Dat een boek goed geschreven is en mooie, duidelijke beelden schept en hier en daar emoties opwekt, maakt nog niet een boek tot een fijn boek waar je je met kloppend hart doorheen leest. Na de enorme pil van Bert Natter dacht ik het boek Nog lang geen winter van Peter Terrin in een weekje te snuiten, maar nee, ik heb er weken over gedaan terwijl het toch van geringe omvang is. Ik heb zelfs vriend Copilots hulp moeten inroepen om me weer op het spoor te zetten – waar gaat het in godsnaam over. Die noodsprong heeft mij geholpen het boek uit te lezen. Ik snap wel het experimentele en eventueel zelfs het vernieuwende van de roman, maar dat maakt het nog niet per se boeiend. Het boek was genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs 2026 en heeft hem niet gewonnen, en daar kan ik goed mee leven. Als ik in mijn eentje de eenkoppige jury was geweest, had het boek ook niet gewonnen.
Het boek begint met een vreemde situatie vlak voor een bijzonder emotionele gebeurtenis: de avond voordat de hoofdpersoon met zijn dochter Romy naar Italië vertrekt om daar de as uit te strooien van zijn overleden vrouw Carla, ziet hij dat er een enorm geldbedrag op zijn rekening is gestort. Hij weet niet waar dat vandaan komt en juist omdat hij het wil negeren, houdt het hem verschrikkelijk bezig. Samen met Romy en de as van zijn vrouw reist hij naar Napels om haar daar in de zee uit te strooien. Hij lijkt ervan te genieten dat zijn dochter bij hem is, en naarmate het verhaal vordert lezen we dat de relatie met Romy veel ups en downs heeft gekend – vooral veel downs. De vrouw van de hoofdpersoon blijkt veel ouder dan hijzelf en op gevorderde leeftijd raakte ze zwanger. In mijn ogen wordt dit feit aangedragen om de handicap van Romy te verklaren. Ze heeft een gedeeltelijk vergroeid lichaam en loopt daardoor niet soepel. Aan de andere kant wordt haar gezicht als bijzonder zacht en knap beschreven, met donkere Italiaanse trekken die ze van haar moeder heeft geërfd. Geestelijk is ze absoluut volwaardig – ze heeft een goedlopend ontwerpbureau. Juist haar lichamelijke beperkingen zorgden voor een kloof tijdens haar puberteit. Na vele ruzies gaat ze al vroeg het huis uit.
De hoofdpersoon is fotograaf. Samen met zijn assistent en vriend Boris arrangeren ze sessies en settings om heel kunstzinnige foto’s te maken. Om te ontspannen doet hij aan hardlopen. Tijdens dat hardlopen komt hij langs zijn ‘voormalige dealer’. Daaruit kan je opmaken dat het dus ook met hem niet altijd even best is gegaan. Boris vindt een fotogenieke jongen, Wilfred, en ze gaan hem fotograferen in een aantal sessies. Maar ondertussen gebeuren er dingen die niet rijmen. Zo is er de Chinese astronaut Li, die omgekomen lijkt in de ruimte. Zijn verhaal lijkt zonder begin of eind in de roman te ploffen. En dat grote geldbedrag blijft rondzoemen. Dan komt er een Zuid-Amerikaanse schoonmaakster met wie hij – in ieder geval – een seksuele relatie heeft. Ondertussen blijft dat grote geldbedrag op zijn rekening rondzoemen. Aan de andere kant wordt de relatie met zijn dochter, zo lijkt het, steeds hechter. Verder is er het vreemde bedrijf Quantum Entertainments waarmee hij ‘iets’ heeft en, zo blijkt, waar dat enorme bedrag op zijn rekening naartoe moet. Heel verwarrend. En dan wordt hij weer wakker.
Best goed geschreven allemaal, maar boeien doet het niet – tenminste mij niet. Misschien had ik toch moeten proberen het in één ruk uit te lezen, maar dat kan je eigenlijk van mij, pretlezer, niet vragen; ik heb van alles te doen naast het lezen. Dat zal voor heel veel lezers gelden – je schrijft niet alleen voor de professionele lezer, lijkt mij, die het uitsluitend beroepsmatig doet. Als ik erover nadenk, dan is het gegeven onder het boek, namelijk parallelle werelden waarin je tegelijkertijd leeft, of laten we zeggen een droom die je voor de realiteit houdt totdat je wakker wordt, nou niet bepaald nieuw. Ik ben niet kapot van deze roman.