De Japanse cultuur is compleet anders dan de Nederlandse, dat heb ik wel gemerkt tijdens het lezen van ‘Lentetuin’ van Tomoka Shibasaki. De omgangsvormen tussen mensen zijn anders, de inrichting van de huizen is anders, de gerechten zijn anders. Menselijke gevoelens daarentegen, verschillen juist niet zoveel. Wel hoe je die gevoelens in een verhaal verwoord. Dat is misschien de reden dat ‘bloedeloos’ het eerste woord is dat bij me opkomt als ik aan deze roman denk. De manier waarop menselijke gevoelens beschreven worden en menselijk handelen verklaard, komen niet overeen met mijn referentiekader. Daar zal ik bij het bespreken van deze roman overheen moeten stappen. Een ander dingetje waar ik me niets van moet zien aan te trekken is dat ik de novelle niet in de oorspronkelijke taal kan lezen. Tussen de auteur en mij zit nog een vertaler. Nadat ik de roman slechts één keer gelezen heb is mijn oordeel dat het behoorlijk bloedeloos is. Om die reden probeer ik te achterhalen of ik wellicht de culturele aspecten niet goed begrijp of dat het bloedeloze juist de bedoeling van de roman is. Dat bloedeloze dat ik voelde kan heel goed ook de leegte zijn die de hoofdpersoon voelt om zich heen. Aan de andere kant zie ik de romanfiguur geen poging ondernemen om de leegte te vullen. Het is een dun boekje, maar je hebt het niet snel uit…
De hoofdpersoon is Taro. Na zijn scheiding heeft hij een appartement gevonden in een flat die binnenkort gesloopt gaat worden. De flats zijn al grotendeels leeg en hebben allemaal een naam van de Japanse dierenriem. Zo woont Taro op de begane grond in het appartement ‘Zwijn’. Voor het gemak geeft hij de bewoners de naam van de flat waarin ze wonen. Taro was tot aan zijn scheiding kapper en hij was manager van één van zijn schoonvaders kapperszaken. Hoewel hij er best mocht blijven werken, koos hij toch voor een breuk met zijn voormalige schoonfamilie. Zijn vader is overleden en gecremeerd. Zijn gecremeerde resten zijn deels bijgezet in een huisaltaar en gedeeltelijk is zijn as verstrooid. Om zijn as te kunnen verstrooien heeft hij resterende niet-veraste botjes met een vijzel moeten fijnstampen. De vijzel staat in zijn woonkamer als stille getuige. Vanuit zijn appartement heeft hij uitzicht op de woning van de huisbaas die sinds kort naar een verzorgingstehuis is verhuisd. Verder heeft hij zicht op een mysterieus blauw huis dat in ‘westerse’ stijl gebouwd is. Taro heeft een baan gevonden in iets als marketing; hij organiseert en maakt stands op beurzen.
Als de roman begint ziet Taro de buurvrouw van de eerste verdieping en het verst van hem vandaan woont – mevrouw Draak – op het balkon staan en ze lijkt ergens heel ingespannen naar te kijken. Hij komt erachter dat ze het mysterieuze hemelsblauwe huis aan het bekijken is. Hij komt met deze buurvrouw in contact. Ze heet Nishi, woont alleen en tekent voor haar beroep manga’s. Tijdens een etentje vertelt Nishi dat er in het blauwe huis een tijdgeleden een kunstenaarsstel heeft gewoond die een fotoboek hebben gemaakt van henzelf in het huis en dat boek heet ‘Lentetuin’. Nishi is in de ban van het huis en had het graag willen huren, maar het was te duur voor haar. Ze is vooral nieuwsgierig naar de badkamer met geelgroene tegels. Na het eten geeft ze Taro een exemplaar van het fotoboek. Als er een gezin met kinderen komt te wonen, weet Nishi op slinkse wijze het vertrouwen van de vrouw des huizes te winnen en een vriendschap aan te gaan met de kinderen. Inmiddels heeft de koorts die Nishi in haar greep heeft ook Taro besmet. Op een dag krijgt Taro van een ex-collega een hoeveelheid etenswaar opgestuurd waaronder een grote portie wolhandkrabben. Nishi stelt hem voor om het samen met haar ‘vrienden’ in het hemelsblauwe huis te gaan klaarmaken en op te eten. Ondertussen bedenkt ze een complotje om in de badkamer te kunnen komen. Het plan lukt niet op de manier die ze bedacht hebben, maar ze krijgen wel toegang tot de badkamer. Nishi is bijna extatisch, ondanks dat haar bloedende gezicht en armen vol splinters glas zit.
Veel is vrij onbegrijpelijk voor mij als westerling. Ik hou van boeken waar een zekere passie in zit; menselijke relaties. Dit boek is verstilling; Zen zou je kunnen zeggen, ondank alles wat er gebeurt. Zelfs in de passie van Nishi voor het door haar moeilijk te bereiken huis spreekt eerder verstilling dan passie.
Duidelijk is de rouw over zijn vader en de eenzaamheid van de hoofdpersoon. Zijn vader dronk veel en Taro had daar een afkeer van, maar dat zijn vader plotseling op jonge leeftijd zomaar overlijdt kan hij haast niet verwerken. De vijzel waarmee hij zijn vaders botten moest fijnstampen en waar in de naden nog sporen te vinden zijn van zijn vader heeft hij in zijn huis zichtbaar neergezet. Zijn huwelijk lijkt weinig passie te hebben gehad. Zijn ex-vrouw verweet hem zijn passiviteit en zijn onvermogen om het leven naar zijn hand te zetten. Hij woont nu in een flat waaruit de meeste bewoners al vertrokken zijn omdat hij binnenkort gesloopt gaat worden. Op de plek van de flat zullen luxeappartementen gebouwd worden. Binnenkort moeten ook Nishi en Taro verhuizen en raken ze het zicht op het hemelsblauwe huis kwijt. Het hemelsblauwe huis lijkt te staan voor passie, liefde en intermenselijke warmte. Het kunstenaarsstel dat het fotoboek ‘Lentetuin’ gemaakt heeft lijken ook hun onderlinge liefde te hebben gefotografeerd hoewel ze vlak nadat ze het huis verlieten, uit elkaar zijn gegaan.
Opmerkelijk in het boek zijn een paar perspectiefwisselingen. Hoewel Taro de hoofdpersoon is, vertelt Nishi tijdens de etentjes over wat haar bezighoudt en over haar verleden zodat het perspectief op zodanige manier bij haar komt te liggen dat je in verwarring raakt als lezer. Tegen het einde van de novelle komt er ineens een ‘ik-verteller’ in het verhaal. Het blijkt de oudere zus van Taro. Het ik-perspectief is altijd het sterkste perspectief en daarom denk ik dat de novelle uiteindelijk verteld wordt door de zus van Taro. Enkele bladzijden voor het einde van het boek draait het perspectief van de ik-figuur terug naar Taro.