Tagarchief: overspannen

Stagnatie!

Ik had me zo voorgenomen om in rap tempo de shortlist voor de Librisliteratuurprijs te lezen en het leek erg gladjes te gaan. Ik had er zelfs wel kans op dat ik het hele lijstje gelezen had, voordat de uitreiking van de prijs zou plaatsvinden. Dat ik dus voor mezelf een oordeel kan vellen voordat de ‘echte’ prijswinnaar bekend wordt gemaakt. Maar helaas, ik heb stagnatie. Dat komt door mijn vergaande somberheid. Dat combineert slecht met de roman van Jeroen Brouwers. Ik lees tegen de klippen op, maar dat boek is zo zwart, dat het mijn ziel nog meer verduistert dan hij al was. Ik ben halverwege het boek, maar kan maar een paar bladzijden lezen per keer. Het is een roman zo vergeven van de negativiteit dat ik het het liefste had dichtgeslagen. Maar dat kan ik niet doen want ik ben semiprofessioneel aan het lezen; ik heb mezelf het doel gesteld om, net als de afgelopen paar jaar, de shortlist van begin tot eind te lezen om vervolgens mijn oordeel over de boeken naast de uitslag van de officiële jury te leggen. En dat ga ik ook zeker doen. Maar die ‘Client E. Busken’…, dat valt echt niet mee. Dat terwijl het een relatief dun boekje is. Goed geschreven, ik kan niet anders zeggen, maar zo negatief; alleen maar observaties en elke observatie is negatief. De hoofdpersoon lijkt zo snel als maar mogelijk weg te willen van de wereld.

Op dit moment zou ik ook wel van de wereld af willen; in ieder geval van mijn werk. Het gaat niet goed. Een chronisch zwaar hoofd, een pijnlijk gespannen nek- en schouderspier en sombere en negatieve gedachten. Die gedachten kan ik maar moeilijk corrigeren. Dat ik bijvoorbeeld niets kan; dat ik de schaamte van mijn team ben; dat ik alles te langzaam doen en veel te veel fouten maak. Dat ik alles moet vragen en dat ik de antwoorden nauwelijks onthouden kan. Dat een antwoord op mijn vragen soms uren op zich laten wachten omdat iedereen genoeg van mij en mijn gevraag heeft. Dat ik voortdurend moet zoeken naar woorden om mij goed in het Engels uit te drukken en dat ik het daarom vaak maar laat zitten. Dat ik moet programmeren in een omgeving waar men zich niet aan de basisregels heeft gehouden en dat ik dus stomme oplossingen moet zoeken en vinden waarvan ik weet dat ze instabiel en foutgevoelig zijn. Dat ik eigenlijk helemaal niets anders meer doe dan programmeren. Programmeren heb ik in verband met T-shape weer zo’n beetje opgepakt; maar in dit team blijft er niets anders meer over… Ik ben een brok negativiteit; heb me ziekgemeld en weet niet meer hoe nu verder. Hoe kan het dat van de twaalf beoordelingen die ik tijdens mijn carrière hier in dit bedrijf heb gekregen er drie excellent waren en de anderen gewoon goed? Ik kan me nauwelijks herinneren dat ik ooit goed heb gefunctioneerd. Mijn herinneringen moeten verduisterd zijn… Ik functioneer nu helemaal niet meer en kan alleen maar hopen dat de laatste vier jaar van mijn werkende leven snel om zijn. Pensionering redt mij!

Terug naar die roman van Jeroen Brouwers. Hij heeft een slecht effect op mijn geestesgesteldheid. Nog even doorzetten. Als het echt niet gaat, dan sla ik het tijdelijk dicht en neem ik de roman van Mortier ter hand…Stagnatie; misschien moet ik er allemaal niet zo zwaar aan tillen…ik wou dat ik dat kon!

Winterswijk

Halverwege september vorig jaar was ik overspannen. Ik was perspectief kwijtgeraakt en – ondergedompeld in somberheid – probeerde ik een uitweg te vinden. Gedachten bleven rondcirkelen. Ik zag mezelf als slachtoffer. Mijn zelfbeeld en de werkelijkheid vielen samen; ik was ook slachtoffer. Slachtoffer van mismanagement. Wat ik nauwelijks zag, was dat ik net zo goed ook een geluksvogel was. Ik ben per slot van rekening met het liefste en leukste meisje van de klas getrouwd…om maar eens een voorbeeld te noemen. Maar die kant van mijzelf als geluksvogel, die zag ik even niet. Ik ervaarde vooral een blinde muur die er plotseling stond. Daar was ik tegenaan gelopen.

Ik zocht een uitweg uit de misère en deed enkele verwoede pogingen. Eén daarvan was een hotel zoeken op het platteland. Omringd door een zekere luxe dacht ik met veel fietsen en wandelen mijn hoofd leeg te maken (what ever this may be). Zo kwam ik via een boekingssite in Winterswijk terecht. Een grotere uithoek in Nederland kon ik me haast niet voorstellen. Ik had daar een hotel gevonden. Het zou in een fantastisch fietsgebied liggen. Een fiets kon ik daar huren. Mijn geliefde liet ik thuis want ik wilde de dialoog met mezelf aangaan (pffff).

Zo reed ik naar Winterswijk. Het miezerde. De lucht was even grauw als mijn gemoed. De reis naar Winterswijk is een lange rit. Grimmig dacht ik eraan dat iedereen op z’n werk zat en dat ik lekker op vakantie ging. Al duurde die vakantie dan maar één nacht. Iedereen aan het ploeteren voor zijn baas en ik lekker op de fiets, dacht ik gemeen. Het slechtste kwam, kortom, in mij boven.

Na een lange rit, hobbelde ik de parkeerplaats van het hotel op en kwam tot stilstand. Een grote parkeerplaats waar maar één auto op stond; de mijne. Het hotel zag er desolaat en verlaten uit maar na wat zoeken vond ik toch een ingang. Op slot weliswaar, maar een ingang. Na wat rammelen aan de deur, werd er opengedaan en trad ik een muf ruikende ruimte binnen.

Ik was de enige gast. Kon ik me ook wel voorstellen want van de beloofde luxe kwam weinig terecht zag ik al meteen toen ik op mijn kamer zat. Winterswijk.

Vandaag staat er een interview in de krant met Nel Schellekens. Zij is kok van het restaurant De Gulle Waard in….Winterswijk. Als ik van haar bestaan geweten had, half september, dan had ze mijn verblijf kunnen veraangenamen. Een van kop-tot-kont restaurant. Een restaurant waar ze zich niet beperken tot de haas en de kogel van het dier, maar alle delen bereiden en op tafel zetten. Dat zijn dingen die mij blij maken. Ik hou van de thrill van een rauwe oester in mijn mond en zo’n zelfde thrill zal ik ervaren als ik mijn tanden in een bokkenbal zet. Had ik er toen maar van geweten.

Varkenshart of kalfshersenen of stierenkloten…waarschijnlijk had ik aan S. gedacht als ik een stukje aan mijn vork prikte…mijn vork erin ramde…en het stuk vervolgens met mijn kiezen vermaalde. Tot pulp.