Tagarchief: 2022

Alexandra – Lisa Weeda; Verwarrend maar ook actueel

Ik ben niet uitsluitend met de oorlog in Oekraïne bezig, maar wel heel veel. Eigenlijk veel meer dan mij lief is. Ook nu het nieuws over die oorlog langzaam in de media wat naar de achtergrond schuift, ben ik nog altijd naarstig op zoek naar nieuws. Vooral positief nieuws. Ik wil zo graag dat de Oekraïners de oorlog winnen en de Russen uit hun land verjagen dat het op grond van de kracht van mijn wens al zou moeten kunnen lukken…hoop ik. Veel Nederlandse ex-generaals ken ik inmiddels net zo goed als de virologen een half jaar geleden. Zo heb ik ongeveer dezelfde gemankeerde verhouding met ex-generaal Mart de Kruif als met professor Marc Bonten; ik hang aan hun beider lippen maar ben toch altijd ietwat teleurgesteld aan het eind van hun betoog. Net eventjes te pessimistisch naar mijn wens. Ik troost me maar met de gedachte dat hoe deskundig ze ook moge zijn, het wat sombere beeld dat ze schetsen toch – soms – wat gunstiger uitpakt. Zo voorspelde Mart de Kruif dat de omsingeling van Kyiv onontkoombaar was, maar dat viel gelukkig wel weer mee.

Nu we Kiev als Kyiv zijn gaan spellen en we plaatsen als Zaporiza, Cherson, Charkiv en Tsjernihiv zonder moeite op de kaart van dat grote land kunnen aanwijzen en we weten dat de oorlog in theorie om de Donbas is begonnen, wordt een roman die in zich rond en om en in de Donbas afspeelt makkelijk erg populair. Als je wat boze gedachten koestert zou je ook haast kunnen gaan denken dat deze roman vanwege die strijd in de Donbas geselecteerd werd voor de shortlist voor de Libris Literatuurprijs. Omdat we de uitslag van het volgens de jury winnende boek al hebben gekregen, weten we zeker dat politiek geen rol speelde en dat de roman Alexandra van Lisa Weeda op eigen kracht op de shortlist is gekomen; de roman won de prijs uiteindelijk niet. Bij mij eindigt deze roman ook niet bovenaan. Wel aardig, maar ook niet meer dan dat. Dat heeft erg te maken met de manier van vertellen. De roman is geschreven in de ik-vorm, maar de ‘ik’ is niet altijd dezelfde ‘ik’. Daardoor wist ik vaak niet meer waar ik met wie op welke plek was. Met daarnaast nog een overdosis aan personages met namen die voor mij moeilijk uit elkaar te houden zijn, een vrij ingewikkeld boek om te lezen.

Achteraf denk ik dat ik het mezelf wel heel erg moeilijk heb gemaakt door het als e-book te lezen want daardoor is het moeilijk terug te springen naar de eerste pagina’s van het boek waar een en ander wordt uitgelegd over de namen. Vooruit springen naar de achterste pagina waar een landkaart en een stamboom is afgedrukt lukt ook niet goed met een e-book. Dat is waarschijnlijk de reden dat ik nogal verdwaalde in de Nikolajs die vaak Kolja worden genoemd en de Nastja’s die ook wel eens Anastasiia heet of Sasja dat de afkorting is van Alexandra. Daarnaast zijn er diverse ik-figuren die je ook niet makkelijk uit elkaar houdt. Nee, dit boek is voor de slordige pretlezer die ik ben geen makkie. Toch lukt het best goed om het verhaal te volgen uiteindelijk, ondanks de verwarring. En weet je eenmaal waar je met wie in welke tijd jezit, dan is het boeiend geschreven.

Er zijn twee grote verhaallijnen. Het verhaal van Lisa die om een overleden familielid te eren een geborduurde doek met de familiegeschiedenis erop geborduurd naar het graf in de Donbas brengt. Het andere verhaal is de biografie van een vrouw die in de Donbas opgroeit en die de oma is van Lisa, de hoofdpersoon in die andere verhaallijn.

Oma Alexandra wordt geboren op het vruchtbare land van de Donbas als boerendochter. Maar dan komt de tijd van Stalin. Van gewone boer met een paar mensen in dienst worden ze ineens vijanden van het volk. Koelakken. Ze worden van hun grond afgejaagd en mogen niets meenemen. Hun boerderij gaat op in een kolchoz onder leiding van een incompetente apparatsjik. Grote hongersnoden zijn het gevolg. Daarna komt de Duitse bezetting door de nazi’s.  De meisjes van rond de achttien, waaronder oma Alexandra, worden weggevoerd naar Duitsland om aldaar tewerk te worden gesteld. Daar ontmoet ze haar Nederlandse man en komt ze in Dordrecht te wonen en wordt ze aldus de oma van Lisa.

Zoals gezegd, uit politieke motieven had het mij niets verbaasd als dit boek de Libris literatuurprijs had gewonnen, maar dat heeft het niet. Diverse andere prijzen wel, maar de Libris literatuur prijs niet. Ik denk terecht, want het is zeker niet mijn favoriete boek van de shortlist.

Mattheus Passion – uitgevoerd door het Concertgebouw Kamerorkest en het Toonkunstkoor

Gezien en gehoord op 15 april in het Amsterdamse Concertgebouw

Oké, nu heb ik het wel genoeg keer opgeschreven…laat dus maar. Ja, alles is weer normaal, de lente kan weer gewoon beginnen en ja, de Mattheus wordt overal in het land gespeeld en we zitten weer gezellig hutje mutje naast elkaar. Gisteren bleek dat dat hutje mutje tegen elkaar aanzitten ook zo z’n nadelen heeft. De Mattheus-passion van Bach, met het Toonkunstkoor en het Concertgebouw Kamerorkest onder leiding van Boudewijn Jansen. We hadden plaatsen op de achterste rij. Ja, goedkopere plaatsten, maar wel met heel veel beenruimte en daar was ik op uit want de Mattheus is best lang en dan wil je af en toe wel eens je benen kunnen strekken. Dus zaten we prinsheerlijk op de achterste rij. Maar helaas, naast mij kwam een serpent te zitten. Mijn gereïncarneerde juffrouw Visser was het, derde klas lagere school. Ze haatte me. Alle kinderen van mijn klas haatte ze, maar alle andere kinderen ook. Met die vrouw naast me, werd ik weer dat jochie van toen. Halverwege ‘Blute nur mein liebes Herz’ drong ze me met haar elleboog verder in mijn stoel dan ik kon. Ze vond kennelijk dat ik teveel ruimte in beslag nam en over haar grens heen ging. Dat was zeker niet zo; ik ben wel lekker stevig, maar zo dik ben ik nou ook weer niet en echt breeduit zat ik niet. Een vervelende situatie. Een deel van de Mattheus ging daardoor aardig verloren aan boze gedachten en het tegenhouden van een duiveltje in mij dat een fikse elleboogstoot terug wou geven; zeg maar, de macho in mij. Vervelende situatie waar ik helemaal niet om gevraagd had. Na de pauze wisselde mijn geliefde, en best wel erg slanke, zoon S. graag met mij van plaats. Zeker na de pauze heb ik met volle teugen kunnen genieten!

Voor zover ik het begreep, liggen de instrumenten bij Bach niet zo vast als bij bijvoorbeeld Mozart of Beethoven.  Toch zou het wel heel erg gek zijn als bijvoorbeeld ‘Erbarme dich’ spelen op een hobo, om maar iets te noemen. Wat ik wel vaak zie is dat de gamba door een ander instrument vervangen wordt. Ik heb de twee aria’s met gamba ook gespeeld horen worden door een cello of door een luit. Dat is voor mij een teleurstelling. Ik ben gek op gamba. Een wat zachtere klank dan de cello. Bij deze uitvoering een prima gambist. Alleen de dirigent had wat wonderlijks gedaan in de tenor aria ‘Geduld’; hij dubbelde de gambasolo voor een deel met een fagot. Ik ben misschien een onverbeterlijke purist, maar het hoort niet. Het klonk ook niet goed, vond ik. Later heb ik de aria nog een keer teruggeluisterd bij de Ton Koopman uitvoering, maar nee, geen fagot. Ik heb nog nooit een fagot daar gehoord. Ik kan me dan ook niet voorstellen dat Bach een fagot in de partituur heeft staan. Jammer dat de dirigent deze ‘vondst’ doorvoerde want voor mij werd de aria hierdoor verpest.

Verder heb ik tot ‘Mache dich, mein Herze, rein’ zitten genieten, maar toen was het, zoals in elk jaar en dus elke Mattheus, op. Helemaal op. Maar dan komt er nog een heel lang kwartier muziek. Draaiend van de ene bil op de andere probeer je het dan uit te zingen…valt niet mee. Toch heeft die aria nog een hele tijd in mijn hoofd gezongen want mooi ist’ie wel.

Heerlijk weer een gewone lente…(hou nou maar op!)

Mariken Heitman – Wormmaan; wel aardig

Eigenlijk ben ik wel weer eens toe aan een roman over gewone hetero’s. Vooral onder vrouwelijke auteurs lijkt genderverwarring het thema tegenwoordig. Ik wil wel weer eens een roman over een vrouw die zich vrouw voelt en op mannen valt, of over een man die zich thuis voelt in zijn lichaam en op zoek is naar een vrouw. Eventjes geen transgenders (of mensen die vermoeden dat ze dat zijn) en even geen homo’s of lesbo’s. Heus, de regenboogvlag staat op mijn voorhoofd getatoeëerd, maar ik heb er gewoon even genoeg van al dat getob. Ik moest het boek van Mariken Heitman wel lezen, want het staat op de shortlist van de Libris literatuurprijs en zoals alle afgelopen jaren lees ik de hele shortlist. Om maar meteen met de deur in huis te vallen; het is een best aardige roman. Het leest niet makkelijk weg. Vaak moet je naar houvast zoeken: waar zitten we precies en met wie en wat zijn we aan het doen? Die zoektochtjes naar houvast zorgt ervoor dat het je als lezer maar mondjesmaat lukt om je te identificeren of op zijn minst meegenomen te worden in het verhaal.

Hoofdpersoon Elke is zaadveredelaar. Op het moment dat de roman begint heeft ze een grote domper te verwerken: De pompoen die ze gekweekt heeft en waar voor de verkoop van de zaden al een hele reclamecampagne werd opgetuigd, blijkt precies hetzelfde te zijn als de pompoen van de concurrent. De door de concurrent opgekweekte pompoensoort is echter al gepatenteerd en in de handel genomen. Het veredelingsproject van de hoofdpersoon is daardoor mislukt. Wat opvallend is, is dat de pompoensoorten van zowel Elke als de concurrent hybride zijn. Het zaad uit de pompoen kan nooit een nieuwe pompoenenplant opleveren. Doordat de vrucht deze voortplantingseigenschap verloren heeft, komen andere eigenschappen die we veel liever willen hebben beter uit de verf. De plant verliest eigenschappen waarmee het zichzelf in stand kan houden, maar krijgt eigenschappen die wij mensen graag willen ervoor terug.

Om het echec van haar pompoenveredelingsproject te verwerken besluit ze om in het huisje van haar overleden oom Filip op één van de Waddeneilanden in retraite te gaan. Ze wil daar een speciaal project uitvoeren namelijk een erwt on-veredelen. Ze wil de erwt terugkweken naar haar oervorm. Met eigenschappen waarmee de plant zich kan verdedigen tegen haar natuurlijke vijanden zoals bijvoorbeeld een taaie haast ondoordringbare zaadhuid of bitterstoffen waardoor geen dier (en dus ook mens) de erwt wil eten. Onderwijl verzint ze een verhaal over een stam mensen in de oertijd die juist die eerste erwten hebben gevonden. Zij staan aan het begin van het traject om de erwt op te kweken naar de vorm die we nu kennen; een gewas waarmee we ons kunnen voeden. In die verzonnen oerwereld spelen vergeten riten een rol. Heilig is een gecastreerde jongen. Een man kortom die geschikt gemaakt is om rituelen uit te voeren, maar daarvoor wel een eigenschap heeft moeten verliezen waarmee hij zich in stand kan houden.

Voor hoofdpersoon Elke geldt dat ze ook moeite heeft om zich voort te planten. Ze wordt in winkels vaak aangezien voor een man en als niet-man valt ze op vrouwen. Ze gaat uit met een vrouw en stopt een paar sokken als ware het een kunstlul in haar broek. Ze lijkt te zoeken wat de eigenschappen van het niet (kunnen) voortplanten bij haar voor veredelingen heeft gezorgd. Ondertussen overweegt ze allerhande diersoorten die zich voortplanten en die zich op die wijze aanpassen aan de omstandigheden. Zo overdenkt ze op het Waddeneiland het ontstaan van dwergsoorten op het eiland Flores waar een vriend van haar onderzoek naar doet. Er schijnt daar een dwergolifant te hebben geleefd en een dwergmens die niet groter werd dan een meter.

De roman is zoals gezegd op de shortlist terecht gekomen van de Libris literatuurlijst 2022. Als pretlezer, want dat ben ik, vond ik het een moeilijk boek. Helemaal geen lekker boek. Het leest zonder meer stroef. Denk je dat je eindelijk een lijn te pakken hebt, dan ben je hem ook zo weer kwijt en besef je je dat je al enkele bladzijden een stam in de oertijd volgde. Als amateur-lezer had ik het boek toch wel vrij snel weer dicht geslagen, maar omdat ik voor deze literatuurprijs eventjes helemaal geen amateur ben, heb ik stug doorgezet. Uiteindelijk vind ik het allemaal wel aardig maar besef ik me dat ik weinig gemist zou hebben als ik de roman niet gelezen had. Je vraagt je dan ook af voor wie deze roman geschreven is. Een moeilijke vraag wellicht en misschien wel een onmogelijke vraag omdat het in ons tijdsgewricht zo is dat een kunstenaar niet aan het publiek zou moeten denken; de kunstenaar schrijft vanuit zichzelf en voor zichzelf en is blij als een ander dat waardeert…

Mariken Heitman is biologe en dat laat ze je weten ook. Daar krijg je soms leuke woorden van. Het woord ‘aarspil’ bijvoorbeeld. Het moet wel aar-spil zijn, maar ik heb toch nog even getwijfeld over aars-pil. Kan net zo goed.

Deze roman over (on)vruchtbaarheid en (de onmoglijkheid van) voortplanting is wel aardig maar behoort zeker niet tot mijn favorieten voor de hoofdprijs

Libris literatuurprijs 2022.

De shortlist van de Librisliteratuurprijs is bekend gemaakt. Je zou het haast vergeten door alle ellende die over Europa is gekomen doordat Rusland Oekraïne binnenviel. En dan te bedenken dat we net de coronapandemie te boven waren (denk ik). Dus dat wordt lezen! Een dagje na het bekend maken van het lijstje heb ik de boeken aangeschaft. Deze keer bij mijn eigen boekwinkel De Dolfijn in de Haarlemmerstraat. Niet dat de boekwinkel er iets van meekrijgt, want alles gaat via het internet. Om het lijstje compleet te maken moest ik vijf boeken kopen. De zesde was al in mijn bezit en heb ik ook al gelezen; De fantastische roman van Nico Dros: Willem die Madoc maakte.  Vooruitlopend op mijn jaarlijkse leesexercitie had ik ook al een roman uit de longlist voor de Librisliteratuurprijs 2022 gekozen (wie weet geeft me dat een leesvoorsprong): De hemel is altijd paars van Sholeh Rezazadeh. Helaas, die roman kwam niet op de shortlist. Eigenlijk wel terecht denk ik. Een mooi debuut maar meer ook niet. Wel aardig, vond ik het.

Welke boeken zijn het geworden? Van geen enkele auteur heb ik ook maar iets gelezen met uitzondering van Nico Dros. Wel had ik van een auteur inmiddels gehoord. Lisa Weeda is een paar keer op de televisie geweest. Niet om over haar boek te praten maar wel over haar Oekraïense familie. Haar roman Aleksandra is een van de boeken waar ik erg nieuwsgierig naar ben. Voor zover ik weet zou de roman zich in dat geplaagde land in oost Europa afspelen.

Alle zes op een rijtje:

  • Willem die Madoc maakte van Nico Dros.
  • Wormmaan van Mariken Heitman.
  • De Mitsukoshi Troostbaby Company van Auke Hulst.
  • De atlas van overal van Deniz Kuypers.
  • Onze kinderen van Renée van Marissing.
  • Aleksandra van Lisa Weeda.

Mijn leesstrategie is als volgt: Ik lees eerst de minst aantrekkelijke, daarna de aantrekkelijkste, daarna de op een na minst aantrekkelijke etc. Maar omdat ik van geen van de auteurs iets gelezen heb, weet ik er natuurlijk helemaal niets van af. Hoe dan ook, ik ben met Wormmaan van Mariken Heitman begonnen. Hoewel ik nog niet heel ver ben wil ik wel mijn eerste indruk geven; deze gaat het niet worden. Vermoeiende roman, maar wellicht gaat hij ineens toch nog boeien!

Deze jongen leest stug door!

Nico Dros – Willem die Madoc maakte; waar de geschiedschrijving op houdt!

Het lezen van een roman heeft vaak iets weg van ontsnappen uit de grauwheid van het leven. Aan de andere kant laat het je juist vaak een werkelijkheid zien die anders is dan de jouwe. Het kan je daarmee een handvat geven om je situatie te veranderen, beter te maken, zonder dat de auteur dat per se bedoeld heeft; het is het werk van je eigen brein terwijl de roman slechts de rol van katalysator speelt. Het ontsnappen uit je eigen werkelijkheid en je verplaatsen in de wereld van een ander geeft ons een ruimere blik op de wereld terwijl de bedoeling van de auteur daar weinig mee te maken heeft; het gaat er om wat het ons doet; wat onze gedachten zijn tijdens en na het lezen. We zouden veel meer stil moeten staan bij de lezer dan bij wat de auteur mogelijk bedoeld heeft. Pas bij het lezen krijgt literatuur betekenis en waarde. Wat voor literatuur geldt, geldt eigenlijk voor alle kunst. Ook als je muziek hoort of naar een schilderij kijkt gaat je brein aan het werk. Niet voor niets speelt kunst in iedere cultuur een rol van betekenis; mensen hebben die spiegel nodig om te kunnen functioneren; we hebben een katalysator nodig die ons brein helpt om de wereld met andere ogen te zien en verfrissende ideeën te krijgen. Daarom is het stilleggen van bijna alle cultuur tijdens deze vermaledijde pandemie ook zo’n drama; over het leven is een doem komen te liggen…

De roman ‘Willem die Madoc maakte’ biedt heel veel van het bovenstaande. We moeten ons niet alleen verplaatsen naar het brein en het leven van een ander, maar ook nog eens naar een heel andere tijd. De roman speelt zich namelijk af in de hoge middeleeuwen. Naar de tijd dat het verhaal over Reinaart de vos in het Middelnederlands werd geschreven. Iedereen die de Van den vos Reynaerde heeft gelezen, weet hoe raadselachtig het verhaal begint. De schrijver stelt zich voor als: ‘Willem die Madoc maecte…’. Daarmee moeten we het doen. Wat is Madoc? Wie was Willem? We weten het niet. Veel van wat zich in de lage landen afspeelde rond die tijd, is in duister gehuld. Ook de middeleeuwen willen we kennen en de schrijver gaat ons daarbij helpen. De auteur wijst de lezer op de leer van Aristoteles; Die Griekse wijsgeer stelde de dichtkunst boven de geschiedschrijving. ‘De geschiedschrijver namelijk tracht aan de hand van geschreven bronnen en getuigenverklaringen een waargebeurd verhaal te vertellen over een reeks door mensen en goden veroorzaakte voorvallen. Maar het verhaal van de dichter begint juist daar waar de geschiedschrijver zwijgt omdat zijn bronnen zijn uitgeput of verzegeld blijven. De dichter put uit de bron der verbeelding.’ Schrijft Nico Dros. Over Madoc weten we niets, we kennen het niet; het wordt slechts genoemd aan het begin van het dierenepos. Omdat de geschiedschrijver het niet weet, gaat de dichter verder en aldus schrijft Dros over de eventuele roman Madoc: ‘Ook werd gelispeld dat de inhoud van het venijnige epos buitengewoon ketters was, en daarnaast toonde het zich vrijgevochten in liefde en moraal.’ Daarmee hebben we de kern van de roman te pakken; een verzonnen verhaal dat aansluit op datgene wat we wel weten en wat er verzonnen is en uiteindelijk tegen het denken van de toenmalige historische tijd ingaat en ons daarmee iets wil vertellen over de tijd waarin we nu leven.

Hoewel…Hier staat volgens mij: ‘Willam die madocke makete’

De roman begint met het verhaal van een ‘ik’. Deze persoon blijkt een op een zijspoor geraakte hoogleraar middeleeuwse letterkunde te zijn. Hij krijgt drie zeldzame middeleeuwse handschriften in handen om die op te nemen in de universiteits bibliotheek. Een van de handschriften is een verzamelhandschrift waarin onder anderen Van den vos Reynaerde is opgenomen. Twee handschriften brengt de ‘ik’ direct naar de bibliotheek, de laatste houdt hij voor zichzelf omdat hij zich daarmee als wetenschapper wil revancheren. Met een aantal mooie wetenschappelijke artikelen gebaseerd op dit verzamelhandschrift wil hij weer terugkeren in het middelpunt van de wetenschap. Per ongelukt vindt hij in de kaft van het boek een manuscript verstopt. Geheim omdat het gecodeerd lijkt. Hij kan het niet ontcijferen…maar gelukkig neemt de dichter oftewel de verhalenverteller het over… en begint het verhaal van een schipbreukelingenkind dat opgroeit in een klooster, vandaar de wereld in trekt en terecht komt bij een vrouw die zich aan de zelfkant van de maatschappij handhaaft. Maar dan moet hij vluchten waardoor hij terecht komt bij een feodale heer, alwaar hij een soort rentmeester wordt die grote vernieuwingen aanbrengt in het aloude feodale systeem. Bovendien krijgt hij een geheime verhouding met de vrouw van zijn broodheer die ook nog van hem zwanger raakt. Daarna komt hij terecht bij Wijchje. Met haar krijgt hij een dochter die al snel overlijdt waarna Wijchje zich als begijn terugtrekt en mystieke ervaringen krijgt hem verlaat en verder gaat als de devote dichteres Hadewijch. Vandaar trekt hij naar de stad waar hij de opperopzichter wordt van een koopman en diens moerasland te gelde weet te maken, maar waar hij ook de schrijver wordt die ons uiteindelijk Van den vos Reynaerde in het Middelnederlands – Diets –  schenkt. Op datzelfde moment ontwikkelt hij ook ideeën die meer bij onze tijd dan bij de middeleeuwen horen. Zo ontwikkelt hij de gedachte dat het denken van de mens een oorsprong vindt in chemische processen in het lichaam. Dat betekent dat er geen onsterfelijke ziel is maar slechts een lichaam dat dood is als het gestorven is. Doorredenerend bestaat dan God net zo goed niet. Dit alles schrijft hij op…en dat wordt uiteindelijk gevonden…en gelezen…

Oke, een klein beetje kritiek: Ik heb een tijdje het idee gehad dat ik een roman van Jan van Aken aan het lezen was. In het begin van de roman stoorde mij dat flink. Een klein beetje hetzelfde stramien; een middeleeuwer gaat op reis en vervolgens zien we zoveel mogelijk facetten van die maatschappij. Uiteindelijk klopte dat gevoel niet echt en is de roman van Nico Dros wel heel anders dan de romans van Van Aken. Wat ik vaak zag is dat een hoofdstuk vaak begint met de toestand die aan het eind van het hoofdstuk bereikt. Een flink aantal hoofdstukken waren zo opgebouwd. Een leuke vondst, moet ik zeggen.

Meer dan het bovenstaande ga ik niet verklappen; dat zou zonde zijn; je moet het zelf maar lezen en dat is zeker de moeite waard. Op een relatief klein stukje na een buitengewoon boeiend boek; ik heb de paar honderd bladzijden die het dik is, verslonden!