Tagarchief: passie

Een gepassioneerde muziekliefhebber

Als er één woord is dat bij mij tot verwarring leidt, dan is het wel ‘passie’. Ik heb er volkomen tegengestelde associaties bij. Aan de ene kant zie ik vooral hartstocht. Ik doe dingen graag met hartstocht; met passie. Als je iets met passie doet, dan ga je er helemaal voor. Dat is fijn! Dat is een betekenis die veel mensen omarmen. Onze grootste grutter geeft smakeloos en laf brood enigszins cachet door er een etiket ‘Liefde en passie’ op te plakken. Dat kopen de mensen graag. Passie is fijn om te voelen. Passie leidt tot een ongekend geluksgevoel dat binnenkomt via je zintuigen; het geeft kleur aan je leven. Het tegengestelde aan passie is saai en niet-betrokken. Wie wil er nu saai en niet-betrokken zijn? Mensen leven vol passie zelfs als dat niet zo is. Want als je eigenlijk een saai en doodgewoon leven leidt, dan maak je je zelf nog wijs dat het een leven vol passie is. Overigens, ik leidt een leven vol passie!

Die andere betekenis van passie heb ik jarenlang genegeerd. Ik kon dat gewoon niet rijmen met wat er gebeurde. Bach’s Mattheus Passion is mij met de paplepel ingegeven. Het begon allemaal in de zomervakantie van heel erg lang geleden. Wij gingen als gezin een week muziekmaken samen met veel andere gezinnen. Mijn moeder ging muziekspelen. Wij, als kinderen, werden vermaakt. Een week vol muziek en spelen buiten in de duinen. Daar hoorde ik voor het eerst ‘Erbarme dich’. Alsof ik opnieuw geboren werd. Zo voelde die muziek. Op mijn twaalfde durfde men het aan om mij mee te nemen naar een uitvoering van de Mattheus. Ik zat de drie uur op het puntje van mijn stoel en wilde geen noot missen. Zelfs niet toen mijn kleine jongenskontje echt begon te protesteren tegen het lange zitten. Dat woord Passion…ik vermoedde wel dat het iets met het woord Passie te maken had, maar dat negeerde ik omdat ik het lijdensverhaal van Jezus, Bach’s muziek en passie niet met elkaar kon rijmen.

Oké, zowel het lijdensverhaal van Jezus, als ‘hartstocht’ is dus allebei passie. Het moet maar.

Vanaf het moment ik in het concertgebouw mijn eerste Mattheus zat te beluisteren, kwam de ontkerkeling goed op gang. Hoe leger de kerken raakten, hoe voller de zalen zaten waar de Mattheus Passion werd opgevoerd. Een echte hype. Een welkome hype. Nu heeft elk gat zijn eigen Mattheus. En elke uitvoering is uitverkocht. De Mattheus heeft de rol van de kerk overgenomen. De paasdiensten die de lente aankondigden is vervangen door een uitvoering van Bachs meesterwerk.

Maar het bleef toch allemaal een beetje elitair. De zalen zitten wel vol, maar niet vol met iedereen. Grote groepen mensen hebben niets met Bachs muziek. Ze gunnen het zichzelf niet of ze zijn er niet gevoelig voor. Daarom bedacht de EO ‘The Passion’. Met populaire liedjes gezongen door populaire zangers en zangeressen wordt het lijdensverhaal van Jezus naverteld. De EO heeft er een happening van gemaakt met rechtstreekse uitzending op de televisie. Een binnenstad wordt er voor afgesloten en duizenden mensen staan langs de kant. Een waanzinnig succes! Het EO concept wordt nu overgenomen door andere landen. Het kerkelijke paasritueel dat ervoor zorgt dat we weer gezond en fris aan een nieuw groei-jaar beginnen, lijkt definitief overgenomen door muziek. Ik ben er blij mee! Ik ben een gepassioneerd muziekliefhebber!

Leusinks uitvoering kende ook een lichtpuntje

Maart en april is voor mij passie-tijd. Lente zonder passie gaat niet. Jezus moet lijden en sterven en dan kunnen we naar de tuin om groente te zaaien. Ik denk dat het zo in elkaar zit. Jezus moet lijden en sterven op de muziek van Johann Sebastiaan Bach. Dat kan echt niet anders. Het verhaal mag verteld zijn door Mattheus of Johannes, desnoods Lucas of Marcus, maar de muziek moet van Bach zijn. Als ik ga tellen hoe vaak ik de Johannes of de Mattheus in kerk of concertzaal heb gehoord, dan raak ik al snel het spoor bijster, maar neem van mij aan: Heel vaak. Ik ken de muziek dan ook uit mijn hoofd. Wat voor mij geldt, geldt voor vele anderen; dat weet ik zeker.

Afgelopen zondag ging ik voor de derde keer naar een Mattheus gedirigeerd door Pieter Jan Leusink. Eerst dirigeerde hij het Holland Boys Choir. Daarmee werd de Mattheus, op de sopraan partij na, in zijn geheel gezongen door mannen en jongens. Dat was een bijzondere uitvoering waar ik erg van genoten heb. Omdat ik best gelukkig was met die uitvoering, bestelde ik enkele jaren later weer kaartjes voor Leusinks uitvoering. Het jongenskoor bleek verleden tijd; Leusink werkte alleen nog met volwassenen.

Hoewel ik niet echt kapot was van de ‘volwassen’ uitvoering, maar nog steeds dacht aan zijn verdienstelijke uitvoering met het jongenskoor, had ik dit jaar opnieuw gekozen voor Leusink’s uitvoering. Maar helaas niets geen opgaande lijn. Dat had ik wel verwacht. Het is kommer en kwel geworden. Wat ik hoorde raakte kant nog wal. Een enkele aria haalde een aanvaardbaar niveau. Echt iets goeds heb ik nauwelijks gehoord. De evangelist werkte op de lachspieren met zijn lange uithalen, gefluister, gekras en absurde pauzes. Als je de Mattheus uitvoert, heb je minstens een goede evangelist nodig; hij is de helft van de tijd aan het woord! Robert Lutz: Als evangelist in de Mattheus Passion van Bach moet je zingen en niet acteren. Enne…als je voor een zaal staat moet je niet gaan acteren als je dat eigenlijk niet kunt. Een aanfluiting!

Leusink heeft een dirigeerstijl ontwikkelt die nogal merkwaardig oogt. Hij voert een soort swingende berendans op waarbij hij dweilbewegingen met zijn handen maakt. Erg onduidelijk. Ik hoef die bewegingen niet te begrijpen, maar de musici wel. Daar ging het regelmatig mis. Inzetten werden gemist. Een dirigent bepaalt tempo en timing. Vooral het tweede vioolconcert ging hopeloos verloren. Het tempo lag tien keer te hoog. Dat elke noot gespeeld werd lag aan de kwaliteit van de violiste maar zeker niet aan Leusink. Speel je dat concert te snel, dan gaat veel van de zeggingskracht verloren. Bij Leusink ging alles verloren, hoewel de violiste de eindstreep haalde….

Er was ook iets wat wel de toets der kritiek kon weerstaan. ‘Aus Liebe wil mein Heiland sterben’. Gezongen door  Olga Zinovieva. Zij liet Leusink voor wat hij was en ging een pact aan met de fluitiste. Beide een engelachtig uiterlijk. Jammer dat Zinovieva niet stilstond, maar verder was haar uitvoering van dit hemels stuk muziek echt goed. Kortom, Leusinks uitvoering kende ook een lichtpuntje.