Haagse meesters van de romantiek; De gebroeders Verveer herontdekt.

Gezien op 22 september 2015 in het Joods Historisch Museum

Salomon Verveer

Het lijkt erop alsof we de romantiek in Nederland aan het herontdekken zijn. De eeuw van Jan Salie, dus. De bekrompenheid kwam je decennia lang al tegemoet, nog voor je het woord ‘romantiek’ had gebruikt. De 19e eeuw. We zijn vooral geneigd om te kijken naar dat laatste stukje van de 19e eeuw. Vanaf 1880 en de opkomst van de tachtigers in de literatuur en de impressionisten in de schilderkunst en natuurlijk vooral Vincent van Gogh. Maar hoe terecht is dat eigenlijk? We beginnen er langzaam van terug te komen is mijn stellige indruk.

Met Beethoven lopen we de 19e eeuw binnen en via Wagner en Mahler lopen we er weer uit. Daartussenin de ene grootheid na de andere. De muziek van de 19e eeuw wordt dagelijks uitgevoerd; op vele plekken tegelijk en over de hele wereld. In de beeldende kunst is dat toch anders. Op de een of andere manier wilde dat niet doordringen en lijkt het volledig overschaduwd te worden door de opkomst van de nieuwe stromingen aan het eind van de 19e eeuw furore maken en dan met name de impressionisten.

Eerst was er die prachtige tentoonstelling in de Hermitage Amsterdam, waarin de overgang naar het impressionisme werd getoond. Met veel aandacht dus voor de voorlopers die nu een beetje in de vergetelheid zijn geraakt. Ik werd daar aangenaam door verrast. Later de tentoonstelling over de romanticus Turner en zijn Nederlandse gelijkgestemden in de Fundatie in Zwolle. De televisie geschiedenis serie over de 19e eeuw met de titel ‘De IJzeren eeuw’ waarin bleek dat Nederland bruiste van energie en elan, op elk mogelijk gebied. En dan nu ‘De meesters van de romantiek’ in het Joods Historisch museum over de (joodse) broers Verveer. Drie broers die weliswaar dezelfde genen hebben en in hetzelfde gewricht in de tijd, kunstzinnig niet veel met elkaar gemeen lijken te hebben. Hoewel alle drie beeldend kunstenaar was Salomon Verveer de romantische schilder, Maurits Verveer de fotograaf en Elchanon Verveer een begaafd cartoonist.

De romantiek zie ik vooral terug in het werk Salomon Verveer. Bij Mauritz Verveer moet je de romantiek vooral zoeken in de attributen op de foto’s die hij maakte. Hem zie ik meer als een pionier op het gebied van de portretfotografie. Daarin lijkt hij mij echt een grote. Elchanon had, in mijn ogen, met zijn karikaturen vooral actuele waarde omdat hij inspeelde op de mensen die toen leefden en die toen een rol speelden in de maatschappij. Neemt niet weg dat een tentoonstelling over de drie broers erg interessant en leuk is.

Merkwaardig gegeven is dat de drie broers hun hele leven hetzelfde atelier gedeeld hebben en alle drie nooit getrouwd zijn geweest. Er waren ook nog vier zussen. Weliswaar geen kunstenaars (voor zover we weten) maar ook ongetrouwd gebleven. Van alle broers werd beschreven dat ze ook sociaal een grote rol speelden in de kunstenaarswereld.

Ongetwijfeld de beroemdste van de drie was de schilder Salomon. Hij was beroemd in binnen en buitenland en naar aanleiding van schilderijen die hij in de Brusselse Salon presenteerde, werd hem door de Koning een grote Belgische onderscheiding gegegeven. Een kenmerkend werk van hem vindt ik zijn Katwijkse duinlandschap. Een prachtige zonnige lucht. Een beetje heiig. Vissersvrouwen wachten op hun mannen. Arm maar gelukkig! De lichtval zorgt ervoor dat de voorgrond heel gedetailleerd is weergegeven. Voor de romantiek mis ik een beetje het grote drama…maar daar zijn we nederlanders voor.

Broer Maurits Verveer de fotograaf:

8.-Maurits-Verveer-Portret-van-man-met-cello-en-jongen-met-viool-in-huisinterieur-1024x665

En broer Elchanon Verveer de cartoonist:

 

Opnamedatum: 2014-05-26
Opnamedatum: 2014-05-26

Een echt leuke tentoonstelling. Verder kan je na het bezoek genieten van heerlijke joodse hapjes. Ik heb de latkes uitgeprobeerd en een Peren Kugel mee naar huis genomen. Heerlijk!

 

Schandpaal voor Volkert

De schandpaal staat mij verschrikkelijk tegen. Ik vind dat iemand die een fout heeft begaan (zelfs als het een heel erge fout is), er in anonimiteit voor mag boeten. Ik ben dan ook heel erg blij dat de schandpaal is afgeschaft. Dat hebben we met elkaar gedaan; democratisch. Wij willen geen schandpaal, hebben we gezegd.

Toch zijn we soms zo verontwaardigd dat we de straf die we via de rechterlijke macht opleggen niet voldoende vinden. Er moet meer. Liefst als iemand uit de gevangenis komt. Dan kan diegene het leven weer oppakken en dat lijken we niet te willen. Sommige misdaden zijn zo erg, dat we de pleger levenslang willen geven. Waar hij ook komt, hij zal altijd geconfronteerd moeten worden met wat hij misdaan heeft en altijd moet hij worden opgejaagd.

Wat moeten we in zo’n geval doen? Er is eigenlijk geen straf hoog genoeg. De opgelegde straf is bijna een uitkomst van een wiskundig probleem. Ik denk: Accepteren dat dit ons soms overkomt. Doorgaan met je leven en…als de voor het gevoel te licht gestrafte crimineel uit de bajes komt, goed in beeld houden. Dat neemt niet weg dat de crimineel wel zijn leven weer kan oppakken.

TV-programma’s als Brandpunt hebben daar een ander idee over, zo bleek gisteren. Die zijn niet vies van de schandpaal. Volkert van der G. heeft zijn straf uitgezeten en is volledig onder controle van justitie. Laat ze het daar lekker uitzoeken! Nee, Brandpunt introduceert opnieuw de schandpaal en zet daarin Volkert van der G. te kijk. Tegenover het hele land. Waarom precies? Wie zitten daar op te wachten? Ik in ieder geval niet.

21 september 2015

Richard Strauss – Der Rosenkavelier

Gezien op 19 september 2015

1516_01_Rosenkavelier_1600x900

Dit is de tweede keer dat ik Der Rosenkavelier van de Nationale Opera heb gezien binnen vijf jaar maar met een volledig nieuwe enscenering. Dit moet dus wel een populaire opera zijn; niet alleen bij de gemiddelde ‘gewone’ operaliefhebber, maar ook bij het wat elitairdere publiek, want de Nationale opera legt haar lat behoorlijk hoog. Een komische opera met verkleedpartijen en een onbehouwen baron die ongegeneerd van het leven geniet samen met een paar aria’s waar iedereen week van wordt en ontroerd door raakt. Maar toch…kennelijk biedt deze opera meer dan alleen vermaak. Want twee ensceneringen binnen vijf jaar…

Het verhaaltje is dun en simpel: Het speelt zich af in het keizerlijke Wenen.

Acte 1.

Een jonge graaf Octavian bemint zijn oudere tante de Feldmarchallin Fürstin Werdenberg. Na de liefdesnacht komt de baron Ochs auf Lerchenau op bezoek. Ook alweer familie van het minnende paar. Deze baron houdt er een liederlijke (jaja) levenswandel op na en is veel van zijn vermogen kwijtgeraakt. Daarom is hij op zoek naar een nieuwe kapitaalinjectie zodat hij zijn leventje voort kan zetten. Dat kapitaal vindt hij in de vorm van een bruidsschat. De heer Faninal is een nouveau riche en wil graag toegang hebben tot de adel. Die kans wordt hem geboden want hij heeft een dochter die hij aan de baron kan uithuwelijken. De Baron Ochs heeft hulp van de Fürstin nodig.

Maar…de baron komt hulp vragen op een verkeerd tijdstip; namelijk de ochtend na de liefdesnacht. De affaire tussen Fürstin Werdenberg en haar neefje Octavian moet verborgen blijven. Octavian verkleedt zich als het dienstmeisje Mariandl om niet verdacht te zijn. De baron van Ochs wil meteen een afspraakje maken met de als dienstmeisje verkleedde Octavian.

De Fürstin Werdenberg moet voor de baron zorgen voor een rozenkavelier. Volgens de adellijke traditie moet een jonge cavalier de komst van de toekomstige verloofde aankondigen door de dame in kwestie een zilveren roos aan te bieden.

De vorstin belooft de baron een rosenkavelier te leveren. Als ze alleen is, beseft ze dat ze oud geworden is en dat de affaire met Octavian alleen maar heel tijdelijk kan zijn; hij zal zijns weegs gaan en haar achterlaten.

Acte 2.

Speelt zich af in het huis van Faninal. Iedereen is in afwachting van de Rosenkavelier. Hij zal de zilveren liefdes-roos aanbieden die daarmee de komst van de baron aankondigt. Octavian is de Rosenkavelier. Hij treedt het huis van Faninal binnen en overhandigd de roos aan Sophie. Ze ruikt aan de roos en merkt dat hij erg lekker ruikt. Als ze Octavian laat ruiken slaat de liefde tussen die twee in als een donderslag bij heldere hemel. Vervolgens arriveert de baron Ochs met zijn gevolg. Hij benadrukt het standsverschil en interesseert zich nauwelijks voor Sophie; hij keurt haar als een stuk vee. Ondertussen vergrijpt het gevolg van de baron zich aan de drank en aan het vrouwelijke personeel. De verliefde Octavian wil de eer van Sophie verdedigen en in een (min of meer) duel verwondt hij de baron oppervlakkig.

Sophie wil al lang niet meer trouwen met de baron en Octavian verzint een list; hij laat bij de baron een briefje bezorgen waaruit blijkt dat het dienstmeisje Mariandl (de verkleedde Octavian) wel degelijk zin heeft in een vrijerijtje. De baron wordt naar een goedkoop hotel/kroeg gelokt.

Acte 3

Verkleedt als het dienstmeisje Mariandl, wacht Octavian de baron Ochs op. Hij heeft een val opgezet waarin hij allerhande figuren laat figureren. Onder wie een verlaten moeder met kinderen die claimt dat baron Ochs de vader is. Terwijl Ochs Mariandl aan het verleiden is, komen deze figuranten te pas en te onpas in beeld. Om hier een eind aan te maken, roept de baron de politie erbij, maar dat maakt het allemaal nog veel erger voor hem. Hij wordt er van beschuldigd dat hij de eer van een jong meisje schendt. Ochs beweert dat Mariandl zijn verloofde Sophie is. Als vader Faninal erbij komt, ontkracht hij de leugen; Mariandl is zijn dochter Sophie niet. Daarmee is de baron van Ochs een leugenaar en een bedrieger en is het voorgenomen huwelijk van de baan. Mariandl ontmaskert zich voor de politie als Octavian. Nu komt de Feldmarchallin op de proppen. Zij beweert dat alles een maskerade is. Sophie, die er ook is bijgekomen hoort dit en denkt dat ook zij slachtoffer is. De Feldmarchallin doet afstand van haar minnaar Octavian. Octavian en Sophie sluiten elkaar in hun armen.

Een heel verhaal, kortom met veel verkleedpartijen; een grote maskerade. Besef je dat de rol van Octavian gezongen wordt door een mezzosopraan die echt niet door een man gezongen wordt, dan spreek je hier niet van een gewone maskerade, maar van een dubbele. Een verklede man, verkleedt zich als vrouw… De verwijzing naar Cherubino uit Le Nozze de Figaro is dan al snel gemaakt. Dat is hij zeker, want op verschillende niveau’s staat er een peil naar deze grote Mozart opera.

Na de opera’s Elektra en Salome, keerde Strauss en zijn librettist Von Hoffmansthal terug naar de Weense komedie. Dat is hen vaak verweten. Maar ik zie een duidelijke ontwikkeling. Ik denk dat Strauss het doorvoeren van de bijna atonale muziek van Elektra naar het volledig atonale zoals Schönberg net een stap te ver vond en het ook –terecht in mijn ogen- zag als een doodlopende weg. Vanuit de twee opera’s ontwikkelde zijn muziek zich naar Strauss’ eigen stijl. Hoewel er veel Weense wals in zit, en een aantal bloedstollende mooie aria’s, is het over het geheel genomen geen opera die makkelijk in het gehoor ligt.

Muzikaal gezien, heb ik eigenlijk nauwelijks een opmerking. Grandioos! Alle rollen werden superbe gezongen. Het orkest was fantastisch op dreef en aan de dirigent Marc Albrecht komt veel lof toe. Ik heb echt genoten; een groot compliment. Van te voren werd wel gemeld dat de bas Peter Rose, die de rol van de Baron van Ochs zong, last had van een keelontsteking. Dat deed mij het ergste vrezen, want dat is een meer dan veeleisende rol. Als publiek heb ik daar echter weinig van gemerkt. Integendeel; hij was fantastisch.

Het decor dat gekozen was wijkt af van wat gebruikelijk gekozen wordt. Door tekst en inhoud van de opera, kan je daar ook niet makkelijk van afwijken. Het speelt zich in het Wenen van de 18e eeuw af. Nu werd dat door decor en aankleding verplaatst naar de jaren ’50 van de vorige eeuw. De Feldmarchallin kreeg daarmee het uiterlijk van Prinses Gracia toen ze net niet meer Grace Kelly was. Dat ging maar net. Een paar onlogische teksten, maar goed overheen te komen. Het decor als zodanig zag er trouwens in de eerste twee actes fantastisch uit. Over de derde acte heb ik wel wat bedenkingen. Daar werd een heel goedkoop motelletje getoond. Op zich aardig gevonden behalve dat veel van de dialoog tussen Baron van Ochs en Mariandl zich afspeelde in de kroeg. Dat was nu op de gang van het motel. Niet helemaal voor te stellen.

De regie en enscenering moet ervoor zorgen dat het verhaal zoals het zich voor ons ontrolt duidelijk en helder is. De grote lijn was redelijk te volgen. De details helaas niet. Daar vond ik de regie wat rommelig. Zo kwamen er aan het eind van de eerste akte een groep mensen de kamer van de Feldmarchallin binnen waarvan nauwelijks duidelijk was wat ze daar deden. Dat was stukken duidelijker in die andere DNO enscenering van enkele jaren geleden van Willy Decker. Deze onduidelijk situatie werd gelukkig helemaal overdonderd door de slotaria van de eerste acte, als de Feldmarchallin alleen achterblijft. Wat zong Camilla Nylund dat fantastisch!

Het aanbieden van de zilveren roos is het hoogtepunt in de opera. Hij heet niet voor niets ‘Der Rosenkavelier’! De omslag zit in dat hoogtepunt; Sophie en Octavian worden verliefd. Dat bleek wel uit de muziek en het prachtige duet, maar niet uit de regie. De twee aankomende gelieven zongen het duet met een tussenruimte van zo’n tien meter, zonder dat ze elkaar aankeken. Fysiek miste de chemie die er muzikaal wel was. Dat werkte verwarrend.

De laatste acte werd gekenmerkt door kamertje in, kamertje uit. Heel moeilijk te volgen. En dan de moeder met al die kinderen. Ik vond het erg rommelig. Gelukkig maakte het slot trio en het slotduet alles helemaal goed. De stemmen kroelden langs elkaar, vervlochten in elkaar en slepen langs elkaar. Prachtig!

Al met al heb ik een heerlijke avond gehad!

Constant Nieuwenhuys (1920-2005) – Verschroeide aarde I (1951)

Constant verschroeide aarde

Ik was in 1981 voor het eerst van mijn leven op vakantie in Duitsland. In de stad Keulen, om precies te zijn. Met een aantal vrienden om de tentoonstelling ‘Westkunst 1981’ te bezoeken. We zouden er drie dagen blijven en we zouden elke dag naar de tentoonstelling gaan. In mijn herinnering was deze tentoonstelling gigantisch. Voor mijn gevoel hing alle kunst er die na de tweede wereldoorlog was gemaakt. Mijn geheugen zal wel wat vertekend zijn, maar als ik die tentoonstelling voor mijn geestesoog haal, dan kan ik alle grote naoorlogse kunstenaars opnoemen en dan kan ik me van hen een werk herinneren dat daar hing. Ook van daarvoor trouwens, want Piet Mondriaan zie ik ook voor me. Ik herinner me een onaf doek van zijn hand…

Vakantie in Duitsland…Dat was een hele overwinning voor me. Ik moest, zo begin jaren 80, nog helemaal niets van Duitsland hebben. Ik was opgegroeid met de tweede wereldoorlog. Mijn joodse identiteit van moederszijde speelde nog een rol van betekenis. De reflexie van de tragedie die mijn moeders familie was overkomen zat nog vers in mijn geheugen. We zwegen er luidkeels over. Er werd fluisterend aan gerefereerd, aan die zwarte periode. ‘We hebben zo’n kleine familie…’ werd er gezegd. Daarmee werd bedoeld: ‘Iedereen waar we van hielden is dood’. Niets meer en niets minder. De tijd die we samen zijn op aarde moeten we zo dicht mogelijk tegen elkaar doorbrengen want het kan zomaar voorbij zijn. Ik ervaarde dit gefluister als bijzonder knellend zonder dat ik het een naam kon geven.

Zo liepen wij dus in 1981 door Keulen en zagen dat het enige stukje originele Keulen bestond uit de Dom van Keulen en enkele huizen daarachter. Heel veel crisis nieuwbouw. Toen vond ik dat heel terecht, dat deze stad met de grond gelijk gemaakt was. Laat ik zeggen dat ik me nu ongemakkelijk voel bij de gedachte die ik toen had. Volgens mij gaat het fout zodra we het handelen van een persoon aan een groep ophangen. De verantwoordelijkheid van handelen ligt bij de persoon die het handelen uitvoert. Dat kan niet anders. Dat de Rothschilds rijke bankiers waren, wil niet zeggen dat alle joden rijke bankiers zijn. Als een moslim zichzelf opblaast op een drukbezochte markt wil dat niet zeggen dat alle moslims potentiele zelfmoordterroristen zijn. Dat is een belangrijk uitgangspunt. En dat had ik toen nog niet tot me genomen.

Ik ben ervan overtuigd dat op de tentoonstelling Westkunst 81 schilderijen van de Cobra groep hingen. Daar werd ik geconfronteerd met een serie schilderijen ‘Verschroeide aarde’ gemaakt door Constant. In mijn herinnering waren dat vijftig schilderijen waarvan maar een paar op de tentoonstelling hingen. Ik weet niet meer waar ik dat vandaan haalde, want het blijken maar drie schilderijen te zijn. Maar hoe dan ook, ze maakten diepe indruk op me. Het paste helemaal bij mijn gevoelens over de oorlog van dat moment en mijn aanwezigheid in de stad Keulen. Dat was niet helemaal zoals Constant het bedoelde; hij associeerde deze schilderijen veel breder met oorlog en geweld dan ik. Op dat moment in 1951 speelde er nogal wat op wereldniveau. Achteraf vraag je je af of de tweede wereld oorlog wel in 1945 beëindigd is…

In 1981 was ook Nederland in beroering: ‘Geen woning geen kroning’, om maar iets te noemen. Maar ook waren er de grootste anti-kernbomdemonstraties die ooit in Nederland waren gehouden. Over verschroeide aarde gesproken…

Moeder en kind liggen dood in een desolaat verwoest landschap. Op de achtergrond woedt nog een grote brand. Van een huis wat geblakerde balken, grijs van de as. Een klok ligt kapot op de aarde. Verwoest; alles is verwoest. Wat een indrukwekkend schilderij!

Anton Mauve (1838-1888) – Heide bij Laren (1887)

mauveschaapskudde

Een bewolkte dag op een van de armste stukjes grond van Nederland. De zomer is weliswaar nog niet afgelopen, maar voor het gevoel is de herfst al begonnen. Wat verweesde berken wachten op de herfststormen en vragen zich af of ze die zullen overleven. In het eikenbosje klampen de bomen zich aan elkaar vast. Een kleine kudde schapen trekt over de zandverstuiving. Alles wat groen is, knabbelen de dieren onderweg af. Op naar het eikenbos waar de herder een beetje beschut is tegen de alles doordringende miezerregen. Nog is het droog…

Een treurig stemmend schilderij. Weer uit die eeuw van Jan Salie waarin hoegenaamd niets gebeurde. Wat fijn dat we deze eeuw aan het terugvinden zijn en alles wat daar gebeurde op juiste waarde aan het schatten zijn. Niet slechts de eeuw tussen Rembrandt en Van Gogh in, maar een eeuw waarin werken ontstonden van grote historische waarde en die logisch leidde tot Van Gogh en tot anderen. De logische link tussen Mauve en Van Gogh is er sowieso al; Mauve was de eerste schilderleraar van Van Gogh. Toen Mauve in 1888 overleed, schilderde Van Gogh een prachtig bloeiende perzikboom en maakte er een in memoriam van voor deze schilder; Van Gogh had hem erg hoog zitten.

Ik begin de schilders uit die periode ook steeds meer te waarderen. Veel landschappen met hard werkende mensen die nauwelijks het zout in de pap verdienden. Het lijkt soms of deze schilders voorzagen wat even later werkelijkheid werd; de opkomst van het socialisme. In dit schilderij zie ik vooral de uitzichtloosheid van het bestaan voor deze herder. Dat samen met de arme grond, maakt wel een beetje treurig.

Het door Mauve hier neergezette landschap is haast een woestijnlandschap. Een stuk verwoeste aarde. De mensen die erop leven proberen een bestaan op te bouwen. Maar dat lijkt vruchteloos. Ze trekken met een kudde schapen rond en die eten elk groen sprietje op. Daardoor wordt de grond nog armer; De graswortels en de wortels van jonge boompjes die de aarde structuur en eenheid moeten geven krijgen geen kans waardoor het land nog verder verwoest wordt. Een vicieuze cirkel die door de mensen die van deze aarde moeten leven, niet doorbroken kan worden; zij zijn er te arm voor…

Zo’n zelfde proces zag ik in de documentaire ‘Green Gold’ over de ecoloog John D. Liu. Hij liet zo’n zelfde soort verwoest landschap zien, maar dan in Jordanië. Ook daar een woestijn. Eigenlijk heel goed vergelijkbaar met het hier getoonde landschap, maar dan nog iets erger. Arme mensen die een karig bestaan leidde, dreven kuddes schapen en geiten over deze grond. De dieren aten alles op wat maar een beetje groen was. Het gevolg: Nog grotere woestijnvorming. De oplossing bedacht John D. Lui samen met prinses Basma Bint Ali van Jordanië: Om een groot stuk woestijn een hek zetten en vervolgens een paar jaar niets doen. De woestijn kwam daarmee tot leven. De woestijn werd groen. Planten groeiden welig en de eerste bomen schoten wortel. Niets doen, herstelde de aarde.

De stand van zaken nu in Nederland: De laatste stukjes heide worden met man en macht behouden. Nu we niet meer hoeven te leven van dit soort gronden, dreigt het compleet te verdwijnen. De aarde herstelt zich en wordt bos als we er niets aan doen! Gesubsidieerde schaapskuddes worden over de heide gestuurd om al het groen tussen de heide weg te vreten en zo dit landschap te behouden!

Tot slot…Waarom heeft de naam Mauve zo’n speciale klank voor mij? Mijn eerste grote (platonische) liefde woonde in de Mauvestraat. Zij heeft nooit geweten wat ik voelde als vijftienjarige, en het is goed dat het zo gelopen is. Maar Mauve heeft daardoor een apart plekje in mijn hart gekregen.

Willem Bartel van der Kooi (1768-1836) – Het gestoorde pianospel (1813)

pianospel

Wat je vaak hoort is dat het herschrijven van de geschiedenis één van de doodzondes is. Toch heb ik dit nu al vele malen zien gebeuren. Niet door kwaadwillende figuren, maar door de hele maatschappij. Wetenschappers haken er dan op in. Er komen andere standpunten, mensen kijken toch nog eens een keer naar wat er feitelijk gebeurde en interpreteren de gebeurtenissen dan tegengesteld aan zoals het voorheen geinterpreteerd was. Het mooiste, en een heel recent voorbeeld daarvan is hoe men tegen de 19e eeuw aankeek. In 1841 publiceerde Potgieter een kort verhaal waarin de 19e eeuwse geest werd beschreven als de geest van Jan Salie; lamlendig en niet in staat tot enige vernieuwing. Daar kijken we nu even anders tegenaan: De IJzeren eeuw. Een eeuw van ongekende groei en innovatie op vele gebieden! Het kan verkeren.

Van Jacques Kruithof kregen we 19e eeuwse literatuur. Meesmuilend werd gezegd dat dit dus de domineesdichters waren. Jongens gingen naar de net nieuw opgerichte HBS en werden dominee. En…als dominee gingen ze dichten. Dichters die Multatulli op de hak neemt in Woutertje Pieterse. Om hun brallerig taalgebruik. Zie: Het gedicht Op God van Klaasje van der Gracht of bijna overdreven verheerlijking van het verleden. Met Kruithof gingen we op excursie om de 19e eeuwse kunst in het Rijksmuseum te bekijken. Dat was een aparte vleugel die doorgaans gesloten was… Daar was echt heel weinig belangstelling voor.

Zoals gezegd kijken we nu heel anders tegen deze eeuw aan. De tijd ronds Napoleon heeft een grote aparte zaal gekregen in het Rijksmuseum. Ook de kunst die toen gemaakt werd hangt daar. Het imposante schilderij van de slag bij Waterloo maar ook twee schilderijen van de Friese schilder Van der Kooi; De liefdesbrief en dit schilderij: Het gestoorde pianospel. Geschilderd in de tijd dat Napoleon nog niet zijn Waterloo gevonden had.

Wat ik erg leuk vind aan dit schilderij is de ongedwongenheid die eruit spreekt. Het heet weliswaar ‘Het gestoorde pianospel’ maar het meisje ziet er niet uit alsof ze ergens bij gestoord werd. Meer toeval dat ze op de stoel voor het klavier zit. De schilder had weinig met muziek. Zoom je in op de bladmuziek dan heeft de schilder daar zijn fantasie de vrije loop gelaten; geen pianomuziek; überhaupt geen muziek die te spelen is.

Ik wordt erg getroffen door wat de kinderen met elkaar hebben. Het jongste jongetje communiceert met zijn grote zus. De kinderen zijn allemaal netjes gekleed. Op het stijve af. Met wat meer boezem en een iets ouder koppie zou het meisje een volwassen vrouw zijn geweest. Ook de kleren van de jongens lijken volwassen kleren maar dan op maat gemaakt voor kinderen. Het meisje lijkt zich te willen gedragen als dame. Haar vingers zijn vereeuwigd in een gedistingeerd gebaar. Het kleinste jongetje heeft daar helemaal geen boodschap aan. Hij klimt aan de verkeerde kant op de stoel. Het meisje lijkt dat kleine broertje wel leuk te vinden. Ik zie voor me dat ze zo nuffig gaat opstaan en het jongetje met stoel en al omvalt.

De gezichtsexpressie van het oudste jongetje herken ik veel. Het lijkt wel alsof hij zijn kleine broertje adoreert! Kon hij maar zo onbevangen door het leven gaan als dat kleine broertje! Er zit zoveel liefde in de blik van dat oudste jongetje voor dat onbezorgde kleine broertje!

Niks Jan Salie in de 19e eeuw!

Gebroeders van Limburg (1385?-1416) – Februari uit: Les Tres Riches Heures

februari

Een blad uit een boek. Moeilijk ooit te zien te krijgen. De boeken liggen niet in Nederland en worden zelden tentoongesteld. Een boek vol schilderingen. Er staat ook tekst in, maar volledig ondergeschikt aan de miniatuurkunst. Eén van de mooiste bladen is wel februari. Iets heb ik ervan in het echt gezien.

In 2005 bestond de stad Nijmegen 2000 jaar. Dat werd groots gevierd. Beroemde telgen van de stad werden in het zonnetje gezet. De gebroeders Van Limburg behoorden wel tot de top van die lijst. Dé schilders van de middeleeuwen. Dé meesters van de miniatuurkunst en de boekverluchting. Het gaat om drie broers waarbij het eigenlijk zelden duidelijk is wie wat geschilderd heeft. Stijlkundige verschillen schijnen nauwelijks te onderscheiden tussen de drie. De gebroeders van Limburg werden in het museum Het Valkhof geëerd. Nu wilde het toeval dat het Metropolitan Museum of Arts een restauratie aan het uitvoeren was op het boek Belles Heures du Duc Berry. Daardoor (denk ik) lagen de bladen los. Toen of twaalf van deze bladen konden daarom tentoongesteld worden in Nijmegen. Die twaalf bladen heb ik bekeken!

Achteraf bleek het één van de meest succesvolle tentoonstelling van dit Nijmeegs museum te zijn geweest. Alleen al om het museum (op een doordeweekse dag) in te komen moesten we een lange rij verdragen. Op het toegangskaartje stond een bepaald tijdstip genoemd. Op dat moment moesten we ons vervoegen bij het heiligste der heiligen. We kregen vervolgens 10 minuten de tijd om de bladen te bewonderen. Het was absoluut de moeite waard! Ik was diep onder de indruk en wilde meteen mijn portemonnee trekken om een fantastische facsimile uitgave te kopen van 750 euro. Gelukkig hield mijn zuinigheid me tegen; Het mooiste is gewoon gratis en voor niets te bewonderen op het Internet! Staat het ook geen stof te vangen!

Hoewel het blad Februari uit Tres riche heures niet te zien was in Nijmegen, vind ik het wel een van de aansprekendste bladen. Bovendien speelde dit blad wel degelijk een rol op de Nijmeegse tentoonstelling. Een videokunstenaar had van dit blad een soort 3D presentatiegemaakt waardoor je het gevoel had dat je door het hier geschilderde landschap reisde. Heel bijzonder.

Dat het koud is, op dit blad, lijkt me evident. Op de voorgrond een opengewerkt boerenhuis met daarin drie personen die zich aan het vuur warmen. De dame in de blauwe jurk trekt gedecideerd haar jurk ietsje op om haar benen wat warmte te gunnen. De boer en het boerinnetje daarachter hebben hun kleren tot op hun middel opgetrokken en zitten wijdbeens hun geslachtsdelen te warmen.

Op het erf een kudde schapen onder een afdakje en een rijtje bijenkorven. Het erf wordt omsloten door een hek van wilgentenen. Naast de bijenkorven een stenen gebouwtje. Ik denk dat het een bakhuis is; de plek waar het brood gebakken werd. Op het erf ook een persoon die het erg koud heeft en, zo te zien, aan wil sluiten bij de mensen in het huis.

Buiten het erf staat een man een boom om te hakken; de schoorsteen moet toch blijven roken! En een andere man onderweg met een ezel naar het dorp op de achtergrond.

Boven het tafereel de kalender van februari. Een maand in het teken van de Waterman en de Vissen.

Dit allemaal op één boekpagina. Wat een gepriegel, maar wat mooi!

Johannes Vermeer (1632-1675) – Gezicht op Delft (1662?)

Vermeer - Gezicht op Delft

Dit is bijna een doek vol schaamte, voor mij. Tot voor kort had ik er nog nooit van gehoord! Ik…kunstliefhebber. Ik kende een van de mooiste schilderijen die ooit gemaakt zijn, niet. Helemaal goedkoop is het om juist dit schilderij hier te bespreken; iedereen vindt het mooi. Gewoon geen echt interessante keuze!

Na de grote restauratie bezochten wij het Mauritshuis. Ik begin me de laatste tijd wel af te vragen wat er aan de hand is op dit ogenblik; het lijkt of alle belangrijke musea in Europa aan het renoveren zijn. Natuurlijk, het Rijksmuseum en het Stedelijk museum. Maar ook het Van Gogh museum. In de vakantie stuitte we ook op de renovatie van d’Unterlinden in Colmar en het Kunstmuseum in Bazel. Het Mauritshuis is dus ook net helemaal gerenoveerd. En wij gingen er naartoe. Stom en een beetje goedkoop, ik had net Het Puttertje van Donna Tartt gelezen en wilde het schilderij van Fabricius in het echt zien. Niets meer en niets minder. Ik wilde zien of dat schilderij inderdaad zo’n uitstraling had. Dat het inderdaad zo grof geschilderd was, etc. Zoals verwacht; dat klopte. Meteen wilde ik natuurlijk ook de andere ‘grote’ doeken meepikken. De stier van Paulus Potter. Ik kan me uit het verleden herinneren dat ik hem slecht opgehangen vond; ik kon door de schittering op het doek weinig zien. Dat was nu heel veel beter. Vervolgens natuurlijk het meisje met de parel.

In het zaaltje van het meisje met de parel was dat schilderij niet het hoogtepunt. Ik werd echt getroffen door gezicht op Delft. Nooit van gehoord (slik….) maar wat een schoonheid!!! De dag is voelbaar op het schilderij en alles is in harmonie. Nog nooit had ik zoiets gezien. Ik kon moeilijk scheiden van het schilderij en ben er zeker een half uur bij in de buurt gebleven. Dan te bedenken dat ik de stad Delft heel summier ken en ik er juist was geweest omdat mijn zoon afstudeerde. Dat was in het meest lelijke stukje van Delft. En nu dit…

Links onder op het schilderij wat mensen. Ze zijn er niet en wel. Zo moet die plek in Delft er hebben uitgezien. Wat vrouwen, kletsend, met lange rokken en wat mannen. Werken ze of doen ze zaken? Geen idee. Ze zijn verstild. In veel schilderijen wordt juist de actie van de personages benadrukt. In dit schilderij zijn ze verstild. Onderdeel van het decor geworden. Het water, de stad en het licht. Dat zijn de elementen die het schilderij in beweging brengen. Het licht van de zon is voor de kijker door de donkere wolken aan het zicht onttrokken. Jij als kijker staat in de schaduw van die wolken. De kerktoren staat vol in de zon en ook een paar huizen in de buurt van de kerk.

Bij stadsgezichten kijk ik altijd graag naar de kooplieden en de werklieden en de dames en de heren. Naar van alles wat er op het schilderij gebeurt. In dit gezicht op Delft gebeurt niets. Het is het spel van het licht, van de wolken en de zon; de perfecte harmonie. Nuages van Debussy zou je erbij moeten beluisteren…

Van Gogh had dit bij het Joodse Bruidje van Rembrandt; daar wilde hij wel veertien dagen voor zitten levend op een korts brood en wat water. Ik zal het niet overdrijven, maar een heel klein beetje van die gevoelens heb ik bij dit schilderij!

James Ensor (1860-1949) – Oude Dame met Maskers (1889)

oudedamemetmaskers

Wij komen niet vaak in het Singermuseum in Laren. Onterecht, denk ik, want het is een leuk museum. Toen we er waren, vielen we met de neus in de boter; Er was een tentoonstelling van werken afkomstig uit het Paleis voor Schone Kunsten in Gent. Schilders waar ik nog niet zoveel van gehoord heb maar die wel heerlijke doeken hebben gemaakt, hingen er. En schilders die ik al wel kende. En van James Ensor een van zijn meesterwerken; Oude Dame met Maskers.

Op het moment dat wij in het museum rondliepen, had een kunstverzamelaar net haar verzameling expressionisten overgedaan aan het museum. Dat werd gefilmd. De kunstverzamelaar liep samen met de directeur door het museum terwijl een camera hen volgde. Wij probeerden uit alle macht buiten beeld te blijven, maar dat bleek achteraf mislukt. ’s Avonds zagen we tijdens het journaal een item over dit onderwerp en waren we getuige van ons eerste televisie optreden. Weliswaar onze ruggen, maar toch…

Eén van de dingen die me aantrok in dit schilderij was dat het Singermuseum suggereerde dat voor de oude dame wellicht Neel Doff model had gestaan. Neel Doff stond veel model voor schilders en ze bivakkeerde in de omgeving van de kunstenaar. Zelfs in de periode dat hij dit schilderij maakte was Neel Doff in zijn buurt. Maar ze kan het gewoon niet zijn. Ik begrijp niet hoe het Singermuseum dit kon suggeren want je hoeft alleen maar geboortejaar en het ontstaansjaar van dit schilderij met elkaar te vergelijken. Neel Doff was op het moment dat Ensor dit schilderde geen oude dame maar een vrouw van 31. Misschien de moeder van Neel Doff? Maar…maakt niet uit, ook als het niet Neel Doff is, dan blijft het een fantastisch schilderij.

Wat ik begreep uit de literatuur was dat James Ensor is gekomen en gegaan als een komeet. De stijl waarmee hij zoveel succes behaalde, en waarvan dit schilderij een voorbeeld is, heeft hij maar in een korte periode gevoerd. Voor die periode waren zijn schilderijen niet zoveel, maar daarna ook niet meer. Lijkt me erg tragisch. Aan de andere kant…in die ene periode heeft hij wel iets gedaan waar velen nog over spreken. Ook zo verschrikkelijk herkenbaar. Zijn schilderijen stralen de kleur roze uit en hebben een hoog viltstift gehalte. Slaat misschien nergens op, maar zo voel en zie ik het. Viltstiften waren net in de mode gekomen om mee te tekenen, toen ik kind was. Die dingen raakten altijd leeg of verdroogd op het verkeerde moment. Daardoor kwamen de kleuren nooit zo goed door die je gebruikte. Dat fenomeen herken ik een beetje in de schilderijen van Ensor; net of de kleuren niet goed doorkomen. Maar daardoor zijn ze zo verschrikkelijk herkenbaar als de schilderijen van Ensor.

Wat mij in dit schilderij erg aanspreekt is het gezicht van de oude dame. Dat ziet er behoorlijk realistisch uit. Daaromheen de maskers. Zijn het haar maskers? Heeft hij haar ontdaan van haar maskers? Of is zij echt en het leven een maskerade? Het doodshoofd rechts boven in het schilderij maakt het geheel wat luguber.

Toch zou ik willen weten….wie is die oude dame? Het zou ons toch beter helpen om dit schilderij te begrijpen! Of moeten we het gewoon nemen zoals het is?

Gerard David (1455?-1525) Het oordeel van Cambyses (1498)

Oordeel van Cambyses

In het Groeningenmuseum in Brugge hangt tussen de werken van Hans Memling en Jheronimus Bosch, dit diptiek van een voor mij niet zo bijster bekende schilder. Het blinkt uit in afgrijselijkheid. Ook prachtig geschilderd, daar niet van, maar wat verschrikkelijk. Het heeft mij een tijd gekost om uit te vinden wat er hier gebeurde en waarom. De horror wilde maar langzaam doordringen. Toen het tot mij doorgedrongen was kon ik het nauwelijks geloven…

De middeleeuwen en de vroege renaissance associeer ik makkelijk met ongekende wreedheden. Als je wreedheden met een bepaalde tijd in het verleden associeert, dan ga je ervan uit dat de mensheid geleerd moet hebben van het verleden en dat we daarom beter geworden zijn. Een andere vraag is, als je nu specifiek naar dit schilderij kijkt, was de straf die deze man ondergaat business as usual of heeft men hier het ergste afgebeeld wat men zich kon voorstellen?

Toch heeft dit schilderij me geen nachtmerries bezorgd. Wel een ander schilderij. Kwalitatief een veel minder schilderij dan het hier getoonde. Ik dacht dat ik het in Gent gezien had, in de buurt van de burcht. Ik heb er nog spijt van dat ik er naar gekeken heb. Wat stelde het voor: Een stad die veroverd was in de late middeleeuwen. De scene die me diep raakte was een rij overwonnen mannen die klaar stonden om hun rechter hand te laten afhakken. Dat deden de beulen met een hakbijl en een voorhamer. De hakbijl werd op de juiste plaats gezet en een klap met de voorhamer joeg de bijl door de arm. Het idee dat je moet wachten op zo iets afgrijselijks… Dan ben je blij dat je in deze tijd leeft en niet toen.

Niet toen leeft…tsja…dan komt bij mij die afgrijselijke oorlog weer boven in West-Afrika. In Liberia en Sierra Leone. Nog maar een paar jaar geleden afgelopen. Afhakken van handen was daar een heel gewone zaak. Leren van de geschiedenis, ik heb er een hard hoofd in. Vrede zorgt er wel voor dat er een beschavingslaagje over het beestachtige wordt aangebracht. Elk jaar van vrede een nieuw laagje. Net zo lang totdat je je echt niet meer kan voorstellen dat er onder die laag iets beestachtigs zit. Dat beschavingslaagje wordt ook behoorlijk ondoorzichtig. Je kan je niet voorstellen dat er ook maar iemand belang zou hebben bij het verwijderen van die laag. Toch gebeurt het…vroeg of laat.

Wat we feitelijk in dit schilderij moeten zien, is een waarschuwing. Tegen de achtergrond van de stad Brugge zien we de schepenen van die stad een straf uitvoeren op een legendarisch persoon uit een Perzische legende. Daarmee waarschuwden de schepenen zichzelf. Het gaat om een straf die koning Cambyses oplegt aan de rechter Sisamnes. Wat deze beklagenswaardige rechter heeft gedaan zien we in het klein onder de tweede boog op het linker schilderij: De man neemt steekpenningen aan; hij is corrupt. Dan wordt hij gearresteerd door Cambyses en zijn mannen. Vervolgens wordt hij veroordeeld. Op het rechterschilderij ligt de rechter op tafel vastgebonden en wordt zijn straf uitgevoerd: Hij moet levend gevild worden. Koning Cambyses kijkt toe met zijn scepter in de hand. Op de achtergrond zien we de opvolger van Sisamnes. Over de rechtersstoel hangt de huid van Sisamnes. Ter herinnering aan hoe een rechter zich diende te gedragen.

Het schilderij hing oorspronkelijk in de Schepenzaal. In opdracht van de schepenen van Brugge was dit schilderij gemaakt. Het moest hen er steeds weer aan herinneren om niet corrupt te zijn. De schepenzaal van Brugge, zonder dit schilderij, dus, is ook een aanrader. Wat een rijkdom!

 

Blog van Frits de Klerk