Tagarchief: Libris literatuurprijs

Alexandra – Lisa Weeda; Verwarrend maar ook actueel

Ik ben niet uitsluitend met de oorlog in Oekraïne bezig, maar wel heel veel. Eigenlijk veel meer dan mij lief is. Ook nu het nieuws over die oorlog langzaam in de media wat naar de achtergrond schuift, ben ik nog altijd naarstig op zoek naar nieuws. Vooral positief nieuws. Ik wil zo graag dat de Oekraïners de oorlog winnen en de Russen uit hun land verjagen dat het op grond van de kracht van mijn wens al zou moeten kunnen lukken…hoop ik. Veel Nederlandse ex-generaals ken ik inmiddels net zo goed als de virologen een half jaar geleden. Zo heb ik ongeveer dezelfde gemankeerde verhouding met ex-generaal Mart de Kruif als met professor Marc Bonten; ik hang aan hun beider lippen maar ben toch altijd ietwat teleurgesteld aan het eind van hun betoog. Net eventjes te pessimistisch naar mijn wens. Ik troost me maar met de gedachte dat hoe deskundig ze ook moge zijn, het wat sombere beeld dat ze schetsen toch – soms – wat gunstiger uitpakt. Zo voorspelde Mart de Kruif dat de omsingeling van Kyiv onontkoombaar was, maar dat viel gelukkig wel weer mee.

Nu we Kiev als Kyiv zijn gaan spellen en we plaatsen als Zaporiza, Cherson, Charkiv en Tsjernihiv zonder moeite op de kaart van dat grote land kunnen aanwijzen en we weten dat de oorlog in theorie om de Donbas is begonnen, wordt een roman die in zich rond en om en in de Donbas afspeelt makkelijk erg populair. Als je wat boze gedachten koestert zou je ook haast kunnen gaan denken dat deze roman vanwege die strijd in de Donbas geselecteerd werd voor de shortlist voor de Libris Literatuurprijs. Omdat we de uitslag van het volgens de jury winnende boek al hebben gekregen, weten we zeker dat politiek geen rol speelde en dat de roman Alexandra van Lisa Weeda op eigen kracht op de shortlist is gekomen; de roman won de prijs uiteindelijk niet. Bij mij eindigt deze roman ook niet bovenaan. Wel aardig, maar ook niet meer dan dat. Dat heeft erg te maken met de manier van vertellen. De roman is geschreven in de ik-vorm, maar de ‘ik’ is niet altijd dezelfde ‘ik’. Daardoor wist ik vaak niet meer waar ik met wie op welke plek was. Met daarnaast nog een overdosis aan personages met namen die voor mij moeilijk uit elkaar te houden zijn, een vrij ingewikkeld boek om te lezen.

Achteraf denk ik dat ik het mezelf wel heel erg moeilijk heb gemaakt door het als e-book te lezen want daardoor is het moeilijk terug te springen naar de eerste pagina’s van het boek waar een en ander wordt uitgelegd over de namen. Vooruit springen naar de achterste pagina waar een landkaart en een stamboom is afgedrukt lukt ook niet goed met een e-book. Dat is waarschijnlijk de reden dat ik nogal verdwaalde in de Nikolajs die vaak Kolja worden genoemd en de Nastja’s die ook wel eens Anastasiia heet of Sasja dat de afkorting is van Alexandra. Daarnaast zijn er diverse ik-figuren die je ook niet makkelijk uit elkaar houdt. Nee, dit boek is voor de slordige pretlezer die ik ben geen makkie. Toch lukt het best goed om het verhaal te volgen uiteindelijk, ondanks de verwarring. En weet je eenmaal waar je met wie in welke tijd jezit, dan is het boeiend geschreven.

Er zijn twee grote verhaallijnen. Het verhaal van Lisa die om een overleden familielid te eren een geborduurde doek met de familiegeschiedenis erop geborduurd naar het graf in de Donbas brengt. Het andere verhaal is de biografie van een vrouw die in de Donbas opgroeit en die de oma is van Lisa, de hoofdpersoon in die andere verhaallijn.

Oma Alexandra wordt geboren op het vruchtbare land van de Donbas als boerendochter. Maar dan komt de tijd van Stalin. Van gewone boer met een paar mensen in dienst worden ze ineens vijanden van het volk. Koelakken. Ze worden van hun grond afgejaagd en mogen niets meenemen. Hun boerderij gaat op in een kolchoz onder leiding van een incompetente apparatsjik. Grote hongersnoden zijn het gevolg. Daarna komt de Duitse bezetting door de nazi’s.  De meisjes van rond de achttien, waaronder oma Alexandra, worden weggevoerd naar Duitsland om aldaar tewerk te worden gesteld. Daar ontmoet ze haar Nederlandse man en komt ze in Dordrecht te wonen en wordt ze aldus de oma van Lisa.

Zoals gezegd, uit politieke motieven had het mij niets verbaasd als dit boek de Libris literatuurprijs had gewonnen, maar dat heeft het niet. Diverse andere prijzen wel, maar de Libris literatuur prijs niet. Ik denk terecht, want het is zeker niet mijn favoriete boek van de shortlist.

Mariken Heitman – Wormmaan; wel aardig

Eigenlijk ben ik wel weer eens toe aan een roman over gewone hetero’s. Vooral onder vrouwelijke auteurs lijkt genderverwarring het thema tegenwoordig. Ik wil wel weer eens een roman over een vrouw die zich vrouw voelt en op mannen valt, of over een man die zich thuis voelt in zijn lichaam en op zoek is naar een vrouw. Eventjes geen transgenders (of mensen die vermoeden dat ze dat zijn) en even geen homo’s of lesbo’s. Heus, de regenboogvlag staat op mijn voorhoofd getatoeëerd, maar ik heb er gewoon even genoeg van al dat getob. Ik moest het boek van Mariken Heitman wel lezen, want het staat op de shortlist van de Libris literatuurprijs en zoals alle afgelopen jaren lees ik de hele shortlist. Om maar meteen met de deur in huis te vallen; het is een best aardige roman. Het leest niet makkelijk weg. Vaak moet je naar houvast zoeken: waar zitten we precies en met wie en wat zijn we aan het doen? Die zoektochtjes naar houvast zorgt ervoor dat het je als lezer maar mondjesmaat lukt om je te identificeren of op zijn minst meegenomen te worden in het verhaal.

Hoofdpersoon Elke is zaadveredelaar. Op het moment dat de roman begint heeft ze een grote domper te verwerken: De pompoen die ze gekweekt heeft en waar voor de verkoop van de zaden al een hele reclamecampagne werd opgetuigd, blijkt precies hetzelfde te zijn als de pompoen van de concurrent. De door de concurrent opgekweekte pompoensoort is echter al gepatenteerd en in de handel genomen. Het veredelingsproject van de hoofdpersoon is daardoor mislukt. Wat opvallend is, is dat de pompoensoorten van zowel Elke als de concurrent hybride zijn. Het zaad uit de pompoen kan nooit een nieuwe pompoenenplant opleveren. Doordat de vrucht deze voortplantingseigenschap verloren heeft, komen andere eigenschappen die we veel liever willen hebben beter uit de verf. De plant verliest eigenschappen waarmee het zichzelf in stand kan houden, maar krijgt eigenschappen die wij mensen graag willen ervoor terug.

Om het echec van haar pompoenveredelingsproject te verwerken besluit ze om in het huisje van haar overleden oom Filip op één van de Waddeneilanden in retraite te gaan. Ze wil daar een speciaal project uitvoeren namelijk een erwt on-veredelen. Ze wil de erwt terugkweken naar haar oervorm. Met eigenschappen waarmee de plant zich kan verdedigen tegen haar natuurlijke vijanden zoals bijvoorbeeld een taaie haast ondoordringbare zaadhuid of bitterstoffen waardoor geen dier (en dus ook mens) de erwt wil eten. Onderwijl verzint ze een verhaal over een stam mensen in de oertijd die juist die eerste erwten hebben gevonden. Zij staan aan het begin van het traject om de erwt op te kweken naar de vorm die we nu kennen; een gewas waarmee we ons kunnen voeden. In die verzonnen oerwereld spelen vergeten riten een rol. Heilig is een gecastreerde jongen. Een man kortom die geschikt gemaakt is om rituelen uit te voeren, maar daarvoor wel een eigenschap heeft moeten verliezen waarmee hij zich in stand kan houden.

Voor hoofdpersoon Elke geldt dat ze ook moeite heeft om zich voort te planten. Ze wordt in winkels vaak aangezien voor een man en als niet-man valt ze op vrouwen. Ze gaat uit met een vrouw en stopt een paar sokken als ware het een kunstlul in haar broek. Ze lijkt te zoeken wat de eigenschappen van het niet (kunnen) voortplanten bij haar voor veredelingen heeft gezorgd. Ondertussen overweegt ze allerhande diersoorten die zich voortplanten en die zich op die wijze aanpassen aan de omstandigheden. Zo overdenkt ze op het Waddeneiland het ontstaan van dwergsoorten op het eiland Flores waar een vriend van haar onderzoek naar doet. Er schijnt daar een dwergolifant te hebben geleefd en een dwergmens die niet groter werd dan een meter.

De roman is zoals gezegd op de shortlist terecht gekomen van de Libris literatuurlijst 2022. Als pretlezer, want dat ben ik, vond ik het een moeilijk boek. Helemaal geen lekker boek. Het leest zonder meer stroef. Denk je dat je eindelijk een lijn te pakken hebt, dan ben je hem ook zo weer kwijt en besef je je dat je al enkele bladzijden een stam in de oertijd volgde. Als amateur-lezer had ik het boek toch wel vrij snel weer dicht geslagen, maar omdat ik voor deze literatuurprijs eventjes helemaal geen amateur ben, heb ik stug doorgezet. Uiteindelijk vind ik het allemaal wel aardig maar besef ik me dat ik weinig gemist zou hebben als ik de roman niet gelezen had. Je vraagt je dan ook af voor wie deze roman geschreven is. Een moeilijke vraag wellicht en misschien wel een onmogelijke vraag omdat het in ons tijdsgewricht zo is dat een kunstenaar niet aan het publiek zou moeten denken; de kunstenaar schrijft vanuit zichzelf en voor zichzelf en is blij als een ander dat waardeert…

Mariken Heitman is biologe en dat laat ze je weten ook. Daar krijg je soms leuke woorden van. Het woord ‘aarspil’ bijvoorbeeld. Het moet wel aar-spil zijn, maar ik heb toch nog even getwijfeld over aars-pil. Kan net zo goed.

Deze roman over (on)vruchtbaarheid en (de onmoglijkheid van) voortplanting is wel aardig maar behoort zeker niet tot mijn favorieten voor de hoofdprijs

Libris literatuurprijs 2022.

De shortlist van de Librisliteratuurprijs is bekend gemaakt. Je zou het haast vergeten door alle ellende die over Europa is gekomen doordat Rusland Oekraïne binnenviel. En dan te bedenken dat we net de coronapandemie te boven waren (denk ik). Dus dat wordt lezen! Een dagje na het bekend maken van het lijstje heb ik de boeken aangeschaft. Deze keer bij mijn eigen boekwinkel De Dolfijn in de Haarlemmerstraat. Niet dat de boekwinkel er iets van meekrijgt, want alles gaat via het internet. Om het lijstje compleet te maken moest ik vijf boeken kopen. De zesde was al in mijn bezit en heb ik ook al gelezen; De fantastische roman van Nico Dros: Willem die Madoc maakte.  Vooruitlopend op mijn jaarlijkse leesexercitie had ik ook al een roman uit de longlist voor de Librisliteratuurprijs 2022 gekozen (wie weet geeft me dat een leesvoorsprong): De hemel is altijd paars van Sholeh Rezazadeh. Helaas, die roman kwam niet op de shortlist. Eigenlijk wel terecht denk ik. Een mooi debuut maar meer ook niet. Wel aardig, vond ik het.

Welke boeken zijn het geworden? Van geen enkele auteur heb ik ook maar iets gelezen met uitzondering van Nico Dros. Wel had ik van een auteur inmiddels gehoord. Lisa Weeda is een paar keer op de televisie geweest. Niet om over haar boek te praten maar wel over haar Oekraïense familie. Haar roman Aleksandra is een van de boeken waar ik erg nieuwsgierig naar ben. Voor zover ik weet zou de roman zich in dat geplaagde land in oost Europa afspelen.

Alle zes op een rijtje:

  • Willem die Madoc maakte van Nico Dros.
  • Wormmaan van Mariken Heitman.
  • De Mitsukoshi Troostbaby Company van Auke Hulst.
  • De atlas van overal van Deniz Kuypers.
  • Onze kinderen van Renée van Marissing.
  • Aleksandra van Lisa Weeda.

Mijn leesstrategie is als volgt: Ik lees eerst de minst aantrekkelijke, daarna de aantrekkelijkste, daarna de op een na minst aantrekkelijke etc. Maar omdat ik van geen van de auteurs iets gelezen heb, weet ik er natuurlijk helemaal niets van af. Hoe dan ook, ik ben met Wormmaan van Mariken Heitman begonnen. Hoewel ik nog niet heel ver ben wil ik wel mijn eerste indruk geven; deze gaat het niet worden. Vermoeiende roman, maar wellicht gaat hij ineens toch nog boeien!

Deze jongen leest stug door!

Nico Dros – Willem die Madoc maakte; waar de geschiedschrijving op houdt!

Het lezen van een roman heeft vaak iets weg van ontsnappen uit de grauwheid van het leven. Aan de andere kant laat het je juist vaak een werkelijkheid zien die anders is dan de jouwe. Het kan je daarmee een handvat geven om je situatie te veranderen, beter te maken, zonder dat de auteur dat per se bedoeld heeft; het is het werk van je eigen brein terwijl de roman slechts de rol van katalysator speelt. Het ontsnappen uit je eigen werkelijkheid en je verplaatsen in de wereld van een ander geeft ons een ruimere blik op de wereld terwijl de bedoeling van de auteur daar weinig mee te maken heeft; het gaat er om wat het ons doet; wat onze gedachten zijn tijdens en na het lezen. We zouden veel meer stil moeten staan bij de lezer dan bij wat de auteur mogelijk bedoeld heeft. Pas bij het lezen krijgt literatuur betekenis en waarde. Wat voor literatuur geldt, geldt eigenlijk voor alle kunst. Ook als je muziek hoort of naar een schilderij kijkt gaat je brein aan het werk. Niet voor niets speelt kunst in iedere cultuur een rol van betekenis; mensen hebben die spiegel nodig om te kunnen functioneren; we hebben een katalysator nodig die ons brein helpt om de wereld met andere ogen te zien en verfrissende ideeën te krijgen. Daarom is het stilleggen van bijna alle cultuur tijdens deze vermaledijde pandemie ook zo’n drama; over het leven is een doem komen te liggen…

De roman ‘Willem die Madoc maakte’ biedt heel veel van het bovenstaande. We moeten ons niet alleen verplaatsen naar het brein en het leven van een ander, maar ook nog eens naar een heel andere tijd. De roman speelt zich namelijk af in de hoge middeleeuwen. Naar de tijd dat het verhaal over Reinaart de vos in het Middelnederlands werd geschreven. Iedereen die de Van den vos Reynaerde heeft gelezen, weet hoe raadselachtig het verhaal begint. De schrijver stelt zich voor als: ‘Willem die Madoc maecte…’. Daarmee moeten we het doen. Wat is Madoc? Wie was Willem? We weten het niet. Veel van wat zich in de lage landen afspeelde rond die tijd, is in duister gehuld. Ook de middeleeuwen willen we kennen en de schrijver gaat ons daarbij helpen. De auteur wijst de lezer op de leer van Aristoteles; Die Griekse wijsgeer stelde de dichtkunst boven de geschiedschrijving. ‘De geschiedschrijver namelijk tracht aan de hand van geschreven bronnen en getuigenverklaringen een waargebeurd verhaal te vertellen over een reeks door mensen en goden veroorzaakte voorvallen. Maar het verhaal van de dichter begint juist daar waar de geschiedschrijver zwijgt omdat zijn bronnen zijn uitgeput of verzegeld blijven. De dichter put uit de bron der verbeelding.’ Schrijft Nico Dros. Over Madoc weten we niets, we kennen het niet; het wordt slechts genoemd aan het begin van het dierenepos. Omdat de geschiedschrijver het niet weet, gaat de dichter verder en aldus schrijft Dros over de eventuele roman Madoc: ‘Ook werd gelispeld dat de inhoud van het venijnige epos buitengewoon ketters was, en daarnaast toonde het zich vrijgevochten in liefde en moraal.’ Daarmee hebben we de kern van de roman te pakken; een verzonnen verhaal dat aansluit op datgene wat we wel weten en wat er verzonnen is en uiteindelijk tegen het denken van de toenmalige historische tijd ingaat en ons daarmee iets wil vertellen over de tijd waarin we nu leven.

Hoewel…Hier staat volgens mij: ‘Willam die madocke makete’

De roman begint met het verhaal van een ‘ik’. Deze persoon blijkt een op een zijspoor geraakte hoogleraar middeleeuwse letterkunde te zijn. Hij krijgt drie zeldzame middeleeuwse handschriften in handen om die op te nemen in de universiteits bibliotheek. Een van de handschriften is een verzamelhandschrift waarin onder anderen Van den vos Reynaerde is opgenomen. Twee handschriften brengt de ‘ik’ direct naar de bibliotheek, de laatste houdt hij voor zichzelf omdat hij zich daarmee als wetenschapper wil revancheren. Met een aantal mooie wetenschappelijke artikelen gebaseerd op dit verzamelhandschrift wil hij weer terugkeren in het middelpunt van de wetenschap. Per ongelukt vindt hij in de kaft van het boek een manuscript verstopt. Geheim omdat het gecodeerd lijkt. Hij kan het niet ontcijferen…maar gelukkig neemt de dichter oftewel de verhalenverteller het over… en begint het verhaal van een schipbreukelingenkind dat opgroeit in een klooster, vandaar de wereld in trekt en terecht komt bij een vrouw die zich aan de zelfkant van de maatschappij handhaaft. Maar dan moet hij vluchten waardoor hij terecht komt bij een feodale heer, alwaar hij een soort rentmeester wordt die grote vernieuwingen aanbrengt in het aloude feodale systeem. Bovendien krijgt hij een geheime verhouding met de vrouw van zijn broodheer die ook nog van hem zwanger raakt. Daarna komt hij terecht bij Wijchje. Met haar krijgt hij een dochter die al snel overlijdt waarna Wijchje zich als begijn terugtrekt en mystieke ervaringen krijgt hem verlaat en verder gaat als de devote dichteres Hadewijch. Vandaar trekt hij naar de stad waar hij de opperopzichter wordt van een koopman en diens moerasland te gelde weet te maken, maar waar hij ook de schrijver wordt die ons uiteindelijk Van den vos Reynaerde in het Middelnederlands – Diets –  schenkt. Op datzelfde moment ontwikkelt hij ook ideeën die meer bij onze tijd dan bij de middeleeuwen horen. Zo ontwikkelt hij de gedachte dat het denken van de mens een oorsprong vindt in chemische processen in het lichaam. Dat betekent dat er geen onsterfelijke ziel is maar slechts een lichaam dat dood is als het gestorven is. Doorredenerend bestaat dan God net zo goed niet. Dit alles schrijft hij op…en dat wordt uiteindelijk gevonden…en gelezen…

Oke, een klein beetje kritiek: Ik heb een tijdje het idee gehad dat ik een roman van Jan van Aken aan het lezen was. In het begin van de roman stoorde mij dat flink. Een klein beetje hetzelfde stramien; een middeleeuwer gaat op reis en vervolgens zien we zoveel mogelijk facetten van die maatschappij. Uiteindelijk klopte dat gevoel niet echt en is de roman van Nico Dros wel heel anders dan de romans van Van Aken. Wat ik vaak zag is dat een hoofdstuk vaak begint met de toestand die aan het eind van het hoofdstuk bereikt. Een flink aantal hoofdstukken waren zo opgebouwd. Een leuke vondst, moet ik zeggen.

Meer dan het bovenstaande ga ik niet verklappen; dat zou zonde zijn; je moet het zelf maar lezen en dat is zeker de moeite waard. Op een relatief klein stukje na een buitengewoon boeiend boek; ik heb de paar honderd bladzijden die het dik is, verslonden!

Niet eens met de jury

‘The day after’, dus. Gisteren werd de Libris literatuurprijs 2021 bekend gemaakt. Ik zat er naast. Niet Marieke Lucas Rijneveld bleek de winnaar maar Jeroen Brouwers. Bij mij eindigde zijn roman op de voorlaatste plaats. Zo zie je maar; professionals en ik, amateur, zijn het kennelijk niet vaak met elkaar eens. Gisteren werd er een interview met Jeroen Brouwers uitgezonden dat enkele dagen voor de bekendmaking van de prijs werd gemaakt; Brouwers is wars van publiek optreden en hecht hoegenaamd geen waarde aan prijzen. In zekere zin zien we hier een overeenkomst tussen schrijver en zijn hoofdpersonage client Busken. Ik heb het interview maar gedeeltelijk kunnen horen omdat ik het geluid uitzette. Niet omdat het interview oninteressant was, maar omdat ik het er erg benauwd van kreeg; Jeroen Brouwers heeft een ventiel in zijn keel gekregen en dat samen met een uitermate zware, rochelende ademhaling maakte het volgen van het interview uitermate zwaar. Vandaar, dus.

De roman van Jeroen Brouwers vond ik een goede roman. Op de shortlist stonden dit jaar eigenlijk geen zwakke of slechte werken. In tegenstelling tot voorgaande jaren, was de kwaliteit van het geheel bijzonder hoog. Maar waarom eindigde Brouwers bij mij op de één na onderste plaats? Ik denk dat ik aspecten laat meewegen die de jury juist links laat liggen.  Ik laat bijvoorbeeld ‘leesplezier’ meewegen. De roman ‘Client E. Busken’ gaf mij bijzonder weinig leesplezier. Ik vond het geen ‘lekker’ boek om te lezen. ‘Leesplezier’ is buitengewoon subjectief want wat ik wel pruim, zal een ander niet pruimen. Dat is gewoon zo. Je zou heel precies in kaart moeten brengen wat nou een boek ‘lekker’ maakt en wat niet. Tenminste als je ‘lekker’ professioneel zou willen laten gelden als criterium. Ik mag ALLES WAT IK WIL meenemen bij de beoordeling van een roman. Tijdens het lezen van de roman van Jeroen Brouwers voelde ik me opgesloten in een hoofd van een oude dementerende negatieveling. Als ik het al niet was, dan werd ik er haast somber van; niets en niemand deugt; de wereld is een tranendal en we wachten op het verlossende einde… om te verdwijnen in het…NIETS. Ik werd daar niet vrolijk van.  

Stel, ik laat mijn subjectieve oordeel buiten beschouwing. Zou de roman van Jeroen Brouwers dan bij mij gewonnen hebben? Nee, want er staan nóg sterkere boeken op de shortlist, vind ik. Ook dan blijf ik de roman van Marieke Lucas Rijneveld bovenaan zetten. Alleen al het vernieuwende van de vorm; nog nooit zoiets onder ogen gehad. Het poëtische taalgebruik, het platteland, het geloof, het schurende, de nachtmerries… eigenlijk elk facet draagt vernieuwing en originaliteit in zich. Daarnaast dus ook nog een ‘lekker’ boek dat je met plezier leest. De roman van Jeroen Brouwers is veel traditioneler van opzet; we hebben wel eens meer in het hoofd van een dementerende gezeten. ‘Hersenschimmen’ van Bernlef bijvoorbeeld. Een veel positievere roman dan ‘Client E. Busken’. Ook het boek van Gerda Blees vond ik nieuwe wegen zoeken in het vertellen van een verhaal en ook haar roman was ook nog eens fijn om te lezen.

Al met al ben ik het minder met de jury eens dan vorig jaar.

En de winnaar is:…

Ik heb de boeken op de shortlist van de Libris literatuurprijs 2021 allemaal gelezen en dat betekent dat ik kleur moet bekennen; wie heeft er verloren en wie heeft de Frits’ Libris Literatuurprijs 2021 gewonnen. Dit jaar kan ik geen boeken laten afvallen omdat ik ze slecht vind, het zijn allemaal goed geschreven romans. Dat was vorig jaar en het jaar daarvoor…en het jaar dáárvoor, wel anders. Ik vond zelfs een keer het winnende boek van de ‘echte’ prijs, een buitengewoon slecht boek. Verder herinner ik me De Muidhond waarvan ik echt niet kon bedenken waarom hij op de shortlist stond. Vorig jaar, ook al zo’n misser. Dat verhaal van die twee moeders en de verwekking van hun kind; een regelrecht mislukte roman. Maar goed, laten we ons beperken tot de boeken die dit jaar op het lijstje stonden. Geen slechte boeken, dus, wel boeken die me niet aanspraken; dat is net zo goed een criterium, vind ik.

6.

Op de laagste plaats eindigt bij mij De Onbevlekte van Erwin Mortier. Ik had erg veel moeite om de perspectieven uit elkaar te houden en daardoor wilde het verhaal gewoon niet vlotten. Ook een weinig boeiende plot. Het taalgebruik van de schrijver is zeer bloemrijk…misschien soms een ietsje teveel.

5.

Op de vijfde plaats staat Client E. Busken van Jeroen Brouwers. Hartstikke knap om de ontwikkeling van de wereld op een dag te beschrijven vanuit een geketend, oud en ziek persoon. Maar wat verschrikkelijk negatief allemaal. Ook hier is de plot vrij dun, maar op zich zegt dat natuurlijk niet zo veel.

4.

De vierde plaats is voor Simone Atangana Bekono en haar roman Confrontaties. De hoofdpersoon maakt een mooie ontwikkeling door. Een goed geschreven roman maar hier en daar vind ik de karaktertekening niet helemaal je dat. Een gymnasiaste, ook al heeft ze een donker gekleurd huidje, verwacht je niet zo snel in jeugddetentie. Ik was al blij dat het niet weer zo’n frontale aanval op de witte hetero man was en dat het racisme er bovenop lag.

3.

Op de derde plaats Wij zijn Licht van Gerda Blees. Echt een heel boeiend boek om te lezen en erg origineel qua vorm met een hele reeks perspectieven van waaruit het verhaal verteld wordt. Ik heb de roman met heel veel plezier gelezen en hoop nog veel van deze auteur te lezen.

2.

Op de tweede plaats zet ik De Saamhorigheidsgroep van Merijn de Boer. Echt een fantastische roman die ik in één ruk heb uitgelezen. Ook in deze roman vind ik de karaktertekening niet helemaal geloofwaardig maar dat mag het leesplezier niet drukken.

1.

En…de winnaar is, de roman van het lijstje dat overblijft…Mijn Lieve Gunsteling van Marieke Lucas Rijneveld. In alle opzichten een fantastische roman. Origineel op bijna alle vlakken, vernieuwend, schrijnend maar toch net zo goed weer troostend. Hoewel er op de shortlist echt veel goede boeken staan, overklast deze roman ze allemaal.

Zo, dat was het weer voor dit jaar! Ik ben dus meteen in een leegte gestort, want wat zal ik nu eens gaan lezen. Lale Gül heb ik gekocht…en de eerste paar bladzijden gelezen, maar jongens, wat zakte mijn broek af. Wat een gezwets. Uitdrukkingen als: het zal haar aan d’r anus oxideren en oma heeft een kurk in d’r reet. Dan heb je het dus meteen bij mij verbruid. Wie weet doe ik nog een poginkje om het boek te lezen…

Erwin Mortier – De onbevlekte; Ik verdwaalde…

Ik geef het toe, voor ik een recensie schrijf over een bepaald boek, lees ik een stuk of wat andere recensies; ik wil niet dom overkomen…Stel dat ik een boek helemaal verkeerd begrepen heb… Ook over ‘De onbevlekte’ Van Erwin Mortier heb ik er een aantal gelezen. Wat vind ik van het boek en vind ik dat de recensies kloppen met mijn ervaring met het boek? Tsja, en dan kom ik nu best in de problemen want zo enthousiast als de meeste recensies zijn over het boek, dat ben ik niet. Ik zie heus wel de kracht, maar om nou te zeggen dat dit de roman is waar ik al jaren op wacht…nou nee. Ik kan er niet echt warm voor lopen. Dit verschil tussen de stroom uiterst positieve recensies van professionele lezers en mijn minder enthousiasme terwijl ik een pret-lezer ben, brengt mij op de vraag wat goede literatuur is, wat een lekker boek voor mij is en waarom ik graag lees; Waarom ‘Turks Fruit’ een hoogtepunt in de Nederlandse literatuur is maar bijvoorbeeld ‘Bonuskind’ Van Saskia Noort niet terwijl beiden heerlijk zijn om te lezen. Op deze vraag weet ik gewoon het antwoord niet. Ik durf het niet te zeggen. Intuïtie, misschien. Ik weet wat een hoogtepunt in de literatuur is en wat niet. Ik weet ook wat literatuur is en wat niet. Vaak heb ik er gelijk in, omdat mensen die ervoor doorgeleerd hebben, hetzelfde zeggen. Maar, wat vind ik dan een lekker boek en wat zorgt ervoor dat ik een fijne leeservaring heb? Ontsnapping aan mijn werkelijkheid en de uitdaging om andermans werkelijkheid en gedachtewereld te doorgronden. Taal en verhaalstructuur zijn daarbij de vervoermiddelen. Laat ik het zo maar samenvatten.

Hoe zit dit alles bij de roman ‘De onbevlekte’ van Erwin Mortier? Om te ontsnappen aan mijn eigen werkelijkheid heb ik het nodig dat ik gedurende het verhaal weet in wiens hoofd ik zit. Dat is bij Erwin Mortiers roman vaak een raadsel. Bekijk ik de wereld door de ogen van Andrea, de zuster van Marcel de SS’er, of de Marcel die vernoemd is naar Marcel de SS’er en gelijk lijkt te vallen met de schrijver? Dan zijn er nog een stuk of wat brieven geschreven door de foute Marcel. Als je na bladzijden verwarring tot de conclusie moet komen dat je nog in het verkeerde vertellershoofd zit, dan frustreert dat mijn leeslust. Dat is me diverse keren overkomen. Eigenlijk heb ik hele stukken van de roman zitten lezen zonder dat ik begreep door wiens ogen ik keek. Echt heel vervelend. Misschien had ik het moeten kunnen weten als ik heel veel preciezer had gelezen, maar dat deed ik dus niet. Het kan dus zijn dat ik deze roman lager waardeer doordat ik het verdomde om hem goed te lezen…het zij zo!

Marcel werd tijdens de oorlog lid van de Vlaamse SS. Hij trok ten strijde tegen de Bolsjewieken en kwam om aan het oostfront. Marcel heeft een zus Andrea die haar moeder eigenlijk Maria had willen noemen; de onbevlekte. Andrea kreeg een hele sleep kinderen en een van de jongens – de schrijver(..?) – werd vernoemd naar de foute broer. Het verhaal wordt verteld met het Vlaamse platteland als achtergrond. In het laatste deel van de roman zijn de brieven afgedrukt die foute Marcel aan zijn familie schreef vanuit zijn nazistische legerkorps. Met uiteindelijk dus ook zijn overlijdensbericht. Het houterige taalgebruik in de brieven, die daardoor authentiek overkomen, staat in contrast met het poëtische taalgebruik in de andere delen van de roman. Dat taalgebruik is wel heel bijzonder en heel erg bloemrijk. Misschien wel te bloemrijk waardoor de koers van de roman wat uit het zicht raakt.

Al met al, niet mijn favoriete roman. Ik heb niet veel leesplezier gehad en voor mij is dat een ding dat zwaar meetelt. Heus, mooi taalgebruik, maar omdat taal en vertelstructuur de vehikels zijn van de roman, maar de roman me laat verdwalen, kan ik niet enthousiast worden. Omdat deze roman op de shortlist van de Libris literatuurprijs staat en ik alle boeken heb gelezen en beoordeeld, ga ik het tegen de andere boeken van de shortlist aanleggen…en dan scoort hij niet hoog. Ik verdwaal niet graag.

Jeroen Brouwers – Client E. Busken; een moeilijk boek.

Ik heb het uit! Dat was een zware bevalling. Viel niet mee, dat boek van Jeroen Brouwers. Is het dan een slecht geschreven, oninteressante roman? Nee, zeker niet. Het is geen boek dat lekker weg leest. Voor mij was het lezen van deze roman een worsteling. Je zit in het hoofd van een hoogbejaarde, dementerende, ontevreden en invalide man gevangen wiens enige pleziertje het roken van sigaretten is. Maar ook het zelfstandig roken van een sigaret is hem niet meer gegeven. Als lezer zit je in dat hoofd en de wereld van dat hoofd is erg klein; je wordt er een beetje claustrofobisch van. Natuurlijk is het verschrikkelijk knap om vanuit het enge perspectief van deze persoon een roman te schrijven, maar jongens, dat leest echt niet lekker. Helemaal omdat we weinig te weten komen over de persoon, tenminste weinig betrouwbaars. Want wie is hij, wie was hij en wie zijn de personen om hem heen?

Wat we van de hoofdpersoon te weten komen, is best verwarrend. Hij zit vast gegord in een rolstoel. Zijn behoefte doet hij in een luier (hoewel hij een fluitje bij zich heeft waar hij op moet blazen als hij moet poepen…wat hij dus niet doet). Of hij kan praten, dat krijgen we niet te horen. Wel dat hij niet wil praten. Voor sommigen in de buitenwereld lijkt het alsof er niets tot hem doordringt. Anderen weten zijn oogopslag of bewegingen wel te interpreteren als communicatie. Hoofdpersoon Busken kan zijn lichaam niet stilhouden. Het schudt en beweegt alle kanten uit. Hij ziet zichzelf als uitzonderlijk en bijzonder om iets dat hij in het verleden bereikt of gepresteerd zou hebben. Het is eigenlijk voor de lezer niet mogelijk om te bepalen wat hierin waar is of verzonnen…een roman is trouwens natuurlijk altijd verzonnen. Schrijven, wat dan ook, lijkt wel bij het verleden van Busken te horen; daar komt hij het meest op terug. Hij koestert zijn papier en potloden en geeft de indruk dat hij nog dagelijks schrijft. Dat wordt wel weer tegengesproken door het feit dat hij onwillekeurige bewegingen maakt met zijn handen; probeer daar maar eens mee te schrijven. Maar naast schrijver, ziet hij zichzelf ook als groot en wereldberoemd dirigent, hoogleraar in de filosofie, kernfysicus… en ga zo maar door. Zijn eigen grootheid plaatst hij tegenover de miezerigheid, onbenulligheid en bovenal dommigheid van de personen die zich rondom hem bewegen. Een roman vanuit het perspectief van deze verzuurde, oude dementerende man is niet echt leuk om te lezen. Misschien niet eens zo onrealistisch; het ‘leven’ heb ik wel eens vergeleken zien worden met het koken van bouillon; naarmate hij langer opstaat, wordt de bouillon steeds geconcentreerder; worden de eigenschappen steeds duidelijker en dan vooral de slechte. In het geval van de heer E. Busken in deze roman, zijn die eigenschappen helemaal niet fraai.

Het verhaal speelt zich af op een zomerse dag in een inrichting. Of het alleen een inrichting is voor dementerende bejaarden, wordt niet helemaal duidelijk. Sommigen lijken toch goed te functioneren. Mieneke Kalckbrander bijvoorbeeld. Wie ze is? Ja, wie zal het zeggen. Ze heeft ‘iets’ met hem. Tot grote ergernis van Busken is ze voortdurend in zijn buurt. Ze geeft hem koosnaampjes. Op zeker moment vroeg ik me af of ze zijn echtgenoot is. Daar is echter te weinig bewijs voor, lijkt me. Verder zijn er nog Richard. Door sommigen uitgesproken als Risjaar en door anderen als Ritsjert. Hij lijkt de baas te zijn in de instelling. Daarnaast is er nog een vrouwelijke psychiater die net zo goed psycholoog kan zijn. Ook dat wordt niet helemaal duidelijk. Ze draagt haar bril boven op haar hoofd. De behandelaars weten dat Busken zo zuur is dat hij niet meer praat terwijl hij dat wel zou kunnen. Verder is er een zekere Herman, die hem van sigaretten voorziet, maar die volgens de verteller, al heel lang niet meer langskomt. Ook zou Busken een dochter hebben hoewel hij haar naam zich niet kan herinneren. Hij vermoedt dat ze geëmigreerd is, maar zeker weet hij het niet…of heeft hij helemaal geen dochter?

Er blijken wel standvastige herinneringen te zijn. Zo citeert Busken de eerste strofen uit het gedicht Im Abentrot van Von Eichendorff. Dat gedicht is niet zozeer bekend vanuit de poëzie maar wel door de muziek die Richard Strauss (hier Richard dus niet als Risjaar of Ritsjert uitgesproken, maar op zijn Duits) erbij heeft gecomponeerd en het daardoor terecht kwam in Vier Letzte Lieder.

Toen Richard Strauss deze muziek componeerde was hij op ongeveer dezelfde leeftijd gekomen als Jeroen Brouwers toen hij deze roman schreef. De Vier Letzte Lieder worden algemeen gezien als de zwanenzang van Strauss. Is ‘Client E. Busken’ de zwanenzang van Jeroen Brouwers?

Al met al…een moeilijk boek. Zeker geen slecht boek, maar zeker geen boek waar je ‘lekker’ doorheen leest. Voor mij was het een worsteling. Ook omdat het zo verschrikkelijk negatief qua toon is. Op dit moment kan ik dat moeilijk gebruiken. Gaat zeker niet voor de eerste of tweede prijs van mijn Librisliteratuurprijs 2021 lijstje.

Merijn de Boer – De Saamhorigheidsgroep; een heerlijk boek!

Het woord ‘pageturner’ staat mij verschrikkelijk tegen, maar verzin daar maar eens een goed nederlands woord voor. Deze roman is er zo één, dus. Boeiend en spannend tot het eind. De strijd om de Frits’ Librisliteratuurprijs 2021 gaat voorlopig om de tweede plaats; de eerste plaats is bij mij nauwelijks bereikbaar. Deze roman gooit hoge ogen. Ik moet zeggen dat de keuze voor de boeken op de shortlist mij enorm heeft verrast; tot nog toe geen enkele roman die er negatief uitspringt. Dat is wel eens anders geweest. Wat deze linkse jongen wel even kwijt moet is dat ik de roman ‘De saamhorigheidsgroep’ ook wel weer een voorbeeld vind van linkse mensen plagen en in de zeik nemen. Dat vind ik op de één of andere manier niet erg fijn, maar oké, laat ik niet moeilijk doen. Misschien ben ik ook wel wat gevoelig geworden op dit punt; de ‘linkse kerk’ (wat klinkt dat verschrikkelijk k…) heeft nogal wat te verduren gekregen de laatste jaren en dat terwijl het, wat mij betreft, zonneklaar is dat er ingrijpende maatregelen moeten worden getroffen die in een verdacht ‘links’ daglicht staan. Gelukkig – maar uitermate ongelukkig voor links – hebben veel rechtsere partijen deze items overgenomen van links. Zelfs de overgang naar een duurzame samenleving is in handen gegeven aan VVD-prominenten… Maar laten we terugkeren naar het boek waar het hier om gaat!

In het eerste deel van de roman, de proloog die zich in 2018 in New York afspeelt, leren we ambassadeur Bernhard  Wekman,  permanent vertegenwoordiger  bij de Verenigde Naties kennen. Hij bereidt zich voor op een ontmoeting met Bronno die hij meer dan dertig jaar geleden heeft leren kennen als het meest dominante lid van de saamhorigheidsgroep. Destijds maakte Bernhard deel van uit van deze groep. Hij beseft dat hij sinds dat ene jaar dat hij lid was, nooit meer zo gelukkig is geweest als toen. Tijdens de ontmoeting wil Bronno, namens de saamhorigheidsgroep, dat hij Tibet erkent in de VN namens Nederland. Als Bernhard vertelt dat dit echt niet mogelijk is, druipt Bronno zwaar teleurgesteld af.

Het tweede deel van de roman – het leeuwendeel van de roman – speelt zich in 1982 en 1983 af in Haarlem en Amsterdam. Bernhard schermt samen met Felix. Felix introduceert Bernhard bij de Saamhorigheidsgroep. Dat blijkt een groep zeer idealistische mensen te zijn die zich inzetten voor al het onrecht in de wereld. Daarvoor staat ze tien procent van hun inkomen af en van dat geld worden projectjes gefinancierd. Hier hebben ze regelmatig vergaderingen over. Bernhard, die over enkele maanden zijn eerste post in Angola krijgt, voelt zich een vreemde eend in de bijt, maar vindt de leden zo enthousiast in hun streven naar een betere wereld dat hij zich toch thuis voelt in de groep. De saamhorigheidsgroep is echter veel meer dan een clubje dat goede doelen nastreeft; het is ook een soort gezelligheidsclub. Iedereen stemt minstens PvdA, maar hun actiebereidheid is vele mate groter. Liza en Tristan zijn ook lid van de groep. Zodra Liza haar stem laat horen, is Bernhard zodanig verkocht door het timbre dat hij lid wordt. Hij heeft sindsdien een oogje op Liza.

Verloskundige Liza heeft haar man, kunstenaar Tristan, op de middelbare school leren kennen. Sindsdien zijn ze samen. Ze hebben een grote kinderwens maar het zaad van Tristan blijkt niet vruchtbaar. Omdat Liza heeft opgemerkt dat Bernhard, die niets afweet van Tristans onvruchtbaarheid, zijn ogen niet van haar kan afhouden, bedenken ze het plan om Bernhard te verleiden. Zonder dat hij het weet zal hij haar dan zwanger maken. Omdat hij binnenkort naar Angola vertrekt, zal hij nooit van haar zwangerschap weten. Dat plan loopt anders dan verwacht want Bernhard wordt smoorverliefd op Liza. Zoveel liefde heeft ze lang niet gevoeld en daar bezwijkt haar huwelijkse trouw dan ook onder. Bernhard en Liza beginnen een heftige, stiekeme, onstuimige verhouding. Bernhard laat de uitzending naar Angola aan zich voorbij gaan. Hoewel hij wellicht een vermoeden van de relatie heeft, maar het niet echt ontdekt heeft, raakt Tristan  helemaal bezeten van het idee dat hij zijn vrouw Liza tegen haar wil heeft uitgeleverd aan Bernhard. Hij kan er nauwelijks mee leven als Liza zwanger blijkt. Bernhard daarentegen is ervan overtuigd dat Tristan haar zwanger heeft gemaakt en zeker niet hijzelf; hij kan zich niet voorstellen dat hij daartoe in staat zou zijn. Als het kind geboren is, heeft Bernhard het gevoel dat hij het gezin van Liza en Tristan met de kleine in de weg staat. Hij voelt dat ook zijn verliefdheid over is. Hij aanvaardt een post in Jeruzalem en maakt het uit met Liza.

Het derde deel speelt zich in 1984 af in Jeruzalem. Tristan, die de inzinking nabij is, gaat naar Jeruzalem om ‘iets’ te doen. Hij hoopt Bernhard te vinden en dan ‘iets’ te doen om zijn haatdragende gevoelens weg te poetsen.

Het laatste deel speelt zich in Haarlem af in 2019 en is een epiloog.

Van de eerste tot de laatste letter een spannend boek. Het leest heerlijk weg. Is goed geschreven. Je blijft er nog even mee in je hoofd zitten. Maar toch…er zitten volgens mij wat rafelrandjes aan de roman. De roman gaat over een buitenstaander die lid wordt van een groep. Van die lijn wijkt de auteur diverse keren af om wat uitstapjes te maken naar de andere leden van de groep. In mijn ogen werkt hij dat te weinig uit zodat er wat losse floddertjes ontstaan. Ja, het heeft met de saamhorigheidsgroep te maken, maar wat precies met de grote lijn van het verhaal. Niet dat het erg stoort, maar zo’n groep van namen is moeilijk te onthouden en zeker als het verhaaltje kort en relatief oppervlakkig blijft. Moeilijk bij te benen wie wie is in zo’n geval. Vooral die lossere zijlijntjes kosten heel wat hersenoefeningen. Een ander ding vind ik de karaktertekening van Bernhard. Hij wordt door de auteur neergezet als een goedaardige, zachte man die zich makkelijk laat meeslepen. Hij probeert zich voortdurend aan de groep aan te passen. Zo parkeert hij zijn auto een eind uit de buurt, zodat het lijkt alsof hij geen auto (want not done in de groep) heeft. Dat karakter klopt volgens mij niet met het karakter van een permanent vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties namens Nederland; dat moet een zeer standvastig, slagvaardig persoon zijn. Ik vind het een zwakte in de roman.

Bernhard is iemand met een laag libido, wordt verteld, maar dat libido wordt in het saamhorigheidsjaar door Liza naar grote hoogte gestuwd. Zodra hij het uitmaakt met Liza, zakt zijn libido naar het vroegere niveau. Grappig is dat de schrijver Bernhard een favoriete filmscene toedicht uit de film ‘Shame’. Dat is een film over een seksverslaafde man en dus een extreem libido. Hoe dan ook; het is een heerlijk boek om te lezen!

Gerda Blees – Wij zijn licht; erg boeiend

Wat onderscheid ons mensen van dieren? De vrije wil..? Blind volgen dieren hun instincten. Ze eten als ze honger hebben, ze neuken als ze geil zijn, ze maken dat ze wegkomen als ze gevaar vermoeden, ze slapen als ze moe zijn, ze moorden als ze roofdieren zijn, ze zwemmen als ze eendjes en ze kwispelen als ze hondjes zijn. Dieren kunnen niet anders dan doen wat de natuur hun gegeven heeft. Voor de mens ligt dat anders. Mensen kunnen zich verzetten tegen alles wat de natuur hen oplegt. Dat gaat niet zomaar; daar moet je strijd voor leveren want datgene wat de natuur ons ingeeft, ervaren we als de weg van de minste weerstand en voelt comfortabel maar die weg waarderen we niet erg. Doorgaans overwinnen onze helden de instincten die moeder natuur ons gaf. Onze helden staan pal als er gevaar dreigt; de lafaards volgen hun instinct en maken dat ze weg komen. Onze priesters weigeren een seksleven en kiezen voor een leven in een sobere gemeenschap met weinig liefde terwijl  de meesten onder ons zich comfortabel laten onderdompelen in de geneugte van een liefdevol gezin waarbij seks tussen de partners onderdeel is van het dagelijkse leven en de warmte en liefde bevestigd. Soms gaat de vrije wil en het overwinnen van onze instincten te ver. Dan verandert de held in een fanaticus of ligt de hypocriet op de loer. Neem de schandalen rond kindermisbruik in internaten geleid door paters. Stiekeme seks met weerlozen; hypocriet en algemeen veroordeeld. Je leven opofferen in de Jihad door jezelf als levende bom te gebruiken…Of, het aardse voedsel niet meer tot je nemen en de honger weerstaan omdat ‘liefde’, ‘licht’ en ‘muziek’ zuiverder voedsel zijn en je dichter bij de vrijheid en het geluk brengt…

In de roman van Gerda Blees ‘Wij zijn licht’ komen we de woongroep ‘Klank en Liefde’ tegen op het moment dat de oudste onder hen, Elisabeth, overlijdt aan ondervoeding. Haar zus Melodie, die de groep leidt, vindt dat ze op een waardige en juiste manier is weggegleden en hoewel de andere leden van de groep, Petrus en Muriël, wat bedenkingen hebben over de manier waarop, is hun tegenstem te zwak om door de anderen gehoord te worden. De woongroep wil afzien van aards voedsel en slechts leven van het licht, de liefde voor elkaar en de klanken van muziek. De opgetrommelde huisarts kan de natuurlijke dood van Elisabeth niet vaststellen en samen met de schouwarts bepalen ze dat ondervoeding de doodsoorzaak is. De medebewoners van Elisabeth worden door de politie naar het bureau gebracht voor verhoor en in politiecellen opgesloten. De politie moet echter constateren dat de woongroepleden wellicht moeten hebben vermoed dat de overledene medische hulp nodig had, en dat ze verzuimd hebben om die in te schakelen, maar voor een veroordeling is het allemaal te dun. Dus worden de leden weer vrijgelaten. Maar in de politiecel zijn de bewoners, en dan vooral Muriël, gaan nadenken. Muriël besluit de woongroep te verlaten…of toch net niet? De schrijfster laat dat aan onze fantasie over.

Het verhaal wordt in kleine hoofdstukjes verteld vanuit verschillende perspectieven. Die perspectieven zijn soms personen, maar meestal niet. Zelfstandige naamwoorden die een rol spelen in het leven van ons mensen. Het overlijden van Elisabeth wordt zodoende verteld door de nacht. Het verhoor van Petrus wordt verteld vanuit het perspectief van de geur van een sinaasappel die aan de handen van één van de verhorende agente zit en de neus van Petrus binnendringt; een katalysator van herinneringen en gevoelens. De thuiskomst van de woongroep wordt beschreven vanuit het perspectief van de slowjuicer; het apparaat dat er uiteindelijk voor zorgt dat de op groentesap levende woongroep min of meer in leven blijft. Maar ook ‘het verhaal’ doet haar woordje, ‘het licht’, ‘de buren’, ‘de weerstand’ enzovoort, vertellen het verhaal. Uiteindelijk gaat het verhaal over de vrijheid van de mens om te kiezen voor een ander leven dan het leven dat ons van nature gegeven heeft. Het verkent de grenzen van wat kan en ook niet kan. Wat ‘zorg’ voor de medemens betekent maar ook hoe kokerdenken en een tunnelvisie het overneemt van het gezonde verstand. In die zin is het een rijke roman.

De roman is uitermate origineel van opzet met al die perspectieven. De psychologische tekening van de verschillende leden van de woongroep is erg goed getroffen. De politieagente die – toeval of niet – ook Elisabeth heet en zelf worstelt met haar zichzelf uithongerende puber, komt mooi uit de verf. Maar ondanks al deze positieve punten, is het boek geen ‘lekker’ boek. Het leest niet vlotjes weg. Je blijft als het ware, even ver op afstand van de personages als de perspectieven die de auteur kiest. Het boek komt vrij moeizaam tot leven. Een knappe prestatie, maar het blijft toch een beetje aan de droge kant, maar zeker erg boeiend.