Tagarchief: muziek

Anna Enquist – Sloop; Somber en mooi.

Onwillekeurig moest ik tijdens het lezen van de roman ‘Sloop’ van Anna Enquist denken aan een aflevering van het Brits komische duo French en Saunders waarin ze een scene uit een film van Ingmar Bergman op de hak namen. Alles zwaar en alles somber; de ene ellende volgt op de andere. ‘Sloop’ is een loodzwaar boek en die kwalificatie zegt – net als de films van Ingmar Bergman, overigens – helemaal niets over de kwaliteit van de roman. Ik vind het een fantastische roman. Een roman over liefde, gemis, rouw en verdriet, een roman waarin de hoofdpersoon naar de zin van het leven zoekt. Een roman waarin de waarde van kunst in het leven wordt gewogen ten opzichte van de liefde voor minnaar en kind. Een complexe mooie roman, kortom, met weinig licht. Of toch een beetje? De hoofdpersoon verknoopt zichzelf nogal met haar rococo vakgenoot Joseph Haydn. Hoewel Anna Enquist vooral de tragiek in het leven van de componist Haydn belicht, blijft hij toch de man die wel degelijk humor in zijn werk bracht. Tenminste ik ken hem vooral van de afscheidssymfonie en de symfonie met de paukenslag. Het oratorium ‘Der Schöpfung’ speelt een belangrijke rol in de roman. Der Schöpfung…de schepping tegenover Sloop. De titel van de roman, maar ook de titel in de roman van het oratorium dat de hoofdpersoon schrijft en dat uiteindelijk ook het sluitstuk is in de roman…hoewel….

Het eerste hoofdstukje van de roman staat bol van de betekenis. Als ouverture raakt het bijna alle thema’s en verhaallijnen die komen gaan. De hoofdpersoon kijkt naar een filmpje zonder geluid van de sloop van een muur waarop een enorme muurschildering staat van een meisje van een jaar of tien op de rug gezien. Ze is aan het touwtje springen. De hoofdpersoon kijkt naar de sloop van het kunstwerk op de muur terwijl ze bedenkt hoe ze het filmpje van de juiste muziek kan voorzien; slopen en scheppen in één adem door. Alice Augustus is een succesvol componiste. Een klarinetconcert dat ze geschreven heeft wordt regelmatig uitgevoerd en ook haar requiem ‘De weduwen’. Ze verdient veel geld met het componeren van jingles onder reclameboodschappen. Ze schaam zich daar erg voor, vandaar dat ze dit ‘triviale’ werk onder pseudoniem schrijft. Door haar werk voor reclamebureaus heeft ze haar man Marcel leren kennen. Hij weet niets van muziek maar alles van beleggen. Ze hebben elkaar ontmoet toen ze onder reclames voor de verschillende beleggingsproducten van zijn bedrijf de muziek componeerde. Alice heeft een grote kinderwens. Ze heeft moeite om zwanger te raken en daarom is ze onder behandeling. Joseph Haydn is de componist die haar het meest lijkt te inspireren. Ze heeft diverse biografieën bij de hand. Officieel, zo leest Alice, bleef Haydn kinderloos. Maar er is in zijn leven een mysterieuze vrouw waar hij geregeld mee correspondeert zonder dat echt duidelijk wordt wat hun relatie precies was. Zijn brieven zijn wel opvallend veel intiemer van toon dan zijn andere brieven en…de vrouw heeft kinderen. Van Haydn? Alice weet het niet.

Als enige vrouwelijke student compositie voelt Alice Augustus zich verloren. Ze is erg talentvol. Ze krijgt tijdens haar studie een heftige relatie met haar leraar, de op dat moment beroemde componist Duck van Dijk; zij rond de twintig terwijl hij tegen zijn pensioen aan zit. De stelling van Duck van Dijk is dat het moederschap en componeren niet samen gaan. Als ze zwanger van hem raakt is de euforie in het begin desalniettemin enorm. Al snel beseft Duck van Dijk hoe groot het leeftijdsverschil is. Hij kan zijn verhouding voor zichzelf niet verantwoorden en beëindigd de relatie. Alice voelt zich met haar zwangere lijf gedumpt. Eigenlijk ziet ze geen andere mogelijkheid dan abortus. Maar voor de abortus kan plaatsvinden krijgt ze een miskraam. Ze trekt zich helemaal in zichzelf terug op een woonboot. Daar komt ze een jongen tegen die zit te vissen. Naar blijkt alleen met aas maar zonder haak. Hij voert twee koi-karpers die door de eigenaar in de rivier zijn gedumpt toen ze ziek waren. Ze zijn niet doodgegaan maar zijn uitgegroeid tot enorme en goed gezonde vissen…ondanks dat ze gedumpt waren. Dat gegeven lijkt Alice ter harte te nemen. Ze krabbelt langzaam weer op en weet het verdriet dat ze voelt van de verbroken relatie en het verlies van de ongeboren vrucht te verwerken in het oratorium ‘De Weduwen’.

In de roman veel spiegelingen en contrasten. Zeer precies en consciëntieus geschreven. Ook met veel gevoel, maar zonder humor. Het is een echte Anna Enquist, somber en mooi!

Frank Sinatra

Er zijn weinig dingen die jezelf zo veel bevestigen als je muziekkeus. Welke muziek je mooi vindt bepaalt in hoge mate wie je bent. Het laat zien hoe je in de wereld staat. Wat je belangrijk vindt, kortom wie je bent. Vandaar dat het in je jongelingentijd, als je persoonlijkheid nog niet zulke vastomlijnde vormen heeft aangenomen, een onderwerp is waar je bijna dag en nacht mee bezig bent. Dat zie ik ook bij mijn zoons, als objectieve toeschouwer. Kleding en muziek passen helemaal bij elkaar, maar ook hoe je je gedraagt in het onderlinge verkeer. Daarnaast heeft het ook behoorlijk wat invloed op hoe je het liefdesleven definieert. Vooral die kledinglijn is opvallend; die trekt zich weinig aan van het weer. Er lopen nu jongens rond, met een wollen muts die ze tot over hun oren trekken. Ook op zomerdagen waarop de mussen van het dak vallen dragen ze zo’n muts. Ik begreep dat er een beetje zachtaardige muziek bij hoort waarbij de jongens wat zachtaardig en eiig verliefd, meisjes aankijken die dan ook in een soort slijmerig hemeltje komen… Goed. Als ik het zo reconstrueer dan denk ik niet dat ik het objectieve verhaal heb gehoord van mijn zoons. Zij zijn nogal stoer vinden ze zelf en houden van muziek waar ik niet meer in herken dan: bonk, bonk, bonk. Zo ongeveer in hetzelfde tempo. Zo zie je maar.

Frank Sinatra viert zijn honderdste verjaardag. Tenminste als hij nog geleefd had. Maar toch wordt dat groots gevierd met concerten in diverse steden waar zijn liedjes ten gehore worden gebracht. Als er één soort muziek was die ik vroeger haatte, dan was dat wel Frank Sinatra. Dat was de muziek van de patjepeeërs, van rijk geworden maar holhoofdige zakenmensen. Inhoudsloos, vond ik. Dat het voor de nouveaux riche was, bewees Frank Sinatra. In 1975 (deze jongen was toen een heethoofdige, op zoek naar zijn identiteit zijnde tiener) zong Frank Sinatra in het Concertgebouw. Het heiligste der heiligen van de muziek werd leeggeruimd voor deze proleet. Ik kon er niet bij. Alles vond ik er schandalig aan. Ook bijvoorbeeld dat de kaartjes een vermogen kostten. Toevallig moest ik in de buurt van het concertgebouw zijn, toen het publiek zich voor de deur verzamelde om naar binnen te gaan. Zo moest ik me door een damp van dure parfum en bontjassen dragende dames een weg banen. De concertgebouwbuurt stond ineens vol met patserige auto’s. Allemaal voor Frank Sinatra! Wat had ik een hekel aan die muziek en aan die mensen!

Omdat ik filmer wilde worden, oefende ik wat in Den Haag bij Frans Zwartjes aan de Vrije Academie. In de artistieke filmwereld was Frans Zwartjes het je van het. Om eerlijk te zijn had ik slechts één film van hem gezien en die vond ik ronduit walgelijk. Een groepje ging een clip maken van My Way. Hilarisch. Ze maakten er een soort slapstick van. De zingende pseudo Sinatra had zijn gulp open, kreeg een taart in zijn gezicht; noem maar op. Wij vonden het fantastisch; alsof we wraak namen. Alles wat ik niet wilde kwam samen in: Frank Sinatra!

En…De zangeres zonder naam, en BZN en Andre Hazes. Eigenlijk haatte ik een hoop. Ik ben een stuk milder geworden…

Zal ik kijken of er nog een kaartje over is voor dat verjaardagsconcert? Kijk, dat is nou weer overdreven!