Tagarchief: Franeker

Je vergapen aan het planetarium van Eise Eisinga

Als je in Franeker bent – Frjensjer voor de lokale bevolking – dan moet je dat wereldberoemde planetarium wel bezoeken. Daar kan je gewoon niet omheen. En…wij waren in Franeker. Op de fiets vanuit ons vakantieadres in Harlingen. En toch, we waren niet voor dat planetarium speciaal naar Franeker gefietst; eigenlijk meer voor de tentoonstelling ‘Kibboets op de klei’ in het Martena museum. Daar kan ik echter niet zo heel veel over vertellen want die tentoonstelling was wel heel klein. Er ontstond meer een sfeertekening dan dat het informatie verschafte. Vond ik wel jammer, want er valt veel over te vertellen. Jongeren die het boerenvak willen leren om hun kennis in het beloofde land te gaan toepassen maar die grotendeels voortijdig verschrikkelijk akelig worden vermoord. Er werden wat foto’s getoond (die had ik al gezien) en er werd een film vertoond (en die kan je op youtube bekijken). Ik was een beetje teleurgesteld; ik had er meer van verwacht, denk ik. Dus bezochten we het planetarium.

Alleen de koffiekamer van het planetarium is al de moeite waard. Een koffie- en thee winkel en branderij waarvan men het interieur zoveel mogelijk in oude staat gelaten heeft. Maar dan het planetarium. Ik heb mijn ogen uitgekeken. Eise Eisinga, de man die het planetarium in zijn eigen woonkamer maakte, was wolkammer van beroep. Nou niet direct een beroep waar je een universitaire opleiding voor nodig hebt. Maar alleen voor het maken van het mechaniek moet je al bijzonder goed weten wat je doet. De omtrek van elk tandrad en de plaatsing van de tandjes vergt een enorme precisie. En kunde, natuurlijk, want dat soort dingen bereken je niet zomaar. Alles aangestuurd door slechts een klok met een slinger en gewichten. In het plafond van zijn huiskamer zaagde Eise Eisinga sleuven waardoor de planeten draaiden. Maar de baan die ze draaien zijn geen perfecte cirkels, maar ovalen. De planeten komen dan weer dichter bij elkaar te staan en dan weer verder van elkaar af. Precies zoals het in het ‘echt’ ook gaat.

Terwijl ik zo op de vliering van het planetarium het werkende mechaniek zat te bewonderen, bedacht ik me dat we het nu maar makkelijk hebben. Je kunt het nu eenvoudig programmeren, mijmerde ik. Er is een basisgegeven, de tijd, en vanaf dat punt kan je alle andere gegevens makkelijk berekenen. De eerste afleidingen waren best eenvoudig, leek me. Om de relatieve omloopsnelheid te berekenen ten opzichte van de aarde, moet je voor elke planeet een startwaarde berekenen en vervolgens per aardse seconde berekenen wat de seconde betekent voor de andere planeten. Neem bijvoorbeeld Mars. Een marsjaar duurt 687 dagen terwijl een aardejaar 365,25636 dagen duurt. Elk mars stapje in de tijd duurt dus 678/365,25636 maal langer dan een aarde stapje, bedacht ik… Maar toen had ik alleen nog maar de stapjes bedacht…Hoe zet je die stapjes op een cirkel…hoe zet je ze op een ovaal, hoe bereken je een startpositie van elke planeet ten opzichte van elkaar… Nee, echt niet eenvoudig. Eise Eisinga moet een kei in wiskunde zijn geweest. Ondertussen is het wel even het mooiste planetarium dat ik ooit gezien heb.

Op de vingers getikt

Het lijkt alsof de geschiedenis de tijd rijp achtte om me eens flink op de vingers te tikken. Alsof ik alle ellende van de tweede wereldoorlog zou kunnen vergeten. Men had mij enkele maanden geleden gevraagd wat ontwerpjes aan een security check te onderwerpen; of er niet per ongeluk antisemitische- of anderszins aanstootgevende symbolen in zaten. Die zaten er echt niet in; ik heb elk streepje en elk krulletje bestudeert, en dus werden de gecheckte foto’s opgehangen op de tentoonstelling ‘Kibboets op de klei’ in het Franeker Martena museum. Een goede gelegenheid voor geliefde J. en mij om die tentoonstelling te bezoeken en dus boekten wij een appartement in Harlingen zodat we op fietsafstand van Franeker verbleven. Geboekt via die beroemde site die ik hier uiteraard niet ga noemen want reclame maken voor nietsontziende kapitalisten, dat doet deze jongen niet (wel zijn beurs spekken, kennelijk). Een appartement in het Speijerhuis midden in het centrum van Harlingen.

Eergisteren kwamen we aan bij dit heerlijke appartement. Groot op de gevel een oude muurschildering: ‘De Gunst E.A Speijer Herenkleeding.’ In wat kennelijk vroeger de kledingzaak was, zag ik nu een verzekeringsondernemer. Op de derde verdieping bevond zich ons verblijf voor de komende dagen en op de overloop zag ik drie menora’s. Ongewoon. Maar de eigenaresse houdt van leuke spullen; dat viel meteen op; de menora’s pasten daar wel bij. Geliefde J. had iets gezien toen ze het pand betrad: Voor de deur een paar Storpelsteinen. Het bleek dat de familie Speijer – die een goedlopende kledingzaak in het centrum van Harlingen hadden – van joodse huize waren en om die reden tijdens de oorlog weggevoerd werden om in Sobibor te worden vermoord. De gemeente Harlingen houdt, samen met de bewoners, de herinnering aan de kleine joodse gemeenschap die hier ooit geweest is, levend. Dat ontroert mij. Ik vind dat fijn.

Stolpersteine voor de familie Steiner voor de deur naar ons appartement in Harlingen

Gisteren fietsten we naar Franeker. Fikse wind tegen. Zowel op de heen- als de terugtocht. Het Friese landschap is behoorlijk plat. We komen niet zo vaak in Friesland, en dat bleek betreurenswaardig want de schoonheid van het stadje Harlingen – waar we al behoorlijk lyrisch over waren – wordt overtroffen door de schoonheid van Franeker. Met open mond vol bewondering liepen we over de bruggetjes langs de gevels en de rijkversierde torens. Omdat wij geen kerk zomaar overslaan en de deur van de grote kerk openstond, liepen we daar naar binnen. Terwijl de kerk als gebouw het veertiende eeuwse behield, had men binnen een verfrissende modernisering toegepast; de kerk als gemeenschapshuis voor kunst, cultuur en spiritualiteit. Zo fungeerde de kerk, naast godshuis, als plek waar kunst te koop hing, hing er een voorproefje voor de wetenschapsweek ‘Next’ die komende week zou plaatsvinden en was er een tentoonstelling ingericht over componisten en de oorlog. Een zeer interessante tentoonstelling. De meeste componisten hadden een joodse achtergrond en overleefden de oorlog niet. Twee componisten bleven hangen, bij mij: Leo Smit en zijn leerling Dick Kattenburg. Van de laatste componist had ik onlangs een indrukwekkende compositie gehoord bij de herdenking op 11 november van de razzia Hollandia-Kattenburg. De componist was een telg van de familie die eigenaar was van de kledingfabriek in Amsterdam Noord waar mijn grootvader – die nooit mijn opa werd – werkte en werd opgepakt. Leo Smit werd vermoord in Sobibor. Dick Kattenburg werd elders, ergens in midden-Europa, vermoord. En dan was er nog de tentoonstelling in het Martena museum. Daarover wellicht later meer. Maar dat de geschiedenis mij hier in Friesland op de vingers tikt, dat moge duidelijk zijn!