Ontspannen in Geesbrug

We zitten nog even in de tuin van ons vakantieverblijf in Geesbrug. Nooit van gehoord? Nou, wij ook niet. Het ligt in de buurt van Gees en Oosterhessele en de dichtstbijzijnde grote plaats is Hoogeveen. Daar heb ik afgelopen Hemelvaartsdag boodschappen kunnen doen. Doorgaans moet je voor tien uur ’s ochends uitchecken op de dag van vertrek uit je vakantiewoning, maar dit is een godsdienstige streek en het is zondag dus de beheerster kwam naar ons toe en vertelde ons dat we zelf maar moesten weten hoe laat we vertrokken. Vandaag werd er toch niet schoongemaakt. En omdat het mooi weer is en we thuis alleen op het balkon buiten kunnen zitten, was onze keus al snel gemaakt. Maar dat bracht ons ook meteen in wat problemen omdat we vaak weekenden weg gaan en dan zo’n beetje een vast patroon hebben van inpakken en wegwezen. Maar nu zitten we dan toch eindelijk lekker in de tuin. Mijn voeten in slippers. Lekkere blote benen in de schaduw van wat krentenboompjes. Om ons heen een vogelconcert van jewelste. Heel af en toe komt er een vliegtuigje over. Verdere menselijke activiteiten zijn nauwelijks te horen. De regenbui die vannacht over onze bungalow trok zien we als waterdamp opstijgen. Onze fietsen staan keurig in het gelid. Josien maakt de eindopdracht voor haar zoveelste opleiding en ik type dit stukje.

Gisteren moest Josien ineens hard werken voor haar opleiding. Ze had een mailtje gekregen dat ze alles toch echt aanstaande maandag (morgen, dus) ingeleverd moet hebben. Dat was onverwacht omdat alles een weekje was opgeschoven. Behalve dus kennelijk dat inlevermoment. Daarom mocht ik gisteren helemaal zelf beslissen wat ik ging doen. Fietsen natuurlijk. Ondanks de titanenrit van eergisteren naar Kamp Westerbork (dat dus nog zo’n slordige vijftien kilometer van dorp Westerbork afligt), had ik wel weer zin in een lekkere tocht. Orvelte was het doel. Er zou daar een soort van openluchtmuseum zijn. Eén van de musea waar ik het meest naartoe ben geweest is het Openlucht Museum in Arnhem. Een Openlucht museum maakt mij meteen enthousiast. Ik waan mij graag in het verre verleden. Geen Internet, geen auto’s, geen…nou ja, van alles niet.

Ik fietste naar de dichtstbijzijnde fietstochtknopenpuntkaart en stippelde mijn route uit. Dwars door een stukje Drenthe. Het was warm, gisteren, heel erg warm. En er stond een harde droge wind. Volkomen verdorst kwam ik aan in Orvelte. Helaas voldeed er niet veel aan mijn verwachtingen. Het dorpje was vergeven van de dagjesmensen. Een hoop oude boerderijen die qua uiterlijk wel bijzonder waren, maar waar je niet in kon en er ook verder niets mee kon. Wat winkeltjes die zogenaamd ambachtelijke streekproducten verkochten, maar die ‘made in China’ waren. Orvelte vond ik geen succes. Maar dat maakt allemaal niet uit, ik zit hier zo verschrikkelijk rustig. En de vogels zingen. Menselijke activiteiten zijn nauwelijks waar te nemen. Als ik het bungalowpark afloop en even naar links wandel, kom ik bij een ven met wat bomen. Er nestelen een paartje ooievaars en verderop staat een dode boom. Lepelaars zitten erin. Ik weet het vrij zeker hoewel je het niet goed genoeg kunt zien. Het is hier zo verschrikkelijk ontspannend rustig. Straks stappen we weer in de auto en nemen we vanzelf weer deel aan het leven, maar nu nog even niet.

Bezoek aan kamp Westerbork

We zijn al een paar keer in het voormalig kamp Westerbork geweest. Als we in de buurt zijn, dan gaan we er kijken. Vooral het bezoekerscentrum. Dat fungeert min of meer als museum. Ondanks de koffers en de wanhopige briefjes van de voormalige bewoners die er zijn tentoongesteld wil het voor mij maar geen voorgeborchte van de hel worden. Dat was het natuurlijk wel. De bewoners van destijds beseften dat je vanuit Westerbork pas echt de hel zou betreden. Daarom wilden ze zo graag in Westerbork blijven. Ik denk dat de bewoners van Westerbork niet wisten wat er zou komen als ze in de goederenwagons werden geladen, maar dat ze het wel voelden. De mensen moeten gevoeld hebben dat na Westerbork het einde naderde. Je moet wel erg je best doen en jezelf voor de gek houden om het verhaal van werkkampen in het Oosten te geloven. Wat gingen al die kinderen en bejaarden daar dan doen? Die gingen daar toch ook heen? Daarom ligt in Westerbork de nadruk niet op de bevrijding van Westerbork, maar op zo lang mogelijk blijven in het kamp. Zorgen dat je een baantje had binnen het kamp zodat je onmisbaar werd en ze je niet op transport stelden. Misschien dat dat de reden is waarom Westerbork maar niet de gevangenis wil worden die het wel degelijk was.

Gisteren fietsten Josien en ik erheen. Nog nooit waren we er op de fiets geweest, altijd met de auto. Vanaf ons vakantieadres leek het makkelijk te doen. Westerbork ligt zo’n vijftien kilometer van ons vandaan. Maar wat we ons niet beseften was dat men kamp Westerbork in the middle of nowhere plande. Ver weg van de bewoonde wereld. Het dorp Westerbork is niet het einde van de wereld; dat is een pittoresk stadje in Drenthe. Geen afgelegen plek. Daarom situeerde men het kamp nog een behoorlijk eind buiten Westerbork. Dus moesten Josien ik nog zo’n slordige vijftien kilometer fietsen om kamp Westerbork te bereiken.

Het bezoekerscentrum viel een beetje tegen omdat er niet veel veranderd was sinds de laatste keer dat we er waren. Bovendien was het erg druk. Kinderen waren ongehoorzaam en speelde tikkertje tussen de tentoongestelde koffers van mensen die hier een onmogelijke tijd geleden hadden rondgelopen. Pubers dolden vooral met elkaar en hadden weinig aandacht voor de afscheidsbriefjes die her en der tentoongesteld waren. Er was eigenlijk maar één ding dat de ellende van destijds goed kon weergeven namelijk een beeld van hoe zo’n barak er nou van binnen uitzag. Een vage poging hebben ze daartoe gedaan in het bezoekerscentrum. Eén bed diep. Niet voldoende om de ellende voelbaar te maken. Als ik de baas was over het herdenkingscentrum dan had ik een barak nagebouwd. Al die bedden. Ik had de bezoeker willen laten voelen hoe het is om temidden van allemaal vreemde mensen te moeten leven. Min of meer heb je een eigen bed, maar dat is het wel. Een bed als territorium. Geen huis, geen eigen kame,r maar een bed. Hoe voelt dat? Mijn doel als baas van het centrum was dat gevoel van desolate eenzaamheid als eerste duidelijk te maken. Pas daarna zou ik aandacht geven aan de dreiging van deportatie naar het oosten. Ik denk dat ik de bezoekers door een volledig in bedrijf zijnde barak liet lopen. De geluiden van de barak zou ik laten klinken en ook de geur zou ik verspreiden. Ik denk dat een fysiekere benadering de ellende iets meer duidelijk maakt. Dat denk ik.

Tommy Wieringa – De dood van Murat Idrissi

Ik ben de shortlist van de Librisliteratuurlijst aan het lezen zodat ik mezelf een oordeel kan vormen over die lijst en het boek dat uiteindelijk won. Als tussendoortje ‘nam’ ik even De dood van Murat Idrissi’ van Tommy Wieringa. Dun boekje, dacht ik. Dat het een dun boekje is leidt geen twijfel, maar of het een tussendoortje is… ik weet zeker van niet. Sjonge, ik ben diep onder de indruk. Wat een boek! Het migratievraagstuk samengevat en tegelijkertijd volledig uitgewerkt in nog geen zeventig pagina’s. Voorlopig is dit boekje het hoogtepunt. Het boek torent uit boven alles wat ik tot nu toe heb gelezen in het kader van mijn Libris project. En dan niet een beetje. Hoog, torent het uit, heel hoog.

Ik denk dat ik net een van de kanshebbers voor alle aankomende literatuurprijzen 2017 heb gelezen. Een dun boekje, maar een parel. Glashelder geschreven en helemaal in lijn met de andere boeken die ik van deze auteur gelezen heb. Prachtig! Om jaloers van te worden. Niet alleen dat het fantastisch geschreven is, maar ook de inhoud is van een niveau dat ver uitstijgt boven alles dat ik de laatste tijd gelezen heb. Ik weet niet precies de definitie van een roman of novelle, maar gezien zijn geringe omvang en de eenvoudige verhaallijn denk ik dat dit meer een novelle is dan een roman. Een eenvoudige verhaallijn wil natuurlijk helemaal niets zeggen over de kwaliteit. Want hoewel er maar één lijn loopt, is hij niet persé overal lineair. Maar dat maakt allemaal niet uit. Het gaat erom of wij, als lezers meegesleept worden. Of we het verhaal ingesleurd worden. Of we voelen wat de hoofdpersonen moeten voelen. Of – en dan kom ik dichter bij deze novelle – wat de hoofdpersonen ruiken, ruiken wij dat, als lezers, ook. Tommy Wieringa slaagt daar zonder meer in. Beklemmend van het begin tot het einde. Alle stappen die de hoofdpersonen doen zijn fout maar logisch. De stappen volgen logisch op de vorige stap die ze namen.

Twee Nederlandse Marokkaanse meiden zijn op vakantie in Marokko. Daarmee zet Wieringa meteen de toon. De meiden hebben een Marokkaanse culturele achtergrond, maar het land is hun net zo vreemd als willekeurig welke Nederlandse meid. Ook de cultuur is hen vreemd. Wieringa beschrijft hoe de vrouwen terugkijken op hun dominante vaders. Dat vaders dominant zijn wil absoluut niet zeggen dat ze ook gehoorzaamd worden. De ene meid is een wegloper, de andere is jarenlang verliefd geweest op een Nederlandse jongen.

Op vakantie financieel aan de grond geraakt gaan ze in op het verzoek om iemand, Murat dus, mee te smokkelen naar Europa. Een humanitaire daad die ook nog geld oplevert. Murat woont ergens achteraf in een desolaat land waar geen enkele toekomst lijkt te liggen. Zijn moeder smeekt de vrouwen om haar zoon mee te nemen. Maar vanaf het moment dat ze er in toestemmen gaat alles mis. Niet gewoon mis, maar verschrikkelijk mis. Waarschijnlijk het verhaal van duizenden ander illegale migranten.

Je leest de novelle makkelijk in een dag uit, maar daarna loop je er nog weken over na te denken. Over de beslissingen die de vrouwen namen en de dingen die ze deden maar ook de dingen die ze juist nalieten. Een boek dat direct en helder geschreven is. Boeiend vanaf regel één en spannend tot het eind.

Zo en dan ga ik nu verder met Het Smelt van Lize Spit; dat boek staat wel op de shortlist van de Libris literatuurprijs.