Aat Veldhoen (1934) – Simon Vinkenoog (2008)

08-116506-2608150955--01-900-900SimonVinkenoogNWC

Mijn middelbare schooltijd werd voor een groot deel gekenmerkt door ‘zoon van’ of ‘dochter van’. Dat heeft me wel dwarsgezeten. Helemaal omdat ik de zoon van ‘niemand’ was. Mijn vader was buiten beeld en als hij opdoemde dan betekende dat een zware periode, achteraf gezien. Ik voelde me erg anoniem tussen al die beroemde namen. Over de zoon van Aat Veldhoen, David Velthoen, heb ik al geschreven; hij zat bij mij op school. Nog dichterbij, want in mijn parallelklas zat de zoon van Simon Vinkenoog. Ik had me voorgenomen om mijn gebrek aan een beroemde vader te compenseren. Ik streefde ernaar om als veertienjarige wereldberoemd te worden…en als dat niet lukte dan moest het maar een jaartje later… Gelukkig ben ik nu erg tevreden met mijn min of meer anonieme bestaan.

Samen met Vinkenoog’s zoon en Mark Rietman hadden wij een korte periode toneelles van Marc Krone. Marc Krone had in zijn examenjaar geschitterd als (en in) Spinoza van Dimitri Frenkel Frank. Daarna ging hij naar de toneelschool maar kwam een aantal vrijdagmiddagen terug om ons het een en ander te leren over toneel. Ik kreeg opdracht om samen met Vinkenoog junior de beginscene uit ‘De Dienstlift’ van Harold Pinter in te studeren. Zo togen wij naar het Vinkenoog-huis aan de Amstel om te repeteren. Aan het eind van de middag voerden we het stuk op voor Simon Vinkenoog; hij vond het geweldig!!! Zo, die zat! Ik was goedgekeurd door een beroemdheid!

Vinkenoog junior was mateloos populair bij de meiden. Juist de meiden waar ik van droomde, liepen smachtend achter Vinkenoog junior aan. Toen wist ik precies waar dat aan lag; zeker niet aan mijn bril en verlegenheid, maar aan zijn beroemde vader! Daar wilden al die mooie meiden bij in de buurt komen. Pas later begreep ik dat de meisjes niet alleen op beroemde namen vielen; het ‘James Dean’ gehalte bij Vinkenoog junior was meters hoog. En…verlegen, zoals ik, was hij niet.

Maar het gaat natuurlijk om dit schilderij. Net als het ‘schuttersstuk’ van zoon David Veldhoen hangt dit schilderij in de schuttersgalerij van het Amsterdam Museum. Het is niet zo gek dat dit schilderij daar hangt want het heeft veel met de geschiedenis van Amsterdam te maken. Vinkenoog was de goeroe van de jaren zestig. Eén van de helden. Aat Veldhoen was ook zo’n held. Zij voerden de jongeren op dat moment aan om in opstand te komen tegen het etablissement. Tegen hun ouders dus. De ouders van de jongeren in de jaren zestig hadden de oorlog als volwassenen meegemaakt en daarna keihard gewerkt aan de wederopbouw. Dat gecomineerd met de verzuiling had ervoor gezorgd dat het blikveld van die ouders, in de ogen van hun kinderen, erg smal was. Dat wilden Vinkenoog en Veldhoen doorbreken. Er zou daardoor een nieuwe mens ontstaan; vredelievend, vrij en… doordrongen van het goede. Met een vrij seksleven!

Maar…Vinkenoog en Veldhoen werden ook vader; werden ook ouders. De vrijheid die zij als ouders propageerden, wilden wij, als hun kinderen, grijpen en daar hadden we een eigen huis bij nodig. Voor dat huis had de oude generatie niet gezorgd dus dat werd kraken en matten! De vrije seks werd in die periode gedwarsboomd door de nieuwe ziekte aids waar toen nog geen kruid tegen gewassen was. Bovendien, daar was ik veel te verlegen voor…

Simon Vinkenoog werd geschilderd in het jaar voordat hij overleed. Kwetsbaar, open en bloot. Toch heel herkenbaar. De lijnen waarmee hij op het doek gezet is, zijn beverig. Door een oude man geschilderd. Door een schilder die met links moet schilderen terwijl hij rechts is. Veldhoen liet zich niet uit het veld slaan toen hij een beroerte kreeg die hem eenzijdig verlamde. Dat maakt het schilderij nog kwetsbaarder. Een schilder in zijn nadagen heeft zijn vriend in zijn nadagen geschilderd. Echt ontroerend!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*

code