Tagarchief: 2019

En de winnaar is…En de winnaars zijn…

Ik heb ze alle zes uit. De shortlist van de Librisliteratuurlijst 2019. Ik moet zeggen dat ik de kwaliteit van de boeken die dit jaar op de shortlist stonden, hoger inschat dan de lijst van vorig jaar. Maar desalniettemin vraag ik me af welke criteria de jury aanhoudt als ze boeken selecteert. Ik zou ook graag willen weten waarom een bepaald boek uiteindelijk wint. Ik kon dat op Internet niet terugvinden. Als ik zo langs het lijstje kijk, dan begrijp ik het allemaal niet zo erg. Ik zou graag horen wat ik gemist heb, want mijn mening verschilt nogal met dat van de jury. Vorig jaar, kan ik me herinneren, begreep ik niet eens wat een bepaald boek op de longlist deed, laat staan hoe het op de shortlist terecht kwam.

We gaan het niet nog eens hebben over vorig jaar; aan dit jaar hebben we onze handen al vol genoeg.
De boeken op de shortlist Libris literatuurprijs 2019:
• Jan van Aken – De ommegang, Querido
• Johan de Boose – Het vloekhout, De Bezige Bij
• Rob van Essen – De goede zoon, Atlas|Contact
• Esther Gerritsen – De trooster, De Geus
• Bregje Hofstede – Drift, Das Mag
• Ilja Leonard Pfeijffer – Grand Hotel Europa, De Arbeiderspers

Op de laatste plaats eindigt Rob van Essen met zijn roman De Goede zoon. Ik heb me er doorheen gewerkt. Vond het doodsaai om te lezen. De SF elementen waren onrealistisch en slecht uitgewerkt. Ik snapte eigenlijk niet eens waarom het boek op de longlist was gekomen gezien alle boeken die verschenen zijn dit jaar. Gek genoeg heeft deze roman de prijs in het echt gewonnen. Ik moet dus wel een hoop gemist hebben. Wat was ik blij dat ik het uit had!

Op de vijfde plaats eindigt bij mij Drift van Bregje Hofstede. Een goed geschreven boek dat ik geboeid heb gelezen. Alleen is het wat mij betreft geen roman maar meer een verslag van een scheiding. Ik denk dat het talent van Bregje Hofstede moet rijpen. Ik zie een heleboel positiefs in het boek, maar net niet goed genoeg gecomponeerd om in dit rijtje boeken hoge ogen te gooien. ‘Gecomponeerd’ schrijf ik omdat ik de vorm van het boek te mager vind. Een scheiding kan best een onderwerp van een roman zijn, alleen moet je je dan afvragen in wat voor vorm je het giet.

Op de vierde plaats eindigt bij mij Het Vloekhout van Johan de Boose. Een fantastische roman. Bijzonder fantasievol en met heel veel respect voor spiritualiteit geschreven. De roman heeft de pech dat er op de shortlist een paar boeken staan die ik gewoon nog veel beter vind en helaas, ik heb mezelf opgelegd om jury te spelen en de boeken met elkaar te vergelijken.

Op de derde plaats zet ik De Trooster van Esther Gerritsen. Ik heb denk ik wel alle boeken van Gerritsen gelezen en vind de ene nog bijzonderder dan de andere. Toen ik het boek uithad was ik verschrikkelijk enthousiast. Misschien heeft De Trooster de pech dat ik het al zo lang geleden gelezen heb; meteen toen het uitkwam. Maar helaas, op de shortlist staan nog boeiender boeken, vind ik nu.

Wat de eerste en de tweede plaats betreft, kan ik niet kiezen. Twee reusachtige boeken die ik in een adem uitgelezen heb. Twee boeken die de spanningsboog voortdurend hoog hielden. Twee romans vol met een gigantische ideeënrijkdom. Jan van Aken met de Ommegang en Ilja Leonard Pfeijffer met Grand-Hotel Europa komen wat mij betreft met z’n tweeën op de eerste plek. Dat moet kunnen omdat kunstwerken niet te vergelijken zijn en de twee romans beiden absolute topstukken zijn.

Kom ik toch nog even terug op de ‘echte’ winnaar: Kan iemand mij alsjeblieft uitleggen wat ik in De Goede Zoon gemist heb? Echt niet te hachelen dat boek. Hoe kan een jury bij een vergelijking dit boek kiezen boven de vijf andere boeken die stuk voor stuk veel boeiender zijn. Ik kan er eigenlijk niet bij…

Ilja Leonard Pfeiffer – Grand-Hotel Europa; Rijk en geweldig!

Ik moet zeggen dat ik er een beetje tegenop zie om dit stukje over deze roman te schrijven. Het is een roman namelijk die heel lekker wegleest, maar ondertussen een zeer diepgaande beschouwing is over verleden en heden van Europa ten opzichte van de rest van de wereld en ook een blik werpt op de toekomst. Het is een diepgaande beschouwing over de mensheid en het exploreren van de aarde, waarvan massatoerisme een aspect is. Kortom, Grand-Hotel Europa is een zeer rijke omvangrijke roman en als recensent – en dat ben ik – wil ik geen steken laten vallen. Door zijn enorme ideeënrijkdom zou dit wel eens in onze literatuurgeschiedenis een heel belangrijke roman kunnen worden… Maar dat weet ik niet, want daarvoor zou ik vanuit de toekomst terug moeten kunnen kijken.

Ilja Leonard Pfeiffer is met naam en toenaam de verteller van de roman, de ik-figuur. Hij neemt zijn intrek in het Grand-Hotel Europa om verslag te doen van zijn liefdesrelatie met Clio. In zijn woonplaats Genua wil de verteller een lezing bezoeken, maar hij heeft zich vergist in de datum. Op de plek waar de lezing gehouden wordt, blijkt zich nog iemand vergist te hebben in de datum; de kunsthistorica Clio. Dat is het begin van een gepassioneerde liefdesverhouding tussen de temperamentvolle adellijke Italiaanse Clio en de meer beschouwende noordelijke classicus Pfeiffer. Twee mensen die beroepshalve naar het verleden kijken. Samen gaan ze in Venetië wonen; de stad die in Europa mogelijk het meeste last heeft van het massatoerisme. Maar aan de andere kant ook een van de mooiste steden van Europa.

Het hotel Grand-Europa is net overgenomen door de Chinees Wang. Het hotel is vergane glorie. Er zijn een aantal vaste bewoners die als het ware symbool zijn voor verschillende aspecten van de oude Europese cultuur. Zo is er de Franse dichteres Albane die zich voor alles iets te goed voelt. Er is de geleerde Patelski, een steenrijke Griek, de vluchteling Abdul en de Majordomus. Allen vertellen hun verhaal in de roman en belichten daarmee hun deel van de geschiedenis van Europa. Abdul komt uiteraard met het meest nieuwe deel van de geschiedenis, maar voor zijn vluchtverhaal gebruikt hij de Aeneas. Zo wordt zelfs zijn verhaal in de Europese geschiedenis ingebed. Nieuwe eigenaar Wang gaat het Grand-Hotel nieuw leven inblazen door het geschikt te maken voor de Chinese markt. Dat betekent dat hij het gaat aanpassen aan het idee van Chinezen hoe een Europees hotel eruit ziet. Symbolisch is het portret van Paganini aan de muur dat hij vervangt door een Engels jachttafereel op het platteland.

Clio voelt zich zwaar ondergewaardeerd als kunsthistorica. Ze werkt bij een veilinghuis en heeft een tijdelijke aanstelling aan de universiteit. Ze wil als conservator aan de slag bij een groot museum. Bovendien wil ze haar onderzoek naar Caravagio voortzetten. De schilder werd destijds ter dood veroordeeld, maar wist aan zijn straf te ontkomen door drie schilderijen te maken en aan de juiste persoon te schenken. Van twee van de schilderijen is bekend waar ze zijn, de derde is zoek. Dat schilderij stelt de berouwvolle Maria Magdalena voor maar in het gezicht van Maria zijn trekken van de schilder zelf te herkennen; met Maria Magdalena toont ook Caravagio berouw. Clio en de verteller gaan op verschillende plekken zoeken naar dit schilderij; naar het verloren gegane Europa?

De wereld is voor iedereen heel veel kleiner geworden en daarmee zijn de Europese kunstschatten ook bereikbaar geworden voor de ‘gewone’ man. Pfeiffer lijkt te willen afrekenen met deze in korte broek op teenslippers lopende toerist waarvoor hele binnensteden worden opgegeven. In Venetië bijvoorbeeld verdient men alleen nog maar aan het toerisme. De bevolking trekt weg, de toeristen komen en daarmee worden de steden (in dit geval dus Venetie) geconserveerd en vervolgens aangepast aan wat de toerist verwacht.

De roman biedt zo verschrikkelijk veel meer dan ik hier kan en wil vertellen dat ik slechts een advies kan geven: Lees zelf die roman. Het verhaal leest als een trein en is volgepakt met zaken waar je eindeloos over kunt nadenken. Met de liefde tussen de verteller Ilja Leonard Pfeiffer en Clio loopt het slecht af, dat weet je al aan het begin…of… lees het zelf maar.

Afgelopen weken was het vakantie… Ik was dus ook in Italië. Het was smoorheet en ik was dolgelukkig dat ik op teenslippers en sandalen en in mijn korte broek de fantastische Scrovegni kapel met die fantastische fresco’s van Giotto in het echt heb mogen bekijken en dat ik in de moordende hitte enigszins verkoeling kreeg in de kerken met prachtige mozaïeken in Ravenna. Ik was dus ook zo’n massa-toerist waar Pfeiffer zo op af geeft. Ik moet eerlijk zeggen, en dat zeg ik tegen de verteller van de roman persoonlijk, dat ik altijd medelijden heb met mannen die ondanks de hitte in volledig kostuum rondlopen. Wat mij betreft mag iedereen zich qua kleding helemaal aan de omstandigheden aanpassen. Ik vind het wat ver gaan om in je zwembroek de Scrovegni kapel in te gaan, maar ach…als het heel erg warm is…

Rob van Essen – De goede Zoon; Ik weet het niet…

Poeh, wat zal ik zeggen. Ik heb het boek uit. Ik geloof dat ik begrijp wat de schrijver ons wil vertellen, maar jemig, wat brengt de man het saai. Ik heb me door het boek heen geworsteld. Dreigde bijna mijn plezier in lezen te verliezen. J. , die mij zo verschrikkelijk goed kent, zag het met lede ogen aan. Leg dat boek toch weg. Waarom zou je het uitlezen? Je leest toch voor je plezier? En toen moest ik het tegenover haar ook nog gaan verdedigen. Ik lees alle boeken die op de shortlist staan van de Libris literatuurprijs. Deze staat erop, dus lees ik het boek uit. Het boek heeft zowaar de prijs gewonnen. Maar geliefde J. zag mijn worsteling en vreesde dat ik nooit meer een boek ging aanraken. Je hoeft niet alles precies zo te doen als je je het voorgenomen hebt, probeerde ze nog. Maar…ik luisterde niet. Ik moest en zou het boek uitlezen. Tot de laatste pagina, tot de laatste zin, tot het laatste woord. Ik wilde de punt die alles afsloot meemaken. En dus deed ik dat. Bladzijde na bladzijde vrat ik me door een bord zand waarvan men beloofd had dat het een suikertaart zou zijn. Ik moet iets belangrijks over het hoofd hebben gezien tijdens het lezen. Als de jury van de Libris literatuurprijs dit boek verkiest boven andere boeken die ik in dit kader gelezen heb, dan moet het toch minstens heel erg boeiend zijn. Ik zou het boek opnieuw moeten lezen. Wellicht dat ik dan iets van de grootsheid zou kunnen herkennen. Maar mijn God, dat ga ik mezelf niet aandoen. Eén keer is genoeg. Wellicht heb ik het belangrijkste gemist. Heb ik de clou gemist die het boek zo verschrikkelijk boeiend maakt. Vooralsnog moet ik zeggen dat deze roman, die nota bene de Librisliteratuurprijs gewonnen heeft, bij mij niet alleen onderaan de shortlist van 2019 bungelt, maar ook nog eens onderaan het lijstje van de shortlist van vorig jaar. Ik vond het boek niet sterk. Inhoudelijk vond ik het slap en het boeide voor geen meter. Ondanks alle spiegelingen en verdubbelingen en wendingen in het verhaal in het geheel niet boeiend. Slaapverwekkend bovendien. Ik heb er eeuwig over gedaan om het uit te krijgen.

Het verhaal zou zich in de toekomst afspelen. Bediend door diverse soorten robots en verplaatst door zelfrijdende auto’s en seksueel bevredigd door diezelfde (kennelijk multifunctionele) auto, verwerkt de hoofdpersoon het overlijden van zijn moeder. De hoofdpersoon is schrijver van beroep en hij schrijft plotloze thrillers. Alleen sfeer en omgeving en een hoofdpersoon. De hoofdpersoon in zijn thrillers zonder verhaal is een zekere Lennox. Is de roman nou zo’n plotloze thriller? Daar lijkt het wel op. En Lennox dan? Die treedt in deze roman op als een soort vriend/begeleider van de hoofdpersoon. Ze hebben elkaar ontmoet in het Amsterdamse Stadsarchief waar ze beiden werkten toen ze nog jong en onbedorven waren. Hoewel…onbedorven? Vanuit het stadsarchief gluurden de mannen naar de ramen van een meisjes studentenflat recht tegenover het Archief. De ramen werden onder de jongens aangeduid met de vlakken op een schaakbord, zodat ze elkaar goed konden vertellen achter welk raam een leuke meid zich stond uit te kleden. Tsja. Spannender dan dit is het in het boek niet geworden…

Ik denk dat ik dit boek heel snel ga vergeten; zonde van mijn schaarse leestijd en mijn leesplezier. Zojuist ook even het juryrapport doorgenomen…pfff het zal wat.

Nog even over het science fiction element. Zoiets wordt pas goed als je je er een voorstelling van kan maken, in mijn ogen. Als je de lijnen die nu zichtbaar zijn, doortrekt naar de toekomst. Fascinerend is dan wel de seksscene met de auto. Ik heb me afgevraagd of ik zo’n behandeling fijn zou vinden en in lijn met de verwachting van toekomstig zelfbevlekkingsmateriaal. Nou nee dus. De auto pakt het uitsluitend fysiek aan. Geen geprikkelde fantasie, geen pseudo tederheid, geen fluisterende woordjes. Fysiek een perfecte sekspartij, maar is dat alles wat je kunt verzinnen van een robot met seksfunctie? Wij – zeg maar ik – voel me meer dan lichaam alleen. Zeker als het om de liefde gaat. Dus nee, ook zijn toekomstfantasie vind ik niet sterk.

Conclusie: Ik heb me er doorheen geworsteld en niemand kan zeggen dat ik er geen moeite voor gedaan heb. Het boek had wat mij betreft niet eens op de longlijst voor moeten komen; laat staan op de shortlist. Gezien de concurrentie een onbegrijpelijke keuze om dit boek te laten winnen.

Johan de Boose – Het Vloekhout; De dingen de baas

Op de middelbare school lazen wij graag de verhalen van de nu vrijwel compleet vergeten schrijver Belcampo. Een verhaal dat destijds in de klas behandeld werd, was het verhaal ‘De dingen de baas’. Op een dag hebben de dingen er genoeg van en nemen het roer over van de mensen. Aan dit verhaal moest ik een heel klein beetje denken toen ik de roman ‘Het Vloekhout’ van Johan de Boose las. Net als in het verhaal van Belcampo spelen in deze roman ‘dingen’ een rol; ze spreken met elkaar en ze denken over de dingen na.

Het Vloekhout: De olijfboom waaronder het pubermeisje Maryam door Romeinse soldaten wordt verkracht en waaronder haar daardoor verwekte zoon Jesjoea later mediteert wordt omgezaagd en tot kruis verwerkt waaraan Jesjoea sterft. Vervolgens wordt een deel van het kruishout gebruikt als stut voor het decor van een toneelvoorstelling die na verloop van tijd ook wordt opgevoerd voor keizer Nero in Rome. Het stuk hout komt terecht in de Lage Landen bij twee uit Rusland gevluchte monniken die er een icoon van maken. De icoon reist eerst met de monniken terug naar Rusland om vervolgens zo’n beetje de hele wereld en de hele wereldgeschiedenis door te reizen om te eindigen bij een man die zich als moslimterrorist opblaast. Aldus in een notendop het verhaal. Het bijzondere is dat het verhaal verteld wordt vanuit het perspectief van het stuk hout. Het blijkt dat dingen kunnen denken, een gevoelsloeven hebben en kunnen communiceren met andere dingen. Helaas kunnen de dingen niet communiceren met mensen en kunnen ze eigenlijk niets bewerkstelligen. Behalve dan een rilling veroorzaken. Ieder mens die het vloekhout aanraakt ervaart een rilling. Het vloekhout is niet zomaar een stuk hout. Dat Jeshoea (lees: Jezus) eraan gestorven is, geeft het kennelijk wel een speciale inhoud die door iedereen te voelen is. (In de kathedraal van Doornik zag ik overigens ‘echt’ een stukje van het kruishout. Jammer dat ik het niet mocht en kon aanraken want ik had graag gevoeld wat het aanraken met mij zou doen.)

‘Het Vloekhout’ is een mooie gelaagde roman. Het enige probleem dat ik ondervond bij het lezen was, dat alles zo snel gaat. Het vloekhout doet zoveel plaatsen aan en reist zo intensief door de geschiedenis dat ik soms wat moeite had waar we ook alweer waren. De roman houdt geen rekening met de werkende mens die de roman niet in één keer kan uitlezen. Een paar keer heb ik gehad dat ik het boek opensloeg bij waar ik was gebleven, maar dat ik me niet meer kon herinneren in welke tijd we waren aangeland en bij welk persoon. Met terugbladeren kwam ik er dan ook maar moeilijk uit; kennelijk is de schrijver van mening dat je het dan maar goed moet lezen…

Het vloekhout wordt een icoon en stelt Maria voor met gesloten ogen. Een object dat aanbeden wordt en dat iets doet met de mens die het ziet of die het aanraakt. Johan de Boose laat het vloekhout als icoon praten met een vergeten bril over het wezen van de icoon en daarmee over het wezen van de kunst. Waar gaat het bij kunst precies om; is het het schilderijtje op het stuk hout van het meisje met de gesloten ogen waar het om gaat of is het de belevenis van de kijker die het portret ziet het wezen van de kunst? De vergeten bril weet het wel: ‘Het gaat om wat er gebeurt met mensen die naar jou, blind portret, komen kijken…’ Dat is een opvatting over het wezen van de kunst die ik de laatste tijd veel tegenkom. Niet zozeer kijken naar het wezen van bijvoorbeeld een roman, maar meer kijken naar wat een roman precies met je doet tijdens het lezen. Een interessant perspectief.

Ik heb ‘Het vloekhout’ met veel plezier gelezen. Vond het een sterke roman. In het kader van mijn leesavontuur van de Librisliteratuurprijs 2019 waarin ik de romans van de shortlist met elkaar vergelijk om te kijken wat ik de beste en mooiste roman vind, scoort dit boek goed, maar is het niet de winnaar; daarvoor heb ik al boeken gelezen van het lijstje die boven deze roman eindigen. Maar desalniettemin een boek dat ik geboeid heb gelezen en zeker een aanrader!

Verloren!

Ik heb verloren. Ik geef het toe. Mijn leesrace tegen de uitreiking van de Librisliteratuurprijs 2019 heb ik verloren. Gisterenavond werd hij uitgereikt. Rob van Essen met ‘De Goede zoon’ heeft gewonnen. Eén van de twee boeken die ik nog niet gelezen heb. Tweederde van de boeken heb ik wél gelezen maar juist uit dat rijtje dat ik niet gelezen heb, komt de winnaar. Irritant. Ik dacht dat ik de winnaar wel gelezen had, maar nee, dus. Voor mij rest nu niets anders dan hard doorlezen en kijken of ik het met de jury eens ben. Vervolgens mijn volgorde van boeken tonen. De jury zal het dit jaar moeilijker hebben gehad dan vorig jaar want tot nu toe ben ik alleen boeiende boeken tegengekomen, terwijl ik vorig jaar me ook door boeken heen heb moeten lezen terwijl dat helemaal niet vanzelf ging.

Dit jaar glij ik soepeltjes van het ene boek in het andere en heb veel plezier bij het lezen. Maar zoals gezegd, ik heb nog maar vier van de zes uit. Pas na de zesde kan ik een oordeel geven. Hoewel…volgens mij heb ik echt mijn winnaar al gelezen en krijgt de jury geen gelijk met Rob van Essen. Maar wie weet. Zojuist aan ‘De Goede Zoon’ begonnen…

Bregje Hofstede – Drift; WAAROM?

Of ik denk dat Drift van Bregje Hofstede de winnaar van de Librisliteratuurprijs 2019 wordt? Nee, dat denk ik niet. De roman is niet groots. Bregje Hofstede moet nog groeien, vind ik. De roman is wel goed geschreven. Boeiend ook. De hoofdpersoon in de roman heet Bregje Hofstede. Juist ja, net als de auteur. Dat brengt je meteen op de gedachte of je eigenlijk een autobiografie zit te lezen. Dat maakt voor je leeshouding veel verschil. Dat een romanpersonage haar kut laat waxen heeft een andere impact op de lezer dan als een schrijfster en plein public laat weten dat ze dat laat doen. Bovendien zou dat waxen beschreven in een roman in het kader van het verhaal verteld worden terwijl als de schrijfster het over zichzelf vertelt het meer een mededeling is. Je vraagt je dan af; waarom moet ik dat als lezer precies weten. Waarom moet ik weten dat de auteur graag een kale poes heeft? Lijkt banaal, maar Bregje Hofstede beschrijft dat ze haar kut laat waxen. Ogenschijnlijk zonder dat dat iets toevoegt aan het verhaal behalve dan dat ze een gladde venusheuvel heeft. Dat is in een notendop de kritiek die ik op deze roman heb; er staat zoveel in waarvan ik me afvraag waarom ik het lees; wat het voor doel dient binnen de roman. Misschien houd ik teveel van romans zoals W.F. Hermans beschreef dat ze moesten zijn en waarin alles wat er gebeurt en wat er beschreven staat betekenis moet hebben binnen het verhaal. Alles wat die klassieke Hermans roman van buitenaf komt binnenwaaien en dus niets met de roman zelf te maken heeft, noemt hij een witte pater (had te maken met een verfilming van een roman waarin witte paters optraden). Drift zit vol witte paters, in mijn ogen.

Is het dan geen interessant boek? Jazeker wel. Ik heb het geboeid gelezen, daar niet van. Het heeft me verbaasd, dat ook. Ik merkte dat ik overging naar een andere leesmodus toen ik voor het eerst de naam van de hoofdpersoon tegenkwam. Een roman zie ik als meer dan een eenzijdig verslag van een ontsporend huwelijk en bij tijd en wijle had ik meer het gevoel van dat eenzijdige verslag dan van een roman. Huwelijk…ik proef het woord op mijn tong. Heel traditioneel allemaal. Misschien had ik niet verwacht van een jonge hippe vrouw die in de Correspondent schrijft over feminisme, dat ze anno 2018 zichzelf beschrijft in een haast jaren vijftig aandoend huwelijk.

Het verhaal is het verhaal van een jonge schrijfster die ‘wegloopt’ (zijn haar woorden!) bij haar man. Ze heeft haar dagboeken – en dat zijn er nogal wat – in een rugzak gestopt en is er vandoor gegaan. Ze beschrijft de veertig dagen na haar vertrek en kijkt daarin terug op haar huwelijk. Ze is, zo blijkt, getrouwd met haar liefje waarmee ze al op de middelbare school verkering kreeg. In de veertig dagen na haar vertrek uit hun woning ‘verdedigd’ ze de stap die ze genomen heeft. Eigenlijk had ze geen andere keuze. ‘Verdedigd’ tussen aanhalingstekens. Haar echtgenoot blijkt best jaloers. Zelden een moderne roman gelezen waarin zo de nadruk wordt gelegd op de kuisheid van de hoofdpersoon. Ze beschrijft diverse gelegenheden waarin andere mannen belangstelling voor haar hebben, en door wie ze zelf ook gecharmeerd raakt, maar nee; ze blijft kuis. Haar echtgenoot is de enige met wie ze ‘het’ doet. Hoewel ze openhartig schrijft over de seks met haar man krijg ik er soms een wat vervelende smaak van in mijn mond. Ik weet het niet..misschien ervaart ze het zelf anders…maar af en toe is het beste onderhorige seks. Zolang het met wederzijds goedvinden gebeurt, mag iedereen seksen en vrijen zoals hij en zij het zelf wil, vind ik. Schrijf je het op en geef je het uit in de vorm van een boek, dan is ineens dat intieme liefdesgedrag een onderwerp geworden waar anderen over spreken. Maar dat terzijde. Hij neukte haar zo wild van achteren dat ze steeds met haar hoofd tegen de muur bonkte…pff, ik weet niet. Zo’n beschrijving voelt niet als fijne seks; moet ze zelf weten natuurlijk, maar wil je dat ‘in de krant’?

Dit alles wil niet zeggen dat ik het een slecht boek vind. Ik heb het zeer geboeid gelezen. Bregje Hofstede kan heel goed schrijven. Ik begrijp dat je over jezelf schrijft maar wat meer afstand zou de roman enorm kunnen verbeteren. Een schrijfster hoeft niet haar ‘weglopen’ uit een huwelijk te verdedigen, vind ik. Ook ietsje minder uitleggerig zou ik fijner vinden; ik ben niet geïnteresseerd in de VVV folder van Pompeji als ik een roman lees, hoe goed bedoeld ook.

Ik vind het erg jammer dat als je zo goed kunt schrijven als Bregje Hofstede je dan desalniettemin een roman schrijft waarbij de lezer zich steeds afvraagt: Waarom? Waarom schrijf je dit op; waarom moet ik juist dit lezen? Deze roman zal niet hoog eindigen op mijn versie van de Librisliteratuurprijs; er ontbreekt nog teveel aan waarbij ‘ontbreken’ net zo goed staat voor dat er te weinig in deze roman/autobiografie is geschrapt.

Jan van Aken – De Ommegang; Fantastisch!

Heb ik het winnende boek van de Libris literatuurprijs net uit? Dat zou best wel kunnen. Wat een verschrikkelijk goed boek! Het is dat ik een verstandig man ben en veel verplichtingen heb, anders had ik aan één stuk door gelezen. Bijna de ideale roman: Spannend van het begin tot het eind, een intellectuele zoektocht van heb-ik-jou-daar; geweldig! Ik heb de afgelopen jaren weinig boeken gelezen die dit boek overtreffen. Het moet haast wel de winnaar worden van de Libris literatuurprijs en waarschijnlijk wordt het ook mijn winnaar. Zeker weten doe ik dat natuurlijk nog niet, want ik heb pas een derde van de boeken gelezen. Maar wat kan deze roman nog overtreffen? De Ommegang van Jan van Aken; helaas heb ik het uit.

De wereld is roerig aan het begin van de vijftiende eeuw: Er zijn drie pausen die geen van allen willen wijken voor de ander. Een groot concilie zou aan dit schisma van de kerk een eind moeten maken. Maar ondertussen lopen de gemoederen overal hoog op. Het grote concilie dat alles zou moeten regelen wordt gehouden aan de huidige Duits-Zwitserse grens in het plaatsje Konstanz. In deze gevaarlijke periode van de geschiedenis ligt de arts en architect Isidorus van Rillington, hoofdpersoon van de roman, beschuldigd van ketterij, geketend, in een volkomen duistere cel. Hij ziet niets en hoort niets…behalve de ademhaling van een ander. Of niet. Isidorus weet het niet, maar de duisternis en een mogelijke celgenoot doen Isidorus besluiten om hem – en dus ons – deelgenoot te maken van zijn levensverhaal en aldus te vertellen van zijn ommegang door het leven en hoe hij op deze plaats des onheils terecht is gekomen. De brandstapel is zijn vooruitzicht zonder dat dit met name genoemd wordt.

Isidorus wordt te vondeling gelegd bij het klooster Bellalande in Engeland. Hij wordt daar opgevoed door een monnik die vroeger bibliothecaris is geweest van een ander klooster, maar nu de functie van poortwachter uitoefent. De poortwachter leert Isidorus lezen en bovendien leert hij hem een manier om al het gelezene te onthouden. Dat doet hij door in zijn brein geheugenplaatsen te definiëren in de vorm van een gebouw en de opgedane kennis te koppelen aan een bepaalde ruimte in dat gebouw. Later kan hij dan een ommegang maken door de gebouwen en de ruimtes en lezen welke kennis er opgeslagen ligt in zijn brein. In het klooster is een vleugel afgesloten nadat een groot deel van de monniken aan de pest waren overleden. Die onbekende vleugel openen de poortwachter en Isidorus opnieuw en vinden daar een bibliotheek. Met deze bibliotheek worden de eerste geheugenbouwwerken opgezet. Een apart plekje in zijn geheugenbouwwerk wordt ingenomen door een boek over de bouwkunde van Vitruvius. Zoals later uit de roman blijkt wil Isidorus maar één ding doen in zijn leven; bouwen. Grootse bouwwerken maken. Vooral kathedralen.

Om zijn bouwambities waar te maken gaat hij studeren. Bisschoppen en aartsbisschoppen bouwen kathedralen en dus moet hij een hoge positie in de kerk krijgen. Om een hoge geestelijke te worden moet je geen theoloog worden. Je moet rijk zijn want een bisschopszetel koop je. Om rijk te worden, moet je arts worden want daar betalen de mensen grif voor en dus wordt Isidorus arts zodat hij later in staat zal zijn om een bisschopszetel te kopen en zijn kathedraal te bouwen. Isidorus wordt een arts die qua kennis en kunde zijn tijd ver vooruit is. Zijn ambities om te bouwen kan hij niet waarmaken. Daarom reist hij naar het verre oosten omdat daar de wrede Timoer Lenk heerst die de beste architecten samenbrengt om een oogverblindende stad te bouwen. Uiteindelijk lukt het Isidorus om bij Timoer Lenk als bouwmeester op te treden. Helaas voor de hoofdpersoon wel onder extreme druk – al zijn voorgangers-bouwmeesters, zijn op bamboestaken gespietst – en moet hij het ontwerp van een grote moskee van een ander, in tien dagen, realiseren. In die tijdspanne kan hij een moskee bouwen die er mooi uitziet maar dat is ook alles. Bij de eerste dienst begint de grote koepel in te storten. Wonder boven wonder weet Isidorus weg te komen en via heel veel omzwervingen op de weg te komen die naar Konstanz leidt. Hij sluit zich aan bij Maelgys en zijn dochter die onderweg zijn naar deze stad. Maelgys onthult Isidorus iets dat het geheim van het leven is, de kern van alle waarheid, het summum… Daarna valt de dochter van Maelgys in een ravijn en slaat Isidorus Maelgys de hersens in.

De rest van de roman speelt zich in Konstanz af waar Isidorus zich vestigt als arts. Hij doet er alles aan om zijn kathedraal in Konstanz te mogen bouwen, maar het gaat hem niet lukken. Ondertussen heeft hij wel een gigantisch geheugenbouwwerk gemaakt in zijn hoofd waarin zo’n beetje alle kennis van de wereld zit. Isidorus maakt regelmatig ommegangen door zijn geheugenbouwwerk. Verwikkelingen met zijn Boheemse vrouw Galina die een aanhangster blijkt te zijn van de in die periode op de brandstapel geëindigde kerkhervormer (ketter) Johannes Hus, zorgen ervoor dat Isidorus in de kerker terecht komt waar hij zijn hele verhaal aan ons vertelt. Op zijn rechtzitting vertelt hij dat hij aan de koning een geheim moet vertellen dat zo belangrijk is dat het de hele wereld zou kunnen veranderen. Als de koning Isidorus een gewillig oor biedt, kan de geheugenkunstenaar zich niet meer herinneren wat het geheim van Maelgys was…

De Ommegang is echt een heerlijke roman; een aanrader. Als gesjeesd geschiedenis student val er verschrikkelijk veel te genieten van alle historische gebeurtenissen en personen die voorbijkomen. Ook de sfeer van pest en ketters is raak weergegeven. De levens van de mensen die de roman bevolken hangt steeds aan een zijden draadje. Is het zo dat Isidorus steeds ommegangen maakt door zijn geheugenbouwwerk, wijzelf maken eenzelfde soort ommegang door het bouwwerk van de roman. Wat is werkelijkheid wat is verzonnen; wat is de kern van een verhaal, van de roman. De vragen kan je impliciet en expliciet vinden in deze roman en daarmee nodigt het je uit tot het doen van intellectuele hoogstandjes; Wat verschrikkelijk fijn dat deze roman geschreven is!

De literatuurprijs.

En ook dit jaar wordt hij weer uitgereikt: De Librisliteratuurprijs! Ik heb er nogal over gezwegen, maar dat heeft eigenlijk geen andere oorzaak dan…tijd. Doordat er wat veranderingen zijn geweest, heb ik veel minder tijd om te schrijven. Ziedaar mijn stilte. Maar natuurlijk leeft die prijs enorm bij mij. Natuurlijk ga ik ook weer mee in de jaarlijkse traditie die op deze website is ontstaan: Checken of de jury van de Librisliteratuurprijs gelijk heeft als ze de winnaar aanwijst. De check gaat uiteindelijk over het allerlaatste stukje van de prijsuitreiking. Aan de prijs gaan een longlist en een daaruit voortkomende shortlist vooraf. Daar heb ik niets mee te maken en aanvaard ik als feiten hoewel je ook op de samenstelling van de lijsten veel kritiek kunt hebben. Naar mijn idee is het de bedoeling van de longlist dat daarop de beste boeken komen die in het jaar verschenen zijn. Op zich waag ik dat te betwijfelen. Kijkend naar de van de longlist afgeleide shortlist, heb ik vaak boeken gelezen die in datzelfde jaar verschenen en die uitstegen boven het gemiddelde niveau van de boeken op de shortlist maar er desalniettemin niet op voorkwamen. Maar daar trek ik dus de lijn; de shortlist is mijn vertrekpunt.

Dit jaar heb ik best een beetje mazzel want één van de boeken op de shortlist had ik al gelezen en op deze site besproken; De Trooster van Esther Gerritsen. Dat vond ik een goed boek. Niet het beste boek dat ik van haar gelezen heb, maar echt geen slecht boek. Dat ik één boek gelezen heb, wil nog niet zeggen dat ik de andere boeken gelezen en beoordeeld heb voordat de prijs uitgereikt wordt. Ik heb dan nog veel werk te doen. Hoewel…ik ben meteen aan de slag gegaan en een volgend boek op de lijst is al voor een groot deel gelezen. Hoewel ontzettend dik vrees ik voor het moment dat ik het uit heb… Wat zal ik me dan alleen en verlaten voelen. Het boek dat ik nu lees is zo verschrikkelijk goed…

De lijst:

  • De Trooster van Esther Gerritsen; heb ik dus al gelezen en vond ik een goede roman.
  • De Ommegang van Jan van Aken. Ben ik aan het lezen en…sjonge, wat een boek!!!
  • Drift van Bregje Hofstede. Nog nooit van deze schrijfster gehoord.
  • Grand Europa van Ilja Leonard Pfeiffer. Het lijkt wel alsof er elk jaar een roman van hem op de shortlist staat. Het boek van vorig jaar was in ieder geval niet slecht. Niet meteen mijn favoriet, maar zeker niet slecht.
  • De Goede zoon van Rob van Essem. Geen idee. Nog nooit van de man of zijn boek gehoord.
  • Het vloekhout van Johan de Boose. Geldt eigenlijk hetzelfde voor als voor het vorige boek.

Het grootste deel van de boeken heb ik inmiddels gekocht. En nu maar lezen, De Klerk, lezen totdat je ze allemaal uit hebt. Pas dan kan je laten weten wat de beste roman is. Na twee van de zes romans denk ik dat ik al een winnaar heb… Maar dat zou niet eerlijk zijn. De datum waarop de Libris litratuurprijs wordt uitgereikt is 6 mei. De kans dat ik dan alle zes de boeken gelezen heb, is absoluut nihil. Mijn Frits’ literatuurprijs wordt toegekend aan de beste roman uit de boeken op de shortlist van de Librisliteratuurlijst en deze prijs wordt uitgereikt zodra alle boeken uitgelezen zijn. De prijs bestaat uit…eer. Niets meer en niets minder. Uiteraard krijgt elke auteur wel het afgesproken bedrag per verkocht boek dat ooit is afgesproken, want ik koop elk boek en leen niets en ik steel al helemaal niets.