Tagarchief: Marc Albrecht

Met de Mattheus begint de lente.

Elke jaar tijdens de Mattheus moet ik aan de mooiste uitvoering ooit denken. Lang geleden. In Naarden. Via toenmalig schoonzus C. hadden we kaartjes gekregen voor de uitvoering in de grote kerk. Dé uitvoering. Met Ton Koopmans en zijn orkest. Michael Chance zong de altpartij. Voor het eerst dat ik een man de altpartij hoorde zingen. Hoe lang geleden? Heel erg lang geleden. Volgens mij hadden J. en ik nog hele kleine jongetjes thuis en hadden we de jongetjes voor een dag mogen afleveren bij hun grootouders in Badhoevedorp. Die kleine jongetjes zijn al heel erg lang niet meer klein en wij hoeven met niets meer rekening te houden als we naar de Mattheus gaan. Maar die uitvoering in Naarden, dat was de mooiste die ik ooit gehoord heb. Zo mooi dat ik geen herinnering meer heb aan de harde kerkbanken… Daarom was de afgang een aantal jaren geleden zo enorm toen ik kaartjes had gekocht voor de Mattheus onder leiding van Koopman en hij de uitvoering uit bozigheid liet afzeggen en we daarvoor in de plaats – het concertgebouw moest toch wat – de slechtste uitvoering kregen die ik ooit gehoord heb. Sindsdien, zo heb ik met mezelf afgesproken, zal ik nooit meer kaartjes kopen voor een concert met Ton Koopman. Hoe mooi zijn uitvoeringen ook zijn; ik zal nooit meer een kaartje kopen; hij heeft het helemaal verpest bij mij.

Maar gelukkig blijken er ook andere orkesten en andere dirigenten te zijn die een Mattheus kunnen brengen. Gisterenavond heb ik dat ervaren. Het Nederlands Kamerorkest onder leiding van Marc Albrecht. Het orkest hoor ik regelmatig en de dirigent is ook geen vreemde voor me en hoewel orkest en dirigent onder dezelfde muziekkoepel zitten heb ik ze nog nooit samen gezien. Ik ken Marc Albrechts vooral als chef-dirigent van het Nederlands Philharmonisch Orkest met de grote symfonische werken. In ieder geval geen kamermuziek en zeker geen Mattheus Passion. Maar dat je voor barokmuziek specialisten nodig hebt bleek gisterenavond achterhaald; Marc Albrechts bracht een uitvoering die makkelijk in het rijtje past van die fantastische uitvoering zo verschrikkelijk lang geleden in Naarden. Is dit het einde van de originele uitvoeringspraktijk? Niks geen oorspronkelijke instrumenten meer. Niks geen zoeken meer naar de omvang van koor en orkest dat Bach tot zijn beschikking had, destijds. Niks geen proberen te reconstrueren hoe Bach zelf die Mattheuspassion gehoord en uitgevoerd moet hebben. Niets van dat alles. Puur de muziek nemen en daar het mooiste van maken. Dat deed Marc Albrechts dus gisteren. En daar slaagde hij ook in.

Wat viel mij in positieve zin op? De koralen, bijvoorbeeld. Doorgaans de wat saaiere stukken in het oratorium omdat ze dezelfde melodie hebben (veertien koralen lees ik in het uitstekende programmaboekje, Veertien want dat is de handtekening van Bach => (B=2 + A=1 + C=3 + H=8) = 14). Albrecht wist sommige van deze koralen zo’n kracht mee te geven dat de spanning in de zaal haast tastbaar werd. Die spanning werd doorgaans doorbroken door evangelist Padmore die, ondanks alle troost of verontwaardiging die het koraal opriep, door moest met het verhaal waarvan hij getuigde. Wat een stem! Was er ook een solist bij die negatief opviel? Nee, eigenlijk niet. Alt Helena Rasker kende ik al; zij moest het heiligste der heiligen (Erbarme dich) van de Mattheus vertolken en deed dat perfect.  Tegenwoordig heb ik meerder favoriete aria’s. ‘Aus liebe will mein Heiland sterben’ bijvoorbeeld. Hemelse muziek met fluiten en sopraan. De sopraan die, onder anderen, deze aria zong, leek nog maar nauwelijks droog achter d’r oren…in 2015 afgestudeerd en zomaar opgetrommeld om de zieke Sibylla Rubens te vervangen; Lucie Chartin. Wat een fantastische sopraan! Wat zong ze de genoemde aria mooi.

In de eerste van de twee tenoraria’s had ik het gevoel dat Kenneth Tarver wat kneep in de hoogte. In de tweede aria had ik daar weer helemaal geen last van en ontroerde hij me diep. Nee, iets negatiefs kan ik moeilijk vinden.

Wat een leuke traditie is die Mattheus toch in Nederland. Heel veel meer jongeren in de zaal dan tijdens welk willekeurig concert van het Nederlands Philharmonisch of het Nederlands Kamerorkest dan ook. Het is dan een stuk onrustiger in de zaal (niet alleen door het jongere publiek, vooral doordat de zaal afgeladen vol zit), maar dat neem ik voor lief. Regelmatig verliet iemand zachtjes – maar toch storend – de zaal en ik zag dat er veel gefluisterd werd. Normaal is elk geluid dus taboe… Aan de andere kant waren er hele stukken waar er alleen muziek was samen met de spanning die het opriep. Mooi! Heel erg mooi. De lente is begonnen!

Rachmaninoff, Strawinsky en Janáček; een fraaie seizoen opener

Gezien en gehoord op 15 september in het Concertgebouw.  Nederlands Philharmonisch olv Marc Albrecht en met Dejan Lazićop, piano.

In het foldertje dat we bij het concert kregen, staat een beetje besmuikt hoe het zit met Leoš Janáček en zijn succes als componist. Vanaf zijn lagereschooltijd was de man bezig met componeren en muziek maar pas op z’n tweeënzestigste kreeg hij succes toen hij op een heel andere manier ging componeren. Oorzaak van deze cesuur in zijn leven; de liefde. De man leerde op die leeftijd de tweeëndertigjaar jongere Kamila Stösslová kennen en was op slag verliefd. Een oude bok en een blaadje groen? Als bijna even oude bok vroeg ik me af of er niet meer aan de hand was dan enkel het feit dat Janáček op zijn oude dag een opwindende jonge vrouw tegenkwam. Als ik van mezelf uitga en bedenk hoe het is om met een vrouw samen te zijn die ongeveer van de leeftijd is van mijn kinderen, dan geeft me dat een raar gevoel. Niet helemaal prettig. Heus, seksueel waanzinnig aantrekkelijk, zo’n jonge vrouw, daar niet van, maar verder, nee. Ze zijn van de generatie mensen wiens luiers ik heb verschoond; die ik heb leren lopen en fietsen. Waarbij ik langs de lijn heb staan aanmoedigen. Met vrouwen van die leeftijd iets erotisch beginnen voelt niet goed. Vandaar misschien ook de ietwat afkeurende woorden in het programmafoldertje: ‘De oude Tsjech werd stapelverliefd op de…’ en ‘Waar haalde de jong-bejaarde ineens de energie vandaan?’ De schrijver van het foldertje, Alexander Klapwijk, heeft duidelijk zijn oordeel.

Olga, de jonggestorven dochter van Leoš Janáček

Kamila Stösslová; groen blaadje?

Ik ben in de biografie van Janáček gedoken en ik denk zijn grote liefde te begrijpen. De man wilde zijn dochter terug. Zijn verlangen naar zijn dochter was zo groot dat hij een verwarrende relatie kreeg met Kamila Stösslová. Janáček had heus wel erotische gevoelens voor d’r, maar hoofdzaak was dat hij in de jonge vrouw zijn jong overleden dochter terugzag. Niet dat ík het weet, maar dat denk ik als ik me in de componist inleef. De man was gek op zijn dochter. Samen bestudeerden ze de Russische volksmuziek. Net volwassen geworden werd ze ziek en overleed ze. De componist moet in een rouwcoma geraakt zijn. Ik zou in zijn plaats niet weten hoe ik uit zo’n put vol ellende moet komen. Gek zou ik worden. Je kind verliezen. En dan nog wel het kind waar je zoveel mee deelt. Dat overkwam Janáček. Kamila Stösslová moet de plaatsvervangende dochter geweest zijn. Omdat het niet zijn dochter was, kwamen er ook wat erotische gevoelens bij kijken. Als je Janáčeks nieuwe elan op latere leeftijd ziet in het licht van het terugvinden van zijn geliefde dochter in de persoon van Kamila Stösslová, dan is dat beetje oude-viezerik-vindt-blaadje-groen gedoe niet meer zo nodig. Maar…in het echt weet ik het natuurlijk allemaal net zo min.

Wat ik wel weet is dat, als je het programma van het concert van afgelopen zaterdag in het concertgebouw bekijkt, Janáček degene is van de drie componisten van de stukken die ten gehore werden gebracht, die het meeste experimenteerde met klank en melodie. Waar Strawinsky in zijn Vuurvogel, vooral in het ritme vernieuwing zocht, deed Janáček het met de klanken. Rachmaninoff en zijn tweede pianoconcert zijn wars van experimenten. Hij houdt lekker alles bij het oude en ook dat leverde prachtige muziek op.

Mijn immer beschonken pa was nogal een fan van het tweede pianoconcert van Rachmaninoff. Dat spectaculaire begin van het concert speelde hij na op de piano. Op het moment dat het orkest moest inzetten zong hij de orkestpartij. Wat was ik toen trots op hem en wat deed ik mijn best om die openingsakkoorden ook te vinden op de piano. Met Rachmaninoff ben ik redelijk opgegroeid en ik merkte dat ik nog steeds elk nootje wist te vinden in mijn hoofd. Daarom kan ik gerust zeggen dat Dejan Lazić het fantastisch uitvoerde.

Bij de Symfonietta van Leoš Janáček was er geen enkele herkenning. Ik kende het stuk niet. Daarom kon ik me blij laten verrassen. Ik herkende wel de klankkleuren van het Sluwe Vosje; de opera die ik een paar jaar geleden bij de Nationale Opera had gezien. Bij Janáček moet je opnieuw naar muziek leren luisteren. Rare klanken die als ze goed tot je doordringen, fantastisch klinken. Een beetje als rauwe oesters eten als je dat nog nooit gedaan hebt. Een rilling over je rug als je de zilte massa in je mond krijgt. Zo klinkt Janáček. In dit geval met heel veel trompetten. Prachtige muziek van een componist die net zijn jonggestorven dochter had teruggevonden in Kamila Stösslová en die hem troostte in zijn door dood en verderf geplaagde leven waaruit alle liefde verdwenen leek… (Of interpreteer ik het nu ook weer veel te veel…)

Tenslotte de Vuurvogel van Strawinsky. Ja. Prachtig. Wat kan ik er meer over zeggen? Behalve dat ik het publiek zag schrikken bij de eerste klap van de Helledans. Want in het concertgebouw komt die klap best stevig aan. Maar ik wist waar hij zat…dus zag ik hoe een groot deel van het publiek een hartverzakking kreeg. Mooie muziek die ik drie jaar geleden ook had gehoord bij het Nederlands Philharmonisch, maar toen samen met een film.

Ik heb heerlijk zitten genieten afgelopen zaterdagavond in het Concertgebouw; Een fraaie seizoen opener!

Muziek voor overleden meisjes.

Vioolconcert ‘Dem Andenken eines Engel’ van Alban Berg en de Negende Symfonie van Gustav Mahler, Uitgevoerd door het Nederlands Philharmonisch Orkest in het Concertgebouw op 10 juni 2017. Dirigent: Mark Albrecht;  Viool: Christian Tetzlaff

De Engel van Alban Berg en de dochter van Alma Mahler: Manon Gropius

In 1907 overleed de oudste dochter van Alma en Gustav Mahler. Hadden de Kindertotenlieder die Mahler in 1904 voltooide, het noodlot getart? Gustav Mahler was diep in de rouw toen hij zijn negende symfonie componeerde.Ook wist hij sinds enige tijd dat hij aan een levensbedreigende hartziekte leed en juist op dat moment verliep zijn huwelijk bovendien moeizaam. De achtergrond van de negende symfonie is tragisch. Gisteren werd deze symfonie uitgevoerd onder leiding Marc Albrecht. Deze symfonie werd voorafgegaan door het minstens zo tragische vioolconcert van Alban Berg. ‘Dem Andenken eines Engels’ kreeg het concert als titel en daarmee werd het opgedragen aan een andere dochter van Alma Mahler die toen net was overleden: Manon. Geen dochter van Gustav maar voortgekomen uit Alma’s huwelijk met architect Gropius. Een concert vol dood. De negende symfonie werd het laatste voltooide werk van Mahler; de tiende symfonie bleef onvoltooid. Het vioolconcert was het laatst voltooide werk van Berg want zijn opera Lulu bleef onvoltooid. Veel overeenkomsten tussen de werken die door het Nederlands Filharmonisch Orkest werden uitgevoerd maar ook veel verschillen. Hoewel…Ik vond de negende veel atonaler dan het meest werk van Mahler terwijl ik het vioolconcert van Berg weer veel minder atonaal vond dan al het andere werk dat ik van hem ken.

Met Wozzek en Lulu voor ogen, had ik het vioolconcert van Alban Berg niet vooraf beluisterd. Zijn twee opera’s kende ik. Het zijn fantastische opera’s waarbij je de muziek en de inhoud moet beleven. Ik kan de muziek niet loskoppelen van wat op het toneel gebeurd. Losgekoppeld bestaat de muziek uit nauwelijks thuis te brengen klanken waarin je al snel de weg kwijtraakt. Zie je tegelijkertijd wat er op het toneel gebeurd en kan je het verhaal volgen, dan krijgt de muziek een nieuwe dimensie. Op dat moment krijgt de muziek betekenis en past het naadloos bij het verhaal. Ik had gedacht dat het vioolconcert ongeveer vergelijkbaar was met de opera’s en daarom wachtte ik op de uitvoering van gisteren. Toen hoorde ik het concert voor het eerst. Maar gek genoeg was het vioolconcert niet precies wat ik ervan verwachtte. Ik hoorde soms zelfs harmonie. En…soms dacht ik ook melodie te horen. Ik hoorde het voor het eerst en raakte absoluut de weg niet kwijt. Echt een mooi vioolconcert.

Op de negende symfonie had ik me wel degelijk voorbereid, maar de uitvoering live in het concertgebouw is zo verschillend met het beluisteren van opgenomen muziek dat ik toch nog blij verrast werd. Vooral het laatste deel. Maar daar was de meesterhand van Marc Albrecht vast ook debet aan. Muziek als bijna-dood-ervaring. Het orkest ging het heel diep. Dood, dood en nog eens dood. Eindigend in een eindeloos diepe stilte. Iedereen hield zijn adem in. Het leek minuten te duren en iedereen respecteerde die stilte. Een groot dirigent gaat over de muziek maar ook over de stilte. Echt heel erg spannend. Heel erg mooi. Ik heb ervan genoten.

Heel erg opvallend is de opbouw van Mahler. Ik ken Mahler als groot vernieuwer in composities. Een heel erg eigen stijl, maar toch nog betrekkelijk ouderwets en traditioneel als je kijkt naar de harmonie en melodie. Juist omdat Mahler zo eigenzinnig is, maar tegelijkertijd ook zo gewoon vind ik het moeilijk om hem het begin van de modernistische muziek te vinden. Maar hij is het wel. De negende is precies die overgangssymfonie. Muziek bestaat vaak uit vraag en antwoord. Er wordt een muzikale vraag gesteld en die vraag wordt ook muzikaal beantwoord. Ik hoorde in de vraag vaak de traditionele Mahler muziek terwijl het antwoord iets nieuws is. Chaos zou je het kunnen noemen of atonaal. Niet zo atonaal als Wozzek van Berg, maar toch niet helemaal meer volgens de regels van de harmonie. Ik meende in de vragen zelfs wel melodielijnen te ontdekken die ik al uit andere symfonieën kende terwijl het antwoord dus in chaos atonaal verging. Fascinerend!

Ik vond het vioolconcert van Alban Berg en de negende van Mahler erg goed bij elkaar passen. Een concert op een mooie en warme lenteavond. Na het concert fietsten we in onze zomerkleren naar huis en genoten na van de muziek die eigenlijk niet na te zingen is. Het concert was sfeer en sfeer alleen. En de sfeer bleef hangen. Toch niet echt alleen maar dood. Ook het mooie leven. De inspiratiebron van de componist bracht ze wel over, maar voor mij was het mooie muziek en een mooi gevoel. Muziek voor overleden meisjes. Hoe actueel is het nu er een week geleden op nagenoeg dezelfde plaats twee veertienjarige meisjes doodgingen.

Roukens en Brahms – Het Nederlands Philharmonisch Orkest

Gehoord op 18 juni in het Concertgebouw in Amsterdam. Dirigent: Marc Albrecht

Gustav Mahler! Als de nieuwe seizoenbrochure uitkomt streep ik rücksichtslos alles van Mahler aan. Die gaan we sowieso bijwonen! In November de Kindertotenlieder en gisteren de Rückertlieder. Beide cycli gezongen door de Engelse zangeres Alice Coote. De Kindertotenlieder in november waren fantastisch, maar de nastoot van het concert verliep voor ons dramatisch. Het concert in november kreeg de titel ‘Mahler’s voorgevoel’; enige tijd na het componeren van de Kindertotenlieder overleed Mahler’s dochter. Maar ook voor ons had het concert een voorgevoel moeten zijn. Josien kletterde van haar fiets in de stromende reken en brak vijf ribben plus haar elleboog en revalideert tot op de dag van vandaag. Gisteren volgde, na de Kindertotenlieder, de tweede Mahler cyclus. De gedichten voor beide liederencycli zijn door Friedrich Rückert geschreven.

Als de mezzosopraan Alice Coote op het podium staat, dan staat er iemand. Ze heeft een enorme acte de présence. Bovendien een dito stem. Niets warmlopen of wennen aan de zaal, vanaf de eerste toon die haar keel verlaat trekt ze alles naar zich toe en staat ze er. Een prima eigenschap voor een zangeres. In de brochure wordt genoemd dat ze geschikt is voor barokopera. Dat kan zo zijn, maar ik denk dat ze zeker ook op haar plaats zou zijn in Wagner- of Strauss opera’s. Een dijk van een stem! Ik heb genoten. Wederom! Hoewel ik het eerste lied (Ich atmet’ einen Linden Duft) ietsje te sloom vond. Het tempo lag wat mij betreft net even ietsje te laag. Daardoor werd het wat stroperig. Maar dat werd weer ruimschoots goedgemaakt door de andere liederen. Apart wil ik nog noemen het laatste lied. Ich bin der Welt abhanden gekommen. Dat dringt door tot in de vezels van je wezen. Wat mooi. En zeker hoe het gisteren werd uitgevoerd. Zangeres en orkest vloeiden ineen. Maar toch bleef Alice Coote dominant op de voorgrond. Zo moet Mahler het hebben bedoeld!

Had Alice Coote een acte de présence op het podium, Joey Roukens heeft dat achter de tafel waaraan hij componeert. Roukens is geen podiumdier. Zelden iemand gezien die zo gestrest het applaus in ontvangst neemt. Ik kreeg haast medelijden met hem daar op het podium; hij wilde daar helemaal niet zijn. Terwijl hij het zeker verdiend had want zijn compositie Morphic Waves mocht er zijn. Ik heb met open mond geluisterd. Ik hoorde echt nieuwe klanken. Ik weet dat ‘prettige klanken’ niet direct een aanbeveling zijn voor een componist van hedendaagse muziek, maar zo was het wel. ‘Prettig’ in de zin van goed te volgen. Maar naast goed te volgen, was het gewoon goede muziek, mooie muziek, vernieuwende muziek. Ik hoorde wat invloeden van de minimal music van Glass, maar toch weer zo eigen, dat ik het er niet mee vergelijken kon. Vooral het eerste deel van steeds repeterende noten. Hoewel bij Roukens dat repeteren vooral vanuit het ritme kwam. De muziek ontwikkelde zich naar een lekkere swing. Invloeden van de popmuziek? Geen idee. Maar waar een componist uit de negentiende eeuw terugvalt op de dansen die hij kende (wals, mazurka, polka), zo valt een hedendaagse componist terug op de dansritmes van deze tijd. Gezien het feit dat Joey Roukens nog maar net de dertig is gepasseerd, verwacht ik nog veel moois! Morphic Waves belooft heel veel terwijl het op zichzelf al een belofte inlost. Wat moet het fantastisch zijn om een symfonieorkest op deze manier te kunnen besturen!

Tot slot speelde het Nederlands Philharmonisch Orkest de vierde symfonie van Johannes Brahms. Personlijk vind ik dat de makkelijkst te verteren symfonie die Brahms geschreven heeft. Het eerste deel loopt als een klaterend beekje door de bergen op een zonnige dag in de vakantie. Fris en helder. Geen moeilijke watervallen of stroomversnellingen. Prettig om tegen te komen want het water lest je dorst en het stromende heldere water brengt je in een heerlijk hypnotische roes. Nee, geen problemen bij het verteren van de vierde symfonie van Johannes Brahms. Een erg mooie afsluiting van het programma dat met Mahler en Roukens begon.

Josien en ik kwamen heelhuids na het concert thuis. Godzijdank!

Mahlers liefdesverklaring – Nederlands Philharmonisch Orkest

Gehoord op 2 april 2016 in het Concertgebouw Amsterdam

Natuurlijk gaat het wel om het Adagietto: Sehr Langsam. Natuurlijk! Een symfonie bestaat uit verschillende delen en alle delen zijn fantastisch, maar uiteindelijk draait het om dat adagietto! Dat ene deel. Het adagieto waarop de componist Aschenbach in Visconti’s Dood in Venetië achter de engelachtige jongen Tadzio aanloopt. Zwetend. Doodziek. En dan dat Adagietto. Onbeschrijflijk mooi. Vaak hoor je het, maar vervelen gaat het nooit. Ook gisterenavond niet. In het concertgebouw met het Nederlands Philharmonisch Orkest. Tussen de delen van de vijfde van Mahler nam dirigent Marc Albrecht ruim de tijd. Mensen konden even op adem komen en de emoties eruit kuchen. Maar toen dus dat adagietto. Terwijl de harp de eerste maten speelde, voelde je de zaal ontspannen. Alsof de grote zaal van het concertgebouw een levend organisme was. De wereld kwam tot rust. Mensen in de zaal vergaten hun verkoudheid, vergaten hun rauwe keel of de kriebel. Doodse stilte. Alleen maar muziek. De zachtlopende melodie. Dan weer naar een crescendo. Een aangekondigd crescendo. Dan zakt het weer terug naar de oorsprong. Pure schoonheid. Adembenemend mooi.

Dood in Venetie en het Adagietto: Sehr Langsam

Mocht het verhaal kloppen, dan moet Alma de gelukkigste vrouw op Aarde zijn geweest. Als het waar is dat Mahler haar met dit adagietto zijn liefde verklaarde, dan moet dat alles vergoelijkt hebben. Haar verleden en haar toekomst. Haar gemankeerde huwelijk met Mahler valt in het niet tegen dit hemelse cadeau. Het moet alles waard geweest zijn. Denk ik. Ik denk dat het nooit makkelijk is om met een genie te leven. Zeker niet als je zelf zo talentvol bent dat je het genie kunt herkennen. En dat was Alma Mahler. Ze componeerde ook. Verdienstelijk en talentvol. Ik heb een deel van haar liederen gehoord. Dat kan niet anders dan in het niet vallen bij het werk van haar echtgenoot.

Toen het adietto uit Mahlers vijfde de grote zaal van het concertgebouw in vloeide, hadden we al een hele weg afgelegd. Het was begonnen met Quirine Viersen. Met het celloconcert Tout un monde lointain van Dutelleux. Een moeilijk concert met moeilijk te volgen melodielijnen. Het fantastisch sonore geluid uit de cello van Viersen was de boei waarnaar we ons konden richten. Maar moeilijk te volgen was het zeker. Uit voorzorg had ik het concert een paar keer beluisterd (leve de on-line diensten van tegenwoordig!) maar zelfs dat hielp niet voldoende. Het voorkwam niet dat ik soms verdwaalde in de geluidsgolven. Ik deed mijn best. Quirine Viersen heeft met mij geen geluk; ik weet dat het een fantastisch celliste is, maar altijd is er wel iets dat het moeilijk maakt om dat te horen. De laatste keer dat ik haar hoorde verdronk het concert dat ze gaf in de wanhopige akoestiek van de Beurs van Berlage. Het celloconcert van Dvorak ging verloren in de onverwachte resonanties van de beurszaal. Een dramatisch concert met het toen net opgerichte (en nu alweer verdwenen) Amsterdam Symphony Orchestra.

Bij het celloconcert van Dutelleux raakte ik regelmatig het spoor bijster, maar daar waar ik het pad toch weer gevonden had klonken de wonderschone klanken van de cello die door Quirine Viersen bespeeld werd.

Daarna dus de vijfde van Mahler. Een symfonie van Mahler is een avontuur dat je aangaat; een reis die je maakt. Een heerlijk avontuur; een prachtige reis Ik geniet er met volle teugen van. Ook gisterenavond. Hoewel Mark Albrecht soms dingen deed die ik nooit eerder had gehoord waardoor ik soms wat afgeleid raakte, was het echt een geslaagde reis. Zo viel het me op dat hij de eerste twee delen langzamer liet spelen dan ik doorgaans hoor. Soms werd het ook wat rommelig. Dat had te maken met Mahlers componeerstijl die Albrecht op een bepaalde manier interpreteerde. Wat mij opvalt bij Mahler is dat hij vaak een hoofdmelodie schrijft waarop, als het ware, een tegenmelodie op de achtergrond kritiek levert. Deze twee melodieën gaan tegen elkaar in maar omdat je een dominante hoofdmelodie en een bescheiden tegenmelodie hebt, blijft de harmonie in stand. Die tegenmelodie moet op de achtergrond blijven in mijn opvatting. Soms wisselden bij Albrecht deze twee melodieën stuivertje; dan was de hoofdmelodie niet dominant genoeg en voelde het rommelig. Maar al met al was het een heerlijke uitvoering. Met een heldere trompet die met zijn zuivere toon vooropging. Alweer een heerlijke avond gehad!

De bloemen voor de dirigent…daar wil ik nog wat over zeggen. Marc Albrecht krijgt na afloop altijd een bos bloemen. Steevast geeft hij deze bloemen weg. Hij kijkt (zo denk ik dat het gaat, dus) het kringetje rond. Eerste violen, celli, altviolen en tweede violen. Het mooiste meisje…krijgt de bloemen. Als man zou ik precies dezelfde neiging hebben. Zeker onder stress. Aan wie, aan wie…dat lekkere ding. Zo gaan dat gewoon. Maar….als buitenstaander en als stuurman aan de wal, had ik in dit geval voor de harpiste gekozen. Moet je je wel een weg dwars door het orkest banen, maar zij had het verdiend. Zij heeft de zaal het meest ontroerd met haar spel; weet ik zeker!

Nederlands Philharmonisch Orkest – Mahlers voorgevoel

Gehoord en gezien op 14 november 2015

Dat was dus een fantastisch concert met een afgrijselijke afloop. De afloop had niets met het concert te maken, dus moet ik het hier buiten beschouwing laten. Hier dus niets over de stromende regen, de smak van Josien tegen het plaveisel, het wachten op de ziekenauto liggend in de regen op het fietspad, de uren op de eerste hulp. Toch blijft het onlosmakelijk verbonden met dit concert. Het voorgevoel van Mahler bleek ook voor ons onheilspellend. Maar Josien zal herstellen en daarna zullen we tientallen andere concerten bezoeken; samen.

Voorafgaand aan het concert nam Marc Albrecht het woord. Een indrukwekkende toespraak naar aanleiding van de aanslagen in Parijs de dag ervoor. Daarna een minuut stilte voor de slachtoffers. Indrukwekkend!

Het concert begon met hedendaagse muziek van Peter Ružička. Een concert met erg veel slagwerk. Ik heb daar van alles in gehoord. Delen waren erg spannend, dissonanten schuurden. Soms keihard dan weer heel subtiel; ook in het slagwerk. Het laatste stuk van de compositie had de componist echter niet veel meer te vertellen, viel me op. Hij bleef doorgaan met een afwisseling van heel zachte muziek en dan een paar stevige knallers van de complete slagwerkgroep. Ik merkte dat ik het toen wel echt gezien en gehoord had. Een tijdlang bleven de violen hangen in een heel hoog gepiep. Dat werkte akelig op mijn voortanden. Maar al met al een spannend en boeiend stuk. Toen de componist na afloop op het podium kwam heb ik hartgrondig voor hem geapplaudisseerd, ik vond het een bijzonder stuk en de dreiging die ervan uitging, voelde ik ook wel.

Daarna de Kindertotenlieder. Ik zou dat nooit gecomponeerd hebben als ik er het talent voor had gehad. Om de dood van kinderen moet je een eind heenlopen, vind ik, niet aan denken, niets mee doen. De angst voor het overlijden van je kinderen is erger dan de angst voor je eigen dood. Toch waagde Mahler het noodlot te tarten en zette de gedichten van Rὒckert op muziek. Erg mooie muziek.

Alice Coote zong ze. Ze kwam op in verrassend eenvoudige kleren. Geen design jurk met een onhandige sleep, geen hakjes waarmee je de kans loopt van de concertgebouwtrap te storten. Nee, gewoon in een broek. Heel bijzonder. Zelfs Alice Coote leek het moeilijk te hebben met het eerste lied. Het valt mij op dat heel vaak het eerste lied van een liederencyclus wat in het water valt. Voor mijn gevoel heeft dat te maken met de zenuwen. Een zangeres of zanger lijkt één lied nodig te hebben om haar zenuwen te overwinnen. Daarna is men in staat om het gevecht aan te gaan met de muziek en de kunst. Dat gevecht brengt de kunstenaar op het niveau waarin het sublieme ontstaat; waarbij de zanger(es) verbinding legt tussen de kunst en het publiek. Dat zag en hoorde ik gebeuren in de liederen die volgde op dat eerste lied. Erg fraai.

Het getarte noodlot lied het er trouwens niet bij zitten; het nam het leven van één van Mahler’s dochters…

Tenslotte de vierde symfonie van Schubert. De componist was negentien jaar toen hij dit stuk schreef. Ongelofelijk! Mijn kinderen waren nog echt kind toen ze negentien waren. Ik heb geprobeerd te horen of ik die onvolwassenheid kon vinden, maar dat kan niet; het is een absoluut volwassen stuk. Een symfonie op een hoog niveau. Niets negentienjarigs aan. Het eerste thema van het derde deel spreekt mij niet echt aan. Dit heeft niets met de leeftijd van de componist te maken, maar is wellicht een kwestie van smaak.

De vierde symfonie van Schubert werd prachtig gespeeld en wat dat betreft heb ik een heerlijk concert gehad.

Goed…toen gingen we weer naar huis. Door de stromende regen… zie het begin van mijn recensie. En nu ben ik eventjes een man alleen thuis en heb ik een onthande partner in het ziekenhuis…