Tagarchief: stadsschouwburg

De Dokter; een heerlijk toneelstuk in een volle Stadsschouwburg!

De dokter, geregisseerd en bewerkt door Robert Icke, door ITA. Gezien op 18-09-2021 in de Amsterdamse Stadsschouwburg

Ik sta ambivalent tegenover de coronapas. Ik weet niet. Zoonlief is er zo fel tegen dat hij er de straat voor opgaat. Ik zit meer in een spagaat van enerzijds anderzijds. Het is een moeilijk probleem en gisterenavond profiteerde ik er stilletjes van dat ik de pas heb. Hoewel onmogelijk onwennig zat ik op de gewone ouderwetse manier in de volle Amsterdamse Stadsschouwburg. Links van me, in de stoel naast me ‘een ander’. Een mens dat ik nooit eerder gezien had en wellicht nooit meer zal zien. Naast geliefde J. aan mijn rechterkant ook een totaal onbekende. Verder mensen in mijn nek en mensen vlak voor me (lange mensen waar ik omheen moest kijken). In het begin was deze situatie totaal onwennig voor me maar toen we eenmaal een tijdje zo met z’n allen hadden zitten genieten van datgene wat er zich op het toneel afspeelde, voelde het weer helemaal als vanouds. Zoals het hoorde. Maar om daar in de schouwburg te mogen zitten, heb ik me natuurlijk wel laten vaccineren en heb ik mensen die dat niet willen, uitgesloten. Geldt hier dat het leven nou eenmaal onrechtvaardig is? Of is het helemaal niet onrechtvaardig en zijn de antivaxxers onrechtvaardig door ons voor hun dure onnodige ziekenhuisopname te laten betalen en daarmee tegen te houden dat alle maatregelen opgeheven kunnen worden. Ik weet het niet. Twijfel.

Hoe dan ook, gisteren zaten we in de Stadsschouwburg en zagen de voorstelling ‘De dokter’. Een zeer actueel toneelstuk. Niet in de laatste plaats omdat de vraag gesteld werd of medici en de volksgezondheid het bij veel levensvragen het voor het zeggen moeten hebben. Hoe actueel kan je het hebben? Maar het toneelstuk was veel breder dan dat; het ging bijna over alles wat op dit moment in onze maatschappij speelt. ‘De Dokter’ is de door Robert Icke naar onze tijd toe herschreven toneelstuk ‘Professor Bernhardi’ van Arthur Schnitzler uit 1912. In het Wenen van 1912, waar de oorspronkelijke auteur het toneelstuk situeerde, speelde andere dingen dan die vandaag spelen, uiteraard, maar relicten van wat toen speelde zitten nog steeds in het toneelstuk en dat schuurt heel soms een beetje…ik kom daar later nog op terug.

De mannelijke professor Benardi is in ‘De Dokter’ de vrouwelijke arts dr. Ruth Wolff. Ruth Wolff is oprichter en directeur van het ziekenhuis dat zich vooral bezighoudt met dementie. Maar nu is er een veertienjarig meisje binnengebracht met bloedvergiftiging. Ze heeft het opgelopen door een bij haarzelf uitgevoerde abortus. Dr. Wolff heeft de hele nacht gevochten voor haar leven maar beseft dat ze de strijd gaat verliezen; het meisje gaat overlijden. De ouders zijn onderweg maar hebben alvast de priester gestuurd om het meisje de laatste sacramenten toe te dienen. Dr. Wolff weigert de priester toe te laten tot haar patiënt, want ze heeft niet van het meisje gehoord dat ze daar prijs op zou stellen. Bovendien zou de schok die de priester mogelijk teweegbrengt met zijn binnenkomst, het meisje d’r dood kunnen bespoedigen. Daarmee is een conflict a la Antigone geboren: Volg je de wetten of de goden? Dr. Wolff kiest voor de wet, maar de goden gaan haar opbreken. De verschillende rollen worden duidelijk: Vrouwelijk, atheïstisch en gelovend in de wetenschap, joods met een witte huidskleur, tegenover de religieuze zwarte man die gelooft in de vergevingsgezindheid van de goden. Ook de dokters van het ziekenhuis komen tegenover elkaar te staan omdat ze het naderende onheil boven het van zoveel partijen afhankelijke ziekenhuis zien hangen of omdat ze het oprecht niet eens zijn met de lijn die dr. Wolff volgt. In de sociale media ontspoort het conflict.

Ondertussen worden we meegenomen in het persoonlijke leven van dr. Wolff. D’r partner zorgt voor troost onder de spanningen. Het wordt niet helemaal duidelijk of de partner in droombeelden verschijnt en al overleden is, of dat ze nog leeft en pas later overleden is. Feit is wel dat haar partner dement wordt en zelfmoord pleegt. Verder is er nog het meisje dat in een jongenslichaam geboren werd en een soort toevlucht gezocht heeft bij de hoofdpersoon.

Het hoogtepunt komt tijdens de rechtstreekse uitzending van het programma ‘Dispuut’. Een aantal deskundigen mogen dr. Ruth Wolff direct bevragen over wat er in het ziekenhuis is voorgevallen en haar beslissingen op dat moment. Hoewel het in het begin nog wel lukt om een weerwoord te hebben en haar gelijk te bewijzen aan de hand van het zuiver medisch handelen, wordt ze later in de mangel genomen en wordt de hetze onhoudbaar. Ze zit tegenover de woke mens die haar beschuldigt van racisme omdat de priester zwart was. De pro-life beweging beschuldigt haar onterecht van het uitvoeren van de mislukte abortus. Vervolgens wordt ze geconfronteerd met een abortus die ze als jong meisje zelf heeft ondergaan. Er wordt gehakt van haar gemaakt. Eén en ander eindigt met een tuchtzaak die ze verliest. Ze wordt uit haar eigen ziekenhuis gezet en voor tien jaar uit haar beroep gezet. Voor haar lijkt er geen andere uitweg dan het pad van haar partner te volgen…

Het conflict in het toneelstuk verschuift naar de strijd tussen ‘het onbepaalde midden’ en de ‘identiteitsbewuste vleugels’. Kleuren- en genderblind tegenover woke. Dit conflict wordt door de regisseur versterkt door acteurs een andere rol te geven dan op het oog meteen duidelijk is. Zo kruipt een vrouw in de rol van man, kruipt een witte man in de huid van een zwarte man, is een zwarte vrouw een witte vrouw, is een transgender duidelijk geen transgender, en een vrouw een transgender etc. Alleen dr. Ruth Wolff en haar partner lijken precies te spelen wat ze zijn. Daar heb ik kritiek op, want voor een toneelbezoeker valt het niet mee om in dat vluchtige moment dat je in het theater zit te ontdekken wie wie is en al helemaal niet als alles ook nog niet is wat het lijkt. Het wordt de toeschouwer niet makkelijk gemaakt in een toch al vrij complex toneelstuk.

Relicten uit het verleden, ik sprak er al over, zaten er ook in. De hoofdpersoon is een joodse directeur/dokter in een ziekenhuis waar ze joden zou voortrekken omdat die tot haar identiteitsgroep zouden behoren. Daar knelt het een beetje na de holocaust; van die joodse identiteitsgroep is niet zoveel over. In 1912 toen het oorspronkelijke toneelstuk geschreven werd, was er een omvangrijke joodse gemeenschap in de Europese hoofdsteden…maar waar heb je dat nu nog? Ik merkte dat ik het niet fijn vond als het jodendom erbij betrokken werd.

Maar al met al heb ik genoten. Niet alleen van het feit dat ‘we weer mogen’, maar vooral van het toneelstuk. Het is heerlijk om het spel van hoofdrolspeelster Janni Goslinga te zien; ze speelt dat de vonken ervan afspringen; in één woord: Geweldig! De meeste spelers deden het fantastisch. Eén puntje van kritiek: In één van de laatste scenes komt de priester terug en tijdens die scene was het wel heel moeilijk om te volgen wat er gezegd werd. Té zacht. Heel erg zalvend…maar dat had best wat harder gemogen. Ook fijn om weer eens in deze vorm intellectueel uitgedaagd te worden.

Kortom, ‘De Dokter’ is een aanrader. Ja, het blijft wel toneel waar men aan emoties graag een schepje toevoegt: ‘Boos, woedend, razend, toneel.’ Ik heb vaak moeite om mijn lachen te houden als men op het toneel zo verschrikkelijk uit hun plaat gaat. Maar zo is het nou eenmaal…denk ik. En er zijn, aan de andere kant ook heel veel momenten waar de emoties verstild naar je toekomen en waar je echt door geraakt wordt…niet alleen verstild, je wordt door veel geraakt, zeker als je wel eens een hetze van dichtbij hebt meegemaakt.

Glazen speelgoed – Tennessee Williams.

Glazen speelgoed – Tennessee Williams. Toneelgroep Amsterdam

Regie: Sam Gold

Gezien op 8 januari in de Stadsschouwburg

We waren al gewaarschuwd, maar toch was het even schrikken. We zaten op de vierde rij, en dat was nu de eerste rij geworden. Schuin boven ons een keukentafel met vier keukenstoelen er omheen. Als we het achterste gedeelte van het toneel wilden zien, dan moesten we onze nekken rekken en over de rand kijken. Op de al genoemde keukentafel plus stoelen na, was het toneel leeg. Keek je tegen de bakstenen aan de binnenkant van het theater aan. Dat geeft een hol gevoel.

Tom Wingfield, gespeeld door Eelco Smits, klimt het podium op. Het zaallicht is nog aan. In zijn arm een zeer ouderwets aandoende grammofoon. Hij presenteert zichzelf als verteller van het verhaal. Tegelijkertijd is hij de zoon en broer. Dan klimt moeder, Amanda Wingfield, met over haar schouder Laura Wingfield het podium op. Gespeeld door respectievelijk Chris Nietvelt en Hélène Devos. De stoelen zijn op één na, schuin boven mij, bezet. We leren de achtergrond kennen van de personages. Moeder was getrouwd, maar lang geleden nam haar man de benen. Tom werkt in het magazijn van een schoenenwinkel. Volkomen ongelukkig want hij wil de dichter worden die hij al is. Zijn moeder en zus zijn afhankelijk van zijn inkomen. De kreupele Laura volgt een cursus, denkt moeder, maar het blijkt dat ze er al lang geleden mee gestopt is. Ze was zo verlegen dat ze maagklachten had als ze naar haar les moest. Daarom ging ze niet meer en bracht ze haar tijd elders door. Zo kon ze voor moeder volhouden dat ze nog bezig was met de cursus; om moeders gevoelens te sparen. Maar Amanda ontdekt het, uiteraard, toch. De teleurstelling is enorm.

Amanda focust zich helemaal op haar in stil isolement levende dochter. Ze wil voor haar dochter toekomstig geluk. Daarom wil ze dat ze of trouwt, of carrière maakt. De carrière lijkt door Laura’s verlegenheid nu mislukt. Moeder gaat kijken of ze een huwelijk kan arrangeren. Ze vraagt aan Tom of hij geen leuke collega heeft die hij kan uitnodigen om bij hun te eten en zodoende kennis te maken met Laura. Tom nodigt zijn collega Jim o’Connor uit.

Laura, Tom en Jim hebben op dezelfde school gezeten. Jim was mateloos populair en over zijn toekomst was iedereen het eens; hij zou het ver schoppen. Alles wat hij in handen kreeg, veranderde in goud. Maar ook zijn carrière is vooralsnog niet van een leien dakje gegaan. Ook hij werkt ongewild in de schoenenzaak. Omdat Tom op school gedichten schreef, gaf Jim hem de bijnaam Shakespeare.

Laura realiseert zich dat Jim dé Jim is waar ze vroeger op school verliefd op is geweest. Van verlegenheid wil ze eigenlijk in een hoek kruipen en haar verzameling glazen dieren poetsen. Maar dan arriveert Jim, en ze maakt opnieuw kennis met hem. Jim verleidt Laura en op het moment dat ze gaat geloven dat het echt wat zou kunnen worden tussen haar en Jim, helpt hij haar uit de droom door te vertellen dat hij verloofd is. De val van Laura is enorm. De teleurstelling van Amanda uit ze in verwijten aan Tom. Hij had moeten weten dat Jim verloofd was….

In een nawoord vertelt Tom dat hij, net als zijn vader, weggegaan is. De wijde wereld in. Zijn zusje en moeder heeft hij onverzorgd achter gelaten.

De rol van Laura wordt ontwapenend ingevuld door Hélène Devos. Haar onvervalst vlaamse tongval zal hier een grote bijdrage aan hebben geleverd. Maar erg fraai allemaal. Zoals ze wezenloos haar glazen dierenbeeldjes zit te poetsen, heel apart! Ook hoe ze haar glazen eenhoorn offert aan Jim; echt heel mooi! Ik had nog niet van haar gehoord, maar Hélène Devos belooft veel voor de toekomst. Met haar ingetogen spel lijkt ze me ook een aanwinst voor de filmindustrie, dus wie weet…

Harm Duco Schut als Jim is een glamourboy. Een snelle jongen met snelle praatjes. Daarom begreep ik niet dat zijn personage uiteindelijk in de schoenenzaak terecht was gekomen. Een plek waar hij helemaal niet wil werken. Ik heb de toneeltekst niet tot mijn beschikking, maar kan het op de een of andere manier gewoon niet plaatsen. In mijn visie werkt een jongen die alles mee heeft, waar hij wil omdat hij bereikt wat hij wil. Qua werk zag ik dat zelfbewustzijn niet op het toneel maar wat betreft Laura wel: Hij wilde Laura inpalmen en hij deed dat ook. Ook al kreeg hij er later spijt van. De overgang van inpalmen en verleiden naar vertellen dat hij al verloofd was, vond ik betrekkelijk ongeloofwaardig. Dat ging van het ene moment op het andere moment. Aan de andere kant was zijn dans met Laura buitengewoon. Echt ontroerend om naar te kijken. Op beide momenten moet ik wel zeggen dat Hélène Devos de show stal. Toen Jim vertelde dat hij al verloofd was, vertrok Laura’s gezicht in absolute verbijstering.

Eelco Smits speelde de ontevreden Tom sober en goed. De onvervulde verlangens en -ambities waren voelbaar. Ook de liefde voor Laura. Dat hij haar uiteindelijk in de steek laat, kan je hem gewoon niet aanrekenen. Dat hij zijn zusje achterlaat is onvermijdelijk. Tom is in alle opzichten geloofwaardig hoewel hij juist uit zijn rol stapt omdat hij ook de verteller van het verhaal is. Een constructie van Williams die hier erg goed werkt.

Tenslotte Chris Nietvelt. De laatste keer dat ik haar zag, speelde ze in de postmodernistische versie van een toneelbewerking van een scenario van Ingmar Bergman. Daar pieste en poepte ze op het toneel en rolde ze door de blauwe verf. Daar was ik niet kapot van, toen. Dat in tegenstelling tot dit toneelstuk. Daaruit bleek dat ze met haar slanke (dunne?) lijf een toneelzwaargewicht is. Ietsje over de top, maar dat vraagt de rol van Amanda ook. Zonder meer draagt Amanda de voorstelling. Zij maakt het stuk licht en zwaar tegelijk. Dat is de kracht van Nietvelt: Geloofwaardig ondanks de wat overdreven bedilzucht.

Hoe voelt het om op de eerste rij te zitten? Dat is dus heel speciaal. Het geeft je het gevoel dat er een toneelstuk voor jou alleen wordt opgevoerd. Je kijkt niet tegen achterhoofden aan. Het contact met wat er op het toneel gebeurt is heel direct. Er zit geen enkele barrière tussen acteurs en mij.

Al met al echt een goede en leuke avond gehad met toneelspel op hoog niveau.