Alle berichten van Frits de Klerk

Mijn partij, wat moet ik ermee?

Het laatste kabinet waar de PvdA – mijn partijtje, dus – deel van uit maakte, is rampzalig geweest. De kiezer heeft dat ook zo ervaren. De partij is volledig gemarginaliseerd. Haar stem wordt nauwelijks meer gehoord. Dat kabinet was een puur kapitalistisch kabinet. Het laatst kabinet met PvdA-ministers heeft ervoor gezorgd dat de grote graaiers niet alleen niet gestraft werden voor wat ze de wereld aandeden, maar er juist voor werden beloond. Was dat kabinet wel min of meer door de omstandigheden gedwongen om te handelen zoals ze deed, zoals beweerd werd? Ik heb mijn twijfels. Waarom moest toen juist mijn partij eraan meedoen. Sinds dat kabinet klinken alle anti-kapitalisten credo’s uit de mond van PvdA’ers volkomen ongeloofwaardig. Wie gelooft er nou in samen alles delen als je een groep van superrijken zo bevoordeelt? Ik heb mijn geloof in de goede afloop laten varen. Ik ga, denk ik, mijn partij verlaten. Misschien is Groenlinks toch wel een beter alternatief. Mijn partij heeft weinig gebracht en heel veel fout gedaan. Misschien is het opheffen van de studiefinanciering wel mijn grootste verdriet. Dacht ik altijd dat Jet Bussemaker het hart op de juiste plek had. Zij heeft ervoor gezorgd dat de arbeidersklasse haar kinderen niet meer kan laten studeren. Hoe heeft ze zo’n beleid kunnen neerzetten? Ik schaam mij ervoor dat ik lid ben van de partij als ik aan dit onderwerp denk. In plaats dat ze de studiebeurs en een renteloos voorschot weer uitsluitend beschikbaar stelt voor degenen wiens ouders te weinig geld hebben om hun kinderen te laten studeren, schaft ze alle goedkope financiering voor iedereen af en zadelt ze studenten uit de arbeidersklasse op met torenhoge schulden. Hoe kan mijn partij daarachter hebben gestaan. Hoe kunnen ze dat hebben verdedigd. Nog zie ik Jet Bussemaker voor de televisie verkondigen dat een rentedragende studielening een goede investering in je toekomst is. Hoe kon ze! Onder mijn partij zijn de mogelijkheden van mensen met een smalle beurs er razendsnel op achteruit gegaan. De bestuurdersgeneratie Asscher willen we niet meer aan de macht hebben. Ze hebben de partij en de maatschappij geen goed gedaan. Shame on them!

Jeroen Dijsselbloem als schoothondje van de banken op de muren van Athene.

Hier in Athene, waar ik nu ben, zijn ze dat rampzalige kabinet ook nog niet vergeten. Zonder veel gene hoor ik ‘onze’ minister Dijsselbloem destijds verkondigen dat men in Griekenland veel te veel geld uitgeeft zonder dat daar inkomsten tegenover staan en dat ze minder geld moeten uitgeven en dat ze dus flink moeten bezuinigen. En in Nederland maar grappen maken over het luxe leventje van de Grieken en dat ze op ‘onze centen’ leefden. Wilders met zijn ‘geen geld naar de Grieken maar naar onze zieken’ deed het natuurlijk helemaal goed. En ‘mijn’ politici stelden daar niets voor in de plaats. Inderdaad zeg, wat had die Wilders gelijk… Maar Wilders had natuurlijk helemaal geen gelijk. Wij betaalden niet voor de Grieken. Wij betaalden onze banken in Nederland. Die banken hadden er namelijk massaal van geprofiteerd dat de rente zo hoog was voor de destijds corrupte Griekse overheid. Miljarden hadden ze uitgeleend tegen draconische rentes; miljarden hadden ze uitstaan tegen miljarden euro’s rente. Wat denk je dat er zou gebeuren als de Grieken die rente niet meer konden opbrengen? Onze graaiende banken waren massaal omgevallen en dan hadden wij, ook naar ons geld kunnen fluiten. Onze maatschappij was als een kaartenhuis in elkaar gezakt. Het geld dat wij aan de Grieken uitleenden, kwam via de andere kant weer net zo hard Nederland binnen en daar verdween het zo in het vestzakje van de Rijkman Groeninkjes van dit land.

Jeroen Dijsselbloem is hier in Athene nog steeds een gehaat persoon. Miljoenen Grieken raakten aan de bedelstaf door het beleid waarvan hij het boegbeeld was. Mijn partij, wat moet ik ermee? Misschien een tijdlang mijn lidmaatschap opzeggen? Wachten op een volgende, meer verstandige generatie? Jongens, wat ben ik teleurgesteld in mijn partij. Ik wil er eigenlijk niet meer bijhoren, bij die falende partij…

Nou vooruit, een teugje likeur…

Het is heel erg lang geleden dat ik niet de menukaart scande om te kijken of er voldoende vegetarische mogelijkheden waren in het restaurant. Eigenlijk geen idee of het restaurant waar ik gisterenavond at vegetarische gerechten serveerde. Ja, salades. Maar verder? Ik weet het niet. Dat is dan ook precies het enige voordeel om zonder J. uit eten te gaan. Overal hebben ze alles wat mijn tong en mond en maag verlangt en ik hoef geen rekening te houden met mijn liefde. Heerlijk. Fantastisch! Meet het maar breed uit, want veel andere voordelen zijn er niet. Maar misschien ligt het toch ook aan mezelf. Denk ik dat andere mensen denken dat ik zielig ben zo zonder partner. Nee, heus niet. Zo zielig voel ik me niet en wat andere mensen van me denken, kan me niet zo heel veel schelen. Wat ik verschrikkelijk mis is gezamenlijke plannen en gezamenlijke ervaringen. Dat je dat kunt delen. Dat je samen voorpret hebt en lekker kunt na genieten. Nu moet ik dat alleen doen. Ook leuk, maar wel even wennen. Maar vooral uit eten gaan; dat valt niet mee.

Wat een overwinning moest ik gisteren halen. Zal ik toch maar niet even wat verse pasta uit de supermarkt halen en een gebraden kip of een stuk kant en klaar moussaka. Dan hoeft er heel veel niet. Maar ik wilde het juist toch. Ik was zo verschrikkelijk moe na onze fiets- en wandeltocht en het uurtje tijdsverschil en het nog even lekker zwerven door de stad. Ik had me voorgenomen om in de buurt van het Monasterikiplein te gaan eten en daar wilde ik mezelf aan houden. Maar jongens wat was de verleiding groot om thuis te blijven. Dus stapte ik op de metro naar het station op dat beroemde plein. Het was inmiddels al donker geworden en de Akropolis was prachtig verlicht. Ik stond er ademloos naar te kijken. En foto’s te maken natuurlijk; dat soort prachtige plaatjes wil je zelf vastleggen. Duizenden plaatjes op internet met zo ongeveer dezelfde afbeelding als die jij op het schermpje van je mobieltje ziet, maar het gaat juist om die ene die jij gemaakt hebt. Als ultiem bewijs dat jij het echt gezien hebt. Na nog wat ronddwalen langs de restaurantjes die er in de buurt gevestigd zijn, uiteindelijk de eerste de beste genomen, en dat was goed.

Je kan beter een plaatje van Internet bekijken, maar deze heb ik wel zelf gemaakt!

Of ik op businessreis was, vroeg de ober. Nee, man, deze jongen is alleen op pad. Deze jongen is soms zijn eigen gezelschap en dan laat hij zijn vrouwelijke evenknie thuis. Dat was dus even een slikmomentje. Ik kon op de een of andere manier niet trots zeggen dat ik lekker alleen op stap was. Intussen ging er een Italiaans echtpaar vlak naast mij zitten. Over het dipsausje dat bij het voorafbrood werd gegeven meteen de vraag of er knoflook in zat want zijn vrouw kon dat niet verdragen. Grote tieten, strak geconserveerde billen en weggeplamuurde oneffenheden. Nuffig wuifde ze bevestigend. De ober haalde het bakje dip weer weg. En toen kregen man en vrouw in rap Italiaans ruzie…denk ik.

Ondertussen kwam ik over mijn eenzamigheid heen want het bandje begon te spelen. Vrij hard. Mijn lief zou dat wellicht niet fijn gevonden hebben. Maar misschien ook wel. Waarom zou ik me er druk over maken? Ik ben alleen. De muziek is erg Grieks. Een heerlijke salade wordt opgediend. Daarna een bord met inktvis, gamba’s en mosselen. En toen was mijn buikje vol. De aardige toegift (ijs met een likeurtje) moest ik weigeren. Nou vooruit, een teugje likeur…

Zij in Amsterdam, ik in Athene

Valentijnsdag, dus. Een mooie dag om alleen op reis te gaan. Niet, dus! Op de een of andere manier voelde ik me sowieso niet zo senang om alleen op reis te gaan, maar toen ik besefte dat ik mijn valentijn juist op haar dag alleen zou laten, zakte even mijn broek af. Stom. Vanochtend had ik natuurlijk ook al geeneens bloemen of chocola voor d’r. Oke, zij ook niet voor mij, maar dat doet er niet toe; ik had er iets op moeten verzinnen. Vanochtend namen we afscheid alsof het voor tijden was. Maar dat is gelukkig niet zo. Ik ga maar een paar dagen weg. Athene is de bestemming. Vanochtend ging zij naar d’r werk en bleef ik thuis. Een ochtendje thuiswerken en dan…wegwezen. Maar ik had gisterenavond al een uur gewerkt en vrijwel meteen toen ik wakker was ook. Dus om tien uur gaf ik er de brui aan en toen zat ik thuis met mijn ziel onder mijn arm. Alles gepakt en niets vergeten. Om het Valentijnsleed te stelpen kocht ik een mooie bos rozen en vertrok.

Deze jongen is een beetje een schijtlaars. Zo vaak ga hij ook niet alleen naar het buitenland. Zeker niet vliegen. Maar omdat ik graag meer van de wereld wil zien en mijn geliefde, naast dat ze mijn geliefde is, ook nog eens wereldverbeteraar is, moest ik wel alleen gaan. J. wilde niet nog een keer dit jaar vliegen. We waren al naar Thailand geweest en zodoende vond ze haar ecologische voetstap op aarde al wel groot genoeg. Ik ook wel, maar ik vind dat als een ander ergens recht op heeft, dat ik het dan automatisch ook heb. Fout! Ik weet het, maar wat moet ik anders zeggen? Ik wil zo graag wat meer van de wereld zien. Helemaal nu ik het allemaal kan betalen. Ik heb echt het gevoel dat ik mezelf van alles onhoud als ik niet van mijn welstand gebruik maak en afentoe het vliegtuig neem naar een wat verdere bestemming. (Wat een verschrikkelijk slap gelul! De Klerk, laat naar je kijken). (Dus zat ik vanochtend, in mijn zenuwen, voor ik vertrok, nog wat youtube te kijken en stuitte ik op Wilders die de voorman Jette van d’66 ervan langs gaf. De man had zijn mond vol over vliegen en het milieu, maar Wilders had op de Instagram van zijn milieuvriendelijke politieke opponent gekeken en confronteerde hem met zijn eigen vlieggedrag…dat was dus niet mals. Per jaar vloog Jette de milieuactivist zo’n beetje rondjes rond de aarde. Maar dit allemaal tussen haakjes)

Ik zit nu op Schiphol te wachten….en te wachten…en te wachten. Mijn lief is aan het werk. Ze komt straks thuis en vindt mijn bos rozen. Voor haar. Waarschijnlijk ziet ze mijn rozen op het moment dat mijn vliegtuig aanstalten maakt om de landing in te zetten. Mijn Valentijn. Zij in Amsterdam en ik in Athene.

De ideale vrouw in het ideale landschap in het ideale land…

Toen ik voor het eerst proefde wat liefde was, wist ik wat de ideale vrouw was: Zij. De liefde kwam volledig van één kant (de mijne) en bovendien heeft zij er nooit van geweten, maar dat mocht de pret niet drukken. Er was niemand zo knap, zo intelligent, zo lief, zo fijn, zo… vul zelf maar in, als zij. Echt niet. Ze kon alles veel beter dan ik. Ze zat in het groepje van lieve meisjes die van de juf altijd de leuke dingen mocht doen. Zoals koffie halen voor de juf, de planten water geven of het bord uitvegen. Ik was een kletskous jongen en hoewel ik zeker niet bij de onhandelbaren hoorde, was ik toch zelden één van de lieverdjes. Maar zij dus wel. En…ik gaf de juf gelijk. Alleen in voetballen was ze, gelukkig, heel erg slecht. Alle meisjes waren slecht in voetballen, maar zij spande de kroon. Soms deed ze een poging om de bal terug te schieten. Dat zag er zo spastisch uit dat ik wel moest concluderen dat ze het ideale meisje was. Punteren was het enige schot dat ze in huis had en bij haar gaf dat geen enkele aanwijzing over waar de bal naartoe zou hobbelen. Maar jongens, dat was juist de kroon op het ideale meisje van negentien zeventig.

Zeg nou zelf…(Klik op het plaatje…)

De echte ideale vrouw kwam ik onlangs tegen. Vooralsnog is ze anoniem gebleven. Ze is een Chinese en woont ergens op het platteland. Zij is zo verschrikkelijk ideaal dat het eigenlijk weer best eng wordt en ik er een complot achter vermoed. Zo ideaal kan een mens niet zijn. Zo ideaal kan een landschap niet zijn en zo perfect kan een vrouw niet zijn. Maar ze lijkt te bestaan. Mijn Chinese wonderprinses. Hoe kwam ik haar tegen op YouTube?

Ik was net naar de nieuwste film van Zhang Yimou geweest, en zocht naar scenes uit zijn vorige films. Vooral met Zhang Ziyi en Gong Li; ook Zhang Yimou is gek op ideale vrouwen. Maar toen ontdekte ik dus haar. Een Chinese jonge vrouw op het platteland. In het eerste filmpje dat ik zag, maakte ze een volledige varkensbuik in. Ze gebruikte daarbij een groot hakmes om de buik in stukken te snijden en te hakken en gebruikte een enorme vaste ingemetselde wok waaronder ze een houtvuurtje stookte. Aan het eind van het filmpje toverde ze één van de ingemaakte stukken varkensbuik om tot een ingrediënt van een fantastische maaltijd. Het filmpje eindigde ermee dat ze de maaltijd opdiende voor haar broertje, haar vader en moeder en haar opa en oma, onder de pergola vol heerlijke drogende worsten en fruit. Vervolgens bleek de reeks filmpjes met deze vrouw in de hoofdrol eindeloos. En…ze beperkte zich niet tot één vakgebied. Ze is niet alleen fantastisch in koken; ze blijkt goed in…ALLES. Zo heb ik haar inmiddels een kleioven zien bouwen, een compleet bamboe ameublement zien maken, suiker zien koken uit suikerriet. Ik heb haar een varkentje zien slachten en volledig zien uitbenen. Daarnaast is ze dus kok en kookt ze Chinese sterrenmaaltijden. Ze is echt perfect. Ze past met al haar schoonheid zo ongelofelijk goed in het landschap van prachtige bergen. Vruchten en bloemen in overvloed. Niet alleen wordt elke fijnbesnaarde man ogenblikkelijk smoorverliefd op haar, maar ook op het landschap, op de boerderij, op het land; een ideale vrouw in ideale omstandigheden. Wie zit er achter zoveel ideaals? De Chinese overheid? Willen ze ons, westerse mannen, weke knieën bezorgen? Willen ze ons ondermijnen?

Overigens, en dat weet je inmiddels best, vind je de ideale vrouw niet op Internet, maar bij mij thuis. Tenminste, daar woont ze; ik ben ermee getrouwd!

Mijn Favoriet ‘The Favourite’

Als gesjeesd historicus ben ik natuurlijk meteen op zoek gegaan naar de waarheid. Wat is er precies echt gebeurd en wat is erbij verzonnen? Misschien is het oplossen van die vraag wel de reden waarom ik zo verschrikkelijk van historische films hou. In The Favourite van Yorgos Lanthimos gaat het om de vroeg-achttiende eeuwse Engelse koningin Anne. Het geraamte van het verhaal – zeg maar de feiten – zijn echt gebeurd. De rest is een fantastisch verzinsel. Wat kunnen we precies weten van mensen die al meer dan driehonderd jaar geleden overleden zijn? Niets dus. Alleen wat opgeschreven is.

De Engelse koningin Anne was van jongs af aan bevriend met Sarah Churchill, de hertogin van Marlborough. Toen Anne koningin werd en tijdens de eerste jaren van haar koningschap werd ze gedomineerd door deze vriendin. Niet alleen de koningin werd gedomineerd, maar ook de politiek. In die tijd regeerde de vorst en werd ze daarin bijgestaan door het parlement. Dat parlement werd bevolkt door twee partijen: De Tories en de Whigs. Sarah Churchill was een overtuigde Tory en steunde de oorlog die Engeland tegen Frankrijk voerde onder leiding van haar man de hertog van Marlborough. Op een dag meldde zich het nichtje van Sarah Churchill Ebigail Hill aan bij het paleis en vroeg om een baan. Ze kwam uit een verarmde, en diep gevallen, tak van de familie. Van eenvoudige dienstbode werkte ze zich op tot de persoonlijke dienstbode van Sarah. In die positie wist ze de aandacht van de koningin te trekken en vriendschap met haar te sluiten. Omdat Sarah veel van het hof afwezig was, kon Abigail Hill langzaam de positie van Sarah Churchill overnemen. Na verloop van tijd werd Sarah Churchill verbannen van het hof en nam Abigail Hill het volledig van haar over. Abigail Hill wist koningin Anne richting de Whigs te sturen. Daardoor werd de oorlog tussen Frankrijk en Engeland beëindigd. Dit lijken de feiten. Hoewel…ik zie dat ik er zelfs nu al een te sappig verhaal van heb gemaakt. Het is ook niet eenvoudig als het verhaal op zichzelf al zo opwindend is. Sarah Churchill en Abigail Hill bestierde successievelijk de koninklijke begroting. Ze waren beiden na elkaar Keeper of the Privy Purse. Daarmee hadden ze een grote invloed op het beleid. Deze functie bestaat zo ongeveer even lang als het Engelse koningshuis en wordt altijd door mannen bekleed behalve onder Koningin Anne; toen dus uitsluitend door de rivaliserende vrouwen. Zeg nou zelf; de (min of meer) feiten zijn al bijna een roman, laat staan als je er zo hier en daar wat fraais bij verzint!

De drie vrouwen zoals ze eruit moeten hebben gezien destijds: Sarah Churchill, Queen Anne en Abigail Hill

De film de Favourite is werkelijk een plaatje om naar te kijken en boeit van begin tot einde. En…aan het eind van de film weet je dat geen van de vrouwen je voorkeur verdient. Beiden gaan door roeien en ruiten om macht te verwerven en om de macht te behouden. Dat levert veel spektakel op. Dat koningin Anne een diepongelukkige vrouw was die hunkerde naar liefde, is natuurlijk verzonnen, want hoe kan je dat nou weten? Maar aan de andere kan wel heel erg geloofwaardig. De vrouw was ontelbare keren zwanger en alles wat (vroegtijdig) geboren werd, heeft ze ten grave mogen dragen. Ook haar echtgenoot overleed al vrij snel. Je weet het natuurlijk niet zeker, maar als je je in iemand verplaatst die dat moet meemaken, dan word je daar niet vrolijk van. Een ander aspect is dat er gesuggereerd wordt dat beide vrouwen een min of meer lesbische relatie onderhielden met de koningin. In het filmverhaal gaat het ietsje verder dan alleen suggestie. In de werkelijkheid beschuldigde Sarah Churchill haar nicht ervan dat ze zo’n relatie had met de koningin op het hoogst van hun machtsstrijd. Als dat soort beschuldigingen worden geuit op deze manier, dan is het waarheidsgehalte discutabel. Zeker als je beseft dat zo’n relatie in de tijd waarin het verhaal zich afspeelt volkomen taboe was en het iemand ten val zou kunnen brengen.

Ik vond The Favourite een heerlijke film; echt een aanrader. Ook door het spel. Het is een echte actrice-film met Olivia Colman als de ongelukkige koningin Anne, Rachel Weisz als de op macht beluste Sarah Churchill en Emma Stone in de rol van Abigail Hill. Echt een aanrader!

Juditha Triumphans van Antonio Vivaldi; Echt hele mooie muziek.

Mijn grenzeloze en immer beschonken pa had aparte ideeën over Antonio Vivaldi. Muziekleraar in een weeshuis voor meisjes in het Venetië van de vroege achttiende eeuw. Mijn pa zag het helemaal voor zich. Hij had graag Vivaldi’s plaats ingenomen omdat mijn pa van mening was dat meisjes en vrouwen die van jou afhankelijk zijn, ook jouw eigendom zijn en je er dus alles mee kunt doen wat je maar wilt. Zijn lusten en zijn fantasieën projecteerde hij op Vivaldi. Volgens mijn beschonken pa leefde Vivaldi in Kutjes paradijs. Toch denk ik er anders over. Ik heb het idee dat Vivaldi een fatsoenlijk en verantwoordelijk mens was en het beste wilde voor de kwetsbare meiden waar hij de verantwoordelijkheid voor droeg. Ik denk – beter nog – ik wil denken dat Vivaldi zijn meiden een vak leerde waarmee ze geld konden verdienen zodat ze niet aan gebrek en ellende overgeleverd zouden zijn. Ik wil denken dat Vivaldi priester uit roeping was. Natuurlijk zei seks hem wel wat. Ik wil graag denken dat de man gek was van zijn meiden en best wel eens opgewonden raakte van die knappe musicerende jonge vrouwen, maar ik wil dat die meisjes er niets van gemerkt hebben en dat hij zijn geilheid en zijn fantasieën bij zichzelf hield tussen zijn eigen lakens. Natuurlijk weet ik dat niet, maar ik wil graag dat het zo is. Dat het veilig was voor die kwetsbaren daar in het Ospedale della Pietà in Venetië.

Vivaldi leerde zijn meisjes de kunst van muziek en ik denk dat die meiden met hem geboft hebben. Hij moet de beste leermeester zijn geweest die ze konden hebben. Hij componeerde naar het spelersmateriaal dat hij in huis had. Het enthousiasme en het talent moet groot geweest zijn in dat weeshuis voor meisjes in Venetië. Vandaag heb ik de opera Judith Triumphans in het Muziektheater gezien en gehoord. Natuurlijk heel ergens anders dan in het Ospedale della Pietà in het Venetië van begin achttiende eeuw. Maar juist in een opera zie je de meiden aan het werk; alle rollen worden gezongen door vrouwen; ook de mannenrollen. Dat is opvallend want ging de discussie over de passiemuziek van Bach en muziek uit de barok juist niet over dat er, zelfs voor de sopraanpartijen, geen vrouw aan te pas kwam? Bij Vivaldi in diezelfde barok kwam er juist geen man aan te pas. Wel in het koor overigens en daar bekroop mij even de twijfel of men de tenoren en bassen in het koor er soms later bij verzonnen had. Het zal wel niet en misschien doet het er wel niet zo toe.

De opera Juditha Triumphans wordt maar zelden uitgevoerd. Überhaupt worden er weinig opera’s van Vivaldi uitgevoerd. Ik kan me van een flinke tijd geleden herinneren dat Cecilia Bartoli een CD uitbracht met louter aria’s van Vivaldi. Dat ze naar aanleiding van deze CD interviews gaf waarin ze vertelde hoe jammer ze het vond dat er zo weinig aandacht bestond voor het operawerk van Vivaldi. Dat men niet zoveel aandacht had voor Vivaldi, Ik kon me daar toen wel wat bij voorstellen. Op de één of andere manier komt Vivaldi wat goedkoop over. Het zijn de Vier Jaargetijden die Vivaldi dwars zitten, volgens mij. Prachtige muziek objectief gezien, daar niet van, maar zo verschrikkelijk uitgekauwd en grijsgedraaid dat het wat mij betreft nauwelijks meer om aan te horen is. En ook in Judith komt afentoe de Vivaldi van de Vier Jaargetijden boven, maar dan heel erg anders. Omdat de muziek van Judith zo onbekend is, hoor je waardoor die vermaledijde Vier Jaargetijden zo beroemd zijn geworden. Vivaldi’s muziek is zó melodisch. Zijn muziek kan zo teder zijn en vrolijk en somber tegelijkertijd. Van Vivaldi’s muziek kan je heel erg simpel genieten. Geen muziek overigens, die je op een zonnige winterdag in februari zomaar even wegspeelt. De muziek is licht en diepzinnig tegelijkertijd. Soms simpel en rechttoe rechtaan en dan weer virtuoos. Ik kan me bijvoorbeeld voorstellen dat Vivaldi op het moment dat hij deze opera schreef een paar fantastische zangeressen in huis had en een groot violiste…

Nog maar eens…Judith onthoofdt Holofernes van Caravaggio

De opera bestaat uit twee scenes of aktes. In de eerste akte wordt legeraanvoerder Holofernes, die de stad Bethulië in Israël aan het belegeren is, getroffen door de schoonheid van de weduwe Judith. Hij ontmoet haar omdat zij hem graag zegt te willen spreken. Hij nodigt haar uit om samen met hem de maaltijd te gebruiken. In de tweede akte gebruiken Holofernes en Judith samen de maaltijd. Ondertussen brengt Judith Holofernes’ hoofd steeds verder op hol en drinkt hij zoveel dat hij op bed gaat liggen en in slaap valt. Dan pakt Judith Holofernes’ zwaard en hakt hem zijn hoofd af. De Israëlieten hebben de oorlog gewonnen.

In de mise-en-scene van de opera wordt teruggegrepen op het beeld van de oorlog zoals wij hem kennen. Dat is de Duitse bezetting. Holofernes draagt een quasi SS-uniform. Zijn soldaten hebben Stahlhelmen op hun hoofd; het kan dus niet missen. Het eerste toneelbeeld: Gezinnen in jaren veertig kleren met koffers; dat kan niet anders dan teruggrijpen op de jodenvervolging en dat komt in dit geval weer goed uit, want ook in het verhaal Judith gaat het om de strijd van het joodse volk tegen een onderdrukker. De kunstroof die de Duitsers hebben gepleegd op de joden komt prominent aan bod. Het beroemde Carravagio schilderij van Judith die Holofernes onthoofd. Omdat dat schilderij een paar keer terugkomt, wordt het wel een beetje flauw. Aan de andere kant; in de laatste scene vernietigd Judith dit kunstwerk en lijkt daarmee te zeggen dat het doden van een mens nooit een overwinning is.

In de eerste akte vond ik dat alles lekker vlot ging op het toneel. De tweede akte ging juist erg traag. Dat ligt natuurlijk ook aan Vivaldi die van lange Da Capo aria’s houdt waarin heel weinig gebeurt. Aan de andere kant is dat het gegeven en heeft de regisseur de taak om er een spannend toneelbeeld van te maken. In de tweede akte lukte hem dat niet altijd. Ook het ronddraaiende toneel begon me toen wel wat te irriteren. Gelukkig bleef de muziek steeds even mooi.

Shadow, een nieuw meesterwerk van Zhang Yimou.

Uit Azië kwam niet veel, qua film. Destijds was het de Japanse cinema die Azië vertegenwoordigde. Ik had het idee dat Bollywood alles bepaalde in Azië en dat Japan het enige land was waar de filmkunst enigszins westers was en voor ons te pruimen. Ik was gek op de films van Akira Kurosawa. Natuurlijk was er een cultuurschok, maar een schok die te overwinnen was. Mijn eerste film die ik zag was Dodeskaden. Alleen de titel was al fascinerend. Daarna natuurlijk gesmuld van The Seven Samourai. Dat was dus voor mij de Aziatische filmkunst. En toen was daar ineens Het Rode Korenveld van Zhang Yimou. Naast een fantastisch verhaal en een actrice om nooit te vergeten, het summum van esthetiek in de beeldvoering. Elk shot bijna overdreven mooi. Zelden zoiets gezien. Dan die actrice. Gong Li was haar naam. Altijd een onafhankelijke vrouw of in ieder geval een vrouw die voor onafhankelijk strijdt. Zhang Yimou opende een tot dan toe gesloten wereld voor mij. Misschien was Raise the Red Lantaren wel de meest tot de verbeelding sprekende film met Gong Li. Een verhaal dat zo ver van mij afstond maar zo dichtbij kwam. Ik smulde ervan samen met heel veel anderen.

Gong Li in Raise the Red Lantarn

Voor mij was de film Hero een dubbele cultuurschok. Van films waarin menselijke relaties centraal staan naar een onvervalste martial arts film. Een genre waar ik überhaupt niet naar keek en waar ik nu wel toe gedwongen was want…wie wil er nou een film missen van de Chinese grootmeester? Het leek alsof Zhang Yimou niet alleen zichzelf opnieuw uitvond, maar ook het genre. Hij goot de oude Chinese knokfilm in een vernieuwende esthetische en artistieke jas. Als muze nu niet de zoetgevooisde maar opstandig en onafhankelijke Gong Li, maar de niet minder knappe Zhang Ziyi. Knap, maar ook nog van elastiek; en dat heb je nodig in een martial arts film. Wie kan haar trommeldans vergeten in The House of the Flying daggers?

Zhang Ziyi in House of the flying Daggers

Op het Internationaal Filmfestival Rotterdam heb ik de nieuwste film van Zhang Yimou gezien. De man heeft zichzelf opnieuw uitgevonden. Weer een nieuwe draai. Maar weergaloos. Shadow heet zijn nieuwste film. Alleen al qua kleurvoering een breuk met elke film die hij in het verleden maakte. De vrijwel afwezigheid van kleur, kenmerkt deze film. Een film in constante regen. Met elementen die aan martial arts doen denken, maar toch anders. Het verschil met een film als House of the Flying Daggers is levensgroot. Met Zhang Yimou weet je eigenlijk nooit waar je aan toe bent; dat is een van zijn krachten. Maar wat voor film hij ook maakt, doorgaans is hij fantastisch.

Afwezigheid van kleur in Shadow

De koning van het land heeft recht op een grensstad in het naburige koninkrijk. Maar hij kent zijn beperkingen; hij zal de stad niet kunnen veroveren omdat hij het andere koninkrijk te sterk vindt. Maar dan komt ineens de generaal op de proppen en die vertelt zomaar dat hij bij de andere koning is geweest en op eigen houtje heeft onderhandeld. Hij heeft de zus van de koning als bruid voor de kroonprins beloofd als hij zich terugtrekt uit de stad. Hooghartig heeft de vijandige koning het aanbod van de hand gewezen en de aangeboden koningsdochter niet als bruid geaccepteerd maar als concubine. Een grove belediging. Met deze mislukte onderhandeling heeft de generaal een oorlog uitgelokt.

De generaal die de onderhandelingen voerde, blijkt niet de generaal zelf, maar een dubbelganger. De echte generaal zit gewond verstopt en heeft zijn dubbelganger (zijn shadow) aan een touwtje. Aldus wordt de oorlog tegen het vijandige land gestart. In tegenstelling tot eerdere films, met veel bloed en dood. In tegenstelling tot eerdere films met veel dood en drama en verlies.

Ik heb zitten smullen van deze film en ik hoop van harte dat hij binnenkort ook buiten het Rotterdamse filmfestival gedraaid wordt. Hij behoort bij mij tot de favoriete films van het festival…laat ik eerlijk zijn, het is de enige film die ik gezien heb.

Overspelig

Overspel? Ik heb er niets mee. Nou ja…Hoewel…misschien wat genuanceerder…fantasieën zijn er heus wel. Hoe zou het zijn om met een compleet ander opnieuw te beginnen? Hoe zou het zijn als het je nog eens overkomt dat de verliefde waas van een zeventienjarige je brein vernauwt…Hoe zou dat zijn? Maar het zal niet zomaar bij deze jongen gebeuren…deze man gaat niet zomaar een avontuur aan met een ander dan zijn eigen J. Heus niet. Ik weet het zeker; ik hou van J. We zijn samen oud geworden, we hebben kinderen gekregen en opgevoed, we hebben samen…Goed oké, laat verdere clichés maar zitten. Eigenlijk wil ik geen ander, omdat je diep in jezelf de waarheid kent; het gras dat elders groeit is weliswaar ietsje anders, maar toch over het algemeen bijna wel even groen. Logischerwijs, want laten we objectief en eerlijk zijn; mensen zijn voor negentig procent hetzelfde. Acht procent van het verschil wordt veroorzaakt door de verschillen tussen man en vrouw. Wat er dan nog over blijft…dat zijn echt de verschillen tussen ons mensen. Niets dus. Allemaal in wezen dezelfde lichamen en dezelfde geesten; We houden onszelf in stand door te eten en te drinken en te ademen en we houden onze soort in stand door te seksen en om onze kinderen te leren hoe ze zichzelf in stand moeten houden. De rest is echt bijzaak. Goed, heel veel woorden om te vertellen dat deze jongen aan het eind van de rit echt niet overspelig wordt. (zeikerd? Die laatste zinnen zijn best saai, trouwens.)

J. is op cursus en deze oudere man is alleen thuis. Als J. van huis is, dringen zich ietwat hitsige hormonen op. Hoe zit dat allemaal tegenwoordig. Mannetjes en vrouwtjes of sekspartners in andere samenstellingen, ontmoeten elkaar tegenwoordig elektronisch. Niets geen stiekeme blikken en verlegen lachjes en eindeloos om elkaar heendraaien. Tegenwoordig wordt dat voorspel overgeslagen en stoten we meteen door naar de hoofdmaaltijd. Ik lees heus wel de kranten en al zit ik zelf niet of nauwelijks op sites waar mannen vrouwen zoeken of omgekeerd of juist niet omgekeerd, ik weet heus wel wat er speelt. Dus toevalligerwijs (en dat is echt zo!!!! Ik zie je betekenisvol glimlachen zo van…jaja, toevallig…) maar toevallig kwam ik op een site waar mensen kortstondige contacten zochten. Het was wel duidelijk dat het hier grotendeels om seks ging. De onderzoeker in mij stond ogenblikkelijk op…(weer die blik in je ogen dat je me niet zomaar gelooft) en als experiment schreef ik me in met een haast vergeten e-mailadres. En toen maar bladeren op die site.

Toen zag ik d’r. Een vrouw, net even iets jonger dan ik. Met een trotse bos grijs haar. Hetzelfde opleidingsniveau als ik. Jemig…best even schrikken, want knap. Door haar foto heen zag ik haar als meisje in mijn klas op de middelbare school zitten en voelde ik een schim van mijn gene van destijds. Verlegen glimlachte ik naar d’r foto. Ik zag een leven voor me dat ik al geleefd heb. Een gelukkig leven. Het kriebelde. De knop met: ‘Een flirt sturen’ zag er zo aantrekkelijk uit. Ik drukte en voor ik het weet was het gebeurt. Tien minuten later antwoord: ‘Ik wil graag met je kennismaken; volgens mij passen we bij elkaar. Ik heet Klaartje en woon in Hilversum. Wie ben jij? Wil je een foto sturen?’ Ik wilde haar mail met een foto beantwoorden maar toen ik op de knop ‘verzenden’ drukte kreeg ik de mededeling dat dat niet kon omdat ik geen credits meer had. Die kon ik uiteraard kopen… En toen was een heel kort, geil en overspelig sprookje uit. Laten we eerlijk zijn: denk ik bij die knappe dame iets meer te vinden dan bij mijn J.? Nee, ik heb echt geen credits gekocht. Echt niet. Ik zweer het!!!

Gelijk hebben en gelijk krijgen

Ik behoor te weinig tot de mensen die niet alleen gelijk hebben, maar het ook nog krijgen. Ja, soms achteraf. ‘Nu ik er nog eens naar kijk, met alle kennis van nu, dan moet ik wel toegeven dat je een half jaar geleden gelijk had.’ Als iemand dat tegen me zegt, word ik daar niet meer gelukkig van. Natuurlijk gaat er even een zwak lichtje van zie-je-wel-zo-dom-ben-ik-niet branden. Maar dat dooft meteen weer want een half jaar geleden, toen het ertoe deed, verloor ik de slag; ik had wel gelijk, maar ik kreeg het niet, en nu zitten we met de ellende die we samen moeten oplossen.

Op mijn werk ben ik altijd samen met collega’s aan het klooien aan software. Ja, klooien. Onverbrekelijk verbonden aan software zijn bugs. Fouten. Grote fouten en kleine fouten. Software zonder fouten bestaat niet. Ontwikkelaars moeten rekening houden met te veel omstandigheden. Dat leidt onherroepelijk tot fouten. Bugs zijn lastig voor gebruikers. Gebruikers doen gewoon hun werk en doen volgens hen zelf niets fout, maar de software heeft geen rekening gehouden met wat ze doen. ‘Fout’ zegt de software in het gunstigste geval, helemaal niets zegt de software in het ergste geval. Wat veel collega’s na verloop van tijd zeggen is: ‘We moeten helemaal opnieuw beginnen en de software overnieuw bouwen en zorgen dat we de fouten die we nu gemaakt hebben vermijden. Bovendien moeten we het in een modernere taal programmeren.’ Ik vind dat vaak een heilloze weg. Mijn collega’s hebben gelijk dat de oude fouten vermeden worden (maar die hadden we in de oude software natuurlijk ook allemaal al opgelost) maar helaas, in de nieuwe software maken we weer nieuwe fouten. De software blijft even vol fouten als eerst, maar de fouten zijn anders. Meestal is de oude software stabieler dan de nieuwe.

Op mijn werk wisten de ‘overnieuw-bouwers’ een jaar geleden van me te winnen. We hadden testsoftware die haperde en waar we van alles steeds aan moesten corrigeren. Toen kwam iemand met het idee om de zooi overnieuw te bouwen in een nieuwe, modernere ontwikkeltool. We zijn een jaar verder. Geen enkel onderdeel van de nieuwgebouwde software krijgen we enigszins stabiel aan de praat… Eén van mijn collega’s gaf ruiterlijk toe dat ik een jaar geleden gelijk had… Maar we zitten wel met de gebakken peren. Ik had gelijk; geef me dan ook gelijk! …Op het juiste moment.

Heel soms gebeurt het dat ik volgens mijn opponent ongelijk heb maar dat hij mij gelijk geeft. Dat is me laatst overkomen met de parkeerdienst van Amsterdam. Ik heb een parkeervergunning voor mijn auto. Tijdelijk had ik een leenauto en ik had de parkeervergunning gewijzigd voor de leenauto. Toen kreeg ik mijn eigen auto weer terug. Op vrijdagmiddag vijf uur ’s middags. Zo snel mogelijk wijzigde ik op de website het kenteken op mijn parkeervergunning terug naar mijn eigen auto. ‘Goed gedaan, ga maar lekker slapen’, antwoordde de website van de gemeentelijke parkeerdienst. Die zondag werd er gecontroleerd en ja hoor, parkeerbon. Wat bleek, een ambtenaar moest nog ‘iets’ doen alvorens mijn wijziging geldig werd, en die ambtenaar was al met weekendverlof op vrijdagmiddag. De dienstdoende ambtenaar schreef, in antwoord op mijn beroep tegen de parkeerboete, dat ik me aan geen enkele regel had gehouden en dus ONGELIJK had, maar omdat ik nog nooit eerder zo’n ongelooflijk stomme, idiote, criminele fout had begaan, zagen ze het deze keer door de vingers. Gelijk krijgen zonder dat er toegegeven wordt dat je ook gelijk hebt, voelt veel minder lekker… Ik wil veel liever gelijk krijgen en van hun horen dat ik ook gelijk had.

Zo weet iedereen van tijd tot tijd je feestje te bederven…

Wat verbindt Giacometti met Chadwick?

Hond van Giacometti

Het is me dit jaar al eerder overkomen: Twee kunstenaars worden naast elkaar gezet omdat ze zoveel verwantschap zouden hebben, maar als ik ernaar kijk zie ik vooral de verschillen. Behalve misschien de tijd waarin ze leefden. Ik had dat gevoel bij de Gaudi tentoonstelling in Amsterdam, waar de grote Spaanse architect naast de architecten van de Amsterdamse School werd gelegd en gisteren liep ik daar weer tegenaan. Als je in de buurt van Zwolle van een korte vakantie geniet, als kunst- en cultuurliefhebber, dan moet je wel even naar het museum met de mooie bol op z’n kop. Het museum De Fundatie had zo’n beetje haar hele eigen collectie naar de kelder gebracht om een grote tentoonstelling te kunnen inrichten met een overzicht van de beeldhouwers Alberto Giacometti en Lynn Chadwick. ‘Facing Fear’ kreeg de tentoonstelling als naam mee omdat beide kunstenaars hun hoogtepunt kende tijdens de koude oorlog. Bovendien lieten beide beeldhouwers de figuratieve kunst nooit helemaal los. Het lijkt mij dat daarmee de overeenkomsten tussen de twee wel benoemd zijn.

Waar je bij Giacometti de zorgvuldig aangebrachte klompjes geboetseerde klei ziet zitten, zie je bij Chadwick aan elkaar gelast plaatstaal. Alleen dat al geeft een compleet tegengestelde sfeer. Dan is het natuurlijk bijzonder interessant om te kijken in hoeverre de tijd en de gebeurtenissen in de wereldgeschiedenis invloed hebben gehad op het ontstaan en de thematiek van de kunstwerken. Kortom kan je aan kunstwerken die in een bepaalde periode gemaakt zijn zien hoe de geschiedenis zich ontwikkelde? Giacometti en Chadwick hadden hun artistieke hoogtepunt – voor zover je daarvan kunt spreken – grofweg gezegd in de periode 1950 – 1966. 1950 is het jaar waarin Chadwick zichzelf ging zien als beeldhouwer en in 1966 overleed Giacometti. 1950 – 1966 Zou je kunnen zien als de periode van de Koude Oorlog. Hoewel…ging die oorlog niet met ups and downs door tot aan de val van de muur in 1989 of de ineenstorting en het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991? Laten we daar niet over soebatten. Maar als je beweert dat in het werk van beide kunstenaars het gevoel (Facing Fear) van de Koude Oorlog voelbaar is, dan wil ik graag zien wat de specifieke kenmerken zijn, behalve dan dat ze in een bepaalde tijd leefden en hun kunstwerken maakten. Ik zie dat gewoonweg niet. Ik zie geen angst voor de algehele ondergang van de Aarde. Ik zie een stijl van de ene kunstenaar en een stijl van de andere kunstenaar. Van de ene kunstenaar zie ik ietsje meer ontwikkeling dan van de andere. Hoe waarschijnlijk is het dat de ontwikkeling in het werk van een kunstenaar te maken heeft met de loop van de wereldgeschiedenis? Ik weet dat niet. Dat Chadwick ‘menselijker’ en ‘zachter’ is gaan beeldhouwen in een latere periode kan aan zoveel liggen. Van gebeurtenissen in zijn persoonlijke leven tot aan wendingen in de wereldgeschiedenis. Wie zal het zeggen. Ik ben niet overtuigd.

Lynn Chadwick – Model voor de Trigonen met kleine voetjes
De grote voeten van Giacometti

Maar laten we terugkeren naar de kunstwerken en kunstenaars zelf. Heb ik genoten van alles dat tentoongesteld werd? Er zaten zeker kunstwerken bij die mij aanspraken. In het werk van Giacometti zie ik weinig ontwikkeling; vanaf zijn eerste periode maakt hij dunne, uitgerekte mannetjes en vrouwtjes waarbij de vrouwelijke vormen net herkenbaar zijn. Ondanks het feit dat mensen teruggebracht zijn tot weinig meer dan een paar lijnen, zijn ze gevoelig en teder neergezet. In het begin van zijn carrière zie ik frêle figuren en aan het eind van zijn carrière ook; vrijwel geen ontwikkeling. Ontwikkeling zie ik in het werk van Chadwick wel. Hij lijkt in de loop van zijn carrière figuratiever te gaan werken en meer zachtere vormen aan te brengen hoewel zijn materiaal plaatstaal blijft. Vergelijk ik zijn vroege werken met zijn laatste werken dan is er een hemelsbreed verschil.

Hoewel ik best wat bezwaar heb tegen het onterecht bij elkaar zetten van kunstenaars (want dat vind ik) en daar dan van alles, vrij ongefundeerd, bij betrekken, vond ik het wel een leuke en interessante tentoonstelling. Er valt ook best veel te genieten. Velen met mij vonden het in ieder geval de moeite om de tocht naar het museum te maken; het was behoorlijk druk. Wat mj betreft kon het museum de toeloop maar nauwelijks aan. Toch ook leuk om weer eens in museum de Fundatie te zijn!