Tagarchief: Chris Nietvelt

Judas – ITA geschreven door Robert Icke; mooi spel in een rammelend toneelstuk

Gezien op 22 april in de Stadsschouwburg van Amsterdam

Moet je een toneelstuk goed vinden als sommige acteurs en actrices de sterren van de hemel spelen? Nee, ik denk het niet. Hans Kesting speelde de sterren van de hemel in een stuk dat aan alle kanten rammelde. Ik denk dat dat de beste samenvatting is. We zagen heel goed het conflict waar de hoofdpersoon mee worstelde. Op zich maakte de toneeltekst – en dus wat er zich op het toneel afspeelde – dat wel geloofwaardig. Ik ken het verhaal rond de laatste dagen van Jezus best goed en ben wel redelijk thuis in de theorieën die de ronde doen en erg geïnteresseerd in de wetenschappelijke inzichten over dit verhaal. Als je op het passieverhaal een variant bedenkt, moet je heel goed weten waar je mee bezig bent als je het gaat opvoeren voor iemand die zojuist zowel de Johannes- als de Mattheuspassion gezien en gehoord heeft. Het toneelstuk ‘Judas’ vertelt het verhaal vanuit het perspectief van Judas. Voor mij de derde passie dit jaar; de Judas passion, maar dan niet van Bach, maar van Robert Icke. Niet op muziek, maar op een toneeltekst.

Het toneel biedt een troosteloze aanblik. We twijfelden tussen een verlaten abattoir of de wasruimte van een verlaten fabriek. Het blijkt een plek te zijn waar Jezus zich met zijn discipelen heeft verborgen nadat Johannes de Doper werd opgepakt en vermoord. Het zijn wrede tijden. We zien Judas en zijn vrouw in diepe rouw. Hun zoon is opgepakt en gekruisigd en overleden en het is Judas niet gelukt om het lichaam van hun zoon menswaardig te begraven. Het verdriet heeft ervoor gezorgd dat Judas steeds meer troost zoekt bij de prostituee Maria Magdalena. Dit doet het huwelijk van Judas met zijn vrouw Sarah geen goed. Judas had het lichaam van zijn zoon wel kunnen kopen van de Romeinen, maar op het moment dat die koop mogelijk was, gaf hij liever zijn geld aan Maria Magdalena voor wat seksuele verpozing.

In het huis waar de discipelen samen met Jezus zich verstoppen, wordt het steeds duidelijker dat na Johannes de Doper ook Jezus gezocht wordt. In plaats van de Jezus die bijna sereen zijn onvermijdelijke lot afwacht, zien we hier dat Jezus verscheurd wordt door angst en paniek. Ondertussen schrijven zijn discipelen alles op wat Jezus doet en zegt. Er ontstaat onder de discipelen, die allemaal een schuilnaam hebben, nogal wat weerstand als Maria Magdalena de voeten van Jezus zalft met dure olie en zijn voeten droogt met haar haar; het geld dat betaald werd voor die dure olie had beter besteed kunnen worden. Ondertussen is Judas op zoek naar meer geld. Dat vindt hij bij de hogepriester Kaiafas. Eigenlijk twijfelt Judas nogal over Jezus. Is hij de Messias? Als Jezus  een wonder kon laten gebeuren, dan zou hij er wel in kunnen geloven. Hoewel we op het toneel getuigen zijn van water die in wijn verandert, lijkt Judas dit wonder wel te zien, maar dringt het niet tot hem door. In een heuse laatste avondmaaltijd scene waarin brood en wijn wordt gedeeld, vertelt Jezus dat Judas hem zal verraden. Aldus geschiedt.

Volgt de toneeltekst het evangelie van Judas dat in de jaren zeventig van de vorige eeuw werd gevonden? Nee, dat is in mijn ogen niet zo. We zien zeker niet de meest trouwe discipel die weet en begrijpt waarom Jezus aan het kruis moet sterven. Judas twijfelt aan zijn geloof en aan Jezus. Dat Jezus de Messias is, spreekt helemaal niet vanzelf en Judas is zeker niet de meest trouwe discipel van Jezus. In het begin van het stuk zien we dat hij weer bij zijn vrouw woont en sterk twijfelt over of hij zich weer wil aansluiten bij de groep discipelen. Hij verraadt Jezus niet omdat dat de verlossing mogelijk maakt, maar omdat hij geld wil verdienen. Hoe anders is het in bijvoorbeeld ‘The last temptation of Christ’ van Martin Scorsese waarin Judas in weerwil van eeuwige verdoemenis toch die verradersrol op zich neemt!  Juist omdat hij gelooft in de missie van Jezus. Over de rol van Maria Magdalena zitten we al snel in onze maag met de rol die ze speelt in de roman ‘De Da Vinci code’ van Dan Brown. Brown gaat in zijn roman waarschijnlijk veel te ver, maar feit is wel dat ergens in de diepe middeleeuwen een ongunstig beeld geschapen is van Maria Magdalena. Drie afwijkende vrouwen (een vrouw die Jezus bevrijdt van zeven demonen, een overspelige vrouw en een vrouw die Jezus’ voeten zalft) en die Jezus op zijn pad tegenkomt, en waarvan verder geen naam genoemd wordt in de bijbel, werden samengevoegd en voorzien van de naam Maria Magdalena. Als ze wel met naam en toenaam genoemd wordt in de bijbel, is ze eigenlijk een trouwe bondgenoot en volger van Jezus. Juist dat middeleeuwse beeld van Maria Magdalena gebruikt Icke voor dit toneelstuk. Nog sterker (en onwaarschijnlijker) ze blijkt al het geld dat ze in de prostitutie verdient heeft, apart te hebben gelegd. Aan het eind van het verhaal geeft ze iedereen het geld weer terug, waardoor ze dus geen hoer meer is…mmmm, tsja….

Er blijven heel veel vragen open: Traditioneel heeft Jezus twaalf discipelen. In dit stuk zien we er maar een paar. Is dat een bewuste keus geweest of is dit ingegeven door het feit dat je niet zoveel acteurs op het toneel wil? De mensen rond Jezus hebben allemaal een schuilnaam en bestaan uit zowel mannen als vrouwen. Waarom is er wel een Luca, in plaats van Lucas, maar geen Petra of Johanna in plaats van Johannes en Petrus (terwijl zij ook door vrouwen gespeeld worden)? Is het logisch dat een man die zo verschrikkelijk rouwt om de dood van zijn zoon zoals Judas, liever zijn geld uitgeeft aan wat seksueel vertier dan aan een volwaardige begrafenis van zijn zoon? Ik vind van niet. Is het logisch dat een man wiens zoon aan het kruis de marteldood is gestorven, zijn meester uitlevert om datzelfde lot te ondergaan? Zeer twijfelachtig. Eén voor één vraag hij de discipelen ‘maar naar boven’ te gaan. Wat gaat hij daar doen? Het heeft een wat perverse associatie. Is dat de bedoeling?

Heb ik een slechte en vervelende avond gehad? Welnee. Het stuk rammelde behoorlijk, maar dat neemt niet weg dat ik me goed vermaakt heb. Natuurlijk met het fantastische spel van Hans Kesting als Judas en het spel van Chris Nietveld als zijn vrouw Sarah. Fijn om Hugo Koolschijn weer te zien spelen die sinds ik op de middelbare school zat, deel uitmaakt van elk gezelschap dat zijn thuishaven had in de Amsterdamse Stadsschouwburg. Jesse Mensah speelde de rol van Jezus. De man met de mooiste handen ooit, denk ik.

Glazen speelgoed – Tennessee Williams.

Glazen speelgoed – Tennessee Williams. Toneelgroep Amsterdam

Regie: Sam Gold

Gezien op 8 januari in de Stadsschouwburg

We waren al gewaarschuwd, maar toch was het even schrikken. We zaten op de vierde rij, en dat was nu de eerste rij geworden. Schuin boven ons een keukentafel met vier keukenstoelen er omheen. Als we het achterste gedeelte van het toneel wilden zien, dan moesten we onze nekken rekken en over de rand kijken. Op de al genoemde keukentafel plus stoelen na, was het toneel leeg. Keek je tegen de bakstenen aan de binnenkant van het theater aan. Dat geeft een hol gevoel.

Tom Wingfield, gespeeld door Eelco Smits, klimt het podium op. Het zaallicht is nog aan. In zijn arm een zeer ouderwets aandoende grammofoon. Hij presenteert zichzelf als verteller van het verhaal. Tegelijkertijd is hij de zoon en broer. Dan klimt moeder, Amanda Wingfield, met over haar schouder Laura Wingfield het podium op. Gespeeld door respectievelijk Chris Nietvelt en Hélène Devos. De stoelen zijn op één na, schuin boven mij, bezet. We leren de achtergrond kennen van de personages. Moeder was getrouwd, maar lang geleden nam haar man de benen. Tom werkt in het magazijn van een schoenenwinkel. Volkomen ongelukkig want hij wil de dichter worden die hij al is. Zijn moeder en zus zijn afhankelijk van zijn inkomen. De kreupele Laura volgt een cursus, denkt moeder, maar het blijkt dat ze er al lang geleden mee gestopt is. Ze was zo verlegen dat ze maagklachten had als ze naar haar les moest. Daarom ging ze niet meer en bracht ze haar tijd elders door. Zo kon ze voor moeder volhouden dat ze nog bezig was met de cursus; om moeders gevoelens te sparen. Maar Amanda ontdekt het, uiteraard, toch. De teleurstelling is enorm.

Amanda focust zich helemaal op haar in stil isolement levende dochter. Ze wil voor haar dochter toekomstig geluk. Daarom wil ze dat ze of trouwt, of carrière maakt. De carrière lijkt door Laura’s verlegenheid nu mislukt. Moeder gaat kijken of ze een huwelijk kan arrangeren. Ze vraagt aan Tom of hij geen leuke collega heeft die hij kan uitnodigen om bij hun te eten en zodoende kennis te maken met Laura. Tom nodigt zijn collega Jim o’Connor uit.

Laura, Tom en Jim hebben op dezelfde school gezeten. Jim was mateloos populair en over zijn toekomst was iedereen het eens; hij zou het ver schoppen. Alles wat hij in handen kreeg, veranderde in goud. Maar ook zijn carrière is vooralsnog niet van een leien dakje gegaan. Ook hij werkt ongewild in de schoenenzaak. Omdat Tom op school gedichten schreef, gaf Jim hem de bijnaam Shakespeare.

Laura realiseert zich dat Jim dé Jim is waar ze vroeger op school verliefd op is geweest. Van verlegenheid wil ze eigenlijk in een hoek kruipen en haar verzameling glazen dieren poetsen. Maar dan arriveert Jim, en ze maakt opnieuw kennis met hem. Jim verleidt Laura en op het moment dat ze gaat geloven dat het echt wat zou kunnen worden tussen haar en Jim, helpt hij haar uit de droom door te vertellen dat hij verloofd is. De val van Laura is enorm. De teleurstelling van Amanda uit ze in verwijten aan Tom. Hij had moeten weten dat Jim verloofd was….

In een nawoord vertelt Tom dat hij, net als zijn vader, weggegaan is. De wijde wereld in. Zijn zusje en moeder heeft hij onverzorgd achter gelaten.

De rol van Laura wordt ontwapenend ingevuld door Hélène Devos. Haar onvervalst vlaamse tongval zal hier een grote bijdrage aan hebben geleverd. Maar erg fraai allemaal. Zoals ze wezenloos haar glazen dierenbeeldjes zit te poetsen, heel apart! Ook hoe ze haar glazen eenhoorn offert aan Jim; echt heel mooi! Ik had nog niet van haar gehoord, maar Hélène Devos belooft veel voor de toekomst. Met haar ingetogen spel lijkt ze me ook een aanwinst voor de filmindustrie, dus wie weet…

Harm Duco Schut als Jim is een glamourboy. Een snelle jongen met snelle praatjes. Daarom begreep ik niet dat zijn personage uiteindelijk in de schoenenzaak terecht was gekomen. Een plek waar hij helemaal niet wil werken. Ik heb de toneeltekst niet tot mijn beschikking, maar kan het op de een of andere manier gewoon niet plaatsen. In mijn visie werkt een jongen die alles mee heeft, waar hij wil omdat hij bereikt wat hij wil. Qua werk zag ik dat zelfbewustzijn niet op het toneel maar wat betreft Laura wel: Hij wilde Laura inpalmen en hij deed dat ook. Ook al kreeg hij er later spijt van. De overgang van inpalmen en verleiden naar vertellen dat hij al verloofd was, vond ik betrekkelijk ongeloofwaardig. Dat ging van het ene moment op het andere moment. Aan de andere kant was zijn dans met Laura buitengewoon. Echt ontroerend om naar te kijken. Op beide momenten moet ik wel zeggen dat Hélène Devos de show stal. Toen Jim vertelde dat hij al verloofd was, vertrok Laura’s gezicht in absolute verbijstering.

Eelco Smits speelde de ontevreden Tom sober en goed. De onvervulde verlangens en -ambities waren voelbaar. Ook de liefde voor Laura. Dat hij haar uiteindelijk in de steek laat, kan je hem gewoon niet aanrekenen. Dat hij zijn zusje achterlaat is onvermijdelijk. Tom is in alle opzichten geloofwaardig hoewel hij juist uit zijn rol stapt omdat hij ook de verteller van het verhaal is. Een constructie van Williams die hier erg goed werkt.

Tenslotte Chris Nietvelt. De laatste keer dat ik haar zag, speelde ze in de postmodernistische versie van een toneelbewerking van een scenario van Ingmar Bergman. Daar pieste en poepte ze op het toneel en rolde ze door de blauwe verf. Daar was ik niet kapot van, toen. Dat in tegenstelling tot dit toneelstuk. Daaruit bleek dat ze met haar slanke (dunne?) lijf een toneelzwaargewicht is. Ietsje over de top, maar dat vraagt de rol van Amanda ook. Zonder meer draagt Amanda de voorstelling. Zij maakt het stuk licht en zwaar tegelijk. Dat is de kracht van Nietvelt: Geloofwaardig ondanks de wat overdreven bedilzucht.

Hoe voelt het om op de eerste rij te zitten? Dat is dus heel speciaal. Het geeft je het gevoel dat er een toneelstuk voor jou alleen wordt opgevoerd. Je kijkt niet tegen achterhoofden aan. Het contact met wat er op het toneel gebeurt is heel direct. Er zit geen enkele barrière tussen acteurs en mij.

Al met al echt een goede en leuke avond gehad met toneelspel op hoog niveau.