Tagarchief: Mattheus passion

Mattheus Passion – uitgevoerd door het Concertgebouw Kamerorkest en het Toonkunstkoor

Gezien en gehoord op 15 april in het Amsterdamse Concertgebouw

Oké, nu heb ik het wel genoeg keer opgeschreven…laat dus maar. Ja, alles is weer normaal, de lente kan weer gewoon beginnen en ja, de Mattheus wordt overal in het land gespeeld en we zitten weer gezellig hutje mutje naast elkaar. Gisteren bleek dat dat hutje mutje tegen elkaar aanzitten ook zo z’n nadelen heeft. De Mattheus-passion van Bach, met het Toonkunstkoor en het Concertgebouw Kamerorkest onder leiding van Boudewijn Jansen. We hadden plaatsen op de achterste rij. Ja, goedkopere plaatsten, maar wel met heel veel beenruimte en daar was ik op uit want de Mattheus is best lang en dan wil je af en toe wel eens je benen kunnen strekken. Dus zaten we prinsheerlijk op de achterste rij. Maar helaas, naast mij kwam een serpent te zitten. Mijn gereïncarneerde juffrouw Visser was het, derde klas lagere school. Ze haatte me. Alle kinderen van mijn klas haatte ze, maar alle andere kinderen ook. Met die vrouw naast me, werd ik weer dat jochie van toen. Halverwege ‘Blute nur mein liebes Herz’ drong ze me met haar elleboog verder in mijn stoel dan ik kon. Ze vond kennelijk dat ik teveel ruimte in beslag nam en over haar grens heen ging. Dat was zeker niet zo; ik ben wel lekker stevig, maar zo dik ben ik nou ook weer niet en echt breeduit zat ik niet. Een vervelende situatie. Een deel van de Mattheus ging daardoor aardig verloren aan boze gedachten en het tegenhouden van een duiveltje in mij dat een fikse elleboogstoot terug wou geven; zeg maar, de macho in mij. Vervelende situatie waar ik helemaal niet om gevraagd had. Na de pauze wisselde mijn geliefde, en best wel erg slanke, zoon S. graag met mij van plaats. Zeker na de pauze heb ik met volle teugen kunnen genieten!

Voor zover ik het begreep, liggen de instrumenten bij Bach niet zo vast als bij bijvoorbeeld Mozart of Beethoven.  Toch zou het wel heel erg gek zijn als bijvoorbeeld ‘Erbarme dich’ spelen op een hobo, om maar iets te noemen. Wat ik wel vaak zie is dat de gamba door een ander instrument vervangen wordt. Ik heb de twee aria’s met gamba ook gespeeld horen worden door een cello of door een luit. Dat is voor mij een teleurstelling. Ik ben gek op gamba. Een wat zachtere klank dan de cello. Bij deze uitvoering een prima gambist. Alleen de dirigent had wat wonderlijks gedaan in de tenor aria ‘Geduld’; hij dubbelde de gambasolo voor een deel met een fagot. Ik ben misschien een onverbeterlijke purist, maar het hoort niet. Het klonk ook niet goed, vond ik. Later heb ik de aria nog een keer teruggeluisterd bij de Ton Koopman uitvoering, maar nee, geen fagot. Ik heb nog nooit een fagot daar gehoord. Ik kan me dan ook niet voorstellen dat Bach een fagot in de partituur heeft staan. Jammer dat de dirigent deze ‘vondst’ doorvoerde want voor mij werd de aria hierdoor verpest.

Verder heb ik tot ‘Mache dich, mein Herze, rein’ zitten genieten, maar toen was het, zoals in elk jaar en dus elke Mattheus, op. Helemaal op. Maar dan komt er nog een heel lang kwartier muziek. Draaiend van de ene bil op de andere probeer je het dan uit te zingen…valt niet mee. Toch heeft die aria nog een hele tijd in mijn hoofd gezongen want mooi ist’ie wel.

Heerlijk weer een gewone lente…(hou nou maar op!)

Johannes Passion van Bach door Mark Padmore; toch wel een beetje een teleurstelling.

Gezien en gehoord op donderdag 7 april 2022 in het Concertgebouw van Amsterdam.

Geen idee hoeveel jaar geleden het is, maar we hadden dat jaar dure kaartjes gekocht voor de Mattheus Passion in het Concertgebouw. Ton Koopman zou zijn Amsterdam Barock Orchestra dirigeren. Juist in dat jaar werd er door de Raad voor de Kunst een voor ons ongelukkige beslissing genomen en bovendien een vreemd onderzoek gepubliceerd over de Mattheus. Veel toonaangevende uitvoeringen zouden zich naar de resultaten van dat onderzoek voegen. Om bij dat onderzoek te beginnen; men had nog eens goed naar de Thomaskerk in Leipzig gekeken en toen geconcludeerd dat het zonneklaar was dat de originele uitvoering destijds met maar een zeer klein orkest en een minimaal koor plaatsgevonden kon hebben. Omdat velen dat onderzoek serieus namen, werd een zeer kleine uitvoering – voor een tijdje – normaal. Toen wij later in Leipzig kwamen en de grootte van de Thomaskerk in het echt zagen en bovendien een indruk kregen van de omvang van de muziekopleiding waar Bach leiding aan gaf, was het voor ons duidelijk dat die kleine uitvoering grote onzin was. Misschien moest de uitvoering niet zoals Willem Mengelberg het deed in de vroege twintigste eeuw, maar Bach moet wel degelijk een lekker koor tot zijn beschikking hebben gehad en een fijn orkest. Tenminste dat vonden wij. Kijken we naar de uitvoeringen van de laatste tijd, dan is de bezetting zeker niet meer zo minimaal als in dat jaar.

Naast dat onderzoek dus ook een voor ons ongunstige besluit van de Raad voor de Kunst; voor het orkest van Ton Koopman werd geen subsidie meer verstrekt. Wij beschikten destijds over veel inside informatie en wisten dus ook hoe het eraan toeging in de dirigentenkamer van het Amsterdam Barock Orchestra: Koopman ontstak in grote woede en weigerde voorlopig in het zo ondankbare Nederland op te treden. Dat raakte ons met onze dure kaartjes best stevig want wij verheugen ons altijd heel erg op het begin van de lente (en dus De Mattheus) en de uitvoering van Koopman is onbetwist de beste. Koopman trad niet op maar daarvoor in de plaats zou Mark Padmore optreden met zijn Orchestra of the Age of Enlightment. Padmore met minimale bezetting viel ons toen verschrikkelijk tegen. Wat je ook van het handelen van Koopman op dat moment vindt, de beste Bachuitvoeringen zijn wel van zijn hand.

Sinds dit echec koop ik nooit meer kaartjes voor een concert van Ton Koopman, maar zijn uitvoeringen op Spotify luister ik uiteraard wel want, wat ik al zei, zijn uitvoeringen zijn subliem. Misschien had ik beter niet naar de Johannes Passion van Koopman geluisterd toen ik afgelopen donderdag naar de Johannes van Padmore ging. Ik gunde zijn uitvoering nog een tweede kans, maar helaas. Nog steeds die ultra kleine bezetting: twaalf koorleden die bovendien ook alle solopartijen zongen. De orkestpartijen zo smal mogelijk bezet. Dat alleen al maakte de uitvoering bijzonder dun.   Als koor miste het regelmatig samenhang; er stonden 12 individuen te zingen. Later op de avond werd het wel ietsje beter, maar zo’n klein koor past echt niet voor kerkmuziek. In een kerk wordt veel gezongen, zeker in de achttiende eeuw. Hoewel Padmore een mooie heldere stem heeft, lijkt hij niet meer het hele register van de Evangelist te halen. In de hoogte hoorde ik hem knijpen. Christus was goed. Alleen…Christus is Christus. Deze Christus zong dat alles ‘Volbracht’ was en de Evangelist liet ons weten dat hij overleden was. Terwijl wij zoon dood aan het verwerken waren, stond deze Christus weer op om de eerstvolgende basaria te zingen. Voelde een beetje oneerbiedig en…raar. Verder werden de gezongen rollen prima ingevuld.

Waar ik wel goed over te spreken ben is de celliste die de continuo partijen speelde en de tweede cellist die ook de gambapartij voor zijn rekening nam. Bach hield van de gamba; dat is in alles te horen. Deze gambist deed Bach alle eer aan. Wat ik miste was een ander instrument waar Bach bijzonder gek op was namelijk de luit. In sommige aria’s stuwt haar fijnzinnige geluid de muziek op tot de mooiste die ooit geschreven werd.  

Maar… laat ik niet teveel mopperen; ik heb, after all,  best genoten van Padmores Johannes. We kunnen weer ongehinderd genieten van muziek in een concertzaal. hoe heerlijk is dat! We hoeven ons niet meer te laten leiden door wat voor maatregelen dan ook. Het muziekarme lijden is voorbij! Een jaar waarin de lente weer ‘gewoon’ begint; met de mooiste muziek die er is! Geen maatregelen vanuit de overheid; niets waar we rekening mee hoefden te houden…behalve met de griep die onszelf overkwam. Nou ja, niet mij maar wel geliefde J. En toen zat ik in mijn uppie in het concertgebouw te luisteren naar de Johannes van Padmore.

Met de Mattheus begint de lente.

Elke jaar tijdens de Mattheus moet ik aan de mooiste uitvoering ooit denken. Lang geleden. In Naarden. Via toenmalig schoonzus C. hadden we kaartjes gekregen voor de uitvoering in de grote kerk. Dé uitvoering. Met Ton Koopmans en zijn orkest. Michael Chance zong de altpartij. Voor het eerst dat ik een man de altpartij hoorde zingen. Hoe lang geleden? Heel erg lang geleden. Volgens mij hadden J. en ik nog hele kleine jongetjes thuis en hadden we de jongetjes voor een dag mogen afleveren bij hun grootouders in Badhoevedorp. Die kleine jongetjes zijn al heel erg lang niet meer klein en wij hoeven met niets meer rekening te houden als we naar de Mattheus gaan. Maar die uitvoering in Naarden, dat was de mooiste die ik ooit gehoord heb. Zo mooi dat ik geen herinnering meer heb aan de harde kerkbanken… Daarom was de afgang een aantal jaren geleden zo enorm toen ik kaartjes had gekocht voor de Mattheus onder leiding van Koopman en hij de uitvoering uit bozigheid liet afzeggen en we daarvoor in de plaats – het concertgebouw moest toch wat – de slechtste uitvoering kregen die ik ooit gehoord heb. Sindsdien, zo heb ik met mezelf afgesproken, zal ik nooit meer kaartjes kopen voor een concert met Ton Koopman. Hoe mooi zijn uitvoeringen ook zijn; ik zal nooit meer een kaartje kopen; hij heeft het helemaal verpest bij mij.

Maar gelukkig blijken er ook andere orkesten en andere dirigenten te zijn die een Mattheus kunnen brengen. Gisterenavond heb ik dat ervaren. Het Nederlands Kamerorkest onder leiding van Marc Albrecht. Het orkest hoor ik regelmatig en de dirigent is ook geen vreemde voor me en hoewel orkest en dirigent onder dezelfde muziekkoepel zitten heb ik ze nog nooit samen gezien. Ik ken Marc Albrechts vooral als chef-dirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest met de grote symfonische werken. In ieder geval geen kamermuziek en zeker geen Mattheus Passion. Maar dat je voor barokmuziek specialisten nodig hebt bleek gisterenavond achterhaald; Marc Albrechts bracht een uitvoering die makkelijk in het rijtje past van die fantastische uitvoering zo verschrikkelijk lang geleden in Naarden. Is dit het einde van de originele uitvoeringspraktijk? Niks geen oorspronkelijke instrumenten meer. Niks geen zoeken meer naar de omvang van koor en orkest dat Bach tot zijn beschikking had, destijds. Niks geen proberen te reconstrueren hoe Bach zelf die Mattheuspassion gehoord en uitgevoerd moet hebben. Niets van dat alles. Puur de muziek nemen en daar het mooiste van maken. Dat deed Marc Albrechts dus gisteren. En daar slaagde hij ook in.

Wat viel mij in positieve zin op? De koralen, bijvoorbeeld. Doorgaans de wat saaiere stukken in het oratorium omdat ze dezelfde melodie hebben (veertien koralen lees ik in het uitstekende programmaboekje, Veertien want dat is de handtekening van Bach => (B=2 + A=1 + C=3 + H=8) = 14). Albrecht wist sommige van deze koralen zo’n kracht mee te geven dat de spanning in de zaal haast tastbaar werd. Die spanning werd doorgaans doorbroken door evangelist Padmore die, ondanks alle troost of verontwaardiging die het koraal opriep, door moest met het verhaal waarvan hij getuigde. Wat een stem! Was er ook een solist bij die negatief opviel? Nee, eigenlijk niet. Alt Helena Rasker kende ik al; zij moest het heiligste der heiligen (Erbarme dich) van de Mattheus vertolken en deed dat perfect.  Tegenwoordig heb ik meerder favoriete aria’s. ‘Aus liebe will mein Heiland sterben’ bijvoorbeeld. Hemelse muziek met fluiten en sopraan. De sopraan die, onder anderen, deze aria zong, leek nog maar nauwelijks droog achter d’r oren…in 2015 afgestudeerd en zomaar opgetrommeld om de zieke Sibylla Rubens te vervangen; Lucie Chartin. Wat een fantastische sopraan! Wat zong ze de genoemde aria mooi.

In de eerste van de twee tenoraria’s had ik het gevoel dat Kenneth Tarver wat kneep in de hoogte. In de tweede aria had ik daar weer helemaal geen last van en ontroerde hij me diep. Nee, iets negatiefs kan ik moeilijk vinden.

Wat een leuke traditie is die Mattheus toch in Nederland. Heel veel meer jongeren in de zaal dan tijdens welk willekeurig concert van het Nederlands Philharmonisch of het Nederlands Kamerorkest dan ook. Het is dan een stuk onrustiger in de zaal (niet alleen door het jongere publiek, vooral doordat de zaal afgeladen vol zit), maar dat neem ik voor lief. Regelmatig verliet iemand zachtjes – maar toch storend – de zaal en ik zag dat er veel gefluisterd werd. Normaal is elk geluid dus taboe… Aan de andere kant waren er hele stukken waar er alleen muziek was samen met de spanning die het opriep. Mooi! Heel erg mooi. De lente is begonnen!

Het Pieter Jan Leusink geweld

In muziekland lijkt een revolutionaire kaping plaats te vinden. In de popmuziek? Nee, in de klassieke muziek. Kan je je haast niet voorstellen, maar toch is het zo. In de muziekgeschiedenis zijn twee werken geschreven die (bijna) strikt horen bij een tijd van het jaar. Heel veel mensen zijn die werken gaan zien als een overgangsritueel van het ene seizoen naar het andere. Ben je eenmaal toegetreden tot de mensen die van zo’n ritueel zijn gaan houden, dan laat je dat niet zo makkelijk meer los. Ik heb daar helemaal niets op tegen. Eerlijk gezegd behoor ik ook wel tot diegenen die de nieuwe rituelen omarmen. Zo heb je in de donkerste tijd van het jaar behoefte aan een ritueel waarbij je hoopt dat het licht weer terugkeert. In onze beschaving is dat de Messias. Daarover heeft Georg Friedrich Händel een fantastisch oratorium geschreven dat prima in de kersttijd past: Messiah. Een fenomenaal stuk waarin zo’n beetje alle hoop is gevestigd op de wederkomst van het licht. En ja…als de Messiah geklonken heeft, dan worden de dagen weer korter.

Een andere overgang die een ritueel behoeft, is de overgang naar de lente. Het licht is weer terug en nu moet alles gaan groeien en bloeien. Daarvoor heeft Johann Sebastiaan Bach twee oratoria geschreven: Eentje naar het evangelie van Johannes en een naar het evangelie van Mattheus. Als zo rond Pasen deze stukken gespeeld worden, dan stromen de concertzalen en kerken vol. Niet gewoon vol, maar afgeladen vol. En echt niet alleen in de Randstad; elk gat ken haar eigen Mattheus. Het is natuurlijk wel zo dat de Mattheus in Amsterdam heel vaak uitgevoerd wordt.

Op deze hang naar rituelen in combinatie met muziek is één man handig ingesprongen. Was het zo dat tot voor kort diverse orkesten en koren elk jaar de Mattheus en de Messiah opnamen in hun repertoire, deze man heeft alleen deze twee oratoria in zijn repertoire. Hij doet gewoon niets anders dan de Messiah en de Mattheus uitvoeren. Om mensen naar zijn uitvoeringen te lokken, heeft hij een ongekende reclamecampagne opgezet. Pieter Jan Leusink. Inmiddels is het al zo ver dat Pieter Jan Leusink zo’n beetje dé Mattheus is en dé Messiah. Rond het eind van maart is het concertgebouw in zijn geheel in bezit genomen door Leusink en zijn medewerkers. Op dit moment is het best moeilijk om een uitvoering in Amsterdam te vinden zonder Leusink; Leusink is de Mattheus en de Messiah aan het kapen. Dat is niet zo leuk, vind ik. Want wat is precies de kwaliteit van Leusinks uitvoeringen? Schrijft de man muziekgeschiedenis? De Mattheus heb ik een paar keer van hem gehoord. In het begin nog met het jongenskoor dat hij opgericht had. Dat waren best aardige uitvoeringen. Toen probeerde hij nog de muziek van Bach te benaderen zoals Bach het ook zelf gehoord zou kunnen hebben. Met dat succes is hij aan de haal gegaan (of is het andersom?). Nu voert hij de muziek op een heel klassieke en toegankelijke manier uit. Niet verschrikkelijk slecht, maar ook zeker niet goed. Ik heb heel wat betere uitvoeringen gehoord. Krijgen die andere uitvoeringen nog wel een kans? Dat was best even zoeken voor het komend jaar. Tuurlijk waren de twee uitvoeringen van Ton Koopman al uitverkocht, maar gelukkig heb ik nog een andere goede uitvoering kunnen vinden tussen al het Pieter Jan Leusink geweld.

Een gepassioneerde muziekliefhebber

Als er één woord is dat bij mij tot verwarring leidt, dan is het wel ‘passie’. Ik heb er volkomen tegengestelde associaties bij. Aan de ene kant zie ik vooral hartstocht. Ik doe dingen graag met hartstocht; met passie. Als je iets met passie doet, dan ga je er helemaal voor. Dat is fijn! Dat is een betekenis die veel mensen omarmen. Onze grootste grutter geeft smakeloos en laf brood enigszins cachet door er een etiket ‘Liefde en passie’ op te plakken. Dat kopen de mensen graag. Passie is fijn om te voelen. Passie leidt tot een ongekend geluksgevoel dat binnenkomt via je zintuigen; het geeft kleur aan je leven. Het tegengestelde aan passie is saai en niet-betrokken. Wie wil er nu saai en niet-betrokken zijn? Mensen leven vol passie zelfs als dat niet zo is. Want als je eigenlijk een saai en doodgewoon leven leidt, dan maak je je zelf nog wijs dat het een leven vol passie is. Overigens, ik leidt een leven vol passie!

Die andere betekenis van passie heb ik jarenlang genegeerd. Ik kon dat gewoon niet rijmen met wat er gebeurde. Bach’s Mattheus Passion is mij met de paplepel ingegeven. Het begon allemaal in de zomervakantie van heel erg lang geleden. Wij gingen als gezin een week muziekmaken samen met veel andere gezinnen. Mijn moeder ging muziekspelen. Wij, als kinderen, werden vermaakt. Een week vol muziek en spelen buiten in de duinen. Daar hoorde ik voor het eerst ‘Erbarme dich’. Alsof ik opnieuw geboren werd. Zo voelde die muziek. Op mijn twaalfde durfde men het aan om mij mee te nemen naar een uitvoering van de Mattheus. Ik zat de drie uur op het puntje van mijn stoel en wilde geen noot missen. Zelfs niet toen mijn kleine jongenskontje echt begon te protesteren tegen het lange zitten. Dat woord Passion…ik vermoedde wel dat het iets met het woord Passie te maken had, maar dat negeerde ik omdat ik het lijdensverhaal van Jezus, Bach’s muziek en passie niet met elkaar kon rijmen.

Oké, zowel het lijdensverhaal van Jezus, als ‘hartstocht’ is dus allebei passie. Het moet maar.

Vanaf het moment ik in het concertgebouw mijn eerste Mattheus zat te beluisteren, kwam de ontkerkeling goed op gang. Hoe leger de kerken raakten, hoe voller de zalen zaten waar de Mattheus Passion werd opgevoerd. Een echte hype. Een welkome hype. Nu heeft elk gat zijn eigen Mattheus. En elke uitvoering is uitverkocht. De Mattheus heeft de rol van de kerk overgenomen. De paasdiensten die de lente aankondigden is vervangen door een uitvoering van Bachs meesterwerk.

Maar het bleef toch allemaal een beetje elitair. De zalen zitten wel vol, maar niet vol met iedereen. Grote groepen mensen hebben niets met Bachs muziek. Ze gunnen het zichzelf niet of ze zijn er niet gevoelig voor. Daarom bedacht de EO ‘The Passion’. Met populaire liedjes gezongen door populaire zangers en zangeressen wordt het lijdensverhaal van Jezus naverteld. De EO heeft er een happening van gemaakt met rechtstreekse uitzending op de televisie. Een binnenstad wordt er voor afgesloten en duizenden mensen staan langs de kant. Een waanzinnig succes! Het EO concept wordt nu overgenomen door andere landen. Het kerkelijke paasritueel dat ervoor zorgt dat we weer gezond en fris aan een nieuw groei-jaar beginnen, lijkt definitief overgenomen door muziek. Ik ben er blij mee! Ik ben een gepassioneerd muziekliefhebber!

Leusinks uitvoering kende ook een lichtpuntje

Maart en april is voor mij passie-tijd. Lente zonder passie gaat niet. Jezus moet lijden en sterven en dan kunnen we naar de tuin om groente te zaaien. Ik denk dat het zo in elkaar zit. Jezus moet lijden en sterven op de muziek van Johann Sebastiaan Bach. Dat kan echt niet anders. Het verhaal mag verteld zijn door Mattheus of Johannes, desnoods Lucas of Marcus, maar de muziek moet van Bach zijn. Als ik ga tellen hoe vaak ik de Johannes of de Mattheus in kerk of concertzaal heb gehoord, dan raak ik al snel het spoor bijster, maar neem van mij aan: Heel vaak. Ik ken de muziek dan ook uit mijn hoofd. Wat voor mij geldt, geldt voor vele anderen; dat weet ik zeker.

Afgelopen zondag ging ik voor de derde keer naar een Mattheus gedirigeerd door Pieter Jan Leusink. Eerst dirigeerde hij het Holland Boys Choir. Daarmee werd de Mattheus, op de sopraan partij na, in zijn geheel gezongen door mannen en jongens. Dat was een bijzondere uitvoering waar ik erg van genoten heb. Omdat ik best gelukkig was met die uitvoering, bestelde ik enkele jaren later weer kaartjes voor Leusinks uitvoering. Het jongenskoor bleek verleden tijd; Leusink werkte alleen nog met volwassenen.

Hoewel ik niet echt kapot was van de ‘volwassen’ uitvoering, maar nog steeds dacht aan zijn verdienstelijke uitvoering met het jongenskoor, had ik dit jaar opnieuw gekozen voor Leusink’s uitvoering. Maar helaas niets geen opgaande lijn. Dat had ik wel verwacht. Het is kommer en kwel geworden. Wat ik hoorde raakte kant nog wal. Een enkele aria haalde een aanvaardbaar niveau. Echt iets goeds heb ik nauwelijks gehoord. De evangelist werkte op de lachspieren met zijn lange uithalen, gefluister, gekras en absurde pauzes. Als je de Mattheus uitvoert, heb je minstens een goede evangelist nodig; hij is de helft van de tijd aan het woord! Robert Lutz: Als evangelist in de Mattheus Passion van Bach moet je zingen en niet acteren. Enne…als je voor een zaal staat moet je niet gaan acteren als je dat eigenlijk niet kunt. Een aanfluiting!

Leusink heeft een dirigeerstijl ontwikkelt die nogal merkwaardig oogt. Hij voert een soort swingende berendans op waarbij hij dweilbewegingen met zijn handen maakt. Erg onduidelijk. Ik hoef die bewegingen niet te begrijpen, maar de musici wel. Daar ging het regelmatig mis. Inzetten werden gemist. Een dirigent bepaalt tempo en timing. Vooral het tweede vioolconcert ging hopeloos verloren. Het tempo lag tien keer te hoog. Dat elke noot gespeeld werd lag aan de kwaliteit van de violiste maar zeker niet aan Leusink. Speel je dat concert te snel, dan gaat veel van de zeggingskracht verloren. Bij Leusink ging alles verloren, hoewel de violiste de eindstreep haalde….

Er was ook iets wat wel de toets der kritiek kon weerstaan. ‘Aus Liebe wil mein Heiland sterben’. Gezongen door  Olga Zinovieva. Zij liet Leusink voor wat hij was en ging een pact aan met de fluitiste. Beide een engelachtig uiterlijk. Jammer dat Zinovieva niet stilstond, maar verder was haar uitvoering van dit hemels stuk muziek echt goed. Kortom, Leusinks uitvoering kende ook een lichtpuntje.