Snuffelen in geheime notulen

Ben ik te volgzaam? Ben ik te gevoelig voor autoriteit? Laat ik dan even dit vooraf zeggen: De kindertoeslagaffaire is een schandvlek op het blazoen van dit land. Schuldig is…helaas iedereen; De regering, het parlement, de rechterlijke macht maar ook wij, de inwoners van dit ‘gave’ land. ‘Wij’ hebben gekozen voor zero-tolerance en niet bedacht wat dat precies betekent, maar zo is het wel in de uitvoering terecht gekomen en aldus werd je fraudeur als je een spelfout had gemaakt.

Gisterenavond zijn de uiterst geheime notulen van een ministerraad – waarin gesproken werd over de toeslagenaffaire – , bij hoge uitzondering, openbaar gemaakt. Voor deze ene keer kunnen we lezen wat zich volkomen onbespied wanende ministers en staatssecretarissen zeggen en wellicht daaruit afleiden wat ze over bepaalde zaken en personen denken. Als de regering ook tijdens haar overleg in de kaart gekeken kan worden, gaan ze zich dan anders gedragen? Je moet vrezen van wel. Je kunt je afvragen of dat allemaal een bijdrage levert aan het goed besturen van het land.

Heb ik de notulen volledig gelezen? Nou nee, daar heb ik geen puf voor. Ik doe het met de samenvatting die een uitermate kritische NOS heeft gemaakt. De meest ‘brisante’ citaten uit die notulen worden er uitgelicht en als ik eerlijk ben,  zie ik er eigenlijk helemaal niets verkeerds in staan. Wat de ministers te melden hebben, verwachtte ik ook. Ik zie eigenlijk dat twee poten van de trias politica goed werken; de uitvoerende- en de wetgevende macht. De wetgevende macht controleert of de door hen gemaakte wetten goed uitgevoerd worden. Dat er tussen dat uitvoeren en controleren spanningen zitten, haal je de koekoek. Er is een voortdurende strijd. Men probeert elkaar te overtuigen; men klaagt over de tegenstander; dat is maar goed ook, lijkt me. Zonder twijfel wordt er vanuit de tweede kamer op dezelfde manier naar de regering gekeken.

Waar het in dit geval om ging, was of de kamer doelbewust was misleidt door informatie achter te houden. De regering heeft de plicht om de kamer volledig te informeren. Maar…wat is precies volledig en in hoeverre moet je rekening houden met andere verplichtingen en hoe moet je al die verplichtingen wegen? Dat is een vraag die hier aan de orde is. Beleid wordt uitgevoerd door ambtenaren. De minister of staatssecretaris is politiek verantwoordelijk voor het werk dat ambtenaren uitvoeren. Ambtenaren kunnen zich, anders dan een minister, niet in het openbaar verantwoorden, sterker nog, het wordt niet van hen verwacht. Degene die politiek aan het roer staat, moet voorkomen dat de ambtenaar, als werknemer van de regering, onder vuur komt te liggen. Zelfs als een ambtenaar een fout heeft gemaakt, is het niet de bedoeling dat die ambtenaar als persoon onderwerp van gesprek wordt. De discussie die Menno Snel voerde, was of er stukken naar buiten moesten worden gebracht waaruit bleek dat met naam en toenaam genoemde ambtenaren eventuele fouten hadden gemaakt. Ik zie wel de spanning tussen enerzijds en anderzijds, maar de discussie wordt in alle openheid gevoerd en het is niet zo dat de leden die het wel openbaar willen maken de minderheid vormen. Zie hier de dilemma’s en de interessante discussie!!!

Hoewel niet te voorspellen is wat deze openbaarmaking tot gevolg heeft, toch wel een leuk inkijkje. ‘Schande’ roepende politici hebben allemaal boter op hun hoofd…ja ook Lilianne Ploumen, van mijn partij.

Lale Gül verstoten; Karbonkel Sophie Verhappen is een prutser!

Nee, niet uitgelezen, maar toch hier een verslagje. Zelfs een mening over het boek. Dat terwijl je nog niet eens de helft hebt gelezen! Als je een oordeel over een boek geeft, dan moet je het op z’n minst gelezen hebben. Ben ik het helemaal mee eens. Toch ga ik dit boek, van deze schrijfster niet verder lezen en ga ik er toch wat over schrijven. Allereerst wil ik de uitgeverij feliciteren: Uitgeverij Prometheus heeft een geweldig commercieel succes geboekt. De uitgever heeft een fijne neus voor waar financiële winst te halen is. Een absoluut staaltje VOC-mentaliteit, zullen we maar zeggen. Dat ze daarbij over lijken gaan, en er hier slachtoffers vallen, tsja, collateral damage zullen we maar zeggen.

Hoewel dit een heel ander boek is, moet ik erg denken aan ‘Het Debuut’ van Hester Albach. Destijds, halverwege de jaren zeventig was de schrijfster in dezelfde puberale levensfase als ik. Het boek beschrijft heel ‘openhartig’ de relatie die ze heeft als minderjarig meisje met een volwassen man. Ook dat romannetje had een vrij hoge schandaalwaarde en veroorzaakte aldus een run op de boekhandel. Helemaal toen het boekje vervolgens ook nog verfilmd werd. De schrijfster zelf bekwam dit helemaal niet goed. Ze kreeg buitensporig veel aandacht van de verkeerden met hele andere bedoelingen dan haar eigen literaire aspiraties. Later keek ze met zeer gemengde gevoelens terug op deze periode en op haar uitgegeven debuut. Het verschil met Lale Gül is wel dat ‘Ik wil Leven’ ook nog eens politiek misbruikt wordt en de schrijfster uitgestoten is door haar eigen omgeving. Bovendien voelt een smaldeel van de Nederlandse bevolking zich kennelijk zo geschoffeerd dat de schrijfster voor haar leven moet vrezen en daarom al een tijd ondergedoken zit. Ik vraag me af of uitgeverij Prometheus niet een hele kwalijke rol gespeeld heeft. Ik denk van wel.

Dan het boek…ja, wat zal ik daarvan zeggen. Ik vermoed talent bij Lale Gúl hoewel dat uit het boek nergens blijkt. Het is erg slecht geschreven. Het zijn meer ontboezemingen dan een lekker lopend verhaal. Het zijn de ontboezemingen van een puber die zich van haar ouders losmaakt. Niets meer, niets minder. Dat losmaken gaat van au, dat is wel duidelijk. Om de noodzakelijkheid van de scheiding duidelijk te maken en te verantwoorden, schuwt ze geen enkel middel. Dat recht heb je als je op die leeftijd bent. Natuurlijk mag je al je verdriet voor jezelf opschrijven en het uitschreeuwen op papier. Geen haan die er naar kraait. Maar zo’n schreeuwerig document prijsgeven aan de openbaarheid, daar moet je tegen beschermd worden door volwassenen. Jij als verdrietige en opstandige puber kunt in die fase van je leven niet de inschatting maken wat openbaarmaking tot gevolg heeft. Professionele volwassenen heb je nodig die je beschermen tegen jezelf. Professionals die tegen je zeggen dat je onmiskenbaar talent hebt, maar dat je om echt waardevol te kunnen schrijven afstand tot het onderwerp moet nemen.

Waarschijnlijk doordat de schrijfster geen enkele afstand heeft tot haar onderwerp en er eigenlijk nauwelijks een redactieslag geweest lijkt te zijn op de tekst, zijn haar woorden ronduit beledigend. Niet zozeer vanwege het aan de kaak stellen van een streng religieus milieu of een beklemmende Turkse gemeenschap, maar ze zet haar ouders zwaar te kakken. Dat voelt helemaal niet goed. Als ik me inleef in haar ouders dan zou ik me zo verschrikkelijk te kijk vinden staan. Ik zou, denk ik, niet weten hoe verder te leven als ik zo in mijn blote kont gezet zou zijn door mijn eigen dochter. Als ik het verhaal lees, dan hebben haar ouders niet veel fout gedaan; vanuit een bijna onmogelijke positie hebben ze hun kinderen naar eer en geweten opgevoed en alle kansen van de wereld geboden. Laten we eerlijk zijn, als jij als ouder er echt van overtuigd bent dat de wereld plat is en je zeker weet dat als je te ver doorloopt, je van de aarde af valt, dan heb je als ouder de opdracht om je kinderen te behoeden voor de val en de plicht om te voorkomen dat ze te ver doorlopen. Mag je het feit dat je ouders geloven dat de wereld plat is dan niet aan de kaak stellen? Natuurlijk wel! Maar daar moet je een vorm voor zoeken en een vorm vind je door afstand te creëren tussen jou en het onderwerp. Velen hebben dat gedaan en met wat voor succes! Dat we hier in Nederland vrijelijk de gereformeerde en de katholieke goden en geboden mogen lasteren en we dat ook met veel genoegen doen, is zonder twijfel een verdienste van het fantastische werk van onder anderen Jan Wolkers, Gerard Reve, Hugo Claus, Maarten ’t Hart en heel recent Marieke Lucas Rijneveld.

Dan, het dramatische Nederlands. Ik denk dat ik er niet te veel over ga zeggen. Als iemand het aan haar ‘anus zal oxideren’, iets ‘non-existent’ is dat haar oma ‘een kurk in d’r reet heeft’ over haar moeder spreekt als ‘potentaat karbonkel’ die haar inziens ‘de duvel zelve’ is…sjonge, als je dat publiceren wil, wat moet je dan verschrikkelijk tegen jezelf beschermd worden.

Het resultaat van het prutswerk van uitgeverij Prometheus is dat Lale Gül verstoten is door haar ouders (wat ze niet gewild heeft, zo vertelde ze) verstoten is door de Turkse gemeenschap en zwaar bedreigd wordt. Dat Geert Wilders haar voor eigen electoraal gewin gebruikt heeft, zorgde ervoor dat ze als eenling tegenover de volledige Nederlandse islamitische gemeenschap kwam te staan. Gelukkig noemt Lale Gül de prutser in haar dankwoord bij naam: Sophie Verhappen. Ik zou gewild hebben dat Lale Gül haar niet was tegengekomen; wat een amateur! Schande! Karbonkel Sophie Verhappen is een prutser!

En de winnaar is:…

Ik heb de boeken op de shortlist van de Libris literatuurprijs 2021 allemaal gelezen en dat betekent dat ik kleur moet bekennen; wie heeft er verloren en wie heeft de Frits’ Libris Literatuurprijs 2021 gewonnen. Dit jaar kan ik geen boeken laten afvallen omdat ik ze slecht vind, het zijn allemaal goed geschreven romans. Dat was vorig jaar en het jaar daarvoor…en het jaar dáárvoor, wel anders. Ik vond zelfs een keer het winnende boek van de ‘echte’ prijs, een buitengewoon slecht boek. Verder herinner ik me De Muidhond waarvan ik echt niet kon bedenken waarom hij op de shortlist stond. Vorig jaar, ook al zo’n misser. Dat verhaal van die twee moeders en de verwekking van hun kind; een regelrecht mislukte roman. Maar goed, laten we ons beperken tot de boeken die dit jaar op het lijstje stonden. Geen slechte boeken, dus, wel boeken die me niet aanspraken; dat is net zo goed een criterium, vind ik.

6.

Op de laagste plaats eindigt bij mij De Onbevlekte van Erwin Mortier. Ik had erg veel moeite om de perspectieven uit elkaar te houden en daardoor wilde het verhaal gewoon niet vlotten. Ook een weinig boeiende plot. Het taalgebruik van de schrijver is zeer bloemrijk…misschien soms een ietsje teveel.

5.

Op de vijfde plaats staat Client E. Busken van Jeroen Brouwers. Hartstikke knap om de ontwikkeling van de wereld op een dag te beschrijven vanuit een geketend, oud en ziek persoon. Maar wat verschrikkelijk negatief allemaal. Ook hier is de plot vrij dun, maar op zich zegt dat natuurlijk niet zo veel.

4.

De vierde plaats is voor Simone Atangana Bekono en haar roman Confrontaties. De hoofdpersoon maakt een mooie ontwikkeling door. Een goed geschreven roman maar hier en daar vind ik de karaktertekening niet helemaal je dat. Een gymnasiaste, ook al heeft ze een donker gekleurd huidje, verwacht je niet zo snel in jeugddetentie. Ik was al blij dat het niet weer zo’n frontale aanval op de witte hetero man was en dat het racisme er bovenop lag.

3.

Op de derde plaats Wij zijn Licht van Gerda Blees. Echt een heel boeiend boek om te lezen en erg origineel qua vorm met een hele reeks perspectieven van waaruit het verhaal verteld wordt. Ik heb de roman met heel veel plezier gelezen en hoop nog veel van deze auteur te lezen.

2.

Op de tweede plaats zet ik De Saamhorigheidsgroep van Merijn de Boer. Echt een fantastische roman die ik in één ruk heb uitgelezen. Ook in deze roman vind ik de karaktertekening niet helemaal geloofwaardig maar dat mag het leesplezier niet drukken.

1.

En…de winnaar is, de roman van het lijstje dat overblijft…Mijn Lieve Gunsteling van Marieke Lucas Rijneveld. In alle opzichten een fantastische roman. Origineel op bijna alle vlakken, vernieuwend, schrijnend maar toch net zo goed weer troostend. Hoewel er op de shortlist echt veel goede boeken staan, overklast deze roman ze allemaal.

Zo, dat was het weer voor dit jaar! Ik ben dus meteen in een leegte gestort, want wat zal ik nu eens gaan lezen. Lale Gül heb ik gekocht…en de eerste paar bladzijden gelezen, maar jongens, wat zakte mijn broek af. Wat een gezwets. Uitdrukkingen als: het zal haar aan d’r anus oxideren en oma heeft een kurk in d’r reet. Dan heb je het dus meteen bij mij verbruid. Wie weet doe ik nog een poginkje om het boek te lezen…

Erwin Mortier – De onbevlekte; Ik verdwaalde…

Ik geef het toe, voor ik een recensie schrijf over een bepaald boek, lees ik een stuk of wat andere recensies; ik wil niet dom overkomen…Stel dat ik een boek helemaal verkeerd begrepen heb… Ook over ‘De onbevlekte’ Van Erwin Mortier heb ik er een aantal gelezen. Wat vind ik van het boek en vind ik dat de recensies kloppen met mijn ervaring met het boek? Tsja, en dan kom ik nu best in de problemen want zo enthousiast als de meeste recensies zijn over het boek, dat ben ik niet. Ik zie heus wel de kracht, maar om nou te zeggen dat dit de roman is waar ik al jaren op wacht…nou nee. Ik kan er niet echt warm voor lopen. Dit verschil tussen de stroom uiterst positieve recensies van professionele lezers en mijn minder enthousiasme terwijl ik een pret-lezer ben, brengt mij op de vraag wat goede literatuur is, wat een lekker boek voor mij is en waarom ik graag lees; Waarom ‘Turks Fruit’ een hoogtepunt in de Nederlandse literatuur is maar bijvoorbeeld ‘Bonuskind’ Van Saskia Noort niet terwijl beiden heerlijk zijn om te lezen. Op deze vraag weet ik gewoon het antwoord niet. Ik durf het niet te zeggen. Intuïtie, misschien. Ik weet wat een hoogtepunt in de literatuur is en wat niet. Ik weet ook wat literatuur is en wat niet. Vaak heb ik er gelijk in, omdat mensen die ervoor doorgeleerd hebben, hetzelfde zeggen. Maar, wat vind ik dan een lekker boek en wat zorgt ervoor dat ik een fijne leeservaring heb? Ontsnapping aan mijn werkelijkheid en de uitdaging om andermans werkelijkheid en gedachtewereld te doorgronden. Taal en verhaalstructuur zijn daarbij de vervoermiddelen. Laat ik het zo maar samenvatten.

Hoe zit dit alles bij de roman ‘De onbevlekte’ van Erwin Mortier? Om te ontsnappen aan mijn eigen werkelijkheid heb ik het nodig dat ik gedurende het verhaal weet in wiens hoofd ik zit. Dat is bij Erwin Mortiers roman vaak een raadsel. Bekijk ik de wereld door de ogen van Andrea, de zuster van Marcel de SS’er, of de Marcel die vernoemd is naar Marcel de SS’er en gelijk lijkt te vallen met de schrijver? Dan zijn er nog een stuk of wat brieven geschreven door de foute Marcel. Als je na bladzijden verwarring tot de conclusie moet komen dat je nog in het verkeerde vertellershoofd zit, dan frustreert dat mijn leeslust. Dat is me diverse keren overkomen. Eigenlijk heb ik hele stukken van de roman zitten lezen zonder dat ik begreep door wiens ogen ik keek. Echt heel vervelend. Misschien had ik het moeten kunnen weten als ik heel veel preciezer had gelezen, maar dat deed ik dus niet. Het kan dus zijn dat ik deze roman lager waardeer doordat ik het verdomde om hem goed te lezen…het zij zo!

Marcel werd tijdens de oorlog lid van de Vlaamse SS. Hij trok ten strijde tegen de Bolsjewieken en kwam om aan het oostfront. Marcel heeft een zus Andrea die haar moeder eigenlijk Maria had willen noemen; de onbevlekte. Andrea kreeg een hele sleep kinderen en een van de jongens – de schrijver(..?) – werd vernoemd naar de foute broer. Het verhaal wordt verteld met het Vlaamse platteland als achtergrond. In het laatste deel van de roman zijn de brieven afgedrukt die foute Marcel aan zijn familie schreef vanuit zijn nazistische legerkorps. Met uiteindelijk dus ook zijn overlijdensbericht. Het houterige taalgebruik in de brieven, die daardoor authentiek overkomen, staat in contrast met het poëtische taalgebruik in de andere delen van de roman. Dat taalgebruik is wel heel bijzonder en heel erg bloemrijk. Misschien wel te bloemrijk waardoor de koers van de roman wat uit het zicht raakt.

Al met al, niet mijn favoriete roman. Ik heb niet veel leesplezier gehad en voor mij is dat een ding dat zwaar meetelt. Heus, mooi taalgebruik, maar omdat taal en vertelstructuur de vehikels zijn van de roman, maar de roman me laat verdwalen, kan ik niet enthousiast worden. Omdat deze roman op de shortlist van de Libris literatuurprijs staat en ik alle boeken heb gelezen en beoordeeld, ga ik het tegen de andere boeken van de shortlist aanleggen…en dan scoort hij niet hoog. Ik verdwaal niet graag.

Jeroen Brouwers – Client E. Busken; een moeilijk boek.

Ik heb het uit! Dat was een zware bevalling. Viel niet mee, dat boek van Jeroen Brouwers. Is het dan een slecht geschreven, oninteressante roman? Nee, zeker niet. Het is geen boek dat lekker weg leest. Voor mij was het lezen van deze roman een worsteling. Je zit in het hoofd van een hoogbejaarde, dementerende, ontevreden en invalide man gevangen wiens enige pleziertje het roken van sigaretten is. Maar ook het zelfstandig roken van een sigaret is hem niet meer gegeven. Als lezer zit je in dat hoofd en de wereld van dat hoofd is erg klein; je wordt er een beetje claustrofobisch van. Natuurlijk is het verschrikkelijk knap om vanuit het enge perspectief van deze persoon een roman te schrijven, maar jongens, dat leest echt niet lekker. Helemaal omdat we weinig te weten komen over de persoon, tenminste weinig betrouwbaars. Want wie is hij, wie was hij en wie zijn de personen om hem heen?

Wat we van de hoofdpersoon te weten komen, is best verwarrend. Hij zit vast gegord in een rolstoel. Zijn behoefte doet hij in een luier (hoewel hij een fluitje bij zich heeft waar hij op moet blazen als hij moet poepen…wat hij dus niet doet). Of hij kan praten, dat krijgen we niet te horen. Wel dat hij niet wil praten. Voor sommigen in de buitenwereld lijkt het alsof er niets tot hem doordringt. Anderen weten zijn oogopslag of bewegingen wel te interpreteren als communicatie. Hoofdpersoon Busken kan zijn lichaam niet stilhouden. Het schudt en beweegt alle kanten uit. Hij ziet zichzelf als uitzonderlijk en bijzonder om iets dat hij in het verleden bereikt of gepresteerd zou hebben. Het is eigenlijk voor de lezer niet mogelijk om te bepalen wat hierin waar is of verzonnen…een roman is trouwens natuurlijk altijd verzonnen. Schrijven, wat dan ook, lijkt wel bij het verleden van Busken te horen; daar komt hij het meest op terug. Hij koestert zijn papier en potloden en geeft de indruk dat hij nog dagelijks schrijft. Dat wordt wel weer tegengesproken door het feit dat hij onwillekeurige bewegingen maakt met zijn handen; probeer daar maar eens mee te schrijven. Maar naast schrijver, ziet hij zichzelf ook als groot en wereldberoemd dirigent, hoogleraar in de filosofie, kernfysicus… en ga zo maar door. Zijn eigen grootheid plaatst hij tegenover de miezerigheid, onbenulligheid en bovenal dommigheid van de personen die zich rondom hem bewegen. Een roman vanuit het perspectief van deze verzuurde, oude dementerende man is niet echt leuk om te lezen. Misschien niet eens zo onrealistisch; het ‘leven’ heb ik wel eens vergeleken zien worden met het koken van bouillon; naarmate hij langer opstaat, wordt de bouillon steeds geconcentreerder; worden de eigenschappen steeds duidelijker en dan vooral de slechte. In het geval van de heer E. Busken in deze roman, zijn die eigenschappen helemaal niet fraai.

Het verhaal speelt zich af op een zomerse dag in een inrichting. Of het alleen een inrichting is voor dementerende bejaarden, wordt niet helemaal duidelijk. Sommigen lijken toch goed te functioneren. Mieneke Kalckbrander bijvoorbeeld. Wie ze is? Ja, wie zal het zeggen. Ze heeft ‘iets’ met hem. Tot grote ergernis van Busken is ze voortdurend in zijn buurt. Ze geeft hem koosnaampjes. Op zeker moment vroeg ik me af of ze zijn echtgenoot is. Daar is echter te weinig bewijs voor, lijkt me. Verder zijn er nog Richard. Door sommigen uitgesproken als Risjaar en door anderen als Ritsjert. Hij lijkt de baas te zijn in de instelling. Daarnaast is er nog een vrouwelijke psychiater die net zo goed psycholoog kan zijn. Ook dat wordt niet helemaal duidelijk. Ze draagt haar bril boven op haar hoofd. De behandelaars weten dat Busken zo zuur is dat hij niet meer praat terwijl hij dat wel zou kunnen. Verder is er een zekere Herman, die hem van sigaretten voorziet, maar die volgens de verteller, al heel lang niet meer langskomt. Ook zou Busken een dochter hebben hoewel hij haar naam zich niet kan herinneren. Hij vermoedt dat ze geëmigreerd is, maar zeker weet hij het niet…of heeft hij helemaal geen dochter?

Er blijken wel standvastige herinneringen te zijn. Zo citeert Busken de eerste strofen uit het gedicht Im Abentrot van Von Eichendorff. Dat gedicht is niet zozeer bekend vanuit de poëzie maar wel door de muziek die Richard Strauss (hier Richard dus niet als Risjaar of Ritsjert uitgesproken, maar op zijn Duits) erbij heeft gecomponeerd en het daardoor terecht kwam in Vier Letzte Lieder.

Toen Richard Strauss deze muziek componeerde was hij op ongeveer dezelfde leeftijd gekomen als Jeroen Brouwers toen hij deze roman schreef. De Vier Letzte Lieder worden algemeen gezien als de zwanenzang van Strauss. Is ‘Client E. Busken’ de zwanenzang van Jeroen Brouwers?

Al met al…een moeilijk boek. Zeker geen slecht boek, maar zeker geen boek waar je ‘lekker’ doorheen leest. Voor mij was het een worsteling. Ook omdat het zo verschrikkelijk negatief qua toon is. Op dit moment kan ik dat moeilijk gebruiken. Gaat zeker niet voor de eerste of tweede prijs van mijn Librisliteratuurprijs 2021 lijstje.

Door bijwerkingen heen worstelen

Zo, de spuit zit erin! AstraZeneca. Hoewel volgens lieden die het weten kunnen, de kans dat je sterft aan de bijwerkingen van het vaccin vergelijkbaar is met geraakt worden door de bliksem, was het toch even slikken. Ik ga bijvoorbeeld niet buiten lopen als het onweert en dat reduceert de kans om geraakt te worden nogal terwijl ik voor de vaccinatie vrijwillig mijn schouder ontblootte. Ik heb  besloten om er niet bij stil te staan; daarvoor wil ik te graag uit deze crisis en mijn oude leven terugkrijgen. Voor mij straks als ik het concertgebouw binnen wil geen sneltest want ik kan mijn vaccinatiebewijs laten zien. En die bijwerkingen, zo redeneerde ik, zullen vast wel meevallen. Zullen wel meevallen. Meevallen… Dit jaar had ik toch ook de griepprik gehaald (voor het eerst van mijn leven); geen centje pijn. In 2018 heb ik me laten vaccineren voor allerhande tropenkolder ziektes…niets van gevoeld of gemerkt…wat kan mij dus gebeuren?

Nou, dat AstraZeneca vaccin zette mijn lichaam uitzonderlijk zwaar aan het werk. Kennelijk is het nogal wat om antistoffen te ontwikkelen tegen het Covid-19 virus. Gisteren aan het begin van de avond voelde ik me een beetje…ach wat zal ik zeggen…lamlendig. Ik vroeg geliefde J. of ze er niet voor voelde om een maaltijd van elders aan te laten rukken. Maar geliefde J. is bezorgmaaltijden gaan haten dus moest ik wel aan de bak. Ging niet van harte, moet ik zeggen. Dat plekje waar de spuit mijn lichaam was binnengedrongen voelde wat gevoelig; dat was alles, dacht ik. Maar toen ik klaar was met de maaltijd bereiden begon ik het onverklaarbaar koud te krijgen. Om een lang verhaal kort te maken: Klappertandend van de koorts stapte ik gisteren mijn vriesbed in. Zelfs een warme kruik en een slaap t-shirt  – wat ik dus nooit aan heb – konden het klapperen van mijn tanden niet stoppen. Na een zeer onrustige nacht werd ik al vroeg wakker. De koorts was weg maar daarvoor in de plaats een zware hoofdpijn. Je moet er wel wat voor over hebben om immuun te raken…dat heb ik wel door.

Maar stel je toch eens voor…Doordat ik me heb laten vaccineren kunnen we straks weer gewoon naar een winkel. Gewoon even kijken of ze datgene hebben wat je niet echt nodig hebt en als ze dat niet hebben, misschien loop je dat wel tegen iets anders aan wat je zomaar spontaan koopt…of niet en dan loop je de winkel weer uit. Of naar een museum. Dat ik zomaar mijn fietstochtje kan eindigen in een museum en met open mond kan kijken naar de schoonheid van de wereld. Of het concertgebouw; concerten; genieten van echte muziek. Muziek die klinkt waar het gemaakt wordt zonder tussenkomst van elektronica. Of naar de opera of lekker naast elkaar zitten kijken naar een toneelstuk. Lekker uit eten met een zoon of geliefde J. Ja, dat wordt allemaal straks weer mogelijk. Dat kan allemaal straks weer doordat ik me door wat bijwerkingen heen heb geworsteld…

Stagnatie!

Ik had me zo voorgenomen om in rap tempo de shortlist voor de Librisliteratuurprijs te lezen en het leek erg gladjes te gaan. Ik had er zelfs wel kans op dat ik het hele lijstje gelezen had, voordat de uitreiking van de prijs zou plaatsvinden. Dat ik dus voor mezelf een oordeel kan vellen voordat de ‘echte’ prijswinnaar bekend wordt gemaakt. Maar helaas, ik heb stagnatie. Dat komt door mijn vergaande somberheid. Dat combineert slecht met de roman van Jeroen Brouwers. Ik lees tegen de klippen op, maar dat boek is zo zwart, dat het mijn ziel nog meer verduistert dan hij al was. Ik ben halverwege het boek, maar kan maar een paar bladzijden lezen per keer. Het is een roman zo vergeven van de negativiteit dat ik het het liefste had dichtgeslagen. Maar dat kan ik niet doen want ik ben semiprofessioneel aan het lezen; ik heb mezelf het doel gesteld om, net als de afgelopen paar jaar, de shortlist van begin tot eind te lezen om vervolgens mijn oordeel over de boeken naast de uitslag van de officiële jury te leggen. En dat ga ik ook zeker doen. Maar die ‘Client E. Busken’…, dat valt echt niet mee. Dat terwijl het een relatief dun boekje is. Goed geschreven, ik kan niet anders zeggen, maar zo negatief; alleen maar observaties en elke observatie is negatief. De hoofdpersoon lijkt zo snel als maar mogelijk weg te willen van de wereld.

Op dit moment zou ik ook wel van de wereld af willen; in ieder geval van mijn werk. Het gaat niet goed. Een chronisch zwaar hoofd, een pijnlijk gespannen nek- en schouderspier en sombere en negatieve gedachten. Die gedachten kan ik maar moeilijk corrigeren. Dat ik bijvoorbeeld niets kan; dat ik de schaamte van mijn team ben; dat ik alles te langzaam doen en veel te veel fouten maak. Dat ik alles moet vragen en dat ik de antwoorden nauwelijks onthouden kan. Dat een antwoord op mijn vragen soms uren op zich laten wachten omdat iedereen genoeg van mij en mijn gevraag heeft. Dat ik voortdurend moet zoeken naar woorden om mij goed in het Engels uit te drukken en dat ik het daarom vaak maar laat zitten. Dat ik moet programmeren in een omgeving waar men zich niet aan de basisregels heeft gehouden en dat ik dus stomme oplossingen moet zoeken en vinden waarvan ik weet dat ze instabiel en foutgevoelig zijn. Dat ik eigenlijk helemaal niets anders meer doe dan programmeren. Programmeren heb ik in verband met T-shape weer zo’n beetje opgepakt; maar in dit team blijft er niets anders meer over… Ik ben een brok negativiteit; heb me ziekgemeld en weet niet meer hoe nu verder. Hoe kan het dat van de twaalf beoordelingen die ik tijdens mijn carrière hier in dit bedrijf heb gekregen er drie excellent waren en de anderen gewoon goed? Ik kan me nauwelijks herinneren dat ik ooit goed heb gefunctioneerd. Mijn herinneringen moeten verduisterd zijn… Ik functioneer nu helemaal niet meer en kan alleen maar hopen dat de laatste vier jaar van mijn werkende leven snel om zijn. Pensionering redt mij!

Terug naar die roman van Jeroen Brouwers. Hij heeft een slecht effect op mijn geestesgesteldheid. Nog even doorzetten. Als het echt niet gaat, dan sla ik het tijdelijk dicht en neem ik de roman van Mortier ter hand…Stagnatie; misschien moet ik er allemaal niet zo zwaar aan tillen…ik wou dat ik dat kon!

Merijn de Boer – De Saamhorigheidsgroep; een heerlijk boek!

Het woord ‘pageturner’ staat mij verschrikkelijk tegen, maar verzin daar maar eens een goed nederlands woord voor. Deze roman is er zo één, dus. Boeiend en spannend tot het eind. De strijd om de Frits’ Librisliteratuurprijs 2021 gaat voorlopig om de tweede plaats; de eerste plaats is bij mij nauwelijks bereikbaar. Deze roman gooit hoge ogen. Ik moet zeggen dat de keuze voor de boeken op de shortlist mij enorm heeft verrast; tot nog toe geen enkele roman die er negatief uitspringt. Dat is wel eens anders geweest. Wat deze linkse jongen wel even kwijt moet is dat ik de roman ‘De saamhorigheidsgroep’ ook wel weer een voorbeeld vind van linkse mensen plagen en in de zeik nemen. Dat vind ik op de één of andere manier niet erg fijn, maar oké, laat ik niet moeilijk doen. Misschien ben ik ook wel wat gevoelig geworden op dit punt; de ‘linkse kerk’ (wat klinkt dat verschrikkelijk k…) heeft nogal wat te verduren gekregen de laatste jaren en dat terwijl het, wat mij betreft, zonneklaar is dat er ingrijpende maatregelen moeten worden getroffen die in een verdacht ‘links’ daglicht staan. Gelukkig – maar uitermate ongelukkig voor links – hebben veel rechtsere partijen deze items overgenomen van links. Zelfs de overgang naar een duurzame samenleving is in handen gegeven aan VVD-prominenten… Maar laten we terugkeren naar het boek waar het hier om gaat!

In het eerste deel van de roman, de proloog die zich in 2018 in New York afspeelt, leren we ambassadeur Bernhard  Wekman,  permanent vertegenwoordiger  bij de Verenigde Naties kennen. Hij bereidt zich voor op een ontmoeting met Bronno die hij meer dan dertig jaar geleden heeft leren kennen als het meest dominante lid van de saamhorigheidsgroep. Destijds maakte Bernhard deel van uit van deze groep. Hij beseft dat hij sinds dat ene jaar dat hij lid was, nooit meer zo gelukkig is geweest als toen. Tijdens de ontmoeting wil Bronno, namens de saamhorigheidsgroep, dat hij Tibet erkent in de VN namens Nederland. Als Bernhard vertelt dat dit echt niet mogelijk is, druipt Bronno zwaar teleurgesteld af.

Het tweede deel van de roman – het leeuwendeel van de roman – speelt zich in 1982 en 1983 af in Haarlem en Amsterdam. Bernhard schermt samen met Felix. Felix introduceert Bernhard bij de Saamhorigheidsgroep. Dat blijkt een groep zeer idealistische mensen te zijn die zich inzetten voor al het onrecht in de wereld. Daarvoor staat ze tien procent van hun inkomen af en van dat geld worden projectjes gefinancierd. Hier hebben ze regelmatig vergaderingen over. Bernhard, die over enkele maanden zijn eerste post in Angola krijgt, voelt zich een vreemde eend in de bijt, maar vindt de leden zo enthousiast in hun streven naar een betere wereld dat hij zich toch thuis voelt in de groep. De saamhorigheidsgroep is echter veel meer dan een clubje dat goede doelen nastreeft; het is ook een soort gezelligheidsclub. Iedereen stemt minstens PvdA, maar hun actiebereidheid is vele mate groter. Liza en Tristan zijn ook lid van de groep. Zodra Liza haar stem laat horen, is Bernhard zodanig verkocht door het timbre dat hij lid wordt. Hij heeft sindsdien een oogje op Liza.

Verloskundige Liza heeft haar man, kunstenaar Tristan, op de middelbare school leren kennen. Sindsdien zijn ze samen. Ze hebben een grote kinderwens maar het zaad van Tristan blijkt niet vruchtbaar. Omdat Liza heeft opgemerkt dat Bernhard, die niets afweet van Tristans onvruchtbaarheid, zijn ogen niet van haar kan afhouden, bedenken ze het plan om Bernhard te verleiden. Zonder dat hij het weet zal hij haar dan zwanger maken. Omdat hij binnenkort naar Angola vertrekt, zal hij nooit van haar zwangerschap weten. Dat plan loopt anders dan verwacht want Bernhard wordt smoorverliefd op Liza. Zoveel liefde heeft ze lang niet gevoeld en daar bezwijkt haar huwelijkse trouw dan ook onder. Bernhard en Liza beginnen een heftige, stiekeme, onstuimige verhouding. Bernhard laat de uitzending naar Angola aan zich voorbij gaan. Hoewel hij wellicht een vermoeden van de relatie heeft, maar het niet echt ontdekt heeft, raakt Tristan  helemaal bezeten van het idee dat hij zijn vrouw Liza tegen haar wil heeft uitgeleverd aan Bernhard. Hij kan er nauwelijks mee leven als Liza zwanger blijkt. Bernhard daarentegen is ervan overtuigd dat Tristan haar zwanger heeft gemaakt en zeker niet hijzelf; hij kan zich niet voorstellen dat hij daartoe in staat zou zijn. Als het kind geboren is, heeft Bernhard het gevoel dat hij het gezin van Liza en Tristan met de kleine in de weg staat. Hij voelt dat ook zijn verliefdheid over is. Hij aanvaardt een post in Jeruzalem en maakt het uit met Liza.

Het derde deel speelt zich in 1984 af in Jeruzalem. Tristan, die de inzinking nabij is, gaat naar Jeruzalem om ‘iets’ te doen. Hij hoopt Bernhard te vinden en dan ‘iets’ te doen om zijn haatdragende gevoelens weg te poetsen.

Het laatste deel speelt zich in Haarlem af in 2019 en is een epiloog.

Van de eerste tot de laatste letter een spannend boek. Het leest heerlijk weg. Is goed geschreven. Je blijft er nog even mee in je hoofd zitten. Maar toch…er zitten volgens mij wat rafelrandjes aan de roman. De roman gaat over een buitenstaander die lid wordt van een groep. Van die lijn wijkt de auteur diverse keren af om wat uitstapjes te maken naar de andere leden van de groep. In mijn ogen werkt hij dat te weinig uit zodat er wat losse floddertjes ontstaan. Ja, het heeft met de saamhorigheidsgroep te maken, maar wat precies met de grote lijn van het verhaal. Niet dat het erg stoort, maar zo’n groep van namen is moeilijk te onthouden en zeker als het verhaaltje kort en relatief oppervlakkig blijft. Moeilijk bij te benen wie wie is in zo’n geval. Vooral die lossere zijlijntjes kosten heel wat hersenoefeningen. Een ander ding vind ik de karaktertekening van Bernhard. Hij wordt door de auteur neergezet als een goedaardige, zachte man die zich makkelijk laat meeslepen. Hij probeert zich voortdurend aan de groep aan te passen. Zo parkeert hij zijn auto een eind uit de buurt, zodat het lijkt alsof hij geen auto (want not done in de groep) heeft. Dat karakter klopt volgens mij niet met het karakter van een permanent vertegenwoordiger bij de Verenigde Naties namens Nederland; dat moet een zeer standvastig, slagvaardig persoon zijn. Ik vind het een zwakte in de roman.

Bernhard is iemand met een laag libido, wordt verteld, maar dat libido wordt in het saamhorigheidsjaar door Liza naar grote hoogte gestuwd. Zodra hij het uitmaakt met Liza, zakt zijn libido naar het vroegere niveau. Grappig is dat de schrijver Bernhard een favoriete filmscene toedicht uit de film ‘Shame’. Dat is een film over een seksverslaafde man en dus een extreem libido. Hoe dan ook; het is een heerlijk boek om te lezen!