Tagarchief: Covid

Door bijwerkingen heen worstelen

Zo, de spuit zit erin! AstraZeneca. Hoewel volgens lieden die het weten kunnen, de kans dat je sterft aan de bijwerkingen van het vaccin vergelijkbaar is met geraakt worden door de bliksem, was het toch even slikken. Ik ga bijvoorbeeld niet buiten lopen als het onweert en dat reduceert de kans om geraakt te worden nogal terwijl ik voor de vaccinatie vrijwillig mijn schouder ontblootte. Ik heb  besloten om er niet bij stil te staan; daarvoor wil ik te graag uit deze crisis en mijn oude leven terugkrijgen. Voor mij straks als ik het concertgebouw binnen wil geen sneltest want ik kan mijn vaccinatiebewijs laten zien. En die bijwerkingen, zo redeneerde ik, zullen vast wel meevallen. Zullen wel meevallen. Meevallen… Dit jaar had ik toch ook de griepprik gehaald (voor het eerst van mijn leven); geen centje pijn. In 2018 heb ik me laten vaccineren voor allerhande tropenkolder ziektes…niets van gevoeld of gemerkt…wat kan mij dus gebeuren?

Nou, dat AstraZeneca vaccin zette mijn lichaam uitzonderlijk zwaar aan het werk. Kennelijk is het nogal wat om antistoffen te ontwikkelen tegen het Covid-19 virus. Gisteren aan het begin van de avond voelde ik me een beetje…ach wat zal ik zeggen…lamlendig. Ik vroeg geliefde J. of ze er niet voor voelde om een maaltijd van elders aan te laten rukken. Maar geliefde J. is bezorgmaaltijden gaan haten dus moest ik wel aan de bak. Ging niet van harte, moet ik zeggen. Dat plekje waar de spuit mijn lichaam was binnengedrongen voelde wat gevoelig; dat was alles, dacht ik. Maar toen ik klaar was met de maaltijd bereiden begon ik het onverklaarbaar koud te krijgen. Om een lang verhaal kort te maken: Klappertandend van de koorts stapte ik gisteren mijn vriesbed in. Zelfs een warme kruik en een slaap t-shirt  – wat ik dus nooit aan heb – konden het klapperen van mijn tanden niet stoppen. Na een zeer onrustige nacht werd ik al vroeg wakker. De koorts was weg maar daarvoor in de plaats een zware hoofdpijn. Je moet er wel wat voor over hebben om immuun te raken…dat heb ik wel door.

Maar stel je toch eens voor…Doordat ik me heb laten vaccineren kunnen we straks weer gewoon naar een winkel. Gewoon even kijken of ze datgene hebben wat je niet echt nodig hebt en als ze dat niet hebben, misschien loop je dat wel tegen iets anders aan wat je zomaar spontaan koopt…of niet en dan loop je de winkel weer uit. Of naar een museum. Dat ik zomaar mijn fietstochtje kan eindigen in een museum en met open mond kan kijken naar de schoonheid van de wereld. Of het concertgebouw; concerten; genieten van echte muziek. Muziek die klinkt waar het gemaakt wordt zonder tussenkomst van elektronica. Of naar de opera of lekker naast elkaar zitten kijken naar een toneelstuk. Lekker uit eten met een zoon of geliefde J. Ja, dat wordt allemaal straks weer mogelijk. Dat kan allemaal straks weer doordat ik me door wat bijwerkingen heen heb geworsteld…

Adrenaline giert door ’s jongens aderen…

Het is koud buiten. Eigenlijk heb ik geen zin meer om naar buiten te gaan als het al donker is. Als ik begin met werken is het net licht geworden en als ik stop met werken is de zon al onder. Ik zou minstens een rondje moeten fietsen. Maar ik doe het niet. Dat is verschrikkelijk slecht voor me want dat betekent dat ik helemaal geen lichaamsbeweging meer heb. Maar het kan me niet schelen. Voor de vorm controleer ik dagelijks mijn glucosewaarden. Dankzij een sloot insuline hou ik de boel op pijl. Bijna alle pogingen om met een streng dieet de boel op orde te houden daar binnen in mijn lichaam, heb ik opgegeven. Geen zin in. De lol in mijn leven is eigenlijk wel voor een heel groot deel verdwenen. Het is somberheid troef. En ik geef het de regering te doen. We zitten in een serieuze crisis en welke maatregel kan je wel en welke maatregel kan je niet nemen? Ik sta niet voor dergelijke beslissingen…ik onderga ze. En het gaat me niet goed af, moet ik zeggen. Ik verlang zo verschrikkelijk naar leuke dingen! Thuiswerken de hele dag en ’s avonds kijken naar de rellen (die ik al helemaal niet wil) en horen dat de levering van alle vaccins moeizaam gaat…het gaat me allemaal niet in de koude kleren zitten. Dat je niet naar buiten wil, is één ding; dat je niet naar buiten mag, een ander… Het versterkt bij mij het gevoel dat ik opgesloten zit in mijn eigen somberte.

Goed, die avondklok. De regering heeft hem ingesteld. Iedereen voelde dat het een foute beslissing was. Bij deze beslissing had het ‘gevoel’ doorslaggevend moeten zijn en niet de wetenschappelijke onderbouwing, denk ik. Het is best gevaarlijk om over het leed van opgehokte jongens te praten en hun neiging om te rellen want dan zie je de commentaren al komen: ’Denk je dat meiden het minder zwaar hebben?’ Ik denk niet, ik constateer dat vooral jongens rellen en meisjes netjes thuis blijven. Ik denk dat het leed onder jongens tussen de vijftien en de vijfentwintig ongekend groot is. Kijk ik naar mezelf destijds in die periode van mijn leven, dan zou ik, vrees ik, onder de huidige omstandigheden, aan de rand van de complete waanzin staan. Eerlijk gezegd zou ik niet gaan rellen maar het meer op mezelf botvieren. De wereld zou er voor mij nog heel veel zwarter uitzien dan het nu voor mij is. Het idee dat ik niet meer lekker op stap kan, niet meer het leven vieren, geen mensen ontmoeten, niet meer kan genieten van alles wat het leven de moeite waard maakt…ik had het niet kunnen verdragen. Ik heb het er nu al moeilijk mee, laat staan toen ik achttien was.

Ik ben helemaal niet voor rellen, maar de avondklok is een absoluut verkeerde beslissing. Om zo’n maatregel te nemen moet de hele bevolking de urgentie kunnen voelen en dat gaat niet op rationele gronden. Sterker nog,; de infectiecijfers zien er juist gunstig uit… Pas als we zien dat mensen als ratten stikken omdat er niemand meer opgenomen kan worden…Als er ziekenauto’s in de rij staan die hun patiënten niet meer kwijt kunnen…Pas dan kan je gaan denken aan een avondklok.

Opheffen van de avondklok zal de rellen niet meer op laten houden, vrees ik; eindelijk giert de adrenaline weer eens door ’s jongens aderen; dat laat je je als jongen niet zo makkelijk meer afpakken.

Thuis is thuis en werk is werk.

Vandaag is het de laatste dag voor de vakantie. Een heel raar laatste half jaar op mijn werk. Het grootste deel heb ik thuis gewerkt. Ik ben geen thuiswerker van nature. Thuis is thuis en werk is werk. Als ik thuis ben wil ik me vrij kunnen voelen om te doen en te laten wat ik wil. Als ik een ‘thuis’ heb dan ben ik graag bereid om me tijdens mijn werkuren in de altijd weer boeiende wereld van de pensioenverzekeringen te storten. Werk en thuis wil ik eigenlijk niet door elkaar hebben lopen; gescheiden werelden. Maar door een akelig virus liep het de afgelopen maanden ineens heel anders en heb ik een kunstmatig onderscheid moeten ontwikkelen tussen werk en thuis. Dat is me in zekere zin gelukt. Maar uiteindelijk blijft het toch behelpen. Omdat het niet alleen míjn laatste dag is voor de vakantie maar ook de laatste dag van andere collegae, hebben we besloten om met z’n allen naar kantoor te komen in Rotterdam. Kunnen we toch nog even in den lijve elkaar ontmoeten en fijne vakantie wensen. Maar daarvoor moet deze Amsterdammer met de trein naar Rotterdam. Deze Amsterdammer is niet zo jong meer, niet zo dun meer en heeft problemen met zijn suikerhuishouding; precies het lichaam waar het Covid-virus erg gek op is. Precies het soort lichaam dat heel erg ziek wordt en soms overlijdt en ik wil nog niet dood. Dus dubben en peinzen en uiteindelijk toch maar besloten om thuis te blijven en het risico van de treinreis niet te nemen. Voelt ook wel een beetje laf nu het virus het land zo’n beetje verlaten heeft.

Ondertussen drizzelt er een druilerige miezerregen over het land. Toch is de temperatuur niet verkeerd. De balkondeur van mijn kamertje heb ik wagenwijd opengezet en laat ik me strelen door een streepje frisse lucht. Op mijn bureau mijn nieuwe laptop. Die heb ik gekocht om mijn thuiskantoor op orde te krijgen. Ik hoef nu alleen maar mijn laptop te wisselen voor de laptop van mijn werk en dan zit ik in de wereld van de pensioenen. Zonder afleiding, want ik kan niet tegelijkertijd ook nog bij mijn eigen laptop. Die staat namelijk uit en die laat ik UIT. Ik heb echt die afleiding moeten uitschakelen om goed te kunnen werken thuis.

Aan het eind van de dag heeft de manager een borrel georganiseerd. Ergens in een heel groot café waar we allemaal op anderhalve meter afstand van elkaar lekker kunnen kletsen en afscheid nemen en vieren dat we het, ondanks al dat thuiswerken, prima gedaan hebben. Dat we veel werk hebben verricht en dat niet alleen ik goed ben omgeschakeld, maar ook mijn collegae. Maar daar komt de oude mopperkont weer boven. Ik, dus. Deze Amsterdammer ziet in een lawaaierige ruimte op anderhalve meter wel lippen bewegen en hoort iets als: whoa, whoa, maar meer ook niet. Echte spraakklanken willen doorgaans niet meer goed binnenkomen zonder dat ik mijn oor heel dicht bij de sprekende mond breng… Ik ben zielig…denk ik.

Door de open balkondeuren heb ik zicht op de drie grote potten op ons balkon. Op een rijtje een olijven-, een kersen- en een pruimenboompje. Het pruimenboompje hangt vol bijna rijpe pruimpjes; dat boompje heeft het duidelijk naar zijn zin.

Het is bijna zover dat ik mijn thuis werkplek ga inruilen voor mijn werk werkplek. Voor mijn laatste dag. Ik heb eigenlijk alles af en alles al overgedragen. Wat mis ik de scheiding tussen thuis en werk! Als ik – zoals vandaag – de kans heb om weer helemaal ‘gewoon’ naar mijn  werk te gaan en mijn collega’s te ontmoeten en lekker samen te werken en praatjes over niets te hebben, dan ben ik te laf om met de trein te reizen.