Tagarchief: kunst

Mannenmaal – Rinske Hillen; slordig

Ik vind het moeilijk om een literair boek serieus te nemen als er slordig omgegaan wordt met de taal. Ook auteurs kunnen foutjes maken, maar dit boek staat er vol mee. Ik weet niet precies hoe het in het literaire wereldje werkt, maar mijn tekst voor het Fre Cohen boek werd onder handen genomen door een redacteur. Anders dan een literair boek moesten in ons boek de tekst van twee verschillende auteurs tot slechts een tekst gemaakt worden. Spel-, stijl- en slordigheidsfoutjes werden er tegelijkertijd uitgehaald. Volgens mij heeft elke auteur bij de uitgeverij ook een redacteur die goed meeleest met wat er geschreven wordt. Die redacteur heeft bij deze roman echt zitten slapen. Het ergert me mateloos al die slordigheden. Dat, terwijl ik het boek inhoudelijk helemaal niet slecht vond. De inhoud heeft me best beziggehouden want er komt nogal wat voorbij: Euthanasie op baby’s, euthanasie op mensen die genoeg van het leven hebben zonder dat er echt ondraaglijk lichamelijke lijden en een uitzichtloze situatie is. Het verlangen naar een groots leven met liefde tot het uiterste tegenover de huis-, tuin- en keukenliefde. De onvoorwaardelijke liefde tussen kind en ouders tegenover de voorwaardelijke liefde tussen man en vrouw. Het is allemaal niet niks. Maar taal is het gereedschap van de schrijver. Met of zonder hulp van een redacteur; de taalbeheersing moet in orde zijn. In deze roman is de taal zeker niet perfect. Verre van dat.

Journaliste Eva vormt samen met echtgenoot kinderarts Wout en zoon Abel een gezin. Eva werkt voor een kunsttijdschrift. De internationaal vermaarde beeldend kunstenaar Ben Roovers biedt het tijdschrift waar Eva voor werkt een interview met hem aan, maar alleen als Eva het afneemt. Toen Eva zeventien was, heeft ze een korte, maar heftige liefdesaffaire met hem gehad. Met veel verwarrende gevoelens gaat Eva het interview afnemen. Daarentegen heeft haar man Wout als kinderarts te maken met ernstig zieke kinderen. Hij worstelt met de behandeling van baby Josefien. Het kindje is geboren met een ziekte waardoor ze nauwelijks huid heeft. Ze lijdt enorme pijn bij alles. Onder narcose wordt ze gebadderd. De ouders van Josefien kunnen het lijden van hun kind niet aanzien en vragen kinderarts Wout om de baby een zachte dood te laten sterven. Dit is bij wet verboden en hij doet het dan ook niet. Hij geeft wel de ouders de suggestie dat dit de beste oplossing zou zijn. Ook in de openbaarheid heeft hij hierover iets gezegd. Sindsdien is er een hetze op gang gekomen tegen hem.

Tussen Ben Roovers en Eva komt de hartstocht weer tot leven. Daarbij bewondert Eva de onverschilligheid van de schilder ten opzichte van het leven en zijn totale focus op het maken van kunst. Eva komt erachter dat Ben aan een erfelijke ziekte lijdt die hem op den duur blind maakt. Het punt waarop hij helemaal niets meer kan zien komt met rasse stappen dichterbij. Hij vertelt dat hij een einde aan zijn leven zal maken als het moment daar is. Ondertussen is het huwelijk van Eva en Wout in een diepe crisis geraakt. Op het moment dat zijn huwelijkscrisis op haar hoogtepunt is en ook de hetze tegen hem als kinderarts het kookpunt bereikt, krijgt Wout een tijdelijke afkoelbaan aangeboden in de luwte verweg, in Berlijn. Voordat hij naar Berlijn reist, gaat hij verhaal halen bij Ben. Maar in plaats van een hanengevecht met fatale afloop ontstaat er iets van een vriendschap tussen de twee in diepe crisis verkerende mannen. Wout zal zorgen dat Ben een zachte dood zal sterven. Aldus geschiedt. Wout keert als vader, minnaar en partner terug naar Eva.

Niet niks, dat verhaal! Ik moet zeggen dat het verhaal absoluut boeit. De roamn vraagt de lezer ook om een moreel standpunt in te nemen. Dat zal ik dan ook hier doen: Een kind dat zo verschrikkelijk lijdt als patiëntje Josefien, waarbij geen kans is op verbetering in haar toestand, verdient een zachte dood. Voor het plegen van euthanasie op de minnaar van zijn vrouw mag arts Wout een flinke tijd achter de tralies. Eigenlijk ligt dit wel erg voor de hand, hoewel Wout er met het verstrekken van een zachte dood aan Ben erg genadig afkomt in deze roman.

Wout is nogal gek op Schopenhauer. In de tijd dat ik alles stuk las over Richard Wagner, kwam ik ook al eens terecht bij deze filosoof. Ook toen kreeg ik het gevoel dat Schopenhauers abstractie nergens overeenkwam met de mijne en legde ik mismoedig artikelen over zijn leer naast mij neer. Vanwege deze roman even een nieuwe poging gewaagd, maar nee, ik begin er niet aan. Ik laat dat graag over aan mensen als Rinske Hillen die filosofie hebben gestudeerd. Ik denk dat het hen verder helpt.

Slordigheid. Ik moet het er toch over hebben. Dat is namelijk datgene dat me erg gestoord heeft in deze roman. Stilistische slordigheden: Op bladzijde 43 van de elektronische versie van het boek. Vanuit het perspectief van Eva wordt verteld over ‘Wout na de seks’: “Daarna had hij zijn rug van haar afgewend, als een vesting, ze was eraan gewend dat hij van haar wegdraaide als hij sliep.” Ik denk dat Wout haar zijn rug had toegekeerd in plaats van afgewend. Zo’n zin leidt af. Andere zin. Eva is bang dat haar taperecorder niet naar wens werkt: “Hoe vaak kwam het niet voor dat ze thuiskwam en flarden uit haar geheugen moest schrapen doordat de tape leeg bleek?” Geen echte, heel erge fouten in deze zin, maar om nou te zeggen dat hij lekker loopt of mooi beeldend is…nou nee. Thuiskomen heeft geen verband met de lege tape; het uitwerken van het interview wel. Ik neem ook aan dat ze geen flarden van het gesprek wilde opdiepen, maar het hele gesprek en dat haar dat nou juist niet lukte en er slechts flarden boven kwamen. Ook dit leidt af van het verhaal. Ook wat rare vergelijkingen die dan ook nog vreemd opgeschreven staan: “Ze stelde zich voor hoe de morgen de rivier in kon zakken, als een vat vervuilde stoffen.” Bedoelt ze hier stoffen die schoon waren maar nu “vervuild” zijn, of “het milieuvervuilende stoffen” of “een vat giftige stoffen”? Het leidt af. Ook veel vergeten kleine woordjes waar ik geen notitie van heb gemaakt. Gewoon slordig.

Vond ik het dan geen goed boek? Nou zover wil ik zeker niet gaan. Als de schrijfster (redacteur?) wat meer aandacht aan de taal had besteed, dan was het een heerlijk boek geweest dat me heel erg geboeid had. De afloop – waarbij alles weer goed komt – had me wat teleurgesteld, maar dat had het leesplezier zeker niet bedorven.

Het Google art project

Ik was al compleet verslaafd geraakt aan Google Earth. Vooral aan streetview. Ben ik dus helemaal gek op. Ik correspondeerde veel met mensen in het buitenland, want ik deed nog veel met social media. Aan degene met wie ik correspondeerde vroeg ik het adres. Vervolgens wandelde ik naar dat adres met Google streetview. Dan stuurde ik een plaatje op van de huisdeur. Dat lukte overigens niet zo heel vaak. Ik zat meestal berichtjes uit te wisselen met mensen van mindere komaf. In landen van mindere komaf. Of gewoon, plekken waar Google weinig toegang toe had. Neem Oeganda. Ik heb een paar jaar regelmatig gecorrespondeerd met Sarah. Ze liet het voorkomen alsof ze best aardig woonde, maar al met al kreeg ik toch een ander beeld. Ze bewoonde ergens een krot. Zonder specifieke adresaanduiding. Ergens daarzo, woonde ze.

Arme Sarah. Zoals zoveel mensen in mijn leven, ben ik haar definitief uit het oog verloren. Ze werkte twaalf uur per dag, zeven dagen per week en verdiende honderd dollar. Daar kon ze net niet mee rondkomen. Een vrouw alleen met een kind. En haar baas wilde dat zij zijn minnares werd. Best dwingend. Ik wilde haar een cadeautje sturen. Maar omdat ze geen vastgesteld adres had, gaf ze het adres van ‘vrienden’ op. Weg pakje.

Voor Sarah d’r straat had Google geen belangstelling. Ik heb nooit in haar krottenwijk kunnen rondbanjeren. Maar wel in Madrid, Brussel, Parijs of Londen. Ook in Rotterdam, Den Haag of Gilbert in Arkansas. Ik geniet ervan. Soms vind ik van mezelf, in mijn luie stoel, dat ik een wereldreiziger ben!

Maar Google heeft er iets nog veel verslavenders aan toegevoegd; Kunst. Je kunt nu niet alleen langs de gevels van het Rijksmuseum streetview-wandelen, maar ook binnen de muren van het museum. Wandelen in een museum kan voorlopig, heb ik begrepen, alleen in het Rijks. Maar als ik me niet vergis, gaan vele musea volgen. Ik weet niet of ik ernaar uit moet kijken. Ik wil zoveel doen en virtueel door een museum wandelen is zo verslavend! Vanochtend heb ik een tijd stil gestaan voor een schilderij van Pieter Aertsen. De aanbidding van de koningen (hoewel er maar één koning zichtbaar is). Maria zit naast een mand. Ik heb lang getwijfeld over wat er in de mand zit terwijl ik het eigenlijk al meteen zeker wist. Josien ook. Zij zei het meteen hardop… Een mand vol met opgevouwen luiers. Voor het kindeke Jezus dat vrolijk in zijn blote piemeltje op schoot van Maria zich de aanbidding laat aanleunen. Pieter Aertsen wilde kennelijk het aardse van het Jezus kindje benadrukken. Zelfs Jezus deed het in luiers. Tegenvaller. Van Jezus hadden we toch wel verwacht dat hij meteen zindelijk was.

2016-01-10 13.21.12(zelf gefotografeerd…)

Vanochtend heb ik al mijn tijd verdaan met door het Rijks wandelen. Ik heb de middeleeuwen (tot aan Pieter Aertsen) inmiddels gehad. Ik moet nog een verdieping of vier. In de Volkskrant van vandaag staat ook nog dat ik eindeloos kunt inzoomen op de nachtwacht. Zo ver, dat je de penseelstreken op de neus van Frans Banninck Cocq kunt zien. Heb ik nog niet gedaan. Ga ik zo nog even doen.

(Wandel ze!)

Wat doet Google mij aan?