Tag archieven: vioolconcert

De ‘tragische’ dood van Moessorgsky

Gezien en gehoord op 21 september 2026 in het Concertgebouw in Amsterdam

Dankzij het programmaboekje van het Nederlands Philharmonisch Orkest weet ik dat mijn pa een ‘tragische dood’ gestorven is. Dacht ik eerst nog dat hij zich nogal platvloers doodgezopen had, nu weet ik dat het een ‘tragische dood’ was. Want de Russische componist Modest Moessorgsky was in 1881 zo’n zelfde dood gestorven. Weliswaar wat eerder in zijn leven – de man was net de veertig gepasseerd – maar gelukkig had hij wat meer gepresteerd dan mijn pa. Naast al dat zuipen componeerde hij nog tal van stukken. Opera’s bijvoorbeeld, maar dus ook Schilderijen van een tentoonstelling, dat gisteren werd uitgevoerd in het arrangement van Maurice Ravel. Ik denk dat de tragiek van zijn dood niet zozeer hemzelf trof, maar meer de wereld; want wat had hij met een langer leven nog veel mooie muziek kunnen schenken.

Maar het concert begon niet met Moessorgsky. Het begon met Wagner: het Voorspel van Parsifal, één van Wagners opera’s waar ik zoveel herinneringen aan heb en die ik zo verschrikkelijk goed ken. Als je muziek zo goed kent, bestaat het gevaar dat je verwachtingen te extreem zijn: legt hij wel de juiste nadruk op die klank, brengt hij die frase wel zo subtiel als bedoeld? Maar in het geval van gisterenavond, onder leiding van de Britse dirigent Adam Hickox, voldeed de uitvoering aan alles en maakte hij mijn verwachtingen volledig waar. Deze opera van Wagner geeft een haast spiritueel-religieuze beleving, en dat heeft Wagner ook zo bedoeld. In mijn ogen is het de bedoeling dat je de opera meer ondergaat dan dat je iets op het toneel ziet gebeuren, want daar gebeurt niet veel. Het Voorspel raakt alle aspecten van de opera en laat alle melodieën in een zeldzaam harmonieus geheel aan je voorbijtrekken. Er zijn in de muziekgeschiedenis ook weinig ouvertures, Vorspiele, Voorspelen of Introductions bij opera’s geschreven die zo lang duren en zo’n op zichzelf staand stuk muziek vormen. In het Concertgebouw, met haar fabelachtige akoestiek, dit orkest en deze dirigent, was het een ware belevenis. De vele voorstellingen die ik gehoord heb, waren allemaal in operahuizen, en daar zijn de akoestiek en het orkest (meestal) toch wel wat minder. Deze uitvoering bracht je echt in hogere sferen. Hoewel… toen de laatste klanken van het Voorspel in het Concertgebouw wegvloeiden, zag ik voor mijn geestesoog het gordijn opengaan, hoorde ik de klanken van het ‘Hé! Ho! Waldhüter ihr’ en zag ik de grote, stoere maar ook wijze graalridder Gürnemanz. Maar dat laatste gebeurde natuurlijk niet in het Concertgebouw.

Wat volgde was het vioolconcert van Jean Sibelius. Solist was de Amerikaanse Clara-Jumi Kang. Een mooi en zeer virtuoos concert dat heel beroemd is, maar dat ik niet zo heel goed kende. Ik moet bekennen dat ik – net als de Oostenrijkse keizer Jozef in de film Amadeus over Die Entführung aus dem Serail – vond dat er ‘too many notes’ klonken; ik raakte af en toe het pad kwijt, hoewel ik me ook in grote delen kon laten meeslepen door de muziek en het fantastische spel van de violiste. Ze gaf ook een toegift, en die vond ik buitengewoon ontroerend. Ik denk, en weet vrij zeker, dat ze een stuk uit één van de partita’s van Johann Sebastian Bach speelde, maar helemaal zeker weet ik het niet. Maar het klonk buitengewoon.

Na de pauze dus Schilderijen van een tentoonstelling van de zo tragisch gestorven Modest Moessorgsky, die in een vat wodka verzoop of het vat wodka opzoop… ach, wat zal het ook; de man componeerde prachtige muziek. En ik weet wel dat dit op het conto van Maurice Ravel komt omdat hij de instrumentatie heeft gemaakt, maar met de mooiste tubasolo die ik ooit gehoord heb. Ik kende dat instrument vooral als scheetkussen, maar hier was het zo melodieus en fijnzinnig. Erg mooi.

Ondanks dat ik genoten heb van de muziek en een heerlijke avond heb gehad, vind ik het praatje van de dirigent vooraf volslagen overbodig en eigenlijk ongewenst. Een toelichting op de muziek staat in het (gratis) programmaboekje, en wil je nog meer verdieping dan is er een speciale podcast gemaakt en kun je ook nog naar een voorbespreking. Ik vind zo’n praatje – hoewel ik het gisteren voor het eerst goed kon volgen – echt overbodig, maar misschien ben ik ouderwets. Ik zie het liefst de dirigent de trap aflopen, de concertmeester een hand geven, een kleine bescheiden buiging maken naar het publiek, zich omdraaien en dan… muziek.