Alle berichten van Frits de Klerk

The Vietnam War; geschiedschrijving van de bovenste plank!

Ik zat in de brugklas. Het was tijdens de les aardrijkskunde dat één van mijn klasgenootjes vroeg of we mochten staken voor de Vietnamoorlog. ‘Als je staakt, dan staak je,’ antwoordde onze leraar: ’Als je wilt staken vraag je niet om toestemming, maar dat doe je.’ Wij konden onze oren niet geloven. We voelden ons zo voor vol aangezien! En toen gingen we allemaal de straat op. Naar de grote demonstratie. Ik had op het nieuws wel gezien wat er zo’n beetje speelde op dat moment in dat land heel ver weg. Enorme bombardementen werden er uitgevoerd op de Ho Tsji Min route. Ik was tegen oorlog omdat oorlog verschrikkelijk slecht was, had ik meegekregen. Maar verder…geen idee. En dus demonstreerde ik tegen de oorlog in Vietnam en riep zo hard als ik kon ‘Nixon moordenaar!’ Mijn eerste demonstratie. En we waren trots dat we dit deden en ik was opgelucht omdat de les Frans nu niet doorging waarvoor ik mijn huiswerk niet had gemaakt.

Niet dat er enig verband bestond tussen onze leerlingenstaking en de gebeurtenissen in Vietnam, maar niet veel later sloten Amerika en Vietnam een wapenstilstand en trok Amerika al haar troepen terug uit Vietnam. Er werd niet meer gebombardeerd. Dat Henry Kissinger en Le Doc Tho later de Nobelprijs voor de vrede kregen, vond ik nergens op slaan. Zeker Henry Kissinger verdiende die prijs niet omdat hij het land vertegenwoordigde dat de bevolking in Zuid-Oost Azie zo verschrikkelijk veel leed had aangedaan. Dat Amerika de oorlog had verloren, drong pas veel later tot me door. Ik heb nog een tijd gedacht dat de twee landen een eervolle deal hadden gesloten, maar toen de beelden de wereld over gingen van de Amerikaanse ambassade en de overhaaste vlucht van de Amerikanen, maar vooral toen er een helikopter overboord werd gegooid om maar meer mensen op het schip kwijt te kunnen, begreep ik dat de Amerikaanse nederlaag gigantisch was. Amerika had verschrikkelijk veel soldaten verloren en was daarmee niets opgeschoten. Ze hadden geen centimeter terrein gewonnen (en ook niet verloren, trouwens); hun aanwezigheid had niets opgeleverd. Een paar jaar later kwam ‘Apocalypse now’ uit. De film liet een gedemoraliseerd Amerikaans leger zien met een gigantische vuurkracht. Ze vernietigde alles was ze tegenkwamen. Vietnamezen werden vooral als slachtoffers getoond of als de onzichtbare vijand. Maar, en als je daarover nadenkt wel heel vreemd, Amerikanen zijn in deze film de wreedste tegenstanders van Amerikanen.

Ik vroeg me al heel lang af wat er nu werkelijk was gebeurd in dat land vol ongerepte jungle. Hoe heeft de oorlog zich ontwikkeld en wat waren de politieke besluiten die eraan ten grondslag lagen. Vanaf wanneer wist men dat de oorlog door de Amerikanen niet te winnen viel en welke conclusies trok men daaruit?  Hoe keken de soldaten zelf tegen deze oorlog aan? Netflix geeft antwoord op al je vragen over de Vietnamoorlog in de fantastische documentaire reeks The Vietnam War. Het is even een zit (tien afleveringen van anderhalf uur) maar dan heb je wel wat; een zeer gedetailleerd verslag van de Vietnamoorlog. Van het ontstaan van de bevrijdingsoorlog tegen de Fransen tot aan het Vietnammonument in Washington.

Stap voor stap zie je hoe de Verenigde Staten in het moeras zakken. Hoe ze, overtuigd van hun militaire superioriteit het zonder enig strijdplan opnemen tegen een nationalistische Vietnamese strijdgroep die door de jaren heen steeds meer onder invloed raakt van het communisme. Onbegrijpelijke politieke keuzes lijken aan de Amerikaanse inmenging ten grondslag te liggen. Vanaf het begin van de oorlog waren er al, invloedrijke, stemmen te horen die zeiden dat de oorlog zinloos zou zijn en niet te winnen en dat Amerika alleen maar in staat zou zijn tot massale vernietiging van het land zonder dat daarmee de oorlog te winnen was. Amerikanen huldigden niet het idee dat het land veroverd moest worden, want dat zou ze in het jungleland niet lukken. Amerikanen hadden het idee dat als de vijand enorme verliezen zou lijden ze op den duur geen mensen meer overhielden om de strijd te voeren. Het succes van de Amerikanen werd afgeleid uit het tellen van vijandelijke dode lichamen. Een strategie die nergens op sloeg maar die bij mij wel heel veel teweegbrengt.

Wie van geschiedenis en geschiedschrijving houdt, zal smullen van deze reeks. Heel veel zaken heb je wel van horen zeggen, maar de details ontbreken. Deze documentaire vult alle details in en laat de soldaten vertellen wat het voor hen betekende. Bovendien is er een goed evenwicht tussen het Amerikaanse verhaal en het Vietnamese. Dat de Amerikaanse soldaat kritisch kijkt naar de beslissingen die op politiek niveau genomen zijn, is bijna politiek correct, maar dat ook de Vietnamezen kritisch kijken naar beslissingen die de Vietnamese overheid nam, lijkt niet zo erg voor de hand te liggen, maar gebeurt wel.

Gezien het feit dat de Vietnamoorlog een oorlog was die bijna live op de televisie werd uitgezonden, is er aan beroerde oorlogsfilm geen gebrek. De ellende wordt aan elkaar geregen en niet iedereen kan daar tegen. Voor de geschiedenisliefhebber (zoals ik) is de documentair reeks een must. Ik heb zitten smullen van de ellende van het verleden; vijftien uur lang!

Ilja Leonard Pfeiffer – Peachez, der Blaue Engel in een nieuw jasje

Ik wist al dat de roman Peachez; een romance van Ilja Leonard Pfeijffer, gebaseerd is op een waar gebeurd verhaal, maar tijdens het lezen zijn de gebeurtenissen zo onwaarschijnlijk en absurdistisch dat je dat feit vergeet. Bij de ‘aftiteling’ dringt het pas weer tot je door. Een stille intellectueel vindt op internet de liefde van zijn leven en eindigt in de gevangenis als smokkelaar. De mens moet leren omgaan met internet. Voor schrijvers een interessant onderwerp om uit te zoeken; wat is waar en wat is onwaar op het internet. Een vraag die een schrijver als Pfeiffer kennelijk bezighhoudt.

Ik vond dit boek leuk om te lezen. Niet direct een prijswinnaar, maar gewoon…leuk. Even had ik moeite met het doorgronden van het complexe taalgebruik. Op zich natuurlijk niet vreemd; de roman is het verslag van een liefde gedaan door een hoogleraar oude talen. De hoogdravende taal met de complexe zinsstructuren vielen mij in het begin behoorlijk rauw op het dak, maar later zag ik daar toch ook wel weer de humor van in. Helemaal waar de taal van de hoogleraar botste tegen de taal van Peachez. Ik moest erg denken aan de klassieker ‘Der Blaue Engel’ met de ongelukkige leraar die geheel in de ban komt van de rijzige, langbenige, Marlene Dietrich. De thema’s komen in grote lijnen natuurlijk ook overeen. Was het bij de Der Blaue Engel zo dat een leraar verliefd wordt op een nachtclubdanseres, dan valt het wel op dat de tijd voortgeschreden is. De hoofdpersoon in Peachez is geen leraar, maar een hoogleraar en antagoniste Sarah Peachez is geen nachtclubdanseres, maar een pornoster. Beiden een stapje heftiger.

Maar bij Pfeiffer speelt ook nog een ander thema een prominente rol: wat is precies de waarheid en de werkelijkheid. Ervaren we de wereld als werkelijkheid of is het een afspiegeling van de werkelijkheid? Plato kwam al met deze vraag. Pfeiffer laat deze vraag op alle mogelijke manieren de revue passeren. Natuurlijk in het verhaal, waar achter de beeldschone, geile en opwindende Sarah Peachez een bende schuilgaat die de hoofdpersoon manipuleert. Maar ook het wezen van God en religie wordt door de hoogleraar latinistiek van het vroege christendom, besproken: God is niet belangrijk, betoogt de hoogleraar, als God bestond, dan was er geen religie. Het gaat om het geloven in God. Het geloven maakt de religie. De hoogleraar bekent dat hij zijn hele werkzame leven in een parallelle wereld geleefd heeft. Hij heeft alles aan de wetenschap gegeven. Maar wat zegt, in zijn geval, de wetenschap precies over de werkelijkheid? In die zin heeft Pfeiffer het originele verhaal wat naar zijn hand gezet; de hoogleraar die het verhaal in het echt beleefd heeft, was natuurkundige. Natuurkunde beschrijft nou juist wel de meetbare en zichtbare fenomenen op aarde. Maar dat terzijde. Ik denk dat Pfeiffer zich bij een hoogleraar latinistiek comfortabeler voelde en beter zijn verhaal kwijt kon.

Om kort te gaan: Ik vond Peachez; een romance van Ilja Leonard Pfeiffer een leuk boek om te lezen. Toch meer een tussendoortje dan een prijswinnaar maar met thema’s waar je gerust nog wel een paar dagen op door kunt kauwen als je de roman uit hebt. Dat wil zeggen dat het absoluut geen niemendalletje is.

 

Tommy Wieringa – Een roman over hopeloze gevallen.

De Heilige Rita is de schutspatrones van de hopeloze gevallen. In de roman van Tommy Wieringa wemelt het van de hopeloze gevallen. Zelden een roman gelezen waar de tegenstelling tussen de sfeer van de roman en het leven van de personages zo groot was. Terwijl geen van de personages ook maar iets van een toekomst heeft, is het een roman zonder doem. In een roman die redelijk licht van toon is, heeft het verleden een desastreuze invloed op het heden van de mensen die in de roman ronddwalen. Alleen daarom al is het een meesterlijke roman; tijdens het lezen dringt het maar mondjesmaat tot je door dat niemand een toekomst heeft. Een roman bevolkt door hopelozen. De uit Zuid-Amerika overgekomen priester Teixera biedt samen met de heilige Rita troost aan hopeloze mensen in een vredige wereld in een klein dorp in het oosten van Nederland vlak bij de Duitse grens. Misschien is dat wel de beste samenvatting van de roman De Heilige Rita van Tommy Wieringa.

Het verhaal begint met de ouders van hoofdpersoon Paul. In het verleden landde een gevluchte Sovjetrus in het veld vlakbij het huis van het gezin van de hoofdpersoon. Tegen wil en dank neemt het gezin de Rus op en verzorgd hem. Moeder en de Rus beginnen een verhouding met elkaar en gaan er samen vandoor. Sindsdien is Paul alleen met zijn vader. Voedde de vader Paul eerst in zijn eentje op, in het heden van de roman, verzorgt Paul zijn hulpbehoevende vader. Ze wonen in de ouderlijke boerderij zonder partners. Afentoe gaat Paul over de grens naar het bordeel van zijn jeugdvriend Steggink. Deze jeugdvriend is op het verkeerde pad terecht gekomen. In het bordeel heeft Paul een voorkeur voor een wat oudere dame. Rita. In het eerste hoofdstuk van de roman gaat Paul met zijn vriend Hedwiges naar het bordeel. Ook Hedwiges leeft nog steeds in het ouderlijk huis. Ook hij heeft geen partner. Hij runt het winkeltje dat zijn ouders voor hem al hadden. In het bordeel schept hij tegen Steggink op dat hij miljonair is. Later in de roman gaat dit een cruciale rol spelen.

Hoewel Paul in de boerderij van zijn voorvaderen woont, was de vader van Paul al geen boer meer; hij verdiende zijn geld als leraar. Paul heeft de deel van de boerderij omgebouwd tot een handel in antiek, curiosa. Hij verkoopt vooral veel legerspullen uit de tweede wereldoorlog. Vooral spullen die te maken hebben met de Nazi’s. Sinds ze met de Rus verdween, speelt de moeder van Paul een rol op de achtergrond. Het verlangen naar haar is groot. Sinds ze er vandoor ging heeft Paul haar nooit meer gezien. Paul’s vader heeft een wond aan zijn been die niet geneest. In de apotheek ontmoet Paul oud klasgenoot Ineke. Even lijkt het alsof er een toekomst is voor Paul en Ineke. Ze beginnen wel wat maar verder dan een begin komt het niet. Als Pauls vader opgenomen wordt in het ziekenhuis en Paul dus alleen in de boerderij achter blijft.

Vlak voor de ziekenhuisopname wordt vriend Hedwiges in zijn huis overvallen. Zijn gespaarde kapitaal wordt meegenomen. Paul verdenkt zijn criminele jeugdvriend Steggink van de overval en bazuint dat ook rond. En dan loopt de roman naar zijn hoogtepunt…

Ik lees de laatste tijd veel romans. Opmerkelijk veel goede romans. Deze behoort tot dat rijtje. Het is echt smullen geblazen! Gek genoeg had ik even nodig om het verhaal op te pikken. Dat zou kunnen komen door de hoeveelheid personages. Dat zit ik al snel van: ‘Wie is dat nou weer…’ Als er iets is dat ik tegen heb op deze roman dan is het dat wel, de hoeveelheid mensen die een belangrijke rol spelen in het verhaal. Hoewel al die personages hun eigen rol spelen, is hun leefsituatie nogal gelijk; kind nog kraai.

Een schrijver gebruikt beelden om gemoedstoestanden duidelijk te maken. Wieringa is een meester in het scheppen van zulke beelden. Als hij met oud klasgenootje Ineke kennismaakt en hoort dat ze weduwe is nadat haar man zelfmoord heeft gepleegd (over ‘hopeloze gevallen’ gesproken…), schrijft Wieringa: “Paul keek rond, zijn ziel vloog als een musje tegen het raam”. Een meesterlijk beeld om de schrik van Paul weer te geven. Maar met dit soort beelden zit de roman vol.

De roman is nogal gelaagd en daarom heb ik het idee dat ik een hoop gemist heb. Ik denk dat er wel een student een masterstudie op kan doen. Ik zie overal handvatjes voor verdere bestudering. Ik heb daar geen tijd en waarschijnlijk ook de kunde niet voor. Ik denk dat ik een hoop gezien heb in de roman, maar ook een hoop gemist. Ik lees het boek omdat ik het leuk vind om te lezen, meer niet, en dan neem je het missen van handvatjes voor lief. Tenminste dat doe ik. Heel bijzonder zo’n betrekkelijk lichtvoetige roman over hopeloze gevallen.

‘De Heilige Rita’ staat op de shortlist van de Librisliteratuurprijs 2018. De roman eindigde niet op nummer één. Bij mij staat hij wel heel erg hoog. Of hij nummer één wordt, weet ik nog niet want ik heb nog niet alle romans gelezen, maar ‘De Heilige Rita’ vind ik een absolute aanrader; eerste prijs of niet…

De schaamte voorbij?

Kun je wetenschappelijk bewijzen dat bepaalde bevolkingsgroepen – zeg maar ‘rassen’ – inferieur en kwaadaardig zijn ten opzichte van andere groepen (rassen, dus)? Vroeger noemden we mensen die dat probeerden fascistoïde nazi’s. Verstokte idioten die helemaal niets van de geschiedenis geleerd hadden. In die tijd was de tweede wereldoorlog nog springlevend. Onze ouders waren kind tijdens de oorlog  en onze grootouders waren jonge volwassenen. Nu die generatie dood is of dood aan het gaan is, sterft ook het besef van wat racisme is en wat het met de maatschappij kan doen. Gek genoeg vind je redelijk ongevaarlijke racisten aan de rechterkant maar echt gevaarlijke juist aan de linkerkant van het politieke spectrum. Waarom echt gevaarlijk? Ze onderbouwen hun racisme wetenschappelijk. Dat slaat inderdaad helemaal nergens op, maar ze doen het wel. Ze tonen ‘wetenschappelijk’ aan hoe kwaadaardig een bepaald ras is en hoe nobel een ander. Eerlijk gezegd heb ik liever een zaal die vanuit hun emoties roept dat ze minder Marokkanen willen in Nederland dan mensen die wetenschappelijk aantonen dat sommige ‘rassen’ kwaadaardig zijn.

Ik ben al vaak teruggekomen op Gloria Wekker. Dat is zo’n geleerde die de rassentheorie tot leven heeft gewekt. Hoogleraar, nota bene. Niemand had door wat haar snode plannen waren omdat ze uit een links vaatje leek te tappen, maar haar ideeën zijn eng. Heel erg eng. Deze groep linkse neo-racisten hebben zich aangesloten bij de politieke beweging van Sylvana Simons Bij1. Bij1 is één van de weinige politieke partijen die het Joods Akkoord niet hebben ondertekend. Dat akkoord werd gesloten om een halt toe te roepen aan het steeds openlijker beleden antisemitisme en het bedreigen van joodse Amsterdammers. Sinds gisteren weet ik ook waarom Bij1 zich niet wilde aansluiten. Dat komt omdat Anja Meulenbelt ook lid is van hun groep. Een prominent lid wel te verstaan. Zij is iemand die ervan overtuigd is dat Joden kwaadaardig zijn en de staat Israël moet verdwijnen.

Anja Meulenbelt leverde met haar boek ‘De schaamte voorbij’ een bijdrage aan de bevrijding van mijn moeders generatie. Ze illustreerde waarom vrouwen voor zichzelf moesten leren opkomen door haar eigen levensverhaal te vertellen. Maar op de één of andere manier is Anja Meulenbelt sinds het succes van dat boek gaan dwalen om uiteindelijk helemaal te verdwalen. Ze eindigde bij Bij1 waar ze de woordvoerder lijkt te zijn geworden van jodenhatende godsdienstwaanzinnige moslims. Zelden zo’n vreemde draai gezien als de draai die Meulenbelt in haar leventje heeft gemaakt. Het ergste is dat ze aan haar jodenhaat een ‘wetenschappelijk’ tintje geeft. Zoals Gloria Wekker de kwaadaardigheid van de blanke bevolking ‘aantoont’, doet Meulenbelt het met de joden. Op haar website herschrijft ze de geschiedenis van de staat Israël en de joden om daarmee aan te tonen dat die staat illegaal is en verdelgd moet worden. Het land zou ‘terug’gegeven moeten worden aan de vredelievende Palestijnen die er altijd hebben gewoond en dan zal er weer vrede kunnen zijn tussen de volkeren, zo lijkt ze te betogen. Waar de joodse bevolking dan naartoe moet…haar een biet. Anja Meulenbelt: dat je brein zo’n kronkel kan hebben is op zichzelf al bijzonder fascinerend, maar één ding is zeker; je bent de schaamte voorbij!

Writers- en readersblock

De afgelopen paar jaar vloeiden de stukjes als vanzelf uit mijn pen. Ik hoefde maar achter mijn computer te gaan zitten of daar stroomden de woorden. Ik wist waar ik het over moest hebben en wist daar altijd een leuke vorm voor te verzinnen. Alleen als ik te laat was opgestaan of als ik me niet helemaal lekker voelde, sloeg ik een dag over. Maar normaal was het als ik de vroege ochtend afsloot met een stukje op mijn site. Die tijd lijkt over. Voorbij. ’s Ochtends zit ik op dezelfde manier achter mijn computer en de onderwerpen komen als vanouds, maar ben ik een alinea verder dan overvalt me het gevoel dat wat ik doe totaal overbodig is. Dat ik net zo goed kan stoppen. Ik vraag me af wat de zin van al die moeite is. Bovendien vind ik dat wat ik op dat moment schrijf, het lezen niet waard. Kortom, het schrijven lukt niet meer zo makkelijk. Ik heb een echt writersblock. Wie had dat ooit gedacht dat ik nog eens zou kampen met een writersblock.

Gek genoeg had ik ook nooit kunnen denken hoe het zich aan mij voordoet. Ik dacht dat een writersblock was dat je totaal geen inspiratie hebt; dat je aan je bureau zit en wacht op de woorden die…dan uiteindelijk niet komen. Maar zo is het niet bij mij. Woorden en onderwerpen zat, maar het komt helemaal niet op papier zoals ik het zelf graag wil. Er gaat geen dag voorbij zonder dat er tientallen onderwerpen voorbijkomen waarover ik graag mijn mening zou willen geven. Maar dan ga ik zitten en begin te schrijven maar na een klein poosje gaat het schrijven langzamer. Dan nog langzamer. Dan lees ik terug wat ik al geschreven heb en dan vind ik het eigenlijk helemaal niks. Dan ga ik schaven, maar door het schaven wordt het alleen nog maar dunner. Dan zit ik nog eventjes te kijken en dan ga ik kijken of er nog broeken in de aanbieding zijn bij mijn favoriete webshop of ik ga onderzoeken wat er allemaal te zien en te beleven valt op onze geplande vakantielokatie en uiteindelijk sluit ik Word. Op de vraag of ik de wijzigingen wil behouden druk ik op ‘Nee’. Dan neemt het gewone leven weer zijn gangetje en heb ik dat lege gevoel dat ik niets voor elkaar gekregen heb. Jammer, want normaliter beleef ik erg veel plezier en genoegen aan het schrijven.

Gisterenmiddag was ik de stad in en kon ik de dingen niet vinden die ik graag had willen kopen. Ik belandde uiteindelijk op het dakterras van De Bijenkorf. Daar, achter mijn kopje thee, bedacht ik voor het eerst dat ik aan een writersblock leed. Ik bedacht ook dat er een reden moest zijn voor mijn onmacht. Ik bedacht dat ik momenteel inspiratie opdoe over hoe nu verder met mijn schrijverij. En eerlijk gezegd is dat helemaal niet zo’n gekke gedachte. Ik lees erg veel. Dat deed ik eerst dus niet. Ik probeerde het wel, maar ik heb lange tijd met een readersblock gezeten. Ik begon aan een boek en las enthousiast de eerste hoofdstukken. Maar daarna las ik steeds minder totdat ik uiteindelijk me maar heel moeilijk kon herinneren waar het boek over ging en ik het maar weglegde. Gelukkig is die tijd weer voorbij en gaat het lezen weer helemaal vanzelf.

Zouden writers- en readersblock elkaar in evenwicht houden? Als ik het één heb, heb ik juist niet het andere? Geen idee maar ik zou willen dat ik er ietsje minder onder leed.

Martin Michael Driessen – De Pelikaan: Een prachtige parabel

Je vraagt je af in het begin waarom een verhaal van een Nederlandse auteur zich afspeelt in een Kroatisch plaatsje ergens aan de kust. Waarom Kroaten? Het geeft je een beetje een ongemakkelijk gevoel. Maar naarmate het boek vordert wordt alles duidelijk en is Kroatië precies de juiste plek voor de parabel over het menselijk tekort en het menselijk verlangen. Ik heb de roman ‘De Pelikaan’ in één ruk uitgelezen; boeiend van het begin tot het eind ondanks dat je het vage gevoel hebt dat een verhaal over afpersers niet speciaal heel ver weg moet worden gesitueerd; we hebben hier oplichters en chanteurs in overvloed. Maar de keuze voor Kroatië wordt heel erg duidelijk en kan uiteindelijk ook niet anders.

Aan de hand van de pelikanen die elk jaar terugkwamen en bezitnamen van de boulevard in dat kleine onooglijke kustplaatsje in Kroatië illustreert Martin Michael Driessen zijn verhaal. In het begin van de roman zijn het ‘onwaarschijnlijke creaturen, haast messiaans in hun verschijning, die zich een paar maanden lieten voederen eer zij weer naar Afrika terugkeerden’. Ze zijn haast het symbool van voorspoed en geluk. Maar, zoals je wel vermoeden kunt, de situatie aan het eind van de roman is geheel anders als de Balkanoorlog is losgebarsten. Op zee drijft een dikke laag stookolie die de veren van de dieren besmeuren en waaraan ze sterven. Ze sterven samen met alle eendrachtigheid die in het dorp leefde. Daarna volgt een epiloog waarin de situatie zich weer ten goede lijkt te hebben gekeerd.

In het jaar waarin men hoopt dat Dukakis president van Amerika wordt, begint het verhaal van de machinist en oorlogsveteraan en oorlogsheld Josip Tudzman van de plaatselijke water gedreven kabelspoorweg en de postbode Andrej. Josip heeft een zeer slecht huwelijk en een zwakbegaafde dochter. Andrej ontdekt dat Josip een stiekeme verhouding heeft met een vrouw in Zagreb. De postbode chanteert Josip met deze verhouding. Omdat scheiden geen optie is en hij bang is alles te verliezen geeft Josip toe aan de chantage en betaalt hij. Op het moment dat hij de voor hem onbekende chanteur niet meer kan betalen, ontdekt Josip dat de postbode brieven opent en geld steelt. Met die ontdekking wordt Josip de onbekende chanteur van Andrej. De twee mannen chanteren elkaar zonder het van elkaar te weten en het geld wordt heen en weer gegeven. Er ontstaat een nieuw evenwicht.

Ondanks de chantage (waarvan ze beiden niet weten dat de ander hun kwelgeest is) groeien de mannen naar elkaar toe en ontstaat er een vriendschap. Andrej kan uitstekend overweg met de zwakbegaafde dochter van Tudjman.

De spanningen in het land stijgen. Ook in het stadje. De Servisch groenteman wordt weggepest. In de grote steden begint de oorlog. Het Servische leger tegen de Kroatische politiemacht die in snel tempo omgevormd wordt tot een leger. De schrijver maakt haast voelbaar hoe de oorlog zich als een olievlek verspreid. Kroatie wordt onafhankelijk verklaard en daarmee verliezen beide mannen hun baan. Postbode Andrej is de tot grote woede van Tudzman, net aangestelde machinist van de kabelspoorbaan als de oorlog het stadje bereikt en de granaten van het Servische leger links en rechts inslaan. De mensen proberen met behulp van de kabelspoorbaan te ontkomen aan het geweld. Maar één van de granaten raakt het rijtuig. Andrej komt om, net als de vrouw van Josip.

Na de oorlog vinden we Josip terug. Hij heeft een naoorlogs evenwicht gevonden en leeft samen met de vrouw waarmee hij eerst slecht een verhouding had. Het evenwicht is weergekeerd.

‘De Pelikaan’ is een heerlijke roman die ik iedereen van harte aanbeveel. Na het lezen houdt de roman je nog een tijd bezig. Een roman over alle aspecten van het menselijk bestaan. De personen zijn fraai getekend. Neem bijvoorbeeld de antisemiet Schmitz. Je ziet hem haast zitten in het dorpscafé en onzin uitkramen over joden.

Deze roman werd genomineerd voor de Libris literatuurprijs. Een roman die het waardig is om op vele lijstjes te staan. Vooralsnog een roman die in mijn ogen hoog zou moeten eindigen.

 

Burgers en marginalen

Afgelopen zaterdag liet de Volkskrant hoerenmadam Justine le Clercq aan het woord. Zo kwam ze te spreken over de gewone burger. Die vond ze duidelijk niet echt cool, zullen we maar zeggen. Ze maakte een groot onderscheid tussen kunstenaars en mensen in de marge van de samenleving en de anderen. Die anderen denken klein, doen klein en zijn klein. Geen nuances. Volgens haar moet de maatschappij het hebben van de groep marginalen. En…jawel hoor, tot die groep behoort ook Justine le Clercq (Geen Franse tak van mijn familie, trouwens). Zo’n zwart-wit beeld van de wereld en gedweep met eigen superioriteit hebben een vervelend effect op mijn nekharen; die gaan overeind staan en dat voelt niet ontspannen.

Justine le Clercq verdient een dikke boterham aan de verhuur van ramen aan vrouwen die seks leveren in ruil voor geld. Sekswerkers bestaan zo ongeveer even lang als de mens zelf. Eén van de aspecten van sekswerkers is dat het mensen zijn waar je veel aan kunt verdienen omdat ze beschikken over veel snel geld. Je kunt ze plukken, die sekswerkers. Justine le Clercq is zo’n plukster. Ze bezit een aantal ramen, zeg maar etalages, waar de sekswerker haar koopwaar kan uitstallen. Zo’n raam is niet gratis, daar moet flink voor worden gedokt en dan geld strijkt Justine op. Laten we het niet mooier maken dan het is, zou ik zeggen. Juist omdat Le Clercq er zo’n lekker geile boterham aan verdiend, ziet zij de gemiddelde sekswerker als een zelfbewuste, geëmancipeerde vrouw die bewust voor het beroep gekozen heeft. Daarmee gaat ze in tegen zo’n beetje alle onderzoeken die er zijn gedaan en waaruit blijkt dat nergens zo veel ellende te vinden is als in het wereldje van de prostituee. Doorgaans een verleden van misbruik, verslaving, verwaarlozing om vervolgens door te gaan in hetzelfde stramien in het volwassen leven. Om dat leven vol te houden wordt doorgaans kwistig gebruik gemaakt van dempende middelen. Dan heb ik het nog niet eens over de seksslavinnen die van ver hier naartoe zijn gesleept en al helemaal een ellendig leven leiden. En…mevrouw Le Clercq, als je zo’n in wezen beroerd bestaan leidt, probeer je er het beste van te maken en daarom zullen veel vrouwen met veel overtuiging beweren dat ze er helemaal zelf voor gekozen hebben en het een fantastisch beroep is en dat ze het heerlijk vinden om zo met mannen om te gaan die toch maar mooi vaak een nerveuse speelbal zijn in hun miezerige peeskamertje. Prostitutie is het laatste redmiddel voor vrouwen; een laatste boei. Niets meer en niets minder. Daarom wil ik dat de maatschappij deze vrouwen goed behandeld en ze beschermt en daarom gun ik ze ook hun klandizie. Het gaat zoals het gaat.

Ik heb niet veel op met vrouwen als Justine le Clercq. Dat komt waarschijnlijk door mijn eigen pa wiens woorden via de mond van Le Clercq tot ons komen. De zuipschuit die slechts liegen en bedriegen kon en geen enkele belofte na kwam, had doorgaans een grote mond over hoe goed de marginalen (zoals hij) zijn en hoe afgrijselijk de gewone burger. Die burger had het maar makkelijk met zijn twee kindjes in een Vinex huis in een Vinex wijk. Allebei gestudeerd en nu een goede baan. ’s Avonds een kopje koffie en een zuinig kusje voor het slapen gaan. Dat is toch geen leven? Kijk dan is naar hem. Kijk dan eens naar die pa van mij. Hij had pas geleefd: Lekker zuipen, lekker vreten. Vrouwen stonden tot zijn beschikking om al zijn lusten te bevredigen; betaald, gratis, min of meer gedwongen of anderszins. Zo was mijn pa. Le Clerqc praat als mijn pa.

Justine le Clerqc, inderdaad, deze brave lekker verdienende burger denkt regelmatig aan zijn pensioen en het leven dat hij wil leiden nadat hij niet meer hoeft te werken. Nou en?

Symphonie fantastique op een warme middag in mei

Gehoord en gezien op 27 mei 2018 in het concertgebouw door het Nederlands Philharmonisch Orkest olv Marc Albrecht

Soms was mijn doorgaans beschonken pa nuchter. Dat heb ik van horen zeggen want in de eerste acht jaar van mijn leven heb ik hem nooit dronken ervaren. Voor mijn achtste had ik een geweldige vader…volgens mijzelf, maar wat wist ik ervan? Mijn vader liet me op zijn manier kennis maken met muziek. Dat heeft me geleerd om van muziek te genieten. Ik weet niet of ik het zonder hem niet ook geleerd had, maar met hem in ieder geval wel. We luisterden samen en hij leidde me erbij: Wanneer komt een thema terug; wanneer wordt muziek spannend, wat zijn de verhalen achter de muziek? Vooral de verhalen raakten mij diep. Daarom zocht mijn pa naar verhalende muziek om naar te luisteren. Onder anderen de Symphonie Fantastique van Berlioz. De gang naar het schavot en de dreunende pauken spraken tot mijn verbeelding, maar ook de heksensabbat. Ik zag de lelijke wijven dansen op het graf van de arme kunstenaar met zijn afgehakte hoofd. De kerkklokken, de tuba’s en het geweld maar ook dat waanzinnige klarinetje en de fagotten. Ik wilde de symfonie steeds opnieuw horen en daarom had mijn pa een verassing in petto; we zouden samen naar het concertgebouw gaan om daar de symfonie in het ‘echt’ te horen. Eenmaal in het concertgebouw speelden ze iets heel anders. Iets van Tsjakovski. Ook best mooi, maar geen Symphonie fantastique. Ik verbeet mijn teleurstelling. De zaterdag daarop reden we naar Concerto in de Utrechtse straat en daar kreeg ik mijn eerste grammofoonplaat van dé symfonie en als ik me niet vergis heb ik die nog steeds. Grijsgedraaid in het verleden.

Afgelopen zondag kreeg ik een nieuwe kans om deze geweldige symfonie in het ‘echt’ mee te maken. Veel muziek ga je luisteren, en sommige muziek ga je meemaken. De Symphonie fantastique is een avontuur waar je instapt. Een avontuur met buitensporig veel muziekinstrumenten. Twee en soms drie paukenisten. Kerkklokken. Vier harpen. Het kan allemaal niet op. Sensatie op en top. Deze jongen zat te genieten toen in het vierde deel de bovendeuren van de concertzaal openzwaaiden en achter die deuren zowaar echte kerkklokken stonden. Die moest geluid worden met een zware hamer en gaven een fantastisch geluid. We sidderden in onze stoelen. Ik voelde me tijdens het concert weer dat kleine zesjarige jongetje worden op schoot bij zijn vader. Gelukzalig en beschermd gehuld in de roze wolk van een vermeend verleden. Om eerlijk te zijn over zondagmiddag (ja, zondagmiddag want ik had geen andere keus dan een matinee…dat was vooraf balen doordat het zo’n heerlijk weer was…) het genieten was eigenlijk al veel eerder begonnen. Symphonie fantastique werd na de pauze gespeeld. Voor de pauze twee minder bekende werken die mij net zo goed erg enthousiast maakten.

Het laatste werk voor de pauze was een compositie voor serpent en orkest van de componist Benjamin Attahir. Een fantastisch stuk muziek dat me regelmatig aan de Sacre du Printemps deed denken vanwege de ritmes. Het instrument dat ik slechts vanuit de theorie kende maar nog nooit in het echt gehoord had. Patrick Wibart bespeelde de (of het?) serpent. Een sonore toon met een klank ergens in het gebied van de houtblazers: klarinet, fagot en hobo. Ik vermoed dat we van deze componist nog veel gaan horen en dat hoop ik ook van harte. Maar toen we deze Adh-dhor voor serpent en orkest gingen horen waren we al helemaal enthousiast door het geweldige stemgeluid van de bariton Thomas Oliemans. Hij zong Sechs Momologe aus ‘Jederman’ van Frank Martin.

Ik heb een fantastisch middag gehad in het concertgebouw. Ondanks het mooie weer waarbij je eerder denkt aan lekker fietsen door de bossen dan aan een concert in dat warme concertgebouw.

Marjolijn van Heemstra – Wel aardig verslag van zwangerschap en familielegende.

Romans en autobiografie, als die twee genres door elkaar lopen, dan raakt de lezer in verwarring. Tenminste, deze lezer. Neem bijvoorbeeld ‘Turks Fruit’ van Jan Wolkers. Is het verhaal van liefdesheld ‘ik’ en zijn liefdesgodin Olga nou ‘echt’ of is het verzonnen? Het heeft mijn gemoed lang beziggehouden omdat als het ‘echt’ is, het mij ook zou kunnen overkomen (en dat wilde ik best!). Maar al een tijd geleden kon ik tot geen andere conclusie komen dan dat alles verzonnen was; ‘ik’ in de roman is een romanpersonage en Olga helemaal. Natuurlijk zijn er raakpunten met een werkelijkheid die zich ooit aan de schrijver heeft voorgedaan, maar tijdens het schrijven is alles zo met alles en niets door elkaar geweven dat er weinig meer van de werkelijkheid over is gebleven. Zelfs de opdracht in het boek bleek een dwaalspoor. Die verwarring die ik had met de roman ‘Turks Fruit’ had ik in het geheel niet met de roman ‘En we noemen hem’ van Marjolijn van Heemstra. Het verhaaltje is te dun en te plat om verzonnen te zijn. Ze draagt haar boek op aan Eyse en David. Als dat niet haar partner en boreling zijn, dan moet ik me wel heel erg sterk vergissen. En als de David aan wie de roman is opgedragen niet overeenkomt met D, die in de roman de partner speelt, dan zou ik dat nauwelijks kunnen geloven. Want ook de hoofdpersoon stelt zich voor als Marjolijn van Heemstra. Niks geen Wolkeriaanse dwaalsporen dus. Marjolijn van Heemstra schrijft over zichzelf.

Verwekking, zwangerschap en geboorte zijn de basis van het leven. In die zin zou je kunnen stellen dat de roman over de kern van het leven gaat. Maar dat is niet zo. Ik kan het verslag dat ze van haar zwangerschap geeft, niet echt als boeiend ervaren. Oké, wel aardig. Wat Van Heemstra aan dit dunne verhaaltje toevoegt is het verslag van haar zoektocht naar een familielegende: Op haar achttiende verjaardag krijgt ze een ring van oma. Voorwaarde voor dit cadeau is wel dat ze haar oudste kind moet vernoemen naar de eerste eigenaar van de ring: Frans. Frans is in de familiegeschiedenis van de Van Heemstraatjes een oorlogsheld. In 1946 heeft hij een bomaanslag gepleegd op een NSB’er die aan zijn welverdiende straf dreigde te ontkomen. Ook al werd Frans voor deze daad gestraft, het maakte hem binnen Van Heemstra’s familie tot een held.

Hoofdpersoon zwangere Marjolijn gaat in het restant van haar zwangerschap uitzoeken wat het verhaal is achter deze ‘bommenneef’ en naar wie ze aldus haar zoon gaat vernoemen. Ze komt erachter dat alles minder zwart-wit is dan dat het eerst leek. De vermeende NSB’er kwam wel om, maar was die vermeende NSB’er wel de verrader waarvoor ‘bommenneef’ hem hield? En niet alleen de vermeende landverrader was slachtoffer van de bom die op 5 december als Sinterklaassurprise werd bezorgd, maar ook de echtgenote van de vermeende NSB’er en hun zeventien jaar oude hulp in de huishouding. Vooral het zeventiejarige meisje moest een lijdensweg meemaken voordat ze overleed. Hoe staan de nabestaanden van de slachtoffers tegenover de familieheld van de familie Van Heemstra? Op zich is deze zoektocht boeiend hoewel de personen niet echt gaan leven. Dat is, denk ik, ook niet de bedoeling want net zoals Marjolijn Heemstra verslag doet van haar zwangerschap, doet ze ook verslag van haar zoektocht naar het hoe en waarom van bommenneef Frans van Heemstra.

Dit boekje doet me uitkomen bij de vraag wat literatuur precies is. Misschien is het een beetje oneerlijk om daags nadat ik de fantastische roman ‘Kwaadschiks’ gelezen  heb, ik dit boekje lees. Ik kan moeilijk zeggen dat we hier met de literaire ontdekking van de eeuw te maken hebben. Ach ja…wel aardig dat boek van Marjolijn van Heemstra. Ik begrijp niet helemaal waarom het op de shortlist van de Libris literatuurprijs is gekomen. Een niet onaardig boekje en best spannend als je niet teveel eisen stelt. Laten we onszelf niet voor de gek houden; met literatuur heeft dit boekje heel weinig te maken. Als de shortlist van de Librisliteratuurprijs, mijn shortlist was geweest, dan maakte dit boek geen schijn van kans.

‘Kwaadschiks’ A.F.Th. van der Heijden: Wodka als toverdrank

Het was een zware bevalling maar ik heb hem uit; ‘Kwaadschiks’ van A.F.Th. van der Heijden. Niet dat het me veel moeite koste om de roman te lezen, want hij is van begin tot eind spannend, maar het zijn wel heel veel pagina’s. Je leest tegenwoordig niet zo vaak een roman van meer dan duizend pagina’s. Ik ben dan ook best blij dat ik een e-reader heb en niet tijdens het lezen een kilo papier omhoog moest houden. Omdat ik zo traag lees, of er weinig tijd voor vrij kan maken, heb ik erg lang over de roman gedaan. Ook dat zie ik niet per sé als vervelend, want nu ik het boek uit heb, mis ik alle figuren; ben ik in de rouw. Van der Heijden laat je gelukkig niet zomaar achter. De figuren uit zijn romans leven voort in vorige en volgende romans. Albert Egberts, bijvoorbeeld. De toneelschrijver die een hoofdrol speelde in de eerste drie delen van ‘De Tandeloze tijd’. Hij speelt in deze roman een wat ondergeschikte rol…hoewel? De hoofdpersoon uit het vierde deel van de cyclus, ‘De advocaat van de hanen’ Ernst Quispel, speelt in Kwaadschiks één van de hoofdrollen. De roman blikt in zekere zin in de proloog terug naar dat geweldige vierde deel. De proloog is het bruggetje van deel vier naar deel zes. In de proloog lezen we dat Ernst Quispel zich heeft opgericht. Van de alcoholische marginale advocaat is hij een glamour advocaat geworden die regelmatig in allerhande programma’s op de televisie optreedt. Een advocaat enigszins gemodelleerd naar Bram Moskowicz. Hoewel…enigszins? Al krijgen we er niet heel veel over te lezen, ook Quispel heeft samen met zijn broers een kantoor aan een Amsterdamse gracht. De proloog nestelt zich aan het eind van het grote verhaal dat volgen gaat en bevat alles al zonder dat je je daar als lezer van bewust bent.

De eigenlijke roman bestaat uit drie delen: Binnen, Buiten en Binnenstebuiten en beschrijft de wederwaardigheden van Nico Dorlas. Het beschrijft vierentwintig uur uit het leven van de hoofdpersoon. Geen idee hoeveel tijd je erover zou doen als je de roman in één ruk leest, maar het zou mij niets verbazen als je dan evenveel tijd kwijt bent als de roman duurt; het zal zo ongeveer de perfecte eenheid van tijd en ruimte zijn. Zo’n verhaal tot een spannend en boeiend geheel maken, is al een kunst op zich. James Joyce deed dat ook in zijn Ulysses; een bijna even dikke roman en net als ‘Kwaadschiks’ voorafgegaan door een andere grote, vuistdikke roman: ‘A Portrait of the Artist as a Young Man’ met dezelfde personen. ‘Kwaadschiks’ beschrijft de dag waarop Nico Dorlas, in toenemende dronkenschap, wordt gedumpt door zijn vriendin en stiefzoon, zijn baan verliest en een moord pleegt. Het perspectief ligt voor het overgrote deel bij Nico Doorlas maar er zijn wat intermezzo’s naar het perspectief van politieagente Elbarte Huistra en Ernst Quispel.

Een ander groot werk dat zich ook binnen dezelfde tijdspanne verloopt en waarnaar dit deel van de romancyclus veelvuldig verwijst, is ‘Tristan und Isolde’ van Richard Wagner. Verwijzingen met fantastische verkrommingen. Zo is de toverdrank die de twee geliefden voor elkaar laat smelten vervangen door diverse merken wodka die de hoofdpersoon in zijn uppie wegspoelt. Het is ook meteen duidelijk dat de wodka de twee geliefden eerder uit elkaar dan naar elkaar toe drijft. Verder speelt de liefdesdood een grote rol. De liefdesdood die in ons tijdsgewricht compleet van de zotte is, maar in Wagners tijd gold als het ultieme. Daarom vind ik het zo verschrikkelijk knap dat de schrijver ons het thema van de liefdesdood laat slikken terwijl het echt helemaal niets meer met onze tijdsgeest te maken heeft.

In een interview, vertelde de schrijver over zijn snurk- en apneu probleem. Hij was altijd uitgeput totdat men ontdekte dat het aan zijn enorme apneus lag. Om de apneus te bestrijden werd hem een CPAP voorgeschreven. Een zuurstofmasker dat hij ’s nachts moet dragen en die ervoor zorgt dat hij blijft doorademen waardoor hij in de diepere lagen van de slaap terecht komt. De hoofdpersoon uit de roman lijdt aan dezelfde kwaal als de schrijver en de CPAP speelt een cruciale rol in de roman.

Veel seksueel misbruik in deze roman. Eigenlijk geen seks in deze roman die vrijwillig en fijn is; alles is verkrachting, misbruik, onmacht en misverstand. Beschrijvingen zijn vaak enigszins ranzig. Ook dat is in lijn met de roman waarin de liefde een negatieve hoofdrol speelt.

‘Kwaadschiks’ is een fantastische roman. Aan de oppervlakte een roman over één cruciale dag in het leven van een bepaald mens waarop alles misgaat. De roman is oneindig diep gelaagd. Ik denk dat een heel jaar studenten Nederlandse letterkunde een masterscriptie kunnen schrijven over deze roman terwijl ze allemaal focussen op een ander aspect. Bij mij schiet van alles voorbij. Verwijzingen, beschrijvingen, ideeën, verhaallijnen, paralellen. Te veel om op te noemen. Deze roman toont aan hoe nietszeggend literaire prijzen zijn. Ongetwijfeld is dit één van de allergrootste en beste romans uit dit decennium, maar hij komt in geen enkele lijst voor van genomineerden voor een literaire prijs. Hoewel, wat niet is kan natuurlijk nog komen.

Ik ben ervan overtuigd dat ik een bijna geniale roman gelezen heb. Zo verschrikkelijk spannend en boeiend! Zulke beeldende beschrijvingen (een staart van de kleur van ongepoetst zilver) en zo diepgaand. Eigenlijk schieten woorden te kort!