Simone Antangana Bekono – Confrontaties; geen frontale aanval

De roman Confrontaties van Simone Atangana Bekono werd aangekondigd als een boek over racisme. Daar heb je tegenwoordig bij mij al de poppen mee aan het dansen. Ik word meteen opstandig. Dat komt ongetwijfeld doordat ik een blanke, lekker verdienende, redelijk hoogopgeleide, heteroseksuele man ben en als zodanig – ondanks de ‘white privilege’ – de pispaal van de natie. Degene aan wie ze constant uitleggen dat al het kwaad in de wereld zonder meer op mijn conto geschoven kan worden. Dan kan ik zwak roepen dat ik, als halve jood, toch ook best zielig en gediscrimineerd ben…maar nee, dat helpt geen zier. Ik ben de grote, kwaadaardige, witte, bewust of onbewust racistische man en al het onrecht dat de medemens met een kleurig huidje overkomt, dat is mijn en onze schuld. En als mij hetzelfde onrecht overkomt dan heb ik gewoon pech…of zoiets.

Gelukkig ontstijgt de roman ‘Confrontaties’ de denkbeelden van Gloria Wekker en aanstelster Anousha Nzume, de roman is prima te lezen en stelt niet bij voorbaat de schuldigen vast; zoals in de meeste goede romans wordt het interpreteren van gedrag aan de lezer overgelaten. Daarom geef ik mijn zo kort mogelijke interpretatie van de plot meteen hier prijs: Het gaat over een meisje dat in een jeugdgevangenis vastzit omdat ze een jongen zwaar lichamelijk letsel heeft toegebracht. Dat is per ongeluk gebeurd toen twee pestkoppen haar gewelddadig pestte en zij zich verdedigde. Dat de pestkoppen haar huidskleur gebruikten om haar te kwetsen; het had in een ander geval net zo goed rood haar, schele ogen, grote of juist kleine tieten, klein hoofdje of grote voeten kunnen zijn. Aldus werd de boze witte man in mij weer rustig…

Natuurlijk komen er wel wat thema’s langs die vraagtekens zetten achter onze verhouding met de rest van de wereld, maar dat lijkt me alleen maar goed; we moeten onszelf steeds vragen blijven stellen. Hoofdpersoon Salomé Atabong zit opgesloten in een jeugdinrichting die ze zelf de naam de ‘Donut’ heeft gegeven. Het is een gebouw waar je alleen maar rechtsaf kunt, volgens de verteller. Een rond gebouw rond een binnenplaats. Het gebouw is verdeeld in compartimenten. Eentje voor meisjes, de rest voor ontspoorde jongens. Therapie krijgt ze van …Frits (heeft echt niets met mij te maken!). Frits herkent ze van een programma op de televisie waarin een gezin veertien dagen gaat wonen bij een ‘primitieve’ stam in Afrika. De hoofdpersoon wiens vader uit Kameroen komt, heeft moeite met dit gegeven omdat het programma de betreffende Afrikanen te kakken zet. Therapeut Frits blijkt het ook niet eens te zijn geweest met hoe ze geportretteerd werden door het programma. Hij heeft veel door Afrika gereisd en is juist heel geïnteresseerd in Afrika. Gaandeweg de roman bouwen Salomé en Frits een goede therapeutische band op en krijgt ze inzicht in haar positie en gevoelens tussen twee culturen in: Aan de ene kant de Afrikaanse, van haar vader en aan de andere kant de Nederlandse (Zeeuwse) kant van haar moeder.

Veel aandacht wordt besteed aan het haar van Salomé. Haar vader knipt haar haar in een ronde afro. Dat is volgens de verteller het enige dat hij kan. Als je de verschillende haardrachten beschouwd, zou je denken dat haar vader haar rond en gewillig knipt. Aan de andere kant koopt haar vader ook een boksbal voor d’r waarmee ze kan trainen om de pestkoppen de baas te zijn. Als ze tijdens een vakantie hun familie bezoeken in Kameroen, ‘doet’ de zus van haar vader – tante Céleste – haar haar. Ze maakt vlechten die min of meer als de slangen van Medusa uit haar hoofd komen. De wraakgodin. En je zou kunnen denken dat de hoofdpersoon in de jeugdgevangenis is gekomen vanwege een wraakactie. Maar dat is dus niet zo; ze verdedigde zichzelf; dat is wezenlijk iets anders. In de jeugdgevangenis gaat vriendin Marissa haar haar doen; kleine staartjes…begreep ik. De vergelijking met Medusa komt vaak terug en dat vind ik moeilijk omdat ik toch niet helemaal begrijp waarom. Überhaupt wordt er veel verwezen naar de Griekse verhalen. De hoofdpersoon presenteert zichzelf ook als een absolute boekenwurm. Ze wordt op de lagere school absoluut niet te laag ingeschat, want ze krijgt een gymnasium advies. Op deze school gaat het uiteindelijk faliekant mis. Dat ligt onder anderen aan pesten. Ze kan zichzelf ook erg moeilijk beheersen, leren we.

De roman bevat erg veel verwijzingen naar de verhalen uit de klassieke oudheid. Parallellen met het verhaal zijn er doorgaans wel. Het valt mij op dat de auteur met haast losse streken taal de gemoedstoestand van de hoofdpersoon schildert. Soms werkt dat heel sterk. Doordat het vaak losse associaties of herinneringen of gespreksflarden is het aan de andere kant soms moeilijk te volgen; waar zitten we precies? Wat doet de hoofdpersoon? In welke herinnering? En waar? Het maakt het soms wat ondoorgrondelijk.

De roman is zeker goed geschreven. De sfeer is goed getekend en ook de emoties komen vaak goed uit de verf. Toch is het niet mijn meest favoriete roman uit de shortlist van de libris literatuurprijs. Maar om mijn favoriete roman uit dit lijstje voorbij te streven heb je echt wel wat nodig! De roman is in ieder geval geen frontale aanval op deze witte oudere man, en dat voelt als een opluchting!

Gerda Blees – Wij zijn licht; erg boeiend

Wat onderscheid ons mensen van dieren? De vrije wil..? Blind volgen dieren hun instincten. Ze eten als ze honger hebben, ze neuken als ze geil zijn, ze maken dat ze wegkomen als ze gevaar vermoeden, ze slapen als ze moe zijn, ze moorden als ze roofdieren zijn, ze zwemmen als ze eendjes en ze kwispelen als ze hondjes zijn. Dieren kunnen niet anders dan doen wat de natuur hun gegeven heeft. Voor de mens ligt dat anders. Mensen kunnen zich verzetten tegen alles wat de natuur hen oplegt. Dat gaat niet zomaar; daar moet je strijd voor leveren want datgene wat de natuur ons ingeeft, ervaren we als de weg van de minste weerstand en voelt comfortabel maar die weg waarderen we niet erg. Doorgaans overwinnen onze helden de instincten die moeder natuur ons gaf. Onze helden staan pal als er gevaar dreigt; de lafaards volgen hun instinct en maken dat ze weg komen. Onze priesters weigeren een seksleven en kiezen voor een leven in een sobere gemeenschap met weinig liefde terwijl  de meesten onder ons zich comfortabel laten onderdompelen in de geneugte van een liefdevol gezin waarbij seks tussen de partners onderdeel is van het dagelijkse leven en de warmte en liefde bevestigd. Soms gaat de vrije wil en het overwinnen van onze instincten te ver. Dan verandert de held in een fanaticus of ligt de hypocriet op de loer. Neem de schandalen rond kindermisbruik in internaten geleid door paters. Stiekeme seks met weerlozen; hypocriet en algemeen veroordeeld. Je leven opofferen in de Jihad door jezelf als levende bom te gebruiken…Of, het aardse voedsel niet meer tot je nemen en de honger weerstaan omdat ‘liefde’, ‘licht’ en ‘muziek’ zuiverder voedsel zijn en je dichter bij de vrijheid en het geluk brengt…

In de roman van Gerda Blees ‘Wij zijn licht’ komen we de woongroep ‘Klank en Liefde’ tegen op het moment dat de oudste onder hen, Elisabeth, overlijdt aan ondervoeding. Haar zus Melodie, die de groep leidt, vindt dat ze op een waardige en juiste manier is weggegleden en hoewel de andere leden van de groep, Petrus en Muriël, wat bedenkingen hebben over de manier waarop, is hun tegenstem te zwak om door de anderen gehoord te worden. De woongroep wil afzien van aards voedsel en slechts leven van het licht, de liefde voor elkaar en de klanken van muziek. De opgetrommelde huisarts kan de natuurlijke dood van Elisabeth niet vaststellen en samen met de schouwarts bepalen ze dat ondervoeding de doodsoorzaak is. De medebewoners van Elisabeth worden door de politie naar het bureau gebracht voor verhoor en in politiecellen opgesloten. De politie moet echter constateren dat de woongroepleden wellicht moeten hebben vermoed dat de overledene medische hulp nodig had, en dat ze verzuimd hebben om die in te schakelen, maar voor een veroordeling is het allemaal te dun. Dus worden de leden weer vrijgelaten. Maar in de politiecel zijn de bewoners, en dan vooral Muriël, gaan nadenken. Muriël besluit de woongroep te verlaten…of toch net niet? De schrijfster laat dat aan onze fantasie over.

Het verhaal wordt in kleine hoofdstukjes verteld vanuit verschillende perspectieven. Die perspectieven zijn soms personen, maar meestal niet. Zelfstandige naamwoorden die een rol spelen in het leven van ons mensen. Het overlijden van Elisabeth wordt zodoende verteld door de nacht. Het verhoor van Petrus wordt verteld vanuit het perspectief van de geur van een sinaasappel die aan de handen van één van de verhorende agente zit en de neus van Petrus binnendringt; een katalysator van herinneringen en gevoelens. De thuiskomst van de woongroep wordt beschreven vanuit het perspectief van de slowjuicer; het apparaat dat er uiteindelijk voor zorgt dat de op groentesap levende woongroep min of meer in leven blijft. Maar ook ‘het verhaal’ doet haar woordje, ‘het licht’, ‘de buren’, ‘de weerstand’ enzovoort, vertellen het verhaal. Uiteindelijk gaat het verhaal over de vrijheid van de mens om te kiezen voor een ander leven dan het leven dat ons van nature gegeven heeft. Het verkent de grenzen van wat kan en ook niet kan. Wat ‘zorg’ voor de medemens betekent maar ook hoe kokerdenken en een tunnelvisie het overneemt van het gezonde verstand. In die zin is het een rijke roman.

De roman is uitermate origineel van opzet met al die perspectieven. De psychologische tekening van de verschillende leden van de woongroep is erg goed getroffen. De politieagente die – toeval of niet – ook Elisabeth heet en zelf worstelt met haar zichzelf uithongerende puber, komt mooi uit de verf. Maar ondanks al deze positieve punten, is het boek geen ‘lekker’ boek. Het leest niet vlotjes weg. Je blijft als het ware, even ver op afstand van de personages als de perspectieven die de auteur kiest. Het boek komt vrij moeizaam tot leven. Een knappe prestatie, maar het blijft toch een beetje aan de droge kant, maar zeker erg boeiend.

Het voedsel voor ‘Gutmenschen’ zoals ik

Wat een hoop dingen betreft ben ik best dubbel. Daar wijst zoon R. me regelmatig op. Hij heeft zich – modieus als hij is – diametraal ten opzichte van zijn ouders bekeerd tot de rechtse kerk. Geliefde J. en ik, zijn ouders dus, zijn kinderen van de hippiegeneratie. Nee, net niet zelf hippie geweest. Nee, onze ouders wilden ‘peace en love’. Dat hebben ze goed aan ons doorgegeven. Wij wilden dat ook. En heus, ik heb me voldoende afgezet tegen mijn ouders, maar dat afzetten gold gewoon niet de politiek; wat dat betreft stonden onze neuzen in dezelfde richting. Zoon R. heeft het vooral gezocht in de politiek, en al sust geliefde J. dat het hem alleen om rechtvaardigheid gaat en dat onze rechtse voormannen onevenredig hard worden aangepakt in de door links gedomineerde media, hij vindt onze keuzes maar niets. Vaak ook hypocriet en dat heeft vaak te maken dat schrijver dezes ook graag van het leven wil genieten en van het leven genieten dat uit zich in grote mate in ETEN. Ik geef het meteen toe: Ik ben een lekkere etert. Ik hou er wel van; lust er wel pap van. Daarom is het ook zo treurig dat ik suikerziekte heb gekregen, want dat beperkt me flink.

Links…ETEN…dat gaat natuurlijk al snel om vlees en melkproducten. Iemand die het goed met het milieu voor heeft – lees: al die linkse gutmenschen zoals J. en ik – zouden geen vlees en geen melkproducten moeten gebruiken. Niet omdat het dierenleed veroorzaakt maar omdat het onze ecologische voetafdruk zo enorm verhoogd. Eten we zelf de bonen in plaats van dat we ze aan het vee voeren dan slinkt onze voetafdruk spectaculair. Een kilo vlees kost een veelvoud aan plantaardig voer.

Hoewel ik veel gelezen heb en al veel uitgeprobeerd, is een veganistisch dieet niets voor mij. Natuurlijk is het een dooddoener dat je maar een keer leeft en dat je alles uit het leven moet halen, maar een heel klein beetje waar is het wel. Dieren maken elkaar dood om elkaar op te eten en ik ben ook zo’n dier. Ik heb natuurlijk een keuze…Oke, hou er maar over op; ik ben hypocriet wat eten betreft en ik hou erg van vlees.

Ondertussen probeer ik met al mijn ondeugden en inconsequenties een zo goed mogelijk leven te leiden. Zo is het bijvoorbeeld een probleem dat ons voedsel doorgaans een reis rond de wereld maakt voordat het op ons bord belandt. Sinds alweer een tijdje bestel ik de groente bij de buurderij. Een nieuw initiatief waar lokale boeren zorgen voor het voedsel van ons stedelingen. Het voedsel dat je besteld is op maximaal 25 kilometer van waar je woont geproduceerd. Echt een goed initiatief. Doorgaans is de groente kakelvers. Nadeel is dat je het niet allemaal zo mooi schoongewassen krijgt zoals het in de supermarkt ligt. En het aanbod is, zo tegen het einde van de winter, wel een beetje karig geworden. En voor het vlees? Dat bestel ik bij de biologische slager. Geen diervriendelijk vlees, want diervriendelijk slachten bestaat niet. Wel vlees van dieren die wat prettiger hebben geleefd…Hoop ik. Ik betaal er graag wat meer voor; ik koop graag wat schuld af.

Librisliteratuurprijs 2021

Gisterenavond werd de shortlist voor de Librisliteratuurprijs 2021 bekend gemaakt. Altijd weer spannend want sinds jaren lees ik hartstochtelijk mee. Ondanks mijn kritiek. Deze keer heb ik ook de overgang van longlist naar shortlist gevolgd. Wat me opvalt aan deze shortlist is dat het wat mij betreft van te voren al vaststaat wie de winnaar wordt. Tenminste, het zou me hogelijk verbazen als er een nog vernieuwender, nog boeiender, nog spannender roman in het lijstje zou kunnen staan dan ‘Mijn lieve gunsteling’ van Marieke Lucas Rijneveld. Ik kan het me haast niet voorstellen. Omdat de roman ‘Bezette gebieden’ van Arnon Grunberg achterbleef in de longlist, schept dat verwachtingen voor de boeken die op de shortlist staan. Ik heb zo verschrikkelijk genoten van ‘Bezette gebieden’. De originaliteit, de diepgang en het absurde. Vreemd dat dat boek niet op de shortlist staat. Jammer ook, want dat boek had ik al gelezen en dat zou mij wat tijd besparen. Ook had ik al van de longlist ‘Ik ben er niet’ van Lize Spit en ‘Min of meer opmerkelijke gebeurtenissen uit het leven van een treuzelaar’ van Cindy Hoetmer gelezen. Wat betreft het librisliteratuurprijs-lezersavontuur slechte keuzes van mij , maar wel leuke boeken om te lezen

Van alle zes boeken die nu op de shortlist staan, heb ik er slechts één gelezen; de roman van Marieke Lucas Rijneveld. Vijf boeken nog te gaan! Dat wordt dus even doorlezen. Ik betwijfel of mijn uitslag eerder komt dan de uitslag van de officiële jury; zoveel tijd kan ik helaas niet aan lezen besteden.

De lijsttrekker van ‘mijn’ partij is juryvoorzitter. Zou dat invloed hebben? Moet ik vooral letten op romans waarin gedramd wordt voor meer vrouwen op hoge posities? (Ja, ik heb de sympathie voor mijn partij behoorlijk verloren. Hoewel ik nog steeds lid ben, vind ik dat geen enkele PvdA minister uit het vorige sloop kabinet nog een tweede kans verdiend; ze hebben massaal gefaald. Ik denk zelfs dat ik deze keer niet op ‘mijn’ partij ga stemmen. Juryvoorzitter van de librisliteratuurprijs 2021 en tevens lijsttrekker van de PvdA Ploumen was minister in het vorige sloop-kabinet. Rutte moet na tien jaar slopen weg, maar wie er voor in de plaats moet komen…geen idee. Dit even terzijde.)

De boeken op de shortlist heb ik – op het boek van Rijneveld na, want dat had ik al – gekocht in de webshop van ‘onze’ kleine boekhandel in de Haarlemmerstraat. Opvallend is, en dat viel me op bij het ‘opbergen’ van mijn e-boeken in mijn virtuele bibliotheek, dat er maar liefst vier auteurs tussen staan wiens naam met een ‘B’ begint.

De lijst…nu nog even alfabetisch op auteursachternaam:

  • Simone Antangana Bekono – Confrontaties
  • Gerda Blees – Wij zijn licht
  • Marijn de Boer – De saamhorigheidsgroep
  • Jeroen Brouwers – Cliënt E. Busken
  • Erwin Mortier – De onbevlekte
  • Marieke Lucas Rijneveld – Mijn lieve gunsteling

Van bovenstaande auteurs ken ik naast Marieke Lucas Rijneveld alleen Erwin Mortier. Van de rest had ik nooit gehoord, laat staan iets gelezen. Dat wordt dus een spannend leesavontuur!