Geschilderde voorgevels…

Als wij het als jongetjes vroeger hadden over iemand met een flinke voorgevel, dan spraken we niet over iemands neus. Sterker nog, de helft van de bevolking had geeneens een voorgevel. Een voorgevel is een vrouwending. Een vrouwending waar wij jongens nogal van onder de indruk waren. Borsten. We mochten ernaar kijken, naar de voorgevel van ons buurmeisje, maar er aankomen… Nee, dat deed je niet. Ik durfde het in ieder geval niet want ons buurmeisje was nogal bazig en kattig; we hadden behoorlijk ontzag voor haar.

Vandaag schrijft Stefan Kuiper een stukje over ‘De Voorgevel’ in de Volkskrant. Boven het artikel foto’s van geschilderde mensengezichten maar weinig tiet. Het blijkt dat wij het woord ‘voorgevel’ verkeerd gebruikte. Het heeft helemaal niets met tieten te maken, maar met neuzen. Het woordenboek is er duidelijk over. Kuiper geeft een soort van lofzang op de neus in het Rijksmuseum. Vooral de neus geschilderd door Rembrandt. Daar is inderdaad wel wat over te zeggen. Want in het Rijksmuseum is een nieuwe neus gearriveerd; de neus van Oopjen. Ik ben dit weekend naar het Rijks geweest en heb haar nu in het ‘echt’ mogen bekijken.

Inderdaad, Oopjen heeft een opmerkelijke neus. Kuiper schrijft alsof hij in dialoog is met diverse neuzen. De neus van Oopjen klaagt dat men te ver staat om haar gezicht goed te kunnen zien. Kuiper antwoord haar neus, dat hem dat in haar geval onmogelijk lijkt, want dan zou je in het Vondelpark moeten staan. Oopjens neus is enorm. En lelijk. Arme Oopjen. Onwillekeurig moet ik denken aan de brief die de vader van Jan Veth aan zijn zoon schreef over het portret van zijn drie zusters (die ook in het Rijks hangt). De gelijkenis is verbluffend…Jammer, het had wel wat minder gemogen. En inderdaad als je zijn drie zussen ziet dan zijn het nou niet direct gezellige dames om te zien; strenge, jong oud geworden muurbloempjes.

Maar dat is Oopjen niet. Oopjen heeft een lelijk gezicht, maar is (was) een gelukkige vrouw. Met haar enorme gok staat ze trots te wezen op haar rijkdom, haar juist verworven huwelijksgeluk, en haar vooruitzicht op de geboorte van haar kind. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat Rembrandt haar vooral als zwangere vrouw geschilderd heeft. Haar buik. Maar ook haar gezicht. Gelukkig en stralend, maar ook bleek en met roodomrande ogen; alsof ze net haar ontbijt heeft uitgebraakt.

Rembrandt was vooral een eerlijke schilder, denk ik. Hij schilderde wat hij zag. Oopjen had nou eenmaal die…voorgevel.

Over Rembrandt en voorgevels gesproken. In het Louvre ontmoette ik een Rembrandt waarop hij ook de nodige aandacht had besteed aan de voorgevel in de betekenis die ik ken. Het bad van Batseba. Geheel alleen in het zaaltje heb ik haar lang bewonderd. Wat ook hier opvalt is Rembrandts eerlijkheid. Het allerliefste gezicht boven een niet al te fraai lichaam. Ze heeft te kleine borsten, een te bol buikje en te brede heupen. Niet echt een vrouw die je hormonen in beroering brengt…maar wat een lief gezicht; het moet een vrouw zijn geweest waar Rembrandt eindeloos veel van gehouden heeft…

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code