Anton Mauve (1838-1888) – Heide bij Laren (1887)

mauveschaapskudde

Een bewolkte dag op een van de armste stukjes grond van Nederland. De zomer is weliswaar nog niet afgelopen, maar voor het gevoel is de herfst al begonnen. Wat verweesde berken wachten op de herfststormen en vragen zich af of ze die zullen overleven. In het eikenbosje klampen de bomen zich aan elkaar vast. Een kleine kudde schapen trekt over de zandverstuiving. Alles wat groen is, knabbelen de dieren onderweg af. Op naar het eikenbos waar de herder een beetje beschut is tegen de alles doordringende miezerregen. Nog is het droog…

Een treurig stemmend schilderij. Weer uit die eeuw van Jan Salie waarin hoegenaamd niets gebeurde. Wat fijn dat we deze eeuw aan het terugvinden zijn en alles wat daar gebeurde op juiste waarde aan het schatten zijn. Niet slechts de eeuw tussen Rembrandt en Van Gogh in, maar een eeuw waarin werken ontstonden van grote historische waarde en die logisch leidde tot Van Gogh en tot anderen. De logische link tussen Mauve en Van Gogh is er sowieso al; Mauve was de eerste schilderleraar van Van Gogh. Toen Mauve in 1888 overleed, schilderde Van Gogh een prachtig bloeiende perzikboom en maakte er een in memoriam van voor deze schilder; Van Gogh had hem erg hoog zitten.

Ik begin de schilders uit die periode ook steeds meer te waarderen. Veel landschappen met hard werkende mensen die nauwelijks het zout in de pap verdienden. Het lijkt soms of deze schilders voorzagen wat even later werkelijkheid werd; de opkomst van het socialisme. In dit schilderij zie ik vooral de uitzichtloosheid van het bestaan voor deze herder. Dat samen met de arme grond, maakt wel een beetje treurig.

Het door Mauve hier neergezette landschap is haast een woestijnlandschap. Een stuk verwoeste aarde. De mensen die erop leven proberen een bestaan op te bouwen. Maar dat lijkt vruchteloos. Ze trekken met een kudde schapen rond en die eten elk groen sprietje op. Daardoor wordt de grond nog armer; De graswortels en de wortels van jonge boompjes die de aarde structuur en eenheid moeten geven krijgen geen kans waardoor het land nog verder verwoest wordt. Een vicieuze cirkel die door de mensen die van deze aarde moeten leven, niet doorbroken kan worden; zij zijn er te arm voor…

Zo’n zelfde proces zag ik in de documentaire ‘Green Gold’ over de ecoloog John D. Liu. Hij liet zo’n zelfde soort verwoest landschap zien, maar dan in Jordanië. Ook daar een woestijn. Eigenlijk heel goed vergelijkbaar met het hier getoonde landschap, maar dan nog iets erger. Arme mensen die een karig bestaan leidde, dreven kuddes schapen en geiten over deze grond. De dieren aten alles op wat maar een beetje groen was. Het gevolg: Nog grotere woestijnvorming. De oplossing bedacht John D. Lui samen met prinses Basma Bint Ali van Jordanië: Om een groot stuk woestijn een hek zetten en vervolgens een paar jaar niets doen. De woestijn kwam daarmee tot leven. De woestijn werd groen. Planten groeiden welig en de eerste bomen schoten wortel. Niets doen, herstelde de aarde.

De stand van zaken nu in Nederland: De laatste stukjes heide worden met man en macht behouden. Nu we niet meer hoeven te leven van dit soort gronden, dreigt het compleet te verdwijnen. De aarde herstelt zich en wordt bos als we er niets aan doen! Gesubsidieerde schaapskuddes worden over de heide gestuurd om al het groen tussen de heide weg te vreten en zo dit landschap te behouden!

Tot slot…Waarom heeft de naam Mauve zo’n speciale klank voor mij? Mijn eerste grote (platonische) liefde woonde in de Mauvestraat. Zij heeft nooit geweten wat ik voelde als vijftienjarige, en het is goed dat het zo gelopen is. Maar Mauve heeft daardoor een apart plekje in mijn hart gekregen.

Willem Bartel van der Kooi (1768-1836) – Het gestoorde pianospel (1813)

pianospel

Wat je vaak hoort is dat het herschrijven van de geschiedenis één van de doodzondes is. Toch heb ik dit nu al vele malen zien gebeuren. Niet door kwaadwillende figuren, maar door de hele maatschappij. Wetenschappers haken er dan op in. Er komen andere standpunten, mensen kijken toch nog eens een keer naar wat er feitelijk gebeurde en interpreteren de gebeurtenissen dan tegengesteld aan zoals het voorheen geinterpreteerd was. Het mooiste, en een heel recent voorbeeld daarvan is hoe men tegen de 19e eeuw aankeek. In 1841 publiceerde Potgieter een kort verhaal waarin de 19e eeuwse geest werd beschreven als de geest van Jan Salie; lamlendig en niet in staat tot enige vernieuwing. Daar kijken we nu even anders tegenaan: De IJzeren eeuw. Een eeuw van ongekende groei en innovatie op vele gebieden! Het kan verkeren.

Van Jacques Kruithof kregen we 19e eeuwse literatuur. Meesmuilend werd gezegd dat dit dus de domineesdichters waren. Jongens gingen naar de net nieuw opgerichte HBS en werden dominee. En…als dominee gingen ze dichten. Dichters die Multatulli op de hak neemt in Woutertje Pieterse. Om hun brallerig taalgebruik. Zie: Het gedicht Op God van Klaasje van der Gracht of bijna overdreven verheerlijking van het verleden. Met Kruithof gingen we op excursie om de 19e eeuwse kunst in het Rijksmuseum te bekijken. Dat was een aparte vleugel die doorgaans gesloten was… Daar was echt heel weinig belangstelling voor.

Zoals gezegd kijken we nu heel anders tegen deze eeuw aan. De tijd ronds Napoleon heeft een grote aparte zaal gekregen in het Rijksmuseum. Ook de kunst die toen gemaakt werd hangt daar. Het imposante schilderij van de slag bij Waterloo maar ook twee schilderijen van de Friese schilder Van der Kooi; De liefdesbrief en dit schilderij: Het gestoorde pianospel. Geschilderd in de tijd dat Napoleon nog niet zijn Waterloo gevonden had.

Wat ik erg leuk vind aan dit schilderij is de ongedwongenheid die eruit spreekt. Het heet weliswaar ‘Het gestoorde pianospel’ maar het meisje ziet er niet uit alsof ze ergens bij gestoord werd. Meer toeval dat ze op de stoel voor het klavier zit. De schilder had weinig met muziek. Zoom je in op de bladmuziek dan heeft de schilder daar zijn fantasie de vrije loop gelaten; geen pianomuziek; überhaupt geen muziek die te spelen is.

Ik wordt erg getroffen door wat de kinderen met elkaar hebben. Het jongste jongetje communiceert met zijn grote zus. De kinderen zijn allemaal netjes gekleed. Op het stijve af. Met wat meer boezem en een iets ouder koppie zou het meisje een volwassen vrouw zijn geweest. Ook de kleren van de jongens lijken volwassen kleren maar dan op maat gemaakt voor kinderen. Het meisje lijkt zich te willen gedragen als dame. Haar vingers zijn vereeuwigd in een gedistingeerd gebaar. Het kleinste jongetje heeft daar helemaal geen boodschap aan. Hij klimt aan de verkeerde kant op de stoel. Het meisje lijkt dat kleine broertje wel leuk te vinden. Ik zie voor me dat ze zo nuffig gaat opstaan en het jongetje met stoel en al omvalt.

De gezichtsexpressie van het oudste jongetje herken ik veel. Het lijkt wel alsof hij zijn kleine broertje adoreert! Kon hij maar zo onbevangen door het leven gaan als dat kleine broertje! Er zit zoveel liefde in de blik van dat oudste jongetje voor dat onbezorgde kleine broertje!

Niks Jan Salie in de 19e eeuw!

Gebroeders van Limburg (1385?-1416) – Februari uit: Les Tres Riches Heures

februari

Een blad uit een boek. Moeilijk ooit te zien te krijgen. De boeken liggen niet in Nederland en worden zelden tentoongesteld. Een boek vol schilderingen. Er staat ook tekst in, maar volledig ondergeschikt aan de miniatuurkunst. Eén van de mooiste bladen is wel februari. Iets heb ik ervan in het echt gezien.

In 2005 bestond de stad Nijmegen 2000 jaar. Dat werd groots gevierd. Beroemde telgen van de stad werden in het zonnetje gezet. De gebroeders Van Limburg behoorden wel tot de top van die lijst. Dé schilders van de middeleeuwen. Dé meesters van de miniatuurkunst en de boekverluchting. Het gaat om drie broers waarbij het eigenlijk zelden duidelijk is wie wat geschilderd heeft. Stijlkundige verschillen schijnen nauwelijks te onderscheiden tussen de drie. De gebroeders van Limburg werden in het museum Het Valkhof geëerd. Nu wilde het toeval dat het Metropolitan Museum of Arts een restauratie aan het uitvoeren was op het boek Belles Heures du Duc Berry. Daardoor (denk ik) lagen de bladen los. Toen of twaalf van deze bladen konden daarom tentoongesteld worden in Nijmegen. Die twaalf bladen heb ik bekeken!

Achteraf bleek het één van de meest succesvolle tentoonstelling van dit Nijmeegs museum te zijn geweest. Alleen al om het museum (op een doordeweekse dag) in te komen moesten we een lange rij verdragen. Op het toegangskaartje stond een bepaald tijdstip genoemd. Op dat moment moesten we ons vervoegen bij het heiligste der heiligen. We kregen vervolgens 10 minuten de tijd om de bladen te bewonderen. Het was absoluut de moeite waard! Ik was diep onder de indruk en wilde meteen mijn portemonnee trekken om een fantastische facsimile uitgave te kopen van 750 euro. Gelukkig hield mijn zuinigheid me tegen; Het mooiste is gewoon gratis en voor niets te bewonderen op het Internet! Staat het ook geen stof te vangen!

Hoewel het blad Februari uit Tres riche heures niet te zien was in Nijmegen, vind ik het wel een van de aansprekendste bladen. Bovendien speelde dit blad wel degelijk een rol op de Nijmeegse tentoonstelling. Een videokunstenaar had van dit blad een soort 3D presentatiegemaakt waardoor je het gevoel had dat je door het hier geschilderde landschap reisde. Heel bijzonder.

Dat het koud is, op dit blad, lijkt me evident. Op de voorgrond een opengewerkt boerenhuis met daarin drie personen die zich aan het vuur warmen. De dame in de blauwe jurk trekt gedecideerd haar jurk ietsje op om haar benen wat warmte te gunnen. De boer en het boerinnetje daarachter hebben hun kleren tot op hun middel opgetrokken en zitten wijdbeens hun geslachtsdelen te warmen.

Op het erf een kudde schapen onder een afdakje en een rijtje bijenkorven. Het erf wordt omsloten door een hek van wilgentenen. Naast de bijenkorven een stenen gebouwtje. Ik denk dat het een bakhuis is; de plek waar het brood gebakken werd. Op het erf ook een persoon die het erg koud heeft en, zo te zien, aan wil sluiten bij de mensen in het huis.

Buiten het erf staat een man een boom om te hakken; de schoorsteen moet toch blijven roken! En een andere man onderweg met een ezel naar het dorp op de achtergrond.

Boven het tafereel de kalender van februari. Een maand in het teken van de Waterman en de Vissen.

Dit allemaal op één boekpagina. Wat een gepriegel, maar wat mooi!

Johannes Vermeer (1632-1675) – Gezicht op Delft (1662?)

Vermeer - Gezicht op Delft

Dit is bijna een doek vol schaamte, voor mij. Tot voor kort had ik er nog nooit van gehoord! Ik…kunstliefhebber. Ik kende een van de mooiste schilderijen die ooit gemaakt zijn, niet. Helemaal goedkoop is het om juist dit schilderij hier te bespreken; iedereen vindt het mooi. Gewoon geen echt interessante keuze!

Na de grote restauratie bezochten wij het Mauritshuis. Ik begin me de laatste tijd wel af te vragen wat er aan de hand is op dit ogenblik; het lijkt of alle belangrijke musea in Europa aan het renoveren zijn. Natuurlijk, het Rijksmuseum en het Stedelijk museum. Maar ook het Van Gogh museum. In de vakantie stuitte we ook op de renovatie van d’Unterlinden in Colmar en het Kunstmuseum in Bazel. Het Mauritshuis is dus ook net helemaal gerenoveerd. En wij gingen er naartoe. Stom en een beetje goedkoop, ik had net Het Puttertje van Donna Tartt gelezen en wilde het schilderij van Fabricius in het echt zien. Niets meer en niets minder. Ik wilde zien of dat schilderij inderdaad zo’n uitstraling had. Dat het inderdaad zo grof geschilderd was, etc. Zoals verwacht; dat klopte. Meteen wilde ik natuurlijk ook de andere ‘grote’ doeken meepikken. De stier van Paulus Potter. Ik kan me uit het verleden herinneren dat ik hem slecht opgehangen vond; ik kon door de schittering op het doek weinig zien. Dat was nu heel veel beter. Vervolgens natuurlijk het meisje met de parel.

In het zaaltje van het meisje met de parel was dat schilderij niet het hoogtepunt. Ik werd echt getroffen door gezicht op Delft. Nooit van gehoord (slik….) maar wat een schoonheid!!! De dag is voelbaar op het schilderij en alles is in harmonie. Nog nooit had ik zoiets gezien. Ik kon moeilijk scheiden van het schilderij en ben er zeker een half uur bij in de buurt gebleven. Dan te bedenken dat ik de stad Delft heel summier ken en ik er juist was geweest omdat mijn zoon afstudeerde. Dat was in het meest lelijke stukje van Delft. En nu dit…

Links onder op het schilderij wat mensen. Ze zijn er niet en wel. Zo moet die plek in Delft er hebben uitgezien. Wat vrouwen, kletsend, met lange rokken en wat mannen. Werken ze of doen ze zaken? Geen idee. Ze zijn verstild. In veel schilderijen wordt juist de actie van de personages benadrukt. In dit schilderij zijn ze verstild. Onderdeel van het decor geworden. Het water, de stad en het licht. Dat zijn de elementen die het schilderij in beweging brengen. Het licht van de zon is voor de kijker door de donkere wolken aan het zicht onttrokken. Jij als kijker staat in de schaduw van die wolken. De kerktoren staat vol in de zon en ook een paar huizen in de buurt van de kerk.

Bij stadsgezichten kijk ik altijd graag naar de kooplieden en de werklieden en de dames en de heren. Naar van alles wat er op het schilderij gebeurt. In dit gezicht op Delft gebeurt niets. Het is het spel van het licht, van de wolken en de zon; de perfecte harmonie. Nuages van Debussy zou je erbij moeten beluisteren…

Van Gogh had dit bij het Joodse Bruidje van Rembrandt; daar wilde hij wel veertien dagen voor zitten levend op een korts brood en wat water. Ik zal het niet overdrijven, maar een heel klein beetje van die gevoelens heb ik bij dit schilderij!

James Ensor (1860-1949) – Oude Dame met Maskers (1889)

oudedamemetmaskers

Wij komen niet vaak in het Singermuseum in Laren. Onterecht, denk ik, want het is een leuk museum. Toen we er waren, vielen we met de neus in de boter; Er was een tentoonstelling van werken afkomstig uit het Paleis voor Schone Kunsten in Gent. Schilders waar ik nog niet zoveel van gehoord heb maar die wel heerlijke doeken hebben gemaakt, hingen er. En schilders die ik al wel kende. En van James Ensor een van zijn meesterwerken; Oude Dame met Maskers.

Op het moment dat wij in het museum rondliepen, had een kunstverzamelaar net haar verzameling expressionisten overgedaan aan het museum. Dat werd gefilmd. De kunstverzamelaar liep samen met de directeur door het museum terwijl een camera hen volgde. Wij probeerden uit alle macht buiten beeld te blijven, maar dat bleek achteraf mislukt. ’s Avonds zagen we tijdens het journaal een item over dit onderwerp en waren we getuige van ons eerste televisie optreden. Weliswaar onze ruggen, maar toch…

Eén van de dingen die me aantrok in dit schilderij was dat het Singermuseum suggereerde dat voor de oude dame wellicht Neel Doff model had gestaan. Neel Doff stond veel model voor schilders en ze bivakkeerde in de omgeving van de kunstenaar. Zelfs in de periode dat hij dit schilderij maakte was Neel Doff in zijn buurt. Maar ze kan het gewoon niet zijn. Ik begrijp niet hoe het Singermuseum dit kon suggeren want je hoeft alleen maar geboortejaar en het ontstaansjaar van dit schilderij met elkaar te vergelijken. Neel Doff was op het moment dat Ensor dit schilderde geen oude dame maar een vrouw van 31. Misschien de moeder van Neel Doff? Maar…maakt niet uit, ook als het niet Neel Doff is, dan blijft het een fantastisch schilderij.

Wat ik begreep uit de literatuur was dat James Ensor is gekomen en gegaan als een komeet. De stijl waarmee hij zoveel succes behaalde, en waarvan dit schilderij een voorbeeld is, heeft hij maar in een korte periode gevoerd. Voor die periode waren zijn schilderijen niet zoveel, maar daarna ook niet meer. Lijkt me erg tragisch. Aan de andere kant…in die ene periode heeft hij wel iets gedaan waar velen nog over spreken. Ook zo verschrikkelijk herkenbaar. Zijn schilderijen stralen de kleur roze uit en hebben een hoog viltstift gehalte. Slaat misschien nergens op, maar zo voel en zie ik het. Viltstiften waren net in de mode gekomen om mee te tekenen, toen ik kind was. Die dingen raakten altijd leeg of verdroogd op het verkeerde moment. Daardoor kwamen de kleuren nooit zo goed door die je gebruikte. Dat fenomeen herken ik een beetje in de schilderijen van Ensor; net of de kleuren niet goed doorkomen. Maar daardoor zijn ze zo verschrikkelijk herkenbaar als de schilderijen van Ensor.

Wat mij in dit schilderij erg aanspreekt is het gezicht van de oude dame. Dat ziet er behoorlijk realistisch uit. Daaromheen de maskers. Zijn het haar maskers? Heeft hij haar ontdaan van haar maskers? Of is zij echt en het leven een maskerade? Het doodshoofd rechts boven in het schilderij maakt het geheel wat luguber.

Toch zou ik willen weten….wie is die oude dame? Het zou ons toch beter helpen om dit schilderij te begrijpen! Of moeten we het gewoon nemen zoals het is?