Tag archieven: Oostvaarderplassen

De stiltecoupé

Hoe vaak ga ik nou met de trein? Nou, niet vaak. Theoretisch werk ik in Rotterdam maar woon ik in Amsterdam  en dus heb ik van de baas een ov jaarkaart gekregen. Een gewoon mens zou met zo’n kaart immer in het openbaar vervoer zitten. Kennelijk ben ik niet helemaal gewoon, want ik reis niet veel. Soms ben ik het heus wel van plan, maar ach… naar mijn werk? Sinds corona zijn we thuiswerkers. We hebben het moeten leren, dat thuiswerken; dat ging niet helemaal vanzelf, maar nu we het kunnen (ik het kan), is het ook wel weer heel makkelijk. Om kwart voor negen stap je onder de douche en om negen uur kan je aan het werk.

Maar vandaag is het anders. Mijn geliefde J. is afgereisd naar haar geliefde Noorwegen en komt met de boot weer terug. Die boot gaat maar tot het noordelijkste puntje van ons land. Dat is dus de Eemshaven.  Ik kan mijn liefje toch niet moederziel alleen in de Eemshaven laten staan? En…alleen met de trein dat enorme eind, en dan ook nog zonder korting…hartstikke duur. Daarom ben ik in de trein gestapt naar Groningen. Dan kan zij met samenreiskorting terugreizen. En naar Groningen is het een heel eind, mocht ik vandaag ervaren. Gelukkig gaat er een intercity die slechts op een paar stations stopt. Bovendien lees ik nog steeds mee met de Libris literatuurprijs 2022 en hoewel die prijs al lang uitgereikt is, heb ik de boeken nog niet uit en zo’n lange treinreis is een uitgelezen kans om eindelijk die fantastische roman van Auke Hulst uit te lezen…dacht ik. Aldus wist ik een plekje in de stiltecoupé te vinden waar ik mezelf lekker in de kussens van de treinbank vleide. Ik pakte mijn boek…Ik had zolang niet in een trein gezeten en kijken naar het voorbijflitsende landschap is zeker niet saai. En zo stelde ik het lezen uit.

Stilte en de Oostvaarder plassen. Nu veel leger dan pak ‘m beet vijf jaar geleden, toen de edelherten overal samen dromden. Ik dacht aan alle controversen van toen. Tussen ecologen die de dieren, ten behoeve van diversiteit van de honger wilden laten doodgaan en de mensen die dat niet konden aanzien. En ik dacht aan wat ik ervan vond. En al mijmerend zoefden wij voort.

En toen kwam er een meisje binnen. Een buitengewoon knap kind moet ik zeggen. Grote bos zwarte krullen. Trendy scheuren in d’r broek. Gelakte nagels en met veel zorg opgemaakt gezicht. Dat ze knap was, interesseerde me geen biet. Ze zat nog niet of d’r telefoon ging. En ze pakte, godbetert d’r telefoon op. En ze ging zitten kletsen. In de stiltecoupé… Deze jongen kan daar helemaal niet tegen. Deze jongen wordt daar heel erg boos van. Met woeste blik probeerde ik in haar gezichtsveld te komen. Maar tevergeefs. Ze had haar linkergymp uitgedaan en pulkte aan haar fraai gelakte teennagel. Ze zag mijn boze blik niet. Ze was met andere dingen bezig…met haar teennagels,  met haar klepvriendinnetje. Inmiddels kringelde rook uit mijn oren van boosheid. Dat dreigde goed mis te lopen dus stapte ik uit mezelf en keek vanaf een afstandje naar de zeur opa die ik  ben. Wat had ik er eigenlijk voor last van dat zij met haar vriendinnetje zat te bellen. Ik staarde doelloos naar het landschap, hoefde me niet te concentreren. Lezen deed ik niet. Waar stoorde ik me aan. En even leek het te lukken, maar daar kwam die ongelofelijke oude zeikerd alweer aan. Maar het is de stiltecoupé! Daar mag je juist niet kletsen en al helemaal niet met iemand in je telefoon. En toen waren we in Groningen.  Stap uit en laat het zitten De Klerk. Ga naar buiten en zeur niet. Maar nee, lukte ook niet. Ik ging voor haar staan en wees op STILTE….SILENCE. Wat liet ik me kennen. Met diepe schaamte schrijf ik dit op. Morgen ga ik geliefde J. van de boot halen. Ik ga zeker niet in de stiltecoupé zitten. Dan kan het vervelende kind niet in deze opa naar boven komen, want…daar mag je kletsen…zoveel als je maar wilt, en bellen met je hele godvergeten vriendinnenclub.

Biodiversiteit en de Oostvaardersplassen

Eens in de zoveel tijd gaan Josien en ik ‘ergens’ heen met de trein. Zij heeft een bepaalde kortingskaart waarop ik dan mee-rij-korting krijg als we samen reizen. Zo zijn we een dagje naar Leeuwarden geweest voor die fantastische tentoonstelling over Alma-Tadema. We zijn een dag naar Den Haag geweest om het toen weer net geopende Mauritshuis te bezoeken. Ook het Rotterdamse Boymans-Van Beuningen deden we op die manier aan. We vertrekken dan ’s ochtends vroeg en maken samen echt een leuk dagje door. Op één van die dagjes voerde de trein ons langs of door de Oostvaardersplassen. Ik was daar best benieuwd naar want Josien en ik hadden samen ‘De Nieuwe Wildernis’ gezien; een verhaal dat zich zomaar afspeelt in ons eigen kleine kikkerlandje en dat ons liet zien hoe weelderig en veelzijdig de natuur hier is. Wat ik er verder van wist was dat men daar de natuur haar gang liet gaan en dat er ook grote dieren in de winter van honger stierven. Dat lieten ze trouwens in de film ook goed zien. Het idee erachter sprak mij wel aan; als je aas laat liggen dan komen daar aaseters op af. Dat zou de biodiversiteit kunnen bevorderen. Spreek met mij over biodiversiteit, en ik ben ervoor!

Op één van onze treindagjes, dus, reden we door of langs de Oostvaardersplassen. Opgetogen wees ik Josien op een paar herten. Dat kon ik zomaar uit de trein zien. Ik was helemaal opgewonden; hoe vaak zie je zo’n kudde herten? Ik, in ieder geval, niet vaak. Maar toen we verder de Oostvaardersplassen in-treinde bleek die kudde helemaal niet zo uniek. De ene kudde na de andere. Kuddes grote herten, kleine herten, paarden, koeien. Dat hele terrein liep over van de grote grazers. Dat was niet wat ik me voorstelde van biodiversiteit. Wat ik zag was een wildgroei van maar een paar soorten die hutjemutje bij elkaar stonden. Dat leek dus in helemaal niets op die nieuwe wildernis. In die nieuwe wildernis hebben plant en dier de ruimte, maar hier keek ik naar volgestouwde weilanden. Weliswaar niet met schapen of koeien, maar met herten en paarden. Eerlijk gezegd vond ik het helemaal niets. Ik stelde me bij biodiversiteit iets heel anders voor.

Josien en ik hebben elkaar leren kennen toen we samen werkten aan een grotere diversiteit van plant en dier in onze natuur. Dat deden we door boerenlandschap uit het verleden te beschermen. Heidevelden bijvoorbeeld. Als je niets doet dan verandert heide onherroepelijk in bos. Heide ontstond door begrazing door schapen. De schapen aten de jonge boompjes tussen de heidestruiken uit. Omdat er geen kuddes meer over de heide zwierven werden de boompjes niet opgegeten en veranderde de heide in bos. Op heidevelden vind je allerhande bijzondere dier- en plantensoorten. Om die levende have in Nederland te behouden dienen wij te zorgen voor het openhouden van de heidevelden. Biodiversiteit, dus. In mijn ogen hebben de Oostvaardersplassen nauwelijks iets met biodiversiteit. Wat ik zag was juist het tegenovergestelde. Ik vond het een zielig gezicht.

Wat mij betreft mag 90% van de grote grazers in de Oostvaardersplassen gevangen en geslacht en lekker opgegeten worden. De overgebleven 10% zou in stand en op peil moeten blijven. De natuur, beheerst en beheert haar gang gaan, dat zorgt voor biodiversiteit! Ben ik van overtuigd.