Anjet Daanje – Het lied van ooievaar en dromedaris; een meesterwerk!

Ik weet eigenlijk niet waar ik moet beginnen. Sinds ik de roman ‘Het lied van ooievaar en dromedaris’ van Anjet Daanje uit heb, ben ik maar recensies gaan lezen. Het is zo’n geweldig boek, maar tegelijkertijd zo complex en toch leest het zo makkelijk weg dat ik er eigenlijk geen woorden voor heb. Ik weet zeker dat het één van de allerbeste boeken is die ik ooit gelezen heb en ik ben bang dat ik nooit meer zo’n leeservaring zal krijgen. Tegelijkertijd…vertel het maar eens na, waar gaat het boek over? Eigenlijk lees ik nooit recensies als ik een boek uit heb; ik wil graag mijn eigen mening vormen en geven, maar in dit geval was ik gewoon heel erg benieuwd wat al die recensenten ervan maakten. Superlatieven in overvloed. Vooral in de recensie die in het NRC verscheen kunnen haast geen woorden gevonden worden om te beschrijven hoe goed de roman is. Nou, die woorden kan ik dus ook niet vinden. Deze roman bestaat eigenlijk uit elf volledige romans die los van elkaar stuk voor stuk fantastisch zijn. In dit geval zitten er verbindende en structurerende elementen in die het geheel opkrikken naar meer dan fantastisch. Een meesterwerk, zou ik haast zeggen. Maar wat koop je daarvoor? Het zegt helemaal niets hoe ik het noem. Dompel jezelf onder in de wondere wereld van Anjet Daanje, zou ik zeggen. Geliefde J. zwemt inmiddels ook rond in die Anjet-Daanje-wereld en is er vrijwel niet uit te krijgen; elke pagina van de slordige 700 is boeiend; heeft een onpeilbare diepgang en is…geweldig. Ik zag op YouTube een interview met de schrijfster. Op de vraag waar haar romans over gaan gaf ze een antwoord waar de Neerlandicus niet helemaal blij mee was omdat wat zij vertelde eigenlijk wel voor 80% van alle romans en verhalen gold namelijk wat er zich in het hoofd van de hoofdrolspelers afspeelt. De neerlandicus wilde het specifieker, het thema van haar romans… Daanje vertrok haar gezicht in een grimas van niet begrijpen. Ik denk dat ze daar eerlijk in was. Haar roman gaat over zo verschrikkelijk veel!

Ik heb de roman(s) gelezen en ik kan ook maar moeilijk vinden waar deze roman in de kern over gaat. De verhalen zijn zo verschillend en je hebt erna weer zoveel gelezen dat ze niet goed blijven hangen, het lijkt alsof ze naar een diepere laag van je denkraam zakken. Aan de andere kant is de leeservaring werkelijk geweldig. Centraal staat het verhaal van de zussen Drayden die in het begin van de negentiende eeuw in het dorpje Bridge Fowling in Yorkshire leefden. Het aantal kinderen van Pastoor Drayden is al danig geslonken en ook de moeder van het gezin is inmiddels overleden. Slechts drie zussen zijn over: Helen, de jongste, Eliza May en Millicent. Maar dan wordt ook Helen ziek en sterft. Helen en Eliza May hebben een haast symbiotische band met elkaar en Eliza May lijkt gek van verdriet over het verlies. Millicent en ook Eliza May publiceren ieder een roman. Millicent schrijft de roman ‘Weduwe’ onder het pseudoniem Madison Drew en Eliza May Drayden schrijft de roman ‘Haeger Mass’ onder het pseudoniem Emery Drew. Niet veel later dan nadat ze hun roman gepubliceerd hebben, overlijden ook de twee laatste zussen. Inmiddels worden hun boeken onder hun eigen naam gedrukt en zijn de romans zo’n succes dat het plaatsje Bridge Fowling overlopen wordt door bewonderaars die de plaats willen bezoeken waar ze geleefd hebben en bovendien willen ze hun graven bezoeken. Dat deze twee zussen verschrikkelijk veel lijken op de zussen Brontë is evident. Maar Daanje speelt er ook weer mee; de Brontë’s worden zelf ook genoemd.

Volgens mij wordt in het laatste hoofdstuk het meest duidelijk wat de hoofdpersonen in alle verhalen het meest bezig houdt: Wat is het wezen van tijd en plaats. Hoofdrollen in het laatste verhaal zijn klokkenmaker Ties en briljant natuurkundige Heleen en het speelt zich af in het noorden van ons land. Ties houdt zich bezig met datgene wat traditioneel te maken heeft met het verloop van de tijd op een bepaalde plek op de aarde. Een klok geeft de tijd weer op een bepaalde plek op de aarde en daardoor zijn ze onverbrekelijk verbonden met elkaar. Heleen daarentegen bestudeert de kwantummechanica. Op het niveau van de subatomaire kwantummechanica bestaat er geen verleden of toekomst en kan iets daar zijn maar tegelijkertijd ook ergens anders. In de kwantummechanische theorie worden de begrippen tijd en plaats op z’n kop gezet. Ties en Heleen beredeneren dat als er niets meer gebeurt, er ook geen tijd meer is. Prompt valt Heleen van een trappetje en raakt in coma en zet ze als het ware voor haarzelf en in zekere zin ook voor Ties, de tijd stil.

Tijd en plaats op z’n kop. Als je dood bent, kan je dan ook ergens anders doorleven? Een verhaal speelt in Amerika. Een boot met emigranten is rond het moment dat Eliza May Drayden begraven werd, vertrokken naar Amerika. Uit die boot stapt uit het niets een vrouw, even oud als Eliza May, in het leven op een ander continent. Ze speelt prachtig piano (wat Eliza May ook kon) en dat bekoort een man enorm. Stilletjes luistert hij naar haar als ze speelt. Zij weet het. Op een gegeven moment wil ze pas spelen als ze zeker weet dat hij het hoort. Hij wordt verliefd op haar en trouwt met haar. Vanaf dat moment speelt ze geen piano meer. Ze gaan beiden schrijven en dan blijkt hoe groot het schrijftalent van de vrouw is…Is het soms toch Eliza May Drayden…in Bridge Fowling blijkt het graf van Eliza May leeg…

Een vrouw die niet kan geloven dat een man verliefd op haar wordt en op hetzelfde moment onweerstaanbaar naar zijn liefde verlangt. Het speelt in het hiervoor beschreven verhaal een rol, maar ook in het verhaal van de Emery’s waar de eerste Emery (inderdaad het pseudoniem waaronder Eliza May Drayden haar roman publiceerde…toeval? Niets is toeval!) die iets van het getal 7 lijkt te overleven (lees zelf maar hoe of wat met het getal 7) verliefd wordt op het meisje met de hazenlip die ervan overtuigd is dat ze nooit zal trouwen en ze alleen maar mag verlangen. Maar ook Heleen, de briljante natuurkundige denkt alleen te kunnen en mogen verlangen naar liefde, en ook…ja nog veel meer vrouwen in de roman. Ook de symbiotische band tussen de zussen Helen en Eliza May Drayden wordt in verschillende verhalen in de roman gespiegeld. Op z’n mooist wellicht in het verhaal  van de tweeling Janet en Penny. Met het doel om later mensen op te lichten in seances waarin zogenaamd met de doden wordt gesproken, wordt er maar één van de tweelingzusjes aangegeven bij de burgerlijke stand. Eén van de twee bestaat de andere niet. Eén is eigenlijk twee.

De originaliteit en de ideeënrijkdom is zo groot dat ik eindeloos door kan gaan. Daarom stop ik maar. Lezen die roman! Een voorlopig hoogtepunt in de Nederlandse literatuur!!!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *