Tagarchief: Librisliteratuurprijs

Merijn de Boer – De Saamhorigheidsgroep; een heerlijk boek!

Het woord ‘pageturner’ staat mij verschrikkelijk tegen, maar verzin daar maar eens een goed nederlands woord voor. Deze roman is er zo één, dus. Boeiend en spannend tot het eind. De strijd om de Frits’ Librisliteratuurprijs 2021 gaat voorlopig om de tweede plaats; de eerste plaats is bij mij nauwelijks bereikbaar. Deze roman gooit hoge ogen. Ik moet zeggen dat de keuze voor de boeken op de shortlist mij enorm heeft verrast; tot nog toe geen enkele roman die er negatief uitspringt. Dat is wel eens anders geweest. Wat deze linkse jongen wel even kwijt moet is dat ik de roman ‘De saamhorigheidsgroep’ ook wel weer een voorbeeld vind van linkse mensen plagen en in de zeik nemen. Dat vind ik op de één of andere manier niet erg fijn, maar oké, laat ik niet moeilijk doen. Misschien ben ik ook wel wat gevoelig geworden op dit punt; de ‘linkse kerk’ (wat klinkt dat verschrikkelijk k…) heeft nogal wat te verduren gekregen de laatste jaren en dat terwijl het, wat mij betreft, zonneklaar is dat er ingrijpende maatregelen moeten worden getroffen die in een verdacht ‘links’ daglicht staan. Gelukkig – maar uitermate ongelukkig voor links – hebben veel rechtsere partijen deze items overgenomen van links. Zelfs de overgang naar een duurzame samenleving is in handen gegeven aan VVD-prominenten… Maar laten we terugkeren naar het boek waar het hier om gaat!

In het eerste deel van de roman, de proloog die zich in 2018 in New York afspeelt, leren we ambassadeur Bernhard  Wekman,  permanent vertegenwoordiger  bij de Verenigde Naties kennen. Hij bereidt zich voor op een ontmoeting met Bronno die hij meer dan dertig jaar geleden heeft leren kennen als het meest dominante lid van de saamhorigheidsgroep. Destijds maakte Bernhard deel van uit van deze groep. Hij beseft dat hij sinds dat ene jaar dat hij lid was, nooit meer zo gelukkig is geweest als toen. Tijdens de ontmoeting wil Bronno, namens de saamhorigheidsgroep, dat hij Tibet erkent in de VN namens Nederland. Als Bernhard vertelt dat dit echt niet mogelijk is, druipt Bronno zwaar teleurgesteld af.

Het tweede deel van de roman – het leeuwendeel van de roman – speelt zich in 1982 en 1983 af in Haarlem en Amsterdam. Bernhard schermt samen met Felix. Felix introduceert Bernhard bij de Saamhorigheidsgroep. Dat blijkt een groep zeer idealistische mensen te zijn die zich inzetten voor al het onrecht in de wereld. Daarvoor staat ze tien procent van hun inkomen af en van dat geld worden projectjes gefinancierd. Hier hebben ze regelmatig vergaderingen over. Bernhard, die over enkele maanden zijn eerste post in Angola krijgt, voelt zich een vreemde eend in de bijt, maar vindt de leden zo enthousiast in hun streven naar een betere wereld dat hij zich toch thuis voelt in de groep. De saamhorigheidsgroep is echter veel meer dan een clubje dat goede doelen nastreeft; het is ook een soort gezelligheidsclub. Iedereen stemt minstens PvdA, maar hun actiebereidheid is vele mate groter. Liza en Tristan zijn ook lid van de groep. Zodra Liza haar stem laat horen, is Bernhard zodanig verkocht door het timbre dat hij lid wordt. Hij heeft sindsdien een oogje op Liza.

Verloskundige Liza heeft haar man, kunstenaar Tristan, op de middelbare school leren kennen. Sindsdien zijn ze samen. Ze hebben een grote kinderwens maar het zaad van Tristan blijkt niet vruchtbaar. Omdat Liza heeft opgemerkt dat Bernhard, die niets afweet van Tristans onvruchtbaarheid, zijn ogen niet van haar kan afhouden, bedenken ze het plan om Bernhard te verleiden. Zonder dat hij het weet zal hij haar dan zwanger maken. Omdat hij binnenkort naar Angola vertrekt, zal hij nooit van haar zwangerschap weten. Dat plan loopt anders dan verwacht want Bernhard wordt smoorverliefd op Liza. Zoveel liefde heeft ze lang niet gevoeld en daar bezwijkt haar huwelijkse trouw dan ook onder. Bernhard en Liza beginnen een heftige, stiekeme, onstuimige verhouding. Bernhard laat de uitzending naar Angola aan zich voorbij gaan. Hoewel hij wellicht een vermoeden van de relatie heeft, maar het niet echt ontdekt heeft, raakt Tristan  helemaal bezeten van het idee dat hij zijn vrouw Liza tegen haar wil heeft uitgeleverd aan Bernhard. Hij kan er nauwelijks mee leven als Liza zwanger blijkt. Bernhard daarentegen is ervan overtuigd dat Tristan haar zwanger heeft gemaakt en zeker niet hijzelf; hij kan zich niet voorstellen dat hij daartoe in staat zou zijn. Als het kind geboren is, heeft Bernhard het gevoel dat hij het gezin van Liza en Tristan met de kleine in de weg staat. Hij voelt dat ook zijn verliefdheid over is. Hij aanvaardt een post in Jeruzalem en maakt het uit met Liza.

Het derde deel speelt zich in 1984 af in Jeruzalem. Tristan, die de inzinking nabij is, gaat naar Jeruzalem om ‘iets’ te doen. Hij hoopt Bernhard te vinden en dan ‘iets’ te doen om zijn haatdragende gevoelens weg te poetsen.

Het laatste deel speelt zich in Haarlem af in 2019 en is een epiloog.

Van de eerste tot de laatste letter een spannend boek. Het leest heerlijk weg. Is goed geschreven. Je blijft er nog even mee in je hoofd zitten. Maar toch…er zitten volgens mij wat rafelrandjes aan de roman. De roman gaat over een buitenstaander die lid wordt van een groep. Van die lijn wijkt de auteur diverse keren af om wat uitstapjes te maken naar de andere leden van de groep. In mijn ogen werkt hij dat te weinig uit zodat er wat losse floddertjes ontstaan. Ja, het heeft met de saamhorigheidsgroep te maken, maar wat precies met de grote lijn van het verhaal. Niet dat het erg stoort, maar zo’n groep van namen is moeilijk te onthouden en zeker als het verhaaltje kort en relatief oppervlakkig blijft. Moeilijk bij te benen wie wie is in zo’n geval. Vooral die lossere zijlijntjes kosten heel wat hersenoefeningen. Een ander ding vind ik de karaktertekening van Bernhard. Hij wordt door de auteur neergezet als een goedaardige, zachte man die zich makkelijk laat meeslepen. Hij probeert zich voortdurend aan de groep aan te passen. Zo parkeert hij zijn auto een eind uit de buurt, zodat het lijkt alsof hij geen auto (want not done in de groep) heeft. Dat karakter klopt volgens mij niet met het karakter van een permanent vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties namens Nederland; dat moet een zeer standvastig, slagvaardig persoon zijn. Ik vind het een zwakte in de roman.

Bernhard is iemand met een laag libido, wordt verteld, maar dat libido wordt in het saamhorigheidsjaar door Liza naar grote hoogte gestuwd. Zodra hij het uitmaakt met Liza, zakt zijn libido naar het vroegere niveau. Grappig is dat de schrijver Bernhard een favoriete filmscene toedicht uit de film ‘Shame’. Dat is een film over een seksverslaafde man en dus een extreem libido. Hoe dan ook; het is een heerlijk boek om te lezen!

Simone Antangana Bekono – Confrontaties; geen frontale aanval

De roman Confrontaties van Simone Atangana Bekono werd aangekondigd als een boek over racisme. Daar heb je tegenwoordig bij mij al de poppen mee aan het dansen. Ik word meteen opstandig. Dat komt ongetwijfeld doordat ik een blanke, lekker verdienende, redelijk hoogopgeleide, heteroseksuele man ben en als zodanig – ondanks de ‘white privilege’ – de pispaal van de natie. Degene aan wie ze constant uitleggen dat al het kwaad in de wereld zonder meer op mijn conto geschoven kan worden. Dan kan ik zwak roepen dat ik, als halve jood, toch ook best zielig en gediscrimineerd ben…maar nee, dat helpt geen zier. Ik ben de grote, kwaadaardige, witte, bewust of onbewust racistische man en al het onrecht dat de medemens met een kleurig huidje overkomt, dat is mijn en onze schuld. En als mij hetzelfde onrecht overkomt dan heb ik gewoon pech…of zoiets.

Gelukkig ontstijgt de roman ‘Confrontaties’ de denkbeelden van Gloria Wekker en aanstelster Anousha Nzume, de roman is prima te lezen en stelt niet bij voorbaat de schuldigen vast; zoals in de meeste goede romans wordt het interpreteren van gedrag aan de lezer overgelaten. Daarom geef ik mijn zo kort mogelijke interpretatie van de plot meteen hier prijs: Het gaat over een meisje dat in een jeugdgevangenis vastzit omdat ze een jongen zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht. Dat is per ongeluk gebeurd toen twee pestkoppen haar gewelddadig pestte en zij zich verdedigde. Dat de pestkoppen haar huidskleur gebruikten om haar te kwetsen; het had in een ander geval net zo goed rood haar, schele ogen, grote of juist kleine tieten, klein hoofdje of grote voeten kunnen zijn. Aldus werd de boze witte man in mij weer rustig…

Natuurlijk komen er wel wat thema’s langs die vraagtekens zetten achter onze verhouding met de rest van de wereld, maar dat lijkt me alleen maar goed; we moeten onszelf steeds vragen blijven stellen. Hoofdpersoon Salomé Atabong zit opgesloten in een jeugdinrichting die ze zelf de naam de ‘Donut’ heeft gegeven. Het is een gebouw waar je alleen maar rechtsaf kunt, volgens de verteller. Een rond gebouw rond een binnenplaats. Het gebouw is verdeeld in compartimenten. Eentje voor meisjes, de rest voor ontspoorde jongens. Therapie krijgt ze van …Frits (heeft echt niets met mij te maken!). Frits herkent ze van een programma op de televisie waarin een gezin veertien dagen gaat wonen bij een ‘primitieve’ stam in Afrika. De hoofdpersoon wiens vader uit Kameroen komt, heeft moeite met dit gegeven omdat het programma de betreffende Afrikanen te kakken zet. Therapeut Frits blijkt het ook niet eens te zijn geweest met hoe ze geportretteerd werden door het programma. Hij heeft veel door Afrika gereisd en is juist heel geïnteresseerd in Afrika. Gaandeweg de roman bouwen Salomé en Frits een goede therapeutische band op en krijgt ze inzicht in haar positie en gevoelens tussen twee culturen in: Aan de ene kant de Afrikaanse, van haar vader en aan de andere kant de Nederlandse (Zeeuwse) kant van haar moeder.

Veel aandacht wordt besteed aan het haar van Salomé. Haar vader knipt haar haar in een ronde afro. Dat is volgens de verteller het enige dat hij kan. Als je de verschillende haardrachten beschouwd, zou je denken dat haar vader haar rond en gewillig knipt. Aan de andere kant koopt haar vader ook een boksbal voor d’r waarmee ze kan trainen om de pestkoppen de baas te zijn. Als ze tijdens een vakantie hun familie bezoeken in Kameroen, ‘doet’ de zus van haar vader – tante Céleste – haar haar. Ze maakt vlechten die min of meer als de slangen van Medusa uit haar hoofd komen. De wraakgodin. En je zou kunnen denken dat de hoofdpersoon in de jeugdgevangenis is gekomen vanwege een wraakactie. Maar dat is dus niet zo; ze verdedigde zichzelf; dat is wezenlijk iets anders. In de jeugdgevangenis gaat vriendin Marissa haar haar doen; kleine staartjes…begreep ik. De vergelijking met Medusa komt vaak terug en dat vind ik moeilijk omdat ik toch niet helemaal begrijp waarom. Überhaupt wordt er veel verwezen naar de Griekse verhalen. De hoofdpersoon presenteert zichzelf ook als een absolute boekenwurm. Ze wordt op de lagere school absoluut niet te laag ingeschat, want ze krijgt een gymnasium advies. Op deze school gaat het uiteindelijk faliekant mis. Dat ligt onder anderen aan pesten. Ze kan zichzelf ook erg moeilijk beheersen, leren we.

De roman bevat erg veel verwijzingen naar de verhalen uit de klassieke oudheid. Parallellen met het verhaal zijn er doorgaans wel. Het valt mij op dat de auteur met haast losse streken taal de gemoedstoestand van de hoofdpersoon schildert. Soms werkt dat heel sterk. Doordat het vaak losse associaties of herinneringen of gespreksflarden is het aan de andere kant soms moeilijk te volgen; waar zitten we precies? Wat doet de hoofdpersoon? In welke herinnering? En waar? Het maakt het soms wat ondoorgrondelijk.

De roman is zeker goed geschreven. De sfeer is goed getekend en ook de emoties komen vaak goed uit de verf. Toch is het niet mijn meest favoriete roman uit de shortlist van de libris literatuurprijs. Maar om mijn favoriete roman uit dit lijstje voorbij te streven heb je echt wel wat nodig! De roman is in ieder geval geen frontale aanval op deze witte oudere man, en dat voelt als een opluchting!

Cindy Hoetmer – Min of meer opmerkelijke gebeurtenissen uit het leven van een treuzelaar.

Ik denk op het ogenblik veel na over rouw. Na het overlijden van schoonzus M. waar liefje J. erg veel moeite mee heeft, natuurlijk, maar ook ik heb er last van. Nauwelijks met het overlijden van M. – hoewel ik erg met J. mee leef, maar wel met alles dat we dit jaar kwijtgeraakt zijn; ons vrije leven en de cultuur. Elke dag mis ik het zo verschrikkelijk terwijl ik het gevoel heb dat ik niet mag klagen. Rouw zie ik ook terug in de autobiografische schetsen, al of niet fictief, bij ‘Min of meer opmerkelijke gebeurtenissen uit het leven van een treuzelaar van Cindy Hoetmer. Ze presenteert zichzelf als ‘voormalig’ schrijver. Dat voelt behoorlijk pijnlijk; als iemand die ‘het’ niet gehaald heeft. En inderdaad; ik had nog nooit van d’r gehoord terwijl ze jaren geleden een paar romans heeft gepubliceerd… Ik vrees dat er zo velen rondlopen, helaas, mensen die veelbelovend waren maar toch niet datgene bereikt hebben wat ze graag hadden gewild; het leven is nou eenmaal onrechtvaardig. In het boekje loopt een vrouw rond die rouwt om datgene wat ze had willen bereiken, maar helaas…niet gehaald heeft.

Als liefhebber van romans had ik in het begin wel moeite om dit boekje te lezen. Het duurt namelijk wel even voordat je doorkrijgt wat er aan de hand is. In schijnbaar losse vegen schildert Cindy Hoetmer het leven van een vrouw die de vijftig is gepasseerd en die worstelend om gezond te blijven toch uiteindelijk steeds in de kroeg beland. Een vrouw waar, volgens eigen zeggen, geen man meer in geïnteresseerd is. Uitgerangeerd is. Op literaire avonden vol succesvollere auteurs rondhangt om uiteindelijk beschonken alleen in bed te belanden. Tijdens die avonden in de kroeg en literaire avonden wordt ze links en rechts afgezeken en beledigd en eigenlijk geeft ze iedereen nog gelijk ook; wie is ze nou helemaal? Een mislukte schrijver die haar geld verdiend met achterlijke baantjes. Het zit haar gewoon niet mee…

De schetsmatige gebeurtenissen die Cindy Hoetmer beschrijft, lijken in het begin onsamenhangende anekdotes. Vaak grappig. Je zoekt diepgang en dat lijkt compleet te ontbreken. Nou moet ik wel zeggen dat ik knap allergisch ben voor drank- en dronkenman verhalen. Daarom heb ik na zo’n bladzijde of veertig overwogen om het boekje dicht te slaan en nooit meer verder te lezen, maar ik ben toch verder gegaan en heb daar uiteindelijk geen spijt van. Het toont de allerminst oppervlakkige worsteling van een ouder wordende vrouw met het leven, nadat ze heeft moeten inzien dat de doelen die ze voor zichzelf had, onhaalbaar zijn gebleken. Ze wilde het leven van een succesvol schrijver, maar dat is niet gelukt. Ze wilde, net als haar ouders, oud worden in een liefdevolle relatie, ook niet gelukt. Wat overbleef was een, in haar eigen ogen, cynische, oudere, mislukte, aan de drank geraakte vrouw. In hoeverre de Cindy Hoetmer als schrijver van het boekje samenvalt met de hoofdpersoon met dezelfde naam, weet ik niet en zou me eigenlijk niet moeten interesseren. Maar dat doe ik toch… Leuk is dat de hoofdpersoon zo’n beetje door de buurt zwalkt waar ik woon. Het decor ken ik, om het zo maar te zeggen. Ik heb een paar keer verschrikkelijk moeten lachen om situaties die ze beschreef.

Achteraf vind ik het boekje meer geslaagd dan toen ik het nog aan het lezen was. Overigens, op de omslag een plaatje van een luiaard; dat dekt niet echt de lading; de hoofdpersoon is niet lui. Ik vind de hoofdpersoon ook geen treuzelaar, meer een worstelaar

Prijsuitreiking: de Frits L. literatuurprijs 2020

Nu ervaar ik voor het eerst hoe ingewikkeld jureren is. De afgelopen jaren liep ik achter de feiten aan en was mijn jurering slechts kritiek op wat al gedaan was. Maar dit jaar, door dat afgrijselijke virus dat iedereen in z’n greep houdt, is de prijsuitreiking van de Libris Literatuurprijs uitgesteld en is het me gelukt om de boeken uit te lezen voordat de ‘echte’ jury haar oordeel uitspreekt. En echt, het valt niet mee. De verantwoordelijkheid drukt zwaar op me. Ik ga een oordeel geven over boeken die anderen op een lijstje hebben gezet. Hoe ga ik te werk? Daar begint het al…hoe ga ik te werk? Geen idee, dus. Als beste stuurman op de wal las ik gewoon de boeken en dat was dat; de meest boeiende bovenaan en de minst aansprekende onderaan. Dat was makkelijk! Laat ik voor mezelf beschrijven hoe ik de boeken ga beoordelen:

Ik vind dat de winnende roman met vakmanschap geschreven moet zijn. Bij romans is dat taalbeheersing. De zinnen moeten vlotjes lopen. De taal moet helder zijn. Aan de andere kant…enkele jaren geleden vond ik een roman van Connie Palmen best goed (niet mijn winnaar) en daar was de taal helemaal niet helder; het woordenboek hield ik tijdens het lezen bij de hand. Beoordelingscriteria zijn kortom nooit absoluut. Aan de andere kant vind ik wel dat er originaliteit moet zitten in het taalgebruik. Als clichés me gaan opvallen dan zakt de roman door zijn hoeven. De winnende roman moet mijn blikveld verruimen; de roman moet mijn kijk op de wereld veranderen of verbreden. Wat ik ook belangrijk vind is dat ik de innerlijke roerselen van de personages kan volgen of me ermee kan identificeren. Er moeten spanningsbogen in zitten die het me haast onmogelijk maakt om niet verder te lezen. Het moet een lekker boek zijn om te lezen. Erg objectief is het allemaal niet, geef ik toe en absoluut – voor zover dat al mogelijk zou kunnen zijn – zijn de criteria ook niet. Maar, denk je dat het bij de ‘echte’ jury anders zit? Ik denk dat dus niet… Het lijstje boeken waar het om gaat:

Nachtouders van Saskia de Coster.
De hoogstapelaar van Wessel te Gussinklo.
Zwarte schuur van Oek de Jong.
Uit het leven van een hond van Sander Kollaard.
Liefde, als dat het is van Marijke Schermer.
Vallen is als vliegen van Manon Uphoff.

De laatste plaats is wat mij betreft het makkelijkst. Dat is Nachtouders van Saskia de Coster. Ik begrijp al niet hoe dit boek op de shortlist terecht is gekomen. Niet altijd lekkere zinnen. Dat kan natuurlijk aan het Vlaams liggen, maar dat denk ik dus niet; ik heb genoeg Vlaamse boeken gelezen waar de zinnen vlotjes naar binnen vloeiden. Een autobiografisch boek geschreven door een mannenhaatster. Wat voor beeld moet zoonlief krijgen van zichzelf als man, als hij leest dat zijn pa zich in het bezemhok van het ziekenhuis heeft moeten aftrekken om hem te verwekken… Dat maakt het voor mij – man – dus onverteerbaar om te lezen.

De op één na laatste plaats is ook nog makkelijk: De Hoogstapelaar van Wessel te Gussinklo. Heus, een knap geschreven roman, daar wil ik niets aan af doen. Maar wat is de hoofdpersoon een verschrikkelijk persoon. Arrogant, denigrerend, beter-wetend, een lege huls. En het blijft maar doorgaan in die roman. Na bladzijde vijftig wil je de hoofdpersoon al voor zijn bek slaan en op pagina honderd heb je het helemaal met hem gehad. Maar dat boek gaat vijfhonderd pagina’s door! Geliefde J. smeekte me om de roman terzijde te leggen, ik werd er zwaar chagrijnig van… Heb ik uiteraard niet gedaan; ik heb de beker tot de laatste bittere druppel leeg gedronken.

Dan blijven er vier romans over en eerlijk gezegd heb ik echt moeite om daarin een volgorde aan te brengen. Alle vier hebben ze me veel gebracht. De volgorde zegt niets over de kwaliteit. Het gaat om nuances. In mijn recensies op deze site scoorden ze alle vier heel erg hoog.

Toch zet ik op de vierde plaats Vallen is als vliegen van Manon Uphoff. De taal in de roman is ronduit vernieuwend. Ze benadert incest en seksueel misbruik op een manier die je laat voelen hoe het is: Overkomt het de hoofdpersoon wel of niet? Duidelijk is dat het de hoofdpersoon wel overkomt maar het zou ook niet zo kunnen zijn. Dat maakt de roman waanzinnig sterk. Ook de gevolgen van misbruik worden zichtbaar. De vernieuwende sterke kant van de roman maakt het ook wat taaier om te lezen. Daarom op mijn vierde plek.

Op de derde plaats zet ik Zwarte Schuur van Oek de Jong. Een indringende roman over een immer aanwezig maar weggedrukt verleden. Spannend hoe dat verleden naar boven komt. Uitermate boeiend geschreven; ik heb het in één ruk uitgelezen. De mogelijkheid om je te Identificeren en in te leven in de hoofdpersoon ging als vanzelf en was heel sterk. Misschien één zwakker puntje; de hoofdpersoon zet zich neer als een onweerstaanbare vrouwenverleider. En voor dat verleiden hoeft hij geen enkele moeite te doen; vrouwen komen als vliegen op de stroop (de hoofdpersoon, dus) af. Wellicht dat mijn jaloezie Oek de Jong de eerste prijs ontzegt…

Op mijn tweede plaats komt Uit het leven van een hond van Sander Kollaard. Een fantastische roman die je weer leert wat het leven aan liefde herbergt. Iedereen wordt met liefde en respect benadert, op een enkele uitzondering na. Wat ik in mijn recensie vergeten ben te vertellen, maar hier dus nog even rechtzet, is zijn bezoek aan dementerende ex-collega Maaike met wie hij een seksuele relatie heeft gehad. Met zoveel liefde en respect beschreven dat je er ontroerd van raakt. Helaas moet ik kiezen en daarom is dit pareltje op de tweede plaats gekomen en niet op de eerste.

And the winner is…. Liefde, als dat het is van Marijke Schermer. Een fantastische analyse van de liefde in al haar verschijningsvormen. Een roman die regelmatig pijn doet aan je ziel en daarmee de complexiteit van gevoelens blootlegt. De roman stelt wel vragen maar geeft niet altijd antwoorden, want dat kan niet als het om gevoelens gaat. Waarom gaat de vrouw een sado- masochistische relatie aan? Geen idee. Het beste zal me de consternatie bijblijven van de puberdochter die per ongeluk de appjes leest die moeder en minnaar naar elkaar sturen. De volkomen ontreddering. Echt een terechte winnaar. Als ik toch nog wat kritiek zou mogen uiten: De titel, die had wel wat beter en origineler gemogen.

Mijn definitieve lijst:

1) Liefde, als dat het is van Marijke Schermer.
2) Uit het leven van een hond van Sander Kollaard.
3) Zwarte schuur van Oek de Jong.
4) Vallen is als vliegen van Manon Uphoff.
5) De hoogstapelaar van Wessel te Gussinklo.
6) Nachtouders van Saskia de Coster.

En nu maar afwachten wat de ‘echte’ jury vindt!

En de winnaar is…En de winnaars zijn…

Ik heb ze alle zes uit. De shortlist van de Librisliteratuurlijst 2019. Ik moet zeggen dat ik de kwaliteit van de boeken die dit jaar op de shortlist stonden, hoger inschat dan de lijst van vorig jaar. Maar desalniettemin vraag ik me af welke criteria de jury aanhoudt als ze boeken selecteert. Ik zou ook graag willen weten waarom een bepaald boek uiteindelijk wint. Ik kon dat op Internet niet terugvinden. Als ik zo langs het lijstje kijk, dan begrijp ik het allemaal niet zo erg. Ik zou graag horen wat ik gemist heb, want mijn mening verschilt nogal met dat van de jury. Vorig jaar, kan ik me herinneren, begreep ik niet eens wat een bepaald boek op de longlist deed, laat staan hoe het op de shortlist terecht kwam.

We gaan het niet nog eens hebben over vorig jaar; aan dit jaar hebben we onze handen al vol genoeg.
De boeken op de shortlist Libris literatuurprijs 2019:
• Jan van Aken – De ommegang, Querido
• Johan de Boose – Het vloekhout, De Bezige Bij
• Rob van Essen – De goede zoon, Atlas|Contact
• Esther Gerritsen – De trooster, De Geus
• Bregje Hofstede – Drift, Das Mag
• Ilja Leonard Pfeijffer – Grand Hotel Europa, De Arbeiderspers

Op de laatste plaats eindigt Rob van Essen met zijn roman De Goede zoon. Ik heb me er doorheen gewerkt. Vond het doodsaai om te lezen. De SF elementen waren onrealistisch en slecht uitgewerkt. Ik snapte eigenlijk niet eens waarom het boek op de longlist was gekomen gezien alle boeken die verschenen zijn dit jaar. Gek genoeg heeft deze roman de prijs in het echt gewonnen. Ik moet dus wel een hoop gemist hebben. Wat was ik blij dat ik het uit had!

Op de vijfde plaats eindigt bij mij Drift van Bregje Hofstede. Een goed geschreven boek dat ik geboeid heb gelezen. Alleen is het wat mij betreft geen roman maar meer een verslag van een scheiding. Ik denk dat het talent van Bregje Hofstede moet rijpen. Ik zie een heleboel positiefs in het boek, maar net niet goed genoeg gecomponeerd om in dit rijtje boeken hoge ogen te gooien. ‘Gecomponeerd’ schrijf ik omdat ik de vorm van het boek te mager vind. Een scheiding kan best een onderwerp van een roman zijn, alleen moet je je dan afvragen in wat voor vorm je het giet.

Op de vierde plaats eindigt bij mij Het Vloekhout van Johan de Boose. Een fantastische roman. Bijzonder fantasievol en met heel veel respect voor spiritualiteit geschreven. De roman heeft de pech dat er op de shortlist een paar boeken staan die ik gewoon nog veel beter vind en helaas, ik heb mezelf opgelegd om jury te spelen en de boeken met elkaar te vergelijken.

Op de derde plaats zet ik De Trooster van Esther Gerritsen. Ik heb denk ik wel alle boeken van Gerritsen gelezen en vind de ene nog bijzonderder dan de andere. Toen ik het boek uithad was ik verschrikkelijk enthousiast. Misschien heeft De Trooster de pech dat ik het al zo lang geleden gelezen heb; meteen toen het uitkwam. Maar helaas, op de shortlist staan nog boeiender boeken, vind ik nu.

Wat de eerste en de tweede plaats betreft, kan ik niet kiezen. Twee reusachtige boeken die ik in een adem uitgelezen heb. Twee boeken die de spanningsboog voortdurend hoog hielden. Twee romans vol met een gigantische ideeënrijkdom. Jan van Aken met de Ommegang en Ilja Leonard Pfeijffer met Grand-Hotel Europa komen wat mij betreft met z’n tweeën op de eerste plek. Dat moet kunnen omdat kunstwerken niet te vergelijken zijn en de twee romans beiden absolute topstukken zijn.

Kom ik toch nog even terug op de ‘echte’ winnaar: Kan iemand mij alsjeblieft uitleggen wat ik in De Goede Zoon gemist heb? Echt niet te hachelen dat boek. Hoe kan een jury bij een vergelijking dit boek kiezen boven de vijf andere boeken die stuk voor stuk veel boeiender zijn. Ik kan er eigenlijk niet bij…

Ilja Leonard Pfeiffer – Grand-Hotel Europa; Rijk en geweldig!

Ik moet zeggen dat ik er een beetje tegenop zie om dit stukje over deze roman te schrijven. Het is een roman namelijk die heel lekker wegleest, maar ondertussen een zeer diepgaande beschouwing is over verleden en heden van Europa ten opzichte van de rest van de wereld en ook een blik werpt op de toekomst. Het is een diepgaande beschouwing over de mensheid en het exploreren van de aarde, waarvan massatoerisme een aspect is. Kortom, Grand-Hotel Europa is een zeer rijke omvangrijke roman en als recensent – en dat ben ik – wil ik geen steken laten vallen. Door zijn enorme ideeënrijkdom zou dit wel eens in onze literatuurgeschiedenis een heel belangrijke roman kunnen worden… Maar dat weet ik niet, want daarvoor zou ik vanuit de toekomst terug moeten kunnen kijken.

Ilja Leonard Pfeiffer is met naam en toenaam de verteller van de roman, de ik-figuur. Hij neemt zijn intrek in het Grand-Hotel Europa om verslag te doen van zijn liefdesrelatie met Clio. In zijn woonplaats Genua wil de verteller een lezing bezoeken, maar hij heeft zich vergist in de datum. Op de plek waar de lezing gehouden wordt, blijkt zich nog iemand vergist te hebben in de datum; de kunsthistorica Clio. Dat is het begin van een gepassioneerde liefdesverhouding tussen de temperamentvolle adellijke Italiaanse Clio en de meer beschouwende noordelijke classicus Pfeiffer. Twee mensen die beroepshalve naar het verleden kijken. Samen gaan ze in Venetië wonen; de stad die in Europa mogelijk het meeste last heeft van het massatoerisme. Maar aan de andere kant ook een van de mooiste steden van Europa.

Het hotel Grand-Europa is net overgenomen door de Chinees Wang. Het hotel is vergane glorie. Er zijn een aantal vaste bewoners die als het ware symbool zijn voor verschillende aspecten van de oude Europese cultuur. Zo is er de Franse dichteres Albane die zich voor alles iets te goed voelt. Er is de geleerde Patelski, een steenrijke Griek, de vluchteling Abdul en de Majordomus. Allen vertellen hun verhaal in de roman en belichten daarmee hun deel van de geschiedenis van Europa. Abdul komt uiteraard met het meest nieuwe deel van de geschiedenis, maar voor zijn vluchtverhaal gebruikt hij de Aeneas. Zo wordt zelfs zijn verhaal in de Europese geschiedenis ingebed. Nieuwe eigenaar Wang gaat het Grand-Hotel nieuw leven inblazen door het geschikt te maken voor de Chinese markt. Dat betekent dat hij het gaat aanpassen aan het idee van Chinezen hoe een Europees hotel eruit ziet. Symbolisch is het portret van Paganini aan de muur dat hij vervangt door een Engels jachttafereel op het platteland.

Clio voelt zich zwaar ondergewaardeerd als kunsthistorica. Ze werkt bij een veilinghuis en heeft een tijdelijke aanstelling aan de universiteit. Ze wil als conservator aan de slag bij een groot museum. Bovendien wil ze haar onderzoek naar Caravagio voortzetten. De schilder werd destijds ter dood veroordeeld, maar wist aan zijn straf te ontkomen door drie schilderijen te maken en aan de juiste persoon te schenken. Van twee van de schilderijen is bekend waar ze zijn, de derde is zoek. Dat schilderij stelt de berouwvolle Maria Magdalena voor maar in het gezicht van Maria zijn trekken van de schilder zelf te herkennen; met Maria Magdalena toont ook Caravagio berouw. Clio en de verteller gaan op verschillende plekken zoeken naar dit schilderij; naar het verloren gegane Europa?

De wereld is voor iedereen heel veel kleiner geworden en daarmee zijn de Europese kunstschatten ook bereikbaar geworden voor de ‘gewone’ man. Pfeiffer lijkt te willen afrekenen met deze in korte broek op teenslippers lopende toerist waarvoor hele binnensteden worden opgegeven. In Venetië bijvoorbeeld verdient men alleen nog maar aan het toerisme. De bevolking trekt weg, de toeristen komen en daarmee worden de steden (in dit geval dus Venetie) geconserveerd en vervolgens aangepast aan wat de toerist verwacht.

De roman biedt zo verschrikkelijk veel meer dan ik hier kan en wil vertellen dat ik slechts een advies kan geven: Lees zelf die roman. Het verhaal leest als een trein en is volgepakt met zaken waar je eindeloos over kunt nadenken. Met de liefde tussen de verteller Ilja Leonard Pfeiffer en Clio loopt het slecht af, dat weet je al aan het begin…of… lees het zelf maar.

Afgelopen weken was het vakantie… Ik was dus ook in Italië. Het was smoorheet en ik was dolgelukkig dat ik op teenslippers en sandalen en in mijn korte broek de fantastische Scrovegni kapel met die fantastische fresco’s van Giotto in het echt heb mogen bekijken en dat ik in de moordende hitte enigszins verkoeling kreeg in de kerken met prachtige mozaïeken in Ravenna. Ik was dus ook zo’n massa-toerist waar Pfeiffer zo op af geeft. Ik moet eerlijk zeggen, en dat zeg ik tegen de verteller van de roman persoonlijk, dat ik altijd medelijden heb met mannen die ondanks de hitte in volledig kostuum rondlopen. Wat mij betreft mag iedereen zich qua kleding helemaal aan de omstandigheden aanpassen. Ik vind het wat ver gaan om in je zwembroek de Scrovegni kapel in te gaan, maar ach…als het heel erg warm is…

Bregje Hofstede – Drift; WAAROM?

Of ik denk dat Drift van Bregje Hofstede de winnaar van de Librisliteratuurprijs 2019 wordt? Nee, dat denk ik niet. De roman is niet groots. Bregje Hofstede moet nog groeien, vind ik. De roman is wel goed geschreven. Boeiend ook. De hoofdpersoon in de roman heet Bregje Hofstede. Juist ja, net als de auteur. Dat brengt je meteen op de gedachte of je eigenlijk een autobiografie zit te lezen. Dat maakt voor je leeshouding veel verschil. Dat een romanpersonage haar kut laat waxen heeft een andere impact op de lezer dan als een schrijfster en plein public laat weten dat ze dat laat doen. Bovendien zou dat waxen beschreven in een roman in het kader van het verhaal verteld worden terwijl als de schrijfster het over zichzelf vertelt het meer een mededeling is. Je vraagt je dan af; waarom moet ik dat als lezer precies weten. Waarom moet ik weten dat de auteur graag een kale poes heeft? Lijkt banaal, maar Bregje Hofstede beschrijft dat ze haar kut laat waxen. Ogenschijnlijk zonder dat dat iets toevoegt aan het verhaal behalve dan dat ze een gladde venusheuvel heeft. Dat is in een notendop de kritiek die ik op deze roman heb; er staat zoveel in waarvan ik me afvraag waarom ik het lees; wat het voor doel dient binnen de roman. Misschien houd ik teveel van romans zoals W.F. Hermans beschreef dat ze moesten zijn en waarin alles wat er gebeurt en wat er beschreven staat betekenis moet hebben binnen het verhaal. Alles wat die klassieke Hermans roman van buitenaf komt binnenwaaien en dus niets met de roman zelf te maken heeft, noemt hij een witte pater (had te maken met een verfilming van een roman waarin witte paters optraden). Drift zit vol witte paters, in mijn ogen.

Is het dan geen interessant boek? Jazeker wel. Ik heb het geboeid gelezen, daar niet van. Het heeft me verbaasd, dat ook. Ik merkte dat ik overging naar een andere leesmodus toen ik voor het eerst de naam van de hoofdpersoon tegenkwam. Een roman zie ik als meer dan een eenzijdig verslag van een ontsporend huwelijk en bij tijd en wijle had ik meer het gevoel van dat eenzijdige verslag dan van een roman. Huwelijk…ik proef het woord op mijn tong. Heel traditioneel allemaal. Misschien had ik niet verwacht van een jonge hippe vrouw die in de Correspondent schrijft over feminisme, dat ze anno 2018 zichzelf beschrijft in een haast jaren vijftig aandoend huwelijk.

Het verhaal is het verhaal van een jonge schrijfster die ‘wegloopt’ (zijn haar woorden!) bij haar man. Ze heeft haar dagboeken – en dat zijn er nogal wat – in een rugzak gestopt en is er vandoor gegaan. Ze beschrijft de veertig dagen na haar vertrek en kijkt daarin terug op haar huwelijk. Ze is, zo blijkt, getrouwd met haar liefje waarmee ze al op de middelbare school verkering kreeg. In de veertig dagen na haar vertrek uit hun woning ‘verdedigd’ ze de stap die ze genomen heeft. Eigenlijk had ze geen andere keuze. ‘Verdedigd’ tussen aanhalingstekens. Haar echtgenoot blijkt best jaloers. Zelden een moderne roman gelezen waarin zo de nadruk wordt gelegd op de kuisheid van de hoofdpersoon. Ze beschrijft diverse gelegenheden waarin andere mannen belangstelling voor haar hebben, en door wie ze zelf ook gecharmeerd raakt, maar nee; ze blijft kuis. Haar echtgenoot is de enige met wie ze ‘het’ doet. Hoewel ze openhartig schrijft over de seks met haar man krijg ik er soms een wat vervelende smaak van in mijn mond. Ik weet het niet..misschien ervaart ze het zelf anders…maar af en toe is het beste onderhorige seks. Zolang het met wederzijds goedvinden gebeurt, mag iedereen seksen en vrijen zoals hij en zij het zelf wil, vind ik. Schrijf je het op en geef je het uit in de vorm van een boek, dan is ineens dat intieme liefdesgedrag een onderwerp geworden waar anderen over spreken. Maar dat terzijde. Hij neukte haar zo wild van achteren dat ze steeds met haar hoofd tegen de muur bonkte…pff, ik weet niet. Zo’n beschrijving voelt niet als fijne seks; moet ze zelf weten natuurlijk, maar wil je dat ‘in de krant’?

Dit alles wil niet zeggen dat ik het een slecht boek vind. Ik heb het zeer geboeid gelezen. Bregje Hofstede kan heel goed schrijven. Ik begrijp dat je over jezelf schrijft maar wat meer afstand zou de roman enorm kunnen verbeteren. Een schrijfster hoeft niet haar ‘weglopen’ uit een huwelijk te verdedigen, vind ik. Ook ietsje minder uitleggerig zou ik fijner vinden; ik ben niet geïnteresseerd in de VVV folder van Pompeji als ik een roman lees, hoe goed bedoeld ook.

Ik vind het erg jammer dat als je zo goed kunt schrijven als Bregje Hofstede je dan desalniettemin een roman schrijft waarbij de lezer zich steeds afvraagt: Waarom? Waarom schrijf je dit op; waarom moet ik juist dit lezen? Deze roman zal niet hoog eindigen op mijn versie van de Librisliteratuurprijs; er ontbreekt nog teveel aan waarbij ‘ontbreken’ net zo goed staat voor dat er te weinig in deze roman/autobiografie is geschrapt.

Jan van Aken – De Ommegang; Fantastisch!

Heb ik het winnende boek van de Libris literatuurprijs net uit? Dat zou best wel kunnen. Wat een verschrikkelijk goed boek! Het is dat ik een verstandig man ben en veel verplichtingen heb, anders had ik aan één stuk door gelezen. Bijna de ideale roman: Spannend van het begin tot het eind, een intellectuele zoektocht van heb-ik-jou-daar; geweldig! Ik heb de afgelopen jaren weinig boeken gelezen die dit boek overtreffen. Het moet haast wel de winnaar worden van de Libris literatuurprijs en waarschijnlijk wordt het ook mijn winnaar. Zeker weten doe ik dat natuurlijk nog niet, want ik heb pas een derde van de boeken gelezen. Maar wat kan deze roman nog overtreffen? De Ommegang van Jan van Aken; helaas heb ik het uit.

De wereld is roerig aan het begin van de vijftiende eeuw: Er zijn drie pausen die geen van allen willen wijken voor de ander. Een groot concilie zou aan dit schisma van de kerk een eind moeten maken. Maar ondertussen lopen de gemoederen overal hoog op. Het grote concilie dat alles zou moeten regelen wordt gehouden aan de huidige Duits-Zwitserse grens in het plaatsje Konstanz. In deze gevaarlijke periode van de geschiedenis ligt de arts en architect Isidorus van Rillington, hoofdpersoon van de roman, beschuldigd van ketterij, geketend, in een volkomen duistere cel. Hij ziet niets en hoort niets…behalve de ademhaling van een ander. Of niet. Isidorus weet het niet, maar de duisternis en een mogelijke celgenoot doen Isidorus besluiten om hem – en dus ons – deelgenoot te maken van zijn levensverhaal en aldus te vertellen van zijn ommegang door het leven en hoe hij op deze plaats des onheils terecht is gekomen. De brandstapel is zijn vooruitzicht zonder dat dit met name genoemd wordt.

Isidorus wordt te vondeling gelegd bij het klooster Bellalande in Engeland. Hij wordt daar opgevoed door een monnik die vroeger bibliothecaris is geweest van een ander klooster, maar nu de functie van poortwachter uitoefent. De poortwachter leert Isidorus lezen en bovendien leert hij hem een manier om al het gelezene te onthouden. Dat doet hij door in zijn brein geheugenplaatsen te definiëren in de vorm van een gebouw en de opgedane kennis te koppelen aan een bepaalde ruimte in dat gebouw. Later kan hij dan een ommegang maken door de gebouwen en de ruimtes en lezen welke kennis er opgeslagen ligt in zijn brein. In het klooster is een vleugel afgesloten nadat een groot deel van de monniken aan de pest waren overleden. Die onbekende vleugel openen de poortwachter en Isidorus opnieuw en vinden daar een bibliotheek. Met deze bibliotheek worden de eerste geheugenbouwwerken opgezet. Een apart plekje in zijn geheugenbouwwerk wordt ingenomen door een boek over de bouwkunde van Vitruvius. Zoals later uit de roman blijkt wil Isidorus maar één ding doen in zijn leven; bouwen. Grootse bouwwerken maken. Vooral kathedralen.

Om zijn bouwambities waar te maken gaat hij studeren. Bisschoppen en aartsbisschoppen bouwen kathedralen en dus moet hij een hoge positie in de kerk krijgen. Om een hoge geestelijke te worden moet je geen theoloog worden. Je moet rijk zijn want een bisschopszetel koop je. Om rijk te worden, moet je arts worden want daar betalen de mensen grif voor en dus wordt Isidorus arts zodat hij later in staat zal zijn om een bisschopszetel te kopen en zijn kathedraal te bouwen. Isidorus wordt een arts die qua kennis en kunde zijn tijd ver vooruit is. Zijn ambities om te bouwen kan hij niet waarmaken. Daarom reist hij naar het verre oosten omdat daar de wrede Timoer Lenk heerst die de beste architecten samenbrengt om een oogverblindende stad te bouwen. Uiteindelijk lukt het Isidorus om bij Timoer Lenk als bouwmeester op te treden. Helaas voor de hoofdpersoon wel onder extreme druk – al zijn voorgangers-bouwmeesters, zijn op bamboestaken gespietst – en moet hij het ontwerp van een grote moskee van een ander, in tien dagen, realiseren. In die tijdspanne kan hij een moskee bouwen die er mooi uitziet maar dat is ook alles. Bij de eerste dienst begint de grote koepel in te storten. Wonder boven wonder weet Isidorus weg te komen en via heel veel omzwervingen op de weg te komen die naar Konstanz leidt. Hij sluit zich aan bij Maelgys en zijn dochter die onderweg zijn naar deze stad. Maelgys onthult Isidorus iets dat het geheim van het leven is, de kern van alle waarheid, het summum… Daarna valt de dochter van Maelgys in een ravijn en slaat Isidorus Maelgys de hersens in.

De rest van de roman speelt zich in Konstanz af waar Isidorus zich vestigt als arts. Hij doet er alles aan om zijn kathedraal in Konstanz te mogen bouwen, maar het gaat hem niet lukken. Ondertussen heeft hij wel een gigantisch geheugenbouwwerk gemaakt in zijn hoofd waarin zo’n beetje alle kennis van de wereld zit. Isidorus maakt regelmatig ommegangen door zijn geheugenbouwwerk. Verwikkelingen met zijn Boheemse vrouw Galina die een aanhangster blijkt te zijn van de in die periode op de brandstapel geëindigde kerkhervormer (ketter) Johannes Hus, zorgen ervoor dat Isidorus in de kerker terecht komt waar hij zijn hele verhaal aan ons vertelt. Op zijn rechtzitting vertelt hij dat hij aan de koning een geheim moet vertellen dat zo belangrijk is dat het de hele wereld zou kunnen veranderen. Als de koning Isidorus een gewillig oor biedt, kan de geheugenkunstenaar zich niet meer herinneren wat het geheim van Maelgys was…

De Ommegang is echt een heerlijke roman; een aanrader. Als gesjeesd geschiedenis student val er verschrikkelijk veel te genieten van alle historische gebeurtenissen en personen die voorbijkomen. Ook de sfeer van pest en ketters is raak weergegeven. De levens van de mensen die de roman bevolken hangt steeds aan een zijden draadje. Is het zo dat Isidorus steeds ommegangen maakt door zijn geheugenbouwwerk, wijzelf maken eenzelfde soort ommegang door het bouwwerk van de roman. Wat is werkelijkheid wat is verzonnen; wat is de kern van een verhaal, van de roman. De vragen kan je impliciet en expliciet vinden in deze roman en daarmee nodigt het je uit tot het doen van intellectuele hoogstandjes; Wat verschrikkelijk fijn dat deze roman geschreven is!

De literatuurprijs.

En ook dit jaar wordt hij weer uitgereikt: De Librisliteratuurprijs! Ik heb er nogal over gezwegen, maar dat heeft eigenlijk geen andere oorzaak dan…tijd. Doordat er wat veranderingen zijn geweest, heb ik veel minder tijd om te schrijven. Ziedaar mijn stilte. Maar natuurlijk leeft die prijs enorm bij mij. Natuurlijk ga ik ook weer mee in de jaarlijkse traditie die op deze website is ontstaan: Checken of de jury van de Librisliteratuurprijs gelijk heeft als ze de winnaar aanwijst. De check gaat uiteindelijk over het allerlaatste stukje van de prijsuitreiking. Aan de prijs gaan een longlist en een daaruit voortkomende shortlist vooraf. Daar heb ik niets mee te maken en aanvaard ik als feiten hoewel je ook op de samenstelling van de lijsten veel kritiek kunt hebben. Naar mijn idee is het de bedoeling van de longlist dat daarop de beste boeken komen die in het jaar verschenen zijn. Op zich waag ik dat te betwijfelen. Kijkend naar de van de longlist afgeleide shortlist, heb ik vaak boeken gelezen die in datzelfde jaar verschenen en die uitstegen boven het gemiddelde niveau van de boeken op de shortlist maar er desalniettemin niet op voorkwamen. Maar daar trek ik dus de lijn; de shortlist is mijn vertrekpunt.

Dit jaar heb ik best een beetje mazzel want één van de boeken op de shortlist had ik al gelezen en op deze site besproken; De Trooster van Esther Gerritsen. Dat vond ik een goed boek. Niet het beste boek dat ik van haar gelezen heb, maar echt geen slecht boek. Dat ik één boek gelezen heb, wil nog niet zeggen dat ik de andere boeken gelezen en beoordeeld heb voordat de prijs uitgereikt wordt. Ik heb dan nog veel werk te doen. Hoewel…ik ben meteen aan de slag gegaan en een volgend boek op de lijst is al voor een groot deel gelezen. Hoewel ontzettend dik vrees ik voor het moment dat ik het uit heb… Wat zal ik me dan alleen en verlaten voelen. Het boek dat ik nu lees is zo verschrikkelijk goed…

De lijst:

  • De Trooster van Esther Gerritsen; heb ik dus al gelezen en vond ik een goede roman.
  • De Ommegang van Jan van Aken. Ben ik aan het lezen en…sjonge, wat een boek!!!
  • Drift van Bregje Hofstede. Nog nooit van deze schrijfster gehoord.
  • Grand Europa van Ilja Leonard Pfeiffer. Het lijkt wel alsof er elk jaar een roman van hem op de shortlist staat. Het boek van vorig jaar was in ieder geval niet slecht. Niet meteen mijn favoriet, maar zeker niet slecht.
  • De Goede zoon van Rob van Essem. Geen idee. Nog nooit van de man of zijn boek gehoord.
  • Het vloekhout van Johan de Boose. Geldt eigenlijk hetzelfde voor als voor het vorige boek.

Het grootste deel van de boeken heb ik inmiddels gekocht. En nu maar lezen, De Klerk, lezen totdat je ze allemaal uit hebt. Pas dan kan je laten weten wat de beste roman is. Na twee van de zes romans denk ik dat ik al een winnaar heb… Maar dat zou niet eerlijk zijn. De datum waarop de Libris litratuurprijs wordt uitgereikt is 6 mei. De kans dat ik dan alle zes de boeken gelezen heb, is absoluut nihil. Mijn Frits’ literatuurprijs wordt toegekend aan de beste roman uit de boeken op de shortlist van de Librisliteratuurlijst en deze prijs wordt uitgereikt zodra alle boeken uitgelezen zijn. De prijs bestaat uit…eer. Niets meer en niets minder. Uiteraard krijgt elke auteur wel het afgesproken bedrag per verkocht boek dat ooit is afgesproken, want ik koop elk boek en leen niets en ik steel al helemaal niets.

Frits’ Librisliteratuurprijs 2018

Ik heb dus niet voor niets alle boeken die op de shortlist van de Librisliteratuurprijs gelezen; ik ga de prijs zelf uitreiken. Zonder dat er een geldbedrag aan vast zit. Ik begrijp de teleurstelling, maar deze jongen heeft wel een mening maar geen geld… Het gaat dus allemaal om de eer. Er kan uitgebreid over mijn eindoordeel worden gecorrespondeerd, maar veranderen zal het niets; de uitslag staat vast; het is mijn mening. De boeken waar het om gaat in de volgorde van een willekeurige website waarop de genomineerden staan:

  • Martin Michael Driessen – De pelikaan
  • Peachez, een romance – Ilja Leonard Pfeijffer
  • Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken – Arjen van Veelen
  • En we noemen hem – Marjolijn van Heemstra
  • De heilige Rita – Tommy Wieringa
  • Wees onzichtbaar van Murat Isik

Ik heb ze allemaal gelezen en over allemaal een stukje geschreven. Nu zet ik deze boeken tegenover elkaar en geef dus mijn oordeel…

Op de laatste plaats een zielloos boek dat bol staat van de pretenties en dat voor een groot deel gaat over een de hemel ingeschreven vroeg overleden schrijversvriend die ook al nauwelijks succes kende als schrijver. Een boek dat ik met zeer veel moeite uit kreeg en waarvan ik me bevrijd voelde toen ik de laatste bladzijde omsloeg: Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken van Arjen van Veelen. Echt, helemaal niets aan!

Op de één na laatste plaats eindigt bij mij een roman die mij liet mijmeren over de vraag: Wat is literatuur precies. Wanneer spreek je over literatuur en wanneer over een…boekje. In mijn ogen is dit boek een niemendalletje. Niet onaardig geschreven, maar ook niet meer dan dat: ‘En we noemen hem’ van Marjolijn van Heemstra.

Op de middelste plek een boek dat ik geboeid heb gelezen. Maar nog teveel los zand. Nog teveel een uitwaaieren naar verschillende kanten. Maar wel een belofte voor de toekomst! Ik zal de schrijver van de roman ‘Wees onzichtbaar’, Murat Isik, zeker blijven lezen. Tussen de groten nog een dwerg, maar hij groeit!

Toch nog brons: Peachez, een romance van Ilja Leonard Pfeijffer. Een bijzonder boeiend geschreven roman over de ondergang van een hoogleraar latinistiek van het vroege Christendom die zijn ‘Der Blaue Engel’ vindt in het pornosterretje Sarah Peachez. Tevens een prima beschouwing over het fenomeen ‘werkelijkheid’. Ik heb het boek met heel veel plezier gelezen.

Dan de eerste en de tweede prijs. Ik heb het er moeilijk mee. Ik moet echt kiezen want beide romans zijn zo verschrikkelijk goed. Beiden subliem geschreven en met een inhoud die ertoe doet. Aan mijn kant geen lafheid, dat is het niet; de keuze is echt moeilijk! Omdat ik toch een keuze moet maken omdat er maar één mijn prijs kan krijgen, zet ik de fantastische roman ‘De Pelikaan’ van Martin Michael Driessen op de tweede plek. Dat is zuur, maar het beste dat ik kan doen. Een prachtige roman die zich grotendeels afspeelt aan de vooravond van de grote Balkanoorlog.

De eerste prijs gaat wat mij betreft naar De Heilige Rita van Tommy Wieringa. Een prachtig geschreven roman dat zich in de Achterhoek afspeelt. Ik was in de rouw toen ik de roman uit had en had het er moeilijk mee om de personages los te laten. Laten we niet meer zeuren over de eerste en de tweede prijs en dat ik niet kan kiezen: De Heilige Rita heeft gewonnen. Tommy Wieringa, gefeliciteerd! (Over jouw dubieuze politieke opvattingen spreken we later nog wel eens…)