Een beugel aanmeten

Op een dag had mijn moeder ineens het idee gekregen dat de schooltandarts, mevrouw De La Parra-Pool er een puinhoop van had gemaakt. Daarom zocht ze naar een betaalbare weg voor goede zorg. Dat vond ze bij de Vrije Universiteit. Onder leiding van knappe hoogleraren zouden briljante studenten onze tanden en kiezen gaan verzorgen. Zo gezegd, zo gedaan. Bij de VU in Buitenveldert werd al het haastwerk van onze vorige tandarts op een rustig tempo overgedaan. Een heel rustig tempo. In mijn herinnering moest ik een hele middag mijn mond openhouden. Voor elke nieuwe stap moest de voltooide stap worden gecontroleerd en vaak was het best lang wachten voordat de assistent kon komen controleren. En daar zat ik dan, als twaalfjarige, met mijn mond open, te wachten. Mond sluiten kon niet omdat er een speciaal soort stellage in mijn mond was gebouwd om het de student makkelijker te maken. De tijd in de tandartsstoel van de VU tikte langzaam weg. Heel langzaam.

Mijn tanden stonden ook nog ietsje naar voren. Daar konden ze ook wat aan doen, daar bij de VU. Een beugeltje zouden ze me aanmeten. Om een beugel te maken moesten ze een afdruk hebben van mijn gebit. Vooral het bovengebit was voor de briljante student (en ook voor de minder briljante student, trouwens) een kunst. Met veel misbaar werd er een papje aangemaakt. Daar werd een soort lepel mee gevuld die vervolgens op je tanden en kiezen werd gedrukt. Maar het papje liep over de lepel zo mijn keel in. Kokhalzend was het wachten geblazen totdat het papje stijf genoeg was geworden. Dan werd de lepel van mijn tanden getrokken en kon ik weer vrijelijk ademhalen. Maar die afdruk ging vaak mis. Dan moest het over. Toen ik het weer eens een keer zo verschrikkelijk benauwd had en ik niet kon braken omdat mijn keel vol zat met harder wordend afdrukspul, liepen de tranen over mijn wangen. De student bleef me maar aanmoedigen dat ik rustig moest blijven ademhalen…maar dat was godsonmogelijk. Toen hij de zooi uit mijn mond trok, was ik ervan overtuigd dat ik de afdruk van mijn huig zag. Met een mesje sneed de student dat martelstukje snel weg. Een trauma.

Het lijkt niets met dit trauma te maken te hebben, maar gisteren wilde ik iets laten doen aan mijn gesnurk. Inderdaad ik snurk. Josien heeft er meer last van dan ik. Samen met mijn geliefde in hetzelfde bed ’s ochtends wakker worden vind ik fantastisch en daarom wil ik graag iets aan mijn gesnurk doen. Josien verruilt tegenwoordig vaak ons bed halverwege de nacht voor het logeerbed. Ik vind dat helemaal niet fijn. Dus liet ik mij een snurkbeugel aanmeten. En ja…er was een afdrukje nodig van mijn gebit zodat de beugel precies op maat kon worden gemaakt. Ze mixte de klei met heel wat minder misbaar dan de studenten van toen. Ze vulde de lepel. Het zweet brak mij uit. Hoe kon ik voorkomen dat de klei een afdruk ging maken van mijn keelamandelen. Paniek sloeg toe. Ze drukte mijn tanden op de lepel in de klei. Alles verzette zich tegen die lepel maar ik moest het wel toelaten. En…er gebeurde helemaal niets. De lepel paste goed en er liep niets overheen en de afdruk was perfect. Godzijdank!

En nu maar hopen dat die beugel helpt!

Democratie

Overgebracht naar het kiesstelsel in Nederland, zou Trump nooit president geworden zijn. Het idee van ‘elke stem telt’ heeft in het Amerikaanse systeem geen enkele betekenis. Mensen die zeggen dat Amerika het meest democratische land van de wereld is, weten niet waar ze het over hebben. De basis van een democratie is dat elke stem evenveel waard is. Of je in noordoost Groningen woont of in Rotterdam; je stem is altijd evenveel waard. In Amerika is een stem in Noord-Dakota een factor x meer waard dan een stem in New York. Dat maakt de Amerikaanse verkiezingen per definitie ondemocratisch. Democratie is dat de meerderheid beslist. Maar dat hoeft niet persé een goed werkende democratie te zijn. Het kenmerk van een goed werkende democratie is dat de meerderheid weliswaar beslist, maar dat de minderheid wordt beschermd en gerespecteerd. Daarom regeert Erdogan in een niet-functionerende democratie. Hij is weliswaar gekozen door een meerderheid, maar hij schendt de rechten van minderheden. In zijn geval de Koerden. De wil van de meerderheid kan geen wet zijn als je daarmee de rechten van de minderheid schendt. Dat kan niet in een goed functionerende democratie. Op dit ogenblik is er in Amerika een president aan de macht die ondemocratisch is gekozen als president, want hij heeft nooit de meerderheid van de kiesgerechtigden achter zich gekregen. Bovendien is hij in rap tempo de goed functionerende democratie aan het omvormen naar een niet-functionerende democratie. Aan ‘minderheden’ lijkt hij zich niets gelegen te laten liggen. President Trump is daarmee een president die om verschillende redenen niet deugd. Aantoonbaar.

In de afgelopen dertig jaar zijn twee presidenten aan de macht gekomen die op democratische gronden nooit president hadden mogen worden: George W. Bush en Donald Trump. Bush was een ramp voor de wereld. Hij heeft ervoor gezorgd dat een deel van de wereld in een tranendal veranderde. Hij heeft IS geboren laten worden. Hij was niet alleen de verwekker van IS maar ook de kraamvrouw en de vroedvrouw in één. Een ramp voor de wereld. Wat mij betreft zou Bush voor een internationaal tribunaal gebracht moeten worden wegens het schenden van rechten. Mocht dat te vaag zijn dan in ieder geval voor het achterlaten van een chaos van jewelste.

Over Trump kan je na een week al heel wat zeggen. Hij regeert per idioot decreet. Hij doet wat hij een feitelijke minderheid heeft beloofd en schendt de rechten van minderheden. Hij toont ook geen enkel respect voor alles wat leeft op aarde behalve zichzelf. Een enge man. Hij heeft nog niet veel tijd gehad om de wereld verder in het verderf te storten, maar dat dat komen gaat, leidt geen twijfel. Ik zie het somber in.

Geert Wilders voelt wel voor Trumps aanpak, geloof ik. Ik heb het al vaker gezegd; het democratisch gehalte van Geert Wilders en de PVV is nul komma nul.

Mozart; Haffner & Linzer, C.Ph.E. Bach celloconcert nr. 3 in A. Nederlands Kamerorkest.

Gezien en gehoord op 28 januari 2017 in het Concertgebouw Amsterdam

De laatste keer dat ik kaartjes kocht voor het Nederlands KamerOrkest omdat ze een celloconcert van C.Ph.E. BACH gingen uitvoeren, werd een zeperd. Het zou uitgevoerd door een Russische, absolute meester celliste. Niet dat ik ooit van haar gehoord had, maar zoveel meestercellisten ken ik nou ook weer niet. In de verwachting dat ik een celliste a la Rostropovitsch zou gaan zien en horen, viel alles in het water. De celliste voerde, bij nader inzien, toch maar niet het celloconcert van zoon Bach uit. De smoes waarom ze het niet deed, kan ik me niet meer herinneren. Maar toen er een zeer oude dame het podium op schuifelde, kon ik me daar wel iets bij voorstellen. De cello moest door een ander gedragen worden. Toen ze haar eerste noten streek wist ik dat alles een tegenvaller zou worden. Wellicht had ze ooit, in het verleden, de lier bovenop het concertgebouw doen trillen van verrukking, maar nu niet meer. Niets bracht ze voort. Ze kon het gewoonweg niet. Als je je verheugd hebt op het celloconcert in A klein van C.P.E. Bach en je krijgt een reutelende oude dame voor je die er echt helemaal niets meer van terecht brengt dan ben je pas echt treurig. Want, de celloconcerten van zoon Bach behoren tot de mooiste celloconcerten die er ooit zijn geschreven. Ik durf dat zomaar te zeggen!

In de tijd dat drogisterij Het Kruidvat nog klassieke Cd’s verkocht, schafte ik me een cassette aan met celloconcerten. Daaronder ook de drie wonderschone concerten van C.Ph.E. Bach. Ik heb ze compleet grijsgedraaid. Voor mij waren deze concerten echt de ontdekking van de eeuw. De concerten zijn zo verschrikkelijk niet Johan Sebastiaan Bach dat ze toch weer tegen het werk van de oude meester aanschurken; ze lijken helemaal niet op het werk van Johan Sebastiaan, maar toch ook weer wel. Ik moet altijd aan de gamba’s denken in het 6e Brandenburgse concert. Ik ontwikkelde voorkeuren voor bepaalde delen. Het eerste deel van het concert in A klein is absoluut mijn favoriet. Van de langzame delen voel ik het meeste bij het Largo, con sordini, mesto uit het concert in A Groot. De diepe tragiek die daaruit spreekt…fantastisch. Gisteren kreeg ik niet dat fantastische eerste deel van het concert in A Klein, maar wel het concert met het mooiste langzame deel. Sietse-Jan Weijenberg kweet zich prima van zijn taak. Hij speelde het concert vol vuur. Het eerste deel ging wellicht wat te snel. De tonen werden niet helemaal uitgespeeld, vond ik. Maar dat maakte hij in het tweede deel weer helemaal goed. De toch al vrij lange solist was op een klein podiumpje gezet. Daardoor torende hij hoog boven het orkest uit. Ik had in zijn geval niet snel voor een podium gekozen. Het Nederlands KamerOrkest speelt zonder dirigent maar met een leidende concertmeester. Orkest, solist en concertmeester moeten optimaal met elkaar kunnen communiceren. In de communicatie ging niet veel mis, dat niet, maar doordat de solist zo hoog zat nam hij wat mij betreft een té aparte positie in.

Voorafgaand aan, en volgend op het celloconcert, een symfonie van Mozart. Ervoor de Haffner symfonie en erna de Linzer symfonie; de 35e en de 36e symfonie. Beiden geschreven toen hij absoluut op het hoogtepunt van zijn kunnen was gekomen. Hoewel…in hoeverre kan je daarvan spreken in het geval van de geniale Mozart. In elke noot hoor je het plezier dat hij gehad moet hebben toen hij de muziek componeerde. Heerlijke muziek die me meteen ook weer terugbrengt naar onze vakanties in Salzburg en Wenen. Salzburg dat helemaal in het teken staat van de beroemde telg. De Mozartkugeln schreeuwen je vanuit elke toeristenwinkel tegemoet. En dan het tot museum verbouwde geboortehuis van het muziekgenie. Twee keer ben ik er geweest; één keer met een ziek en brakend kind (dat was helemaal niet fijn) en één keer met Josien. We bekeken de vele portretten die zo verdomd weinig op elkaar leken; wat was nou het meest gelijkende portret van die beroemde Mozart?

De afgelopen jaren heb ik vooral opera’s van hem gezien en gehoord. Een lust voor elk zintuig. Bij zijn symfonieën had ik daarom misschien wel steeds het gevoel dat een zangstem zou invallen. Maar de symfonieën zijn op zichzelf al mooi genoeg. In de brochure het verhaal van de Linzer symfonie. Mozart kwam aan in de stad Linz en werd bij de stadspoort opgewacht door de bediende van graaf Thun. Eén van zijn vele bewonderaars. De bediende nam de Mozarts mee naar het paleis van de graaf waar ze konden logeren. De gastvrije graaf had toch minstens een nieuwe symfonie verwacht. Die had Mozart toen niet bij zich en daarom schreef hij ter plekke de Linzer symfonie. Een bijna ongeloofwaardig verhaal. Zulke complexe muziek zomaar even uit je mouw schudden.

Ik heb gisteren een heerlijke avond gehad. Twee fantastische Mozart symfonieën en een heerlijk celloconcert. Alles prachtig uitgevoerd!

Toch heb je de neiging om je dingen af te vragen over Bach en zijn zoon. De celloconcerten van Carel Philip Emanuel zijn echt mooi, maar verder staat hij toch echt in de schaduw van zijn beroemde vader, vinden we nu. Hoe zou hij dat ‘in de schaduw staan’ zelf hebben ervaren? Ik vraag me dat steeds weer af terwijl ik het antwoord al weet. Maar met de kennis die we nu hebben over de familie Bach is het gewoon moeilijk voor te stellen dat Bachs zonen in hun tijd absoluut heel veel beroemder waren dan hun vader.

Leve het leven!

Pas na het tellen van mijn zegeningen lukt het me om mijn kop weer boven water te krijgen als ik ’s ochtends wakker word. Op het ogenblik is het hopeloos. Ik begrijp niet waarom mijn werk zoveel invloed kan hebben op mijn leven. Juist op de momenten dat ik op mijn onschuldigst ben – als ik slaap – komt alle ellende op me af van de komende reorganisatie. Terwijl ik het al een keer heb meegemaakt. Ik heb het al twee keer meegemaakt. Maar nu raakt het me dieper. Het is lang van tevoren aangekondigd met als gevolg dat ik me inmiddels al maanden voel bungelen. Een ander verschil met vorige keren is dat men je het gevoel geeft dat je er iets aan kunt veranderen. Als je goed uit de bus komt tijdens een bepaald gesprek, dan zou je mogen blijven, anders vlieg je eruit. In vorige rondes, bij andere werkgevers vloog je er gewoon uit of niet. Klaar. Zonder dat je daar iets aan kon veranderen.

De hele bliksemse zooi landt tijdens mijn slaap bovenop me. Het boort zich een weg door mijn hoofd naar mijn maag en daar legt het zich als een baksteen neer. Gevolg is dat ik met hoofd- en maagpijn wakker wordt, en dat er een grote doem op mij drukt. Terwijl werk maar werk is en mijn vangnet uiteindelijk een zachtverend warm bed. Maar dat besef ik dus niet op het moment dat ik wakker word. Ik begin met het verdragen van de pijn en het verjagen van de doem. Dat kost zoveel energie!

Gelukkig is er nu de video van Lubach waarin Nederland wordt aangeprezen voor Trump. Heel erg sterk. Het maakt Lubachs drammerige, gelijkhebberige uitzending over inenten weer helemaal goed bij me. Ik heb de video alweer een paar keer bekeken. Echt heel erg leuk en heel erg origineel. Dat beurt me op. En dan denk ik aan mijn huis. We dreigen toch rond juni weer te mogen verhuizen naar ons eigen gerenoveerde en gerestaureerde huis. Ik heb gezien dat ze de eerste steigers rond de woningen verderop alweer weggehaald hebben; er gebeurt dus wat! Meteen staaltjes zeil opgevraagd en die zitten Josien en ik te vergelijken. Wat zou mooi staan in de slaapkamer? Ah, en Josien met haar nieuwe werk. Ze is enthousiast. Ze is weer druk bezig. Hoe zal ik die en die leerling aanpakken, wat werkt wel en wat werkt niet? Dan komt mijn middelste om samen lekker een hapje te gaan eten in de stad. Waar dan? In de sushi bar. En dan stap ik onder de douche en rij ik naar mijn werk en ga ik bezig met het automatiseren van de automatisering. Jazeker! En vandaag komen de worstpijpjes die ik besteld heb. Kan ik eindelijk wat sneller worst maken. Misschien kan ik als ik ontslagen wordt wel hotdogs verkopen van eigen gemaakte broodjes, worst en kimchee. Wie weet gaat dat wel als een tierelier verkopen! En dan pas voel ik me weer een beetje goed. Weggedrukt is de reorganisatie. Leve het leven!

Zelfs raciste Bernadette de Wit kan me er niet meer onder krijgen. Ik ga helemaal geen aandacht aan haar besteden. Ook crimineel Aydin C. die kleine meisjes chanteert en voor hem geile shows laat opvoeren (wat een jerk!!!) laat ik links liggen. Niet denken aan Syrië of IS. Nadenken over vluchtelingen, Gloria Wekker, Sunny Bergman, slavernij, racisme…NIET DOEN!!!

Ga naar je werk. Doe wat je doet en geniet van het leven!

Leve het leven!

De tietjes van een twaalfjarige…

Vandaag start het proces tegen Aydin C. Een man in wiens schoenen ik nimmer en nooit zou willen staan. Een meisje van vijftien heeft de ultieme wraak gevonden. Tegen hem. Ze pleegde zelfmoord en wees hem, vlak voor ze de hand aan zichzelf sloeg, aan als haar kwelgeest. Aydin C. had haar zo ver gedreven. Echt de ultieme wraak. Ik lees wat Aydin gedaan heeft en ik begrijp het niet. Het moet voortkomen uit de krochten van een verknipte ziel, denk ik. Rare lusten hebben zijn leven overgenomen, vermoed ik. Een soort van Jack de Ripper die het gewoon niet kon laten om vrouwen de buik open te snijden. Gek, heel gek. Hoe voelt zo’n man zich nu alles is uitgekomen. Zijn botte lusten liggen op straat en hij moet ervoor boeten ook. Wat een drama. Ik ben zo blij dat ik niet in zijn schoenen sta.

Ik hoorde een keertje een ervaren politieagent de zaken uitleggen. Hij vertelde dat je een publiek leven hebt. Dat is het gezicht dat je naar de maatschappij toont. Het is zoals je collega’s je kennen. Vaak een nette kerel; niets aan de hand; op en top een mens. Dan heb je ook een privéleven. Dat is het gezicht dat je binnen je gezin en naar je geliefden toont. Voor een heel groot deel op en top mens, maar er zit ook wat dierlijks bij. Je wilt stoeien met je zoontjes, knuffelen met je dochtertjes en vice versa. Vrijen en geile seks met je partner, hoort er net zo goed bij. Je wilt niet dat iedereen ziet dat je het doet en de details gaat niemand wat aan, maar je weet dat iedereen het wel zo’n beetje, ongeveer hetzelfde, doet.  Tenslotte heb je je verborgen leven. Dat is het gedeelte van jezelf dat alleen jij kent. Het is op zoek naar lust en lust alleen. Het deel van jezelf dat verlangt naar tweeënzeventig maagden met amandelvormige donkere ogen zo knap als de morgenstond die er uitsluitend zijn om jou te behagen en je lusten te bevredigen; je leven als één groot orgasme. Zoiets dus. De politieagent vertelde dat bij sommige mensen die aspecten van jezelf uit balans zijn geraakt; bij die mensen komen vooral dat verborgen leven naar de oppervlakte. Mensen die op brute wijze hun lusten bevredigen en zich door niets menselijks laten remmen. Ik denk dat die politieagent een juiste analyse maakte.

Ik kan me niets voorstellen bij wat die Aydin gedaan heeft. Hij zou meisjes van twaalf verleid hebben om hun borsten te laten zien. Daarvan zou hij foto’s gemaakt hebben die hij gebruikte als chantagemiddel voor verdergaande actie voor de webcam. Wat valt er te zien aan de tietjes van een meisje van twaalf? Een pre-puber waarbij het lichaam nog in balans moet komen. Te grote tanden in een te klein koppie. Te lange armen, te lange benen. Beginnende jeugdpuistjes. Vertederd trek je, als pappa, zo’n puber tegen je aan. Sjonge wat wordt ze al groot zeg je tegen haar mamma. Verder niets. Maar dat gold niet voor Aydin C. Hij werd kennelijk bloedgeil van de tietjes van een twaalfjarige. Arme hij. Meelijwekkend. Meelijwekkend, ware het niet dat hij er zoveel rottigheid mee uithaalde.

Schaamte. Ik zou me zo verschrikkelijk schamen dat ik niet meer zou weten hoe ik de wereld tegemoet zou moeten treden. Mijn hele lijf zou bestaan uit schaamte. Mijn partner zou ik niet meer onder ogen kunnen komen, mijn kinderen niet en mijn familie niet. Ik zou van de ene dag geen vrienden meer kunnen verdragen. Ik zou dood willen zijn. Morsdood. Mijn diepste lusten, dat wat ik aan niemand wil laten zien, dat ligt op straat. Te grabbel. De tietjes van een twaalfjarige…

Random-name-picker

Ik maakte zelden huiswerk op de middelbare school; dat zat gewoonweg niet in mijn aard. Naast school had ik eindeloos veel te doen want vertel me, als ik fanatiek mijn huiswerk ging maken, wanneer zou ik dan tijd hebben om uit het raam te staren of een plaatje te draaien een sigaretje te roken of lusteloos achter de verkeerde meid aan te sjokken (die het allang had aangelegd met een ander)?

Toen mijn jongens nog met vrolijke tegenzin in de schoolbanken zaten, werd mij regelmatig voor de voeten gegooid dat ik mazzel had gehad. Dat het nu allemaal heel veel moeilijker is geworden om je diploma te halen. Ik denk dat ze daar gelijk in hadden. Ik heb mazzel gehad. Niks geen profielen in mijn tijd. Engels en nederlands waren verplicht en de rest…God zegene de greep. Als het in totaal maar 6 vakken waren. Daar heb ik stevig van geprofiteerd met mijn XXL (extra, extra light) pakket. Huiswerk maken was niet echt nodig…Tenminste dat vond ik. Laten we er ook niet moeilijk over doen; ik haalde mijn diploma met twee vingers in mijn neus en huiswerk heb ik nooit gemaakt.

Ik wilde niet graag afgaan op school. Een beurt krijgen en dan met je mond vol tanden zitten, daar hield ik niet van. Daarom ontwikkelde ik me tot een wandelende beurt-calculator. Een meester in kansberekening en aftellen-en-alleen-dat-stukkie-kennen-berekenaar. Ik wist in de klas immer de plaats te vinden waar de kans dat je een beurt kreeg zo klein mogelijk was. Doorgaans slaagde ik erin om geheel ongezien, maar toch aanwezig, de les door te komen. Was onzichtbaarheid niet mogelijk, dan trad bij mij het tweede mechanisme in werking: Ik berekende wanneer ik de beurt kreeg. Daarop bereidde ik me dan tijdens de overhoring voor.  Het moet gezegd dat mijn leraren niet erg origineel waren in het kiezen van volgordes. Meestal ging men op het rijtje af en kon je zo bepalen dat je als nummer zeven aan de beurt kwam en dat je dan dus bijvoorbeeld de zevende zin moest vertalen…ik noem maar wat. Soms kreeg je de beurt alfabetisch-maar-dan-andersom. Een makkie voor de leraar met het namenlijstje voor zich, maar voor mij een hele klus om te berekenen wanneer voor mij de bijl viel. Na een dagje school was ik best moe van al dat rekenen.

Het minst vermoeiend was het voor mij als de leerkracht de vragen rechtstreeks de klas in slingerde en het de bedoeling was dat je je vinger op stak als je het antwoord wist. Gewoon een kwestie van niets doen; je vinger niet opsteken. Altijd was er wel een fanaticus die zo nodig het antwoord wilde geven…mijn zegen had’ie.

Maar dat systeem van de beurt geven en krijgen is ineens ouderwets, lees ik. Het heeft heel veel nadelen, vindt men. Het systeem moet op de schop. Onder de kop“’Vingers omhoog’, een kreet uit het verleden” staan in de Volkskrant van vandaag de laatste pedagogische inzichten. De luie leerling (zoals ik was) is vogelvrijverklaard. Een random-name-picker maakt elke rekensom overbodig. Een computerprogrammaatje kiest willekeurig wie de beurt krijgt; niemand heeft daar invloed op. Het wordt daarmee geheel onvoorspelbaar wie, wanneer de beurt krijgt. Een ramp voor mij. Wat ben ik blij dat ik mijn middelbareschooldiploma in mijn zak heb! Met een XXL-pakket. Kan me niets schelen!

Israël dood, iedereen dood.

Als er één plek op aarde is waar je op dit moment niet wil wonen, dan is het wel het Midden-Oosten. Er heersen wrede leiders en de landen worden geteisterd door oorlog en geweld. Democratie is er ver te zoeken. Overleven is het daar, louter overleven. Meningen zijn in beton gegoten en het doel is de vernietiging van de partij met een andere mening of…religie. Ik heb het over Egypte waar generaal Sisi met ijzeren vuist regeert. Waar honderden mensen onder het mom van terrorisme in de gevangenis belanden. Waar gemarteld wordt en verkracht. Ik heb het over Syrië dat zijn eigen bevolking bombardeert met alles wat dood en verderf zaait maar waar de andere partijen absoluut niet onderdoen in wreedheid en waanzin. Ik heb het over Irak waar godsdienstfanatici reguliere milities vormen die andersdenkenden te lijf gaan met van alles en nog wat. Ik heb het over Afghanistan waar geen enkel mens ooit een periode van vrede heeft gekend; hoogstens een periode van afgedwongen vrede. Ik zou in die regio op aarde niet willen wonen. Echt niet.

Met één uitzondering. Er is één klein landje in die regio waar ik wél zou willen wonen. Er is één democratische oase in een tirannieke woestijn. Er is één land waar je relatief veilig een mening mag hebben en die mening ook mag uitdragen. Er is in die regio maar één land met een functionerend parlement waarin de inwoners van het land ook ‘echt’ vertegenwoordigd zijn. Dat is Israël. Gek genoeg het meest uitgekotste landje dat er in deze regio ligt, maar desalniettemin een toonbeeld van stabiliteit, rust en vreedzaamheid. Dat dat land zo verschrikkelijk uitgekotst wordt is des te vreemder omdat ‘wij’ in Nederland dat land jarenlang als onze grootste vriend hebben beschouwd. Idealistische jongeren gingen van hier massaal naar Israël om daar het land te helpen opbouwen. Om daar van de woestijn weer vruchtbare grond te maken. Het woord ‘Kibboets’ stond voor ‘vrede op aarde’ en een betere wereld. Je was trots als je kon zeggen dat je een jaar in Israël had gewerkt.

Dat is helemaal weg. Israël is de duivel in eigen persoon geworden. De nederzettingen en de (ongelijke) strijd tegen de Palestijnen in geannexeerd gebied en de strijd tegen de Palestijnen in Gaza, wordt Israël mateloos zwaar aangerekend. Joodse mensen hier in Nederland worden zonder meer geassocieerd met Israël.

Ik ben blij dat mijn Auschwitz overlevende joodse omaatje allang dood is. Is er een internationaal complot tegen joden en tegen Israël? Ze wilde er eigenlijk niet in geloven, want ze was socialiste in hart en nieren, maar ze had het er soms wel over. Ik deed dat af als onzin, maar respecteerde wat ze zei, na alles wat ze had meegemaakt. Daarom was ze er stilletjes ook blij mee dat Israël een atoombom had. Enige wraak- en genoegdoeningsgevoelens waren haar niet vreemd; als Israël vernietigd werd, dan zou de hele wereld meegaan. Israël dood, iedereen dood.

(Ik lees net van ‘Wir sind das Volk’-Björn Höcke die het Holocaust monument weg wil hebben uit Berlijn. Ik ben zo blij dat mijn omaatje dat niet meer hoeft mee te maken…)

Mijn mooie fiets!

Josien en ik zijn een aantal jaren geleden naar Santiago de Compostela gefietst. Dat was het avontuur van ons leven. De leukste vakanties ooit. Het was behoorlijk afzien en doorbijten. Het is inmiddels al meer dan tien jaar geleden dat we de laatste etappe fietsten. Deze zomer zijn we terug geweest in Santiago. Nu met de auto. We zagen de honderden vermoeide pelgrims. Ook uitgelaten pelgrims. Als je zoiets volbracht hebt dan stroomt de energie door je lijf. Je hebt het gevoel dat je de hele wereld aan kunt.

Voordat Josien en ik die tocht begonnen, schaften we ons fietsen aan. Zo’n tocht is niet op een gewone stadsfiets te volbrengen. Je hebt daar een speciale fiets voor nodig met heel veel versnellingen. Josien kocht een nieuwe fiets. Ik een erg luxe tweedehandse. Een fantastische Gazelle Lausanne. Een hybride fiets, zoals men dat noemt. Geschikt om lange fietstochten te maken met veel bagage achterop. Ik was helemaal weg van mijn fiets. Fiets en Frits waren één, een beetje zoals man en paard. We zijn op die fietsen niet alleen naar Santiago gefietst, maar ook van Praag naar Amsterdam. We hebben er fietstochten mee gemaakt in de weekends en soms functioneerde mijn fiets als reservefiets.

Op een dag, toen mijn stadsfiets een lekke band had, gebruikte ik mijn Gazelle Lausanne hybride fiets als reservefiets. Alles was daardoor een beetje anders. Ik kwam moe uit mijn werk en ik moest eerst langs huis voordat ik nog wat boodschappen ging doen. Ik moest nodig dus haast, haast, haast. Je kent dat. Toen ik opgelucht mijn gade zoende, vertelde ze dat zij de boodschappen al gedaan had. ‘Mooi’, dacht ik en ging iets anders doen. De volgende dag realiseerde ik me dat ik mijn mooie fiets niet in de tuin had gezet (jongens wat mis ik op dit moment in onze wisselwoning onze tuin, maar dit terzijde). Bovendien kon ik nergens mijn fietssleutels vinden. Toen ik buitenkwam ontwaarde ik een lege plek waar gisteren nog mijn fiets had gestaan. Mijn mooie fiets! Ik heb niet gehuild want ik ben een kerel, maar getreurd heb ik wel.

Onze fietsen op de Karelspas in de Pyreneeën

Vandaag wilde ik naar de stad fietsen. Voor mij reed een man met een meisje van een jaar of vijf achterop en een meisje van een jaar of zeven op de stang. Op een zeer luxe fiets. Absoluut niet geschikt gemaakt om een kinderschare veilig te vervoeren. Hij stopte bij het eerste stoplicht en zag dat hij ternauwernood zijn fiets in evenwicht kon houden. Ik verbaasde me erover dat iemand zo weinig van zijn prinsesjes van dochters hield. Ik zou ze over-beschermen, maar hij helemaal dus niet. Bij het tweede stoplicht ging het echt mis. De hele fiets kantelde. Het hummeltje achterop zat ineens op straat en haar oudere zus kon wegspringen. Eigenlijk ging het maar net goed. Verontwaardigd hoorde ik de jongste zeggen: ‘Pappa ik was haast gevallen!’ De meisjes zagen er frisgewassen en goed verzorgd uit. Dat in tegenstelling tot hun pa. Had je me verteld dat hij een draaideurcrimineel was dan had ik het zo geloofd. En dat op zo’n mooie fiets!

Toen ik al ver in de stad was en die man met zijn onbeschermde meisjes al ver weg was, besefte ik dat ik iets gezien had… Een fiets… Een hele mooie fiets…. Een fiets die ik alweer een paar jaren kwijt was en waar ik zoveel herinneringen aan heb. Die ik zo graag weer terug wil. Het zou toch niet waar zijn? Die man reed toch niet op mijn fiets? Had ik nog een sleutel van het slot. Kon ik bewijzen dat die fiets mijn mooie fiets was? Nee dus. Misschien had ik er ook geen puf voor gehad om mijn fiets terug te eisen. Mijn fantastische fiets!

De Verleiders – Slikken en stikken

Gezien op 21 januari in theater Carré in Amsterdam

De Verleiders brengen een serieuze boodschap in een cabareteske sfeer. Een soort van onderzoeksjournalistiek waarvan met sketches en persoonlijke verhalen verslag gedaan wordt. Ik heb al eerder een voorstelling van de Verleiders gezien. Ook in Carré: Door de bank genomen. Dat was een aanklacht tegen het bankwezen. Slikken en stikken gaat over de gezondheidszorg. Daar valt veel over te zeggen en je kan er veel meningen over hebben. Maar welke mening verkondigde de Verleiders? Ik heb me gisterenavond in Carré prima vermaakt, daar niet van. Maar toch vraag ik me na die hele voorstelling af: Wat wilden De Verleiders nou precies. Hun analyse van de problemen is wel duidelijk, maar wat is de oplossing…

Dat er een voortdurende strijd woedt tussen burgers, overheid, verzekeraars, farmaceutische industrie en artsen is duidelijk. De kosten nemen explosief toe en het systeem lijkt vast te lopen. Kosten worden tegen de mogelijkheid van overleven aangehouden en dan wint het leven voortdurend. Ondanks dat we met grote snelheid op faillissement afkoersen, kunnen en willen we geen maathouden in het rekken van het leven. Dat is een dilemma waar we voor staan. We kunnen er niet mee omgaan en de voorstelling van de Verleiders kan er net zo goed niet mee overweg. Alle aspecten van de gezondheidszorg passeren de revue en uiteindelijk ontkomen we er niet aan om te concluderen dat het moeilijk is allemaal en dat er eigenlijk geen oplossing is. Behalve de farmaceutische industrie. Daar valt wel wat aan te doen. Daar worden kapitalen verdiend over de rug van de burger. Dat wordt stevig onder vuur genomen tijdens de voorstelling. Een prachtige rol van Victor Löw als Amerikaanse grootkapitalist die er voortdurend op uit is om zijn winst te maximaliseren en daarmee medicijnen voor een groot deel van de wereldbevolking onbereikbaar te maken. Voor ons in het rijke westen worden die medicijnen duur, heel duur en op termijn onbetaalbaar.

Onze zorgkosten stijgen inderdaad en tijdens de voorstelling worden we met de grafieken geconfronteerd. Vooral na de invoering van de marktwerking in de zorg toonden de grafieken een explosieve groei op het toneel. De grafiek ging zo stijl omhoog dat ik moeite had om het te geloven. Als de kosten naar aanleiding van nieuw beleid zo toenemen, dan verwacht ik daar heel erg veel discussie over in de politiek. Die discussie was er niet en dan ga ik twijfelen. En inderdaad, haal ik de cijfers erbij van het CBS, dan kloppen de grafieken van De Verleiders voor geen meter. Hun bewering dat de zorgkosten na de invoering van de Marktwerking in de zorg stijl omhoog zijn gegaan, klopt niet. Dat is een constante stijgende lijn die de laatste jaren juist wat vlakker is geworden. Bekijk je echter de zorgkosten in verhouding tot het BNP, dan zie je wel die stijgende lijn. Maar dat heeft vooral met het stagnerende BNP en dus de economische crisis in die jaren te maken. Extreme grafieken doen het goed tijdens de voorstelling, maar als die niet correct zijn, dan verzwakken ze de boodschap.

Neemt niet weg dat de farmaceutische industrie kapitalen verdiend door het kunstmatig hoog houden van de prijzen. Die industrie zorgt ervoor dat we steeds moeten kiezen tussen geld en het rekken van het leven. Dat we ons steeds moeten afvragen hoeveel een jaartje extra leven ons waard is en waaruit dan steevast het antwoord komt: Alles. Leven is een schaars goed en heeft een hoge prijs. Al dat kapitaal verdwijnt in de zakken van enkele grote industrieën. Hoewel daar veel waarheid in schuilt, heb ik toch ook twijfels. We moeten de farmaceutische industrie uiterst kritisch volgen en ze zullen zich heel snel moeten aanpassen aan de veranderende maatschappij; die pikt dergelijke kosten niet meer. Aan de andere kant voorziet deze industrie in een grote behoefte. De boodschap die we van De Verleiders kregen was dat de farmaceutische industrie onethische zakkenvullers zijn en dat de invoering van de marktwerking in de zorg verkeerd is geweest. (Hoewel dat laatste toch ook weer tijdens de voorstelling door Leopold Witte wordt bestreden).

Verder komt er veel aan bod. We worden met de dilemma’s geconfronteerd maar een oplossing geven, kunnen ze niet. Zorgkosten en vergrijzing. Zorgkosten en de betere preciezere diagnoses en bijbehorende medicatie. Zorgkosten en kinderkwalen. Zorgkosten en de markt. De Verleiders claimen dat de diagnostische gids voor de GGZ DSM5 vele malen dikker is dan de DSM4 om de farmaceutische industrie te spekken. Meer ziektes zouden meer medicijnen nodig maken. Ook hier vind ik ze uit de bocht schieten. Een dikkere diagnostische gids kan er net zo goed op wijzen dat ziektes beter te onderscheiden zijn door betere diagnoses. Bovendien worden er niet voor alle aandoeningen medicijnen voorgeschreven. Ik geloof wél in de integriteit van de samenstellers van de DSM5 gids en ik vind het veel te ver gaan om hen te beschuldigen van het leveren van hand- en spandiensten aan de pillenindustrie.

Viktor Löw zal ik me na deze voorstelling herinneren als de schreeuwende en op winst beluste bovenbaas van de farmaceutische industrie. Leopold Witte als de arts die van het ziekenhuis management niet de ruimte krijgt om op de door hem gewenste manier om te gaan met zijn patiënten. Tom de Ket en George van Houts als de drijvende krachten achter de voorstelling. Martijn Fischer zal ik voor me blijven zien als de wanhopige vader van een ADHD-dochter waarvan iedereen, behalve hijzelf, vindt dat het kind aan de Ritalin moet. Jammer dat het eind van het vertederende en mooie verhaal ongeloofwaardig was. Daardoor kon geen enkele conclusie worden getrokken.

Al met al een leuke avond. Er wordt wat met de feiten geknoeid en daardoor wordt de voorstelling niet overal even geloofwaardig. Ik vind dat als je gaat voor de feiten, die feiten ook waar moeten zijn. Dat is dus niet zo. Jammer!

Een beetje Congo in Nederland

Een week geleden stond er een artikel in de krant van Kiza Magendane dat me mateloos ergert. Ik vind dat hij zich als gast moet gedragen terwijl ik dat net zo goed niet vind. Dat wringt, dus. De man is vanuit een beroerd land gevlucht naar Nederland. Hier hebben we hem opgevangen. We hebben hem gevoed, gekleed en gehuisvest. We hebben hem onze taal geleerd en we hebben hem naar de universiteit laten gaan, zonder dat we daar iets voor terug vroegen. Zomaar. Omdat we hem een verschoppeling vonden en omdat wij vinden dat onze humane kant altijd prevaleert boven economische overwegingen. We hebben een open samenleving waar de vervolgden een plaatsje kunnen krijgen.

Als je eenmaal hier woont, dan vind ik dat je ook volledig mag deelnemen aan de maatschappij. (Daar wringt het dus bij mezelf.) Dan vind ik dat je ook politicus mag worden. Burgemeester van Rotterdam, desnoods. Waarom ergert die Kiza Magendane me dan zo? Ik denk dat hij Congolees denkt in Nederland en hoewel hij weggevlucht is van Congo, vindt hij dat je best stammenstrijd en etniciteit de Nederlandse politiek mag binnenhalen… hou ik niet van. DENK en de PVV doen dat. Ik bestrijd ze. Kiza Magendane doet dat; ik erger me.

Magendane vindt de verdeling die er gemaakt wordt tussen van oorsprong Nederlands (wit) en niet van oorsprong Nederlands (zwart) niet goed is. Negroïde mensen mist hij; de echte zwarte mens. Hoewel negroïde al een eufemisme is voor ‘neger’, vindt Magendane dat nog te ver gaan. Hij heeft het over Afro-Nederlanders. Dat Marokkanen net zo goed uit Afrika komen, lijkt hij niet te beseffen. Sterker nog, Magendane vindt dat Marokkanen en Turken door Nederlanders worden voorgetrokken boven…Afro-Nederlanders. Die uitspraak doet hij op grond van tellingen: Gezien het aantal Marokkanen en het aantal Turken in het parlement en het feit dat er geen negroïde mensen in het parlement zitten, worden negroïde mensen achtergesteld, volgens Magendane.

Magendane komt met Tofik Dibi en Khadija Arib op de proppen. Met een dedain van jewelste plaatst hij hen in één van zijn etnische hokjes. Wat mij betreft is de kracht van deze politici juist dat ze zich inzetten voor heel Nederland en helemaal niet voor hun etnische groep. Ze vertegenwoordigen niet de Marokkanen of de Turken, maar ze dragen een idee uit over hoe zij denken dat de samenleving moet worden ingericht. Op grond van dat idee zijn ze gekozen. Daarmee vertegenwoordigen ze Nederlanders die er net zo over denken. Die bijvoorbeeld vinden dat we binnengekomen vluchtelingen zo snel mogelijk moeten laten deelnemen aan de maatschappij zodat de problemen die we met de integratie van vluchtelingen in het verleden hadden, in de toekomst kunnen voorkomen. Dat is een visie die je in beleid wilt omzetten, Daarvoor heb je macht nodig en daarom stel je je verkiesbaar. Arib en Dibi zaten niet in het parlement vanwege hun etnische achtergrond of hun huidskleur; ze willen iets bijdragen aan de maatschappij…Hun visie realiseren.

Een visie is nou precies wat er ontbreekt bij Kiza Magendane; wat wil hij met Nederland? ‘Negroïde mensen moeten meer macht hebben’, vind ik geen visie die bij Nederland hoort. Een beetje Congo, lijkt me, waar etniciteit of stam bepalend is voor de macht die je kunt verwerven.