Ik vind het een beetje karig om de debuutroman ‘De rest is naakt’ van Emma Zuiderveen af te doen als een roman die gaat over een pornoverslaafde vrouw; daarvoor is de roman te goed. Deze roman is geen one-issue roman. Integendeel, de roman vertelt het verhaal van een jonge vrouw die nu leeft met alle problemen van nu, en opgevoed is door een generatie met bepaalde opvattingen en ideeën die het leven van de hoofdpersoon enorm beïnvloeden. Ik vind de roman dicht liggen bij de vorige roman die ik op deze deze site besprak; ‘Onderworpen’ van Michel Houellebecq. Geen gepest en gesar zoals Houellebecq doet, en ook een heel ander verhaal, maar de kern van de twee boeken raken elkaar. Ik kom hier later op terug. Eerst het romandebuut van Emma Zuiderveen.
Hoofdpersoon in het verhaal is So. Ze is ietsje de dertig gepasseerd en heeft moeite haar weg in het leven te vinden. Ze werkt bij een callcenter. Dat vindt ze niet ideaal, maar het kan. Duidelijk wordt wel dat ze veel meer in haar mars heeft en dat ze dat zichzelf ook realiseert. Met haar collega Maysa kan ze het bijzonder goed vinden. Wat betreft haar seksuele geaardheid kan ze maar moeilijk kiezen daarom definieert ze zichzelf als bi-seksueel. So is opgegroeid in een woongroep. Haar vader en moeder zijn kunstenaar en gaan volledig voor hun kunst, maar vooral voor zichzelf. Moeder maakt creaties, opstellingen, die doorgaans een seksuele connotatie hebben en waarin So regelmatig figureert en poseert. Ze voelt hier zich helemaal niet senang bij. Vader lijkt nauwelijks talent te hebben, tenminste zo voelt het als de auteur hem beschrijft. Hij maakt eindeloos doeken waarin hij de lucht weergeeft en die eigenlijk nergens naar lijken. Ondertussen heeft haar vader ontdekt dat hij homoseksueel is en heeft hij een relatie met Joab. Ze wonen voor een deel van de tijd in haar vaders atelier in de woongroep en voor een ander deel in het riante huis van Joab in Groningen. Om inspiratie op te doen gaan beide ouders ongeveer om en om een tijd op retraite. So interesseert zich in onooglijke dieren als slakken. In de woongroep heeft So een speciale band met fotografe Karen. Door de lens van haar fototoestel lijkt ze de schoonheid van So te zien. So voelt zich in alles verbonden met Karen en haar zoon Elias. Karen heeft ook een ex die de vader van Elias is, maar zijn rol is vaag en negatief hoewel dat niet expliciet benoemd wordt. Misbruikt hij So op een keer? Je weet het niet, maar je vermoedt het wel. Langzamerhand gaat het mis met Karen. Ze heeft een psychiatrische aandoening die haar langzaam van So en zoon Elias laat wegdrijven. In haar pubertijd experimenteert ze met on-line seks. Ze lijkt in die periode vooral op mannen te vallen.
In het ‘nu’ date ze vooral met vrouwen. Zo ontmoet ze lerares Lucia. Ze heeft een paar fijne geile en liefdevolle dagen met haar, maar daarna gaat het mis en maakt Lucia het uit. So vindt dat verschrikkelijk. Ze lijdt er enorm onder en voelt zich wanhopig en eenzaam. Om de eenzaamheid te verdragen, troost ze zichzelf met porno en vingeren. Maysa die haar nog enigszins boven water houdt, vervreemd ze van zich. Als Elias zelfmoord pleegt, is So d’r isolatie en eenzaamheid compleet. Maysa negeert ze en ze vertrekt naar een klein plaatsje in Wales waar ze haar intrek neemt in een shabby hotel. Met porno en zelfbevrediging komt ze de tijd door.
Dit boek gaat over eenzaamheid en wanhoop en zet zich af tegen ouders van de ik-ik-ik-generatie, de babyboomers, de hippies van de jaren ’60 en ‘70. Haar pornoverslaving, zie ik nauwelijks als verslaving maar een manier om zichzelf te troosten. Haar liefdesverdriet en het verdriet om de zelfmoord van Elias worden voelbaar gemaakt door de auteur terwijl de porno en het vingeren nauwelijks tot de verbeelding spreekt. En daar komen we bij Houellebecq. Zijn roman gaat net als deze roman over een onmogelijke generatie ouders die zich ten koste van hun kinderen moeten ‘ontwikkelen’; die vrij willen zijn van alles wat het ouderschap met zich meebrengt. Babyboomers kortom, compleet verwend door de aardgasbaten (in Nederland). Ze leefden in de welvaartsstaat, werden van de wieg tot het graf verzorgt maar leverden hun kinderen uit aan griezels als Bhagwan. So d’r ouders laten haar volkomen links liggen en bemoeien zich hoogstens met haar als ze haar kunnen gebruiken voor ‘hun ontwikkeling’. Ziedaar de overeenkomst met François in ‘Onderworpen’. Net als Houellebecq’s hoofdpersoon is So wanhopig van eenzaamheid; is ze niet in staat om een gezin te vormen en is haar seksleven betekenisloos en uitsluitend gericht op eigen bevrediging. Emma Zuiderveen pest ons niet en tovert geen onwerkelijke realiteit in haar roman zoals Houellebecq doet, maar in mijn ogen zijn de grondthema’s in beide romans gelijk.
De roman is goed geschreven en ik heb hem met veel plezier gelezen en hij heeft me zeker tot nadenken gestemd terwijl het me een dieper inzicht heeft gegeven in de roman van Houellebecq zodat ik over zijn gepest en zijn gesar heen kon kijken.