Alle berichten van Frits de Klerk

Betrouwbare cijfers

Ik ben een angsthaas. Stikken in een ziekenhuis op een Intensive-careafdeling in Groningen… Omringd door mensen gehuld in beschermende kleren…Mijn aanstaande nabestaanden op een fikse afstand gehouden…Alleen en eenzaam doodgaan…ik word er haast panisch van. Natuurlijk ga ik ervan uit dat ik nog steeds tot de sterkeren behoor en slechts een mild griepje krijg en dat het heus niet zo erg zal zijn, maar aan de andere kant… Aan de andere kant ben ik een diabetespatiënt van boven de zestig… Ik wil nog helemaal niet dood. In mijn hoofd is de toekomst geplaveid met leuke en interessante dingen. Ik zal het wel overleven, laat ik daar maar van uit gaan. Angst is een slechte raadgever. Ondertussen onderdruk ik dagelijks de behoefte om te hamsteren. Wij doen eindeloos met een pak van zes rollen en we hebben meer dan genoeg voor de komende maand, maar toch…als er weer pleepapier in de schappen staat dan gooi ik een pak in mijn karretje. En voor de zekerheid wat potten groente en wat blikken tomaten en een pak rijst en linzen en bonen en… Ik ontkom niet aan het gevoel dat anderen ook lijken te hebben…ANGST.

Ook bestudeer ik dagelijks de kaartjes die op verschillende websites worden gepubliceerd. Op de één of andere manier hoop ik in die kaartjes houvast te vinden in hoe het virus zich verspreid. Hoelang het nog duurt eer het ons bereikt heeft. Maar, zo kwam ik al snel tot de conclusie, die kaartjes zeggen vrijwel helemaal niets. Misschien een indicatie van ‘iets’ maar over het algemeen zeggen ze helemaal niets. Ik had de neiging om de cijfers achter de kaartjes serieus op te vatten. Doorgaans zijn de kaartjes gebaseerd op het aantal besmettingen, het aantal overledenen en het aantal herstelden. Je zou kunnen denken dat je op grond van deze cijfers zou kunnen berekenen wat jouw overlevingskansen zijn als het virus je te pakken krijgt in het land waar je verblijft. Als je kijkt naar het kaartje dat gisteren op NOS.nl werd gepubliceerd, dan kleuren er gebieden steeds donkerder. De donkerste gebieden daar wil je het minste zijn. China, bijvoorbeeld zou het meest erge gebied zijn, want daar zijn de meeste besmettingen. Maar hoe zit het in Europa?

De meest besmettingen zijn op…IJsland. Op een totale bevolking van een slordige drie en een half duizend – plus minus gelijk aan de stad Utrecht – 473 besmettingen. Dat is een enorm hoog percentage. Maar kijk je naar het aantal mensen dat het coronavirus overleeft, dan kan je het beste in Italië wonen. Het is maar wat men in welk land meet. In Duitsland en IJsland worden heel veel mensen getest en is het aantal besmettingen het grootst. In België en Italië wordt het aantal herstelden geteld en is het percentage overlevers erg hoog. Het is dus maar wat je meet. Echt betrouwbare cijfers kan je alleen krijgen door iedereen te meten en wel dagelijks. Nu kunnen we er hoogstens een indicatie uithalen; In Italië, Spanje en Frankrijk wil je nu het minst graag zijn terwijl het zulke fijne landen zijn om op vakantie te gaan…

En in het land waar alles begon…China? Relatief een gering aantal besmettingen; niet te vergelijken met een land als Italië…

Het begin van de lente

Het begin van de lente. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Hamsteren. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het covid-19 virus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het mortaliteitscijfer. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Wc-papier. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het covid-19 virus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Sociale onthouding. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus.

Mag niet. Kan niet. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het covid-19 virus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Sociale onthouding. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het mortaliteitscijfer. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Sociale onthouding. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het covid-19 virus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus.

Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Wc-papier. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het covid-19 virus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Sociale onthouding s. Het coronavirus. Het covid-19 virus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Het coronavirus. Ik wil mijn leven terug!!!

Annejet van der Zijl – Leon & Juliette een lekker tussendoortje

Op de eerste pagina’s van het boekenweekgeschenk staan, net als alle jaren, aanwijzingen over hoe gratis te reizen op de laatste zondag van de Boekenweek. Dat je met de QR-code door de poortjes op het station komt en dat je het boek kunt laten zien aan de conducteur en dan kan je lekker gratis met de trein… Hoe anders is het gelopen. Het coronavirus beheerst ons allen. Reizen doen we niet vrijwillig en zeker niet met de trein tussen al die potentiele tegelijkertijd reizende besmettingshaarden. In één week tijd is ons leven geheel op zijn kop gezet en doemt een algehele somberte en dreigt de overheid zelfs met een straatverbod voor iedereen; een totale lock-down. Alles wat gewoon was en waar we ons prettig bij voelde is ineens verboden terrein geworden en dus zoeken we troost bij de dingen die geen kwaad kunnen maar toch leuk en interessant zijn. Lezen is zoiets. Als één van de weinige branches varen de boekwinkels wel bij de huidige crisis. Dat mag ook wel na een jarenlange neergang.

Annejet van der Zijl schreef dit jaar het boekenweekgeschenk. Deze schrijfster heeft zich toegelegd op het schrijven van biografieën over mensen die in het verleden leefden. Het was dan ook niet anders te verwachten dan dat ook het boekenweekgeschenk een biografie zou zijn over historische personen. Leon & Juliette is het verhaal van een Nederlandse koopman die in Charleston in de negentiende eeuw zijn fortuin wil maken. Charleston is een stad in één van de zuidelijke staten van de Verenigde Staten waar de slavernij gekoesterd werd. Hoofdpersoon Leon wordt verliefd op slavin Juliette. Hij koopt haar voor een – voor die tijd – onmogelijk hoog bedrag en geeft haar onmiddellijk de vrijheid.

In de tijd waarin slavernij steeds meer omstreden werd, klampen de mensen in de zuidelijke staten van Amerika en dus ook in Charleston (en niet te vergeten in Suriname) zich vast aan het oude systeem waar slavernij de way-of-life symboliseert. Om dat systeem te handhaven passen ze de wetten voortdurend aan met het doel om de verschillen tussen witte en zwarte bevolking steeds scherper te stellen. Eigenlijk wordt elke omgang tussen witte en zwarte mensen verboden anders dan de verhouding tussen eigenaar en slaaf. Tegen deze achtergrond speelt zich het liefdesverhaal af van de witte Nederlandse koopman Leon en zijn zwarte partner Juliette. Ze houden er een relatie op na die zich geheel in het verborgene moet afspelen. Uiteindelijk weten ze één voor één hun kinderen – en dat zijn er nogal wat – uit Amerika te smokkelen en af te laten reizen naar Nederland. Tenslotte komen ze zelf weg uit Charleston om zich in Nederland te vestigen en daar het gezinsleven op te pakken dat ze in Amerika alleen maar in het geheim konden hebben. In het Nederland van toen werd de zwarte Juliette met alle egards behandeld. Volgens de schrijfster was men in het nog helemaal witte Nederland vooral nieuwsgierig naar een zwarte vrouw. Racisme zou pas heel veel later een rol gaan spelen in de geschiedenis van Nederland.

Als je een boek van Annejet van der Zijl leest weet je dat alle feitjes gewoon kloppen; ze heeft zich echt in de geschiedenis verdiept. Na het lezen van het boek heb je het gevoel dat je wijzer bent geworden over hoe de slavernij in Amerika in elkaar zat. Als het de bedoeling was om een soort Romeo en Julia-liefdesverhaal te schrijven dan vind ik het minder geslaagd. Door wat ze met elkaar meemaken en door hoe ze handelen en vooral aan het aantal kinderen dat ze samen krijgen lees je ongeveer af hoeveel Leon om zijn Juliette gegeven moet hebben; echt voelbaar wordt dat niet; daarvoor is het boek ietsje te veel een documentaire. Toch is het erg boeiend om te lezen.

Hoewel ik nu met alle corona-ellende helemaal niet meer weet wat wel of niet gaat plaatsvinden in 2020, zou er dit jaar een grote tentoonstelling over de slavernij komen in het Rijksmuseum. Dit boekje lijkt daar een voorschot op te nemen. Hoewel dit verhaal vooral over de slavernij gaat in een land waar onze voorouders uiteindelijk niets mee te maken hadden; waar ze zelfs een soort van heldenrol speelden.

Ik vond Leon & Juliette een lekker tussendoortje, want ja, mijn leesdoel is op dit moment even anders; de Libris literatuurprijs. Mijn huidige boek valt wat tegen dus was het boekenweekgeschenk een mooie afwisseling!

Gedicht geschreven in Bergen-Belsen

En toen was er een gedicht. Een opmerkelijk gedicht. Niet zozeer qua inhoud, maar meer door de omstandigheden waar het tot stand kwam. En toch ook de inhoud, een beetje. De dichter: Joseph Gompers. De datum 1 mei 1944 en de plaats waar het geschreven werd: Bergen-Belsen. Op die plek wil je als jood niet zijn op 1 mei 1944. Een concentratiekamp van nazi-Duitsland. Weliswaar geen plek met gaskamers en crematoria waar de dood een fabrieksproces was, maar ook geen plek waar het de bedoeling was dat je, als jood, overleefde. Honger en gebrek en verschrikkelijke epidemieën moesten ervoor zorgen dat men snel dood ging. Een afgrijselijke plek om te zijn op 1 mei 1944. Gompers overleefde Bergen-Belsen dan ook niet. Hij schreef het gedicht ter nagedachtenis aan Fre Cohen… Met de dood voor ogen tekende Gompers een gedicht op met Fre Cohen kennelijk voor ogen. Vriend Joop Voet zag daar na de oorlog in dat Fre Cohen en Joseph Gompers een meer dan vriendschappelijke relatie moeten hebben gehad; dat ze minnaars waren.

Ik ben geïnteresseerd in het leven van Fre Cohen. Liefde en partnerschap is een belangrijk element in het leven van een mens. Omdat Fre Cohen altijd ongetrouwd is gebleven, is het niet zo gek om te kijken of onze kunstenares de liefde gekend heeft. Waarom? Geen idee. Misschien wel sensatiezucht. Laten we het houden op dat we graag een compleet beeld willen krijgen van de vrouw die ons zoveel moois schonk.

Eerst maar eens kijken wat er wel bekend is over de relatie tussen Gompers en Cohen want dat ze ‘iets’ hadden, dat is wel duidelijk. Cohen leerde Gompers goed kennen na de machtsovername van Hitler in 1933 in Duitsland. Die greep naar de macht leidde al snel tot anti-joodse maatregelen in Duisland en bracht een joodse vluchtelingenstroom op gang naar Nederland. De zeer sociaal voelende Cohen wilde een rol spelen in de opvang van de vluchtelingen. Er was onder anderen een steunfonds opgericht om de vluchtelingen financieel te helpen. Vertaler, dichter en journalist Joseph Gompers was een van de beheerders van het steunfonds. Gompers was voorstander van een joodse staat in Palestina; een zionist.  Socialisten – en dat was Fre Cohen – zagen internationale verbroedering van de arbeidersklasse als toekomst en daarbij speelde godsdienst of afkomst geen rol van betekenis. We weten niet precies watw Fre Cohen voor ogen stond. Ik zie dat juist in de periode na 1933 meer en meer joodse motieven in haar werk opduiken… Dat Fre Cohen en Joseph Gompers ‘iets’ met elkaar hebben, ligt voor de hand want ze komen veel bij elkaar over de vloer. Ze verzorgen samen artikelen in het Nieuw Isrealitisch Weekblad die Gompers schrijft en worden geïllustreerd door Fre Cohen. De kunstenares maakt twee mooie ex-librissen voor Gompers.

Terug naar het gedicht ‘De roode meidoorn’; het gedicht dat Joseph Gompers in Bergen-Belsen ter nagedachtenis aan Fre Cohen schreef. Kunnen we daar iets in lezen dat een beeld geeft van de relatie die Gompers en Cohen met elkaar hadden? Ik denk het wel. Als we ervan uitgaan dat zij een liefdesrelatie hadden dan verwacht ik dat het gedicht ‘De roode meidoorn’ een liefdesgedicht is. Dat is het niet. Gompers heeft tal van liefdesgedichten geschreven en dit gedicht lijkt daar niet op. Bovendien denk ik dat je een gedicht opdraagt aan je geliefde (zelfs als ze al overleden is) en dat ‘ter nagedachtenis’ op meer afstand duidt.

Ik zie in het gedicht meer gezamenlijke strijd en gezamenlijke idealen en daarmee een diepe vriendschap. Geen erotiek. Ik denk niet dat Gompers en Cohen een liefdespaar waren. Ik lees in het gedicht een groot verlangen naar betere tijden. Ik denk dat Cohen is gaan geloven in een joodse staat in Palestina waar joden vrij van vervolging zijn. In die nieuwe staat zal een joodse vorm van socialisme ontstaan waarin veel AJC-idealen werkelijkheid zouden moeten worden. Ik denk dat Gompers en Cohen daar eindeloos over hebben gediscussieerd en het heel erg met elkaar eens zijn geweest. Zionisme was uiteindelijk toch wel de weg uit de hel waar ze vanaf de jaren dertig als joden in terecht waren gekomen.

Informaticus? Kunsthistoricus?

Volgens mij heb ik er een speciaal talent voor; activiteiten op (bijna) professioneel niveau ontplooien terwijl ik er niet voor opgeleid ben. Dat brengt dus best veel stress met zich mee en het is best arrogant van mezelf want ik meng me in discussies terwijl ik er eigenlijk te weinig verstand van heb. Allerlei studies waar Nederlandse taal en letterkunde iets mee te maken heeft, ben ik begonnen maar heb ze nooit afgemaakt. Een beetje geschiedenis, maar in de marge. Daarna sociale academie. Die heb ik wel afgemaakt; was ook niet zo heel moeilijk, moet ik zeggen. Misschien dat ik er daarom wel nooit iets mee gedaan heb. Nooit ben ik maatschappelijk werker geworden. Ik hou eigenlijk van complexe problemen, denk ik…ik weet het eigenlijk niet. Nee, deze jongen ging de automatisering in. Ik had mezelf leren programmeren in wat populaire computertalen en ik kon aan de slag. Dat heeft een hoop stress opgeleverd zo werken tussen de informatici. Ik voelde me altijd de mindere en had altijd het idee dat ik er weinig van terecht bracht. Dat iedereen uitermate tevreden over me was kon mij er niet van overtuigen dat ik  het ook goed deed. Ik dacht dat het aan mijn persoonlijkheid lag. Ik ben een aimabel persoon. Niet echt iets om verschrikkelijk trots op te zijn. Iets heel anders dan een Casanova…eigenlijk meer het tegenovergestelde. Een persoon die makkelijk ‘aardig’ gevonden wordt. Pas nu, nu ik echt op alle vlakken goed functioneer in de automatisering ben ik ervan overtuigd dat ik best goed ben in het vak waar ik mezelf voor opgeleid heb. Hoewel…zelf opgeleid…in de loop van de tijd heb ik natuurlijk wel heel veel cursussen gedaan. Die stress van het verleden ligt gelukkig achter me.

Nu die stress achter me ligt, is het precies het goede moment om te kijken hoe ik opnieuw iets kan gaan doen waar ik helemaal niet voor opgeleid ben. Wat dacht je van kunsthistoricus spelen? Ik ben erg geïnteresseerd in kunst, dat heus wel, maar om nou te zeggen dat ik ook maar iets van een kunsthistoricus heb, nee dat niet. Toegegeven, sinds ik deze website heb, schrijf ik veel over kunsthistorische zaken, dus wellicht dat er nu mensen zijn die denken dat ik meer van kunst weet dan in werkelijkheid het geval is. Hoe dan ook, ik woon in het mooiste wooncomplex van Amsterdam. (Oké, het koninklijk paleis op de Dam is mooier, maar ga daar maar eens in wonen…) Ik woon in het arbeiderspaleis en ik voel me bevoorrecht. Een arbeiderspaleis waarin een museum gevestigd is gespecialiseerd in de kunststroming waaruit de architectuur van het wooncomplex voortkwam. De directie van het museum ken ik al jaren en ik heb het museum zien groeien van gerestaureerd postkantoortje tot een museum met een vaste collectie en wisselende tentoonstellingen. En omdat ik persoonlijke banden voel met een kunstenaar waarover in de toekomst een tentoonstelling wordt georganiseerd, ben ik gevraagd om in de werkgroep te stappen om de tentoonstelling vorm te geven…Moi…Ik dus. Dat voelt best als een verantwoordelijkheid. Wat weet ik van de onderzoeksmethoden en technieken van kunsthistorici? Niets dus. Stress. Veel lezen.

Ik ben nu onderweg naar het kunsthistorisch archief in Den Haag. Ik ga het daar opgeslagen archief van een bepaalde beeldhouwer bekijken die iets speciaals had met de kunstenaar waar ik naar op zoek ben. N. gaat me helpen.  Gelukkig!

De libris literatuurprijs 2020

Het is weer zover; een paar dagen geleden werd de shortlist voor de Libris literatuurprijs bekend gemaakt. Altijd weer een verassing, want deze jongen houdt de data niet goed bij. Altijd ook wel weer leuk en spannend, want ik heb iets met die prijs. Ik wil hem namelijk zelf graag uitreiken. Dat anderen – professionals – stellen de shortlist samen en dat is een mooi uitgangspunt; hoef ik niet alle boeken die in een jaar verschenen zijn te lezen. Hoewel ik dit jaar veel meer aan lezen toekom omdat ik negenennegentig procent meer in de trein zit dan vorig jaar. Desalniettemin is mijn reistijd bij lange na niet genoeg om alleen al de longlist te lezen. (Al helemaal niet als ik, zoals nu, kletsers naast me heb zitten) Dus…jury van de Libris literatuurlijst, bedankt voor al het leeswerk. Ik ga me beperken tot de shortlist en daaruit de winnaar kiezen van de Frits’ Libris literatuurprijs 2020. Dit jaar denk ik dat het me gaat lukken om de prijs uit te reiken voordat de jury het doet want van de zes boeken op de shortlist heb ik er al drie en een halve gelezen. Dus dat schiet op. Maar, de uitreiking en dus de keuze zal niet makkelijk zijn, want van de boeken die ik al gelezen heb vind ik van geen drieën dat het een verliezer is; ik vind ze alle drie bijzonder goed. Het boek dat ik nu aan het lezen ben, gaat het niet worden, kan ik nu al verklappen. Hoewel…ik heb nog een helft te gaan en wie weet hoe de roman zich verder ontwikkeld.

De boeken die op de lijst staan zijn:
– Zwarte Schuur van Oek de Jong. Uitgebreid beschreven op deze site. Vond het een heerlijk boek om te lezen hoewel ik best wat bedenkingen had.
– Liefde, als dat het is van Marijke Schermer. Heb ik ook al uit. Fantastische analyse van de liefde. Prachtige plot en bezorgde me een hoop kippenvel.
– Vallen is al vliegen van Manon Uphoff. Echt heel erg vernieuwend. In het begin van het boek moet je erg wennen aan haar stijl maar naarmate het boek vordert ga je zien hoe geweldig het boek is.
– De hoogstapelaar van Wessel te Gussinklo. Ben ik aan het lezen. Ik moet zeggen…best aardig tot nu toe. Nog even afwachten hoe alles zich ontwikkelt. Ik word niet echt heel erg warm van deze roman, maar ik kan pas oordelen als ik hem uit heb.
Dan nog twee boeken die ik nog helemaal niet heb gelezen:
– Nachtouders van Saskia de Coster. Ben erg benieuwd; nooit van de schrijfster gehoord, maar wat zegt dat. Niet veel want van de volgende schrijver en zijn boek heb ik ook nog nooit gehoord:
– Uit het leven van een hond van Sander Kollaard. Het zal mij benieuwen…

Helaas moet ik constateren dat de jury van de Libris literatuurprijs en ik het zelden met elkaar eens zijn over de winnaar. Vorig jaar, bijvoorbeeld, stond het winnende boek van de jury bij mij op de laagste plaats. Ware het niet dat ik mezelf opgelegd had om alle boeken te lezen, dan had ik het hoogstwaarschijnlijk bedroefd dichtgeslagen. Dat zegt meteen iets over de shortlist. Het is mijn uitgangspunt, maar ik geef geen enkele garantie dat dit de zes beste boeken zijn die in 2019 verschenen zijn; ook dat is de kennelijke mening van de jury. Bij de shortlist heb ik me neergelegd; bij de winnaar zeker niet. Neem van mij aan dat mijn keuze absoluut het beste boek is en vergeet de keuze van de jury… Oke, ik deel geen mooie geldprijs uit…ook geen oorkonde of kunstwerk; bij mij moet de auteur het met mijn oordeel doen en met verder helemaal niet. De shortlist; dat is mijn begin. Altijd toch weer spannend.

De Arbeiders Jeugd Centrale en oma

Het schijnt dat oma koppig bleef zitten toen de Internationale gezongen werd. Ik zie haar voor me. Net weer met mijn kleine meisjesmoeder herenigd en dan samen op de Paasheuvel op de natuurlijke tribune van het openluchttheater. Iedereen gaat staan aan het eind van de bijeenkomst om samen hét lied te brullen omdat er een nieuwe tijd is aangebroken. Mijn meisjesmoeder wilde ook gaan staan, maar oma pakte haar hand en trok haar weer op haar plaats. Met samengeknepen lippen moet mijn oma hebben gedacht aan de laatste jaren voor de oorlog toen de AJC nog haar leven was en haar leven nog heel was. Maar alles was weg en niemand had genoeg voor haar kunnen doen en iemand moest de schuld krijgen en dat werd de AJC. Als je zoveel liefde wordt afgenomen door een oorlog die speciaal voor jou extra wreed uitpakt, dan heb je het recht om schuldigen aan te wijzen, zelfs als dat niet helemaal terecht is. Haar AJC-vrienden hebben haar uiteindelijk wel geholpen, maar de organisatie niet, want die bestond na 1940 even niet meer. Via haar AJC-vrienden heeft ze een tijd verstopt gezeten en is haar kind, mijn moeder, bij onderduikouders terechtgekomen. Maar zijzelf werd verraden en naar Polen gebracht om daar hetzelfde lot te ondergaan als de liefde van haar leven – de vader van mijn moeder – en haar ouders en haar broer en diens volledige gezin. Maar het liep ietsje anders; ze kwam terug en ze gaf onder anderen de AJC de schuld van haar ellende.

Ik ben op zoek naar Fré Cohen. Haar leven loopt in zekere zin parallel aan het leven van mijn grootouders. Ze deelden dezelfde idealen, ze waren joods, waren jong voor de oorlog en vonden een soort van einde in de tweede wereldoorlog. Natuurlijk waren er ook grote verschillen: Mijn grootouders waren lieve mensen die hun steentje aan de maatschappij probeerden bij te dragen terwijl Fré Cohen een groot kunstenaar bleek waarover men nog jaren zou spreken. Mijn grootouders wilden nauwelijks wat met het jodendom te maken hebben omdat het internationaal socialisme alle arbeiders van alle volkeren – en dus ook het Joodse – ging verbroederen. Fré Cohen ging allengs toch meer de zionistische kant op; oma had Auschwitz nodig om diezelfde richting op te gaan.

Het AJC monument op de Paasheuvel in Vierhouten

Op de Paasheuvel staat een monument waarop alle namen worden genoemd van AJC-ers die slachtoffer zijn geworden tijdens de Tweede Wereldoorlog. Fré Cohen staat daar uiteraard op. Zij was de vormgeefster van de AJC. De broer van mijn aangetrouwde – maar desalniettemin helemaal echte – opa staat er wel op: Jacques. Maar helaas konden we de naam van mijn biologische – dus ook echte – opa niet op het monument vinden. Ik wilde zo graag dat de namen van mijn opa en Fré Cohen op hetzelfde monument verenigd waren. Maar nee dus. Ik vroeg het mijn moeder en ze vertelde over de boosheid van oma op de AJC vlak na de oorlog. Ze heeft waarschijnlijk geen enkele moeite gedaan om Hijman’s naam op het monument te krijgen en, hoewel mijn beide grootouders tot aan de opheffing in 1940 zeer actieve leden waren, werd hij door de AJC vergeten. Voor mijn moeder is dat erg pijnlijk en voor mij erg jammer, maar het is nu eenmaal zo.

L’Orfeo, uitgevoerd door de Nederlandse Reisopera; GAAN als je nog kan!

Het komt gewoon niet ongeschonden boven. Veel is vervaagd. Zo kan ik me niet goed herinneren hoe oud ik was toen we als gezin naar het minikampje gingen van de Vereniging voor Huismuziek om L’Orfeo van Monteverdi te gaan instuderen. Alleen vage beelden drijven aan de oppervlakte en natuurlijk de klanken. Die muziek zal ik nooit meer vergeten. Ik speelde cello maar zong ook in het koor. Dat was goed want basvedels en cello’s waren er genoeg terwijl het koor qua mannen wat ondervertegenwoordigd was. Ik zong de baspartij en zat naast een baardige zeer geoefende man. De hoge noten waren te hoog terwijl ik diep in mijn baard moest brommen om de laagste noten eruit te persen. En dan die twee prachtige meiden. Vriendinnen waren het, maar ze leken op elkaar als zusjes. Ze wilden op elkaar lijken als zusjes. Als iemand opmerkte dat ze zo verschrikkelijk op elkaar leken dan begonnen ze te stralen. Ik had geen voorkeur; ze waren even knap, even muzikaal en even onbereikbaar. Ik denk dat ze me een lieve jongen vonden; erger kan je niet hebben…als would be Casanova. Het moet een mooi lenteweekend geweest zijn, want het was – en dat weet ik zeker – geen zomerkamp. Maar toch zie ik zonneschijn voor me. Of misschien was dat toch de muziek; het eerste bedrijf speelt zich in de lente af en we hadden uiteindelijk alleen tijd om het eerste bedrijf in te studeren. De nimfen dartelen, de meisjes dansen de jongens spelen in de lentezon op hun instrumenten. De liefde. Wat had ik hem graag willen smaken in het echt, maar de muziek was ook goed; een mooie tweede.

Gisteren werden de klanken die ik nooit meer vergeten zal, gespeeld door een echt orkest en gezongen door de echte zangers van de Nederlandse Reisopera. Of…zijn de zangers dansers…of zijn de dansers zangers. Behalve dat ik op de verkeerde plaats in Carre zat, gisterenavond, heb ik echt helemaal niets slechts kunnen vinden aan de uitvoering van L’Orfeo. In één woord fantastisch en een prestatie van formaat. Op het toneel stond een mannetje of twintig en alle twintig stonden ze er altijd, de hele voorstelling lang. Qua kostuum niet van elkaar te onderscheiden, op Orfeo na. Totaaltheater, een Gesamtkunstwerk als een Wagneropera, een balletopera als van Lully maar dan toch weer heel anders. Eigentijds. Elke typering gaat behoorlijk mank, maar de opera is een continu ballet. Zowel in dans als in zang leken er geen solisten te zijn; terwijl iedereen op het toneel solist is maar ook functioneert in een harmonieuze dans met elkaar. Niemand op het toneel heeft exact hetzelfde kostuum, maar toch zo in lijn met elkaar dat alleen het kostuum van Orfeo onderscheidend is. Heel apart. Ik heb van het schouwspel genoten. Voortdurend dynamisch en de handeling van de opera ondersteunend.

Gefascineerd heb ik ook naar het decor gekeken. Het decor bestaat uit een net dat in verschillende vormen getrokken kon worden. Als het licht erop schijnt, dan lijkt het licht uit het net te komen. Het net neemt tijdens de voorstelling moeiteloos de vorm van kamer, gevangenis, visnet, doodskist, sterrenhemel aan. Ongelooflijk knap bedacht; ik heb ademloos zitten kijken. Ik heb me ook steeds lopen afvragen wie er opgeleid was om te dansen en wie om te zingen. Een paar zangsolisten heb ik wel gezien, maar die dansten net zo goed mee als de rest. Ik zag ook strakke afgetrainde danslijven, maar even later zongen die weer de sterren van de hemel. Mooi, mooi en nog eens mooi. Ik heb niet opgezocht waar deze voorstelling nog uitgevoerd wordt, maar…als je nog een mogelijkheid hebt: GAAN!!! Als je niet geweest bent, heb je een hoop gemist.

Soms heb ik van de Nederlandse Reisopera wel eens iets gezien dat ietsje minder was, maar doorgaans is de kwaliteit ongelofelijk hoog. Ik neem het liegertje en opscheppertje Halbe Zijlstra verschrikkelijk kwalijk dat hij destijds alle subsidie voor dit voortreffelijk gezelschap introk. Dat was bedoeld om de Nederlandse Reisopera, en alle cultuur, te slopen. Juist de mensen die graag opsnijden over de Nederlandse cultuur en die graag afzetten tegen andere culturen (lees: Islam) slopen het Nederlandse erfgoed, zo ook Halbe Zijlstra. Maar ondanks dat bestaat de Reisopera nog steeds en mogen ze hopen dat het cultuurbeleid hersteld wordt en zij weer subsidie gaan krijgen; ze verdienen het. De kwaliteit is ongeëvenaard hoog en overstijgt makkelijk die van de Nationale Opera die alle subsidie hield ondanks Zijlstra’s wanbeleid.

Ten slotte, mijn plaats in de zaal. Dat was het enige waar ik niet echt tevreden over was. Vooraan zat ik. Meestal de plek vanwaar je juist heel goed zicht hebt op het toneel en alles extra goed kan horen. Maar helaas zat ik ook pal achter de koperblazers. Als zij speelde, kon ik weinig anders meer horen. Maar laat ik daar niet te lang bij stilstaan; ik heb een heerlijke avond gehad, gisteren.

Ondergang

De ondergang is op dit moment niet ver weg, bij mij. Niet mijn eigen ondergang. Nee, godzijdank niet. De ondergang als gevoel. Ik verdiep me in het leven en werk van de joodse kunstenaar Fre Cohen en dat brengt je vanzelf naar ondergangsgevoelens. De vrouw pleegde zelfmoord toen ze in 1943 werd gearresteerd. Ze voorvoelde kennelijk precies welk onheil eraan kwam. Achteraf gezien nam ze met haar eigen gekozen dood, denk ik, de minst slechte beslissing en voorkwam ze heel veel ellende en een even zekere aanstaande dood. Ik verdiepte me gisteren in de laatste jaren van haar leven. Ze werkte toen als docent aan de W.A. van Leer-school. Een joodse middelbare kunstnijverheidsschool. Die school bleek ietsje meer connectie met mij te hebben dan ik in eerste instantie dacht. Mijn te vroeg gestorven en – ik mis hem nog steeds – zeer geliefde opa, speelde zonder dat hij het wist een sleutelrol. Zijn broer Leo was, toen 23 jaar oud, een collega van Fre Cohen. Mijn opa’s oorlogsverhaal las ik in ‘Overleven een kunst’ van Ies Jacobs. Samen met Ies vluchtte mijn opa en dook hij onder op het Friese platteland. Ies Jabobs was leerling op de Joodse kunstnijverheidsschool en dus leerling van Fre Cohen en Leo. Mijn opa’s oorlogsverhaal kwam ik puur toevallig op het spoor want er zelf over vertellen deed hij niet. Ik liep in voormalig kamp Westerbork aan tegen het boek van Ies Jacobs en terwijl ik het doorbladerde zag ik tot mijn verbazing foto’s van mijn toen nog zo jonge opa. Al die geschiedenissen hebben een prominente ondergangscomponent. En omdat ik me gisteren naast alle ellende die ik las, ook nog wel wilde ontspannen en dus ging netflixen zette ik pardoes de film Sobibor op. Tsja, wat er allemaal niet onbewust en bewust op je afkomt op een sombere, bewolkte miezerige zondag. Je zou haast blij zijn dat het weekend weer voorbij is…

Maar ik overleefde het weekend en las vanochtend de krant met daarin een artikel van historicus Willem Melching. Gelooft het of niet; het gaat over de vernietiging van het Europese jodendom. Met name over Auschwitz. Hij stelt zichzelf de vraag of de moord op zoveel joden van tevoren bedacht was of dat er een vaag idee was dat per ongeluk eindigde in de genocide. Ik vraag me af in hoeverre er historisch bewijs is voor de dingen die hij beweert. De historicus schrijft over de gevoelens en de redeneertrant van mensen van toen. Beetje vaag. Hij beweert dat de Duitse leiders van toen de joden weg wilde hebben uit West-Europa en ze wilden verhuizen naar Siberië…heel ver weg in ieder geval. Maar omdat operatie Barbarossa minder gunstig en snel verliep dan gepland en Siberië een brug te ver was, maar ze aan de andere kant wel van de joden af wilden, vatte men het plan op om de joden dan maar te vernietigen. De vernietiging van de joden was dus, volgens Willem Melching, niet van tevoren uitgedacht, maar toevallig tot stand gekomen. Ik heb daar wat bedenkingen bij. Was de stap naar massale moord niet al veel eerder ingezet? Hadden ze destijds niet al geoefend op geestelijk gehandicapten? Kampcommandant Niemann van Sobibor had daar een rol in gespeeld. Maar goed, de redenering van Melching past beter in het beeld dat Rutger Bregman in zijn boek ‘De meeste mensen deugen’ schetst van de natuur van de mens; in beginsel was er niet de pure slechtheid die we er nu aan verbinden, maar was er echt het plan om de joden te verplaatsen. Alleen waarnaartoe? De plek waar de joden konden verblijven kon nog niet bereikt worden. Vermoorden was dan een goede tussenoplossing. Maar wacht eens even…mensen naar Siberië verplaatsen…is dat niet hetzelfde als genocide? Doet je dat niet een beetje denken aan het verplaatsen van de Armeniërs naar de woestijn en ze daar zonder iets achterlaten?

De ondergang. Laten we hopen dat de werkdag van vandaag me op andere gedachten brengt.

Deugen de meeste mensen?

Wat Rutger Bregman wil zeggen in zijn boek ‘De meeste mensen deugen’ is wel duidelijk en roept meteen al weerstand op bij zoon R. ‘De titel lijkt me getuigen van een nogal naïef mensbeeld’, vond hij. Dat is nou juist ook waar Bregman steeds naar verwijst; het is geen naïef mensbeeld, maar gewoon zoals het is; de meeste mensen gaan voor het goede en hebben een afkeer van geweld en het slechte. Het beeld dat we graag van onszelf schetsen, namelijk een wreed dier geleid door lage instincten waar een heel dun laagje beschaving omheen zit, klopt niet. De mens is niet zondig geboren. De mens is in wezen goed, maar sommige mensen hebben een weeffout en kunnen andere mensen ertoe brengen datgene in hen dat goed is te gebruiken voor het slechte. Omdat ik heilig geloofde in het idee dat de beestachtige mens omhuld wordt door een laagje beschaving en omdat dat mensbeeld goeddeels gebaseerd is op de tweede wereldoorlog en de jodenvervolging, ben ik in dit boek begonnen in Deel 2. Na Auschwitz. Mijn idee was dat er in ieder van ons een nazi schuilt die mensen zonder blikken of blozen de gaskamer injaagt. Dat in ieder van ons een beest schuilt die met plezier groepen mensen vermoordt, inclusief vrouwen en kinderen. Dat je van wat er in Auschwitz gebeurde overal om je heen voorbeelden ziet. Anders, dat wel, maar dezelfde wreedheid.

Maar stel je nou eens voor, zo betoogt Bregman, dat er heel veel mensen waren in Duitsland en in Polen en in Rusland maar zelfs ook in Nederland, die ervan overtuigd waren dat het jodendom een plaag was waarvan Europa en de wereld bevrijd moest worden? Nu, met onze belaste blik op de geschiedenis en de schaamte voor wat daar in Polen gebeurde, nauwelijks nog voor te stellen, maar er waren natuurlijk massa’s mensen die echt het idee hadden dat ze de mensheid hielpen door de joden uit te roeien. En…als je iets goeds doet, zijn veel mensen bereid om je te helpen bij het verrichten van de goede daad. Daarom werden er eerst massa’s joden doodgeschoten, maar dat bleek psychisch te belastend voor de schutters, daarom kwam men op vergassen en dwong men de gedoemden zelf om het vuile werk op te knappen. Interpreteer je het zo, dan is er in Auschwitz iets positiefs te herkennen, namelijk het vooruithelpen van de mensheid door het van de joden te bevrijden… En, kijk je naar andere genocide voorbeelden, dan zie je eigenlijk wel hetzelfde patroon. Zo moesten in Rwanda de Tutsi’s dood omdat het kakkerlakken waren die profiteerden in de ogen van opruiende Hutu’s waarvan het land bevrijd moest worden. Gevolg was een massaslachting. Natuurlijk zitten bij de oorlogshitsers mensen met een weeffout die gewetenloos zijn, maar de massa wil gewoon graag helpen bij het mooier maken van het land/wereld; zonder joden, Hutu’s, moslims, ongelovigen of wat voor andere groep dan ook.

Bregman komt in zijn boek vaak terug op de roman ‘Lord of the flies’ van William Golding. Een schrijver die de Nobelprijs voor literatuur kreeg voornamelijk voor deze roman. De roman bevestigd volgens Bregman datgene dat we graag willen geloven over hoe de mens is. ‘Lord of the flies’ vertelt het verhaal van een groep jongens die op een onbewoond eiland terecht komen. Eerst organiseren ze zich zo goed mogelijk om dit avontuur te overleven, maar al snel slaat het om en gaan de botte instincten, met alle wreedheden van dien, met hen op de loop. Uiteindelijk worden de jongens op hun eiland gevonden. Een paar zijn er vermoord (de goeden) en de anderen blijken slechteriken die in een soort van gewetenloze, gewelddadige chaos voor zichzelf gekozen hebben. Dat ‘Lord of the flies’-verhaal wordt ons dagelijks verteld; een heel filmgenre vertelt over de post apocalyptische wereld; de wereld is door een ramp getroffen en enkelingen hebben het overleefd. De overlevers staan elkaar naar het leven omdat ze in een concurrentiestrijd verwikkeld raken om te overleven. Allemaal verzonnen verhalen, betoogt Bregman. Vervolgens gaat hij op zoek – en vindt, uiteraard – het echte ‘Lord of the flies’. Een groep jongens wilde met elkaar naar een ander land varen om daar een nieuwe toekomst op te bouwen. Ze waren slecht voorbereid en er overkwam hen onderweg een ramp waardoor ze niet in het gewenste land kwamen, maar op een onbewoond eiland. Daar verbleven en overleefden ze anderhalf jaar. Wat de man die hun vond aantrof bleek diametraal te staan tegenover ‘The lord of the flies’; De jongens hadden zich georganiseerd en werkten samen. Als er ruzies waren dan werden die opgelost omdat ze wisten dat ze moesten samenwerken om te overleven; sterker nog ze wilden elkaar koste wat kost helpen om dit avontuur gezamenlijk te overleven. Er ontstond, in tegenstelling wat men verwacht had, een harmonische eenheid waar men alles voor elkaar overhad. Voor dit mooie verhaal bleek weinig belangstelling. Liever las men ‘Lord of the flies’.

Ik vond het boek in eerste instantie erg inspirerend. Het heeft mij op een andere manier laten kijken naar menselijk gedrag. Inderdaad vind ik nu ook dat de mens over het algemeen het goede wil. Dat moet ons niet minder kritisch maken; je moet op je hoede blijven. Er zijn altijd mensen met een weeffout die je erg kunnen schaden; je moet daar alert op blijven. Auschwitz en Rwanda tonen aan dat het, hoe erg de mens ook deugd, het gruwelijk mis kan gaan. Aan de andere kant denk ik dat je houding over hoe je denkt dat mensen in elkaar zitten wel degelijk invloed kan hebben op je omgeving en jezelf…

Een inspirerend boek, maar helaas wel ietsje te dik. Afentoe slaat Bregman de plank, in mijn ogen, erg mis. Het stuk over kinderen opvoeden had hij er, wat mij betreft zo uit kunnen laten. Hoewel hij alles van voetnoten voorziet, bekroop mij regelmatig het ‘wachttoren’ gevoel. Dat blaadje van de jehova’s getuigen waarin veelvuldig wordt vermeld dat ‘wetenschappers’ dit of dat hebben ontdekt of uitgevonden of whatever. Het wekt bij mij irritatie. Maar ondanks dat toch een aanrader.