Herfst

Vandaag was ik in onze moestuin. Een vermoeide moestuin. Een echte herfsttuin. Veel is geoogst en op de leeggekomen plekken zijn kleine polletjes gras gaan groeien. Ook het kweekgras doet het toch nog goed. De bietjes en de wortelen die er stonden liggen, van de grootste kluiten ontdaan, in de koelkast en wachten op het gerecht waarin ze verwerkt gaan worden. Maar ook het veldje pompoenen en courgettes is klaar met het seizoen. De laatste courgette en pompoen hebben we er vandaag afgehaald. De bladeren van de planten zijn aan het verkleuren. Gewoon afgelopen. Toch is het nog niet afgelopen met alles. De boerenkool staat er fantastisch bij; nog nooit zulke mooie boerenkool gehad. Ook de preitjes lijken dikker te worden en de andijvie schiet ook op. Maar of de andijvie ook nog eetbaar wordt…dat is afwachten. Zelfs kiemplantjes nog in onze tuin; twee weken geleden hebben we winterpostelein gezaaid. Drie mooie rijtjes. Ben benieuwd hoe dat gaat aflopen. Als we de andijvie geoogst hebben, zetten we ons minikasje over de plantjes heen en gaan we kijken of ze oogstbaar worden. Ik maak me zorgen of we ze niet net te laat gezaaid hebben.

Voor het volgende seizoen hebben we 100% meer moestuin genomen. In totaal 100 vierkante meter. Dat lijkt niet veel, maar dat is het wel! Vooral tegen het spitten zie ik behoorlijk op. Of…zal ik niet gaan spitten. Toch meer richting permacultuur schuiven. Dat moet natuurlijk niet uit luiheid gebeuren; ik moet er dan ook echt in geloven! Op naar het eetbare bos. Zorgen dat je de structuur van de grond niet aantast met je gespit. Het oogsten van wortelgewassen verstoort de grond al voldoende. Dan gaan we meerjarige planten kweken! Linder van der Heerik hield een interessante lezing over permacultuur. Eenjarige planten werden in zekere zin toch wel vergeleken of zelfs gelijkgesteld aan pioniersplanten; planten die gaan groeien op de lege aarde. Dat vinden ze niet goed bij permacultuur. Helaas is het zo dat de meeste groentes eenjarige planten zijn. Natuurlijk ga ik eeuwig moes in mijn tuin proberen te zetten. Heb ik in ieder geval één eetbare vaste plant. Artisjok blijft ook langer dan een jaar. Maar dat is nou weer geen echte groente, vind ik. Moeilijk. Ik ben er nog niet uit.

De nieuw opgekomen graspolletjes ga ik met mijn schoffel te lijf. De aarde is ingeklonken en nat. De schoffel snijdt plakje van de aarde. Dat pleit weer voor spitten. Spitten zorgt ervoor dat de ingeklonken grond weer kan ademen; dat er weer lucht in wordt gebracht. Je zorgt er meteen voor dat de compost ondergespit wordt. Dat zou het beste zijn voor compost. Dat stimuleert weer het ondergrondse leven.

Over het bovengrondse leven heb ik nagedacht. Van één bovengronds diertje hebben we erge last. Onze mooie koolveldje heeft erg geleden onder slakken. Wat te doen met slakken. Je kan ze rapen, maar dat kost erg veel tijd, je vangt erg veel slakken, maar dat kan haast niet op tegen de slakken die je niet raapt. Ga ik dan toch overstag en ga ik biologische slakkenkorrels gebruiken?

Gelukkig heb ik nog een hele winter om daar over na te denken.

De Stille Kracht – Toneelgroep Amsterdam.

Gezien op 10 oktober 2015

Regie: Ivo van Hove

Louis Couperus verbleef tussen 1898 en 1900 bij zijn zuster Trudy in Indonesië en schreef daar zijn roman ‘De Stille Kracht’. Een roman die veel zou gaan betekenen in de Nederlandse cultuur geschiedenis. De bewerking tot televisieserie in 1974 is befaamd. Zonder dat ik precies heb onthouden hoe het verhaal liep, is de sfeer van allesoverheersende lamlendigheid mij heel erg bij gebleven. De geluiden van knerpende sprinkhanen, en het klateren van de regen. Ook natuurlijk die beeldschone en uitdagende Pleuni Touw die zichzelf als Leonie onsterfelijk maakte. Wie herinnert zich de bad scène niet…Ik in ieder geval wel. De televisieserie maakte veel los. Ik kan me herinneren dat hij overal werd besproken.

Toneelgroep Amsterdam heeft het aangedurfd om Couperus’ boek opnieuw ter hand te nemen en er een toneelbewerking van te maken. Dit heeft geleid tot een gelaagde, mooie voorstelling. Ik heb een geslaagde avond gehad en ben behoorlijk onder de indruk. Het verhaal, maar vooral de uitwerking, zorgen ervoor dat je er nog lang over blijft doordenken; dat je de laagjes die aangestipt worden, of die uitgewerkt zijn, overdenkt. Dat je verder fantaseert en dat je oplossingen bedenkt voor de problemen die voor het voetlicht komen. Zo hoort een goede voorstelling te zijn, vind ik; je moet ermee verder kunnen.

Resident Van Oudijck woont met zoon Theo en dochter Doddy (beiden uit een vorig huwelijk) en zijn nieuwe vrouw Leonie samen. Theo heeft een geheime verhouding met Leonie. Leonie doet het ook met Addy, degene waar haar stiefdochter verliefd op is.

De broer van de Indische vorst heeft het geld, bestemd voor de lonen van de inlandse hoofden, vergokt en opgezopen. Van Oudijck meent als maatregel, de Indische vorst uit zijn ambt te moeten zetten. Als gevolg hiervan wordt het gezin Van Oudijck weggepest door de inlandse bevolking. Ze gebruiken daar vooral bangmakerij voor.

Het verhaal gaat erover dat een machthebber die denkt dat hij een krachtige maatregel moet nemen omdat een ander, in zijn ogen, niet goed functioneert en dat gecorrigeerd moet worden. Deze maatregel pakt verkeerd uit en hoewel hij mogelijkheden krijgt om alles te herstellen, doet hij het niet omdat dat zijn machtspositie zou aantasten en het hem gezichtsverlies zou opleveren. Het gevolg hiervan is, dat hij niet alleen zijn macht verliest, maar ook al het andere dat hij had. Gijs Scholten van Aschat zet resident Van Oudijck erg overtuigend neer. Van Oudijck is een man die graag over alles regeert en graag de macht in handen heeft. Maar macht, hoezeer ook afgedwongen, is een spel tussen machtige en overheerste. Je moet een pact aangaan en dat doet Van Oudijck niet. Deze halsstarrige maar ziende blinde man wordt fantastisch gespeeld en je zou hem graag, tijdens de voorstelling, willen adviseren.

Het verhaal laat ons ook zien dat mensen zich moeten kunnen ontplooien. Vrouwen functioneren op dit moment gelijkwaardig aan de man; ze hebben dezelfde banen, verdienen hetzelfde, bepalen zelf met wie ze al of niet het bed delen en daar zijn we blij mee. Vroeger was dat anders: Kijk maar naar de Stille Kracht. Ja, daarvoor dient toneel ook: Moraliseren. Leonie; ze heeft niet veel meer om handen dan wat mannen waarmee ze speelt. Alles in het geniep. Halina Reijn zet een mooie Leonie neer die niet genoeg heeft aan haar rol als ‘de vrouw van’. Ze gebruikt haar vrouwelijkheid om ‘iets’ te zijn in de wereld.

Maria Kraakman als de vrouw van de assistent-resident Eva Eldersma, heeft mij diep getroffen. Ze speelt heel naturel de vrouw die ziet hoe haar leven zonder betekenis voorbij gaat; ze lijkt het niet te spelen. Eva Eldersma kijkt naar haar nutteloze leven maar kan er niets aan veranderen. Ze wil cultuur, ze wil studeren, iets doen, nuttig zijn. Haar mogelijkheden in Indië zijn te weinig om voor te kunnen leven; muziek van Wagner op een door de kakkerlakken aangevreten piano. Een prachtig beeld.

Maria Kraakman is geroemd en gelouterd, las ik en speelt veel in films (die ik nog niet gezien heb). Terecht die prijzen want ze is groots!

De andere acteurs en actrices zette hun rol goed neer: Gaite Jansen als het huppeltje Doddy die in de val van het huwelijk trapt, Dewi Reijs als de gedienstige Oerip; was gewoon erg goed allemaal.

De achtergrond muziek van Harry de Wit daar ben ik erg over te spreken. Het geluid van klankschalen, Indonesische gamelan instrumenten, zweepjes, knallers, geluidsdingen en wat je maar verzinnen kon droeg bij aan het verhaal en de sfeer. Goed gevonden!

Regen en nattigheid, dat straalde het decor uit. Maar ook groot en leeg. Was een behoorlijk waterig en stomerig toneelbeeld. Kunstig opgelost. Het water en de stoom heb ik goed gevoeld op rij 4.

Dan nu natuurlijk de hamvraag: Dé scene. Hoe was dé scene.

Waarom is dé scene, dé scene? In een tijd dat bloot op de televisie niet alledaags was, speelde Pleuni Touw de rol van Leonie in de Stille Kracht uit 1974. Ze gaat zich wassen. Niet onder de douche, maar op z’n Indonesisch; ze schept kommetjes water over zich heen. Dat doet ze in een kleine kale ruimte. Blote borsten. Erg fraai gevormde blote borsten. Eigenlijk was dat wat ik toen vooral zag. Plotseling een grijze streep op dat fantastische lichaam (we hadden nog geen kleurentelevisie). Pleuni Touw schrikt en veegt het weg (het is een straal uitgespuwde sirih, pruimtabak sap). Maar dan…nog zo’n streep (Pleuni veegt het weg), en nog één. De ene streep volgt de andere en ze kan de klodders niet meer wegvegen. Ze raakt in paniek en ze holt huilend en gillend naar buiten. ‘Ik ben naakt, ik ben naakt!’ roept ze. Maar dat wisten wij als kijkertjes al lang. Met rode oortjes constateerden we dat ze schaamhaar had, die Pleuni Touw! Wie die stralen sirih op dat lichaam mikte, geen idee.

Dezelfde scene was er gisteren ook. Hoewel Halina Reijn veel bloter was dan Pleuni Touw destijds en de tekst eigenlijk wel hetzelfde was, maakte dat niet veel indruk. Het had zeker niet de impact van de blote borsten van Pleuni Touw.

Speelde Hans Dagelet in 1974, in de 2015 versie wordt deze rol gespeeld door zijn zoon Mingus.

Echt een aanrader deze voorstelling!