Alle berichten van Frits de Klerk

80 Jaar Oorlog, De geboorte van Nederland

Tentoonstelling in het Rijksmuseum, gezien op 29 oktober 2018

In ons eigen Gouda zijn de mooiste gebrandschilderde ramen uit de zestiende en zeventiende eeuw van de wereld te bewonderen. Voor een groot deel gemaakt door de grootste glazenierbroers die Nederland ooit heeft gekend; de gebroeders Crabeth. Nog wel in een protestante kerk. Ik ontdekte ze toen ik in Gouda werkte en een collega me op de Goudse glazen in de Sint Janskerk wees.

Wat mij opviel in die ramen, was dat ze de tachtigjarige oorlog fantastisch weergaven. Dat kwam doordat de kerk als katholieke kerk gebouwd werd en later overging in protestante handen en dat precies in de tijd dat de ramen gemaakt werden. Sta je met je rug naar het koor, dan zie je aan de rechterkant de katholieke ramen en aan de linkerkant de protestante. Aan de rechterkant bijvoorbeeld het raam van de Crabeths over Judith die zojuist Holofernes onthoofd heeft, geschonken door de weduwe van Jean de Ligne nadat hij omgekomen was bij een veldslag tegen Willem van Oranje. Het Willem de Zwijgerraam zit aan de overkant van de kerk in de spo0nningen en werd geschonken door de stad Delft. Aanrader om een keer in Gouda te gaan kijken!

Gerard ter Borgh II – Soldaat te paard, op de rug gezien

Op de tentoonstelling ‘80 jaar oorlog, De geboorte van Nederland’ ontbreken de ramen van de kerk in Gouda niet. Al meteen staat er een deel van het zogenoemde koningsraam met de beeltenis van Philips de tweede. Omdat dat raam volgens mij gewoon in de sponningen van de kerk te Gouda zit, vroeg ik me af of dit een deel van het origineel is, of een kopie. Dat werd mij niet helemaal duidelijk. Verder ook nog één van de cartons; de op ware grootte getekende patronen voor de ramen in de kerk (die overigens allemaal bewaard gebleven zijn, en eigendom zijn van de kerk.) Deze beeldt het raam af dat Delft aan de kerk schonk. Maar naast deze herkeninning van de Goudse kerk, was er ongelofelijk veel meer te zien op de tentoonstelling die het Rijksmuseum ingericht heeft. Veel zaken waar je tijdens de geschiedenisles vroeger over hoorde maar hier zag je ze in het echt: Het plackaat van verlatinghe, de pacificatie van Gent, de documenten van de vrede bij Münster. Echt heel erg leuk om die belangrijke documenten eens in het echt te zien. Natuurlijk probeerde ik ze te ontcijferen, maar dat bleek een brug te ver.

Aan de hand van een aantal hoofdstukken werd de oorlog uit de doeken gedaan. Eén verrassend aspect was een ‘hoofdstuk’ over oorlogsvluchtelingen. Had ik nooit bij stilgestaan, maar bij een oorlog heb je altijd vluchtelingen en ontheemden. Zo ook bij de tachtigjarige oorlog. Verrassend, want het is een verhaal dat zelden terugkomt in de geschiedenislessen. Een ander aspect van de oorlog was de oorlog overzee. Daar had ik maar mondjesmaat over gehoord. Men probeerde elkaar op zee te raken en elkaars koloniën te veroveren. Over het tijdelijke bezit van de kolonie Brazilië en de schilderijen van Post, was vorig jaar al een tentoonstelling in het museum te zien geweest. Dat Hans Goedkoop vertelde dat er op één van de schilderijen ‘tot slaaf gemaakte’ mensen stonden, knauwde helaas wat ergerlijk politiek correct in mijn oren en juist daar werd de historische context weggelaten.

Wat ik een leuk aspect vond, waren de vernieuwingen die Prins Maurits doorvoerde in het leger waardoor hij zoveel successen kon behalen. Discipline was daar één van. Bovendien lag er een boek vol strategische aanwijzingen open waardoor we konden zien hoe Maurits de musketiers hun werk lieten doen. Acht rijen achter elkaar die na elkaar een schot loste en als de laatste rij het schot gelost had, had de eerste rij hun musket herlaadden en konden ze opnieuw schieten. Daardoor kreeg het vijandige leger een constant salvo over zich heen.

Al met al een leuke tentoonstelling over de ontstaansgeschiedenis van ons land. De audiotour die ik op mijn telefoon beluisterde was meer dan voortreffelijk. Dat lag zeker aan Hans Goedkoop die een geboren verteller is en ons voor een groot deel bij de hand nam.

Bangkok by night

Hoe boek je een kamer in een stad die je niet kent? In Bangkok, dus? Je vraagt aan je deskundige schoondochter waar je precies op moet letten. Dan zegt ze…in de buurt van de metro, of een ambassade…zodat de buurt redelijk is en je je makkelijk kunt verplaatsen. Maar Bangkok is zo groot en ik wil niet elke boeking door mijn zoons grote liefde laten controleren. Bovendien, wij zijn volwassen mensen en we kunnen ons ook in een vreemde stad prima redden. Dus hoe boekte ik ons hotel? Beetje centraal in de stad. Beetje in de buurt van een metrolijn. Beetje in de buurt van de Zweedse ambassade. Dat kon toch niet missen. En dan een beetje op de prijs; niet te goedkoop niet te duur. En tenslotte op de beoordelingen. Zo vond ik het Dynasty Inn hotel. Goede recensies, hoge beoordeling op de site waar ik vaak boek. Wat kan er mis gaan? Niets toch?

Midden in de grote hoerenstraat, dus. De ene massagesalon naast de andere nachtclub. De verlopen dames zitten met opgepompte boezem buiten klanten naar hun massagesalon te lokken. Hoewel ze adverteren met hoofd-, voet- of rugmassage, is het we heel erg duidelijk wel lichaamsdeel ze gaan masseren en welk lichaamsdeel ze erbij gaan gebruiken en dat vooral mannen hun klandizie zijn.

Zonder een moreel oordeel te vellen ziet het er zielig uit; ze zien er moe en verlopen uit. Het werk dat hoeren verrichten – hier en elders op de wereld – moet slopend zijn. Ik liep langs de vrouwen en keek in hun ogen. Uitgebluste ogen die in mij alleen maar geld zien, verder niets. Ik wil prostitutie niet verbieden, maar de keerzijde zou best wat vaker belicht mogen worden.

Het kan zijn dat ik hier in zuidoost Azië anders kijk, maar wat ik hier in deze buurt veel zie zitten en lopen, zijn mannen alleen. Mannen van mijn leeftijd. Mannen met mijn buikje. Dat voelt helemaal niet goed. Ik zie ze lopen. Ik zie ze in de bars zitten met naast zich een Thaise vrouw die zo te zien elk geluk in haar leven misgelopen is. Het maakt me kwaad. Ik heb zin om zo’n oude viezerik z’n neus te breken. Profiteren van andermans armoede en ellende. Ik weet de prijzen hier niet, maar het zal stukken lager liggen dan in westerse landen.

In hoeverre heb ik gelijk in het veroordelen van die oudere mannen? Ik ken ze niet. Ik weet niet wat hun motieven zijn. Ik weet niet waar ze vandaan komen. Ik weet helemaal niets. Ook niet van die vrouwen waarvan ik zo zeker ben dat ze met hun lichaam leuren. Misschien zou ik ook wel eens zelf compleet zonder verantwoordelijkheid voor ervoor of erna willen neuken. Gewoon als deal. Even het beest uithangen en weer voort met je leven. Maar ik denk niet dat ik het doe. Niet hier en niet thuis. Te laf? Seks om geld is complex.

Toch vind ik de vrouwen hier in de straat er verlopen en treurig bijzitten. Ze zien er moe uit en maken slechts contact als ze denken dat Josien niet bij mij hoort. Dan laten ze niet direct hun massererende vingers zien, maar wel hun borsten.

Onze hotelkamer is aan de achterkant van de hoerenstraat. Het is er doodstil. De kamer is inderdaad een acht komma vijf waard. De airco ruist. Buiten is het vijfendertig graden maar mijn telefoon geeft aan dat de gevoelstemperatuur veertig graden is. Een tropische stad…

Jaap Robben – Birk; een kleine grote roman

Toen we er 8 jaar geleden voor het laatst waren, vonden we het eigenlijk al verpest. Datgene wat we op Kleppe zochten, daar aan die fjord in zuid Noorwegen, dat was verleden tijd. Wat we zochten was voor even het gevoel te hebben dat we alleen op de wereld waren en dat we het helemaal met onszelf moesten zien te rooien. Eén keer per dag een schapenboer die van het dorp aan de overzijde van de fjord kwam overvaren om te kijken of alles nog goed ging met zijn schaapjes die door prikkeldraad noch gaas gehinderd konden grazen waar ze wilden. Op dat eenzame paradijs stond een piepklein houten boerderijtje waar wij onze vakantie mochten doorbrengen. De zomervakantie, want tijdens de andere vakanties was het boerderijtje door stadsmensen zoals wij zijn niet te bereiken. Om er te komen reden we van Flekkefjord naar het gehucht Fiedsel. Daar konden we onze auto parkeren en laadde we onze rugzakken op onze schouders. Daarna een wandeling van drie kwartier door een betrekkelijk onherbergzaam landschap. Met paadjes die nauwelijks zichtbaar waren, over half vergane planken door een moeras. Glibberend over de Noorse rotsen. We voelden ons daar helemaal thuis. Helemaal weg van alle stadse onrust. Hoewel de temperatuur soms in de zomer best aardig was, namen we de vele regen voor lief. Ons paradijsje in het zuiden van Noorwegen.

Ik moest een beetje denken aan deze afgelegen plek bij het lezen van de roman Birk van Jaap Robben. Toch heel anders. De sfeer van afgelegen en ver van de bewoonde wereld is hetzelfde maar onze vakantiestemming ontbreekt in de roman helemaal. Waar onze plek daar in de leegte van Noorwegen een omgeving is vol vrolijke associaties, is het eiland van Mikael, de hoofdpersoon in Birk, één grote dreiging. Dat begint al meteen op de eerste bladzijde waar de hoofdpersoon getuige is van de verdrinking van zijn vader Birk. Mikael ziet zijn vader niet meer bovenkomen nadat hij hem van de verdrinkingsdood heeft gered toen hij zijn bal uit de zee wilde halen. Omdat Mikael zijn vader niet dood en verdronken heeft gezien, blijft er iets van hoop op een levende terugkeer mogelijk. Maar wij als lezer weten wel beter. Na het verdrinken van vader blijven er drie levende mensen achter op het eiland plus twee doden; Birk en de oude mevrouw Augusta. De drie levenden, Mikael, zijn moeder Dora en de oude visser Karl. Deze personages gaan het gevecht aan met het kleine eiland. Af en toe een interventie van de boot die voorraad aflevert en een enkel uitstapje naar het stadje aan de overkant van het water.

De beklemming en de dood zijn er al meteen. Ook de schuldgevoelens. Hoewel hij bij de verdrinkingsdood van zijn vader nog maar negen jaar oud is, beseft hij heel goed dat hij gered werd door zijn vader omdat Mikael zijn bal uit het water ging halen. De dood van Birk heeft beklemmende gevolgen voor de relatie moeder en zoon. Langzamerhand eist moeder dat de opgroeiende Michael de plaats inneemt van zijn vader. Daarin gaat moeder erg ver. Ondertussen probeert visser Karl bij zowel moeder als zoon tevergeefs toenadering te zoeken. Ondertussen ontwikkelt Mikael zich tot volwassen mens. Daarbij speelt het vervallen huis van de overleden mevrouw Augusta een belangrijke rol.

Ik heb het gevoel dat ik een nieuwe schrijver heb ontdekt in Jaap Robben. Een rasverteller die sfeer fantastisch weet op te roepen. Hij is begonnen als kinderboekenschrijver, maar dat is zeker geen slecht voorteken. Joke van Leeuwen is zo ook begonnen en is één van mijn favorieten op dit moment. Heldere taal, realistische dialogen en een spannend, beetje horror-achtig verhaal. Een kleine maar heel grote roman!

Diabetes; leefstijl en pech

Eén van de leukste dingen van Thailand is, dat het bijna altijd lekker weer is. Nou ja, lekker weer…in deze tijd van het jaar is het voor Thaise begrippen niet al te heet. Voor onze begrippen is het bloedheet. De regenbuien die af en toe vallen zijn heftig en koelen voor een heel korte tijd af. Daarna wordt het er behoorlijk klam van. Als de zon schijnt, is het hier smoorheet. Laten we eerlijk zijn, de bevolking hier vindt die hitte eigenlijk ook niet fijn want overal waar ik kom, hangen airco’s. Als er geen airco’s hangen, dan blazen er wel grote ventilatoren en draaien er geen ventilatoren dan zijn plaatsjes in de schaduw de place to be en als je in de zon werkt, dan behoor je tot de verschoppelingen der aarde, heb ik hier geleerd.

De airco’s hebben me snipverkouden gemaakt. Ik heb keelpijn, heb een akelige hoest en loop voortdurend mijn neus te snuiten. Josien, die evenveel onder de airco’s zit als ik, heeft geen centje pijn. Ook mijn jongste, ook niet echt een local in dit land, loopt fris en vrij ademend rond terwijl ik hier in het plaatselijke buurtsupertje moest constateren dat men hier geen verkoudheid kent, want zakdoekjes zijn niet te krijgen. Waarom word ik wel verkouden van al die airco’s en een ander niet? Komt het soms doordat ik de neiging heb om steeds dichtbij zo’n airco te gaan zitten? Komt het daardoor? Of moet ik gewoon constateren dat ik pech heb. Dat ik er zelf niets aan kon doen dat ik zo verkouden werd. Ik denk dat het laatste het geval is; mijn verkoudheid heeft niets met leefstijl te maken, maar alles met pech.

Gisteren of eergisteren schreef Wilma de Rek een artikel in de Volkskrant over de zogenoemde ‘leefstijl’ ziektes. Daaronder, uiteraard, viel ook diabetes type 2. De mijne dus. Wellicht heeft Wilma de Rek best gelijk, toch raakt het me en voel ik me beledigd. Altijd die voorbeelden van hoe het komt dat je die ziekte gekregen hebt. Terwijl ik altijd gezond gegeten heb. Veel, dat wel, maar wel gezond. Ja en ik snoepte ook flink. Dat klopt ook wel. Twee boterhammetjes ’s ochtends en vier boterhammetjes tussen de middag is nou niet direct een dieet waar je ziek van zou moeten worden. ’s Avonds immer verse groente – gekookt en rauw – vlees en aardappelen, rijst of pasta. Zelden zoete toetjes. En heus, ’s avonds na het eten nog lekker knabbelen en tussen de maaltijden door fruitjes. Een heel gewoon eetpatroon terwijl Wilma de Rek suggereert dat ik dagelijks in de frietkraam te vinden was en de banketbakkerij leegvrat.

Ik geloof heus wel dat leefstijl iets te maken heeft met diabetes en overgewicht, maar net als bij mijn verkoudheid, speelt pech een grote rol. Pech omdat ik nauwelijks voel of ik genoeg gegeten heb, pech omdat mijn lichaam diabetes heeft ontwikkeld. Als er wat meer nadruk wordt gelegd op de pech die je in je leven kunt hebben en wellicht wat minder op die ongezonde leefstijl, dan is dat minstens even waar, en voel ik me wat beter.

Ik heb trouwens mijn leefstijl ingrijpend veranderd; ik eet koolhydraatarm en slik een hoop pillen minder. Genezen, nee, dat wil nog niet lukken…Totdat ik een paar dagen in Thailand was en ik door omstandigheden niet anders kon dan me niet aan het dieet houden. Ik eet rijst, noedels, zoetige puddinkjes (in bananenblad gestoomd), echt alles. Zelfs gisteren een heerlijk ijsje. En dan nu het frappante; mijn suikerspiegel is in geen jaren zo laag geweest. Ik hoop zo dat dat zich terug in Nederland voortzet…want dan ben ik…genezen! En dan kan niemand meer suggereren dat ik altijd zo smerig gegeten heb…bij de Mac…en de Febo…kroketten uit de muur…en gore mierzoete taartjes met grote dotten slagroom…Dat zou zo’n opluchting zijn!

Opgelicht in Thailand…?

Anderhalve maand geleden zat schrijver dezes zich enorm te verheugen op de vakantie waarvan hij op dit moment geniet. Naar Thailand nog wel. Nog nooit zover van huis geweest. We hadden wat dingetjes afgesproken en daarmee hadden we schoondochterlief haar vrije gang laten gaan qua organiseren. Dat bleek haar lust en d’r leven en omdat ze ook nog eens het begin van haar leven in Thailand gewoond heeft, kon ze ons naar de mooiste en vaak lekkerste plekjes brengen, zelfs als ze daar zelf wat minder heil in zag (zoals je vertoeven in de bush-bush), zij regelde het voor ons. Onderweg en ’s avonds en ’s middags en eigenlijk gewoon de hele dag door; de lekkerste hapjes; het lekkerste eten. Niet té pittig maar net lekker. Dat eerste deel van de vakantie zat qua organisatie helemaal goed in elkaar.

Maar deze jongen houdt ook erg van zelf dingetjes regelen. Schoondochter S. waarschuwde, als je de taal niet spreekt, word je aan alle kanten geflest… Maar het doorspitten van internetsites op zoek naar de leukste dingen hoort bij mij bij de voorpret. Het tweede deel van onze vakantie hadden we op Phuket geboekt. De hotels hadden zoon plus schoondochter en wij samen geboekt. Wel aparte hotels, maar op wandelafstand van elkaar. Wat betreft dingen die je zou kunnen doen zouden we voor een deel ons weegs gaan. Dus kwam ik tijdens het internetten op mijn kamertje in Amsterdam terecht op de site van Greenwood Travel; bij hun kon je allerhande spannende activiteiten boeken. Nou zit deze jongen niet zo te springen om spannende activiteiten, maar wel op voor ons interessante activiteiten. We vonden er één: roeien door het mangrovebos en langs prachtige rotsformaties. Tussen de middag lekker eten in een klein vissersdorpje en daarna weer verder roeien. Een spekkie naar ons bekkie. Dat boekte ik dus. Ik kreeg de rekening en per omgaande maakte ik het bedrag over…

Ik spreek Nederlands, degene bij wie ik boekte spreekt Nederlands; angst om geflest te worden was er dus niet. Maar helaas, bij de bevestiging van de boeking kwam Greenwood Travel met de mededeling dat de prijs ineens hoger was geworden vanwege het hoogseizoen (in oktober?!) en of we nog even 50% van het al betaalde bedrag wilden nabetalen. Deze jongen is gekke gerritje niet, wie denkt hij wel dat ik ben? Dus liet ik hem weten dat hij ervoor moest zorgen dat ons boottochtje voor de betaalde prijs door zou gaan. Na mijn reactie stuurde hij stoïcijns voor de tweede keer een rekening met het verhoogde bedrag. Echt brutaal. Maar ik wilde dat boottochtje zo graag dat ik voorstelde om ieder de helft van het verschil te betalen…oké, alle dames in mijn gezelschap waren boos, vonden me een slappe zak. Hun toorn heb ik over me laten komen; maar nee, Greenwood Travel liet niets meer van zich horen.
Toen zaten we op het vliegveld voor onze reis van Bangkok naar Phuket en kreeg ik zowaar weer een berichtje van de genoemde organisatie. Snel las ik: ‘Na lang onderhandelen is het mij gelukt om u voor de afgesproken prijs….’ En terwijl deze jongen in doodsnood het vliegtuig zat af te wachten dat wellicht neer zou storten etcetera etcetera, kwam er toch wat licht in mijn tijdelijk door vliegangst vertroebelde brein. Ik stootte Josien aan en vertelde haar dat ons tochtje toch door zou gaan. Blij waren we, echt blij. We voelden ons al zachtjes over het water door de bossen glijden ver weg van alle stadse herrie.

Maar later, al helemaal op Phuket, kwam de domper…ik las het bericht goed…We kregen voor dezelfde prijs een fantastisch tochtje met een speedboat langs James Bond eiland, en dan snorkelen… Eigenlijk precies hetzelfde uitje dat schoondochter al voor ons had geboekt. Maar maakt niet uit: als je een roeitocht over het Naardermeer boekt dan wil je niet daarvoor in de plaats naar de TT in Assen. Dus, nee, dat wilden we niet dus vroeg ik mijn geld terug. Prima, antwoordde Greenwood Travel, maar dan rekenen we wel annuleringskosten… Annuleringskosten? Ja, annuleringskosten.

Sindsdien lieve lezers, heb ik een nieuw synoniem voor oplichters: Greenwood Travel!

Treuren om de ondergang van Ayutthaya

We zijn al in diverse verwoeste steden geweest. Verwoest tijdens een oorlog. Meestal zie je dat het na de oorlog uithuilen en opnieuw beginnen is. Neem bijvoorbeeld een willekeurige stad in Duitsland. Geen stukje puin meer te vinden. Ook is niet alles nieuwbouw; men probeert het oude te herstellen en zo de cultuurmonumenten te behouden voor het nageslacht. Niet helemaal nieuwbouw maar ook geen oudbouw, dus. Maar…,wat is precies nieuw of oud.
Enkele jaren geleden waren we in Wűrzburg. Een stad midden in Duitsland waar we al heel regelmatig een nachtje op de camping hadden gestaan als we Duitsland moesten doorkruisen. Deze keer besloten we om de stad eens echt goed te gaan bekijken en dat bleek niet voor niets. De stad was de hoofdstad van een gebied bestuurd door de kerk en midden in de stad stond het bisschoppelijk paleis. Een juweel. Een absolute aanrader om daar eens te gaan kijken. Een wonder van zinsbegoochelende kunst. Maar…grotendeels na de tweede wereldoorlog gereconstrueerd, want de geallieerden hadden er diverse bommen op gemikt. Uithuilen, de puinhopen bij elkaar vegen en…opnieuw beginnen.
Gisteren waren we in Ayutthaya. Nog steeds in Thailand, dus. Vreemd genoeg blijken ze daar een heel andere opvatting te hebben. De stad was de hoofdstad van een groot rijk dat destijds ongeveer de oppervlakte van Thailand besloeg. Maar helaas, zoals dat gaat, er brak een oorlog uit tegen de Birmezen. Na een lang beleg viel de hoofdstad Ayutthaya en werd geplunderd en vervolgens in de fik gestoken. Je zou denken; uithuilen, de puinhoop bij elkaar vegen en opnieuw beginnen. Nee, in deze stad dus niet. Ze lieten de puinhopen gewoon zoals ze waren en men ging door met zijn eigen leven. Gelukkig maar, want deze verbrande puinhopen laten uiteindelijk toch zo veel moois zien dat het op de wereld erfgoedlijst is gezet. Je zou misschien verwachten dat vooral het regeringscentrum in het midden van de oude stad het had moeten ontgelden, maar dan blijkt dus niet zo. Verspreid over een behoorlijk groot gebied vind je verwoeste tempels die door hun verwoesting alleen al verschrikkelijk mooi zijn. Halve boeddha’s, soms niet meer dan een gekruist onderbeen, staan nog in de tempels zwartgeblakerd te wezen.

Boeddha treurend over de ondergang van Ayutthaya

Ik vond bij één van de tempels nog een volledig intacte boeddha. Dat betekent dat hij in dit uitermate spirituele land aanbeden wordt. Boeddha lijkt hier niet verlichting te zoeken, maar te treuren. Te treuren om de ondergang van Ayutthaya. Mooie, verheven Boeddha…

Cultuurshock in Bangkok

Niets geen breakfast de eerste week in Thailand. We zitten in een goedkoop, schoon maar sober hotel in één van de honderden wijkjes in Bangkok. De elektriciteitskabels hangen als bossen noedels boven de weg. Van onze keurige Amsterdamse woning waar alle stoepjes recht liggen en de straat geveegd is naar het ongecontroleerde leven in Bangkok. De mensen zijn niets dan vriendelijk voor ons en bekijken ons nieuwsgierig; zoveel toeristen komen hier niet in deze buurt en ja, toeristen zijn we. We zien er anders uit. Met onze grote neuzen, onze blonde haren en rijzige gestalten. Anders. We kennen de taal ook niet. Mij lukt het maar nauwelijks om een woord te onthouden, Josien misschien twee. De eerste week hadden we een absolute cultuurshock.
Het hotel ligt op wandelafstand van het ouderlijk huis van schoondochterlief. Ze wilde ons in de buurt hebben. Niet zo gek want ze wil ons ALLES laten zien en – vooral – ALLES laten proeven. Dan is het onhandig als je je eerst kilometers door de verkeerschaos van Bangkok moet wringen om alleen al bij elkaar te komen. Daarom boekte vriendin M. Deze kamer in dit hotel. Als vreemden in de nieuwe wereld voelden we ons compleet onthand. Maar inmiddels hebben we het klappen van de zweep leren kennen en lukt het ons om een redelijk ontbijt, inclusief warme sterke koffie te verschaffen. Dat voelt wel goed, eigenlijk. Beter dan als het ontbijtbuffet voor je klaar staat in het restaurant van het hotel. Op je slippertjes naar buiten: bij dit stalletje haal je warme koffie, en daar haal je gestoomde kokospudding in bananenblad met onbekende maar zachtzoete vruchten. Zo doen we dat na een week.
Voor lekker eten, en dan bedoel ik echt heel erg lekker eten, hebben we de lekkerbek dames nodig die hier opgegroeid zijn. Ze doen niet alleen de bestelling, maar slijpen hem ook nog een beetje bij. Tenminste dat denk ik, want vooraf aan het opdienen gaat een hele discussie. Maar dan krijg je ook wat! Gisteren geroosterde kip in stukken gehakt. Een grote kom Thaise kippensoep met stukjes kip mét kraakbeen (niet slordig uitgezochte kip maar juist de bedoeling want dat kraken tussen je kiezen vinden ze een delicatesse, en stap je over je eigen vooroordelen heen, dan is het best lekker). Die bouillon is zo lekker! Hij is zout, zoetig en zurig tegelijk. Maar dat was nog niet alles. Een schoteltje met geroosterde incourante varkensdelen, zoals maag, darmen, lever en nieren. Goed binnen te houden, maar niet echt om voor naar Thailand te gaan. Plakrijst, waar je bolletjes van moet draaien en dan in de saus moet dopen. Afhankelijk van de saus erg lekker, maar verder blijft het natuurlijk gewoon rijst. Papayasalade. Had ik al eerder gegeten, maar natuurlijk niet zoals deze! Deze was echt lekker. Best pittig, maar niet té. Gewokte bamboescheuten…kortom een overvloedig maal. Bij ons hoort bij een goed maal een delicate entourage… in ons restaurant doen ze daar niet aan; Formica tafeltjes met slechtzittende plasticstoeltjes en een hard waaiende ventilator. De tv staat aan en tussendoor schallen Thaise hits, terwijl het verkeer voorbij bromt, snort, reutelt en bromt. Maar gezellig!
Morgen vliegen we naar Phuket. Vanaf daar heb ik alle hotels via normale kanalen zelf en in overleg geboekt. Duurder, luxer, inclusief ontbijt, maar vast…Heel veel saaier.

De markt in Laksi Bangkok

Boeddha op een olifant?

Zoals de koe bij Nederland hoort en de stier bij Spanje, zo hoort de olifant bij Thailand. Toen we van Bangkok naar de grens van Birma reden om iets mee te kunnen krijgen van de echte tropische Aziatische jungle, kwamen we regelmatig langs de kant van de weg bordjes tegen die ons waarschuwde voor pardoes overstekende olifanten. We vroegen ons in de auto af wat dat precies betekent of wat je moet doen. Een overstekend hert op de Veluwe kan je een fikse deuk in je auto bezorgen en van de schrik kan je een beweging maken die je fataal kan worden. Maar wat kan je gebeuren bij een olifant? Een wilde olifant? Als je er tegenaan rijdt dan is je auto waarschijnlijk total loss. Het beest zal voornamelijk pijn hebben en dat op jouw auto verhalen…geen pretje. Maar we kwamen  gelukkig geen wilde olifanten tegen. Wel tamme. Olifanten zonder hek tussen ons en het beest. Olifantenoppassers en dat was alles.

We kwamen langs een dierentuin en schoondochterlief wilde onherroepelijk naar binnen. En daar stonden de twee olifanten die tegen betaling van een kleine som geld hun kunstjes vertoonden. De beesten gaven elkaar de slurf en vervolgens mocht de gelukkige gaan zitten op de verstrengelde slurven  en konden wij foto’s maken. Daarna krulden de dieren nog even bevallig hun slurven naar boven en klaar was de fotoshoot. Achteraf niet heel erg fraai allemaal vanuit ons door dierensentimentaliteiten verwrongen westerse mensenbrein, maar zo gaat dat nu eenmaal in Thailand.

Vandaag olifanten van een heel ander kaliber. Oorlogsolifanten. Natuurlijk ken ik Hannibal die met zijn Afrikaanse olifanten de Alpen overtrok om de Romeinen een lesje te leren dat hun nog lang zou heugen. Maar in Thailand, hét land van de olifant, werden ook oorlogen uitgevochten met olifanten. Ze zullen gefungeerd hebben als dé tank van het verleden.

Met olifanten ten strijde of…

Josien en ik bezochten de Wat Pho.  Eén van de beroemdste bezienswaardigheden van Bangkok. Het tempelcomplex is groot en erg indrukwekkend, maar de bezoekers komen vooral voor de reusachtige liggende boeddha. Vijfenveertig meter, meet hij. Puur verguld en erg mooi opgepoetst. Maar wat velen niet zagen was dat de muren van het gebouw waar de reus lag, volledig beschilderd waren. Als ik dat zie, mis ik enorm de kennis van de verhalen die hier in Thailand bestaan of de verhalen rond het leven van Boeddha. Je ziet dingen die je tegelijkertijd wel en niet begrijpt. Zie deze olifantenslag. Eén van de dieren heeft zijn slurf rond de voet van de bange man geslagen en dreigt hem door de kantelen te trekken. Een andere man houdt hem wanhopig vast terwijl nog weer een ander de olifant op zijn slurf slaat met een grote stok. Dat is de ene kant van de afbeelding…daarnaast nog meer olifanten en op één van de beesten zit een in het goud gekleed mens op een muziekinstrument te spelen. Zijn olifant offreert een twijgje aan een in het goud gekleed ander figuur op de kantelen. Hij maakt een afwerend gebaar. De tegenstelling tussen oorlogszuchtige olifanten en twijgjesolifanten binnen  dezelfde afbeelding verbaasd me. Geen idee wat het betekent. De geschiedenis van Boeddha heb ik gelezen. Ik vermoed dat het hier om een scène gaat uit het leven van Boeddha, maar welke, ik zou het niet weten, ik herken het niet.

Maar…fraai is het wel. Als je op je blote voeten in passende kleding langs de grote boeddha loopt, moet je soms naar rechts kijken in plaats van naar dat immense beeld. Dat grote beeld voegt weinig toe aan wat je bijna overal hier in Bangkok ziet; die beschilderde wanden…daar zou het om moeten  gaan, vind ik.

Blackface in Dokkum

Wat vind ik nou precies? Het gaat heen en weer en met ups en downs. Het lijkt alsof ik het niet met mezelf eens kan worden. Terwijl ik er zoveel tijd over nagedacht heb. Terwijl de discussie me zo mijlenver de strot uit hangt. Maar ieder jaar wordt hij weer opnieuw gevoerd. Er komt geen eind aan. Hou op, alsjeblieft! Leg je erbij neer. Alle tegenstanders hebben een beetje gelijk. Doe allemaal een beetje water bij de wijn en hou op! Hou er helemaal mee op. Het leidt tot niets. Nee, het is niet saai, die discussie, emoties zijn nooit saai, maar ik heb er wel genoeg van! Geen enkel standpunt wordt losgelaten en dus horen we ook steeds dezelfde argumenten die steeds voortkomen uit dezelfde emoties. Bovendien…Bovendien…

Ik keek gisteren het journaal. Daarin werd verslag gedaan van de pleziertocht van Dokkum naar het gerechtsgebouw in Leeuwarden per feestbus. Meezingend, deinend en klappend werd het ene na het andere Sinterklaaslied gezongen. Daarna ging het feest in, en voor, het gerechtsgebouw gewoon door. Terwijl er in zekere zin wel wat aan de hand was. De groep feestbeesten had op de dag van de intocht van Sinterklaas het verkeer op de snelweg stilgezet om een groep anti-Zwarte Piet activisten de toegang tot de provincie Friesland te ontzeggen. Dat mag natuurlijk niet; In Nederland heerst vrijheid van meningsuiting en…als burger heb je niet het recht om het verkeer op de snelweg stil te zetten. Daarom moesten ze voor de rechter verschijnen. Aan de andere kant… Aan de andere kant…

Is er een ‘aan de andere kant’? Nee, eigenlijk niet. Of ja, toch wel. Waarom moet dat stelletje klootzakken protesteren op een kinderfeest en daarmee het feest verzieken waar we hier allemaal mee opgegroeid zijn en waar we allemaal zo warm van binnen van worden? Waarom? Waarom?

Oké, De Klerk, zo is het wel weer genoeg!

Misschien moet dat stelletje wat achterlijke boeren daar in Dokkum ietsje meer luisteren naar de oplossingen van die arrogante stedelingen in het westen. Zij worstelden daar met precies dezelfde gevoelens…echt waar. Ook in het westen hebben we met nette haartjes voor de kachel staan zingen en waren we doodsbang voor de pikzwart geschminkte persoon met de roe. Ook wij hebben warme herinneringen. Maar helaas, de tijden veranderen. Alles verandert. Je moet mee. Als je dat niet deed zat je daar in Friesland nog op je terp af te wachten of je niet zou verzuipen na een regenbui.  De wereld van gisteren is niet de wereld van vandaag dus zoek je oplossingen. Die oplossing hebben we in het westen (is dat zo?) gevonden; de roetveegpiet. Best een aanvaardbaar alternatief, want zeg nou zelf…neem een beetje afstand, stijg uit boven jezelf en kijk nog eens naar de figuur Zwarte Piet…Dan moet je toch zelf ook wel toegeven dat het niet zo’n fraaie tronie is? Laat ik dit vertellen, als eega van de juf, kroop ik een tijdlang jaarlijks in de tabberd en zette ik de mijter op. Vergezeld van oliedomme Zwarte Pieten betrad ik de school. De Pieten vergaten altijd de cadeautjes, ze konden niet rekenen en niet goed spellen; ze vielen van hun kruk en ze struikelden over elke drempel. Kom nou toch, dat kan toch niet meer? Dat is toch geen gezicht anno vandaag?

En die anti zwarte pieten actievoerders? Pffff.

Anna Enquist – Want de avond; verlies, verdriet en ellende

In mijn pubertijd las ik veel. Heel veel. Ik vluchtte van het ene boek in het andere. Elke wereld anders dan de mijne leek leuker en aantrekkelijker. Kinderboeken las ik weinig; ik stootte meteen door naar het zwaardere literaire werk. Daar was ik eigenlijk nog veel te jong voor, denk ik nu. Maar toen vond ik van niet. Ik las het oeuvre van Wolkers en Hermans in zijn geheel. Ook alle essays. Woord voor woord spelde ik Hermans’ essay over Wittgenstein. Woorden die nooit zinnen werden, laat staan betekenis kregen; maar het was van Hermans en alleen daarom al de moeite waard. Kinderboeken…nee, die las ik niet. Of…ja, toch. Deeltjes van een serie waarvan ik nu de titels niet meer weet, laat staan de schrijfsters. Later hadden Josien en ik het wel eens over die puberboekjes en zij wist meteen waar ik het over had: De Zweedse kommer en kwel serie. Boekjes waarin de ellende van de puberende hoofdpersoon niet te overzien was. Geslagen door haar vader, aangerand door de buurjongen om vervolgens te ontdekken dat ze lesbische gevoelens hebt voor d’r lerares Engels terwijl haar muziekleraar steeds naar d’r tieten kijkt en haar probeert te verleiden. Dat soort verhalen dus. Aan deze kommer en kwel serie moest ik een heel klein beetje denken toen ik het laatste boek van Anna Enquist las. Qua ellende kan het niet op.

De roman ‘Want de avond’ gaat over afscheid en rouwverwerking. Waar kan het anders overgaan bij Anna Enquist? Het is een vervolg op haar eerdere roman ‘Kwartet’ waarin een crimineel de woonboot van musicerende mensen binnendringt en ellende veroorzaakt. Het verhaal wordt verteld vanuit het perspectief Carolien en haar echtgenoot Jochem de celliste en de altviool van het kwartet. Aan het begin van de roman is Carolien vervallen tot apathie. Ze zit thuis en doet eigenlijk helemaal niets meer. Ze is haar rechterpink kwijtgeraakt, daardoor kan ze niet meer op haar cello spelen. Bovendien vindt ze niet dat ze haar werk als huisarts voort kan zetten omdat alle mensen zullen gruwen van haar verminkte hand, denkt ze. Daartegenover staat haar echtgenoot Jochem. Hij begraaft zich in zijn werk als vioolbouwer. Het atelier aan huis dat hij had, heeft hij ingeruild voor een beter te beveiligen ander atelier. Het is duidelijk dat het huwelijk tussen Carolien en Jochem uitermate gespannen is. Carolien en Jochem hebben in het verleden twee zoons gehad, maar die zijn al een tijd geleden omgekomen bij een busongeluk op schoolreis. De kamers van de jongens zijn nog intact. Carolien had vroeger de ambitie om celliste te worden, maar was niet goed genoeg, daarom werd ze huisarts. Afscheid en verdriet alom.

De andere leden van het kwartet, de eerste en de tweede viool, Hugo en Heleen, zijn hun eigen weg gegaan en hebben nauwelijks nog contact met Carolien en Jochem of met elkaar. Behalve dat ze samen in het kwartet speelde, was Heleen verbonden aan de huisartsenpraktijk als verpleegkundige en was ze Caroliens beste vriendin. Ze speelden destijds op de boot van Hugo, maar die boot is vernield tijdens de overval door de crimineel. Heleen is verpleegkundige geworden bij een fitness-keten en Hugo probeert allerhande muziekevenementen van de grond te krijgen in China. Heleen voelt zich erg schuldig omdat zij correspondeerde met de crimineel toen hij nog in de gevangenis zat en meer met hem gedeeld heeft dan men haar had geadviseerd.

Aldus de stand van zaken aan het begin van de roman.

Carolien reist naar Hugo in China omdat ze te horen krijgt dat hij daar geld zoekt om violen te bestellen bij Jochem. In China bij Hugo, leert ze Max kennen. Als arts bekommert hij zich over verschoppelingen in diverse weeshuizen. Carolien reist met Max mee om te helpen. Maar ze worden verliefd en beginnen een verhouding. Maar na een reis die het begin leek van iets nieuws, beëindigd Max de relatie omdat hij verantwoordelijkheid voelt voor vrouw en zwaar gehandicapt kind. Weer terug in Nederland overlijdt haar ouden cello-leraar bij wie ze gestudeerd heeft en met wie ze sindsdien altijd innig bevriend is gebleven. Ze erft zijn uitermate kostbare cello.

Terwijl het proces eraan komt waarin ze alle vier moeten getuigen tegen de crimineel, pakt Carolien het cellospelen weer op. Tijdens het proces voelen de leden van het kwartet zich als naïeve kinderen weggezet. Maar erna gaan ze met z’n vieren uit eten en lijkt er iets terug te komen van de intimiteit en saamhorigheid die ze zoveel jaren samen als kwartet hebben gehad.

Een boek met heel veel ellende, kortom, maar met een onverwacht positief eind. Ik weet inmiddels dat als ik een boek van Anna Enquist ter hand neem dat ik geen vrolijke roman ga lezen; om de humor moet je het niet doen. Maar dat wil niet zeggen dat het geen roman is die lekker wegleest. Anna Enquist is gewoon een zeer bedreven schrijfster en wat ze schrijft is altijd van belang. De titel kan ik helaas niet thuisbrengen.

Wat ik wel interessant vind is het verschil tussen deze roman en een andere roman die ik laatst gelezen heb. In beide romans gat het een deel van het verhaal over het op knappen staan van het huwelijk. Die andere roman is Stromboli van Saskia Noort. Zonder dat ik er precies de vinger op kan leggen waar het door komt, voelt de beschrijving van het huwelijksleed in Enquists roman als zeer diepzinnig, en van Saskia Noort als heel oppervlakkig. Is het omdat Enquist dat gevoel van depressie zo goed weet op te roepen of omdat Saskia Noort het bij oppervlakkige seks houdt? Ik weet het niet maar het blijft me fascineren.