De calorie-index

Eén van de opvallendste dingen die je tegenkomt als je op vakantie gaat is de prijs die je voor alles betaalt. Zo waren wij bijvoorbeeld met heel veel geld afgereisd naar Iran. Maar wat we ook kochten en wat we ook deden, ons geld wilde gewoon niet op. We konden er alles kopen wat we maar wilden zonder dat we ons ook maar enige zorgen maakten. In een andere vakantie deden we de plaats Basel aan. In Zwitserland. Ineens voelde we ons zo arm als ratten. De prijs voor een kopje koffie was buitensporig in onze ogen. Als ik de mensen in Iran vergelijk met de mensen in Zwitserland dan kan ik nauwelijks beweren dat de Zwitsers zoveel rijker zijn dan de Iraniërs. De meeste mensen hebben een huis om in te wonen, voldoende geld om voedsel te kopen en kleren aan hun lijf die voldoet aan de mode die in het land heerst. Er heerst in Zwitserland niet veel opzichtige armoe maar ook in Iran niet. Alleen de toerist voelt de verschillen.

Een aantal jaren gingen wij in Tsjechië op vakantie met het gezin. We waren nog niet zo heel rijk maar daar, in dat voormalige Oostblokland konden we ons geld laten rollen zonder dat het ons pijn deed. Met het hele gezin uit eten gaan in Husineč bijvoorbeeld, diep in Bohemen. In Nederland zouden we daar met een vergelijkbare kaart zo’n slordige honderdvijftig euro aan kwijt zijn geweest. Nu betaalden we in totaal dertig euro waarbij onze jongetjes onbezorgd nieuwe coca colaatjes mochten laten aanrukken en een fikse sorbet als toetje kregen. Niet dat ik ze gezien heb, maar ik kan me voorstellen dat Tsjechen ons daar zagen zitten en hoofdschuddend wegliepen over zoveel rijkdom in het buitenland: Met z’n vijven zo chique uit eten gaan! Ik kwam er toen al achter dat de prijzen voor van alles en nog wat, niets zeggen over de staat van de economie. Dat we Tsjechië kunnen leegkopen en in Noorwegen net in onze levensbehoeften kunnen voorzien komt door het evenwicht in het betreffende land tussen lonen en prijzen. Als toerist profiteer je of heb je pech door rare, alleen door economen te begrijpen zaken op de wereldmarkt. Als er niet zoiets als wereldhandel bestond, dan zou je in elk land evenveel betalen voor je spullen. Dat is toch een rare gedachte omdat je de neiging hebt om te denken dat mensen in Noorwegen veel rijker zijn dan wij en dat Spanjaarden veel armer zijn. Maar dat is niet zo.

Geld blijkt gewoon niet het juiste middel om rijkdom te meten. Je moet de koopkracht (lelijk woord!) met elkaar vergelijken want met die koopkrachtplaatjes (een nog veel lelijker woord!) kan je pas echt goed vergelijken hoe de rijkdom in de wereld verdeeld is. Ik zelf dacht aan een calorie-index. Bereken van een doorsnee aan volks-voedingsmiddelen in een land de gemiddelde prijs en het gemiddelde aantal calorieën en deel die door elkaar. Bepaal vervolgens het gemiddelde salaris van de inwoners van een land en deel dat door de prijs van een calorie. Het cijfer dat daaruit komt kan iets zeggen over de rijkdom van het land. Maar natuurlijk…mensen luisteren niet naar mij! The economist bedacht de hamburger-index; hoeveel dubbele cheeseburgers kan men voor het inkomen dat men gemiddeld in een land verdient kopen? Dat moet wel een Amerikaans blad zijn… Maar het kan nog erger lees ik vandaag in de krant: De beauty price index; hoe duur kost het om je eens lekker te laten knippen en scheren en je gezicht te laten masseren en je wenkbrauwen te epileren?

Mijn calorie-index is zo gek nog niet! Beetje saai misschien…geef ik toe…

 

‘Echte’ Vervolgden

Eergisteren verscheen er een opinieartikel in de Volkskrant dat weleens baanbrekende gevolgen kan hebben. Het is van de hand van Arnold Karskens in zijn rol als voorzitter van www.onderzoekoorlogsmisdaden.nl.  In het artikel maakt hij verguisd beleid bespreekbaar en gehanteerd beleid verdacht. En als ik het artikel lees, dan denk ik: Ja, wellicht heeft Karskens gelijk. Misschien moet het roer om omdat onder het mom van menswaardig beleid, mensonwaardig beleid wordt gevoerd. Met goede bedoelingen, maar dat wil niet zeggen dat je dat zo af en toe tegen het licht moet houden. Karskens doet dat, en ik geloof dat ik hem gelijk moet geven. Het huidige migratie- en vluchtelingenbeleid faalt aan alle kanten. Onderweg naar Europa komen velen om en eenmaal aangekomen wacht een uitzichtloos bestaan. Het draagvlak onder de Europese bevolking is snel aan het slinken en je kunt zonder meer stellen dat het destabiliserend werkt. Mensen in Groot-Brittannië stemden vaak voor een Brexit vanwege de invasie van immigranten naar Europa.

Toch vind ik dat Nederland open moet staan voor vervolgden. Als je je leven niet meer zeker bent door oorlog en geweld, dan moet je de mogelijkheid hebben om asiel aan te vragen in een vredig land. Dat dacht ik toen en dat denk ik nog steeds. Ik vind ook dat je daar ruimhartig in moet zijn. Wat mij betreft hoef je niet gemarteld te zijn voordat je erkend wordt. Mensen uit Syrië bijvoorbeeld zouden wat mij betreft hier een veilig heenkomen kunnen vinden. Ook mensen uit Eritrea, trouwens. Ik zou wel willen dat die mensen dan eerlijk over Europa worden verspreid. Dat je lid bent van Europa betekent dat je een aantal rechten hebt als land maar ook een aantal plichten. Ik vind dat Europa de plichten van de lidstaten veel harder mag afdwingen. Maar voor mensen uit gebieden waar geen oorlog en geweld is, moet Europa gesloten zijn. In theorie is dat ook zo, maar in de praktijk werkt het niet. Men komt vanuit de wereld in Europa aan om na een lange procedure gesommeerd te worden om te vertrekken. Dat laatste gebeurt uiteraard niet. Men verdwijnt in Europa van de radar.

Toen enkele jaren geleden de eerste Afrikanen verdronken in hun poging om de Middellandse zee over te steken, kwam er veel hulp op gang. Mensen mochten niet verdrinken vonden we. Sindsdien vaart er op zee een vloot aan reddingsschepen en worden de bootjes waarmee de migranten de zee op gaan steeds zwakker. Waren het eerst nog wrakken die met een beetje geluk de overkant haalden, tegenwoordig zijn het rubberbootjes die het tot enkele kilometers uit de kust volhouden. Men rekent erop dat een reddingsboot hen vindt. Vaak halen de bootjes dat niet en verdrinken de opvarenden. Die vloot aan reddingsboten heeft in het arme deel van de wereld ertoe geleid dat men er vertrouwen in kreeg dat Europa te bereiken moest zijn en dat heeft een gigantische aanzuigende werking. Het aantal verdrinkingsdoden neemt met de dag toe, maar ook de mensen die Europa wel halen neemt toe met alle destabiliserende gevolgen van dien.

Karskens pleit voor het No Way-beleid van Australie. Op een eiland ver uit de kust een aantal kampen met minimale voorzieningen. Daar komt iedereen terecht die Europa in wil. Europa is onbereikbaar de enige weg is: Terug naar Afrika. Het Australische beleid heeft ervoor gezorgd dat er nauwelijks mensen verdrinken. Het migratieniveau is daar sterk gedaald. Maar hoe ziet het er dan uit voor de ‘echte’ vervolgden? Dat vraag ik me dan wel af…

Salome; een grandioze uitvoering

Gezien op 24 juni 2017 in de Stopera

Zo’n slordige acht jaar geleden kregen wij, en alle anderen die een kaartje hadden gekocht voor Salome van Richard Strauss enkele dagen voor de voorstelling een brief toegestuurd met daarin een waarschuwing. Dat had ik nog nooit gehad en zou ik nooit meer krijgen. Kennelijk voelde de Nationale Opera toen ook wel aan wat voor gedrocht ze ons gingen voorschotelen. Ze hadden voor deze opera de Duitse regisseur Peter Konwitschny aangetrokken. De man had toen al jaren psychiatrische problemen. Van dat psychiatrische leed kregen wij een weerslag te zien op het toneel. Samenhang of diepgang waren voor de ‘gewone’ mens niet te ontdekken. Een rampzalige voorstelling en achteraf was de waarschuwing die de Nederlandse Opera deed uitgaan, volkomen terecht; er was geen touw aan vast te knopen. Ondanks de lovende recensies van enkele deskundigen, blijf ik erbij dat de regie van Peter Konwitschny een mislukking was. Kan gebeuren. Ik vermoed dat men er bij de Nationale Opera er nu net zo over denkt als ik toen en dat ze het nu betreuren dat ze toen niet op tijd hebben ingegrepen. Een aanfluiting was het! Dit had tot gevolg dat mijn geliefde alle lust tot het zien en horen van Salome ontnomen was. Zelfs nu er een nieuwe enscenering op de planken staat en de muziek wordt vertolkt door het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van de nieuwe chef-dirigent Daniele Gatti was ze niet te vermurwen. Daarom had ik maar één kaartje gekocht. Weliswaar even duur als anders twee kaartjes, maar de betere plaats moest het gemis van mijn lief compenseren en dat lukte maar matig. De enscenering is in handen van Ivo van Hove. Die ken ik natuurlijk wel. Ik ben niet altijd een fan van hem, maar over het algemeen maakt hij mooie voorstellingen met Toneelgroep Amsterdam. Trouwens, hoe ik er ook over mag denken, hij is een wereldvermaarde regisseur. Toen ik ’s avonds na de uitvoering compleet overdonderd naar huis fietste, besefte ik dat deze Salome  één van de hoogtepunten van het seizoen was geweest.

De voorstelling begint voordat het zaallicht uit is. Dat zie ik ook vaak in van Van Hove’s toneelwerk. Het decor bestaat uit een groot zwart vlak, met in het midden een opening die uitzicht biedt op een luxueus zitje. Obers lopen langs dat zitje. Er moet een soort diner aan de gang zijn waarvan wij, als toeschouwers niet veel meekrijgen. Als het zaallicht uitgaat staat er op het grote zwarte vlak een maan geprojecteerd en wordt het duidelijk waar we zijn. We zijn in de tuin terwijl binnen een feest aan de gang is. Salome ontvlucht de hitsige blikken van haar stiefvader in de tuin. Daar hoort ze de stem van de profeet Jochanaan die in een ondergrondse kerker gevangen zit. Hij verkondigt de komst van de Messias. Salome wil de profeet spreken en eist dat de bewakers hem ophalen. Maar dat heeft haar stiefvader Herodes streng verboden. Maar uiteindelijk zwicht de commandant omdat hij verliefd op haar is.

Jochanaan weigert het gesprek met Salome. In plaats daarvan vervloekt hij haar en haar moeder en wil hij haar zelfs niet aankijken. Zijn houding wekt de lust van Salome; ze wil hem kussen. De profeet wil op geen enkele manier ingaan op de avances van Salome. De profeet wordt weer weggebracht en de verliefde commandant die Jochanaan bij Salome bracht plaagt zelfmoord.

Op prachtige wijze wordt er van decor gewisseld. Langzaam verplaatst de handeling van buiten naar binnen. Het doorkijkje in de grote zwarte wand wordt langzaam steeds kleiner tot het helemaal dicht zit. En als we dan in de paleiszaal zijn, dan is het decor klaar voor de dramatische hoogtepunten: De dans en de onthoofding van Jochanaan. De dans is theatraal gezien een moeilijk issue. Herodes moet door de dans zo opgehitst worden dat hij Salome alles wil geven. Dat is moeilijk om dat geloofwaardig op de planken te brengen. Ivo van Hove lukt dat wel. Gelukkig kreeg Ivo van Hove niet alleen te maken met een vertolkster van Salome die geweldig kan zingen, maar ze heeft ook een mooi lichaam en ze kan goed dansen. Alleen een dansende Malin Byström zou datgene wat op het toneel moet plaatsvinden, het tot het uiterste opgeilen van Herodes, nooit waar kunnen maken. Maar gecombineerd met de opzwepende muziek en muurprojecties krijgt Van Hove het voor elkaar om die totale opwinding te bereiken. Virtuoos! Een prestatie van jewelste. Daarmee wordt het verloop van de rest van de opera geloofwaardig. Want Herodes moet wel aan de wens van Salome voldoen. Hij krijgt geen andere mogelijkheid dan Jochanaan te onthoofden. Ondanks dat Herodes beseft dat de profeet een heilig man is. Salome wil Jochanaan’s hoofd omdat ze dan haar lusten kan botvieren. Hij wilde niet met haar kussen, ze mocht niet aan zijn haar komen; nu heeft hij daar niets meer over te zeggen. Ik zelf heb wel wat moeite met deze perverse uitleg van het bijbelverhaal. Maar zo zit het nou eenmaal in deze opera en Van Hove weet ook dit botvieren van haar lusten uit te buiten. Langzamerhand besmeurt Salome zich met bloed. Haar jurk wordt zwaar van het bloed. De vlekken zitten overal op haar jurk en later ook op haar gezicht. Walgelijk maar geweldig.

En dan heb je nog de muziek. Op zichzelf al geweldige muziek; zelfs als het door gewone stervelingen wordt uitgevoerd. Maar Gatti en het Koninklijk Concertgebouworkest wisten elke noot en elke vezel van de muziek uit te buiten. Ze wisten eruit te halen wat er denkelijk in zat; een reeks van orgastische klankophopingen die je nauwelijks rust gunnen. De muziek gaat van hoogtepunt naar hoogtepunt en zet daarvoor alles in. En Danielle Gatti wist het eruit te halen. Echt geen makkelijk in het gehoor liggende muziek, deze opera van Strauss maar jongens die muziek blijft een week denderen in je hoofd zonder dat je ook maar een idee van enige melodie hebt, Echt fantastisch.

Natuurlijk was Malin Byström geweldig als Salome. Wat een stem en wat een perfect voorkomen om Salome uit te voeren. Maar ook de anderen. Ik heb eigenlijk geen foute noot of stem gehoord. Als ik toch al iets van kritiek zou moeten hebben dan is het op het uiterlijk van Jochanaan. Hij zag er meer uit als een verdwaalde Hells Angel dan een profeet. Niet dat ik me er erg aan stoorde, maar dit had beter gekund. Wat mij betreft is de zeperd van acht jaar geleden volledig weggewist en vervangen door deze geweldige uitvoering. En de muziek? De muziek raast voort in mijn arme hoofd en ik geniet ervan!

 

My Cousin Rachel; een aardige film.

Nicht Rachel is inderdaad een indrukwekkend persoon. Een vrouw waarvoor je als man makkelijk valt. Ze ziet er oogverblindend uit. Donkere ogen, donker haar en een lief gezicht. Ze geeft je het gevoel dat ze er helemaal voor jou is en dat jouw welbehagen haar grootste zorg is. Ze geeft je het gevoel dat je meer bent dan je bent; dat je boven jezelf uitstijgt. Dat moeten de twee mannen waar de film ‘My Cousin Rachel’ over gaat, ook gevoeld hebben. Ze moeten ook het gevoel gehad hebben dat er in deze vrouw geen kwaad stak, hoewel één van de mannen toch gewaarschuwd had moeten zijn. Niet alles is goud wat er blinkt. Nicht Rachel heeft een duistere kant die je niet zomaar ontdekt. Pas als je helemaal in haar ban bent en amechtig wacht op haar liefde, dan slaat ze toe. Dan vergiftigt ze je langzaam terwijl ze je helemaal leegeet. Uitzuigt, als een vampier. Of zijn dat maar hersenspinsels? Het negentiende-eeuwse Victoriaanse decor van de film draagt zeker bij aan het femme-fatale gevoel dat opgeroepen wordt…maar is dat terecht…?

Rachel Weisz als de onweerstaanbare nicht Rachel

Philip vertelt zijn verhaal. Op jonge leeftijd verliest hij zijn ouders en wordt opgevoed door zijn neef. Zijn neef is als een vader voor hem. Vrouwen spelen in hun leven geen enkele rol. Later, als de hoofdpersoon al iets meer op eigen benen staat, maakt neeflief een reis door Italië en ontmoet daar de vrouw van zijn leven. Rachel. Door de brieven die de neef naar de hoofdpersoon stuurt, zien we dat er een verloop is in de liefde. In zijn eerste brieven komt neef woorden te kort om zijn liefde te beschrijven maar de stemming slaat om. De laatste brief bevat een op de binnenkant van de envelop geschreven noodoproep. Daarop reist Philip naar Italie. Maar het huis waar het stel woonde, treft hij leeg aan. Wel ontmoet hij daar de advocaat van Rachel. Die vertelt hem dat zijn neef overleden is aan een hersentumor en dat Rachel vertrokken is met onbekende bestemming.

Weer thuisgekomen blijkt dat hij van zijn neef de enige erfgenaam is. Hij erft het landgoed met alles erop en eraan terwijl de dan nog onbekende Rachel (toch zijn weduwe) niets krijgt; ze wordt niet eens genoemd. Als hij 25 jaar oud is, dan wordt hij volledig eigenaar, daarvoor heeft een voogd het laatste woord over zijn bezittingen. Maar dan wordt het bezoek van Rachel aangekondigd. Uit wraakzucht laat hij een slechte kamer voor haar inrichten en op de dag dat zij arriveert zorgt hij dat ze eindeloos moet wachten. Hij blijkt daar vooral zichzelf mee te hebben want in de stromende regen wacht hij tot het diep in de avond is. Maar dan blijkt dat ze zich heeft teruggetrokken op haar kamer en dat ze zijn diner heeft afgeslagen. ‘Als hij wil mag’ hij haar na het diner bezoeken op haar kamer. De rollen zijn daarmee helemaal omgedraaid; zij bepaalt wie wat doet en hoe hij zich te gedragen heeft. Het enige wapen dat ze heeft is haar charme. En daar valt hij voor. Meteen als hij haar ziet. Als een blok. Hij eet uit haar hand. Rachel blijkt niet alleen een uiterst aantrekkelijke vrouw, maar ook een vrije vrouw in een Victoriaanse omgeving. Ze galoppeert graag op haar paard over het Engelse platteland.

Op het moment dat hij 25 jaar oud is, vermaakt hij, verblind door liefde, zijn hele bezit aan haar. Hij vraagt haar ook ten huwelijk. Dat wijst ze af. Vanaf dat moment neemt het verhaal een duistere wending. Philip krijgt kruidenthee te drinken en wordt erg ziek. Bestaat er een verband tussen de kruidenthee en zijn ziekte? Dat kan niet anders, denk je als toeschouwer. Maar hij komt er wel weer bovenop terwijl hij steeds van haar kruidenthee te drinken krijgt. Philip krijgt aanwijzingen dat Rachel een minnaar heeft; de italiaanse advocaat. Daar lijken ook grote geldsommen naar te worden gestuurd. Maar later blijkt dat haar Italiaanse advocaat homseksueel is. Het mysterie groeit en groeit.

Toen we de bioscoop uitstapte was Josien ervan overtuigd dat we met een femme fatale van doen hadden terwijl ik het idee had dat al het slechts wat over Rachel gedacht werd hersenspinsels waren. Zelfs de noodoproep van neef uit Italie was gebaseerd op hersenspinsel want een hersentumor kan van invloed zijn op je gedachten. Josien vond dat ik net als Philip gevallen was voor Rachels charme. Laat ik dit zeggen; dat is zo, want Rachel Weisz vind ik een erg knappe, aantrekkelijke vrouw. Hoewel…haar film ‘Denial’ vond ik helemaal niets.

Al met al een leuke film. Niet eentje waar je mee blijft rondlopen, maar zeker niet onaardig.

 

Lize Spit – Het smelt: Een fantastische roman!

Ik weet heel zeker dat dit boek erg hoog gaat scoren in mijn Libris-literatuuurprijs lijstje. Gewoon een erg goed boek. Het verhaal is prima, de architectuur is mooi en het taalgebruik is lekker. Alles bij elkaar klopt het gewoon. Lize Spit is met haar jeugdige leeftijd en haar debuutroman één van mijn favorieten. De roman van toch maar even vierhonderd pagina’s heb ik verslonden. Voor mijn doen heb ik het in no-time uitgelezen. Van begin tot het eind was het boeiend. Voor mij een stimulans om weer veel te gaan lezen. Het eerste boek van de Librislijst verschafte mij niet veel moed voor de toekomst, maar hopelijk heeft Lize Spit het tij gekeerd en ga ik er vol tegenaan!

De hoofdpersoon Eva is onderweg naar de boerderij van Pim om de dood van diens broer Jan zo’n tien jaar geleden te herdenken. In haar achterbak ligt een groot blok ijs. Terwijl ze daarnaartoe rijdt wordt het verhaal van haar jeugd vertelt. Moeder is alcoholiste en vader heeft ze ook niet helemaal op een rijtje. De ouders zijn geen mensen om kinderen op te voeden. Maar desalniettemin hebben ze een gezin gesticht waarvan Eva de middelste is van drie kinderen. Ze heeft een oudere broer Jolan en een kleiner zusje Tesje. Tesje zie je in de roman ontsporen. Eva verklaart ergens in het midden van het boek haar absolute liefde voor haar kleine zusje waarmee ze een kamer deelt. Ze ziet met lede ogen aan hoe langzamerhand het leven van haar zusje wordt ingenomen door gekke en tijdrovende rituelen.

Eva groeit op in een klein agrarisch dorpje in de buurt van Lier. In haar geboortejaar zijn er maar drie kinderen geboren: Zij, boerenzoon Pim en slagerszoon Laurens. Op school komen ze in een aparte klas die bij een andere klas wordt aangeschoven. Ze noemen zichzelf de drie musketiers. Dat Eva een meisje is en de andere twee, jongens zijn, speelt de eerste tijd geen enkele rol van betekenis. Pas als de prepubertijd zich aandient krijgt het feit dat ze meisje is, een dubieuze betekenis. Maar dan popt ook Elisa op. Een meisje dat van buiten het dorp komt en waarvan men niet weet hoe ver ze met school is. Ze wordt bij de drie geplaatst. Eva is diep onder de indruk van het knappe meisje en gaat een slaafse vriendschap aan. Maar als Elisa verder blijkt en na enkele maanden naar een hogere klas gaat, laat ze Eva achter in haar oude klas en doet alsof ze haar nooit gekend heeft. Ondertussen bedenken de jongens een spel om meisjes te kunnen befoezelen. Ze lokken een meisje naar een beschut geheim plekje. Eva, die de meisjes met haar aanwezigheid, een veilig gevoel moet geven, geeft hun een raadsel op. Via vragen stellen moeten ze achter het antwoord komen en elk fout antwoord kost hun een kledingstuk (schoenen tellen voor één). Raad het meisje het, dan krijgt ze een prijs. Is ze helemaal naakt dan mogen de jongens haar een opdracht geven. De drie gaan alle meisjes af die ze kennen in de volgorde van onaantrekkelijk tot superaantrekkelijk. Elisa zal de laatste zijn… En dan, op het hoogtepunt van de roman, gaat alles fout en begrijp je waarom Eva jaren later, een blok ijs achter in haar auto heeft liggen als ze naar de herdenking van Jan gaat. Tenminste, je krijgt een vermoeden over wat ze ermee van plan is.

Ik heb zelden een roman gelezen waarbij de hoofdpersoon zich zo verschrikkelijk een ‘niemand’ voelt. Je krijgt het er haast benauwd van. De jongens willen dat meisjes zich voor hen uitkleden, maar Eva lijkt helemaal niet in hun fantasie voor te komen. Eva is, als vrouw, totaal onbelangrijk voor hen. Ook Elisa gebruikt haar naar believen en dumpt haar naderhand. Behalve Jan, de broer van Pim. Jan heeft gezegd dat hij Eva een knappe en leuke meid vindt. Om die reden is Eva weleens naar zijn kamer geslopen en heeft ze stiekem het kussen gezoend waarop hij zijn hoofd legt. Maar Jan lijkt zelfmoord te hebben gepleegd, hoewel dat niet echt heel expliciet wordt verteld. Jan verdrinkt in de gierkelder. Erger lijkt haast niet te kunnen. Met Jan die verdrinkt, Elisa die haar verraad, Pim en Laurens die haar gebruiken, Tesje die steeds dwangmatiger wordt en haar ouders die voortdurend beneveld door de drank zijn, is Eva alleen. Heel erg allen. Alleen aan haar broer heeft ze iets houvast.

In de roman lopen twee verhaallijnen: De ene verteld het verhaal van het opgroeien van Eva in het kleine dorpje met haar jaargenoten Pim en Laurens. De andere lijn beschrijft de rit die de volwassen Eva maakt naar de herdenking van Jan. Juist op het moment dat je denkt dat je ergens in de roman iets gemist hebt waardoor je niet begrijpt waarom de hoofdpersoon doet wat ze doet, begrijp je de link tussen de twee lijnen en wordt alles je duidelijk. Dat is romanarchitectuur!

Op de avond van de prijsuitreiking werd Lize Spit geïnterviewd op de televisie. Ze roemde elke roman. Ze wist van elke andere genomineerde roman een potentiele winnaar te maken en leek er helemaal niet aan te denken dat ze zelf net zo goed een laureaat was. Opmerkelijk. Ik dacht even iets te herkennen van Eva, die zichzelf ook zo graag wegzcijfert.

Een ander aspect is dat de roman zich afspeelt in een tijd dat onze kinderen ongeveer dezelfde leeftijd hadden als de hoofdpersoon. Ik, mijn persoon dus, ben van de generatie van de ouders van Eva. Gelukkig zorgt Lize Spit ervoor dat ik me op geen enkele manier hoef te identificeren met de ouders van de hoofdpersoon.

Het moge duidelijk zijn; ik ben diep onder de indruk van deze roman en zie hem zeker als potentiele winnaar van Frits’ Libris literatuurprijs!

 

Juf Kiet

Eergisteren heb ik de veelgeprezen documentaire ‘De kinderen van Juf Kiet’ gezien. Indrukwekkend. Als er één woord van toepassing is, dan wel dit woord. Ik zat naast Juf Josien op de bank en we zagen een andere Juf aan het werk. Dat was buitengewoon moedig. Juffen laten niet graag in hun keuken kijken maar Juf Kiet durfde dat aan. Juf Kiet had niet een ‘gewone’ keuken, maar een getraumatiseerde keuken. Kinderen die van ellende niet goed wisten wat ze moesten en het maar nauwelijks konden uitleggen omdat ze hun moedertaal niet konden gebruiken om te vertellen wat hen bezighield. Ook hun moedertaal zou trouwens te kort hebben geschoten. Juf Kiet gedroeg zich alsof er geen camera stond. Waarschijnlijk was ze daar ook helemaal niet (meer) mee bezig. De kinderen ook niet. Iedereen was zichzelf en dat maakte het zo ontroerend. Een aantal kinderen zal ik nooit meer vergeten. George, bijvoorbeeld, met zijn zelfbeeld van nul komma nul. Of Haya die alles en iedereen tot haar eigendom bombardeerde. Onderdeurtje Rianna met haar sprekende gezichtje en haar wijduitstaande oren. Worstelende kinderen en een juf die de juiste weg wees. Zelf de grootste criticaster moet wel toegeven dat Juf Kiet dat geweldig deed.

Juf Kiet bleek een volhoudster die de balans wist te vinden tussen meevoelen met de kinderen en haar professionele opdracht. Ze leert de kinderen lezen, schrijven en rekenen en hoe je te gedragen in de wereld en daar doet ze geen enkele concessie aan. Aan de andere kant een juf die de ziel van getraumatiseerde kinderen ziet en hoort en er alles aan doet om de kinderen weer kind te laten zijn. De belangrijkste wapens van Juf Kiet: Stug volhouden, positieve bekrachtiging en haar eigen persoonlijkheid.

Omdat de klas over een langere periode gefilmd wordt zie je de kinderen zich ontwikkelen. Om dat in beeld te brengen focust de film op een paar kinderen. Haya is een van de rode draden die door de film loopt. Het eerste wat we van haar zien zijn haar dikke tranen; ze is gevallen en ze heeft een vieze broek. Ze wil dat Juf haar moeder belt om haar te komen ophalen. Dat begrijpt Juf Kiet best, maar daar komt niets van in; kinderen moeten leren om barrières te overwinnen. Maar Haya denkt dat haar juf haar niet begrijpt omdat ze geen Nederlands spreekt. Daarom gaat ze langs alle Syrische kinderen om te vragen of ze voor haar willen tolken. De strijd tussen Haya en Juf Kiet gaat je door merg en been en als de juf uiteindelijk wint (Haya heeft een schone, geleende, broek aangetrokken en zit tevreden te spelen met de andere kinderen) weet je dat het goed zit met deze onderwijzer; ze weet wat ze doet. Haya ontpopt zich als een kind dat zich van alles toe-eigent. Ook de kleine Rianna. Rianna wordt Haya’s eigendom. Je ziet het haast fout lopen. Aan haar capuchon wordt Rianna over de speelplaats gesleurd. Hoe juf Kiet dit negatieve gedrag weet te stoppen en van Haya een behulpzaam sociaal meisje weet te maken is haast ongelofelijk. Positieve bekrachtiging is het wapen dat de juf in haar strijd gebruikt en waarmee ze ook overwint!

Het jongetje George vergeet je niet snel. Een koppie vol negatiefs. Een koppie dat niet wil openstaan voor de lessen. Een jochie dat zich het liefst weg zou toveren van deze aarde. Maar aan het eind van de film staat hij te glunderen met zijn tafel-van-vijf-diploma. Wat is dat diploma nog ver weg, halverwege de film als je hem samen met de juf naar zichzelf in de spiegel ziet kijken en hij alleen maar dat ongewenste, lelijke, door oorlog verwoeste jongetje ziet.

Rianna, Haya en nog een ander meisje worden met z’n drietjes verliefd op het uiterst aaibare Macedonische jongetje Branche. En dan zijn het ineens hele gewone kinderen uit groep drie of vier.

Droge aarde

Onze groentetuin staat er blakend van gezondheid bij. Op een paar weerbarstige pronkbonen na is al ons zaaisel keurig opgekomen. De plantjes hebben we uitgeplant of uitgedund. En daarna is alles gaan groeien. En groeien. Inmiddels eten we al weken eigen gekweekte sla en als we kijken wat er nog in de tuin aan het rijpen is, gaat dit nog wel even door. We eten ook al zeker twee weken ’s avonds een toetje met eigen aardbeitjes. Ja, inderdaad een verkleinwoord, want ze zijn bij gebrek aan regen vrij klein gebleven. Maar een smaak…Een ultimo aardbeiensmaak. We wachten met de aalbessen totdat de aardbeien op zijn en hopen dat de struik zolang het gewicht van al die bessen kan dragen. De bietjes en worteltjes, de kolen en tuinbonen, de sperziebonen en peultjes; het staat er allemaal fantastisch bij. Ondanks de hitte. Gisteren scheen de zon zo verschrikkelijk hard dat het voor ons niet verstandig was om lang in de tuin te werken. Ondanks mijn nieuwe pet en een hoop zonnebrandcrème voelde je de zon je huid mishandelen. Je kan je haast niet voorstellen dat planten daar wel bij varen. Maar het is toch echt zo. Als je naar dat stelletje in onze tuin kijkt dan denk je; wat een hoop gezondheid bij elkaar. De slakken verbranden terwijl ze naar ons gewassen proberen te slijmen, maar de planten hebben geen last van de zon. Die houden wel van de koperen ploert!

Wat mij vooral verbaast is het vocht. Alleen bij het uitplanten hebben we water gebruikt. Alleen dan zorgden we ervoor dat het jonge plantje in een vochtige omgeving kwam. Maar na één keer het plantgat volgooien met water, vonden wij dat ons groeisel het zelf moest uitzoeken. We hebben geen enkel plantje ooit water gegeven. Dat terwijl het nu al tijden niet heeft geregend en de grond droog en stoffig aanvoelt. De ene keer dat het de afgelopen tijd geregend heeft, was onvoldoende om de gewassen aan de praat te houden, hoorden we op het journaal. Maar gek genoeg, bij ons floreert alles als nooit tevoren terwijl de zon ziedend heet is en er nauwelijks regen valt. Onze planten moeten heel diep wortelen, hebben we geconcludeerd.

Omdat we een doorlopende stroom kropsla willen had ik vorige week een nieuw rijtje sla gezaaid. Op een beetje beschut plekje trok ik een voor in de droge aarde. De aarde wolkte ietsje op. Aan de uiteinden van het voortje zette ik stokjes zodat ik wist waar ik gezaaid had. Voorzichtig legde ik wat zaad op mijn hand en zorgde ervoor dat het niet uit mijn hand woei. Ik zaaide zo dun mogelijk zodat het plantjes werden die je makkelijk van elkaar kunt scheiden. Een slabed staat leeg te wachten op de nieuwe plantjes. Voorzichtig gooide ik het voortje met de zaadjes dicht en drukte de aarde zachtjes aan. Regen zou de zaadjes verder moeten helpen.

Afgelopen week is er geen spat regen gevallen. Een droge wind werd afgewisseld door een kokendhete zon. Soms trokken zon en wind gezamenlijk op. Maar wat schetste gisteren mijn verbazing; mijn rijtje sla was zonder water in de kurkdroge grond gaan ontkiemen. Een rijtje minuscule kiemplantjes was uit de aarde opgerezen. Kennelijk is water niet meer nodig. Voor de zekerheid voelde ik nog even aan de grond. Zeker vijf centimeter kurkdroge aarde. Kennelijk hebben plantjes veel minder water nodig dan we denken…

Lichaamshouding en psychische gesteldheid

Geen wetenschap waar de fraude zo op de loer ligt als de sociale psychologie. Soms lijkt het alsof je alles kunt bewijzen en dan weer helemaal niets. Vegetariërs zijn minder agressief dan vleeseters, bijvoorbeeld, of…als je een pen tussen je tanden klemt – en je gezicht dus wat kenmerken van een glimlach vertoond – dan zou je je automatisch beter gaan voelen. Dat laatste leek eerst bewezen, maar andere onderzoekers die het experiment overdeden, zagen geen significante verschillen met mensen zonder een pen tussen hun tanden. Het leek me al een broodje aap en  toen werd het bevestigd. Toch denk ik dat er vaak een relatie is tussen lichaamshouding en psychische gesteldheid. Als de resultaten van dergelijk onderzoek  specifiek zijn en meetbaar. Losse gevoelens zijn dat doorgaans niet. Jij voelt per slot van rekening niet wat ik voel en over de gevoelens van een ander kan je maar heel weinig zeggen.

Gisteren bekeek ik op YouTube de TED-talk van Amy Cuddy. Zij vertelt over (haar?) onderzoek naar het effect van lichaamshouding op de psychische gesteldheid van mensen. Ze constateerde dat sommige studenten breeduit zaten en zich groot maakten en dat ze alleen daardoor al veel zekerder overkwamen. Als zij hun vinger opstaken om iets te zeggen dan kan je haast niet om die vinger heen. Groot, sterk, dominant, zeker van zichzelf. Ze mogen en willen gezien worden. Daartegenover zag ze studenten die weinig plaats innamen. Als zij hun vinger opstaken reikte die nauwelijks boven hun hoofd. Als docent heb je de neiging om die mensen maar geen beurt te geven, niet in het zonnetje te zetten en nauwelijks aandacht aan ze te besteden. Ze tonen bang, verlegen en onzeker. Hun lichaamshouding verraad een psychische toestand die meetbaar blijkt. Meet je de aanwezige hoeveelheid cortisol in het bloed, dan kan je een uitspraak doen over de stress die een persoon voelt. Meet je het testosteron dan kan je iets zeggen over hoe zeker iemand zich voelt. Bij de mensen die zich groot maakten bleek het cortisol gehalte laag te zijn en het testosteron percentage relatief hoog. Bij de mensen die zich klein maakten lagen deze percentages precies andersom. Mensen die zich klein maken zijn vaak fijne, aardige mensen die rekening houden met anderen en die een ander niet graag kwetsen of pijn doen…vaak vrouwen, maar ook veel mannen. De opgeblazen kikkertjes daarentegen, brengen het al snel tot managers waarbij het ze aan hun reet zal roesten hoeveel leed ze veroorzaken bij het najagen van hun carrière. Ze veroveren en laten het daarna achter zich. Ja inderdaad; vaak mannen. Maar tegenwoordig herken ik ook wel veel vrouwen die aan dit macho-syndroom lijden.

Vraag is nu of je van een bescheiden lieverdje een opgeblazen kikkertje kan maken. Want Opgeblazen kikkertjes worden weliswaar als mensen minder gewaardeerd, maar in werksituaties spelen ze de eerste viool. Wil je dus carrière maken dan moet je je wel ietsje groter maken dan het bescheiden lieverdje dat je eigenlijk bent. Uit meetresultaten blijkt dat als je je als ineengedoken zachtaardigerd groot maakt (onderuitgezakt, benen wijd, je ene arm op de stoelleuning naast je en de andere in de lucht), je je meetbaar ook anders voelt: De cortisolspiegel daalt terwijl het testosteron stijgt. Daardoor wordt je eventjes een iets minder gewaardeerd mens, maar krijg je wel wat voor elkaar. Helaas heb je doorgaans absoluut niet door hoe je je gedraagt want je bent wie je bent.

Een leuke TED talk, zeker de moeite waard!

De neven en nichten van Özkan Akyol

Ik kijk elke zondag naar ‘De neven van Eus’. Ik vind het een leuk en onderhoudend programma. Het laat niet alleen zien hoe enorm uitgebreid de familie van Özkan Akyol is, maar ook hoe het land Turkije op dit moment functioneert. Het is duidelijk dat hij niet een objectief beeld schetst, maar een beeld vanuit hemzelf en zijn neven (en nichten). Ik vind het fantastisch als Akyol ‘ergens’ in Turkije aankomt en één van zijn neven of nichten tegenkomt. ‘Heb ik je weleens eerder gezien?’ is altijd de vraag nadat ze elkaar een paar fikse zoenen hebben gegeven. In onze cultuur is dat raar. Je gaat pas zoenen als je een band hebt en een familieband is niet direct een band die bepaalt of je elkaar zoent of niet. Wij houden het liever bij handenschudden als we iemand nog nooit (bewust) hebben gezien.

Natuurlijk komt er politiek kijken in de serie. Turkije is een gepolitiseerd land. Bovendien hoort Özkan Akyols in Turkije wonende familie tot een religieuze minderheid; ze zijn alevieten.  Een soort van milde sjiieten. Op dit moment lijken soennieten en sjiieten elkaar even erg te haten als vroeger socialisten en communisten bij ons. Die haat geldt in de moslimwereld maar Nederland behoort niet tot die wereld. In Nederland behoort vrijwel iedereen tot een religieuze minderheid; onze meerderheid is (denk ik) areligieus. Ons zal het hier worst wezen of je soenniet of sjiiet bent. Ook jood of gereformeerd; het kan ons niet bommen. Iedereen is vrij om een relatie met zijn eigen God aan te gaan of niet. Sterker nog, in Nederland ben je vrij om te geloven en te denken wat je wil. Met inachtneming van de zeer ruime regels mag je je godsdienst ook gezamenlijk vieren; doen we niet moeilijk over. Dat geeft vrijheid en we houden van vrijheid. Ik hou van vrijheid.

De afgelopen uitzending over zijn neven, streek Akyol neer in Antalya. Zeg ik Antalya dan denk ik all-inclusive. Zeg ik all-inclusive dan denk ik all-you-can-eat. Zeg ik all-you-can-eat dan denk ik: Niet naartoe gaan, Frits; je wilt het wel, maar voor jou is dat heel erg ongezond. Gelukkig wil Josien er niet naartoe en daarom ga jij er niet naartoe. Maar soms denk je: eventjes jezelf helemaal lekker laten verwennen in Antalya; niets hoeven en niets moeten maar wel lekker eten; de hele dag door… Maar wat bleek tijdens de uitzending van afgelopen zondag; het ging helemaal niet goed met het toerisme in Antalya. Hotels en all-inclusives bleven leeg. Eén van Akyols neven had jaren gespaard om zijn eigen all-inclusive gelegenheid te beginnen. Hij had zelfs al een locatie op het oog. Dicht bij zee. Echt een mooie locatie. Maar de eerste hoteleigenaren begonnen failliet te gaan en daarmee vervloog ook de droom van neef Akyol. Zolang dictator Erdogan de scepter zwaait zal het met de toeristen alleen maar slechter worden, werd verteld. Want: Erdogan laat gescheiden stranden voor mannen en vrouwen maken (wie wil daar nou op vakantie gaan!); hij bedreigt Duitsers en Nederlanders (want fascisten…?) en schiet Russische vliegtuigen neer (en daarmee de Russische eer). Daarmee help je de toeristensector niet verder.

Kennelijk mogen de neven van Akyol dat niet zo zeggen. Turken in Nederland die liever dictator Erdogan hebben dan onze liberale vrijstaat, bedreigen Özkan Akyol omdat hij constateert dat onder Erdogan de welvaart uit Antalya wegvloeit. Dat stuit bij mij op onbegrip; zij proberen Akyols, en daarmee mijn, vrijheid in te perken. Het ergste is dat ik geen enkele manier weet om deze achterlijken aan te pakken zonder dat ik iets van mijn eigen vrijheid inlever.

Fermenteren en drs. Zuurkool.

Op mijn afzuigkap in de keuken staat een pot met een bruin goedje. Ik zal niet vertellen waar het het meeste op lijkt… Maar als je het opendraait komt er een heel aparte geur uit. Eerst een geur die een heel klein beetje op aceton lijkt. Dat is een vluchtig aroma dat wegtrekt. Daarna komt er een aromatische geur los. Het heeft iets weg van Marmite, maar toch heel anders. Het is, of wordt, miso. Na een fermentatieproces dat een half jaar heeft geduurd zal mijn beschimmelde rijst en mijn gekookte (in dit geval) zwarte bonen met wat zout en water, veranderd zijn in miso. Nu is het nog niet zo ver, want er is nog geen half jaar voorbij. Half augustus denk ik dat de miso echt is wat het zou moeten zijn. Miso is fermentatie van de lange adem.

In februari heb ik een cursus gevolgd bij TeesT, gegeven door Meneer Wateetons. Op dat moment lag zijn standaardwerk ‘Over Rot’, dat helemaal over het fermenteren van voedsel gaat, al ruim een jaar in de winkel. Een erg leuk boek om te lezen. Goed geschreven en met heel veel verstand van zaken. Dat was ook wat me opviel tijdens de cursus die Meneer Wateetons gaf; zijn enorme kennis over wat er precies in het fermentatieproces gebeurt. Dat moet ook wel, want fermentatie is een proces dat gestuurd moet worden omdat er altijd slechte en goede micro-organismen zijn met tegengestelde belangen. De goede organismen zorgen ervoor dat je melk yoghurt wordt terwijl de slechte je ziek maken. Meneer Wateetons is geen kok, dat beweerde hij steeds weer, maar opvallend was dat hij verdomd goed wist wat lekker eten is en wat je juist wel of niet met elkaar moet combineren. De fermentatie cursus van TeesT vind ik absoluut een aanrader. Ik ben er in ieder geval erg enthousiast van geraakt. Natuurlijk maakte ik al desembrood en zuurkool, maar sindsdien heb ik mijn assortiment van zelf gefermenteerde producten fiks uitgebreid of ben ik dat van plan. (Hoewel…van sommige plannen weet ik niet of het er nog van komt.) Maar eigen gemaakte yoghurt, bijvoorbeeld eet ik tegenwoordig dagelijks: Matzoni. Dat is een yoghurtcultuur die uit de Kaukasus afkomstig is. Een bijzonder zachte smaak en uitermate makkelijk te bereiden. Je giet namelijk een klein scheutje van de yoghurt in een fles melk en je laat de fles een dag en een nacht buiten de koelkast staan. Je hoeft niets met temperaturen te doen alleen maar buiten de koelkast laten, en dan heb je heerlijke zachte yoghurt. Ietsje slijmeriger dan wij gewend zijn, maar een keer goed schudden zorgt voor een mooie textuur.

Vandaag staat er een interview in de krant met Sandor Katz (bijnaam Drs. Zuurkool). Hij blijkt een collega van Meneer Wateetons. Hoewel Meneer Wateetons zich in veel aspecten van voedsel verdiept, heeft Katz zich helemaal gespecialiseerd in het fermenteren en wil hij dat ook uitdragen. Het interview leest alsof er in Nederland nog nooit is nagedacht over fermenteren, valt mij op. Dat is dus onzin.

Op Netflix was een tijd een miniserie beschikbaar over koken. Aan de hand van de vier elementen water, vuur, aarde en lucht, schetste de maker een beeld van wereldwijde voedselbereiding. Ik vond het wel een aardige serie. Wat hij beweerde was dat we overal op dezelfde manier grillen, bakken en koken, maar dat het fermenteren van voedsel onze nationale eetcultuur bepaalt. Daar zit wel wat in hoewel ik ook denk dat het gebruik van specerijen cultuurbepaald is.