilders’ reactie openbaar gemaakt. Een tweet. Bij een tweet krijg je geen vragen en hoef je niets te beantwoorden; is dus de favoriete manier van Wilders om met de pers te communiceren. ‘Politiek en pers kunnen de rambam krijgen. Neem zelf lekker afstand van jullie lafheid en verraad van Nederland aan de islam. Sukkels.’

Ben ik een doemdenker? Ik zie op dit moment een militante tak opstaan van de PVV. Goedgekeurd door de PVV. Volgers van de PVV. Een soort SA maar toch anders… Knokploegen van de PVV!

Pannerden

Ik ben over de Rijndijk aangekomen. Links moerasbos. Tenminste daar lijkt het op. Natuur, veel natuur. Wijds ook. De Rijndijk zou het dorp moeten beschermen tegen hoogwater in de Waal. Maar zoals het er nu uitziet, denk je daar niet aan. Als stadskind herken ik vakantiegebied en rondom mij ontvouwt zich ‘rustig aandoen’ en ‘we doen wat we leuk vinden’; niets moet en alles mag! Vers brood halen bij de dorpsbakker. Dan nog even naar de supermarkt. Eigenlijk een te kleine supermarkt om je wekelijkse boodschappen te doen, maar zo in de vakantie, dan gaat het wel voor een dagje want zoveel heb je niet nodig.

Rechtsaf gaan we bij de Kerkstraat het dorp in. De dijk af. Tegenover de kerk een gordijnenwinkel, een cadeaushop (wie vindt daar ooit iets leuks voor een ander?) en een wasmachine reparatiebedrijf. Je hebt lekker vaart gekregen door die dijk dus je hotst en knotst over de verkeersdrempels en de steentjes linksaf om de kerk over het Dorpsplein. Langs een idyllisch kerkhofje met nog maar een paar graven. Maar die zijn dan ook erg oud, zo te zien. Kennelijk wilden ze die graven niet ruimen, of ze konden het niet. Zou je eens moeten onderzoeken…als je tijd en zin hebt…

Daar is het eerste doel al van het tochtje; de bakker. Twee croissantjes en drie pistolets en een half gesneden bruin. Vers ontbijt en lunch. Ook taartjes? Het is toch vakantie?

Zonder taartjes (sjonge wat verstandig!) ook nog even naar de drogist naast de bakker; wie had op zulk mooi weer gerekend in Nederland. Klein flesje zonnebrand is toch wel verstandig. De zon begint nu al te branden terwijl het nog zo vroeg in de morgen is. We gaan weer verder en daar is de Duo markt. Naast de slager. Op het supermarktpleintje parkeer je je fiets. Je kijkt rond. Een dorp als een wit gestreken tafellaken. Een fysiotherapeutenpraktijk in een kast van een huis. Kinderen kunnen met hun driewieler overal rijden. Verkeersdrempels en strategisch geplaatste paaltjes beschermen ze tegen het verkeer. Beetje saai, eigenlijk wel. Een dorpje in een uithoek van Nederland…

Maar…het is een afgrijselijk dorp! Pannerden. Ik ben met behulp van Google street view door dit dorp heen gefietst. Mij zullen ze er voorlopig niet in het echt zien. Dat we van dit kutdorp nog nooit gehoord hebben komt door de pers. Die vinden het niet belangrijk genoeg als een gezin uit Somalië wordt geterroriseerd. In dit dorp! Met vuurwerkbommen zijn delen van het huis vernielt. Het huis is beklad. Bedreigingen en foto’s van Wilders zijn achtergelaten. Drie kinderen en de moeder waren thuis. De drie meisjes lagen te slapen. Hoe moeten zij zich voelen? Bedreigd in je eigen huis! Waarom is zo’n aanval geen voorpaginanieuws?

In de Volkskrant van gisteren op pagina vijftien een miniberichtje ingeklemd tussen twee advertenties. Schande!