Tag archieven: Geschiedenis

De slavernijtentoonstelling in het Rijksmuseum een ietsje te woke

De tijdslotjes zijn schaars geworden waarop ik naar de slavernijtentoonstelling in het Rijksmuseum kon. Het werd laat in de middag, op het moment dat het museum doorgaans haar deuren sluit. Daardoor liep ik erg onrustig door de eerste zalen want steeds werd omgeroepen dat het museum ging sluiten en dat iedereen zo snel mogelijk moest maken dat hij met jas en tas richting uitgang ging. Ik had niet meteen helemaal door dat de tentoonstelling laat open zou blijven. Ik wilde zo graag de tentoonstelling zien. Maar waarom eigenlijk? Wat trekt mij zo naar die tentoonstelling? Ik wil me niet schuldig hoeven voelen. Ik wil met eigen ogen zien in het Rijksmuseum dat ik, als wit – en een beetje joods -, persoon niet schuldig ben. Ik wil niet aangewezen worden als iemand die schuldig is aan het uitbuiten, knevelen, mishandelen of verkrachten van andere mensen. Ik wil niet dat ik op grond van de kleur van mijn huid en de plek waar ik ter wereld kwam gezien wordt als een slavendrijver of handelaar. Zelfs niet als profiteur van slavernij. Ik wil het niet. Ik zal er alles aan doen om aan te tonen dat ik niets met slavernij te maken heb. Nooit! Daarom wilde ik de tentoonstelling zo graag bezoeken. Ik wil dat het Rijksmuseum dat bevestigt. In wezen ben ik een goed mens. Ik vind dat je andere mensen niet mag en niet kan bezitten. Niet in Nederland. Het is immoreel om andere mensen te bezitten. Uit de tentoonstelling bleek in ieder geval dat er altijd in Nederland mensen zijn geweest die slavernij immoreel vonden. Ik moet zeggen dat dat één van de dingen is die ik van de tentoonstelling meekreeg. Dus had je mensen die moreel aan de juiste kant stonden en als die mensen bestonden dan betekent dat dat anderen er in principe net zo over dachten maar winst maken belangrijker vonden…denk ik.

Als winst maken belangrijker is dan slavernij dan is slavernij vooral een probleem van het kapitalisme en zijn kapitalisten schuldig (als je al schuldigen kan aanwijzen zo ver terug in de geschiedenis). De trans-Atlantische slavernij kon bestaan doordat een elite geloofde in een kapitalistisch systeem zonder moraal. In de tijd dat burgemeesters van Amsterdam er trots op waren dat ze kapitalen verdienden aan handel met voorkennis ten koste van minder gefortuneerde stadsgenoten, zal het ze een meter aan hun reet hebben geroest over hoe de suiker verbouwd werd in de koloniën. Kapitalisten waren de kleine rijke bovenlaag. Of de rest van de bevolking meer moraal in hun donder hadden, wie zal het zeggen, maar zij kregen niet de kans om iets te ondernemen, en dat pleit ze vrij. Slavernij dus niet als een racistisch probleem, maar als een kapitalistisch probleem.

De tentoonstelling roept kortom heel veel emotie op. Persoonlijk vind ik de tentoonstelling net even iets te ‘woke’ om er iets voor mij van te maken. Het idee om tien mensen die op verschillende manieren met de slavernij te maken hadden, in beeld te brengen, vind ik sympathiek, maar de grote lijn moet je niet vergeten. Ik vind het bijvoorbeeld absoluut niet dat je ‘je straatje schoonveegt’ als je een stevig historisch en ruimtelijk kader schept. Wat is slavernij? Sinds wanneer is er slavernij? Waar vond de slavernij plaats? Wie handelde in slaven (en je dan niet beperken tot de jongens van De Wit)? Wie werden tot slaven gemaakt en waarom? In hoeverre speelde huidskleur een rol in de slavernij? Allemaal vragen die door te focussen op die tien personages veel te weinig aan bod komen maar die wel inzicht hadden verschaft in hoe men toen dacht. Eén van de belangrijkste aspecten van geschiedenis is dat je je leert te verplaatsen in een ander. Een ander die in een andere tijd en ruimte leeft en waar het hele leven anders was. Ik vind dat de tentoonstelling daar erg tekort schiet.

Ook de lijn naar het heden vind ik zwak. In plaats van te focussen op de slavernij die nu nog welig tiert, wordt de focus gelegd op het racisme en achterstelling van de mens met een gekleurde huid nu.

De referentiekaders van Piet Emmer en Sosha Duysker

Bestudeer je de geschiedenis, dan loop je voortdurend tegen jezelf aan. Tegen de ideeën die je hebt en je vooroordelen en je verwachtingen . Je krijgt gegevens over het verleden en je probeert ze in te passen in het referentiekader dat je al hebt over het onderwerp. Daar is moeilijk van af te stappen, merk ik. Op dit moment ben ik Dagboek uit Bergen-Belsen aan het lezen van Renata Laqueur. Bij Bergen-Belsen heb ik bepaalde ideeën over hoe het er daar aan toe ging. Ook hoe het er aan toe ging in alle andere concentratiekampen in de tweede wereldoorlog. Hoe joden behandeld werden als ze eenmaal gevangen genomen waren en in de kampen terecht kwamen. Ik merkte dat de eerste bladzijden niet strookten met mijn referentiekader; het was niet afschrikwekkend en verschrikkelijk genoeg. Ik merkte meteen bij mezelf de neiging om me af te vragen of het dagboek wel echt was. Wordt er in het dagboek niet een gunstiger beeld geschapen en zitten er niet vreemde krachten achter het dagboek? Dat moet de schrijfster ook gedacht hebben, want ze schrijft in de tekst verwijzingen naar hoe het er later aan toe ging, toen ook in Bergen-Belsen dood en verderf, honger en ziekten gingen overheersen. Gelukkig maar!

Ik denk dat de manier waarop ik om ga met historische gegevens een algemeen verschijnsel is; ik ben daar niet enig in. Velen zullen op de één of andere manier datgene vinden in de bronnen om referentiekader en de gegevens op één lijn te krijgen. We interpreteren de gegevens recht naar ons eigen referentiekader. In zijn boek De ‘Nederlandse Slavenhandel’ vertelt Piet Emmer dat slavenschepen er verschrikkelijk veel moeite voor moesten doen om hun slavenschepen vol te krijgen. Dat ze voor de Afrikaanse kust heen en weer voerden en slavenmarkt na slavenmarkt aandeden om maar slachtoffers te kunnen kopen. Dat maakte de onderneming verschrikkelijk duur en de winst die werd gemaakt op die handel kan gewoon niet groot geweest zijn. Emmer onderzoekt hoe lucratief de slavenhandel moet zijn geweest en komt op grond van de feiten tot zijn conclusie dat de handel niet winstgevend was en dus onbelangrijk voor de Nederlandse economie.

Sosha Duysker komt in haar documentaire ‘Opstand op de Neptunus’ op grond van bijna dezelfde gegevens tot een heel andere conclusie. Die conclusie is uiteindelijk net zo waar als de conclusie die Piet Emmer trok. In haar documentaire schetst Sosha Duysker het beeld van het slavenschip De Neptunus dat verschrikkelijk veel moeite heeft om voldoende slaven te kopen. De slaven die wel kunnen worden gekocht worden vervolgens in het verstikkende ruim opgesloten en zijn overgeleverd aan de wrede luimen van de bemanning. Zo zitten de slaven maanden op het schip onder erbarmelijke omstandigheden. Om een einde te maken aan de mensonterende toestand op het voor de kust van Afrika heen en weer varende schip, komen de slaven in opstand en verkiezen uiteindelijk de dood boven het leven door het schip met man en muis te laten vergaan. De slavenhandel was zo verschrikkelijk dat de slachtoffers de dood verkozen boven slavernij. De menselijke emotie en het leed is wat bij Sosha Duysker de boventoon voert. Dat Piet Emmer ook zegt dat slavernij volkomen verwerpelijk was, valt in het niet ten opzichte van zijn economische overwegingen. Misschien dat Piet Emmer zich daarom zoveel woede op z’n hals haalt.

80 Jaar Oorlog, De geboorte van Nederland

Tentoonstelling in het Rijksmuseum, gezien op 29 oktober 2018

In ons eigen Gouda zijn de mooiste gebrandschilderde ramen uit de zestiende en zeventiende eeuw van de wereld te bewonderen. Voor een groot deel gemaakt door de grootste glazenierbroers die Nederland ooit heeft gekend; de gebroeders Crabeth. Nog wel in een protestante kerk. Ik ontdekte ze toen ik in Gouda werkte en een collega me op de Goudse glazen in de Sint Janskerk wees.

Wat mij opviel in die ramen, was dat ze de tachtigjarige oorlog fantastisch weergaven. Dat kwam doordat de kerk als katholieke kerk gebouwd werd en later overging in protestante handen en dat precies in de tijd dat de ramen gemaakt werden. Sta je met je rug naar het koor, dan zie je aan de rechterkant de katholieke ramen en aan de linkerkant de protestante. Aan de rechterkant bijvoorbeeld het raam van de Crabeths over Judith die zojuist Holofernes onthoofd heeft, geschonken door de weduwe van Jean de Ligne nadat hij omgekomen was bij een veldslag tegen Willem van Oranje. Het Willem de Zwijgerraam zit aan de overkant van de kerk in de spo0nningen en werd geschonken door de stad Delft. Aanrader om een keer in Gouda te gaan kijken!

Gerard ter Borgh II – Soldaat te paard, op de rug gezien

Op de tentoonstelling ‘80 jaar oorlog, De geboorte van Nederland’ ontbreken de ramen van de kerk in Gouda niet. Al meteen staat er een deel van het zogenoemde koningsraam met de beeltenis van Philips de tweede. Omdat dat raam volgens mij gewoon in de sponningen van de kerk te Gouda zit, vroeg ik me af of dit een deel van het origineel is, of een kopie. Dat werd mij niet helemaal duidelijk. Verder ook nog één van de cartons; de op ware grootte getekende patronen voor de ramen in de kerk (die overigens allemaal bewaard gebleven zijn, en eigendom zijn van de kerk.) Deze beeldt het raam af dat Delft aan de kerk schonk. Maar naast deze herkeninning van de Goudse kerk, was er ongelofelijk veel meer te zien op de tentoonstelling die het Rijksmuseum ingericht heeft. Veel zaken waar je tijdens de geschiedenisles vroeger over hoorde maar hier zag je ze in het echt: Het plackaat van verlatinghe, de pacificatie van Gent, de documenten van de vrede bij Münster. Echt heel erg leuk om die belangrijke documenten eens in het echt te zien. Natuurlijk probeerde ik ze te ontcijferen, maar dat bleek een brug te ver.

Aan de hand van een aantal hoofdstukken werd de oorlog uit de doeken gedaan. Eén verrassend aspect was een ‘hoofdstuk’ over oorlogsvluchtelingen. Had ik nooit bij stilgestaan, maar bij een oorlog heb je altijd vluchtelingen en ontheemden. Zo ook bij de tachtigjarige oorlog. Verrassend, want het is een verhaal dat zelden terugkomt in de geschiedenislessen. Een ander aspect van de oorlog was de oorlog overzee. Daar had ik maar mondjesmaat over gehoord. Men probeerde elkaar op zee te raken en elkaars koloniën te veroveren. Over het tijdelijke bezit van de kolonie Brazilië en de schilderijen van Post, was vorig jaar al een tentoonstelling in het museum te zien geweest. Dat Hans Goedkoop vertelde dat er op één van de schilderijen ‘tot slaaf gemaakte’ mensen stonden, knauwde helaas wat ergerlijk politiek correct in mijn oren en juist daar werd de historische context weggelaten.

Wat ik een leuk aspect vond, waren de vernieuwingen die Prins Maurits doorvoerde in het leger waardoor hij zoveel successen kon behalen. Discipline was daar één van. Bovendien lag er een boek vol strategische aanwijzingen open waardoor we konden zien hoe Maurits de musketiers hun werk lieten doen. Acht rijen achter elkaar die na elkaar een schot loste en als de laatste rij het schot gelost had, had de eerste rij hun musket herlaadden en konden ze opnieuw schieten. Daardoor kreeg het vijandige leger een constant salvo over zich heen.

Al met al een leuke tentoonstelling over de ontstaansgeschiedenis van ons land. De audiotour die ik op mijn telefoon beluisterde was meer dan voortreffelijk. Dat lag zeker aan Hans Goedkoop die een geboren verteller is en ons voor een groot deel bij de hand nam.

Slavenforten in Ghana

Enkele jaren geleden bezochten Josien en ik Birkenau. Nog net eventjes erger dan Auschwitz. Het besef dat op deze plek in een tweetal jaren anderhalf miljoen mensen binnenkwamen en er uiteindelijk een paar duizend weer, levend, vandaan gingen doet je haren te bergen rijzen. We liepen over het grote terrein. Zagen de barakken die nog overeind stonden. De slaapbritsen waar mensen dicht op elkaar gepakt konden slapen. De toiletten. De horror. Uiteindelijk de ingestorte en opgeblazen gaskamers en crematoria. Ik besefte dat mijn oma daar geweest was. Volkomen onschuldig. Haar enige misdaad was dat ze joods was. Daar kon ze nog niet eens wat aan doen, want ze had haar best gedaan. Ze was socialiste in hart en nieren en had het geloof al mijlen ver achter zich gelaten. Slechts peren met kugel verbond haar met het jodendom. Meer niet. En toch werd ze zwaar vervolgd. Ik vind dat de ‘Duitsers’ zich daar helemaal niet voor hoeven te schamen. Ja, tussen de grootouders en (soms nog) ouders van de huidige generatie Duitsers lopen daders. Die mogen zich wel schamen. Heel diep schamen. De rest van de Duitsers moet er, samen met de rest van de mensheid, voor zorgen dat zoiets niet nog eens gebeurt. Net als slavernij. Mag ook niet meer!

Toiletten in Birkenau

Beeldend kunstenaar Hans Broek is op reis geweest in Ghana schrijft hij vandaag in de Volkskrant. Hij heeft daar slavenforten bezocht waar, in het hele verre verleden, Nederlanders de scepter zwaaiden en mensen verschrikkelijk mishandelden. Onder barre omstandigheden werden mensen opgesloten. Geen misdaad kan zo groot zijn dat je het verdiend om op zo’n manier behandeld te worden. Die zeventiende-eeuwse Nederlanders zouden zich diep moeten schamen. Zeker als we naar die forten kijken met onze ogen van nu. Aan de andere kant, ook met de ogen van toen zal men deze manier van mensen behandelen niet als fraai hebben gezien. Zelfs als je beseft dat het in die tijd gewoon was dat in het openbaar de doodstraf werd voltrokken of dat mensen in het openbaar voor straf werden verminkt. Een tijd waarin wreedheden veel meer tot het gewone behoorden dan nu. Zelfs dan.

Hans Broek concludeert dat we ons diep moeten schamen voor onze voorouders. Een verkeerde conclusie want contraproductief: Onze taak is het niet om ons te schamen, onze taak is het om met de kennis van het verleden ervoor te zorgen dat het niet weer gebeurt. Dat we er ons voor inzetten dat slavernij nergens ter wereld gedijd. Dat we het overal waar we het tegenkomen te vuur en te zwaard bestrijden. Wat heeft schaamte voor zin als het over het handelen gaat van mensen die honderden jaren geleden leefden. Het heeft in ieder geval geen enkele praktische waarde. Excuses aanbieden? Aan wie? De voorvaderen van de Ghanezen die nu leven kunnen de slavenhalers zijn geweest die inlandse stammen overvielen en de mensen verkochten. Kan zomaar, want dat was een heel gewone praktijk.

Ik had gehoopt dat beeldend kunstenaar Hans Broek zich iets meer had verdiept in het vak geschiedenis en zich veel minder liet leiden door heftige emoties…hoe begrijpelijk die ook zijn. Laten we met zijn allen slavernij bestrijden. Zie de internationale slavenindex om te zien waar nog werk aan de winkel is!

Twee psychopathische, nietsontziende moordenaars

Toen ik in de vijfde klas van de lagere school zat, kreeg ik geschiedenis van juffrouw De Zwart. Ik was dat jaar van school gewisseld. Ik zat in de klas bij juffrouw Visser. Een zure oude vrijster die fysiek geweld tegen kinderen niet schuwde. Nadat ik voor de zoveelste maal een tik voor mijn kop had gekregen, vond mijn moeder het welletjes en ging ik naar de montessorischool. In een zesde klas was ik de enige vijfde klasser. Don’t ask me why. Voor mijn geschiedenisles mocht ik aansluiten bij de klas van juffrouw de Zwart. Ik was er gek op. De tachtigjarige oorlog kwam bij mij tot leven en ik zag die arme Van Oldenbarneveldt het schavot betreden. De Hoekse en kabeljauwse twisten…ik kon er geen genoeg van krijgen. Bij de Franse revolutie en de Verlichting kwam de trias politica ter sprake en de onafhankelijkheid van de rechtspraak. Voor de rechtspraak is iedereen gelijk, werd ons verteld. Maar…heel soms wordt er weleens iemand voorgetrokken. Iemand met veel geld. Dat was ook eens een keer gebeurd in Nederland. Toen vertelde Juffrouw de Zwart van twee jongens van 15 en 17 die een jongen van 14 hadden vermoord.

Onze juf bespaarde ons de details niet. Gelukkig maar, want daardoor werd het een sappig verhaal. Ademloos hingen wij aan haar lip toen ze vertelde hoe de broers hun slachtoffer wurgden en hem ook nog zijn schedel insloegen. Tot overmaat van misdaad gooiden ze het slachtoffer in een put en strooide er ongebluste kalk over. Maar ondanks dat deze jongens zo’n gruwelijk misdrijf hadden begaan, kregen ze niet de passende straf. Dat kwam omdat het rijkeluiskinderen waren. Ze woonden in een grote villa in het gooi en hadden aan niets gebrek. Daardoor werden ze beter behandeld dan het gemiddelde straatschoffie dat op zakkenrollen was betrapt. ‘Klassenjustitie’ was toen het woord dat we leerden. Maar meteen kregen we de geruststelling dat dit Baarnse geval een uitzondering was. Inmiddels had justitie zich de kritiek erg aangetrokken en beterschap beloofd. Geen klassenjustitie in Nederland!

De criminele broers van destijds zijn in het nieuws. Ze waren directeuren van het familiebedrijf dat hen destijds al zo rijk maakte. Een bedrijf dat zich met dezelfde dingen bezighoudt als ik. Weliswaar doe ik alleen maar de IT, maar toch; levensverzekeringen. De Nederlandse Bank heeft hun bedrijf verkocht aan een betrouwbare ander; de broers wilden niet luisteren naar de toezichthouder… Mijn vraag: Waren die beide broers ooit wel te vertrouwen?

Kunnen mensen die zo weloverwogen een moord plegen als gewone burgers door het leven gaan? In mijn ogen mis je dan iets dat de meeste anderen, gelukkig, wel hebben; geweten. Mijn vraag is of dat geweten later toch nog kan aangroeien en een formaat kan krijgen zoals de meeste andere mensen in de samenleving hebben? Ik betwijfel dat. Doorgaans worden dit soort moorden gepleegd door psychopaten en ik heb me laten vertellen dat een psychopaat niet te genezen is. Je kan hem wel tot op zekere hoogte leren omgaan met zijn afwijking, maar genezen, dat kan niet.  Het familiebedrijf Conservatrix in levensverzekeringen, had twee psychopathische, nietsontziende moordenaars in de top. Hoe is dat mogelijk?

De vredelievende twintigste eeuw

Wellicht ga ik het laatste nummer van Nature kopen. Er staat een verslag in over een zeer belangwekkend onderzoek. Onverwachte resultaten ook. Het gaat over de mate van moordzuchtigheid van de mens in vergelijking tot andere dieren en wat de meest moorddadige periode in de menselijke geschiedenis is geweest. Vandaag doet Cor Speksnijder in de Volkskrant verslag van dat onderzoek. Bij dat verslag een intrigerend lijstje. In welke periode in de geschiedenis zijn de meeste mensen door menselijk geweld overleden?

Ik dacht altijd dat de afgelopen eeuw de meest gewelddadige eeuw was die er ooit geweest is.  De twintigste eeuw met twee wereldoorlogen, tal van bloedige bevrijdingsoorlogen en enkele wrede revolutionaire oorlogen. Miljoenen doden. Een eeuw waarin mensen fabrieksmatig werden vermoord. Hoe kan die eeuw met betrekking tot intermenselijk geweld overtroffen worden door andere perioden in de geschiedenis? Voor de zekerheid er ook nog een lijstje bijgehaald. Over de doden die in de tweede wereldoorlog gevallen zijn. Dat slaat de schrik je om het hart. Procentueel heeft Polen het meeste doden te betreuren: Een slordige twintig procent van de Polen heeft de oorlog niet overleefd; één op de vijf. Haast niet voor te stellen. Hele gebieden moeten ontvolkt zijn geraakt. Maar dat zegt nog niets over absolute aantallen mensen. Dan is de voormalige Sovjet-Unie de kampioen: Een kleine vierentwintig miljoen mensen lieten daar het leven. Zo’n vijftien procent van de bevolking. Wat een boel mensen. De Benelux zou volledig ontvolkt zijn als die doden hier gevallen waren.

Terug naar het lijstje in de Volkskrant. Is mijn aanname juist dat in de laatste eeuw de meeste mensen door menselijk geweld zijn omgekomen of niet. Mijn aanname lijkt onjuist. In de twintigste eeuw kwam slechts anderhalf procent van de wereldbevolking door geweld om het leven. Daarmee is dat het laagste percentage in het lijstje. In de moderne tijd werd maar liefst tweeëneenhalf procent van de mensen door mensen van het leven beroofd. Maar daar gaat het wel weer om een periode die vier keer zo lang is: Van 1500 tot 1900. De middeleeuwen lijken in het lijstje het aller gewelddadigst. Twaalf procent van de mensen vond een onnatuurlijk einde. Een periode van duizend jaar. Maar ook tijdens de 800 jaar van de IJzertijd was niet mis: Zes procent van de mensen kwam om door mensenhanden.

De eeuw waarin ik geboren ben is een periode in de geschiedenis van pais en vree als je het vergelijkt met andere perioden.  Ik kijk ervan op, maar kan er niet onderuit. Ik ga ervan uit dat het een degelijk onderzoek is geweest. Dat de Middeleeuwen een gewelddadige periode is geweest waarin het mensenleven niet erg telde, dat wist ik. Maar ik had altijd aangenomen dat dit geweld op kleine schaal was. Iemand onthoofden of ophangen of een oorlog uitvechten met knots en bijl leek mij niet zoveel zoden aan de dijk te zetten. In ieder geval niet vergelijkbaar bij de lijken-productie in de verschillende vernietigingskampen in de tweede wereldoorlog. Toen werden er echt meters gemaakt op de geweldsindex, zou je zeggen. Maar nee dus: De twintig miljoen Chinezen en de vijfentwintig miljoen Sovjets, Zeven miljoen Duitsers die omkwamen…(om maar eens de kampioenen te noemen), het maakt de twintigste eeuw tot een eeuw die gekenmerkt werd door vredelievendheid en zachtmoedigheid…volgens de statistieken.

Brexit: De ratio verliest van de emotie

Brexit is een feit. Groot-Brittannië heeft in een referendum gekozen om uit Europa te stappen. Het is nu realiteit; de schreeuwers hebben gekregen waar ze om vroegen. Een land dat altijd al matig pro-Europa was, stapt er nu definitief uit. Ik dacht een tijdje dat ik hoopte dat de Britten zwaar gestraft zouden worden. Dat de pond naar een historisch dieptepunt zou devalueren; dat de effectenbeurs van Londen volledig in zou storten, dat de niet-Engelse banken massaal Londen zouden verlaten. Maar ik denk niet zo. Het is nu een historisch feit. Het is niet anders; we moeten ermee leren leven.

Eén van de redenen om in Europa zo strak te gaan samenwerken was, dat men, met de dramatische eerste helft van de twintigste eeuw voor ogen, hoopte dat hele sterke economische banden tussen de landen de kans op een blijvende vrede groter achtte dan zonder die samenwerking. Laten we niet vergeten dat de laatste stuiptrekkingen van een onverenigd Europa een ramp waren. Zelden zo veel misdadige nationalistische politici die tegelijk aan de macht waren als in de eerste helft van de twintigste eeuw. Nationalisme heeft zelden tot iets positiefs geleid. Daarom maak ik me wel zorgen. Ineens overal nationalisme in Europa. Frankrijk voor de Fransen; Nederland voor de Nederlanders. Zelfs binnen landen zie ik weer bewegingen opkomen voor afscheiding. Ik vind niet dat het er vrolijker op wordt.

In een commentaar op een mogelijk uittreding van de Britten las ik dat dat weleens grote gevolgen kan hebben op de stabiliteit van Groot-Brittannië. De Schotten zouden erg pro-Europa zijn. Een Britse uittrede uit Europa zou het kamp van nationalistische Schotten die Groot-Brittannië willen verlaten wellicht een enorme boost kunnen geven. Zijn we blij met een uiteenvallend Groot-Brittannië?

Men wilde een betere wereld creëren. Dat was het argument waarom het uitdijende Europa toen zoveel succes had. Dat argument is helemaal niet meer koosjer. ‘Europa’ staat niet meer voor een betere wereld. Politiek/emotionele argumenten pro Europa worden weggezet als bangmakerij. Daarom zie je dat alle argumenten pro Europese samenwerking, economische argumenten zijn. ‘Een uittrede uit de EU gaat ons kapitalen kosten.’ ‘Een handelsland zoals Nederland is compleet afhankelijk van Europese samenwerking.’ Wordt er daarentegen een emotioneel politiek argument gebruikt (Een verenigd Europa heeft tientallen jaren gezorgd voor een vreedzaam Europa) dan wordt dat weggewuifd.

Economische argumenten boeien de tegenstanders niet. De tegenstander maakt eigenlijk alleen maar gebruik van politieke emotioneel geladen argumenten. Nationalistische argumenten. Daarom gaan de tegenstanders van Europa winnen. De tegenstanders hebben de argumenten in handen waarmee ze het stomme volk kunnen manipuleren. De ratio verliest van de emotie. Daarmee is maar weer gezegd dat de geldigheid van argumenten worden bepaald binnen een de historische context. Wat nu waar is hoeft dat morgen niet meer te zijn.

Jeremiëren

Een van de belangrijkste vraagstukken die steeds weer boven water komt is in hoeverre er samenhang is tussen een onrechtvaardige daad door een groep bij elkaar horende mensen in het verleden en de schuld van de mensen die nu tot die groep behoren. Rationeel hebben mensen die nu leven geen schuld aan wat er in het verleden gespeeld heeft, maar emotioneel wel. Neem bijvoorbeeld de zwarte slavenhandel. Zwarte mensen werden voor een prikkie in west Afrika verkocht aan blanke handelaren. Zij vervoerden ze naar Zuid- of Noord-Amerika en daar werden de slaven duur verkocht. Blanke handelaren waren slavenhandelaren en waren fout. Maar zijn blanke mensen die nu leven en geen slaven verhandelen dan ook fout? Hebben die ook schuld? Kleeft er bloed aan hun handen? Nee natuurlijk. Maar dat is vanuit de ratio gedacht. Er wordt anders gevoeld. Neem Gloria Wekker. Zij ziet bloed aan blanke handen; zij ziet schuld. Slavenhandel heeft in haar ogen de blanke geest vervormt. Kan gewoon niet kloppen, maar ze gelooft er heilig in. Ze heeft het met die gedachte tot hoogleraar geschopt.

Ook de Turken zitten met zo’n zelfde vraag. De leiders van een etnische minderheid kozen in de oorlog voor de tegenstanders van de Turken. Voor straf werden alle leden van die etnische minderheid verbannen naar een gebied waar ze geen kwaad aan konden richten, volgens de Turkse overheid. Het gebied waar deze minderheid naartoe geleid werd was woestijn. Dorre, hete woestijn. Er was geen eten en geen drinken. Dat moeten de Turken hebben geweten. Maar de Turken waren onverbiddelijk. Iedereen die protesteerde of probeerde een beter heenkomen te zoeken, werd gedood. Er kwamen in die woestijn meer dan een miljoen mensen om. Dat is schandalig idioot veel. Maar de Turken weigeren om te spreken van een vooropgezet plan om die minderheid massaal te vermoorden. Toch is dat wel zo. Erkennen wat er destijds gebeurde lijkt een bezoedeling van de Turken die nu leven. Dat is niet zo. Er zal nauwelijks nog een mens in leven zijn, die daadwerkelijk schuld draagt voor deze immense tragedie. Turken van nu dragen geen schuld voor de genocide die destijds gepleegd is. Er leven ook geen Armeense slachtoffers meer. Er bestaat wel geschiedenis. In die geschiedenis heeft de overheid van destijds genocide gepleegd. Erken dat. Iedereen. In de geschiedenis worden nou eenmaal verkeerde beslissingen genomen en dat erkennen helpt om in de toekomst betere beslissingen te nemen…hoop ik.

Misschien ben ik bevooroordeeld en zie ik het fout, maar ik ken geen schuldbewustere mensen dan Duitsers. Tenminste bij Duitsers die ik tegenkom zie je het schaamrood naar de kaken stijgen als alleen maar de letter ‘J’ wordt uitgesproken. We werden rondgeleid door het Bauhaus museum in Dessau. Een heerlijke rondleiding door een jonge Duitse enthousiaste vrouw die echt alles over Bauhaus wist. We zaten op een plek waar ze ons de grote ramenwand kon laten zien.  Vanaf die plek hadden we mooi zicht op het stadje Dessau. Stamelend vertelde ze dat inwoners van Dessau schaamte moesten voelen omdat in hun stad Zyklon B geproduceerd werd. Ze schaamde zich zo verschrikkelijk toen ze het vertelde. Maar…wat had zij ermee te maken? Haar ouders waren kinderen toen die stof in Dessau geproduceerd werd.

Onterechte dader- of slachtofferschap…het leidt tot niets. Onderzoek de geschiedenis en leer er desnoods iets van, maar ga niet jeremiëren!

Kruistocht in spijkerbroek

Op mijn werk heb ik sinds kort een nieuwe collega. Echt een aardige collega. Van mijn leeftijd zo ongeveer. Langzamerhand kwamen we erachter dat we herinneringen delen. Het bleek dat we op hetzelfde moment aan d’Witte Lelie studeerden. Hij studeerde er engels en geschiedenis en ik studeerde er geschiedenis en nederlands. Schijnbaar op hetzelfde moment. Ik heb geen enkele herinnering aan hem. Hij heeft geen enkele herinnering aan mij. Maar wat voor opmerkingen ik ook maak over de opleiding, hij zegt dat hij het zich herinnert. Behalve als ik namen van studiegenoten opnoem, dan herinnert hij ze zich niet. Zijn studiegenoten zeggen mij weer niets.

Eén van de opmerkelijkste gezamenlijke herinneringen, was het gastcollege van Thea Beckman. Deze schrijfster is al een tijd geleden overleden. Toen ik studeerde, was ze nog springlevend en haar boeken waren immens populair. Haar spannende kinderboek ‘Kruistocht in spijkerbroek’ won prijs na prijs. Sommige boeken die er nu zijn waren er toen nog niet, dus ze was nog midden in haar carrière. Doordat Thea Beckman zo beroemd was, voelde ik me een beetje geïntimideerd.

’s Ochtends fietste ik met gemengde gevoelens naar de Nieuwe Spiegelstraat. Daar stond het gebouw waar we colleges geschiedenis volgden. Ik ging iemand ontmoeten die het vak uitoefende waarin ik ook ambities had. Ik wilde schrijver worden en wist op dat moment zeker dat ik ook de talenten had. Ik weet niet waarop ik dat baseerde want iets heel opmerkelijks deed ik juist niet; schrijven. Ik had ambities om te schrijven, maar ik schreef niet. Je brein doet soms dingen met je, die je achteraf nauwelijks begrijpt.

Een ander ding dat me bezighield was, wat voor vragen we aan haar moesten stellen. We hadden in het kader van jeugdliteratuur bij het vak Nederlands, ‘Kruistocht in spijkerbroek’ besproken. Dat knelde. Hoewel wij Beckman d’r roman erg spannend vonden, kraakte onze docent het boek tot op de bodem af. ‘Een tijdmachine!’, ‘Een joch dat zomaar even de leiding op zich neemt over de kinderkruistocht’, ‘een joch dat zo’n beetje de hele geschiedenis van de kinderkruistocht uit zijn hoofd kent’… Onze leraar vond het ongeloofwaardig. Een slecht boek. Dat zette de toon. De bespreking van haar boek stond overigens volkomen los van onze ontmoeting met haar.

Thea Beckman bleek een kordate, gedrongen vrouw met een schelle stem. Wij, als studenten, zaten er timide en geïntimideerd bij. Dat irriteerde Beckman bovenmatig. Ze begon tegen ons uit te varen. Volgens haar vielen wij als studenten geschiedenis behoorlijk tegen. Waar bleven nou precies de vragen? Hadden we haar boeken wel kritisch gelezen? Nou, dat hadden we dus. Bovendien…hadden we net colleges gehad over de kruistochten. Eén van de bestudeerde artikelen ging over de kinderkruistocht…Uit het wetenschappelijk onderzoek (van toen) bleek, dat de deelnemers aan de kinderkruistocht veel minder jeugdig waren dan tot dan toe was gedacht. Veel bleek tijdens de geschiedenis aangedikt. En aangedikt was het daarna in de roman van Thea Beckman terecht gekomen… Eén van mijn medestudenten wees Theo Beckman op het verschil tussen de roman en het onderzoek… Ze ontplofte haast…Ze had het geschreven naar de laatste inzichten in de geschiedenis. We hadden toch moeten weten dat er niets ze veranderlijk is als de geschiedenis. Steeds worden er andere dingen ontdekt; daar kon zij toch niets aan doen… Thea Beckman zou mij lang bijblijven.

De onmoeting met Thea Beckman bleef mijn collega dus ook lang bij…Maar hem herinner ik me niet. Zo vreemd!

De Catwalk in het Rijksmuseum.

Gisteren was ik in het Rijksmuseum. Daar kom ik heel regelmatig. Er is in Nederland geen leuker, interessanter of mooier museum dan het Rijksmuseum. Veel van wat ik de moeite waard vind in het leven, komt daar samen. Op de eerste plaats natuurlijk de beeldende kunst. Weliswaar (bijna) alles uit een ver verleden, maar dat is ook meteen het tweede waar het in dit museum voor mij om draait; geschiedenis. Ik kijk gewoon graag terug. Kan ik niets aan doen; vind ik leuk. Verder terugkijken dan de middeleeuwen vind ik heus ook leuk, maar het begint voor mij bij de middeleeuwen en het eindigt bij gisteren. Laat dat nou precies de periode van Rijksmuseum collectie zijn! De derde pijler van mijn interesse is menselijk gedrag. Ga voor een schilderij in het Rijks staan en je ziet en voelt soms haast hoe mensen zich gedroegen. Wat ze als geaccepteerd gedrag zagen of afwijkend gedrag.

Nu hebben ze in het Rijksmuseum een modetentoonstelling. Catwalk. Mode interesseert mij niet zo veel. Kijk je diep in mijn hart, dan trek ik het liefst aan wat ik gisteren ook aan had. Mode in het Rijks verandert de zaak, want dan komen er weer dingen samen. Mode uit het verleden zegt ook veel over hoe mensen zich in het verleden gedroegen. Wat ze fijn vonden of wat ze mooi vonden. Het zegt iets over hoe men elkaar destijds het hoofd op hol probeerde te brengen. Interessant!!! Leuk!!! De tentoonstelling gaat vandaag open en gisteren was ik in het Rijksmuseum. Toch zag ik mensen naar de nog niet geopende tentoonstelling toelopen…Ik waagde ook mijn kans, maar helaas, ik werd door een strenge doch rechtvaardige man weggestuurd; geen catwalk voor mij.

Bregje Lampe mocht wel naar binnen, lees ik in de Volkskrant. Haar enthousiasme voor de tentoonstelling steekt ze niet onder stoelen of banken.

Gelukkig is er genoeg ander moois. Zo heb ik gisteren een tijd voor het Winterlandschap met schaatsers gestaan. Een schilderij van Hendrick Avercamp; de stomme van Campen. Eén van de leukste schilderijen in het Rijks. Van alles gebeurt er; van schijten tot paraderen. Van verzuipen tot hard werken. Het bracht me terug naar mijn studententijd. Naar Thea Beckman die een gastcollege gaf. Thea Beckman die een kinderboek geschreven heeft over Avercamp. Ik sprak erover deze week met een collega die mijn studiegenoot bleek te zijn, maar die ik nog steeds niet in mijn studiegroep van toen herinner. Dat gastcollege was één grote aanvaring. Ik studeerde aan de lerarenopleiding Nederlands en Geschiedenis en Beckman werd uitgenodigd namens geschiedenis. Net nadat we bij Nederlands ‘Kruistocht in spijkerbroek’ hadden behandeld. De docent had het een slap boek gevonden; een tijdmachine; een jongen van nu die even de leiding overneemt over een tocht van toen; Een jongen van vijftien met encyclopedische kennis over de kinderkruistocht. Onze docent vond het gewoon een slecht boek. Wij vonden het wel spannend om te lezen… In die ongemakkelijke spagaat kregen we de schrijfster op bezoek. Dat ging dus niet helemaal goed.

SK-A-1718

Catwalk. Ik mocht er niet in. Wat een straf! Moet ik nog een keer naar het Rijksmuseum; voor de tentoonstelling Catwalk.