Tag archieven: vaderschapsonderzoek

Deniz Kuypers – De atlas van overal; best wel saai

Eindelijk! Eindelijk heb ik ‘De atlas van overal’ van Deniz Kuypers uit. Deze roman was de laatste van de romans die ik gelezen heb omdat hij op de shortlist stond van de Libris Literatuurprijs 2022 en dus kan ik nu een oordeel hebben over die boeken, maar ook over het werk van de jury want…komt mijn keuze voor het beste boek van deze shortlist overeen met de keuze van de jury? Daarover later meer. Eerst over ‘De atlas van overal’. Een erg dik boek, vond ik. Objectief gezien misschien niet zo dik, maar ja, ik moest het lezen. Eerlijk gezegd vond ik het erg moeilijk om doorheen te komen en was het niet zo dat ik ‘beroepshalve’ las en een missie had, dan had ik deze roman al lang weggelegd. Nee, dit boek is niet direct mijn favoriet voor de hoofdprijs, zullen we maar zeggen.

De hoofdpersoon stelt zich voor als zoon van een Turkse geëmigreerde vader en een Nederlandse moeder. Hijzelf is, net als zijn vader ook een emigrant. Hij woont met zijn twee kinderen en vrouw Elly in Amerika. Het contact tussen de hoofdpersoon en zijn Turkse vader is miniem. Als de roman begint, hebben ze elkaar jaren niet gezien of gesproken. Hij vertelt over zijn jeugd en de slechte relatie die hij en zijn zus hadden met hun vader. De man was ruw en hardvochtig en gewelddadig. Ook hun moeder kreeg ervan langs op z’n tijd. Geen jeugd, zo beschrijft de hoofdpersoon, waar hij met plezier op terugkrijgt. De hoofdpersoon en zijn gezin zijn in Nederland en zullen de confrontatie aangaan met de vader. De hoofdpersoon doet een poging om zijn vader te begrijpen door het leven dat hij leidde, voordat hij naar Nederland emigreerde, te reconstrueren.

Zijn vader groeide op in een klein boerendorpje in Turkije. Een straatarm gezin dat leefde van de opbrengst van een kleine hazelnootplantage en wat geiten. Zijn vader wil meer uit het leven halen dan wat het dorpje hem te bieden heeft. Met veel moeite lukt het hem om leraar te worden. Dat levert onvoldoende op om van te leven, maar hij is er wel gelukkig onder. Hij schrijft gedichten en verhalen en wordt verliefd op een stadse vrouw. Maar dan slaat het noodlot toe; de slager in het dorp waar hij vandaan komt beweert dat hij beloofd heeft om met zijn dochter Sedar te trouwen en belofte maakt schuld. Hij laat de stadse vrouw voor wat ze is en trouwt met de slagersdochter waar hij eigenlijk weinig warme gevoelens voor heeft. Zijn schoonvader blijkt een bruut. In een poging om zijn schoonvader te vermoorden, doodt hij per ongeluk iemand anders en belandt hij in de gevangenis. Als hij vrij komt mag hij, vanwege zijn strafblad, geen leraar meer zijn. Aldus migreert hij naar Nederland alwaar hij de moeder van de hoofdpersoon ontmoet. Intussen heeft Sedar een hele sleep kinderen van hem. Sindsdien leidt de man een dubbelleven, in Turkije en in Nederland. In Nederland krijgt hij een zoon (onze hoofdpersoon) en een dochter.

Aan de andere kant het verhaal van de hoofdpersoon die min of meer eenzelfde soort migratieverhaal heeft. Tijdens zijn studie krijgt hij de mogelijkheid om uitgewisseld te worden. Daardoor studeert hij een tijd in de Verenigde Staten maar blijft hij daar hangen. Gevolg is dat hij zich (ook?) nergens echt helemaal thuis voelt. Hij vraagt zich af of er overeenkomsten zijn tussen hoe zijn migratievader hem opvoedde en hij nu zelf zijn kinderen opvoedt.

Geëmigreerde Turkse vader en geëmigreerde zoon ontmoeten elkaar uiteindelijk en pas dan blijkt hoeveel de vader van zijn zoon gehouden heeft. Ze komen echter nooit meer tot elkaar.

Ik moet zeggen dat de manier waarop Deniz Kuypers de roman schrijft afwijkend is van wat je meestal leest. Hij maakt er haast een documentaire van. Steeds vraagt hij aan moeder en zus hoe bepaalde dingen in elkaar zaten en wat er toen gebeurde. Dat maakt het verhaal wel geloofwaardiger. Aan de andere kant wordt het er ook wel saai van. Deniz Kuypers geeft de pretlezer die ik ben, niet veel plezier. Je kunt nooit echt lekker in het verhaal verdwijnen en dat is nou juist zo leuk aan lezen. Je wilt je graag identificeren met de personages in het boek, maar in deze roman is dat moeilijk. Vader moet als jonge leraar erg verliefd geweest zijn en enorm veel dromen over de toekomst hebben gehad, maar Kuypers neemt ons daarin niet mee. Het maakte de roman voor mij erg langdradig. Deze roman gooit helaas niet erge hoge ogen…

Just like me

Ik had drie jonge kindertjes thuis. Dat was hard werken. Een veeleisende, drukke baan en veel studeren en die drie jochies te verzorgen. Op dat moment had ik het misschien wel ietsje te druk. Ik had best last van stress. Veel dingen moesten af. Op mijn werk maar ook thuis. Ik wilde, en kon, de opvoeding van de jongetjes niet aan Josien alleen overlaten. Ik was (en ben) gek op mijn jongetjes. Ik wilde er zoveel  mogelijk bij zijn. Hard werken. Heel hard werken. Daarom was het goed dat ik op dinsdagavond ging sporten. Volleyballen. Ik keek vaak uit naar de dinsdagavond. We gingen dan eerst lekker trainen en daarna nog even naar de kroeg. In de Rustenburgerstraat. Even een afzakkertje nemen.

In de kroeg raakte ik aan de praat met Sylvia. Heel gewoon. Geen bedoelingen. AL helemaal geen bijbedoelingen. Gewoon lekker kletsen. Lekker kletsen met Sylvia was heel lekker kletsen. Eigenlijk…verschrikkelijk lekker kletsen, Mijn hart ging sneller kloppen van haar bewegende mond. Ik kon mijn ogen niet van haar ogen afhouden. Zelden zulke ogen gezien. Zelden zo’n mooie kleur blauw gezien. En wat ze ook vertelde; het had met mij te maken. Het had te maken met haar en mij op dat moment daar in de kroeg in de Rustenburgerstraat. Ik had een klik met Sylvia, zoveel was wel duidelijk. Ik wilde haar springerige blonde haar aan mijn neus voelen kriebelen. Ik wilde haar lippen proeven. Ik wilde met haar mee naar huis en de liefde smaken. Ik wilde mijn onrustige hart kalmeren; mijn ongetemde verlangen bevredigen, ik wilde Sylvia.

Maar wat deed ik? Ik zei dat ik het ontzettend leuk vond om met haar te praten maar dat ik de volgende dag weer naar mijn werk moest. Ik betaalde mijn drankjes, stapte op de fiets en reed naar huis. Zo gaat dat met mij. Monogaam, heet dat. Enne…ik heb er geen spijt van, want met mijn Josien heb ik onze drie jongetjes volwassen kerels zien worden. Mijn soulmate en co-ouder is mijn minnares, mijn beste vriend, mijn grote liefde, mijn intellectuele klankbord. Ze matigt mijn meningen en voorkomt dat ik brokken maak. En dat doe ik ook voor haar. Eens moet ik haar loslaten omdat niets voor eeuwig is, behalve de dood. Ik ga en zij gaat; onvermijdelijk. Zo voelt dat bij mij…

Toch knaagt er soms iets aan me. Niet aan het gevoel of ik met Josien de juiste keuze heb gemaakt. Daar heb ik nog nooit echt aan getwijfeld. Ik ben zonder meer de vader van mijn jongens. Ook daar twijfel ik geen moment aan. Wel heb ik me afgevraagd of ik hip genoeg was. Monogaam leven is niet zo hip. Niet zo opwindend. Er werd beweerd dat niet alleen bijna iedereen het voortdurend met een ander doet, maar dat ook een aanzienlijk deel van de kindertjes niet door pappa verwekt is. Mijn vraag aan mezelf: Ben ik niet een beetje saai met dat monogame gedoe van me? De hele wereld bedonderd elkaar, en jij ben de braafheid zelve… Brave Hendrik! Jekkes!

Jeske Hendriks schrijft vandaag in haar ‘Gezond’ column in de Volkskrant over wetenschappelijk onderzoek naar polygamie. Er werd gesteld, en met cijfers onderbouwt, dat mannen vaak hun eigen kinderen niet opvoeden Deze cijfers blijken voort te komen uit onderzoek op mannen die een vaderschapsonderzoek wilden; die mannen twijfelden dus al aan de trouw van hun partner. Nu blijkt er ook onderzoek te zijn gedaan onder een meer representatieve groep mannen en kinderen. De conclusie uit dat onderzoek is, dat het overgrote deel van de mannen juist wel hun eigen kinderen opvoedt en dat mensen grotendeels monogaam leven. Just like me!