Tagarchief: fotografie

Ode aan Rineke Dijkstra in het Stedelijk Museum

Gezien op 12 juni 2017

Zes kinderen kijken naar een schilderij van Picasso – de huilende vrouw – en vertellen aan elkaar wat ze zien en denken. Drie schermen hangen naast elkaar. Het beeld op de schermen overlapt elkaar. Lagereschoolkinderen zijn het. Engelse kinderen van zo’n jaar of twaalf. Sommige kinderen tonen wat ouder dan andere kinderen. Hun schooluniform maakt ze nog Britser dan ze al zijn. Hele gewone kinderen van een hele gewone school met de klas op bezoek in het museum. De kinderen zijn haarscherp tegen een witte achtergrond in beeld gebracht. Met z’n zessen analyseren ze het schilderij dat voor hen hangt.  Intensief bestuderen ze het. Vanuit de observatie (kleurig en tranen) beginnen ze te associëren.  Langzaam zwenkt de camera. Terwijl de kinderen tot het uiterste gaan, wordt vanuit het beeld het innerlijk van de kinderen zichtbaar. Het is de eerste opstelling als je de tentoonstelling ‘Ode aan Rineke Dijkstra’ oploopt.

Ik had nog nooit videowerk van Dijkstra gezien en maakte op deze tentoonstelling kennis met dit deel van haar werk. Het doet eigenlijk niet onder voor haar foto’s en is er ook geheel mee in lijn. Jonge mensen die een weg zoeken in het bestaan. Die leren hoe de wereld in elkaar zit. Die leren omgaan met stress. Die leren om zichzelf te overwinnen. Een fantastisch voorbeeld daarvan is een video van het balletmeisje Marianna dat toelatingsexamen wil doen voor de balletacademie van Sint Petersburg:

Roze is wat overheerst. De muren en de vloer. Tegen de muren slordige leidingen die het suikerzoete roze een wat aards aanzien geven. Een spiegelwand. Een spichtig meisje in balletkostuum komt op. Marianna. Helderblauwe ogen. Ietsje te grote tanden in een nog niet in evenwicht gegroeid knap gezichtje. Een lange vlecht huppelt achter haar aan. Een roze jurkje en een dun en lang lijf: een lange dunne nek, lange dunne armen en benen. Een innemende glimlach. Dan begint haar dans.  De muziek lijkt een beetje op Tsjaikovski’s Suikerfee uit de notenkrakersuite, maar ik twijfel. Ik herken de muziek toch niet helemaal.  De bewegingen lijken zo volwassen maar ze is nog kind. Dan de volgende dans. Een volksmelodieën, daar lijkt het het meest op. Met moeilijke balletpassen. Passen die somtijds tegen de ritmiek van de muziek ingaan maar er wonderwel in passen. Een glimlach van oor tot oor is onderdeel van de dans. Maar de lerares die buiten beeld staat is niet tevreden. Overnieuw. De glimlach is wat minder maar als het danseresje in de houding staat om de dans te hervatten komt de glimlach terug. Je hoort de lerares meetellen. Fout. Glimlach weg van het knappe gezichtje. Overnieuw. Glimlach terug. Daar begint ze weer. Langzaam schijnt door dat beeld van het zo lichtvoetig danseresje de ploeterende pre-puber heen. Zwoegend om te voldoen aan de eisen die anderen haar opleggen, maar die ze ook zichzelf oplegt. De camera registreert dit hele proces. Zo verschrikkelijk mooi.

Buiten het zaaltje met de balletfilm ook nog een foto van Marianna samen met haar oudere zus Sasha. Rineke Dijkstra zet hen neer in een klassiek interieur (hun eigen huis?) Zo’n fantastische compositie zie je zelden. Kijk naar de lijnen van de benen; hoe krijg je het voor elkaar om de meiden zo ontspannen te fotograferen terwijl het beeld zo overduidelijk geregisseerd is? Ik vind deze foto een meesterwerk.

Marianna en Sasha

Verder op de tentoonstelling werk dat ik al kende. De ontwikkeling van Olivier. Van naïef jochie van zeventien tot onverschrokken ijzervreter in het vreemdelingenlegioen. De net bevallen vrouwen. Ik had en heb moeite om naar die foto’s te kijken; ze zijn zo intiem dat ik me een voyeur voel. De stierenvechter met het bloed van de stier nog druipend van zijn neus. De meisjes in uitgaanstenue die vol verwachting de avond in gaan. Mooi, mooi en nog eens mooi.

Een terechte ode aan Rineke Dijkstra; een ode aan een groot kunstenaar!

Ed van der Elsken; De verliefde camera – In het Stedelijk Museum Amsterdam

Gezien op 26 februari 2017

Toen ik zo’n jaar of zeventien was, nam mijn vriend Chi een Nikon voor mij mee uit Hongkong. Japanse fototoestellen waren daar aanmerkelijk goedkoper dan hier. Zo kwam ik aan mijn eerste spiegelreflexcamera. Ik was er enorm trots op. Samen trokken Chi en ik erop uit om foto’s te gaan schieten. Gewoon op straat. Midden in de stad, in het Vondelpark het Oosterpark, het maakte niet uit. Als je maar goed keek en op het juiste moment afdrukte dan had je de ideale foto. Meer was het niet. Ik zelf was niet zo heel erg ambitieus. Natuurlijk wilde ik mooie en leuke foto’s maken, maar echte ambitie om het in de fotografie te gaan maken, had ik niet. Ik vond het leuk om naar beeldende kunst te kijken, maar dat was ook alles. Ik zag mezelf niet als een talentvol fotograaf. Dat was anders met mijn vriend Chi. Zijn ambities waren groot. Hij fotografeerde ook veel meer dan ik. Heel veel meer.

Wat mij overviel als ik met mijn camera over straat liep, was dat ik het helemaal niet zo makkelijk vond om mijn camera op iemand te richten. Ik vroeg me af wat ze ervan zouden vinden en omdat ik zelf helemaal niet en nergens op de foto wilde, kon ik me dat van een ander ook goed voorstellen. Daarom hield ik het bij objecten. Dat was best een beetje saai. Keek je in mijn hart dat wilde ik mooie meiden vastleggen, maar dat deed ik dus niet. Chi had er aanmerkelijk minder moeite mee. Hij kreeg zelfs meiden zover dat ze voor hem kwamen poseren. Aangekleed. Dat wel. Soms een beetje doorzichtig. En altijd in gezelschap van een vriendin.

Favoriete fotograaf in die dagen was Ed van der Elsken. Chi en ik zeiden tegen elkaar dat we eigenlijk tien jaar te laat geboren waren. In de jaren zestig gebeurde het. Ed van der Elsken zagen we als een typische adept van de jaren zestig. Vrij in alles wat hij deed. Hij maakte wereldreis na wereldreis en iedereen was gek op zijn foto’s. En ook wij zagen die kwaliteit. Maar aan de andere kant leek het ook allemaal zo gewoon. Drie meisjes die de straat overstaken in minirok. Twee meisjes en een madame gefotografeerd in Parijs. Zo terloops. Zo toevallig, leek het. Maar kortgeleden is Van der Elskens fotoarchief geconserveerd en gerestaureerd. De Volkskrant kon beroemde foto’s reconstrueren. Hele filmrollen kwamen beschikbaar waarop ook de foto’s stonden die uiteindelijk in één van zijn boeken terecht waren gekomen. Op die filmrol meerdere foto’s van bijvoorbeeld de twee meisjes met de madame. Ed van der Elsken cirkelde rond de vrouwen en knipte en knipte net zolang totdat hij de ideale plaat had. Niks toeval. Zoeken naar het ideale plaatje, dat deed hij. Weliswaar waren de mensen op het plaatje daar toevallig, maar Van der Elsken zocht net zolang totdat hij de goede hoek en de juiste compositie had. Fantastisch om te zien en jammer dat de Volkskrant er niet mee doorgegaan is.

In het Stedelijk museum een overzichtstentoonstelling van deze bijzondere fotograaf. Dat heeft ervoor gezorgd dat het ineens ongekend druk is in het Stedelijk. Ik dacht dat alles zich concentreerde rond Jordan Wolfson, maar dat bleek echt niet zo te zijn. Iedereen komt voor Van der Elsken en terecht. Zelden zoveel werken van één kunstenaar op een plek zien hangen en elke foto is van een ongelofelijke kwaliteit. Naast de foto’s ook veel projecties van zijn films. Want hij maakte ook eigenzinnige documentaires die later tot de canon zijn gaan behoren van de Nederlandse cultuur. Neem bijvoorbeeld de film die hij maakte over Karel Appel. Die film waarin Appel het laatste krediet verspeelde bij het klootjesvolk. Waar hij verlekkerd zijn penseel roert in de dikke natte verf die hij juist daarvoor tegen het doek gesmeten heeft. Niemand kan dat zo goed in beeld brengen als Ed van der Elsken.

Ed van der Elsken wist niet alleen de ideale plaatjes te schieten, hij legde ook de tijdgeest vast. De jaren vijftig in Parijs. In dé stad van het licht. Waar elke kunstenaar naartoe trok. Daar maakte hij zijn eerste boek dat hem beroemd zou maken: Een liefdesgeschiedenis in Saint-Germain-des-Prés. Best sombere maar ook heerlijk mooie en verliefde foto’s. Natuurlijk in zwart-wit. Vali Myers is de hoofdpersoon. Met diep zwart omrande ogen. Jong en verleidelijk. Slechts één foto in kleur en dat had hij beter niet kunnen doen. Ook in die Parijse jaren een foto van een jong balletdanseresje. Later werd ze beroemd als Brigitte Bardot. Toen was ze nog een gewoon meisje in een achterstandswijk van Parijs.

Ed van der Elsken hield van jonge mensen. Van mooie meisjes en tegendraadse jongeren. Ook mijn tijd komt langs. De tijd toen ik samen met Chi door de stad liep met onze fotocamera’s in de aanslag. Ook die tijd heeft Van der Elsken gefotografeerd. Ook gefilmd trouwens. Gek genoeg herken ik meteen mijn generatie jongeren. Ik raak ervan ontroerd. Zo dicht zit hij de jongeren van toen op de huid dat het herkenbare mensen worden. Abstracties van herkenbare mensen. Punkers. Mensen met een sterke doodswens hoewel ze dat zelf niet in de gaten hebben. En mooie meisjes. Jongens wat waren de meisjes toen verleidelijk. Van der Elsken weet dat gevoel van toen makkelijk weer op te roepen.

Na Van der Elsken nog even naar Jordan Wolfson geweest. Even over de tentoonstelling rondgelopen. De verleidelijke maar enge hightech dames kreeg ik niet te zien; daar schijn je je weken van tevoren voor te moeten inschrijven. Wel wat ander werk. Wel aardig, maar toch behoorlijk in de schaduw van één van onze grootste fotografen: Ed van der Elsken. Een heerlijke tentoonstelling en ben je een beetje vroeg, dan valt de rij wel mee. Ik kon gewoon doorlopen…zoals ik gewend was in het Stedelijk Museum.