Tagarchief: feminisme

Het onderwijs en lastige jongetjes

SIRE heeft een filmpje uitgebracht dat nogal veel teweegbrengt. Het gaat over jongens. In het filmpje wordt gesteld dat jongens zich anders ontwikkelen dan meisjes en dat het daarom noodzakelijk is dat ze op een andere manier opgevoed moeten worden. Meer zelf ontdekken, meer avontuur, meer kattenkwaad, meer stoeien, meer experimenteren. Ze zouden daar de ruimte voor moeten krijgen. Het filmpje is een reclamefilmpje en een reclamefilmpje brengt, als het een goed filmpje is, in korte tijd een duidelijke boodschap over. Dus zien we twee jochies die hun scheet aansteken en jongens die ravotten en jongens die wild zijn. We zien lastige jongetjes.

Als ex-opvoeder van drie jongens kan ik het beamen dat het niet zo goed gaat met de jongetjes in het onderwijs. Mijn mannen hadden het best zwaar op lagere- en middelbare school. Over de hele linie zie je dat jongetjes het slechter doen binnen het onderwijs. Zonder dat je kunt zeggen dat meisjes zoveel slimmer zijn dan jongens, is de instroom van meisjes in het hoger onderwijs groter dan die van jongens. Topfuncties in bedrijfsleven of het hoger onderwijs worden nog steeds gedomineerd door mannen. Maar dat is een kwestie van tijd. In het bedrijfsleven zie ik heel veel managementfuncties ingevuld worden door jonge vrouwen. Veel meer dan door mannen. Dat betekent dat vrouwen over een tijdje veel meer kans hebben om door te dringen tot het hogere management. Zo’n zelfde beweging zie ik in het hoger onderwijs. In mijn ogen is het een kwestie van tijd en dat dan het hogere segment gedomineerd wordt door vrouwen. Is dat erg? Ja, dat vind ik erg, want ik wil graag dat mannen en vrouwen dezelfde kansen hebben en dat de machtsposities evenwichtig verdeeld zijn over de seksen. Ik denk dat mannen en vrouwen ietsje anders in elkaar zitten; dat ze de wereld – statistisch gezien – op een iets andere manier benaderen en andere talenten hebben. Statistisch, omdat de verschillen in de grote aantallen pas gaan opvallen. Ik denk dat onze maatschappij er wel bij vaart als er een evenwichtige verdeling is van werk en macht tussen mannen en vrouwen.

Maar goed, dat SIRE filmpje heeft een storm van reacties teweeg gebracht. Als je het mij vraagt lijken de reacties van veel vrouwen verdomd veel op de reacties van mannen op de feministische golf in de jaren zeventig. Regelrechte afwijzing en een ontkenning van de problemen. De reacties doen me soms denken aan die Saoedische man die beweert dat vrouwen het fantastisch hebben in zijn land en dat ze als prinsesjes behandeld worden. De mooiste reactie kwam van Judi Mesman, hoogleraar pedagogie, afgelopen maandag. Ze beweerde dat het SIRE-filmpje een terugkeer was naar oude tijden en dat het filmpje rolbevestigend was. Ze draaide de boodschap om: Geef meisjes de ruimte om te borduren, te breien of te punniken. Die boodschap zou toch verschrikkelijk zijn? Volgens haar laat dat zien hoe rolbevestigend het SIRE-filmpje is.  Hoe erg kan je de plank misslaan! Wie legt meisjes (en jongens) een strobreed in de weg om te breien en te punniken? Niemand dus. Maar ondertussen worden jongetjes in het onderwijs wel voortdurend aangesproken en bestraft voor hun ‘ongewenste’ gedrag en daar wil het SIRE-filmpje de aandacht op vestigen.

Het fenomeen dochter

Ik ben vader van drie mannen. Afentoe kunnen Josien en ik het niet laten: Hoe zou het zijn geweest als we ook een meisje hadden gehad. Hoe hadden we haar opgevoed? Hoe had ons gezin er dan uit gezien? Had ik het leuk gevonden om haar op zaterdag naar ballet te brengen of paardrijden? Of… zou ik langs de lijn hebben gestaan om haar meidenvoetbalteam aan te moedigen? Zou ik het kunnen verdragen dat ze ’s avonds niet op tijd thuiskwam? Zou ik het verbieden dat ze een truitje droeg met diep decolleté en onbedekte navel (in de winter)? Zou ik het kunnen verdragen dat ‘vreemde’ jongens zich verlustigen aan het lichaam van mijn prinsesje? Zou ik het kunnen verdragen dat mannen op dezelfde manier naar haar kijken als ik naar andere sexy vrouwen kijk (en daar schaam ik me soms een beetje voor)? Als ik al deze vragen stel, lacht Josien me uit. Ik zou daar nauwelijks tijd en ruimte voor krijgen. Ze zou doen wat ze deed en zich daarbij weinig van mij aantrekken. Eigenlijk hetzelfde als mijn zonen. Wat heb ik daar nou precies voor invloed op gehad? Ze bleken heel anders dan ik me ooit kon voorstellen had en dat maakt het allemaal tot zo’n fantastisch avontuur. Daarom zijn het waarschijnlijk zulke fijne volwassenen geworden.

Ik had ook grote zorgen. Op de middelbare school hadden mijn mannen het alle drie niet makkelijk. Pure bèta’s alle drie. Hebben ze niet van mij geërfd (denk ik) maar zeker wel van Josien d’r moeders kant. In die familie vrijwel uitsluitend wiskunde genieën. Binnen het onderwijs wordt dat slechts op papier gewaardeerd. Mijn jongens hebben weinig met taal. Ook niet met de creatieve vakken, trouwens. Zij wilden bijvoorbeeld precies kunnen meten wanneer water kookt en een sluitende definitie van koken. Daar zijn zij goed in. Maar omdat het tekenen van een erlenmeyer met bunsenbrander plus een uitgebreid verslag van het verloop van de proef en wat je erbij voelde ook meetelde voor het cijfer, konden mijn jongens nauwelijks hoge cijfers halen. Voor hun is ‘100°C’ het enige juiste antwoord en daarmee basta. Pas op de universiteit en hogeschool, waar ze studies kozen die helemaal niet damesachtig waren, konden ze opgelucht ademhalen. Josien en ik hadden het erover dat het onderwijs zwaar gefeminiseerd was. Voor de klas vooral vrouwen en die leken er erg op gericht om meisjes het juiste onderwijs te geven. Jongens ervaarden deze juffen als lastig. Binnen het onderwijs leken juist die competenties te worden gewaardeerd waar traditioneel meisjes erg hoog in scoorden. Veel talige dingen.

Er wordt geklaagd dat er nog steeds weinig vrouwen in de top zitten. Ik denk daar anders over. Ik zie dat (mijn) jongens zich hebben gespecialiseerd in het uitvoerende werk. Dat ze zich heel erg kunnen verdiepen in het oplossen van problemen op de vierkante centimeter waar ze zich zo min mogelijk talig hoeven te uiten. Meisjes daarentegen op het organiseren, overzicht bewaren en voortgang bewaken. Ik zie dat bij mijn huidige werkgever op dit moment gebeuren. Traditionele mannenafdelingen worden geleid door meisjes. Op de vloer nauwelijks tot geen vrouwen, maar ietsje boven de vloer: Meisjes. Gemiddelde leeftijd vijfentwintig, schat ik. Die meisjes komen vanzelf als vrouwen in de top. Op dit moment zouden we ons moeten afvragen of we niet meer moeten gaan doen aan de ontwikkeling van jongens. Die dreigen nu achterop te raken en regeren is vooruitzien.

Josien en ik denken dat we kleindochters gaan krijgen en nauwelijks kleinzoons; dan maken we het fenomeen ‘dochter’ toch een heel klein beetje mee! Ik kan nauwelijks wachten!