Tagarchief: diabetes

Insuline

Met mijn geliefde J. opgesloten worden, is niet echt een straf. Pasgeleden besefte ik me dat we al zes weken bijna fulltime bij elkaar zijn. Dat moet een record zijn. Onze gezamenlijke vakanties hebben nog nooit langer geduurd dan drie weken. Dan gaat ieder weer zijns en haars weegs en komen we elkaar vooral onder het avondeten en in bed tegen. En de weekenden natuurlijk. Maar zes weken vrijwel constant samen in een huis; dat hebben wij nog nooit meegemaakt. En die zes weken zullen zich nog uitbreiden. Geen idee hoe ver. Niemand weet dat. Sinds de jongetjes mannen werden en hun eigen leven gingen leiden, hebben we best een groot huis. Dat zullen we vast voorhebben op veel mensen die minder harmonisch met elkaar omgaan; ons huis is zo groot dat we elkaar niet voortdurend hoeven te zien.

Best goed dus allemaal; ik lijk makkelijk en ongeschonden door de coronapandemie heen te meanderen…Maar helaas…

Ik had in de loop van de afgelopen weken ineens het idee dat er iets met mijn prostaat aan de hand was. Mijn grote angst. Mijn prostaat. Die onderzoekjes bevallen mij niet. In mijn lichaam heb ik ingangen en uitgangen en dat hou ik graag zo. Maar bij onderzoek naar je prostaat heeft de dokter geen enkel respect voor uitgangen. Dus alleen daar al zie ik tegenop. Bovendien hoorde ik dat prostaatoperaties vaak impotentie tot gevolg heeft… Say no more… Waarom dacht ik dat er misschien wat met mijn prostaat was? Ik pieste elk uur. Ik dronk ook wel veel; had steeds dorst. De dorst en het drinken vielen mij niet zo op, maar dat plassen wel. Bovendien was ik zo verschrikkelijk moe. Dacht dat dat te maken had met thuiswerken. Niets van dat alles; glucose. Mijn suikerspiegel was hoog. Terwijl ik me zo strak aan het dieet hield. Toen ik weer begon te meten was de glucose hoog maar elke dag werd het hoger. En elke dag zo moe. Viel niet mee. Tijdens mijn thuiswerk onweerstaanbare zin om mijn ogen dicht te doen en heerlijk weg te dromen. Maar ik moest wakker blijven en doorwerken en dat botste en gaf wrijving. En toen kwamen er laboratoriumuitslagen want ik had bloed laten prikken; en toen was het geen grapje meer.

Stress is één van de factoren die de bloedsuikerspiegel op stuwt. Dat thuiszitten en niet met anderen omgaan en niet mijn eigen werkplek maar een thuiswerkplek en niet mijn eigen kinderen dichtbij, bleek wel stressvol; het coronavirus heeft van mij een echte patiënt met suikerziekte gemaakt.

Dus…tegenwoordig staat er een naaldencontainer naast mijn bureau. Om acht uur elke avond schud ik behoedzaam een buis met insuline. Dan schroef ik er een naaldje op, spuit ik de lucht uit het naaldje en vervolgens steek ik het naaldje in mijn bovenbeen en spuit ik insuline onder mijn huid. (En van dat prikken voel ik vrijwel niets. Dat is heel raar want ik duw de naald wel in mijn vlees.) Daarna deponeer ik het naaldje in mijn naaldencontainer. Insuline spuiten. Het is een nieuwe fase; een brug over. Nee, ik vind dat allemaal niet fijn. Dus zocht deze jongen naar een lichtpuntje in dit donkere corona-diabetes tijdperk. Gevonden! Op zaterdagavond ga ik ietsje meer insuline spuiten omdat ik dan mijn heerlijke versgebakken knapperige stokbrood ga eten. Met ambachtelijke boeren belegen kaas erop. Dat heb ik mezelf zo lang ontzegd. Dat is het voordeel met insuline…je kan er ietsje meer van spuiten om er je onverstandige eetgedrag mee te compenseren…

Diabetes; leefstijl en pech

Eén van de leukste dingen van Thailand is, dat het bijna altijd lekker weer is. Nou ja, lekker weer…in deze tijd van het jaar is het voor Thaise begrippen niet al te heet. Voor onze begrippen is het bloedheet. De regenbuien die af en toe vallen zijn heftig en koelen voor een heel korte tijd af. Daarna wordt het er behoorlijk klam van. Als de zon schijnt, is het hier smoorheet. Laten we eerlijk zijn, de bevolking hier vindt die hitte eigenlijk ook niet fijn want overal waar ik kom, hangen airco’s. Als er geen airco’s hangen, dan blazen er wel grote ventilatoren en draaien er geen ventilatoren dan zijn plaatsjes in de schaduw de place to be en als je in de zon werkt, dan behoor je tot de verschoppelingen der aarde, heb ik hier geleerd.

De airco’s hebben me snipverkouden gemaakt. Ik heb keelpijn, heb een akelige hoest en loop voortdurend mijn neus te snuiten. Josien, die evenveel onder de airco’s zit als ik, heeft geen centje pijn. Ook mijn jongste, ook niet echt een local in dit land, loopt fris en vrij ademend rond terwijl ik hier in het plaatselijke buurtsupertje moest constateren dat men hier geen verkoudheid kent, want zakdoekjes zijn niet te krijgen. Waarom word ik wel verkouden van al die airco’s en een ander niet? Komt het soms doordat ik de neiging heb om steeds dichtbij zo’n airco te gaan zitten? Komt het daardoor? Of moet ik gewoon constateren dat ik pech heb. Dat ik er zelf niets aan kon doen dat ik zo verkouden werd. Ik denk dat het laatste het geval is; mijn verkoudheid heeft niets met leefstijl te maken, maar alles met pech.

Gisteren of eergisteren schreef Wilma de Rek een artikel in de Volkskrant over de zogenoemde ‘leefstijl’ ziektes. Daaronder, uiteraard, viel ook diabetes type 2. De mijne dus. Wellicht heeft Wilma de Rek best gelijk, toch raakt het me en voel ik me beledigd. Altijd die voorbeelden van hoe het komt dat je die ziekte gekregen hebt. Terwijl ik altijd gezond gegeten heb. Veel, dat wel, maar wel gezond. Ja en ik snoepte ook flink. Dat klopt ook wel. Twee boterhammetjes ’s ochtends en vier boterhammetjes tussen de middag is nou niet direct een dieet waar je ziek van zou moeten worden. ’s Avonds immer verse groente – gekookt en rauw – vlees en aardappelen, rijst of pasta. Zelden zoete toetjes. En heus, ’s avonds na het eten nog lekker knabbelen en tussen de maaltijden door fruitjes. Een heel gewoon eetpatroon terwijl Wilma de Rek suggereert dat ik dagelijks in de frietkraam te vinden was en de banketbakkerij leegvrat.

Ik geloof heus wel dat leefstijl iets te maken heeft met diabetes en overgewicht, maar net als bij mijn verkoudheid, speelt pech een grote rol. Pech omdat ik nauwelijks voel of ik genoeg gegeten heb, pech omdat mijn lichaam diabetes heeft ontwikkeld. Als er wat meer nadruk wordt gelegd op de pech die je in je leven kunt hebben en wellicht wat minder op die ongezonde leefstijl, dan is dat minstens even waar, en voel ik me wat beter.

Ik heb trouwens mijn leefstijl ingrijpend veranderd; ik eet koolhydraatarm en slik een hoop pillen minder. Genezen, nee, dat wil nog niet lukken…Totdat ik een paar dagen in Thailand was en ik door omstandigheden niet anders kon dan me niet aan het dieet houden. Ik eet rijst, noedels, zoetige puddinkjes (in bananenblad gestoomd), echt alles. Zelfs gisteren een heerlijk ijsje. En dan nu het frappante; mijn suikerspiegel is in geen jaren zo laag geweest. Ik hoop zo dat dat zich terug in Nederland voortzet…want dan ben ik…genezen! En dan kan niemand meer suggereren dat ik altijd zo smerig gegeten heb…bij de Mac…en de Febo…kroketten uit de muur…en gore mierzoete taartjes met grote dotten slagroom…Dat zou zo’n opluchting zijn!

Hypo op het Stationsplein

Gisteren had ik het over Tommy Wieringa. De schrijver die ik erg bewonder vanwege de fantastische romans die hij geschreven heeft. Ik kwam terug op zijn column over Annabel Nanninga. Op zijn analyse van wat zij zoal geschreven heeft. Hoe hij haar genuanceerd maar genadeloos afserveert. Ik hou daar erg van. Vandaag las ik over een andere schrijver wiens romans ik verslonden heb. Ook hij schrijft artikelen en ingezonden brieven over politiek en andere zaken. In tegenstelling tot Tommy Wieringa, die altijd met een gefundeerd verhaal komt als het zich buiten zijn romanwereld afspeelt, ziet deze schrijver vooral spoken. Die spoken neemt hij poepie serieus. Zijn onzin deelt hij vervolgens veelvuldig met de wereld. Ik heb het dan over Leon de Winter. De visie op de wereld van Leon de Winter is haast racistisch te noemen. Zo zijn joden altijd goed en Arabieren altijd fout. Wat ze ook doen. Zelfs als elke logica ontbreekt, weet Leon de Winter een links complot te ontmaskeren dat niet bestaat. Leon de Winter moet best ongelukkig ronddwalen op onze aardkloot want waar hij ook kijkt ziet hij complotten van de linkse kerk die gezamenlijk optrekt met de arabische wereld tegen het joodse volk. Een mooi voorbeeld van zo’n vermeend complot zag Leon de Winter op het Stationsplein.

In een periode waarin nogal wat aanslagen gepleegd werden met auto’s die inreden op onschuldige mensen, gebeurde het dat er op het Stationsplein een automobilist op zo’n zelfde manier inreed op toeristen. Israëlische toeristen. De politie en iedereen dacht meteen aan een terroristische aanslag. Maar al snel bleek dat helemaal niet het geval. In de auto zat iemand die helemaal geen kwaad in de zin had; een man met diabetes type 1. Op de één of andere manier was er iets mis gegaan met zijn insuline en daardoor had hij een hypo gekregen. Daardoor was hij weggeraakt en op de één of andere manier was hij verkeerd op het gaspedaal terechtgekomen met zijn voet en had dat de auto in beweging gezet. Hoe dat kan, laat ik graag aan de deskundigen over. Dat er Israëlische toeristen liepen moet pure toeval zijn geweest. Ze raakten gewond door de auto van de diabetespatiënt.

Alle bewijzen dat het incident op het Stationsplein gelopen is zoals boven beschreven, stapelen zich op. De man in de auto probeerde zich niet van het leven te beroven of weg te lopen; hij had een hypo. Wie wel eens een hypo gehad heeft, weet dat je dan echt niet op z’n best bent. Er was geen enkele aanwijzing dat de man er trots op was dat hij Israëlische toeristen had aangereden. Dat hij überhaupt iemand geraakt had. Geen aanslag, dus. Want ook andersom, als het wel een aanslag was geweest, dan had niemand er ook maar enig belang bij gehad om het met de mantel der liefde te bedekken. Van uiterst links tot uiterst rechts is men tegen aanslagen door wie dan ook. Elke poging tot terrorisme wordt breed uitgemeten in de media. Er was kortom geen enkele aanwijzing dat er iets anders was gebeurd dan een tragisch ongeval.

Maar, zo bleek, de man had een Marokkaanse culturele achtergrond en de toeristen waren Israëliërs. Voldoende voor Leon de Winter om ervan overtuigd te zijn dat het hier om een terroristisch complot ging die ‘de linkse kerk’ onder de pet wil houden. Wat een onlogische onzin! Die Leon de Winter is best meelijwekkend!

Ik zie er tegenop…

Ik heb besloten om iets te veranderen in mijn leven. Ik moet wel. Ik kan me wel als een struisvogel blijven gedragen, maar daar word ik natuurlijk niet gezonder van. Ik voel me best prima terwijl ik moet uitkijken. Sluipenderwijs is mijn algehele bloedsuikerspiegel fiks opgelopen.  Gevaarlijk hoog. Had ik nou maar buikpijn of was ik maar tot niks in staat. Maar ik voel me prima. Goed, ik ben wat snel moe ’s middags, maar daar heb ik inmiddels al jaren last van. Omdat ik me prima voel en omdat ik ook nog een leven wil leiden, meet ik mezelf niet. Meet je niet dan weet je niet. Vanochtend heb ik weer wel gemeten. Mijn ongerustheid blijkt helemaal terecht.

Onder begeleiding van mijn huisarts ga ik suiker- en koolhydratenloos. Kijken of we het tij kunnen keren. Ik vermijd inmiddels al een paar jaar suiker, daar ligt het niet aan. Ik eet eigenlijk louter verstandig. Dat doe ik ook al jaren. Daar ligt het dus niet aan. Ik merk dat het me heel veel pijn doet als iemand tegen mij zegt dat ik ongezond eet, want dat doe ik niet. Ik eet extreem veel groente, een paar stukken fruit per dag. Ik bak mijn eigen brood en ik teel mijn eigen groente. Vlees eet ik vanaf scharrel tot biologisch. Ik maak mijn eigen yoghurt. Suiker eet ik niet. Een normaal mens zou hier helemaal wel op varen. Maar ik dus niet. Ik heb pech. Mijn lichaam kan helemaal niet met suikers omgaan. Heus ik weet het wel; ik heb vroeger ook biologie gehad; koolhydraten zijn lange ketens glucosemoleculen. Je speeksel bevat enzymen die die lange strengen glucosemoleculen in stukjes knipt en er weer suiker van maakt. En mijn lichaam weet niet om te gaan met suiker. Dus ga ik vanaf vandaag ook koolhydratenloos.

Omdat ik niet van de ene op de andere dag wil beginnen heb ik dit weekend tot opmaat gebombardeerd. Eergisteren een beetje koolhydratenloos en gisteren helemaal. Niet alleen koolhydratenloos (koolhydratenarm kan ik beter zeggen) maar ook geen enkel tussendoortje. Ik moet dus ook mijn appeltje tussen de maaltijden door opgeven. Het gevolg: Honger en somberheid. Gisterenmiddag, toen mijn familie zich rond de verjaardagstaart van mijn oudste verenigde, lepelde ik een salade die bestond uit tomaat, komkommer, radijs en gerookte makreel overgoten met een dressing. Als toetje nam ik een half Frans kaasje (3 voor vijf euro bij de appie). Allemaal best lekker. Maar na een uurtje kreeg ik vier uur te vroeg een knagend gevoel in mijn binnenste. Daarna was het volhouden geblazen en sloeg de somberheid toe. Hoe ga ik dit volhouden? Bovendien bracht de somberheid alle geneugten boven die ik nu moet gaan missen. Zelf deeg kneden en mooie broden bakken. Dat heb ik de afgelopen jaren zo verschrikkelijk graag gedaan. Ik heb er columns over volgeschreven. Je eigen brood maken! Verleden tijd, dus. En de vijftien kilo meel die nu nog op zolder staat drukt zwaar op mijn stemming.

Vandaag de volgende mijlpaal; koolhydratenloos op mijn werk. De ingrediënten voor mijn maaltijdsalade staan op het aanrecht… Ik zie er tegenop…

Oefenen met salades

Er zijn mensen die veel dikker zijn dan ik, die veel ongezonder eten dan ik, die zuipen en roken, maar die uiteindelijk toch gezonder zijn dan ik. Dat is onrechtvaardig, maar het is zo. Mijn lichaam kan niet meer omgaan met suikers. Om suikers goed in je lijf op te nemen, heb je insuline nodig, maar op de één of andere manier is dat bij mij helemaal in de war geraakt. Door slecht en ongezond eten, zegt de één, maar ik blijf erbij dat het domme pech is. Natuurlijk ben ik een lekkere eter. Mij hoor je dat niet ontkennen. Ik word van elk smaakje enthousiast en ben nieuwsgierig naar elk mondgevoel. Van rauwe oesters tot slijmerige yoghurtsoorten, van doerian tot pepers; ik ben bereid om bijna alles te proeven. Het kookboekenoeuvre van banketbakker Holtkamp ken ik van buiten. Eten is één van mijn lusten in mijn leven. Ik probeerde altijd gematigd te blijven in de hoeveelheden. Dat ging heus weleens mis, maar over het algemeen was ik de gematigdheid zelve.

Toen ik enkele jaren geleden ineens dagelijks moeite kreeg om fietsend thuis te komen, raakte ik gealarmeerd. Op de fiets wilde het ineens niet meer. Vlak bij huis kreeg ik de trappers niet meer omlaag. Ik zweette, ik trilde en ik voelde me beroerd. Dacht ik eerst nog dat ik gewoon moe was, later kon ik dat gewoon niet meer geloven; zo moe kan een mens niet zijn. Ik dacht dat ik een ernstige ziekte onder de leden had en verwachtte mijn einde binnen no-time. Dat was een goede reden om niet naar de dokter te gaan. Zij zou alleen maar bevestigen dat mijn dood nabij was; en wat niet weet, wat niet deert, redeneerde ik. Maar op den duur was dat niet vol te houden en na wat onderzoek bleek dat mijn bloedsuikerspiegel de oorzaak was van het leed. Aan het eind van de middag op de fiets was hij zo laag dat het redelijk gevaarlijk was terwijl mijn bloedsuikerspiegel de rest van de dag weer veel te hoog was. Ik kreeg pillen om de spiegel te verlagen en ik at een boterham voordat ik naar huis ging fietsen om te zorgen dat ik ons huis haalde. En dat hielp. En ik nam een suikerarm dieet. Bijna suikerloos, maar taart en gebak en snoep en frisdrank en zoet fruit liet ik staan. Desalniettemin, bleef de gemiddelde suikerspiegel stijgen en met een te langdurige hoge suikerspiegel loop je risico dat je bloedvaten dichtslibben. Daarom een pilletje. Maar dat ene pilletje werden er twee en twee pilletjes werden er drie. Toen een ander pilletje ernaast en daarna nog zo’n ander pilletje erbij. Ik werd kortom een pillenslikker. Maar ook al dat pillenslikken lijkt nu niet meer genoeg. De spuit moet eraan te pas komen. Een injectiespuit met insuline. Dat vind ik niet niks en ik ging voor advies naar mijn huisarts.

Zij was heel erg enthousiast over een nieuwe behandelmethode. Een nieuw dieet dat diabetes niet alleen kan verminderen, maar zelfs zou kunnen genezen. Helemaal genezen? Vroeg ik haar of moet ik dat dieet dan levenslang vol gaan houden. Levenslang moet ik heel voorzichtig blijven met suikers, maar op den duur kan het dan wel weer wat minder met dat dieet. Maar voorlopig geen boterhammetjes meer en geen aardappels, rijst of pasta. Ik moet de koolhydraten laten staan. Mijn lichaam moet een algehele suiker- c.q. koolhydratenpauze krijgen. Dat vraagt nogal wat van je. En…geloof ik daar wel in? Mijn huisarts heeft ervoor doorgeleerd, dus ik moet haar wel geloven. Maar geloven en geloven is twee. Ga ik het volhouden. Eigen gemaakte maaltijdsalades mee naar mijn werk in plaats van eigen gebakken brood.

Na de vakantie ga ik het experiment aan. Nu oefen ik met salades. Want bij Frits moet het natuurlijk wel lekker zijn!

Zwaarlijvig en zwaarmoedig

Ik hoef er niet voor in de spiegel te kijken; ik weet het. Ik ben zwaarlijvig. Te dik. Het wordt me van alle kanten trouwens ingepeperd. Ik ben een vetzak. Heus, er zijn heel veel ergere gevallen dan ik, maar ik ben er ook één. Elk pondje gaat door het mondje. Ik ben een gulzige, luie veelvraat en ik heb het aan mezelf te danken. Zelf geloof ik ook dat het aan mij ligt zelfs als ik me voorneem dat niet te denken. Het is me jaren bijgebracht. In gezelschap probeer ik als een muisje te eten. Dat komt je zelfbeeld niet ten goede, kan ik vertellen.

Afvallen; ik weet er meer van dan van aankomen. Ik heb bij weinigen een dieet zien lukken. Ik ben zelf ook een keer veel kilootjes kwijtgeraakt. Maar je houdt zo’n bezopen dieet niet de rest van je leven vol. Er komt een moment dat je de teugels laat vieren en dan is het heel snel gedaan. Je gewicht schiet binnen enkele weken weer terug naar het niveau dat je met zoveel moeite achter je had gelaten en kijk je niet uit…dan schiet je er dwars doorheen en ben je nog veel zwaarder dan je eerst was. Ik zelf kon op het juiste moment op de rem trappen, tal van mensen om mij heen niet.

Gisteren ging ik naar de diëtist om wat aanwijzingen te krijgen over omgaan met diabetes. Ik vertelde hem over mijn ervaringen met diëten en afvallen. Ik dacht dat de goede man naar mij geluisterd had. Nee dus. Kreeg ik anderhalf uur te horen hoe slecht ik wel niet was met mijn vette pens. Dat ik in het vervolg een gezellige rauwkostsalade naar mijn werk mee moest nemen in plaats van boterhammetjes. Dat aardappelen, rijst, brood en vers fruit in het vervolg verboden zijn en dat ik maar eens lekker moest gaan experimenteren met rauwkost, groente en linzenschotels. Ik was toch culinair geïnteresseerd? Dan kon ik vast wel lekkere dingen bedenken. Kortom na anderhalf uur stond deze dikzak zwaar gedeprimeerd op straat. Dat ging dus niet goed tussen hem en mij. Ik wist meteen zeker dat ik nooit meer terug zou gaan ook al had ik net een vervolgafspraak in mijn agenda gezet.

14 april stond er een interessant artikeltje in de Volkskrant over dit onderwerp. Van Noortje van Amsterdam. Zij doet onderzoek naar effecten van gezondheidsidealen. Een slank lichaam is niet alleen een schoonheidsideaal maar ook een gezondheidsideaal. De vraag is in hoeverre een zwaarlijvig lichaam eigen schuld is en ook in hoeverre je dat zwaarlijvige lichaam kunt veranderen. Een vetrandje op het lichaam is ongezond, maar daar eindeloos over jeremiëren helpt daar weinig aan. Wellicht moeten we aanvaarden dat een vetter lichaam leidt naar een eerdere dood, maar dat we de kwaliteit van het leven voor die dood daar minder onder laten lijden. Nu vechten we voor een verloren zaak, geven we onszelf de schuld en gaan we alsnog eerder dood. Diëten leiden helemaal tot niets. Ik heb de pech dat ik door een dikke vader uit een dikkige familie ben verwekt. Klaar! Noortje van Amsterdam ziet het probleem en vraagt de overheid te stoppen met akties als: ‘Dikke bult eigen schuld’; het zijn geen campagnes die iets positiefs opleveren.

dikkebult

Ik bak al jaren mijn eigen brood. Klasse brood. Deskundigen hebben dat bevestigd. Op basis van desem. Ik heb een eigen recept ontwikkelt van biologisch meel dat ik van de molen haal. Puur natuur. In het weekend bak ik feestbrood. Net zo biologisch als mijn andere brood, maar wit en erg luchtig. Dat brood lijkt op het brood dat je doorgaans op vakantie in Frankrijk eet. Maar dan van de beste bakkers. Weet ik zeker. Brood bakken vind ik echt leuk. Ik ga dat niet voor de eerste de beste diëtist opgeven. Echt niet. Maar dat betekent tegelijkertijd dat ik waarschijnlijk Josien als weduwe ga achterlaten; dat ze nog een tijd verder moet zonder mij. Ik wou dat dat anders was; dat we allebei tegelijk konden gaan. Maar dat is niet zo. Ik voel me zwaarmoedig…en zwaarlijvig.

Atorvastatine

Ik ben diabetespatiënt en tegelijkertijd heb ik ook verhoogd cholesterol in mijn bloed. Daar moet iets aan gedaan want beide aandoeningen zorgen ervoor dat je aderen dichtslibben en dat wil je niet want dan krijg je problemen met je hart en kan je eerder doodgaan. En ik wil blijven leven. Laat dat duidelijk zijn. Voor mijn diabetes krijg ik een pilletje. Tweemaal daags metformine. Dat klaarde de klus want het bracht mijn suikerspiegel naar een aanvaardbaar niveau. Nauwelijks bijwerkingen en hatsee!

Regelmatige controle hoort erbij en toen dook dus dat verhoogd cholesterol op. Ook een pilletje. Atorvastatine. (Als patiënt leer je de pillenfabriek foutloos spellen). Het blijkt maar een heel klein pilletje te zijn. Past makkelijk op het topje van je vinger. Dat in tegenstelling tot metformine. Dat lijkt wel een oliebol; nou ja, een stevige paracetamol. Wat kan zo’n klein pilletje nou voor kwaad? Maar wat gebeurt op oudejaarsavond…Ik kan ineens nauwelijks meer overeind blijven. Mijn ogen vallen dicht. Gesuis in mijn oren. Ik probeer de jongens en het spel dat we spelen te volgen maar alles gebeurt in een mist. (Ik versla twee volwassen zonen en Josien met rummikub, terwijl ik mijn ogen niet open kan houden!) Ik begrijp het niet. Wellicht iets met de suikerspiegel. Ik prik me even ter controle… De schrik van mijn leven. Door mijn aderen stroomt suiker in plaats van bloed. Meteen de oliebollen (zonder suiker) aan de kant gezet. Meteen een sloot water gedronken en de trap op en neer gelopen. Na een grote plas kom ik weer iets tot mezelf. Maar ik ben bang.

De volgende dag weer meten. Het blijft zo astronomisch hoog, dat suikerpercentage, dat ik in lichte paniek raak. De meetresultaten door de dag heen, zijn constant dramatisch. Ineens begin ik de atorvastatine te verdenken. Ik heb contact met de huisartsenpost. ‘Nou, daar heb ik nog nooit van gehoord dat het aan atorvastatine ligt, maar ik kijk even…momentje…oei…je hebt gelijk, is een bijwerking’.

Deze jongen, slim als hij is, peutert de bijsluiter uit de doos pillen. Die zit nog strak opgevouwen want waarom zou een geletterd iemand, die een paar jaar doorgestudeerd heeft… Waarom zou deze jongen die een gezin heeft helpen grootbrengen en een goedbetaalde baan heeft, in Godsnaam een bijsluiter lezen? En daar staat het met koeienletters: Bijwerkingen die vaak voorkomen: Een verhoging van de bloedsuikerspiegel. Het is daarom van belang dat u dit goed in de gaten houdt…

Moet je dit medicijn dus voorschrijven aan een diabetespatiënt. Nee natuurlijk. Of misschien, ja. Want statistisch gezien gaat het maar tussen één en negen op de honderd keer fout, zo staat in de bijsluiter. Veel mensen hebben er dus (waarschijnlijk) baat bij. Ik voelde me toch boos worden op apotheker en voorschrijver. Terecht? Natuurlijk hebben zij een verantwoordelijkheid. Maar…waarom heb ik niet meteen de bijsluiter gelezen? Die stoppen ze er toch niet voor niets bij?

De verantwoordelijkheid bij de ander leggen is wel makkelijk, maar je bent toch uiteindelijk zelf verantwoordelijk voor je eigen lichaam en wat je erin stopt. Nu nog zorgen dat ik de atorvastatine kwijtraak. Bloedsuiker percentage: (zojuist gemeten, nuchter) net onder de tien; veel en veel te hoog. Ik stuur zo even een mailtje naar de apotheek…