Tagarchief: Librisliteratuurprijs

En de winnaar is…En de winnaars zijn…

Ik heb ze alle zes uit. De shortlist van de Librisliteratuurlijst 2019. Ik moet zeggen dat ik de kwaliteit van de boeken die dit jaar op de shortlist stonden, hoger inschat dan de lijst van vorig jaar. Maar desalniettemin vraag ik me af welke criteria de jury aanhoudt als ze boeken selecteert. Ik zou ook graag willen weten waarom een bepaald boek uiteindelijk wint. Ik kon dat op Internet niet terugvinden. Als ik zo langs het lijstje kijk, dan begrijp ik het allemaal niet zo erg. Ik zou graag horen wat ik gemist heb, want mijn mening verschilt nogal met dat van de jury. Vorig jaar, kan ik me herinneren, begreep ik niet eens wat een bepaald boek op de longlist deed, laat staan hoe het op de shortlist terecht kwam.

We gaan het niet nog eens hebben over vorig jaar; aan dit jaar hebben we onze handen al vol genoeg.
De boeken op de shortlist Libris literatuurprijs 2019:
• Jan van Aken – De ommegang, Querido
• Johan de Boose – Het vloekhout, De Bezige Bij
• Rob van Essen – De goede zoon, Atlas|Contact
• Esther Gerritsen – De trooster, De Geus
• Bregje Hofstede – Drift, Das Mag
• Ilja Leonard Pfeijffer – Grand Hotel Europa, De Arbeiderspers

Op de laatste plaats eindigt Rob van Essen met zijn roman De Goede zoon. Ik heb me er doorheen gewerkt. Vond het doodsaai om te lezen. De SF elementen waren onrealistisch en slecht uitgewerkt. Ik snapte eigenlijk niet eens waarom het boek op de longlist was gekomen gezien alle boeken die verschenen zijn dit jaar. Gek genoeg heeft deze roman de prijs in het echt gewonnen. Ik moet dus wel een hoop gemist hebben. Wat was ik blij dat ik het uit had!

Op de vijfde plaats eindigt bij mij Drift van Bregje Hofstede. Een goed geschreven boek dat ik geboeid heb gelezen. Alleen is het wat mij betreft geen roman maar meer een verslag van een scheiding. Ik denk dat het talent van Bregje Hofstede moet rijpen. Ik zie een heleboel positiefs in het boek, maar net niet goed genoeg gecomponeerd om in dit rijtje boeken hoge ogen te gooien. ‘Gecomponeerd’ schrijf ik omdat ik de vorm van het boek te mager vind. Een scheiding kan best een onderwerp van een roman zijn, alleen moet je je dan afvragen in wat voor vorm je het giet.

Op de vierde plaats eindigt bij mij Het Vloekhout van Johan de Boose. Een fantastische roman. Bijzonder fantasievol en met heel veel respect voor spiritualiteit geschreven. De roman heeft de pech dat er op de shortlist een paar boeken staan die ik gewoon nog veel beter vind en helaas, ik heb mezelf opgelegd om jury te spelen en de boeken met elkaar te vergelijken.

Op de derde plaats zet ik De Trooster van Esther Gerritsen. Ik heb denk ik wel alle boeken van Gerritsen gelezen en vind de ene nog bijzonderder dan de andere. Toen ik het boek uithad was ik verschrikkelijk enthousiast. Misschien heeft De Trooster de pech dat ik het al zo lang geleden gelezen heb; meteen toen het uitkwam. Maar helaas, op de shortlist staan nog boeiender boeken, vind ik nu.

Wat de eerste en de tweede plaats betreft, kan ik niet kiezen. Twee reusachtige boeken die ik in een adem uitgelezen heb. Twee boeken die de spanningsboog voortdurend hoog hielden. Twee romans vol met een gigantische ideeënrijkdom. Jan van Aken met de Ommegang en Ilja Leonard Pfeijffer met Grand-Hotel Europa komen wat mij betreft met z’n tweeën op de eerste plek. Dat moet kunnen omdat kunstwerken niet te vergelijken zijn en de twee romans beiden absolute topstukken zijn.

Kom ik toch nog even terug op de ‘echte’ winnaar: Kan iemand mij alsjeblieft uitleggen wat ik in De Goede Zoon gemist heb? Echt niet te hachelen dat boek. Hoe kan een jury bij een vergelijking dit boek kiezen boven de vijf andere boeken die stuk voor stuk veel boeiender zijn. Ik kan er eigenlijk niet bij…

Ilja Leonard Pfeiffer – Grand-Hotel Europa; Rijk en geweldig!

Ik moet zeggen dat ik er een beetje tegenop zie om dit stukje over deze roman te schrijven. Het is een roman namelijk die heel lekker wegleest, maar ondertussen een zeer diepgaande beschouwing is over verleden en heden van Europa ten opzichte van de rest van de wereld en ook een blik werpt op de toekomst. Het is een diepgaande beschouwing over de mensheid en het exploreren van de aarde, waarvan massatoerisme een aspect is. Kortom, Grand-Hotel Europa is een zeer rijke omvangrijke roman en als recensent – en dat ben ik – wil ik geen steken laten vallen. Door zijn enorme ideeënrijkdom zou dit wel eens in onze literatuurgeschiedenis een heel belangrijke roman kunnen worden… Maar dat weet ik niet, want daarvoor zou ik vanuit de toekomst terug moeten kunnen kijken.

Ilja Leonard Pfeiffer is met naam en toenaam de verteller van de roman, de ik-figuur. Hij neemt zijn intrek in het Grand-Hotel Europa om verslag te doen van zijn liefdesrelatie met Clio. In zijn woonplaats Genua wil de verteller een lezing bezoeken, maar hij heeft zich vergist in de datum. Op de plek waar de lezing gehouden wordt, blijkt zich nog iemand vergist te hebben in de datum; de kunsthistorica Clio. Dat is het begin van een gepassioneerde liefdesverhouding tussen de temperamentvolle adellijke Italiaanse Clio en de meer beschouwende noordelijke classicus Pfeiffer. Twee mensen die beroepshalve naar het verleden kijken. Samen gaan ze in Venetië wonen; de stad die in Europa mogelijk het meeste last heeft van het massatoerisme. Maar aan de andere kant ook een van de mooiste steden van Europa.

Het hotel Grand-Europa is net overgenomen door de Chinees Wang. Het hotel is vergane glorie. Er zijn een aantal vaste bewoners die als het ware symbool zijn voor verschillende aspecten van de oude Europese cultuur. Zo is er de Franse dichteres Albane die zich voor alles iets te goed voelt. Er is de geleerde Patelski, een steenrijke Griek, de vluchteling Abdul en de Majordomus. Allen vertellen hun verhaal in de roman en belichten daarmee hun deel van de geschiedenis van Europa. Abdul komt uiteraard met het meest nieuwe deel van de geschiedenis, maar voor zijn vluchtverhaal gebruikt hij de Aeneas. Zo wordt zelfs zijn verhaal in de Europese geschiedenis ingebed. Nieuwe eigenaar Wang gaat het Grand-Hotel nieuw leven inblazen door het geschikt te maken voor de Chinese markt. Dat betekent dat hij het gaat aanpassen aan het idee van Chinezen hoe een Europees hotel eruit ziet. Symbolisch is het portret van Paganini aan de muur dat hij vervangt door een Engels jachttafereel op het platteland.

Clio voelt zich zwaar ondergewaardeerd als kunsthistorica. Ze werkt bij een veilinghuis en heeft een tijdelijke aanstelling aan de universiteit. Ze wil als conservator aan de slag bij een groot museum. Bovendien wil ze haar onderzoek naar Caravagio voortzetten. De schilder werd destijds ter dood veroordeeld, maar wist aan zijn straf te ontkomen door drie schilderijen te maken en aan de juiste persoon te schenken. Van twee van de schilderijen is bekend waar ze zijn, de derde is zoek. Dat schilderij stelt de berouwvolle Maria Magdalena voor maar in het gezicht van Maria zijn trekken van de schilder zelf te herkennen; met Maria Magdalena toont ook Caravagio berouw. Clio en de verteller gaan op verschillende plekken zoeken naar dit schilderij; naar het verloren gegane Europa?

De wereld is voor iedereen heel veel kleiner geworden en daarmee zijn de Europese kunstschatten ook bereikbaar geworden voor de ‘gewone’ man. Pfeiffer lijkt te willen afrekenen met deze in korte broek op teenslippers lopende toerist waarvoor hele binnensteden worden opgegeven. In Venetië bijvoorbeeld verdient men alleen nog maar aan het toerisme. De bevolking trekt weg, de toeristen komen en daarmee worden de steden (in dit geval dus Venetie) geconserveerd en vervolgens aangepast aan wat de toerist verwacht.

De roman biedt zo verschrikkelijk veel meer dan ik hier kan en wil vertellen dat ik slechts een advies kan geven: Lees zelf die roman. Het verhaal leest als een trein en is volgepakt met zaken waar je eindeloos over kunt nadenken. Met de liefde tussen de verteller Ilja Leonard Pfeiffer en Clio loopt het slecht af, dat weet je al aan het begin…of… lees het zelf maar.

Afgelopen weken was het vakantie… Ik was dus ook in Italië. Het was smoorheet en ik was dolgelukkig dat ik op teenslippers en sandalen en in mijn korte broek de fantastische Scrovegni kapel met die fantastische fresco’s van Giotto in het echt heb mogen bekijken en dat ik in de moordende hitte enigszins verkoeling kreeg in de kerken met prachtige mozaïeken in Ravenna. Ik was dus ook zo’n massa-toerist waar Pfeiffer zo op af geeft. Ik moet eerlijk zeggen, en dat zeg ik tegen de verteller van de roman persoonlijk, dat ik altijd medelijden heb met mannen die ondanks de hitte in volledig kostuum rondlopen. Wat mij betreft mag iedereen zich qua kleding helemaal aan de omstandigheden aanpassen. Ik vind het wat ver gaan om in je zwembroek de Scrovegni kapel in te gaan, maar ach…als het heel erg warm is…

Bregje Hofstede – Drift; WAAROM?

Of ik denk dat Drift van Bregje Hofstede de winnaar van de Librisliteratuurprijs 2019 wordt? Nee, dat denk ik niet. De roman is niet groots. Bregje Hofstede moet nog groeien, vind ik. De roman is wel goed geschreven. Boeiend ook. De hoofdpersoon in de roman heet Bregje Hofstede. Juist ja, net als de auteur. Dat brengt je meteen op de gedachte of je eigenlijk een autobiografie zit te lezen. Dat maakt voor je leeshouding veel verschil. Dat een romanpersonage haar kut laat waxen heeft een andere impact op de lezer dan als een schrijfster en plein public laat weten dat ze dat laat doen. Bovendien zou dat waxen beschreven in een roman in het kader van het verhaal verteld worden terwijl als de schrijfster het over zichzelf vertelt het meer een mededeling is. Je vraagt je dan af; waarom moet ik dat als lezer precies weten. Waarom moet ik weten dat de auteur graag een kale poes heeft? Lijkt banaal, maar Bregje Hofstede beschrijft dat ze haar kut laat waxen. Ogenschijnlijk zonder dat dat iets toevoegt aan het verhaal behalve dan dat ze een gladde venusheuvel heeft. Dat is in een notendop de kritiek die ik op deze roman heb; er staat zoveel in waarvan ik me afvraag waarom ik het lees; wat het voor doel dient binnen de roman. Misschien houd ik teveel van romans zoals W.F. Hermans beschreef dat ze moesten zijn en waarin alles wat er gebeurt en wat er beschreven staat betekenis moet hebben binnen het verhaal. Alles wat die klassieke Hermans roman van buitenaf komt binnenwaaien en dus niets met de roman zelf te maken heeft, noemt hij een witte pater (had te maken met een verfilming van een roman waarin witte paters optraden). Drift zit vol witte paters, in mijn ogen.

Is het dan geen interessant boek? Jazeker wel. Ik heb het geboeid gelezen, daar niet van. Het heeft me verbaasd, dat ook. Ik merkte dat ik overging naar een andere leesmodus toen ik voor het eerst de naam van de hoofdpersoon tegenkwam. Een roman zie ik als meer dan een eenzijdig verslag van een ontsporend huwelijk en bij tijd en wijle had ik meer het gevoel van dat eenzijdige verslag dan van een roman. Huwelijk…ik proef het woord op mijn tong. Heel traditioneel allemaal. Misschien had ik niet verwacht van een jonge hippe vrouw die in de Correspondent schrijft over feminisme, dat ze anno 2018 zichzelf beschrijft in een haast jaren vijftig aandoend huwelijk.

Het verhaal is het verhaal van een jonge schrijfster die ‘wegloopt’ (zijn haar woorden!) bij haar man. Ze heeft haar dagboeken – en dat zijn er nogal wat – in een rugzak gestopt en is er vandoor gegaan. Ze beschrijft de veertig dagen na haar vertrek en kijkt daarin terug op haar huwelijk. Ze is, zo blijkt, getrouwd met haar liefje waarmee ze al op de middelbare school verkering kreeg. In de veertig dagen na haar vertrek uit hun woning ‘verdedigd’ ze de stap die ze genomen heeft. Eigenlijk had ze geen andere keuze. ‘Verdedigd’ tussen aanhalingstekens. Haar echtgenoot blijkt best jaloers. Zelden een moderne roman gelezen waarin zo de nadruk wordt gelegd op de kuisheid van de hoofdpersoon. Ze beschrijft diverse gelegenheden waarin andere mannen belangstelling voor haar hebben, en door wie ze zelf ook gecharmeerd raakt, maar nee; ze blijft kuis. Haar echtgenoot is de enige met wie ze ‘het’ doet. Hoewel ze openhartig schrijft over de seks met haar man krijg ik er soms een wat vervelende smaak van in mijn mond. Ik weet het niet..misschien ervaart ze het zelf anders…maar af en toe is het beste onderhorige seks. Zolang het met wederzijds goedvinden gebeurt, mag iedereen seksen en vrijen zoals hij en zij het zelf wil, vind ik. Schrijf je het op en geef je het uit in de vorm van een boek, dan is ineens dat intieme liefdesgedrag een onderwerp geworden waar anderen over spreken. Maar dat terzijde. Hij neukte haar zo wild van achteren dat ze steeds met haar hoofd tegen de muur bonkte…pff, ik weet niet. Zo’n beschrijving voelt niet als fijne seks; moet ze zelf weten natuurlijk, maar wil je dat ‘in de krant’?

Dit alles wil niet zeggen dat ik het een slecht boek vind. Ik heb het zeer geboeid gelezen. Bregje Hofstede kan heel goed schrijven. Ik begrijp dat je over jezelf schrijft maar wat meer afstand zou de roman enorm kunnen verbeteren. Een schrijfster hoeft niet haar ‘weglopen’ uit een huwelijk te verdedigen, vind ik. Ook ietsje minder uitleggerig zou ik fijner vinden; ik ben niet geïnteresseerd in de VVV folder van Pompeji als ik een roman lees, hoe goed bedoeld ook.

Ik vind het erg jammer dat als je zo goed kunt schrijven als Bregje Hofstede je dan desalniettemin een roman schrijft waarbij de lezer zich steeds afvraagt: Waarom? Waarom schrijf je dit op; waarom moet ik juist dit lezen? Deze roman zal niet hoog eindigen op mijn versie van de Librisliteratuurprijs; er ontbreekt nog teveel aan waarbij ‘ontbreken’ net zo goed staat voor dat er te weinig in deze roman/autobiografie is geschrapt.

Jan van Aken – De Ommegang; Fantastisch!

Heb ik het winnende boek van de Libris literatuurprijs net uit? Dat zou best wel kunnen. Wat een verschrikkelijk goed boek! Het is dat ik een verstandig man ben en veel verplichtingen heb, anders had ik aan één stuk door gelezen. Bijna de ideale roman: Spannend van het begin tot het eind, een intellectuele zoektocht van heb-ik-jou-daar; geweldig! Ik heb de afgelopen jaren weinig boeken gelezen die dit boek overtreffen. Het moet haast wel de winnaar worden van de Libris literatuurprijs en waarschijnlijk wordt het ook mijn winnaar. Zeker weten doe ik dat natuurlijk nog niet, want ik heb pas een derde van de boeken gelezen. Maar wat kan deze roman nog overtreffen? De Ommegang van Jan van Aken; helaas heb ik het uit.

De wereld is roerig aan het begin van de vijftiende eeuw: Er zijn drie pausen die geen van allen willen wijken voor de ander. Een groot concilie zou aan dit schisma van de kerk een eind moeten maken. Maar ondertussen lopen de gemoederen overal hoog op. Het grote concilie dat alles zou moeten regelen wordt gehouden aan de huidige Duits-Zwitserse grens in het plaatsje Konstanz. In deze gevaarlijke periode van de geschiedenis ligt de arts en architect Isidorus van Rillington, hoofdpersoon van de roman, beschuldigd van ketterij, geketend, in een volkomen duistere cel. Hij ziet niets en hoort niets…behalve de ademhaling van een ander. Of niet. Isidorus weet het niet, maar de duisternis en een mogelijke celgenoot doen Isidorus besluiten om hem – en dus ons – deelgenoot te maken van zijn levensverhaal en aldus te vertellen van zijn ommegang door het leven en hoe hij op deze plaats des onheils terecht is gekomen. De brandstapel is zijn vooruitzicht zonder dat dit met name genoemd wordt.

Isidorus wordt te vondeling gelegd bij het klooster Bellalande in Engeland. Hij wordt daar opgevoed door een monnik die vroeger bibliothecaris is geweest van een ander klooster, maar nu de functie van poortwachter uitoefent. De poortwachter leert Isidorus lezen en bovendien leert hij hem een manier om al het gelezene te onthouden. Dat doet hij door in zijn brein geheugenplaatsen te definiëren in de vorm van een gebouw en de opgedane kennis te koppelen aan een bepaalde ruimte in dat gebouw. Later kan hij dan een ommegang maken door de gebouwen en de ruimtes en lezen welke kennis er opgeslagen ligt in zijn brein. In het klooster is een vleugel afgesloten nadat een groot deel van de monniken aan de pest waren overleden. Die onbekende vleugel openen de poortwachter en Isidorus opnieuw en vinden daar een bibliotheek. Met deze bibliotheek worden de eerste geheugenbouwwerken opgezet. Een apart plekje in zijn geheugenbouwwerk wordt ingenomen door een boek over de bouwkunde van Vitruvius. Zoals later uit de roman blijkt wil Isidorus maar één ding doen in zijn leven; bouwen. Grootse bouwwerken maken. Vooral kathedralen.

Om zijn bouwambities waar te maken gaat hij studeren. Bisschoppen en aartsbisschoppen bouwen kathedralen en dus moet hij een hoge positie in de kerk krijgen. Om een hoge geestelijke te worden moet je geen theoloog worden. Je moet rijk zijn want een bisschopszetel koop je. Om rijk te worden, moet je arts worden want daar betalen de mensen grif voor en dus wordt Isidorus arts zodat hij later in staat zal zijn om een bisschopszetel te kopen en zijn kathedraal te bouwen. Isidorus wordt een arts die qua kennis en kunde zijn tijd ver vooruit is. Zijn ambities om te bouwen kan hij niet waarmaken. Daarom reist hij naar het verre oosten omdat daar de wrede Timoer Lenk heerst die de beste architecten samenbrengt om een oogverblindende stad te bouwen. Uiteindelijk lukt het Isidorus om bij Timoer Lenk als bouwmeester op te treden. Helaas voor de hoofdpersoon wel onder extreme druk – al zijn voorgangers-bouwmeesters, zijn op bamboestaken gespietst – en moet hij het ontwerp van een grote moskee van een ander, in tien dagen, realiseren. In die tijdspanne kan hij een moskee bouwen die er mooi uitziet maar dat is ook alles. Bij de eerste dienst begint de grote koepel in te storten. Wonder boven wonder weet Isidorus weg te komen en via heel veel omzwervingen op de weg te komen die naar Konstanz leidt. Hij sluit zich aan bij Maelgys en zijn dochter die onderweg zijn naar deze stad. Maelgys onthult Isidorus iets dat het geheim van het leven is, de kern van alle waarheid, het summum… Daarna valt de dochter van Maelgys in een ravijn en slaat Isidorus Maelgys de hersens in.

De rest van de roman speelt zich in Konstanz af waar Isidorus zich vestigt als arts. Hij doet er alles aan om zijn kathedraal in Konstanz te mogen bouwen, maar het gaat hem niet lukken. Ondertussen heeft hij wel een gigantisch geheugenbouwwerk gemaakt in zijn hoofd waarin zo’n beetje alle kennis van de wereld zit. Isidorus maakt regelmatig ommegangen door zijn geheugenbouwwerk. Verwikkelingen met zijn Boheemse vrouw Galina die een aanhangster blijkt te zijn van de in die periode op de brandstapel geëindigde kerkhervormer (ketter) Johannes Hus, zorgen ervoor dat Isidorus in de kerker terecht komt waar hij zijn hele verhaal aan ons vertelt. Op zijn rechtzitting vertelt hij dat hij aan de koning een geheim moet vertellen dat zo belangrijk is dat het de hele wereld zou kunnen veranderen. Als de koning Isidorus een gewillig oor biedt, kan de geheugenkunstenaar zich niet meer herinneren wat het geheim van Maelgys was…

De Ommegang is echt een heerlijke roman; een aanrader. Als gesjeesd geschiedenis student val er verschrikkelijk veel te genieten van alle historische gebeurtenissen en personen die voorbijkomen. Ook de sfeer van pest en ketters is raak weergegeven. De levens van de mensen die de roman bevolken hangt steeds aan een zijden draadje. Is het zo dat Isidorus steeds ommegangen maakt door zijn geheugenbouwwerk, wijzelf maken eenzelfde soort ommegang door het bouwwerk van de roman. Wat is werkelijkheid wat is verzonnen; wat is de kern van een verhaal, van de roman. De vragen kan je impliciet en expliciet vinden in deze roman en daarmee nodigt het je uit tot het doen van intellectuele hoogstandjes; Wat verschrikkelijk fijn dat deze roman geschreven is!

De literatuurprijs.

En ook dit jaar wordt hij weer uitgereikt: De Librisliteratuurprijs! Ik heb er nogal over gezwegen, maar dat heeft eigenlijk geen andere oorzaak dan…tijd. Doordat er wat veranderingen zijn geweest, heb ik veel minder tijd om te schrijven. Ziedaar mijn stilte. Maar natuurlijk leeft die prijs enorm bij mij. Natuurlijk ga ik ook weer mee in de jaarlijkse traditie die op deze website is ontstaan: Checken of de jury van de Librisliteratuurprijs gelijk heeft als ze de winnaar aanwijst. De check gaat uiteindelijk over het allerlaatste stukje van de prijsuitreiking. Aan de prijs gaan een longlist en een daaruit voortkomende shortlist vooraf. Daar heb ik niets mee te maken en aanvaard ik als feiten hoewel je ook op de samenstelling van de lijsten veel kritiek kunt hebben. Naar mijn idee is het de bedoeling van de longlist dat daarop de beste boeken komen die in het jaar verschenen zijn. Op zich waag ik dat te betwijfelen. Kijkend naar de van de longlist afgeleide shortlist, heb ik vaak boeken gelezen die in datzelfde jaar verschenen en die uitstegen boven het gemiddelde niveau van de boeken op de shortlist maar er desalniettemin niet op voorkwamen. Maar daar trek ik dus de lijn; de shortlist is mijn vertrekpunt.

Dit jaar heb ik best een beetje mazzel want één van de boeken op de shortlist had ik al gelezen en op deze site besproken; De Trooster van Esther Gerritsen. Dat vond ik een goed boek. Niet het beste boek dat ik van haar gelezen heb, maar echt geen slecht boek. Dat ik één boek gelezen heb, wil nog niet zeggen dat ik de andere boeken gelezen en beoordeeld heb voordat de prijs uitgereikt wordt. Ik heb dan nog veel werk te doen. Hoewel…ik ben meteen aan de slag gegaan en een volgend boek op de lijst is al voor een groot deel gelezen. Hoewel ontzettend dik vrees ik voor het moment dat ik het uit heb… Wat zal ik me dan alleen en verlaten voelen. Het boek dat ik nu lees is zo verschrikkelijk goed…

De lijst:

  • De Trooster van Esther Gerritsen; heb ik dus al gelezen en vond ik een goede roman.
  • De Ommegang van Jan van Aken. Ben ik aan het lezen en…sjonge, wat een boek!!!
  • Drift van Bregje Hofstede. Nog nooit van deze schrijfster gehoord.
  • Grand Europa van Ilja Leonard Pfeiffer. Het lijkt wel alsof er elk jaar een roman van hem op de shortlist staat. Het boek van vorig jaar was in ieder geval niet slecht. Niet meteen mijn favoriet, maar zeker niet slecht.
  • De Goede zoon van Rob van Essem. Geen idee. Nog nooit van de man of zijn boek gehoord.
  • Het vloekhout van Johan de Boose. Geldt eigenlijk hetzelfde voor als voor het vorige boek.

Het grootste deel van de boeken heb ik inmiddels gekocht. En nu maar lezen, De Klerk, lezen totdat je ze allemaal uit hebt. Pas dan kan je laten weten wat de beste roman is. Na twee van de zes romans denk ik dat ik al een winnaar heb… Maar dat zou niet eerlijk zijn. De datum waarop de Libris litratuurprijs wordt uitgereikt is 6 mei. De kans dat ik dan alle zes de boeken gelezen heb, is absoluut nihil. Mijn Frits’ literatuurprijs wordt toegekend aan de beste roman uit de boeken op de shortlist van de Librisliteratuurlijst en deze prijs wordt uitgereikt zodra alle boeken uitgelezen zijn. De prijs bestaat uit…eer. Niets meer en niets minder. Uiteraard krijgt elke auteur wel het afgesproken bedrag per verkocht boek dat ooit is afgesproken, want ik koop elk boek en leen niets en ik steel al helemaal niets.

Frits’ Librisliteratuurprijs 2018

Ik heb dus niet voor niets alle boeken die op de shortlist van de Librisliteratuurprijs gelezen; ik ga de prijs zelf uitreiken. Zonder dat er een geldbedrag aan vast zit. Ik begrijp de teleurstelling, maar deze jongen heeft wel een mening maar geen geld… Het gaat dus allemaal om de eer. Er kan uitgebreid over mijn eindoordeel worden gecorrespondeerd, maar veranderen zal het niets; de uitslag staat vast; het is mijn mening. De boeken waar het om gaat in de volgorde van een willekeurige website waarop de genomineerden staan:

  • Martin Michael Driessen – De pelikaan
  • Peachez, een romance – Ilja Leonard Pfeijffer
  • Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken – Arjen van Veelen
  • En we noemen hem – Marjolijn van Heemstra
  • De heilige Rita – Tommy Wieringa
  • Wees onzichtbaar van Murat Isik

Ik heb ze allemaal gelezen en over allemaal een stukje geschreven. Nu zet ik deze boeken tegenover elkaar en geef dus mijn oordeel…

Op de laatste plaats een zielloos boek dat bol staat van de pretenties en dat voor een groot deel gaat over een de hemel ingeschreven vroeg overleden schrijversvriend die ook al nauwelijks succes kende als schrijver. Een boek dat ik met zeer veel moeite uit kreeg en waarvan ik me bevrijd voelde toen ik de laatste bladzijde omsloeg: Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken van Arjen van Veelen. Echt, helemaal niets aan!

Op de één na laatste plaats eindigt bij mij een roman die mij liet mijmeren over de vraag: Wat is literatuur precies. Wanneer spreek je over literatuur en wanneer over een…boekje. In mijn ogen is dit boek een niemendalletje. Niet onaardig geschreven, maar ook niet meer dan dat: ‘En we noemen hem’ van Marjolijn van Heemstra.

Op de middelste plek een boek dat ik geboeid heb gelezen. Maar nog teveel los zand. Nog teveel een uitwaaieren naar verschillende kanten. Maar wel een belofte voor de toekomst! Ik zal de schrijver van de roman ‘Wees onzichtbaar’, Murat Isik, zeker blijven lezen. Tussen de groten nog een dwerg, maar hij groeit!

Toch nog brons: Peachez, een romance van Ilja Leonard Pfeijffer. Een bijzonder boeiend geschreven roman over de ondergang van een hoogleraar latinistiek van het vroege Christendom die zijn ‘Der Blaue Engel’ vindt in het pornosterretje Sarah Peachez. Tevens een prima beschouwing over het fenomeen ‘werkelijkheid’. Ik heb het boek met heel veel plezier gelezen.

Dan de eerste en de tweede prijs. Ik heb het er moeilijk mee. Ik moet echt kiezen want beide romans zijn zo verschrikkelijk goed. Beiden subliem geschreven en met een inhoud die ertoe doet. Aan mijn kant geen lafheid, dat is het niet; de keuze is echt moeilijk! Omdat ik toch een keuze moet maken omdat er maar één mijn prijs kan krijgen, zet ik de fantastische roman ‘De Pelikaan’ van Martin Michael Driessen op de tweede plek. Dat is zuur, maar het beste dat ik kan doen. Een prachtige roman die zich grotendeels afspeelt aan de vooravond van de grote Balkanoorlog.

De eerste prijs gaat wat mij betreft naar De Heilige Rita van Tommy Wieringa. Een prachtig geschreven roman dat zich in de Achterhoek afspeelt. Ik was in de rouw toen ik de roman uit had en had het er moeilijk mee om de personages los te laten. Laten we niet meer zeuren over de eerste en de tweede prijs en dat ik niet kan kiezen: De Heilige Rita heeft gewonnen. Tommy Wieringa, gefeliciteerd! (Over jouw dubieuze politieke opvattingen spreken we later nog wel eens…)

Arjan van Veelen – Aantekeningen over het verplaatsten van Obelisken; Niet mijn boek.

Ik heb het uit! Het koste wat moeite, maar het is gelukt. Een volkomen zielloos boek dat stijf staat van de pretenties. Je snapt niet hoe het uitgegeven kon raken. Een boek dat je geenszins voor je plezier leest. Groot is dan ook mijn verbazing dat dit boek op de shortlist terecht is gekomen van de Librisliteratuurprijs. Geen idee hoe die commissie redeneert. Ietsje van dit soort, ietsje van dat…Zoiets moet het gegaan zijn. Literatuur moet bezieling hebben. Een moeilijk uit te leggen begrip, maar essentieel. Bezieling is een moeilijk te beschrijven grootheid, maar een roman, een verhaal of gedicht moet het hebben. Kunst moet het hebben. Dat maakt kunst de moeite waard. Natuurlijk moet er vorm en inhoud zijn, maar die bezieling, daar gaat het uiteindelijk om. Bij literatuur is het de kunst om de inhoud van een verhaal op zo’n manier te vertellen dat het tot leven komt. Dat is de essentie van literatuur. Die bezielingsschakel ontbreekt in deze roman en daarmee zakt het boek, ondanks de vorm en ondanks de inhoud, volkomen in elkaar en wordt het een waar gevecht om het te lezen.

De hoofdpersoon gaat op zoek naar de tombe en het gebalsemde lichaam van Alexander de Grote in Alexandrië in Egypte. In deze plaats volgt hij een paar sporen naar het graf en bezoekt en onderzoekt hij de plekken die ooit beroemd waren zoals de vuurtoren en de bibliotheek. Tijdens zijn verblijf in Alexandrië denkt hij terug aan zijn vriendschap met de vroeg overleden Vlaamse schrijver Thomas Blondeau. De hoofdpersoon werd in alles overvleugeld door zijn vriend. De hoofdpersoon kijkt verschrikkelijk op tegen de zo vroeg overleden schrijversvriend die hij steevast Tomas noemt in plaats van Thomas. Als de hoofdpersoon aan komt zetten met een favoriete schrijver of dichter dan weet Tomas een andere schrijver of dichter die veel hoger scoort. Tot aan de dichter Vasalis. Als Tomas Vasalis afbrandt, dan erkent de hoofdpersoon Tomas’ zijn gezag niet meer. Tomas heeft bereikt wat de hoofdpersoon nog niet bereikt heeft; Tomas heeft drie fantastische romans uitgegeven. Niet dat ze gelezen worden of dat ze ook maar enig succes hebben, hij heeft ze wel uitgegeven…

Arjen van Veelen heeft klassieke talen gestudeerd en dat laat hij weten ook. Behoorlijk uitleggerig of juist het tegenovergestelde. Hoe dan ook; geen feest om het te lezen. Ik heb aan deze roman te veel tijd besteed maar omdat ik alle boeken die genomineerd waren voor de Librisliteratuurprijs wilde lezen om zelf een oordeel te kunnen vellen, heb ik toch de moeite genomen. Helaas.

Ondertussen ben ik aan het nieuwste boek van Saskia Noort begonnen; in het eerste hoofdstuk meer leven dan in de gehele marmeren roman van Van Veelen. Wellicht blijft Noort vaak wat aan de oppervlakte maar bij van Veelen ga je kopje onder omdat er een blok marmer aan je been zit en kom je nooit meer aan de oppervlakte.

Tommy Wieringa – Een roman over hopeloze gevallen.

De Heilige Rita is de schutspatrones van de hopeloze gevallen. In de roman van Tommy Wieringa wemelt het van de hopeloze gevallen. Zelden een roman gelezen waar de tegenstelling tussen de sfeer van de roman en het leven van de personages zo groot was. Terwijl geen van de personages ook maar iets van een toekomst heeft, is het een roman zonder doem. In een roman die redelijk licht van toon is, heeft het verleden een desastreuze invloed op het heden van de mensen die in de roman ronddwalen. Alleen daarom al is het een meesterlijke roman; tijdens het lezen dringt het maar mondjesmaat tot je door dat niemand een toekomst heeft. Een roman bevolkt door hopelozen. De uit Zuid-Amerika overgekomen priester Teixera biedt samen met de heilige Rita troost aan hopeloze mensen in een vredige wereld in een klein dorp in het oosten van Nederland vlak bij de Duitse grens. Misschien is dat wel de beste samenvatting van de roman De Heilige Rita van Tommy Wieringa.

Het verhaal begint met de ouders van hoofdpersoon Paul. In het verleden landde een gevluchte Sovjetrus in het veld vlakbij het huis van het gezin van de hoofdpersoon. Tegen wil en dank neemt het gezin de Rus op en verzorgd hem. Moeder en de Rus beginnen een verhouding met elkaar en gaan er samen vandoor. Sindsdien is Paul alleen met zijn vader. Voedde de vader Paul eerst in zijn eentje op, in het heden van de roman, verzorgt Paul zijn hulpbehoevende vader. Ze wonen in de ouderlijke boerderij zonder partners. Afentoe gaat Paul over de grens naar het bordeel van zijn jeugdvriend Steggink. Deze jeugdvriend is op het verkeerde pad terecht gekomen. In het bordeel heeft Paul een voorkeur voor een wat oudere dame. Rita. In het eerste hoofdstuk van de roman gaat Paul met zijn vriend Hedwiges naar het bordeel. Ook Hedwiges leeft nog steeds in het ouderlijk huis. Ook hij heeft geen partner. Hij runt het winkeltje dat zijn ouders voor hem al hadden. In het bordeel schept hij tegen Steggink op dat hij miljonair is. Later in de roman gaat dit een cruciale rol spelen.

Hoewel Paul in de boerderij van zijn voorvaderen woont, was de vader van Paul al geen boer meer; hij verdiende zijn geld als leraar. Paul heeft de deel van de boerderij omgebouwd tot een handel in antiek, curiosa. Hij verkoopt vooral veel legerspullen uit de tweede wereldoorlog. Vooral spullen die te maken hebben met de Nazi’s. Sinds ze met de Rus verdween, speelt de moeder van Paul een rol op de achtergrond. Het verlangen naar haar is groot. Sinds ze er vandoor ging heeft Paul haar nooit meer gezien. Paul’s vader heeft een wond aan zijn been die niet geneest. In de apotheek ontmoet Paul oud klasgenoot Ineke. Even lijkt het alsof er een toekomst is voor Paul en Ineke. Ze beginnen wel wat maar verder dan een begin komt het niet. Als Pauls vader opgenomen wordt in het ziekenhuis en Paul dus alleen in de boerderij achter blijft.

Vlak voor de ziekenhuisopname wordt vriend Hedwiges in zijn huis overvallen. Zijn gespaarde kapitaal wordt meegenomen. Paul verdenkt zijn criminele jeugdvriend Steggink van de overval en bazuint dat ook rond. En dan loopt de roman naar zijn hoogtepunt…

Ik lees de laatste tijd veel romans. Opmerkelijk veel goede romans. Deze behoort tot dat rijtje. Het is echt smullen geblazen! Gek genoeg had ik even nodig om het verhaal op te pikken. Dat zou kunnen komen door de hoeveelheid personages. Dat zit ik al snel van: ‘Wie is dat nou weer…’ Als er iets is dat ik tegen heb op deze roman dan is het dat wel, de hoeveelheid mensen die een belangrijke rol spelen in het verhaal. Hoewel al die personages hun eigen rol spelen, is hun leefsituatie nogal gelijk; kind nog kraai.

Een schrijver gebruikt beelden om gemoedstoestanden duidelijk te maken. Wieringa is een meester in het scheppen van zulke beelden. Als hij met oud klasgenootje Ineke kennismaakt en hoort dat ze weduwe is nadat haar man zelfmoord heeft gepleegd (over ‘hopeloze gevallen’ gesproken…), schrijft Wieringa: “Paul keek rond, zijn ziel vloog als een musje tegen het raam”. Een meesterlijk beeld om de schrik van Paul weer te geven. Maar met dit soort beelden zit de roman vol.

De roman is nogal gelaagd en daarom heb ik het idee dat ik een hoop gemist heb. Ik denk dat er wel een student een masterstudie op kan doen. Ik zie overal handvatjes voor verdere bestudering. Ik heb daar geen tijd en waarschijnlijk ook de kunde niet voor. Ik denk dat ik een hoop gezien heb in de roman, maar ook een hoop gemist. Ik lees het boek omdat ik het leuk vind om te lezen, meer niet, en dan neem je het missen van handvatjes voor lief. Tenminste dat doe ik. Heel bijzonder zo’n betrekkelijk lichtvoetige roman over hopeloze gevallen.

‘De Heilige Rita’ staat op de shortlist van de Librisliteratuurprijs 2018. De roman eindigde niet op nummer één. Bij mij staat hij wel heel erg hoog. Of hij nummer één wordt, weet ik nog niet want ik heb nog niet alle romans gelezen, maar ‘De Heilige Rita’ vind ik een absolute aanrader; eerste prijs of niet…

Martin Michael Driessen – De Pelikaan: Een prachtige parabel

Je vraagt je af in het begin waarom een verhaal van een Nederlandse auteur zich afspeelt in een Kroatisch plaatsje ergens aan de kust. Waarom Kroaten? Het geeft je een beetje een ongemakkelijk gevoel. Maar naarmate het boek vordert wordt alles duidelijk en is Kroatië precies de juiste plek voor de parabel over het menselijk tekort en het menselijk verlangen. Ik heb de roman ‘De Pelikaan’ in één ruk uitgelezen; boeiend van het begin tot het eind ondanks dat je het vage gevoel hebt dat een verhaal over afpersers niet speciaal heel ver weg moet worden gesitueerd; we hebben hier oplichters en chanteurs in overvloed. Maar de keuze voor Kroatië wordt heel erg duidelijk en kan uiteindelijk ook niet anders.

Aan de hand van de pelikanen die elk jaar terugkwamen en bezitnamen van de boulevard in dat kleine onooglijke kustplaatsje in Kroatië illustreert Martin Michael Driessen zijn verhaal. In het begin van de roman zijn het ‘onwaarschijnlijke creaturen, haast messiaans in hun verschijning, die zich een paar maanden lieten voederen eer zij weer naar Afrika terugkeerden’. Ze zijn haast het symbool van voorspoed en geluk. Maar, zoals je wel vermoeden kunt, de situatie aan het eind van de roman is geheel anders als de Balkanoorlog is losgebarsten. Op zee drijft een dikke laag stookolie die de veren van de dieren besmeuren en waaraan ze sterven. Ze sterven samen met alle eendrachtigheid die in het dorp leefde. Daarna volgt een epiloog waarin de situatie zich weer ten goede lijkt te hebben gekeerd.

In het jaar waarin men hoopt dat Dukakis president van Amerika wordt, begint het verhaal van de machinist en oorlogsveteraan en oorlogsheld Josip Tudzman van de plaatselijke water gedreven kabelspoorweg en de postbode Andrej. Josip heeft een zeer slecht huwelijk en een zwakbegaafde dochter. Andrej ontdekt dat Josip een stiekeme verhouding heeft met een vrouw in Zagreb. De postbode chanteert Josip met deze verhouding. Omdat scheiden geen optie is en hij bang is alles te verliezen geeft Josip toe aan de chantage en betaalt hij. Op het moment dat hij de voor hem onbekende chanteur niet meer kan betalen, ontdekt Josip dat de postbode brieven opent en geld steelt. Met die ontdekking wordt Josip de onbekende chanteur van Andrej. De twee mannen chanteren elkaar zonder het van elkaar te weten en het geld wordt heen en weer gegeven. Er ontstaat een nieuw evenwicht.

Ondanks de chantage (waarvan ze beiden niet weten dat de ander hun kwelgeest is) groeien de mannen naar elkaar toe en ontstaat er een vriendschap. Andrej kan uitstekend overweg met de zwakbegaafde dochter van Tudjman.

De spanningen in het land stijgen. Ook in het stadje. De Servisch groenteman wordt weggepest. In de grote steden begint de oorlog. Het Servische leger tegen de Kroatische politiemacht die in snel tempo omgevormd wordt tot een leger. De schrijver maakt haast voelbaar hoe de oorlog zich als een olievlek verspreid. Kroatie wordt onafhankelijk verklaard en daarmee verliezen beide mannen hun baan. Postbode Andrej is de tot grote woede van Tudzman, net aangestelde machinist van de kabelspoorbaan als de oorlog het stadje bereikt en de granaten van het Servische leger links en rechts inslaan. De mensen proberen met behulp van de kabelspoorbaan te ontkomen aan het geweld. Maar één van de granaten raakt het rijtuig. Andrej komt om, net als de vrouw van Josip.

Na de oorlog vinden we Josip terug. Hij heeft een naoorlogs evenwicht gevonden en leeft samen met de vrouw waarmee hij eerst slecht een verhouding had. Het evenwicht is weergekeerd.

‘De Pelikaan’ is een heerlijke roman die ik iedereen van harte aanbeveel. Na het lezen houdt de roman je nog een tijd bezig. Een roman over alle aspecten van het menselijk bestaan. De personen zijn fraai getekend. Neem bijvoorbeeld de antisemiet Schmitz. Je ziet hem haast zitten in het dorpscafé en onzin uitkramen over joden.

Deze roman werd genomineerd voor de Libris literatuurprijs. Een roman die het waardig is om op vele lijstjes te staan. Vooralsnog een roman die in mijn ogen hoog zou moeten eindigen.

 

Alfred Birney – De tolk van Java; een mooie middenmoter

Ik loop te talmen en te draaien. Ik heb ‘De tolk van Java’ van Alfred Birney uit. Geen slecht boek, maar jongens wat heb ik er lang over gedaan. Is ‘geen slecht boek’ meteen een ‘goed boek’? Ik weet het niet. Voor een groot deel een historische roman over een periode in onze geschiedenis die op dit moment erg actueel is. Een heftige roman ook. Moord en doodslag bijna op elke pagina. Op de shortlist van de Librisliteratuurprijs van 2016 stond ‘De Muidhond’. Ook een roman over een zwaar en toen zeer actueel onderwerp. Dat boek schokte velen, maar was een literaire aanfluiting. Qua inhoud en qua vorm. Een slecht geschreven flutroman. Omdat de inhoud van de roman van Alfred Birney er ook zo zwaar op lag, was ik bang dat ik nu tegen de 2017 equivalent van de Muidhond zou aanlopen. Maar dat viel erg mee want ‘De tolk van Java’ is een goed en vlot geschreven werk. Boeiend ook. Wel erg vol. Veel verhaal. Wat mij betreft had dat wel wat minder gemogen, zeker omdat er zoveel ellende voorbijkomt.

De hoofdmoot van de roman is het verhaal van de vader van de verteller. Het verhaal speelt zich in de periode van de Japanse bezetting van Nederlands Indië tot aan de onafhankelijkheid van de republiek Indonesië. Hoewel de verteller de zoon is van de vader die zijn verhaal over deze periode vertelt, wordt dat in de roman als een autobiografie gepresenteerd. De verteller publiceert de autobiografie van zijn vader. Omdat deze autobiografie een bloederige periode in de geschiedenis beschrijft vloeit er veel bloed. Vader vertelt dat hij als tiener, tijdens de oorlog in verzet kwam tegen de Japanse bezetter en de Indonesische collaborateurs. Hij deinst er niet voor terug om mensen te doden. Hij wordt opgepakt en vreselijk gemarteld en vanaf dat moment is het beest geboren, zo lijkt het. Als Japan de oorlog verloren heeft en Nederland het gezag in Indonesië wil herstellen, wordt hij tolk bij de mariniers. Eigenlijk is hij zelf ook marinier, maar ook tolk. Hij kent het land, hij kent de mensen en hij spreekt de talen.

Als tolk van de mariniers is het zijn taak om de juiste informatie uit de gevangengenomen vrijheidsstrijders te krijgen. Dat ging helemaal niet zachtzinnig en de conventie van Geneve speelde geen enkele rol. Hij martelde de gevangenen om van alles te weten te komen. Daarnaast was hij een gewone marinier die het opnam tegen de verzetsstrijders. In die rol moordde hij eerst en stelde later geen vragen. De lijken vliegen om je oren. Bij dat moorden speelt zijn mariniersdolk een grote rol. Een uitermate gewelddadige man.

Als blijkt dat hij op een dodenlijst staat van de nieuwe Indonesische regering, besluit hij naar Nederland te gaan. Daar trouwt hij met zijn correspondentievriendin en krijgt vijf kinderen. Een buitengewoon slecht huwelijk. Vader voedt de kinderen en dus ook de verteller, met zeer harde hand op. Behalve dat hij zijn kinderen veel slaat, mishandelt hij ook moeder. Het geweld in Indonesia wordt op kleinere schaal voortgezet in het gezin waar de verteller opgroeit. Hij haat zijn vader. Dat wordt door de hele roman duidelijk. Er is geen greintje liefde. Vader kan helemaal niets goed doen.

Ondertussen bemoeit de Raad voor de Kinderbescherming zich met het gezin en worden de kinderen uit huis geplaatst. Vader blijft de Raad te vuur en te zwaard bestrijden en eist zijn kinderen terug. Hoe gewelddadig de man ook was, ik zou dat toch interpreteren als liefde voor zijn gezin. De verteller daarentegen duidt zijn strijd tegen de instanties als gekrenkte trots. De verteller haat zijn vader zo verschrikkelijk dat hij niets positiefs meer kan zien; alles is eigenbelang, compenseren van gekrenkte trots of luimen van een tiran.

Hoewel de roman tal van hoogtepunten heeft, heb ik me over diverse dode punten moeten heen worstelen. Vandaar waarschijnlijk de traagheid waarmee ik de roman las. Dat het lezen niet opschoot heeft ongetwijfeld ook zijn invloed gehad op de beoordeling die ik aan deze roman geef. Best een goed boek, maar wat mij betreft zeker geen winnaar. Goed geschreven en een heftig onderwerp zijn niet doorslaggevend. Het moet ook boeien. Daarin schoot deze roman veel te kort. Een mooie middenmoter op de shortlist van de Librisliteratuurprijs 2017.